vrijdag 28 november 2008

When I´m 64

Tenzij u een van de jonge lezers van deze column bent, denk ik dat bovenstaande titel u bekend voorkomt. Waarschijnlijk kunt u nog altijd de melodie mee-neuriën en zijn er hier en daar een paar woorden die u zich kunt herinneren. Toen u dit liedje voor het eerst hoorde maakte u zich wellicht ook zorgen over de toekomst, maar de toekomst toen was de eerstkomende zaterdag. En u maakte zich zorgen of de jongen waarop u verliefd was wel of niet op het feest zou komen, of dat u eindelijk dat meisje om verkering zou durven vragen. Grote zorgen voor de nabije toekomst. Gedachten over wat er zou gebeuren als u 60+ werd waren er, ondanks de waarschuwingen van The Beatles, helemaal niet. Het was gewoon een leuk liedje.

Inmiddels zijn er heel veel 60-plussers en deze groep van de bevolking bezit ongeveer 75% van het totale particuliere vermogen. Velen van hen hebben een deel van het vermogen belegd op de beurs met de verwachting dat dit appeltje voor de dorst zal groeien. Tien jaar geleden leek het ook goed te gaan, maar sinds het begin van dit millennium is het een stuk minder gegaan. De daling van de AEX-index van bijna 60% tot nu toe dit jaar heeft ook behoorlijk op het vermogen ingehakt. Ook obligaties hebben het de laatste tijd bijzonder slecht gedaan. Zelfs uw spaargeld is een bron van angst en onzekerheid geweest. Een grote sok of uw matras leek de enige zekere plek voor uw geld.

Gelukkig heeft u nog het pensioen en de AOW die u toekomen, maar niet iedereen is zo gelukkig. In de VS is het gebruikelijk om het pensioen in eigen beheer op te bouwen door te beleggen in beleggingsfondsen. Met het instorten van de markt en de huizenprijzen aldaar, is een heel groot deel van het pensioengeld verdampt. In feite betekent dit dat de gepensioneerde Amerikaan straks veel minder te besteden heeft dan verwacht, of dat hij moet langer blijven werken en zijn pensioen uitstellen. Zo kan het vergrijzingsprobleem daar in een klap worden opgelost.

De oude dag voorziening is hier anders geregeld en uw pensioengeld is redelijk zeker. Maar wat moet u nu doen met uw appeltje. Een belangrijk aspect daarbij is uw risicoprofiel. Dit werd voor velen al een tijd geleden vastgelegd, toen de zon nog over de beurs scheen. Inmiddels zijn de wolken boven uw hoofd donker geworden, en vraagt u zich af of het profiel niet defensiever moet. Met andere woorden, uw sentiment is flink omgeslagen van hebzucht naar angst. Niet zo verwonderlijk gezien de gang van zaken van de afgelopen tijd.

Uw lange termijn horizon van toen is ook korter geworden. Het is tijd om van het appeltje de eerste hap te nemen. En natuurlijk is het minder aangenaam als u ziet dat het appeltje niet groter is geworden zoals u zich een aantal jaar geleden had voorgesteld. Maar ik denk niet dat dit het moment is om de handdoek in de ring te gooien. Wanneer alles kommer en kwel is, en dat is het nu, is zelden het goede tijdstip om zich gewonnen te geven.

Toen u nog jong was en u de tekst van The Beatles helemaal uit uw hoofd kende, was de angst voor een slechte beursperiode stukken minder. De lange termijn – kopen en vasthouden - was toen een belangrijk argument in uw beleggingsprofiel. Maar vandaag, nu de leeftijd van 64 jaar met rasse schreden nadert, is de korte termijn horizon van veel groter belang. Zo heeft het korte termijn sentiment een veel grotere invloed op de beleggingsbeslissingen dan de lange termijn strategische factoren. In vaktermen heet dit dat de tactische, korte termijn, samenstelling van de portefeuille van groter belang is dan de strategische, lange termijn, factoren.

De effectenmarkten wereldwijd zijn op dit moment bezig om een bodem (steun?) te vinden. Verondersteld dat beurzen, banken en bedrijven over een paar jaar nog bestaan - daar ga ik wel vanuit - zal de wereld er een stuk zonniger uitzien en denk ik dat de beurs ook aardig is hersteld. Wie had gedacht dat het inspelen op bewegingen in de markt, tactische overwegingen en dynamiek in de portefeuille op de agenda zou staan “when I’m 64”. Maar zo is het wel.

Bernt Hofstad is directeur van First Capital Asset Managers B.V. dat vermogens voor particulieren, stichtingen en goede doelen beheert. Deze column verschijnt wekelijks in kranten in Nederland en Spanje. Hofstad houdt regelmatig lezingen om over het Beurssentiment - Risico Management Hij heeft belangen in zowel niet beursgenoteerde als beursgenoteerde ondernemingen. De in deze column gesuggereerde adviezen kunnen niet voor iedere belegger van toepassing zijn. Opvolging van de gegeven adviezen dient in samenspraak met een deskundige adviseur te gebeuren. Meer informatie over het Beurssentiment en Risico Management bij vermogensbeheer vindt op www.firstcapital.nl of stuur uw vraag naar bernt@firstcapital.nl.

open VLD : “Niet raken aan fiscale aftrek pensioensparen”

Open Vld oneens met minister van Pensioenen Arena

In een gesprek met de krant De Standaard vandaag laat minister van Pensioenen, Marie Arena, verstaan dat ze eraan denkt te raken aan de fiscale voordelen voor de zogenaamde derde pensioenpijler, zeg maar het individueel pensioensparen. Voor Open Vld is het ondenkbaar de fiscale voordelen voor wie aan pensioensparen doet, af te bouwen. Open Vld-voorzitter Bart Somers: “Door zich negatief uit te laten over het individuele pensioensparen, verraadt de minister vooral dat ze een zeer conservatieve visie heeft op de toekomst van onze pensioenen. Om onze pensioenen in de toekomst betaalbaar te houden, gaan we mensen juist moeten stimuleren om zelf ook wat opzij te zetten tijden hun actieve loopbaan en niet enkel te rekenen op het wettelijke pensioen. Pensioensparen zal dus extra moeten worden aangemoedigd, in plaats van ontmoedigd.”

“Niet raken aan fiscale aftrek pensioensparen”

Open Vld oneens met minister van Pensioenen Arena
In een gesprek met de krant De Standaard vandaag laat minister van Pensioenen, Marie Arena, verstaan dat ze eraan denkt te raken aan de fiscale voordelen voor de zogenaamde derde pensioenpijler, zeg maar het individueel pensioensparen. Voor Open Vld is het ondenkbaar de fiscale voordelen voor wie aan pensioensparen doet, af te bouwen. Open Vld-voorzitter Bart Somers: “Door zich negatief uit te laten over het individuele pensioensparen, verraadt de minister vooral dat ze een zeer conservatieve visie heeft op de toekomst van onze pensioenen. Om onze pensioenen in de toekomst betaalbaar te houden, gaan we mensen juist moeten stimuleren om zelf ook wat opzij te zetten tijden hun actieve loopbaan en niet enkel te rekenen op het wettelijke pensioen. Pensioensparen zal dus extra moeten worden aangemoedigd, in plaats van ontmoedigd.”

Klok niet terugdraaien
De vorige regering heeft de fiscale vrijstelling voor pensioensparen stelselmatig opgetrokken. Momenteel wordt pensioensparen voor een bedrag van 810 euro fiscaal vrijgesteld. In 2005 was dit nog maar 620 euro. Het resultaat is dat in 2007 73% van de bevolking mee deed aan de door de fiscus aangemoedigde vorm van pensioensparen. In 2006 was dit nog 68%. “Open Vld wil op de ingeslagen weg verder gaan. Dat betekent een versterking van de fiscale vrijstelling en zeker niet de klok terugdraaien,” aldus Bart Somers.

Debat over alle pensioenpijlers, niet enkel de eerste
Open Vld hoopt ook dat de minister het belangrijke pensioendebat met een meer open kijk zal voeren. “Het is juist dat er een grondig debat moet komen over de toekomst van onze pensioenen. Maar dat debat mag niet beperkt blijven tot een debat over het wettelijke pensioen. Open Vld verzet zich tegen deze enge en conservatieve denkwijze. Willen we de mensen in de toekomst een hoogwaardig pensioen garanderen, zullen we ook moeten nadenken over de versterking van de tweede en derde pijler: het aanvullend pensioen via de werkgever en het individuele pensioensparen.”

donderdag 27 november 2008

Arena bespaart desnoods op pensioensparen

Het veiligstellen van het wettelijk pensioen gaat voor, zegt minister van Pensioenen Arena (PS).

Vandaag komt de 'task force' voor de pensioenen voor de eerste keer bij elkaar. Doel is de agenda en werkwijze vast te leggen voor de Nationale Conferentie voor de Pensioenen, die in januari volgend jaar van start gaat en een heel jaar zal duren.

'We zitten op een scharniermoment dat ons verplicht na te denken over onze pensioenen op lange termijn', zegt minister van Pensioenen Marie Arena (PS). 'Vanaf 2015 voelen we de gevolgen van de babyboom, en die slepen zeker aan tot 2045, 2050.' Voor de minister is de inzet van de pensioenconferentie glashelder: de vrijwaring van het wettelijk pensioen, de eerste pijler.

Desnoods moeten de fiscale voordelen van de aanvullende pensioenen daarvoor wijken. 'Zolang we de twee systemen kunnen financieren, heb ik geen problemen met de bijkomende pensioenen en de fiscale voordelen die eraan verbonden zijn', zegt de minister.

'Maar als het wettelijk pensioen voor allen in financieringsproblemen komt, moeten we de prioriteit vastleggen. Voor mij is die duidelijk: we moeten het wettelijk pensioen tot elke prijs vrijwaren.'

Arena beseft dat ze met dat standpunt de liberale coalitiepartners de gordijnen in jaagt, maar blijft toch bij haar mening. 'Ik verwacht zeker niet onmiddellijk eensgezindheid. Maar enkele maanden geleden waren alle liberalen vol vertrouwen in de bankwereld. Vandaag is dat veel minder. Dat biedt ons de gelegenheid om het wettelijk pensioen met meer kans op succes te verdedigen.'

De Pensioenconferentie moet ook op zoek naar een meer structurele financiering van het Zilverfonds, vindt Arena. Het Zilverfonds kan vandaag alleen bij een begrotingsoverschot op geld rekenen. In 2008 en 2009 zal dat dus niet zo zijn.

De huidige financiering van het Zilverfonds is in tijden van economische crisis 'te moeilijk', oordeelt Arena.

Plan uw pensioen

Iedereen is er zich stilaan van bewust dat we maar beter zelf zorgen voor een aanvulling op ons legale pensioen. Maar welk bedrag spaart u het best bijeen tegen dat u de pensioenleeftijd bereikt? En hoe moet u met dat kapitaal omgaan wanneer u met pensioen gaat?

Volgens een recente enquête van consumentenorganisatie Test-Aankoop vreest vier op de tien Belgen dat hun wettelijk pensioen niet voldoende zal zijn. Dat onderzoek dateert dan nog van voor de financiële crisis. Vandaag lopen allicht nog meer mensen met die vrees rond.

Even opmerkelijk is de onwetendheid die hierover bestaat: bijna zestig procent van de ondervraagden bleek zelfs bij benadering niet te weten wat zijn wettelijk pensioen zal bedragen, zelfs bij de 55- tot 64-jarigen heeft dertig procent daar geen flauw idee van.

Dat kunt u gemakkelijk vermijden, zelfs als u nog aan het begin van uw carrière staat, door een raming te maken op www.kenuwpensioen.be, de pensioensimulator van de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP). Nog meer nuttige info over uw pensioen kunt u vinden op de site van de RVP (www.rvponp.fgov.be).

Voor wie zich voorneemt voor een extraatje te zorgen bovenop het wettelijk pensioen (bijna 86 procent van de Belgen), vraagt zich af over welk bedrag dat moet gaan. Om elke maand 800 tot 1000 euro extra te hebben bovenop uw legale pensioen, moet u op de pensioenleeftijd beschikken over een bedrag tussen 250.000 en 350.000 euro, dat u dan verstandig kunt beleggen. We zetten de interessantste financiële producten voor u op een rijtje:

- Heel wat verzekeringsmaatschappijen bieden vandaag 'renteplannen' aan. Het bedrag van die maandelijkse rente wordt beïnvloed door de stijging of de daling van verschillende parameters gedurende de looptijd van het contract. Ook of het kapitaal op de afloopdatum al dan niet gewaarborgd is, speelt een rol. Kijk goed rond en vraag meerdere aanbieders voorstellen te doen, want de verschillen tussen de instellingen kunnen groot zijn.

- Spaarrekeningen en termijnrekeningen bieden een gewaarborgd rendement. Beide geven een interessante interest op spaargeld en bij een spaarrekening kan het geld bovendien eenvoudig worden afgehaald als u het onverwacht nodig zou hebben. Behalve een roerende voorheffing van 15 procent, waarvan geld op een spaarrekening gedeeltelijk vrijgesteld is, wordt er op geen enkele manier iets van uw rendement afgehouden.

- Ook een interessante belegging zijn staatsobligaties of obligaties van betrouwbare bedrijven . Die houden immers weinig risico in en bieden een hoger rendement dan een spaarrekening. Houd bij uw berekeningen wel rekening met het makelaars- en bewaarloon en met de roerende voorheffing van 15 procent.

- Vermogensbeheer : als uw kapitaal 250.000 euro of meer bedraagt, zullen de meeste banken u 'private banking-diensten' aanbieden die aangepast zijn aan uw noden. Daarbij wordt bovendien rekening gehouden met de daling van uw kapitaal door de inflatie.

woensdag 26 november 2008

Pessimisten gaan later met pensioen

Terwijl de levensverwachting is gestegen is de pensioenleeftijd gedaald in de meeste rijke landen. Dit vergroot de druk op de pensioenfondsen. Onderzoek van DNB wijst uit dat subjectieve levensverwachtingen van invloed zijn op de leeftijd waarop individuen met pensioen willen gaan.

Pessimisten
Individuen houden bij de timing van hun pensionering rekening met de stijgende levensverwachting. Hoe mensen gestemd zijn over hun eigen toekomst is daarbij belangrijk. De grootste pessimisten, die zeer somber zijn over hun levensverwachting, zijn het minst geneigd om met pensioen te gaan. Individuen die minder somber zijn over hun toekomst, gaan wat vroeger met pensioen. Althans, tot een bepaalde grens. De grootste optimisten gaan namelijk ook weer pas op latere leeftijd met pensioen.

Lager opgeleiden
Het effect van levensverwachtingen op de leeftijd van pensionering staat los van de welstand, zo blijkt uit het onderzoek. Opmerkelijk is dat lager opgeleiden hun keuze voor pensionering beter afstemmen op hun levensverwachtingen dan de hoger opgeleiden. Subjectieve levensverwachtingen zullen er zeker voor mannen toe leiden dat de pensioenleeftijd zal toenemen. Dit zal in de toekomst de financiële druk op pensioenfondsen verlichten.

Onderzoek van DNB
Het onderzoek is gedaan door Federica Teppa (De Nederlandsche Bank & Netspar), in samenwerking met Owen O’Donnell (University of Macedonia, Greece) en Eddy van Doorslaer (Erasmus Universiteit & Netspar). De resultaten van het onderzoek zijn beschreven in het DNB Working Paper nr. 188 'Can subjective survival expectations explain retirement behavior?'

Studie

'Jongeren kiezen best voor pensioenspaarfondsen'

De Belgische pensioenspaarfondsen stripten in het derde kwartaal nog eens 5,4 procent van hun waarde. Dat blijkt uit cijfers van de Belgische Vereniging van Vermogensbeheerders Beama. Daartegenover presteren de pensioenspaarverzekeringen een stuk beter met een gegarandeerd jaarrendement van 2 à 3 procent. De vraag is of zij ook op lange termijn het beste rendement bieden.

In de zogenaamde derde pensioenpijler kan elke Belg individueel een aanvullend pensioen opbouwen. Hij kan kiezen voor pensioensparen via een fonds of via een verzekering. In beide gevallen levert dat een onmiddellijke belastingvermindering van 30 tot 40 procent op, afhankelijk van het inkomen. Dat fiscaal voordeel trekt heel wat spaarders over de streep.

DVV, de verzekeraar die sinds 2001 onderdeel is van Dexia, maakt tegenwoordig reclame voor zijn pensioenspaarverzekering met een bijzonder radiospotje. Een klein jongetje vraagt: 'Waarom heeft de ene opa veel centjes en de andere niet?' De vader antwoordt: 'Ah, de ene opa stak zijn centjes in een pensioenspaarfonds en dat bracht weinig op. De andere opa was veel slimmer. Hij begon met een pensioenspaarverzekering toen hij nog jong was. Dat bedrag werd veilig belegd en groeide elk jaar aan.'

domme opa

In de radiospot wordt niet vermeld wanneer de 'domme' opa met pensioensparen begon. Als de spaarder zich pas vorig jaar een pensioenspaarfonds aanschafte, dan houdt hij na alle beursellende in 2008 inderdaad weinig centjes over. Zelfs de 'defensieve' pensioenspaarfondsen, die meer beleggen in obligaties en minder in aandelen om de volatiliteit van de portefeuille te verminderen, verloren sinds Nieuwjaar tussen 14 en 26 procent van hun waarde. Als de opa in het verhaal echter aan het begin van zijn professionele carrière begon te sparen, houdt hij heel wat meer over aan zijn investeringen.

Het historisch jaarlijkse rendement van het dynamische pensioenspaarfonds van Dexia, opgericht in 1989, daalde door de recente beursmalaise van 7,97 procent tot 6,51 procent eind september. Bij het dynamische Pricos Pension Fund van KBC stond de teller eind oktober nog op 6,74 procent jaarlijks rendement, bij Fortis Pension Fund Balanced op 6,73 procent sinds de creatie in 1987. Het ING-Star Fund heeft volgens de technische fiche een gemiddeld gecumuleerd rendement van 7,1 procent sinds de oprichting in 1987.

'Het ogenblik waarop een klant beslist aan pensioensparen te doen is allesbepalend', verklaart Guy Vanroten, pensioenspecialist van Dexia. 'Aan een vijftiger raad ik eerder een pensioenspaarverzekering aan, voor jonge mensen is een fonds meestal de beste optie omdat het op lange termijn meer opbrengt.' Ook Fortis Bank geeft voor spaarders jonger dan 40 steeds de voorkeur aan pensioenspaarfondsen. 'De klant kan uiteraard ook al op jonge leeftijd opteren voor de veiligheid van een pensioenspaarverzekering, boven het hoger potentieel rendement van een pensioenspaarfonds.'

instapmoment

ING België trekt resoluut de kaart van de pensioenspaarfondsen. 'Wat de toekomst brengt dat weet niemand met zekerheid. Maar in het verleden bracht een pensioenspaarfonds, op een termijn van minstens 10 jaar, steeds meer op dan een pensioenspaarverzekering', zegt Ilse De Muyer, de woordvoerster van ING België.

Het gegarandeerde jaarlijkse rendement van de pensioenverzekering van ING bijvoorbeeld (ING Life Plan) schommelde de voorbije vijf jaar naar gelang het instapmoment tussen 2,5 en 3,75 procent. Inclusief de winstdeelname levert dat een globaal rendement op van 3,75 tot 4,25 procent. Over dezelfde periode bracht het Star Fund pensioenfonds 4,6 procent per jaar op.

ING, KBC, Fortis en Dexia beloven vandaag rendementen tussen 2,5 en 3 procent op stortingen in het kader van pensioenverzekeringen. De winstdeelname is niet gegarandeerd en afhankelijk van de resultaten van de bank-verzekeraars. De klanten konden in het verleden meestal op flinke winstdeelnames rekenen. Maar de bedrijfsresultaten waren wellicht nooit zo slecht als in 2008.

Op 60-jarige leeftijd betaalt de spaarder een eenmalige belasting op de stortingen, ongeacht de leeftijd waarop hij het bedrag opneemt. De belastingdienst maakt een onderscheid tussen pensioenspaarfondsen, waarvoor een fictief rendement van 4,75 procent wordt gerekend, en pensioenspaarverzekeringen, waar de belasting op het gegarandeerde rendement wordt berekend. De winstdeelname is bovendien vrijgesteld van belasting.

maandag 24 november 2008

Jaren na 62 tellen driedubbel voor pensioen

Doorwerken na 62 rendeert. De drie laatste jaren van je loopbaan, tellen gemakkelijk driedubbel voor uw pensioenbedrag.

De 30.000 werknemers en zelfstandigen die tegen eind dit jaar het recht op een pensioenbonus verworven zullen hebben, merken het allemaal: voor elk jaar dat ze doorwerken na hun tweeënzestigste, krijgen ze iets meer dan 50 euro per maand extra pensioen. Voor wie tot zijn vijfenzestigste werkt, is dat iets meer dan 150 euro (165 ongeveer). Per jaar is dat 1.800 euro, na indexatie wellicht al meer dan de 1.900 euro.

Voor twee groepen kan de pensioenbonus nóg hoger oplopen.

Voor wie op het eind van het jaar geboren is, kan hij oplopen tot ruim 200 euro per maand (2.500 euro per jaar). De kleine lettertjes van de regelgeving leren immers dat de start voor de berekening altijd 1 januari is van het jaar waarin men 62 wordt. Wie in december jarig is, heeft op zijn 65ste dan bijna vier jaar langer gewerkt.

Wie vroeg aan zijn loopbaan is begonnen - op 14- of 16-jarige leeftijd bijvoorbeeld - doet ook voordeel: voor wie vóór 62 al 44 jaar gewerkt heeft, begint de pensioenbonus te lopen vanaf dat 44ste jaar.

Die pensioenbonus komt bovenop de normale (kleine) verhoging van het pensioenbedrag die voortvloeit uit een jaar langer werken. In de praktijk komt dat erop neer dat elk gewerkt jaar na 62 jaar voortaan zo goed als driedubbel telt voor het pensioen.

Wie maar een gemiddeld pensioen heeft - dat bedraagt maar 1.000 euro per maand in dit land - kan zijn pensioenbedrag met een vijfde tot een kwart verhogen door drie jaar langer te werken.

De federale minister van Pensioenen, Marie Arena (PS), kondigde gisteren nog aan dat ze een detail in de berekeningsregeling van de pensioenbonus wijzigt. Die is normaal gebaseerd op het inkomen van het voorlaatste jaar dat men werkt. Nu kan dat ook op het laatste jaar slaan.

Een andere wijziging die veel ingrijpender zou zijn, kondigde de minister nog niet aan. Wie 65 is geworden, kan zijn pensioenrechten niet meer verhogen, ook al betaalt men dan nog voluit sociale bijdragen.

Aanvullend pensioen voor derde van alle contractuele ambtenaren

Het loonakkoord dat vrijdag bereikt werd voor de Vlaamse lokale besturen doorbreekt een al jaren durende patstelling. Meer dan een derde van alle contractuele ambtenaren in dit land krijgt in één klap uitzicht op een aanvullend pensioen. Pogingen om dit dossier op het federale niveau te deblokkeren leverden tot nu toe niets op. De Vlaamse overheden willen nu niet langer wachten op zo’n federaal akkoord.

Ongeveer 250.000 ambtenaren in dit land zijn contractueel. Ze doen hetzelfde werk als de statutaire ambtenaren naast hen, maar wel met een werknemerscontract. Dat zorgt voor twee grote discriminaties. Ze kunnen niet rekenen op een vaste benoeming. En ze moeten het later stellen met een pensioen dat gemiddeld amper de helft bedraagt van dat van hun vast benoemde collega’s.

Hun aantal is de jongste jaren alleen maar gegroeid. Nogal wat gemeenten werven zelfs alleen nog maar contractuelen aan. Op die manier ontsnappen ze aan de zware bijdragen voor statutairen. Volgens de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Marino Keulen (Open VLD), zijn 60 procent van alle personeelsleden van de Vlaamse gemeenten, OCMW’s en provincies nu contractueel. Bij de hogere overheden ligt dat percentage wel lager.

Sectorplannen

In de private sector kunnen werknemers hun wettelijk pensioen steeds vaker aanvullen met een aanvullend pensioen. In 2003 kon iets meer dan de helft van hen aanspraak maken op zo’n tweede pijler. Vorig jaar was die dekkingsgraad al opgelopen tot ongeveer 60 procent. Die toename is vooral te danken aan de doorbraak van de sectorplannen voor arbeiders.

Maar de contractuele ambtenaren vielen ook hier uit de boot. Tijdens de laatste paarse regering trachtte de toenmalige minister van Pensioenen, Bruno Tobback (sp.a), wel een wettelijk kader uit te tekenen voor zo’n tweede pijler voor contractuelen. Vooral door het verzet van de socialistische ambtenarenbond ACOD en de PS draaide die poging op een sisser uit. Tobback is nu opgevolgd door de PS’ster Marie Arena. Die belooft dat het onderwerp aan bod zal komen tijdens een pensioenconferentie die begin volgend jaar van start zou gaan. Maar velen twijfelen eraan of die tweede pijler hoog op haar prioriteitenlijstje staat.

Ambitieus

Aan Vlaamse kant wil men niet langer wachten. Keulen sprak vrijdag met de Vlaamse gemeenten, OCMW’s en provincies en met de christelijke ambtenarenbond af dat er in 2010 gestart wordt met de uitbouw van een tweede pijler voor hun contractuelen. Volgens de cijfers van de minister zijn die met zowat 90.000. Meer dan een derde van alle contractuelen van dit land zou dus van het systeem gebruik kunnen maken. Keulen is ambitieus. ‘Op termijn’ wil hij de pensioenkloof tussen de twee ambtenarengroepen compleet dichten.

Het nieuwe stelsel moet wel in overleg met de sociale partners verder uitgewerkt worden. Dat kan nog voor problemen zorgen. Want de socialistische en liberale ambtenarenbonden verwerpen het akkoord. Dat verzet lijkt wel meer te maken te hebben met de lange loopduur ervan dan met een principiële afkeer van zo’n tweede pijler. Daarnaast maakt men zich ook best niet teveel illusies over de financiële draagkracht van de meeste gemeenten. Als men het systeem echt van de grond wil krijgen zal in een eerste fase toch enige ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid nodig zijn.

Vlaamse Regering een sectoraal akkoord afgesloten voor de ca. 150.000 personeelsleden van steden, gemeenten, OCMW’s en provincies.

Minister van Binnenlands Bestuur Marino KEULEN heeft namens de Vlaamse Regering een sectoraal akkoord afgesloten voor de ca. 150.000 personeelsleden van steden, gemeenten, OCMW’s en provincies. Dit akkoord kwam tot stand na maandenlange onderhandelingen met de organisaties van werkgevers (VVSG en VVP) en de representatieve vakorganisaties (ACV-OD, VSOA en ACOD). Uiteindelijk werd een akkoord bereikt met de werkgevers en het ACV-OD.

Het sectoraal akkoord bestrijkt een periode van zes jaar ipv de gebruikelijke tweejaarlijkse akkoorden. Minister Keulen: “Dit geeft de lokale besturen meer zekerheid over de uitgaven die zij zullen moeten doen de komende jaren. Zeker in het licht van de moeilijke financiële situatie van vele gemeenten. Verder is het interessant dat dit akkoord loopt tot het begin van de volgende gemeentelijke legislatuur. Zo weten gemeenten exact tot de volgende legislatuur welke bijkomende uitgaven zij moeten doen voor het personeel.”

De belangrijkste blikvangers van het akkoord zijn:

Voor 2008:

1. eindejaarstoelage met 250 euro voor niveau C, D en E

Voor 2009:

1. eindejaarstoelage met 250 euro voor niveau B en A
2. verhoging salaris OCMW secretaris en gemeentesecretaris met 3,5%
3. invoering bijkomende salarisschaal voor ploegbazen
4. mobiliteit inzake personeel tussen gemeenten en OCMW structureel mogelijk maken

Voor 2010 tot en met 2013:

1. tweede pensioenpijler voor contractuelen
2. elk jaar verhoging eindejaarstoelage met 100 euro voor alle niveaus

Minister Keulen: “Ik ben van mening dat het een zeer uitgebalanceerd akkoord is. Er zitten maatregelen in voor het ganse personeel, naast ook specifieke maatregelen voor de topambtenaren en de ploegbazen.

Eén van de belangrijkste engagementen betreft de opstart van de tweede pensioenpijler voor contractuelen. Immers, 60% van het personeel van de lokale besturen zijn contractuelen. Ongeacht het feit dat zij hetzelfde werk leveren als hun statutaire collega’s, is hun pensioen gemiddeld de helft lager dan dat van de statutairen. We willen dan ook in samenwerking met de sociale partners, een stelsel opzetten dat komaf maakt met deze onrechtvaardigheid, die meer dan de helft van de personeelsleden van de lokale besturen treft. Hierbij staat de doelstelling voorop om op termijn de kloof tussen het pensioen voor contractuele personeelsleden en het ambtenarenpensioen te dichten.”

zondag 23 november 2008

Philip Neyt wint Oscar van Europese pensioenfondssector

Vorig jaar was Neyt al genomineerd voor de bijzondere IPE European Pension Fund Award, maar hij greep er nipt naast. Het toonaangevende magazine voor institutionele beleggers IPE reikt elk jaar awards uit aan de beste Europese pensioenfondsen en de meest verdienstelijke mensen in de sector. Dit jaar mocht de BVPI-voorzitter in Barcelona zijn prijs toch in ontvangst nemen in het gezelschap van bijna 700 pensioenfondsbeheerders uit 32 landen. IPE looft hem om zijn inspanningen om het Belgische wetgevend kader aantrekkelijker te maken voor pan-Europese pensioenfondsen.

'De IPE Awards zijn de Oscars voor pensioenfondsen', legt Neyt uit. 'Ik had nooit gedacht dat een klein pensioenfondsland als België genoeg stemmen zou ronselen. Ik geloofde niet in mijn kansen, tot ik op de uitreiking aan alle tafels rondom mij mijn naam hoorde fluisteren. Blijkbaar maakte het Belgische fiscale kader voor grensoverschrijdende pensioenfondsen voldoende indruk. Ik schrok ook hoe bekend het Belgische voorbeeld in het buitenland is.'

België heeft belangrijke dubbelbelastingverdragen met talrijke landen, waaronder zelfs ook de VS. Ons land heeft ook een eenvormig juridisch kader waarin ook de werknemers medezeggenschap kunnen hebben. IPE looft België omdat de fiscale wetgeving verder gaat dan 'een simpele toepassing van Europese regels'.

De toekomst van de pensioenfondssector ligt volgens Neyt, de architect van het fiscaal kader, bij globalisering en outsourcing. En België moet als centrum voor pan-Europese pensioenfondsen zijn graantje meepikken. 'De reputatie van België in de financiële sector is lang zo slecht niet', vervolgt Neyt, 'maar wij moeten ons meer toespitsen op niches zoals pensioenfondsen. De bedoeling van het gunstige regime is multinationals overhalen hun pensioenfonds in België te vestigen. Daarvoor is een consequent fiscaal klimaat erg belangrijk.'

APPRECIATIE

'Als er iets positief is aan de kredietcrisis, dan is het wel dat de consolidatie en centralisatie van pensioenfondsen in een stroomversnelling komt. De gedelegeerd bestuurders en financieel directeurs zijn zich steeds meer bewust van het belang van een efficiënte structuur voor de bedrijfspensioenfondsen. Dat is een proces dat tijd in beslag neemt, maar iedereen apprecieert wat we in België doen.'

Neyts hoofdbezigheden liggen bij Belgacom, waar hij het hoofd is van Public Affairs en de vicevoorzitter van Mergers & Acquisitions. 'Ik merkte op de jongste telecomconferentie dat ook analisten steeds meer belang hechten aan de pensioenverplichtingen van bedrijven. De pensioenlasten wegen bij sommige ondernemingen echt op de resultaten.'

De vergrijzing en de pensioenlasten zijn thema's die Neyt al boeien sinds zijn studententijd. Hij was medeoprichter van het instituut voor persoonlijke financiële planning aan de Antwerpse universiteit Ufsia in 1989. Bij Belgacom beheerde hij het pensioenfonds van 1995 tot Belgacom de pensioenen overhevelde naar de Belgische staat in 2002. Sinds 2005 legt Neyt zich toe op zijn passie als voorzitter van de vereniging van Belgische pensioenfondsen.

woensdag 19 november 2008

Hype 130/30-aandelenfondsen is alweer voorbij

SG Asset Management liquideert een aandelenfonds terwijl het pas in december 2007 op de markt werd gebracht. 'De 130/30-fondsen hebben in Europa nooit veel succes gekend', stelt Kristof Agache, hoofd fondsenonderzoek bij Deutsche Bank. 'De meeste fondsen zijn pas vorig jaar gelanceerd, net voor de verslechtering van het beursklimaat in een stroomversnelling kwam. De 130/30-strategie werd er het slachtoffer van. Ook het aantal inschrijvingen voor gewone aandelenfondsen verminderde het afgelopen jaar.'

In het najaar van 2007 werd het ene na het andere 130/30-fonds opgericht. Voor elke 100 euro die beleggers investeren in dergelijke fondsen, verkopen de beheerders voor 30 euro geleende en overgewaardeerde aandelen (in de hoop ze later goedkoper terug te kopen). De fondsbeheerder krijgt daardoor 130 euro cash in de hand om aandelen te kopen waarin hij wel gelooft. 'Met een 130/30-fonds neem je geen hefboom op de markt, maar wel op het talent van de fondsbeheerder.' Zo klonk het bij de lancering van het 130/30-fonds in Europa door JPMorgan.

STEKKER

Ook vermogensbeheerder Petercam trok de stekker uit zijn 130/30-fonds. 'Er was weinig interesse voor dit soort fondsen vanuit institutionele hoek', verklaart Guy Lerminiaux van Petercam. 'Ik sluit niet uit dat het concept bij beleggers kan aanslaan, maar dat zal zeker niet de eerste maanden gebeuren. Het tegenpartijrisico is fors toegenomen in de loop van 2008. Dat bleek uit de kettingreactie na de val van Lehman Brothers, een belangrijke tegenpartij van shortsellers. Bovendien liet een aantal pensioenfondsen weten liever niet meer short te gaan.'

De fondsen blijven ondanks de shortposities voor het grootste deel afhankelijk van de prestaties van individuele aandelen in portefeuille. De beursmalaise maakte het managers erg moeilijk een positief rendement neer zetten. Agache: 'Sommige promotoren hebben 130/30-fondsen verkeerdelijk gepositioneerd als fondsen die een positief rendement nastreven ongeacht de beursevolutie. Terwijl ze eigenlijk niet meer bieden dan een hefboom op de toegevoegde waarde in de aandelenselectie.'

Sociale pensioenplannen: wet moet uitgeklaard

Op vraag van het Directiecomité van de CBFA d.d. 19 december 2006, heeft de Commissie voor Aanvullende Pensioenen de ontwerpnota van de CBFA inzake Sociale Pensioenstelsels aan een analyse onderworpen. Deze nota beoogt een antwoord te bieden op verschillende vragen die zijn gerezen in verband met de toepassing van de wetgeving inzake sociale pensioenstelsels en het beheer van solidariteitstoezeggingen.

Tijdens haar onderzoek heeft de Commissie vastgesteld dat de voorwaarden en de criteria beschreven in art. 10,§1 4° en art. 11,§1 4° van de WAP (kostenbeperking en
integrale winstverdeling) die gelden om als sociaal plan te worden aanzien, niet werkbaar zijn. De notie “winst” en “kosten” kunnen immers niet éénduidig ingevuld worden.

Opdat de sociale plannen zouden kunnen functioneren, is het nodig om te zorgen voor rechtszekerheid. Deze rechtszekerheid dient bekomen te worden met respect voor de bestaande prudentiële reglementering waaraan pensioeninstellingen onderworpen zijn en die de opgebouwde rechten van de aangeslotene bij de pensioeninstelling vrijwaart.

De Commissie acht het bijgevolg aangewezen om de wet op deze punten te herzien teneinde de gewenste rechtszekerheid en éénduidigheid, waarbij rekening kan gehouden worden met het type pensioenplan of pensioeninstelling, te bekomen op het vlak van de invulling van de voorwaarden om als sociaal plan te worden erkend.

Advies nr 27

Commissie Aanvullende Pensioenen formuleert advies over financieringsniveau en rendementsgarantie

Op vraag van het Directiecomité van de CBFA d.d. 24 december 2007, heeft de
Commissie voor Aanvullende Pensioenen het ontwerp van circulaire WAP-7 inzake het
actuele financieringsniveau van de verworven reserves en de waarborg aan een analyse
onderworpen.

Deze circulaire beoogt een nadere invulling te geven aan artikel 26, §1, 5° van de WAP,op grond waarvan de jaarlijkse pensioenfiche een vermelding dient te bevatten van het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en van de waarborg bedoeld in artikel 24. Dit vloeit voort uit de omzetting van de Europese wetgeving.
De Commissie wenst volgende opmerkingen op het ontwerp van circulaire WAP-7 inzake
het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en de waarborg te
formuleren:

􀀐 de Commissie vindt het belangrijk om goed te communiceren naar de aangeslotenen en kan dus de verplichting van de wetgever om de aangeslotenen nog beter te informeren alleen maar appreciëren;
􀀐 de Commissie vindt evenwel dat dit met de grootste voorzichtigheid dient te gebeuren, want een verkeerde, onvolledige, niet-relevante of complexe communicatie riskeert het vertrouwen van de aangeslotenen in de tweede pijler te ondermijnen;
􀀐 volgens de interpretatie die de CBFA in zijn circulaire geeft aan het actuele financieringsniveau, viseert deze eigenlijk de dekkingsgraad en niet het feit of de werkgever al dan niet zijn premies heeft betaald, wat op zich ook een pertinente en geruststellende informatie naar de aangeslotenen zou zijn;
􀀐 het percentage van de financieringsgraad, zoals gedefinieerd in de circulaire, is zeer volatiel en dient vergezeld te zijn van de nodige uitleg naar de aangeslotenen, immers:
o een tijdelijke dip in de beurs zal de aangeslotenen verontrusten, terwijl de verplichtingen van de inrichter lange termijn verplichtingen zijn en hij nog ruim de tijd heeft om van deze baisse te bekomen;
o de pensioenfiches worden altijd met een vertraging uitgegeven, waardoor het percentage dat op de pensioenfiches is geafficheerd eventueel niet meer relevant is wanneer de aangeslotene zijn pensioenfiche ontvangt;


Advies NR 28

22.000 pensioenbonussen

22.000 mensen hebben al een pensioenbonus verworven. Zij krijgen 50 tot 150 euro extra pensioen per maand omdat ze na hun 62ste doorwerkten. Dat is een regeling uit het Generatiepact.

Tussen januari 2007 en juni 2008 hebben 22.117 werknemers en zelfstandigen dat recht verkregen. Dat meldt de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP). In december zijn het er zo'n 30.000. De RVP weet niet of ze spontaan langer werkten of door de bonus.

De vuistregel luidt dat de pensioenbonus 50 euro per maand bedraagt voor wie voltijds tot z'n 63ste werkt, 100 euro voor wie tot z'n 64ste werkt en 150 euro per maand voor wie tot z'n 65 ste werkt.

www.rvponp.fgov.be

Generatiepact is voor meeste 50-plussers vaag begrip

Een dag in de week thuisblijven met een aanvullende uitkering van de overheid, dat perspectief trekt heel wat 50-plussers aan. Maar afgezien van die formules van tijdskrediet en de pensioenbonus, zijn de formules om ouderen langer aan het werk te houden weinig bekend.

Mannen en vrouwen boven de 50 worden er sinds einde 2005 op allerlei manieren toe aangezet langer beroepsactief te blijven. De overheid werkte daartoe een reeks maatregelen uit die gebundeld werden in het Generatiepact. Op die manier hoopt ze de gevolgen van de snelle vergrijzing op te vangen en de pensioenen en sociale lasten betaalbaar te houden.

Minder dan een derde van de Belgische 50-plussers is nog actief op de arbeidsmarkt. Het is al heel wat beter dan enkele jaren geleden, toen nauwelijks een kwart nog professioneel aan de slag was. Maar dat is nog ver verwijderd van het Europees gemiddelde dat boven de 40 % ligt, om maar te zwijgen van de activiteitsgraad van 50 % die op de Europese top van Lissabon als doelstelling vooropgesteld werd tegen 2010, binnen nauwelijks twee jaar dus.

Plus Magazine vroeg zich af hoe goed de financiële stimulansen van het Generatiepact eigenlijk bekend zijn, drie jaar nadat het pact gelanceerd werd. Ruim 2.000 Belgen werden in oktober online bevraagd. Bijna 97 % van hen was 45 jaar of ouder.

De resultaten zijn niet echt bemoedigend en zetten minister van Werk Joëlle Milquet (CDH) er alvast toe aan 600.000 euro uit te trekken voor een 'ruime' sensibiliseringscampagne die drie jaar zal lopen. De eerste fase ervan zal tijdens het eerste kwartaal van volgend jaar plaatsvinden.

Meer dan 82 % van de ondervraagden kent de formule waarbij je vier-vijfde kan werken en een aanvullende uitkering krijgt voor de dag dat je thuis blijft. Dat je ook halftijds kan werken met een ruimere aanvullende uitkering, weten dik 62 % van de actieve 50-plussers. De pensioenbonus is nog net bij de helft van de werkende 50-plussers bekend. Minister Milquet stelt in Plus Magazine overigens een verhoging van die bonus in het vooruitzicht, 'binnen de budgettaire mogelijkheden'.

Gratis outplacement, halftijds brugpensioen, de tewerkstellingscel voor 45-plussers en gratis loopbaanbegeleiding zijn bij een kwart tot een derde van de doelgroep bekend. Van de werkhervattingstoeslag heeft nog één op acht ondervraagden weet. Seniorvakantie en aanpassing van de werkomgeving door het Ervaringsfonds halen geen 10 %.

Meer in het algemeen maakt ruim 23 % van de actieve 50-plussers nu al gebruik van één van de formules die voorzien zijn in het Generatiepact. Met net geen 29 %, doen vrouwen het hier bijna dubbel zo goed als mannen, die stranden op minder dan 17 %.

Mannen en vrouwen hebben opvallend veel belangstelling om vier-vijfde te gaan werken (tabel). Voor vrouwen is ook halftijds werken een aantrekkelijke formule, maar bij mannen heeft maar één op de vier belangstelling. Langer werken en de pensioenbonus opstrijken lokt dan weer 40 % van de mannen, en slechts ruim een kwart van de vrouwen.

Als vrouwen langer willen werken is dat vooral vanwege de sociale contacten. Bij de mannen spelen die ook, maar even belangrijk is het plezier dat ze aan hun werk beleven en de financiële noodzaak.

Plezier in het werk scoort bij vrouwenveel lager. Hoofdredactrice Anne Vanderdonckt van Plus Magazine wijt dat aan het feit dat de betrokken vrouwen nog van een generatie zijn die vrede moest nemen met de jobs waar mannen geen zin in hadden.

dinsdag 18 november 2008

Generatiepact doet mensen nog niet werken tot 65ste

Drie jaar na de invoering van het Generatiepact blijven er nog te weinig mensen werken tot hun 65ste. En werken nà de pensioenleeftijd ziet al bijna niemand zitten. Dat stelt Plus Magazine vast uit zijn eindeloopbaan-enquête. De resultaten daarvan zijn voorgesteld bij de opening van de Zenith-beurs op de Heizel.

Klik HIER

'Hefboomfondsen zijn zondebok van kredietcrisis'

'Minstens 30 procent van de hefboomfondsen verdwijnt als gevolg van de kredietcrisis', zegt Stan Beckers van Barclays Global Advisors, gastprofessor aan de KULeuven. 'Onterecht kregen ze de schuld voor de crisis, maar ze stonden zelf regelmatig aan de verliezende kant van een deal.' Het financiële toezicht ging zwaar in de fout toen het de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers bankroet liet gaan.

Stan Beckers pendelt tussen Leuven en Londen. Hij is algemeen directeur bij Barclays Global Investors in Londen. Maar op vrijdag doceert hij beleggingsleer en 'Security Pricing' aan de KULeuven. Hij is een van de weinige academici met praktijkervaring. 'GIMV-voorzitter Herman Daems is de enige andere collega aan de faculteit Economische Wetenschappen die mij te binnen schiet.'

Merkt u een verschil tussen studenten in België en die in het buitenland?

Stan Beckers: 'Ik heb les gegeven in de VS, het VK, Nederland en België. Studenten in het buitenland hebben doorgaans meer 'hands on' ervaring: ze zijn bereid de financiële kennis in de praktijk om te zetten. In België worden mijn lessen meer als theoretische cursus beschouwd. Ik heb acht jaar in Amsterdam lesgegeven en kan meteen 10 tot 15 ex-studenten opnoemen die een prominente positie bekleden bij een pensioenfonds, de overheid, de toezichthouder of een vermogensbeheerder. In België zijn dat er misschien twee in totaal.'

Is dat enkel te wijten aan het onderwijs?

Beckers: 'In Nederland zijn de mogelijkheden om aan de slag te gaan veel uitgebreider. Er is meer ervaring aanwezig, en ook meer kapitaal vanuit institutionele hoek. In België kan men slechts op een handvol plaatsen terecht: Fortis, KBC, Dexia, Petercam, Degroof,... In Nederland is er een ruimere pool van grote vermogensbeheerders, zoals Robeco, en pensioenfondsen met wereldallure, zoals ABP en PGGM. Het enige grote Belgische pensioenfonds, dat van Belgacom, werd enkele jaren geleden genationaliseerd.'

Is het dankzij het institutionele kapitaal dat hefboomfondsen meer floreren in Nederland?

Beckers: 'Historisch gezien is er een lange traditie van financiële innovatie in Nederland. De Europese optiebeurs in Amsterdam was de eerste in haar soort op het continent. Nederlanders durven misschien meer, terwijl Belgen van nature conservatiever zijn.'

Zal de crisis de hefboomfondssector veranderen?

Beckers: 'Minstens een derde van de hefboomfondsen verdwijnt. Enkel de sterksten overleven. De vraag dient gesteld of de beheersvergoeding die zij vragen wel te verantwoorden is. Ik verwacht dat klanten druk zullen uitoefenen om die vergoeding te verlagen. De zogenaamde 'gate', het afsluiten van hefboomfondsen zodat klanten hun kapitaal niet kunnen terugeisen, wordt de doodskus voor vele fondsen. Fondsen die ervan gebruikmaken, zullen wellicht de deuren sluiten. Ik verwacht dat overblijvende hefboomfondsen ook niet langer de liquiditeit zullen verstrekken die ze tot nu toe boden. Ze zullen klanten verzoeken geld voor 3 à 4 jaar vast te zetten, in plaats van elke maand de mogelijkheid laten uit te stappen.'

Is de kritiek terecht dat hefboomfondsen de financiële crisis verergerd hebben?

Beckers: 'Dat valt moeilijk te bewijzen. Ik denk dat het verbod op shortselling weinig zoden aan de dijk heeft gezet. Er werden zondebokken gezocht en dat werden shortsellers en hefboomfondsen. Bij de Volkswagen-affaire stonden hefboomfondsen aan de verliezende kant. Hefboomfondsen verloren massa's geld op hun shortposities, omdat Porsche niet moest bekendmaken dat het zijn positie aan het vergroten was. Met meer regelgeving was dit vermeden. In het VK had een Porsche-Volkswagensoap niet kunnen plaatsvinden.'

'Op dezelfde manier werden credit default swaps (CDS) ten onrechte met de vinger gewezen. Op de CDS-markten stonden alle knipperlichten al 18 maanden op rood. Ze gaven aan dat de kredietwaardigheid van bedrijven wankelde, terwijl de aandelenmarkten nog van niets gebaarden.'

Wat vindt u van het crisisbeleid van de centrale banken?

Beckers: 'De enige grote fout die de autoriteiten maakten, was dat ze Lehman Brothers bankroet lieten gaan. De zakenbank nam een centrale positie in en de val van Lehman schokte het vertrouwen in het financieel systeem. De financiële crisis is eerst en vooral een vertrouwenscrisis en het faillissement heeft een ongelooflijke kettingreactie teweeggebracht.'

'Er was enkel iets meer flexibiliteit nodig van de Amerikaanse autoriteiten. Barclays wilde Lehman overnemen, maar had enkele dagen nodig om zijn aandeelhouders te raadplegen. Voor de gezondheid van het financieel systeem was Lehman beter niet bankroet gegaan, maar als werknemer van Barclays ben ik tevreden. Barclays is goed gevaren. Achteraf heeft het de beste onderdelen van Lehman voor een appel en een ei gekocht.'

Wie heeft er schuld aan de crisis?

Beckers: 'Aan de basis ligt de collectieve blindheid voor het basisprincipe dat je niet iets uit niets kan maken. Het is irrationeel dat het herverpakken van financiële producten waarde zou creëren. Het herverpakte product was zoveel keer meer waard dan de aparte bouwblokjes. Waarom geloofde men in dat idee? De hebzucht heeft mensen zover gedreven. Bankiers evolueerden van betrouwbare adviseurs naar winkeliers. Ze moesten de 'smaak van de week' aanprijzen in plaats van advies op maat te bieden. Een groot aantal van die producten, zoals de fondsen met kapitaalgarantie, bevatten hoge verborgen vergoedingen voor de banken. Die gestructureerde producten ontstonden niet vanuit de noden van klanten. Het is een bron van inkomsten voor de verschaffer van de bescherming.'

maandag 17 november 2008

Belg blijft gezond tot zijn 68ste

Een Belgische vrouw en een Belgische man mogen op hun 50ste nog zeker 18 gezonde jaren verwachten. Een vrouw in ons land wordt gemiddeld 83,39 jaar, een man 78,67. Dat schrijft The Lancet.

Topper in Europa wat gezonde jaren na 50 betreft, is Denemarken. Gemiddeld leeft een man in de EU tot 67,3 jaar zonder belangrijke gezondheidsproblemen, een vrouw tot 68,1 jaar.

Hoe groter het bruto binnenlands product en hoe hoger de uitgaven aan ouderenzorg van een land, hoe meer gezonde jaren iemand van 50 nog kan verwachten. In de studie kwam ook naar voren dat voor mannen werkloosheid en levenslang leren invloed heeft op het aantal gezonde jaren na 50. Wie lange tijd werkloos is, mag op zijn 50ste minder gezonde jaren verwachten, wie levenslang leert, mag meer gezonde jaren verwachten.

L² trekt aan de alarmbel voor de vergrijzing

In 2011 gaan de eerste babyboomers op pensioen. Vanaf dan begint de vergrijzing pas echt zwaar door te wegen, en dat op de schouders van de jongere generatie. L², de jongerenorganisatie van VlaamsProgressieven, kan als verdediger van de toekomstige generatie(s) niet aanvaarden dat de huidige regering-Leterme niets onderneemt. De organisatie trekt daarom aan de alarmbel en lanceert de actie "SOS 2011".

De jonge links-liberalen kunnen hun verontwaardiging niet langer onderdrukken: talloze rapporten wijzen er op dat het de foute kant op gaat met het Belgische sociaal-economische (non-)beleid. Daarenboven gaat vanaf 2011 de babyboomgeneratie massaal met pensioen. De legislatuur 2007-2011 is de laatste om de nodige maatregelen te nemen om op langere termijn de betaalbaarheid van de sociale zekerheid te verzekeren. Toch wordt er niets significants ondernomen door Leterme en Co. Er is nood aan een nieuw evenwicht, waarbij sociale bescherming en economische groei hand in hand kunnen blijven gaan.
L² lanceert daarom de actie "SOS 2011" - naar het jaar waarin de eerste babyboomers officieel op pensioen gaan - met daaraan gekoppeld de website www.sos2011.be. Op deze site zullen niet enkel alle rapporten en krantenartikels verschijnen over de slechte sociaal-economische toestand van het land, er zullen ook vele voorstellen gedaan worden om de vergrijzingsproblematiek, die door ons als een uitdaging wordt gezien, op te lossen.
L²-voorzitter Neal Raes: "L² wil constructieve voorstellen doen, wars van belangen van welke zuil, vakbond of drukkingsgroep dan ook. We willen wel aan de alarmbel trekken. We verdedigen hier niet het eigen belang, maar dat van de toekomstige generaties. Het zou immers niet rechtvaardig zijn om hen met een torenhoge staatsschuld op te zadelen, om maar te zwijgen van een uit zijn voegen barstende welvaartsstaat."
Volgens L² kan een nieuw evenwicht bereikt worden via een begrotingspolitiek van overschotten. De huidige mondiale economische crisis is weliswaar een verzachtende omstandigheid, maar zeker geen alibi om de begroting donkerrood te laten kleuren. Leterme blijft halsstarrig vasthouden aan positieve groeivoorspellingen die al maanden achterhaald zijn. De vraag of dat goed bestuur is, gaan we hier niet beantwoorden. L² wil immers niet aan afbraakpolitiek doen.
Naast een strakke begrotingspolitiek, wil L² ook dat er snel werk wordt gemaakt van een flexibelere arbeidsmarkt en van een systeem waarin langer werken mogelijk is en zelfs aangemoedigd wordt. We willen geleidelijk de wettelijke pensioenleeftijd opkrikken tot 67 jaar. Een hogere pensioenleeftijd gaat naar onze mening uiteraard gepaard met een flexibele arbeidsmarkt, een arbeidsmarkt waarin niet jobzekerheid maar werkzekerheid het doel is, en waarin men bepaalde periodes meer of minder kan werken dan normaal.
Neal Raes roept de regering en de sociale partners op om te handelen, voor het te laat is: "De overeenkomst met de Titanic is stuitend: Leterme en co zien de ijsberg naderen en slaan het stuur niet om. Het orkest blijft spelen alsof er niets aan de hand is. L² hoopt alsnog dat er iemand de rol van verantwoordelijke kapitein opneemt en snel van koers verandert, vooraleer we allen te pletter storten".

Pensioensparen: wat u moet weten

Wat moet u in deze woelige financiële tijden denken van het pensioensparen als extraatje boven op het wettelijke pensioen? Zijn alle formules even goed? Over welke waarborg beschikt de spaarder? Moet u het anders aanpakken volgens uw leeftijd? Wat is het belastingvoordeel?

zondag 16 november 2008

Pensioenfondsen dalen 15 procent

De Belgische pensioenfondsen boekten in de eerste drie kwartalen een verlies van 15,5 procent. Dat zegt de pensioenconsultant Mercer.

het verlies is te wijten aan de waardevermindering van aandelen (-27%) en vastgoed (-20%). Cash en obligaties boekten een klein positief rendement. De pensioenfondsen behielden min of meer hun beleggingsstrategie.

Het gewicht van aandelen in de beleggingsportefeuille zakte vooral door de enorme koersdalingen van 46,1 tot 50,6 procent.

zaterdag 15 november 2008

Alle arbeiders diamantsector krijgen aanvullend pensioen


Alle 1.300 arbeiders uit de Belgische diamantsector krijgen een aanvullend pensioenplan. Dat zijn het Paritair Comité 324 voor de diamantnijverheid en ­handel en Axa Belgium overeengekomen. De diamantsector heeft hiervoor een sectoraal pensioenplan afgesloten.

"Alle arbeiders zullen vanaf de eerste dag, 1 januari 2008, en op dezelfde wijze kunnen genieten van dit plan", zegt John Colpaert die het Intern Compensatiefonds voor de diamantsector beheert. Dat fonds zal de betaling van de bijdragen verzekeren. Opting-outs zijn niet toegestaan.

Product van wereldklasse
De afgesproken pensioenbijdrage voor de diamantsector is 2 procent van het brutoloon. "Met dit plan belonen we de trouw van alle werknemers die dag in dag uit een product van wereldklasse afleveren", zegt Eduard Denckens, voorzitter van het Intern Compensatiefonds van de sector.

Sinds de nieuwe wetgeving op de aanvullende pensioenen van 2004 maken vooral sectoren waarin veel arbeiders actief zijn, gebruik van de sectorale pensioenplannen. Consultant FinSeve Verzekeringen onderzocht in opdracht van de diamantsector wie de meest geschikte partner was en daarbij kwam Axa Belgium uit de bus. Axa sloot eerder dit jaar al een akkoord voor een aanvullend pensioenplan voor de 60.000 arbeiders uit de schoonmaaksector.

De diamantsector is een relatief kleine sector, maar gelet op de economische meerwaarde, van bijzonder belang voor de Belgische economie. Diamant is één van de belangrijkste Belgische exportproducten. Er zijn ruim 200 werkgevers actief, in hoofdzaak in de regio's Antwerpen en Kempen.

woensdag 12 november 2008

Hoe veilig is uw pensioenspaargeld?

Met de orkaan die de voorbije weken door het bankenlandschapen over de financiële markten raast, rijst de vraag naar de veiligheid van beleggingen. Dat geldt ook voor het pensioensparen, meer bepaald voor de pensioenspaarfondsen waarvan de waarde in het eerste kwartaal met bijna één miljard is gezakt.

Alles hangt af van de formule waarvoor u hebt gekozen. Hebt u een pensioenspaarverzekering, dan hebt u geluk en is uw geld relatief veilig. Pensioenspaarverzekeringen behoren tot het type van de individuele levensverzekering met kapitaalgarantie en een gegarandeerd rendement, dat in de huidige contracten doorgaans 3,25 à 3,50 procent bedraagt. Verzekeraars worden geacht om voldoende reserves aan te leggen, zodat ze aan het eind van het contract aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Daartoe beleggen ze zeer conservatief, en dat onder toezicht van de Commissie voor het Bank, Financie- en Assurantiewezen (CBFA). Die moet er ook over waken dat de verzekeraars beschikken over een solvabiliteitsmarge. Een extra buffer om eventuele schokken op te vangen. Op de totale tegoeden uit levensverzekeringen van ruim 150 miljard euro, bedraagt de solvabiliteitsmarge momenteel 11 miljard euro. De meeste maatschappijen hebben een buffer aangelegd die 1,5 tot 2 keer zo groot is als technisch is vereist. Voorlopig zou dat moeten volstaan.

Tenzij een verzekeraar failliet gaat. 'De klanten zijn dan bevoorrechte schuldeisers', aldus een analist bij Budget Week . Het vermogen uit een verzekeringsproduct is in geval van faillissement volledig afgescheiden van de rest van de maatschappij.

Erger bent u eraan toe, wanneer u het geld van uw pensioensparen geïnvesteerd hebt in een pensioenspaarfonds. Dan moet u op dit moment rekening houden met een zwaar verlies. De pensioenspaarfondsen krijgen, naargelang ze in mindere of meerdere mate in aandelen hebben belegd, even zware klappen als de effecten waarin ze hebben belegd. Op basis van de wet van 17 mei 2004 mogen pensioenspaarfondsen dan al zeer gediversifieerde beleggingsvormen geworden zijn (met maximaal 75 procent beleggingen in aandelen), hun netto inventariswaarde is onderhevig aan koersschommelingen.

En die waren de laatste tijd bijzonder groot. De globale waarde van alle Belgische pensioenspaarfondsen zakte alleen al in het eerste kwartaal van 2008 met 950 miljoen euro, zo blijkt uit de meest recente cijfers van de BEAMA , Belgian Asset Managers Association , de koepel van de fondsbeheerders. Terwijl de veertien Belgische pensioenspaarfondsen op 31 december 2007 nog een nettoactief van 11,74 miljard euro vertegenwoordigden, bedroeg dat op 31 maart 2008 nog slechts 10,83 miljard euro. Als je daarbij weet dat in België 1,2 miljoen pensioenspaarders beleggen in een pensioenspaarfonds, betekent dat voor elke pensioenspaarder een gemiddeld verlies van een kleine 800 euro, alleen al voor het eerste kwartaal. Dat is bijna het hele bedrag dat je voor het inkomstenjaar 2008 fiscaal mag aftrekken (830 euro). En dat zijn nog voorzichtige inschattingen.

Uiteraard zijn pensioenspaarfondsen per definitie spaarproducten op lange termijn en moet je de opbrengsten over meerdere jaren bekijken. Zo blijkt dat het gemiddelde pensioenspaarfonds het voorbije jaar (cijfers 31 augustus 2008) een zwaar verlies boekte van 12,3 procent. 'Daar staat tegenover dat het rendement over de laatste vijf jaar 8,5 procent bedroeg', aldus Erwin Schoeters, voorzitter van de BEAMA. Over tien jaar was de return dan weer slechts 3 procent, als gevolg van de koersdalingen in 2001 en 2003.

Failliet
De boodschap lijkt duidelijk. 'Wie de pensioenleeftijd heeft bereikt en het zich kan veroorloven om in deze barre tijden niet te incasseren, kan zijn geld het best laten staan tot de storm is gaan liggen. Dat kan bij een pensioenspaarfonds. Op die manier kun je het verlies misschien nog gedeeltelijk goedmaken', aldus Schoeters. Maar dan zal het beursklimaat wel snel moeten keren.

Wat als de uitgevende bank failliet gaat, of wanneer twee banken fuseren? 'Als een bank over de kop gaat, worden de effecten uit het fonds afgezonderd van de boedel van de activa van de bank', klinkt het bij Budget Week . Het pensioenfonds kan vervolgens door een andere bank of een andere fondsbeheerder worden overgenomen. Of het kan fuseren met een ander pensioenspaarfonds. Wat Fortis en BNP Paribas van plan zijn, valt nog te bezien.

Ingrid Van Daele

maandag 10 november 2008

DNB geeft pensioenfondsen verlenging termijn indiening herstelplannen

De Nederlandsche Bank (DNB) en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben op 10 november overleg gevoerd met vertegenwoordigers van de pensioensector. Op basis van dit overleg heeft DNB besloten pensioenfondsen uitstel te verlenen ten aanzien van het indienen van herstelplannen tot 1 april 2009. Dit besluit bouwt voort op de oproep van DNB aan pensioenfondsen op 8 oktober j.l. om geen overhaaste beslissingen te nemen.

Nederland kent een robuust pensioenstelsel, gebaseerd op kapitaaldekking. Als gevolg van de kredietcrisis is in de afgelopen maand een verdere verslechtering van de dekkingsgraden van pensioenfondsen opgetreden. Pensioenfondsen dienen in beginsel binnen enkele maanden vast te stellen welke maatregelen nodig zijn om de financiële positie van het pensioenfonds te herstellen. De huidige volatiliteit op financiële markten en de gebrekkige liquiditeit in meerdere relevante deelmarkten maken een goede inschatting van de te nemen maatregelen echter moeilijk. De Pensioenwet biedt voldoende flexibiliteit om recht te doen aan het lange termijn karakter van de pensioenverplichtingen. Tegen deze achtergrond heeft DNB in het kader van artikel 141 van de Pensioenwet besloten pensioenfondsen uitstel te verlenen ten aanzien van de indientermijn voor herstelplannen. Uitgezonderd hiervan zijn fondsen die naar verwachting over onvoldoende herstelvermogen beschikken, dit naar het oordeel van de toezichthouder.

De ontheffing geldt voor zowel korte als lange termijnherstelplannen. Indien de ontheffing wordt verleend, verschuift de indiendatum voor het herstelplan naar 1 april 2009. DNB verwacht van pensioenfondsen die uitstel verkrijgen wel dat deze DNB intussen a tempo op de hoogte houden van relevante ontwikkelingen.

zondag 9 november 2008

'Ideale tijd voor pensioensparen'

De Belgische pensioenspaarfondsen gaven in 2008 een vijfde van hun waarde prijs. Zelfs de meest defensieve fondsen leden onder de slechte beursprestaties. Dankzij het fiscale voordeel blijft de schade voor spaarders echter beperkt. Experts raden af nu het geld op te vragen of over te schakelen op een defensief fonds.

De pensioenspaarfondsen boekten in 2008 liefst 21 procent verlies. Defensieve fondsen, zoals Dexia Pension Fund Defensive (-10%), hielden beter stand dan dynamische, door hun kleinere blootstelling aan aandelen. De 'historisch' lage koersen vandaag vormen een erg aantrekkelijk instapmoment, 'ook als de beurs de bodem nog niet volledig bereikte'. Zo luidt althans de boodschap bij KBC en Dexia. 'Het is zeker aan te raden een storting te doen dit jaar', klinkt het. De beheerder van het Argenta-fonds, Johan Van Geeteruyen (Petercam), spreekt zelfs van een dieptepunt dat wellicht nooit meer voorkomt.

JONGE pensioenspaarders

De sector ziet de toetredingen dit jaar 'allerminst' stilvallen. Ongeveer 40 procent van de nieuwe contracten bij KBC in 2007, en 50 procent bij Dexia, werd afgesloten door jongeren onder 30 jaar. Het fiscale voordeel van 30 tot 40 procent (afhankelijk van de gemiddelde belastingvoet op het inkomen) zit daar voor iets tussen, het groeiende besef dat het wettelijk pensioen door de vergrijzing onder druk komt ook. Achteraf bekeken was de timing vorig jaar niet echt ideaal om een pensioenspaarfonds aan te schaffen. De beurzen zoeken het ene na het andere dieptepunt op. De nieuwe spaarders krijgen meteen in 2008 een fikse minwaarde door te slikken. Via een korting op de personenbelasting krijgen ze wel minimum 30 procent van het gespaarde bedrag. Dat compenseert op een haar na het verlies van spaarders die eind 2007 instapten in het slechtst presterende pensioenspaarfonds (-31,5%).

Het rendement op een jaar tijd is echter van ondergeschikt belang, beklemtonen experts. Pensioenfondsen zijn bij uitstek langetermijnbeleggingen. 'Eind augustus bedroeg de return van een staal pensioenspaarfondsen nog 7,7 procent sinds hun oprichting', meldt de Belgische vereniging van fondsbeheerders Beama. Over de voorbije tien jaar, met een flinke berenmarkt van 2000-2003 en de kredietcrisis achter de kiezen, rendeerden de pensioenspaarfondsen echter heel wat minder goed: de returns schommelen tussen -0,4 en 2,1 procent per jaar.

Er is voorlopig maar weinig onrust bij de klanten. 'Voor oudere spaarders is er geen enkel probleem', zegt Alex Wolfers van KBC. 'Zelfs na een rampzalig beursjaar als 2008 behouden ze een gemiddeld jaarrendement van 7 procent. En bij jongeren zijn de inlagen vrij bescheiden, zodat de verliezen in absolute termen beperkt zijn.'

defensieve fondsen

De banken ontwikkelden de voorbije jaren nieuwe fondsen op maat van spaarders die de pensioenleeftijd naderen. Die 'defensieve' pensioenspaarfondsen beleggen voornamelijk in vastrentende producten (maximaal 75 procent obligaties). Op dit moment is het echter niet aangewezen de overstap van een dynamisch naar een defensief fonds te maken, of om het geld op te vragen. Hoewel spaarders op hun zestigste 10 procent (16 procent voor stortingen voor 1993) belasting moeten betalen op het gespaarde bedrag, zijn ze niet verplicht het bedrag op te nemen.

'Beleggers incasseren bij een geldopvraging de beurscrash, maar profiteren niet meer ten volle van een eventueel beursherstel', klinkt het bij Dexia. 'Als klanten het geld niet meteen nodig hebben, is het opportuun wijzigingen uit te stellen en geduld te oefenen tot de beurzen herstellen. Een gedeeltelijke opname behoort ook tot de opties.' Gelijkaardige reacties hoorden we bij KBC en Fortis.

Beleggers die hun pensioenpotje toch minder beursgevoelig willen maken, hebben twee opties. Ofwel voor nieuwe stortingen overstappen naar een pensioenverzeke- ring (het geld overzetten gaat niet). Ofwel overstappen naar een defensief fonds, bij veel banken kan dat kosteloos

donderdag 6 november 2008

Gemiddeld brutoloon Belgische werknemer bedraagt 2.739 euro

Het gemiddelde bruto maandloon van een Belgische loontrekkende die voltijds werkt, bedroeg in 2006 2.739 euro. Het mediaanloon lag op 2.402 euro. Dat blijkt uit cijfers van de Algemene Directie Statistiek en Economisch Informatie van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie.

Uit de studie van de FOD blijkt dat de best betaalde jobs te vinden zijn in de petrochemische nijverheid. In kapsalons, wasserijen en schoonheidsinstituten worden gemiddeld de laagste lonen uitbetaald.

Bedrijfsleiders verdienen met een brutoloon van gemiddeld 6.774 euro per maand het meest. Gezinshelpers en schoonmakers verdienen met een gemiddeld brutoloon van 1.823 euro het minst.

Een andere vaststelling uit de studie is dat hoe hoger de scholingsgraad van de werknemer, hoe meer hij of zij verdient. Wie enkel een diploma lager secundair onderwijs bezit, verdient ongeveer 17,5 procent minder dan de gemiddelde werknemer. Werknemers die een doctoraat hebben behaald, ontvangen een loon dat 92 procent boven het nationale gemiddelde ligt.

Ook de plaats van tewerkstelling blijkt een impact te hebben op de omvang van het loon. De hoogste gemiddelde lonen worden betaald in Brussel, waar een loontrekkende bijna 14 procent meer verdient dan het nationaal gemiddelde. In de provincies Vlaams- en Waals-Brabant en Antwerpen liggen de lonen hoger dan gemiddeld. De laagste salarissen worden uitbetaald in de provincie Luxemburg, gevolgd door de provincies Henegouwen en West-Vlaanderen.

De cijfers van de studie van de FOD Economie hebben betrekking op ondernemingen met minstens tien werknemers. Bepaalde sectoren, met name de landbouw, de visserij en het openbaar bestuur, werden niet opgenomen in de studie.

Ambtenaren staken voor meer loon

Donderdag 6 november zijn de ambtenaren van de Brusselse ministeries en van de instellingen van Openbaar Nut in staking gegaan. Het gemeenschappelijk vakbondsfront eist een loonsverhoging van 25 euro per maand. Dat verklaart Rudi De Coster, secretaris van het ACV Gewest Brussel Ministerie. Volgens De Coster was er in juni 2008 een loonsverhoging van 25 euro beloofd door de Brusselse regering. Door de financiële crisis zou die belofte teruggeschroefd zijn tot 20 euro. Vrijdag staan de sectorale onderhandelingen op het programma van de Brusselse ministerraad.

Gemiddeld brutoloon Belgische werknemer bedraagt 2.739 euro

Het gemiddelde bruto maandloon van een Belgische loontrekkende die voltijds werkt, bedroeg in 2006 2.739 euro. Het mediaanloon lag op 2.402 euro. Dat blijkt uit cijfers van de Algemene Directie Statistiek en Economisch Informatie van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie.

Uit de studie van de FOD blijkt dat de best betaalde jobs te vinden zijn in de petrochemische nijverheid. In kapsalons, wasserijen en schoonheidsinstituten worden gemiddeld de laagste lonen uitbetaald.

Bedrijfsleiders verdienen met een brutoloon van gemiddeld 6.774 euro per maand het meest. Gezinshelpers en schoonmakers verdienen met een gemiddeld brutoloon van 1.823 euro het minst.

Een andere vaststelling uit de studie is dat hoe hoger de scholingsgraad van de werknemer, hoe meer hij of zij verdient. Wie enkel een diploma lager secundair onderwijs bezit, verdient ongeveer 17,5 procent minder dan de gemiddelde werknemer. Werknemers die een doctoraat hebben behaald, ontvangen een loon dat 92 procent boven het nationale gemiddelde ligt.

Ook de plaats van tewerkstelling blijkt een impact te hebben op de omvang van het loon. De hoogste gemiddelde lonen worden betaald in Brussel, waar een loontrekkende bijna 14 procent meer verdient dan het nationaal gemiddelde. In de provincies Vlaams- en Waals-Brabant en Antwerpen liggen de lonen hoger dan gemiddeld. De laagste salarissen worden uitbetaald in de provincie Luxemburg, gevolgd door de provincies Henegouwen en West-Vlaanderen.

De cijfers van de studie van de FOD Economie hebben betrekking op ondernemingen met minstens tien werknemers. Bepaalde sectoren, met name de landbouw, de visserij en het openbaar bestuur, werden niet opgenomen in de studie.

Ambtenaren staken voor meer loon

Donderdag 6 november zijn de ambtenaren van de Brusselse ministeries en van de instellingen van Openbaar Nut in staking gegaan. Het gemeenschappelijk vakbondsfront eist een loonsverhoging van 25 euro per maand. Dat verklaart Rudi De Coster, secretaris van het ACV Gewest Brussel Ministerie. Volgens De Coster was er in juni 2008 een loonsverhoging van 25 euro beloofd door de Brusselse regering. Door de financiële crisis zou die belofte teruggeschroefd zijn tot 20 euro. Vrijdag staan de sectorale onderhandelingen op het programma van de Brusselse ministerraad.

Het pensioen op 65 jaar voor iedereen - Einde van de overgangsperiode

Nu 1 januari 2009 nadert, is het tijd om een stand van zaken op te maken van een tijdperk dat binnenkort achter ons ligt, dat waarin vrouwen vroeger met pensioen gingen dan mannen!

Pensioenleeftijd: 65 jaar
Iets meer dan 10 jaar geleden werd de wettelijke pensioenleeftijd voor werknemers in België vastgesteld op 65 jaar[1]. Die leeftijd werd toen bij wijze van overgangsmaatregel echter verlaagd tot 61 jaar voor vrouwen en vervolgens geleidelijk aan om de drie jaar met een bijkomend jaar verhoogd. Deze overgangsmaatregel loopt af op 31 december 2008.

Vanaf 1 januari 2009 is de wettelijke pensioenleeftijd voor werknemers dus ook voor vrouwen vastgesteld op 65 jaar. Dat betekent dat het wettelijk pensioen voortaan zowel voor mannen als voor vrouwen ten vroegste ingaat op de 1ste dag van de maand die volgt op hun 65ste verjaardag.

In de praktijk kan een vrouw die uiterlijk op 30 november 2008 64 jaar is haar wettelijk rustpensioen nog dit jaar nemen, met als ingangsdatum 1 december 2008. Voor een pensioen dat op 1 januari 2009 ingaat, is de leeftijd van 65 jaar vereist. De verjaardagsdatum wordt dus een uiterst belangrijk gegeven.

Voor de berekening van het pensioen: een loopbaan van 45 jaar
Het rustpensioen van werknemers wordt berekend over de volledige beroepsloopbaan. Voor mannen is 45 jaar vereist voor een volledige loopbaan. Voor vrouwen loopt de overgangsperiode heel binnenkort af. Vanaf 1 januari 2009 wordt ook hun pensioen over 45 jaar berekend. Om het maximumbedrag van het pensioen te genieten, moeten mannen en vrouwen zowel een loopbaan van 45 jaar achter de rug hebben als voor elk van die jaren een loon hebben ontvangen dat het grensbedrag voor dat jaar bereikte.

Tip: het jaar dat het pensioen ingaat, wordt niet in rekening gebracht voor de berekening van het pensioen. Afhankelijk van de verjaardagsdatum van de gepensioneerde in spe kan het interessant zijn om het pensioen te laten ingaan op de 1ste januari van het jaar volgend op het jaar waarin men de leeftijd van 65 jaar bereikt.

Is het mogelijk om vroeger op pensioen te gaan dan op 65 jaar?
Hoewel 65 jaar de wettelijke pensioenleeftijd is voor werknemers, is het mogelijk om de loopbaan iets vroeger te beëindigen. De werknemer dient dan een ‘vervroegd pensioen’ aan te vragen. Dit is mogelijk als de gepensioneerde in spe aan de volgende voorwaarden voldoet:
- ten minste de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt (zowel voor mannen als voor vrouwen);
- een loopbaan van 35 jaar aantonen die pensioenrechten opent in een Belgisch stelsel (werknemer, zelfstandige en/of openbaar ambt); in het kader van de internationale overeenkomsten kunnen de jaren die rechten openen in een buitenlands stelsel ook in rekening worden gebracht;
- de loopbaanjaren als werknemer moeten ten minste betrekking hebben op een 1/3-tijdse tewerkstelling.

Opmerkingen:

wie een voltijds conventioneel brugpensioen geniet, heeft geen toegang tot het vervroegd pensioen;
de studiejaren die werden geregulariseerd voor de berekening van het pensioen komen niet in aanmerking voor de vaststelling van de loopbaanvoorwaarde;
de berekening van het pensioen wordt niet gewijzigd door het feit dat vervroegd pensioen wordt opgenomen, maar het aantal loopbaanjaren zal lager liggen en het bedrag van het pensioen zal dus lager uitvallen.

Welke stappen moet u ondernemen?
Volgens de wet moet de werknemer die op de wettelijke pensioenleeftijd zijn rustpensioen wenst te nemen, geen enkele stap meer ondernemen. Het rustpensioen wordt immers automatisch geopend en de Rijksdienst voor Pensioenen zorgt voor alles.

Dit houdt echter wel in dat de opstart van het dossier pas gebeurt wanneer de werknemer 65 jaar wordt. Volgens de door ons bij de RVP ingewonnen inlichtingen zal het resultaat hiervan zijn dat het meerdere maanden kan duren alvorens de eerste pensioenbetaling effectief uitgevoerd wordt. De RVP heeft immers tijd nodig om het dossier te analyseren, een beslissing te nemen, deze vervolgens mee te delen en tenslotte de betaling in gang te zetten. Zelfs in de eenvoudige gevallen kan het tot 6 maanden duren alvorens de eerste betaling een feit is.

In de praktijk is het dan ook ten zeerste aan te raden om persoonlijknaar de gemeente of naar de RVP (Zuidertoren, gewestelijk bureau of permanentie) te gaan en dit ten vroegste een jaar voor de aanvang van het rustpensioen. Deze persoonlijke aanvraag een jaar of enkele maanden voor de aanvang van het pensioen zorgt ervoor dat de procedure sneller opgestart wordt en dat er dus tijd gewonnen wordt. Om deze aanvraag te doen, moet de werknemer zijn identiteitskaart meenemen.

Opgelet: het vervroegd pensioen wordt nooit automatisch opgestart. Hiervoor moet de werknemer dus steeds persoonlijk naar de gemeente of de RVP gaan.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :