Posts tonen met het label wereld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wereld. Alle posts tonen

vrijdag 2 maart 2012

Overeenkomst over sociale zekerheid tussen België en Brazilië

De ministerraad keurt een voorontwerp van wet goed houdende instemming met de Overeenkomst betreffende sociale zekerheid tussen België en Brazilië.

De overeenkomst:

  • vermijdt dubbele onderwerping van de Braziliaanse verzekerden die tijdelijk een beroepsbezigheid uitoefenen in België en van de Belgen in Brazilië
  • behoudt de sociale zekerheidsrechten die in Brazilië en België werden
  • garandeert dezelfde behandeling van onderdanen die op elkaars grondgebied wonen als die van de eigen onderdanen
  • vergemakkelijkt de overgang van het ene naar het andere sociale zekerheidsstelsel

De Belgische werknemers of zelfstandigen die in Brazilië sociale bijdragen betaald hebben of zullen betalen behouden hun verworven rechten op het vlak van ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitsprestaties. Dat betekent dat personen die in Brazilië socialezekerheidsbijdragen betaald hebben, en nadien dit land verlaten en in België gaan wonen, op het moment dat zij de pensioenleeftijd bereiken, hun Braziliaans ouderdoms- of overlevingspensioen uitbetaald krijgen. Ook personen die arbeidsongeschikt worden, genieten van een arbeidsongeschiktheidsuitkering van Brazilië, ook indien zij naar België verhuisd zijn. Het spreekt vanzelf dat dit verdrag hetzelfde garandeert voor de Braziliaanse werknemers of zelfstandigen die in België bijdragen betaald hebben.

De Belgische werknemers die tijdelijk naar Brazilië gestuurd zijn in het kader van een detachering en de Belgische zelfstandigen die tijdelijk in Brazilië hun beroepsactiviteit uitoefenen, moeten geen sociale bijdragen betalen in Brazilië. Ze zullen uitsluitend in België bijdragen betalen en bijgevolg tijdens hun verblijf in Brazilië onderworpen zijn aan het Belgische sociale zekerheidsstelsel. Hetzelfde geldt voor Braziliaanse werknemers die tijdelijk naar België worden gestuurd of voor de Braziliaanse zelfstandigen die tijdelijk in België werken.

Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension

dinsdag 8 november 2011

België 27ste voor betaalbaarheid pensioenen

Steeds meer landen zullen bijkomende maatregelen moeten nemen als ze de pensioenen van hun burgers nog willen kunnen betalen. Dat geldt vooral voor Griekenland, India, China en Thailand. Landen die er het best voorstaan, zijn dan weer Australië, Zweden, Denemarken, Nieuw-Zeeland en Nederland.

België staat 27ste op een lijst van 44 landen.

ProjectMGlobalPensionAtlas2011
De vermogensbeheerder Allianz Global Investors publiceert sinds 2004 de betaalbaarheid van de pensioenen in een hele reeks landen. Dit jaar steeg het aantal onderzochte landen van 37 naar 44.

vrijdag 16 september 2011

Costa Rica bezuinigt: geen pensioen voor 100-plussers

Wie in Costa Rica 100 jaar of ouder is, hoeft voorlopig niet te rekenen op een pensioen. De regering van het Midden-Amerikaanse land heeft alle uitkeringen aan eeuwlingen bevroren. Eerst wil de staat zeker weten dat iedere ontvanger ook echt leeft.

Dat heeft het ministerie van Financiën van Costa Rica bekendgemaakt. De regering moet, net als in veel Europese landen, fors bezuinigen om de begroting op orde te krijgen. De maatregel treft in totaal 104 mensen. Van hen hebben 62 zich al gemeld bij de autoriteiten, waarna ze hun pensioen alsnog ontvingen.

Eerder dit jaar kwam in Griekenland een grootschalige fraude met pensioenen aan het licht. Duizenden overleden mensen bleken nog altijd overheidsbijdragen op hun bankrekening te ontvangen.

Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)

maandag 22 november 2010

Maatregelen nodig voor pensioen op Curaçao

Het gaat slecht met de pensioenen op Curaçao; inwoners moeten langer doorwerken en meer sparen. Dat is de conclusie van een seminar van de Universiteit UNA op Curaçao in samenwerking met de Vrije Universiteit in Amsterdam. Andere eilanden van de voormalig Nederlandse Antillen en Aruba nemen drastische maatregelen of hebben die in de planning. De Curaçaose regering heeft nog niets ondernomen om de problemen te lijf te gaan.

donderdag 4 november 2010

Moldavie, aanvullend pensioen uit moestuin

Van een pensioen van slechts 20 Euro kun je ook in Moldavië niet rond komen. Het mag dan wel het armste land in Europa zijn, maar het levensonderhoud is niet goedkoop. Zo ben je voor de huur van een flat in Chisinau al 100 Euro kwijt per maand. En wil je in een ziekenhuis geholpen worden, dan moet je fors bijleggen.

De gemiddelde levensverwachting ligt in Moldavië op 67 jaar. De mannen werken officieel door tot ze 60 zijn en de vrouwen tot 57 jaar. Een maandloon ligt rond de 120 Euro per maand. Dus als je na je pensioen ineens van 20 Euro moet rondkomen, is dat nauwelijks te doen. Enige uitzondering zijn ambtenaren, werknemers in de bank en verzekeringen en sinds een jaar de onderwijzers. Zij krijgen nu 200 Euro dankzij de lobby van de Onderwijsbond van vakbondsorganisatie CNSM.

woensdag 20 oktober 2010

Nederlands pensioenstelsel beste van de wereld

Het Nederlandse pensioenstelsel is het beste van de wereld. Dat stellen onderzoekers van de universiteit van Melbourne en pensioenadviseur Mercer. In hun rapport staat onder meer dat de participatie in Nederland hoog is: 9 op de 10 werknemers bouwen pensioen op.

Nederland heeft ook veel gespaard. De fondsen beheren 700 miljard euro. Verder is positief dat fondsen maatregelen moeten nemen om hun reserves op peil te brengen. Ook zou de discussie in Nederland worden gevoerd op basis van argumenten en niet op basis van emotie.

Zwitserland staat op twee, Zweden op drie. Nederland staat al jaren op één. België vinden we nergens terug.

Melbourne Mercer Global Pension Index v2010
Rapport  (download)

woensdag 13 oktober 2010

Pensions and demographic change (ISSA)

Currently, national pension systems are confronted with a number of major challenges. Among these, the multifaceted challenge of demographic change, involving falling fertility rates, increased longevity, changing migration patterns and evolving family structures, is pre-eminent. Most commonly, demographic change is viewed as threatening the financial sustainability of pension systems. In addition, the current global economic downturn has accentuated the financial pressures attributable to demographic change. This Social Policy Highlight examines the challenge of demographic change as it applies to pension systems and explains how they can adapt to address this challenge.

Hans-Horst Konkolewsky, ISSA Secretary General

Pensions and demographic change ISSA 2010 English

Pensions et évolution démographique ISSA Français 2010

The International Social Security Association (ISSA) is the world's leading international organization bringing together national social security administrations and agencies. The ISSA provides information, research, expert advice and platforms for members to build and promote dynamic social security systems and policy worldwide. Founded in 1927, the ISSA has around 340 member organizations in more than 150 countries.
http://www.issa.int/

dinsdag 28 september 2010

Socialezekerheidsovereenkomst België-Quebec

Op 1 november 2010 treedt de overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen België en Quebec in werking. Deze overeenkomst richt zich tot personen die in België en in Quebec werken of hebben gewerkt.

De overeenkomst heeft betrekking op de rust- en overlevingspensioenen, de invaliditeitsuitkeringen, de uitkeringen naar aanleiding van arbeidsongevallen of beroepsziekten en de verstrekkingen in het kader van de gezondheidszorgen.

België had reeds in het verleden een overeenkomst afgesloten met Canada. Quebec neemt echter binnen Canada een bijzondere plaats in: het is zelf verantwoordelijk voor de organisatie van zijn eigen sociaalzekerheidsstelsel.

De overeenkomst werd ondertekend op 28 maart 2006. De tekst zal binnenkort in het Belgisch Staatsblad verschijnen.

donderdag 9 september 2010

De Fransen zijn kampioen met pensioen

Pensioen met 67? Het kan beter, maar ook veel slechter.

Werken we in Europa echt zo hard? In Nederland was volgens de meest recente cijfers – uit 2007 – de gemiddelde pensioenleeftijd amper 62 jaar.

Nee, dan de oudere Mexicanen: voor hen geen rustig leven op een viskrukje aan het water. Ondanks een wettelijke pensioenleeftijd die net als bij ons op 65 jaar ligt, werkt de gemiddelde Mexicaan volgens recente Oeso-cijfers door tot zijn 73ste.

Ook de Koreanen zijn echte zwoegers. Ze mogen op hun 60ste officieel met pensioen, maar houden gemiddeld pas op met werken wanneer ze 71,2 jaar oud zijn. Japanners? Die houden pas op wanneer ze 69,5 zijn. Zelfs de Zwitsers, van wie je met hun hoge lonen toch zou verwachten dat ze zo jong mogelijk van hun bergen spaargeld gaan genieten, buffelen gewoon door tot ze gemiddeld 65,2 jaar zijn.

zondag 5 september 2010

Amerikaans pensioenstelsel is Ponzi schema (Laurence Kotlikoff)

Het Amerikaans pensioenstelsel is een Ponzi schema, waarbij de pensioenen van de huidige generatie worden betaald met het geld dat binnenkomt van diegenen die nu nog werken.

De Amerikaanse universeitsprofessor Laurence Kotlikoff is van mening dat die situatie op termijn niet houdbaar is. Social Security viert dit jaar zijn 75ste verjaardag, maar is volgens Kotlikoff gedoemd om te verdwijnen.

Hij stelt een nieuw systeem voor, dat Personal Security System zou kunnen worden genoemd. Onder dat systeem zouden mensen gestimuleerd worden om voor hun pensioen te sparen.

Gebeurt dit niet, dan dreigen miljoenen Amerikanen op hun oude dag in armoede weg te vallen. Maar zoals het systeem nu gebeurt, de transfer van jong naar oud, kan het niet langer verder.

De Amerikaanse droom belooft een nachtmerrie te worden. De regering belooft de jonge Amerikanen een pensioen als ze nu bijdragen aan de sociale zekerheid, maar zal dat nooit hard kunnen maken.

Om het gat in de pensioenen te dichten, zouden de belastingen simpelweg verdubbeld moeten worden. Het lijkt vanzelfsprekend dat dit niet mogelijk is. Maar zelfs besparen op het defensiebudget lijkt niet mogelijk, want met 5% van het BBP is dat al historisch laag.

woensdag 18 augustus 2010

Vergrijzing Japanse bevolking neemt zorgwekkende afmetingen aan

Toen onlangs het lijk werd ontdekt van een 111-jarige Japanner, bleek dat zijn overlijden 30 jaar lang door de familie voor de overheid verborgen was gehouden om zo maandelijks zijn pensioen te kunnen blijven claimen. Maar deze lugubere ontdekking bleek slechts het topje van een ijsberg te zijn. Sinds dan heeft de Japanse pers al bericht over een 60-tal soortgelijke zaken. Telkens gaat het om eeuwelingen die pensioengeld ontvangen, maar die onvindbaar blijken.

Japan kampt niet enkel met de gevolgen van en snel ouder wordende bevolking, want bovenvermelde problematiek kan makkelijk worden toegeschreven aan een al twee decennia lang stagnerende economie en een toenemende werkloosheid. Jonge mensen kunnen niet langer financiëel instaan voor hun (groot-)ouders.

woensdag 12 mei 2010

Roemeense gepensioneerden protesteren tegen besparingen : pensioenen met 15% verlaagd

Duizenden gepensioneerden protesteren vandaag in verschillende grote Roemeense steden tegen de beslissing van de regering om de pensioenen met 15 procent te verlagen. Met die maatregel wil Roemenië het overheidstekort onder controle houden.

Drie gewonden
In Boekarest verzamelde een duizendtal mensen voor het presidentieel paleis. Ze eisen het ontslag van regeringsleider Traian Basescu, die verantwoordelijk gehouden wordt voor het besparingsplan dat vorig weekend werd overeengekomen met het Internationaal Monetair Fonds. Volgens het agentschap Mediafax hadden drie mensen medische verzorging nodig na schermutselingen met de ordetroepen, die ingezet werden rond het presidentieel paleis.

"Jullie begraven ons levend"
Daarnaast hadden ook manifestaties plaats in Iasi (noordoosten), Ploiesti (zuiden), Neamt (noorden) en Galati (oosten). Honderden incidenten tussen actievoerders en politie werden gemeld. Volgens lokale media werden zinnen gescandeerd als "Ontslag", "Respecteer de gepensioneerden" en "Jullie begraven ons levend".

Het gemiddelde pensioen in Roemenië bedraagt momenteel ongeveer 190 euro. Het besparingsplan van de overheid omvat ook een verlaging van de lonen in de openbare sector met een kwart en een verlaging van de werkloosheidsuitkeringen met 15 procent.

donderdag 6 mei 2010

Kredietcrisis : Belgische levensverzekeraars zagen waarde activa met 50% dalen

Drie van de zes verzekeraars die wereldwijd het zwaarst door de kredietcrisis zijn getroffen waren Nederlands. Zo blijkt uit een onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) naar de impact van de crisis op de verzekeringssector.

In totaal verloren verzekeraars 261 miljard dollar door de kredietcrisis, waarvan bijna driekwart in de VS en iets minder dan een kwart in Europa. Het Amerikaanse AIG was het grootste slachtoffer met 98 miljard dollar aan afschrijvingen en verliezen op leningen. Maar ook ING (19 miljard), Aegon (11 miljard) en Fortis (9 miljard) hadden het zwaar te verduren. Vergeleken met de verliezen in de banksector (1230 miljard) vallen de afschrijvingen in de verzekeringssector overigens nog mee.

Verzekeraars belangrijke oorzaak crisis
De OESO stelt dat verzekeraars een van de belangrijke veroorzakers zijn geweest van de kredietcrisis. Door het aanbieden van kredietverzekeringen en met name het verzekeren van complexe gestructureerde producten, die aan de basis stonden van de crisis. De verzekeraars waren er zo mede verantwoordelijk voor dat slechte producten toch een goede rating kregen.
Ook het bijna omvallen van de Amerikaanse verzekeraar AIG heeft de crisis versterkt.

Aan de andere kant hebben verzekeraars ook geholpen de effecten van de kredietcrisis te beperken, zo stelt de OESO. ‘De meer traditionele verzekeringsproducten waren door hun langere beleggingshorizon en conservatievere beleggingsstrategie een stabiliserende factor.’

De meeste verzekeraars in de ontwikkelde OESO-landen waren zelf beperkt blootgesteld aan rommelhypotheken en giftige producten als CDO’s. De meeste financiële schade werd veroorzaakt door investeringen in aandelen en gestructureerde producten. Omdat veel verzekeraars in de jaren voor de crisis al langzaam hun aandelenportefeuille deels hadden afgebouwd, is het schadelijke effect van de beurscrash beperkt gebleven.

Dat veel Nederlandse verzekeraars zwaar getroffen zijn, wordt mede veroorzaakt door het feit dat Nederlandse verzekeraars vergeleken met die in andere OESO-landen veel in aandelen beleggen.

Verschillende effecten
De kredietcrisis heeft zeer verschillende effecten gehad op de financiële positie van verzekeraars. Zowel in de levensverzekeringenmarkt (+0,1 procent) als in de niet-levensverzekeringen (-1,6) bleef de gezamenlijke waarde van de bezittingen van Nederlandse verzekeraars in de periode 2007-2008 min of meer stabiel. De grote verliezen op aandelen werden goedgemaakt door onder meer premie-inkomsten.

In België was het plaatje beduidend negatiever. De levensverzekeraars zagen de waarde van hun activa met vijftig procent dalen; de niet-levenverzekeraars met 15 procent. Dat staat in scherp contrast met landen als Turkije en Mexico waar in beide categorieën de waarde van de bezittingen met tientallen procent groeide. In beide landen bestaat de beleggingsportefeuille van verzekeraars met name uit obligaties.

De meeste verzekeraars kenden in 2008 groei in zowel levensverzekeringen als in de niet-leven categorie. Nederland was wel een van de vier OESO-landen waar de rendementen op de levensverzekeringen in 2008 negatief waren.

De OESO doet ook voorstellen om de verzekeringswereld te behoeden voor een herhaling van de fouten die tot de kredietcrisis hebben geleid. Daaronder inmiddels veelvuldig gedane suggesties voor sterker toezicht op de verzekeringsbranche, ook grensoverschrijdend; strengere governance regels, meer informatie-uitwisseling en meer aandacht voor de macro-economische effecten en risico’s van de verzekeringssector.

'Verzekeraars verloren 261 miljard dollar'

Verzekeraars hebben wereldwijd in totaal 261 miljard dollar aan afschrijvingen en verliezen geleden als gevolg van de financiële crisis, aldus de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) woensdag. In een rapport over de impact van de crisis op de verzekeringssector, concludeert de organisatie van rijke landen dat Europese verzekeraars $69 miljard aan afschrijvingen en verliezen boekten, terwijl dit voor Amerikaanse verzekeraars uitkwam op $189 miljard.

Volgens de Oeso waren de grootste verliezers: AIG, ING Groep nv, Ambac Financial Group inc en Aegon nv. Deze vier partijen namen 54% van de verliezen voor hun rekening.

Het Amerikaanse AIG voert met $98,2 miljard de lijst verliezers aan. De Nederlandse ING Groep staat tweede met $18,6 miljard. Aegon en Fortis staan op de vierde en de zesde plaats met respectievelijk $10,7 miljard en $9,3 miljard.

De verliezen voor de banken telden op tot $1,23 biljoen, aldus de Oeso.

De in Parijs gevestigde organisatie stelt dat verzekeraars hebben bijgedragen aan het ontstaan van de financiële crisis met verzekeringen op ingewikkelde financiële producten en kredietverzekeringen, en dan met name met het intrekken ervan sinds eind 2008.

De Oeso concludeert echter dat verzekeraars geen grote verliezen hebben geleden door te beleggen in de financiële producten, zoals hypotheekgerelateerde financiële producten.

Beperkte informatie

"De blootstelling van verzekeraars aan 'sub-prime' hypotheken en gerelateerde 'giftige' bezittingen zoals 'collateralised debt obligations' en 'structured investment vehicles', welke de huidige financiële crisis hebben veroorzaakt, was naar het zich op basis van de beperkte informatie die hierover beschikbaar is gekomen laat aanzien niet significant in de meeste Oeso-landen", aldus de organisatie.

Aanbevelingen

De Oeso komt in het rapport met een aantal aanbevelingen om de stabiliteit van de verzekeringssector te vergroten.

In het bijzonder dringt de organisatie erop aan dat verzekeraars bij het bepalen van hun beleid meer oog krijgen voor brede ontwikkelingen in de economie in het algemeen en de financiële markten in het bijzonder.

donderdag 8 april 2010

Vergrijzing in cijfers

West Europa
Tegen midden 2030 zal de helft van de bevolking van West Europa ouder zijn dan 50. Wie die leeftijd bereikt, heeft dan nog gemiddeld 40 jaar te leven.

Oost Europa
Oost Europa en Rusland dreigen te worden geconfronteerd met een ware demografische ineenstorting. Ondanks het feit dat de geboortecijfers weer stijgen, dreigt de Russische bevolking tegen 2050 terug te vallen van 144 naar 104 miljoen mensen.

Vruchtbaarheid
De landen met de laagste vruchtbaarheidsgraad vinden we nu in Azië. In Hongkong is er gemiddeld minder dan 1 kind per vruchtbare vrouw. In Singapore en ZuidKorea is dat niet iets meer. Zelfs landen als Pakistan en Afghanistan, die nu nog een vruchtbaarheidsgraad van 4 en 6,6 hebben,zullen tegen 2050 terugvallen tot een peil dat net volstaat om de bevolking op peil te houden.

Levensverwachting
Tegen het midden van de eeuw zal de gemiddelde levensverwachting 84 jaar bedragen in de ontwikkelde landen en 77 in de rest van de wereld

Niet alleen Westen vergrijst - Demografische transitie gaat het snelst in Azië en Latijns-Amerika

Al te vaak wordt gedacht dat alleen de 'oude' industrielanden van Europa en Noord-Amerika vergrijzen. Dat is een dwaling, schrijft de Internationale Vereniging voor Sociale Zekerheid (ISSA) in een rapport. In werkelijkheid gaat het om een wereldwijde trend, met zwart Afrika als enige uitzondering.

In Azië en Latijns-Amerika verloopt de omslag naar een mature bevolkingsstructuur zelfs sneller dan hier. Zo'n bevolking heeft meer niet-actieve ouderen dan (nog) niet-actieve jongeren.

In Europa en Noord-Amerika nam die transitie zowat 150 jaar in beslag. De komende 20 jaar zal het totale aantal ouderen er nog met ongeveer 50 procent toenemen.

Dat lijkt indrukwekkend. Maar in Azië, Latijns-Amerika en zelfs sommige delen van Afrika zal die 'grijze' groep tegen 2030 met bijna 150 procent aangroeien.

Tegelijk zal het aantal jongeren onder 15 jaar bijna overal zwaar terugvallen. Afrika is ook hier de uitzondering op de regel.

Ontgroening
Maar er is toch een belangrijk verschil tussen de 'oude' westerse industrielanden, zoals België, en de meeste landen in Azië en Latijns-Amerika. In het Westen zullen vergrijzing en 'ontgroening' leiden tot een forse toename van de afhankelijkheidsgraad, de verhouding tussen het aantal actieven en de door hen ondersteunde niet-actieven. In Azië en Latijns-Amerika is dat nog niet het geval. De komende jaren leidt de massale instroom van jongeren op de arbeidsmarkt door nog tot een stevige groei van de werkende bevolking, terwijl de daling van het aantal kinderen en schoolgaande jongeren het totale aantal niet-actieven helpt drukken. Daardoor zal de afhankelijkheidsgraad in die landen nog dalen.

Die kunnen dat 'demografische dividend' gebruiken om via meer economische groei en de aanleg van reserves de periode voor te bereiden waarin de afhankelijkheidsgraad ook bij hun zal beginnen te stijgen. China zal bijvoorbeeld nog tot 2040 van dat demografische dividende kunnen genieten, Inda en Indonesië tot 2050.

De Europese landen hebben geen periode van respijt meer. Zij moeten onmiddellijk maatregelen beginnen te nemen om hun welvaartsstaten 'gelukkig oud te laten worden'. Dat zal bijna steeds neerkomen op langer werken en meer individuele verantwoordelijkheid. Een bijkomend probleem is dat vergrijzing meestal tot een lagere economische groei leidt. Het wordt ook een moelijke evenwichtsoefening tussen de verwachting van elk individu op een fair pensioen en het vermijden van te grote scheeftrekkingen in de solidariteit tussen de generaties.

De ISSA- experts waarschuwen ook tegen het idee dat immigratie een belangrijke bijdrage kan leveren om de demografische onevenwichten in het Westen op te vangen. Naarmate de vergrijzing ook in de rest van de wereld voelbaar wordt, zal dat steeds minder een valabele optie blijken.

Chauvinisme groeit bij pensioenfondsen

Een derde van de Europese pensioenfondsen wil het gewicht van buitenlandse aandelen in de portefeuilles afbouwen. Dat blijkt uit een rondvraag van consultant Mercer bij een duizendtal fondsen.
'Pensioenfondsen diversifiëren over meerdere regio's om het risico te verlagen', zegt Jelle Koolstra van Mercer. 'De jongste tijd kost het echter veel moeite om met valutarisico's om te gaan'. De pensioenfondsen investeren ook steeds meer in 'ongebruikelijke' activa, zoals hefboomfondsen, private equity, grondstoffen, infrastructuur en bosbouw, ten koste van aandelen.

woensdag 10 maart 2010

Pensioen Chili biedt stabiliteit

Het Chileense systeem is gebaseerd op individuele spaarrekeningen. Dat is op zich niks nieuws. Het aardige van het Chileense systeem is echter dat de werknemer niet voor lange tijd vast zit aan een bepaalde verzekeraar of pensioenfonds. De enige verplichting is om het pensioengeld onder te brengen bij een zelf gekozen pensioenbank. Momenteel kan iedere Chileense werknemer zelf kiezen tussen zes verschillende pensioenbanken. Die doen allemaal hun uiterste best om zo’n hoog mogelijk rendement te behalen. Dat moet ook wel, want als de beleggingsresultaten tegenvallen, kan zo worden overgestapt naar een concurrerende pensioenbank. Vier keer per jaar ontvangt elke werknemer van zijn pensioenbank een rekeningoverzicht met het laatste saldo, inclusief een verantwoording van de gemaakte kosten.

Tegen de tijd dat de werknemer met pensioen wil, gebruikt hij het saldo dat hij bij zijn pensioenbank heeft gespaard om een lijfrente aan te kopen bij een verzekeraar. Het spreekt voor zich dat de verzekeraar wordt gekozen die de hoogste uitkering geeft voor het opgebouwde saldo. Ook hier is dus weer sprake van vrijemarktwerking.

De resultaten van het Chileense systeem zijn opmerkelijk te noemen. In nog geen 30 jaar is een pensioenvermogen opgebouwd van $ 112 mrd, zo’n 85% van het bbp. Het rendement van het systeem sinds zijn introductie in 1981 bedraagt gemiddeld 9% per jaar, beduidend meer dan de verwachte 4% rentabiliteit waar wij nu mee werken.

En de risico’s dan? Die hebben de pensioenbanken collectief ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij. Hiermee richten de financiële instellingen zich uitsluitend op hun kernactiviteit: de (pensioen)banken beheren de pensioenspaarrekeningen, de verzekeraars dekken de risico’s af.
De marktwerking en de eenvoud van het Chileense systeem zorgen voor lage kosten en stabiliteit. Deze aanpak zou op termijn wel eens bestendiger kunnen zijn tegen toekomstige aardschokken dan het uitstorten van een lawine van wet- en regelgeving over de pensioenbranche.

donderdag 24 december 2009

Wereldwijd onderzoek naar beschikbare-premieregelingen (DC-regelingen)

Jarenlang hebben werknemers het aan hun werkgevers en de overheid overgelaten om zorg te dragen voor financiële zekerheid na hun pensionering. Weinigen zullen in staat zijn de verantwoordelijkheid op zich te nemen. Sommige overheden, waaronder de Nederlandse, hebben de sociale-zekerheidsuitkeringen verlaagd en/of de pensioenleeftijd verhoogd, of zijn van plan dit te doen. Als twee van de drie poten onder de ‘pensioendriepoot’ tegelijkertijd gekort worden (steun van de kant van de overheid en steun van de kant van de werkgevers), kan de derde poot (werknemersspaargelden) niet anders dan instabiel zijn.

Dat is een belangrijke conclusie uit het medio 2009 gehouden wereldwijde onderzoek van Mercer naar beschikbare-premieregelingen.

Dit onderzoek omspande 33 landen en is gehouden onder werkgevers met een beschikbare-pensioenpremieregeling (DC-regeling). De onderzochte regelingen vertegenwoordigen een vermogen van meer dan $440 miljard.

Waar pensioenregelingen in Nederland veelal een verplichtend karakter hebben, is het goed te weten dat dit in andere landen vaak niet zo is. Zo zijn er veel regelingen waarbij de werkgever heeft toegezegd alleen dàn een bijdrage in de regeling te zullen doen als de werknemer een minimaal percentage van zijn loon in de beschikbare-premieregeling stort; iets wat bekend staat als ‘contribution matching’. Een dergelijke systematiek past bij het karakter van DC-regelingen, waarbij deelnemers een zekere mate van eigen verantwoordelijkheid dragen.


Hieronder vindt u een uiteenzetting van dit onderzoek, met bijbehorende conclusies.

Paternalistische houding werkgever bij DC-regelingen achterhaald
Wereldwijd hebben werkgevers en sponsors van beschikbare-pensioenpremieregelingen (DC’s) hun paternalistische houding achter zich gelaten en beschouwen hun rol nu als faciliterend richting werknemers die voor hun pensioen sparen. Ook hier komt de eigen verantwoordelijkheid van de deelnemer in beeld.

Investeringsopties
Meer dan 72% van de werkgevers/sponsors bieden deelnemers de mogelijkheid te investeren in 15 fondsen of minder. De meest voorkomende investeringsmogelijkheden zijn gebalanceerde fondsen (aangeboden door 61% van de respondenten), lifecycle fondsen (57%) en vastrentende (overheids)obligatiefondsen (51%). Interessant is dat slechts één derde van de respondenten van plan is zijn investeringsopties of –structuur binnen de komende twee jaar te veranderen. Van hen die van plan zijn te veranderen is de verandering die het vaakst wordt verwacht een stijging van het aantal aangeboden opties. Dit wordt gevolgd door introductie van lifecycle fondsen of fondsen met een vaste einddatum.

Premies voor de regeling
Tweederde van de respondenten eist een minimum werknemerspremie om in aanmerking te komen voor een werkgeversbijdrage. Bij de onderzochte werkgevers/sponsors varieerden de werkgeversbijdragen van 1% tot ruim 10%, waarbij de meest voorkomende bijdragen op 3% en 4% van het salaris lagen (resp. 21% en 18%). Wereldwijd het meest toegepast is een werkgeversbijdrage in de vorm van een vast percentage van de loonsom.

De toekomst van DC-regelingen
De meerderheid van de bedrijven die meegewerkt hebben aan het onderzoek zien hun rol als “faciliterend” bij het verschaffen van pensioenzekerheid, en hebben hun salarisdiensttijdregeling veelal gesloten voor nieuwe werknemers. Steeds vaker zien we dat salarisdiensttijdregelingen ook gesloten worden voor verdere opbouw, en dat ook de bestaande werknemers voor hun toekomstige pensioenopbouw gebruik moeten gaan maken van een DC-regeling. Om voorgaande redenen stijgt het aantal deelnemers in DC-regelingen en de assets van die groepen langzaam (maar stelselmatig).


Ondersteuning van uw deelnemers is daarom van groot belang, evenals een slimme opbouw van deelnemersgerelateerde elementen van uw DC-regeling. Juist in instabiele tijden vormt heldere communicatie een belangrijke aanvulling op uw pensioenregeling.

Over het onderzoek
Het onderzoek werd in juni 2009 via internet uitgevoerd en leverde meer dan 1.500 ontvangen reacties op. Het vertegenwoordigt ruim 6 miljoen deelnemers aan meestal vrijwillige pensioenregelingen (75%).

Rapporten

vrijdag 18 december 2009

Een index om pensioensystemen te vergelijken…

Wereldwijd worden pensioensystemen op zeer uiteenlopende wijzen georganiseerd. Verplicht of vrijblijvend, publiek en/of privaat, persoonlijk en/of collectief, vaste uitkeringen en/of vaste bijdragen, etc. Niet gemakkelijk om internationale vergelijkingen te maken. In dit rapport stelt het Melbourne Centre for Financial Studies de Melbourne Mercer Global Pension index voor die pensioensystemen vergelijkt van 11 landen over heel de wereld. Belangrijke begrippen als houdbaarheid en integriteit komen ruimschoots aan bod in deze index. Zeer nuttig om buitenlandse good of zelfs best practices op te snorren.
Melbourne Mercer Global Pension Index 20091217
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :