Posts tonen met het label pensioenbeleid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pensioenbeleid. Alle posts tonen

woensdag 9 januari 2013

Beleidsnota Minister van Pensioenen neergelegd in Kamer

De Minister van Pensioenen heeft in de Kamer van Volksvertegenwoordigers zijn beleidsnota voor het komend jaar neergelegd. Zo'n beleidsnota vormt eigenlijk de actualisatie van de aanpak door de Minister. Vandaar dat het goed is ze even door te nemen.

De nota vangt aan met een algemeen deel over de armoedebestrijding en de financiering van de pensioenen.

Er is ook een deelt over de aanvullende pensioenen, informatie-uitwisseling, ...
Wie nochtans op zoek gaat naar de plannen van de Minister rond de broodnodige kaderwet voor een stelsel van aanvullende pensioenen voor het contractueel overheidspersoneel, komt jammer genoeg van een kale reis terug.

Beleidsnota Minister van Pensioenen neergelegd in Kamer 2013 - 53 k 2586019 by pensiontalk



maandag 20 september 2010

'Europeanen onzeker over erfenis' - weinig Europeanen voldoende geld gereserveerd voor hun pensioen

Slechts 10% van de Europeanen zegt zeker te weten dat zij een omvangrijke erfenis zullen kunnen doorgeven aan hun kinderen. Dit blijkt uit een studie van investeringsmaatschappij Janus Capital waarover de Britse krant The Sunday Telegraph dit weekeinde berichtte.

Van de 6000 ondervraagden zei 42% niet van plan te zijn geld door te geven. De overige 48% zei het niet zeker te weten.

Volgens de onderzoekers toont dit aan dat weinig Europeanen voldoende geld gereserveerd hebben voor hun pensioen. De slecht presterende aandelenmarkten hebben de vermogens ook aangetast. Voor erfgenamen blijft dus weinig over.

donderdag 22 juli 2010

Nederlandse werkgever wil pensioen versoberen

Werkgevers willen het pensioen van hun werknemers graag versoberen. Dat blijkt uit een enquête van PriceWaterhouseCoopers onder 178 werkgevers. De meeste werknemers bij deze bedrijven hebben nu nog een middelloonregeling. Dat pensioen is gebaseerd op het salaris en wordt gegarandeerd door het pensioenfonds. De laatste jaren staan veel fondsen onder druk. De beleggingsresultaten vallen tegen en ook de lage marktrente speelt hen parten. Vanwege de afgegeven garantie moeten de werkgevers steeds meer geld in de pensioenregeling pompen. Aan die bereidheid komt langzamerhand een einde. De werkgevers willen dat werknemers ook een deel van het risico voor hun rekening nemen.

maandag 28 juni 2010

We rommelen de ouderdom in

Dat zei Paul Schnabel (directeur Sociaal Plan Bureau) op 4 juni in Tilburg tijdens zijn presentatie ‘Langzaam op weg naar het einde’. Schnabel, nooit te beroerd voor pittige en creatieve uitspraken, liet in schema’s en illustraties zien hoe pensioen (oudedagsinkomen) zich verhoudt tot de sociaal-culturele ontwikkelingen op het gebied van vergrijzing en ouderdom.

Voor iedereen die daar nieuwsgierig naar is, is de website een aanrader. Daarop ook de andere presentaties die gegeven werden in het kader van het European Pension Debate 2010 (Universiteit van Tilburg in samenwerking met de Kring van Pensioen Specialisten KPS), waar het neusje van de zalm uit pensioenland sprak en aanwezig was.

Website

European Pension Debate 2010 (Universiteit van Tilburg in samenwerking met de Kring van Pensioen Specialist...

donderdag 3 juni 2010

Veeleisende pensioentrekkers kunnen onderneming verstikken

De groeiende groep ouderen kan steeds meer kan aansturen op hoge pensioenuitkeringen, zonder rekening te houden met de gevolgen daarvan voor de onderneming en werknemers. De invloed van sociale partners moet daarom worden beperkt tot de opbouwfase van pensioenen, stelt Lans Bovenberg. De zorg om de hoogte van de pensioenuitkering past beter bij verzekeraars dan bij de sociale partners.

maandag 31 mei 2010

Swapmarkt voor generatierisico’s

Een swapmarkt waarop verschillende generaties hun specifieke pensioenrisico’s uitwisselen, zou kunnen dienen als alternatief voor inflatiegerelateerde obligaties.

Deze suggestie deed onderzoeker Eduard Ponds van de Universiteit van Tilburg kortgeleden tijdens een bijeenkomst van Netspar, het netwerk voor pensioenen, pensionering en vergrijzing.

zondag 30 mei 2010

De Nederlandsche Bank (DNB) dringt aan op hervorming pensioenen

De oplopende levensverwachting, de vergrijzing en de aanhoudend lage kapitaalmarktrente zetten de toekomstbestendigheid van pensioenfondsen steeds verder onder druk.
Om de kans op tegenvallers te verkleinen, moeten pensioenfondsen worden hervormd en de verwachtingen over hun prestaties realistischer worden.

donderdag 27 mei 2010

Europese werknemers stevenen blindelings af op een pensioen in armoede

Zowel Europese overheden als werkgevers geven hun burgers en arbeidskrachten onvoldoende voorlichting over de waarde op lange termijn van hun pensioen. De voorlichting is zelfs zo gebrekkig dat minder dan een kwart van de Europese werkende bevolking zegt geïnteresseerd te zijn in hun pensioen, hoewel dat wel hun oudedagvoorziening is, volgens Aon Consulting, de toonaangevende firma op het gebied van werknemersrisico- en uitkeringsmanagement.

Als onderdeel van de Aon Consulting European Employee Benefits Benchmark is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd onder meer dan 7.500 werknemers uit België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Nederland, Noorwegen, Spanje, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk, 10 van de voornaamste economieën in Europa. Het Benchmarkonderzoek richt zich op de opvattingen van arbeiders in de verschillende Europese landen over onderwerpen als pensionering, werknemersuitkeringen en andere pensioengerelateerde kwesties.

maandag 10 mei 2010

Itinera publiceert rode boekje over pensioenen

In het verlengde van het groen- en het witboek over pensioenen in de schoot van de regering, heeft de onafhankelijke denktank Itinera Institute een eigen rode boekje over de pensioenen gepubliceerd. Centraal daarin staat een systeem van "notionele rekeningen".

"In het huidige systeem hebben de werknemers geen garantie dat hun pensioen uitbetaald zal kunnen worden", zegt Ivan Van De Cloot van Itinera. Volgens de denktank zal, als er niets gebeurt, een op de twee pensioenen tegen 2050 niet meer gefinancierd kunnen worden.Itinera stelt als alternatief een systeem van notionele rekeningen voor. Daarbij bouwt de werknemer tijdens zijn loopbaan een pensioenkapitaal op. Dat wordt bij pensioenleeftijd omgezet in een jaarlijkse uitkering berekend op basis van de effectieve pensioenleeftijd en de verwachte levensduur.

Het systeem ontmoedigt volgens Itinera vroegtijdig pensioen. "Wie vroeger stopt met werken, heeft minder kapitaal opgebouwd en moet dat spreiden over meer resterende levensjaren", aldus Van De Cloot. Volgens hem is het systeem zeer transparant en geeft het een garantie op de rechten die men heeft opgebouwd.

Itinera benadrukt voorts dat er meer en langer gewerkt zal moeten worden. De denktank pleit voor demotie - het tegenovergestelde van promotie - om het kostenverschil tussen jongeren en oudere werknemers te verkleinen, en voor het beëindigen van het verbod op arbeid na de pensionering. Daarnaast is een veralgemening van de tweede pensioenpijler nodig.


Itinera Roodboek over pensioenen mei 2010

Itinera Roodboek pensioenen samenvatting mei 2010

dinsdag 4 mei 2010

Plannen voor pensioenhervorming in Frankrijk krijgen vorm


Officieel is niets beslist, maar de plannen van de Franse president Nicolas Sarkozy voor de pensioenhervorming krijgen gestalte. Zonder aan de hervorming-Fillon te raken, de verlenging van de duur van de pensioenbijdragen met een trimester per jaar, moet de wettelijke pensioenleeftijd tegen 2015 opgetrokken worden tot 61 jaar, en tegen 2030 tot 63 jaar. Zo'n hervorming is, volgens eensluidende bronnen, de piste waar Sarkozy op werkt, bericht de krant Le Monde vandaag.

Weerstand
Als, om politieke redenen, niet zou geraakt worden aan de wettelijke pensioenleeftijd, zou het de bedoeling zijn om van die grens een leeg begrip te maken. Er wordt daarbij onder meer gedacht om de hervorming-Fillon te versterken, en nog meer trimesters pensioenbijdragen te vragen. Een andere piste, om via een aangepast belastingstelsel te ontraden om vanaf 60 jaar op pensioen te gaan, en later vanaf 61 en 62, stuit op weerstand van minister van Werk Eric Woerth. "Het debat is nog niet afgerond", zei een vertrouweling van Sarkozy.

Belangrijkste project
In Parijs en talrijke andere Franse steden kwamen op 1 mei tienduizenden betogers protesteren tegen de plannen. Tot nu waren nog geen concrete voorstellen bekend. Sarkozy heeft de pensioenhervorming het belangrijkste project van de huidige ambtstermijn genoemd. Een wetsontwerp zal begin juli op de ministerraad voorgesteld worden, waarna het in september in het parlement kan bediscussieerd worden

Nederlander onbekend met bedrag dat nodig is voor pensioen

Uit onderzoek van Nationale-Nederlanden blijkt dat 57% van de werkende Nederlanders geen idee heeft hoeveel geld er opzij moet worden gelegd voor later. Onderzoeksbureau Altuïtion onderzocht in opdracht van Nationale-Nederlanden onder werkende en gepensioneerde Nederlanders hoe zij hun pensioen als levensfase verwachten in te vullen, of nu ervaren. De groep werkende respondenten schat in dat zij ongeveer 77% van hun huidige loon nodig heeft om tijdens hun pensioen op dezelfde voet te kunnen leven. Maar meer dan de helft kan niet aangeven hoeveel geld zij concreet beschikbaar moeten hebben.

Opvallend is bovendien dat één op de zes gepensioneerden denkt dat zijn pensioen niet goed is geregeld. Als ze het hadden kunnen overdoen zouden ze ‘langer doorwerken’ of ‘eerder zijn begonnen met geld opzij te leggen’. In tegenstelling tot de huidige generatie gepensioneerden zijn werkende Nederlanders ‘zelf’ verantwoordelijk voor hun pensioen. Nederlanders vinden pensioen ingewikkeld en oninteressant en nemen een passieve houding aan.

Nederlanders realiseren zich steeds meer dat eerder met pensioen gaan vaak niet realistisch is. Niet-gepensioneerden verwachten twee jaar langer door te moeten werken dan dat ze eigenlijk zouden willen. Gepensioneerden zijn gemiddeld op hun 62ste gestopt met werken, werkende Nederlanders verwachten pas op hun 65ste met pensioen te kunnen gaan.

De verwachtingen die men heeft over de invulling van zijn pensioen blijken niet altijd realistisch. Vaak dromen Nederlanders van verre reizen maar wanneer eenmaal het werkende leven erop zit wil men vooral blijven genieten van de kleinkinderen en zelfstandig blijven wonen. In de praktijk, reist men tijdens de pensionering inderdaad wel wat meer dan vroeger maar gepensioneerden besteden ook meer tijd aan vrijwilligerswerk, sport en klussen.

Ook geeft men aan tijdens het pensioen veel meer tijd te besteden aan gezin, kinderen en kleinkinderen. Iedereen vindt ‘gezondheid’ en ‘familie’ de belangrijkste thema’s in hun leven. Niet-gepensioneerden vinden echter ‘financiële zekerheid’ ook een belangrijk thema, terwijl de gepensioneerden ‘zelfstandig (blijven) wonen’ juist belangrijker vinden.

dinsdag 13 april 2010

Jongeren vrezen voor wettelijk pensioen

Zeven op de tien jongeren denken dat hun pensioen ontoereikend zal zijn, blijkt uit een bevraging.

Het groenboek van minister van Pensioenen, Michel Daerden (PS), hebben we al gehad. Net als de pensioenplannen van enkele politieke partijen. Maar wat verwachten de jongeren van hun oude dag? Delta Lloyd Life bevroeg meer dan duizend jongeren tussen 18 en 35 jaar.

LANGER WERKEN

Een meerderheid van de jonge Belgen tussen 18 en 35 jaar (57 procent) geeft aan op zijn 60ste te willen stoppen met werken. Een hoog percentage, want de wettelijke pensioenleeftijd ligt vandaag op 65 en iedereen heeft de mond vol van langer werken. Slechts een kwart van de jongeren geeft aan een volledige loopbaan te willen voltooien. Nauwelijks 3 procent is bereid tot zijn 67 jaar werken.

Dat hoeft niet meteen zorgen te baren. De feitelijke uitstapleeftijd bedraagt vandaag gemiddeld 57 à 58 jaar. Dat de meeste jongeren zeggen gerust tot hun 60ste te willen werken, ligt dus volledig in de lijn van de Daerden-filosofie, die de feitelijke pensioenleeftijd met drie jaar wil optrekken.

2.000 EURO

Om van een zorgeloze oude dag te genieten, denkt een op de drie jongeren een pensioen van 2.000 euro of meer nodig te hebben. Iets meer dan de helft denkt met 1.500 euro rond te komen. Die bedragen liggen een pak hoger dan het werkelijke pensioenbedrag, maar dat beseffen de jongeren ook.

Verontrustend volgens de enquête is dat het vertrouwen van de jongeren in het wettelijk pensioensysteem ongezien laag is. Zeven op de tien jongeren zijn ervan overtuigd dat hun pensioen lager zal zijn dan vandaag of dat de overheid het niet meer zal kunnen betalen. Ze beseffen dat ze zelf voor een potje moeten zorgen.

PENSIOENSPAREN BOVEN

Een op de vier jongeren ziet individueel pensioensparen vandaag als de beste voorbereiding op zijn pensioen. Daarna volgen: geld op een spaarboekje zetten en eigenaar zijn van een woning. Opvallend: de leeftijdsgroep van 36 tot 65 jaar ziet een woning als de beste garantie, dan pensioensparen en als derde een groepsverzekering via het werk.

Dat de jongeren zo'n groepsverzekering een stuk minder belangrijk vinden, toont volgens Delta Lloyd Life aan dat ze de waarde van een aanvullend pensioen via de werkgever, de zogenaamde tweede pijler, nog altijd onderschatten. In tegenstelling tot de oudere generatie vinden jongeren het ook geen vereiste in het loonpakket en verkiezen ze een salarisverhoging boven een pensioenverhoging. SP.A daarentegen wil dat het aanvullend pensioen een recht wordt voor elke werknemer.

GEEN PAUZE

Een belangrijke vraag in het huidige pensioendebat is of ‘loopbaanpauzes' wel moeten worden opgenomen in de pensioenberekening. Een derde van de jongeren vindt dat alleen actieve werkperiodes mogen tellen. Loopbaanonderbreking (22 procent), zelf ingelaste periodes om zich bij te scholen (21 procent) en zelfs uitgebreid ouderschapsverlof (26 procent) komen minder in aanmerking.

De jongeren schurken daarmee een beetje aan bij wat CD&V en Open VLD bepleiten. Zij willen ‘selectiever' zijn. Tijdskrediet om een wereldreis te maken? Telt niet mee. Ouderschapsverlof ? Telt wel mee. Langdurige werkloosheid? Is niet meer zo evident. SP.A wil daar niet van weten.

vrijdag 9 april 2010

CD&V: Waarom Zweden langer werken

Het Scandinavische voorbeeld maakt tegenwoordig bij een aantal partijen opgang als model voor het koningshuis. Jammer dat ze het daartoe beperken want zeker in het pensioendebat zou het zeer inspirerend kunnen werken.

Met een senaatsdelegatie hebben wij vorige maand ter plekke kunnen vaststellen dat Zweden echt beduidend langer werken dan Belgen. Liefst 76% van de mannen en 69% van de vrouwen in de groep 55- tot 65-jarigen is er nog aan de slag.

Dergelijke arbeidsvreugde vinden we niet in België. In dezelfde doelgroep werkt bij ons slechts een schamele 43% van de mannen en 26% van de vrouwen. De verklaring: een gezinsvriendelijke loopbaan zorgt ervoor dat meer mannen én vrouwen aan de slag blijven én het ook langer uithouden op de arbeidsmarkt. Hierdoor zorgen ze voor meer inkomsten voor de sociale zekerheid en de pensioenkassen. En dat maakt dat gezinsvriendelijke maatregelen én de pensioenen betaalbaar blijven en dus een ruim draagvlak hebben bij vakbonden en werkgevers. En is het niet dat waar men ook in België naar op zoek is?

Ademruimte voor ouders…

In Zweden heeft men dan ook gezorgd voor voldoende ademruimte tijdens de loopbaan. Al sinds de jaren ’70 - bij de massale instap van vrouwen op de arbeidsmarkt - werkt men er aan een model dat de combinatie van werk en zorg voor de kinderen mogelijk maakt, zowel voor mannen als voor vrouwen.

Het ouderschapsverlof bedraagt er 480 dagen, te verdelen over beide partners zoals men dat zelf wil. Maar elke partner moet minstens 60 dagen daarvan opnemen voor het kind 8 jaar is. Gedurende 390 dagen behouden mama of papa 80% van het loon. Vaak is dat zelfs 90%, indien afgesproken in de CA0. Het gevolg: Zweedse ouders blijven om beurten thuis tijdens het eerste levensjaar van hun kind.

Sinds 1974 zet de Zweedse overheid bekende sporters met een kind op hun gespierde armen in om vaders te stimuleren om verlof op te nemen. Zou het niet schitterend zijn als hier hetzelfde zou gebeuren? In Zweden heeft het zijn vruchten alleszins afgeworpen. En men wil er nog verder gaan. Daarom werd begin dit jaar een fiscale genderbonus ingevoerd zodat mannen en vrouwen hun ouderschapsverlof gelijker verdelen. En daar stopt het niet bij. Iedere werknemer kan het ouderschapsverlof flexibel opnemen tijdens de werkweek en het aantal werkuren met 25% verminderen en terug vermeerderen tot het kind 8 jaar is. Dit maakt dat een indrukwekkende 81% van de Zweedse vrouwen op de arbeidsmarkt blijft.

Toch één kanttekening: in Zweden heeft men tijdens het eerste levensjaar wel geen andere keuze dan thuis te blijven voor de kinderen, want gesubsidieerde en dus betaalbare kinderopvang voor kinderen onder één jaar is er niet. Daarna zijn er dan publieke kinderopvangvoorzieningen voor iedereen aan maximum 120 euro per maand, afhankelijk van het inkomen van de ouders.

... en voor ouderen

Zweden hebben een flexibel pensioensysteem. Elke Zweed kan tussen zijn 61ste en 67ste op pensioen. Uiteraard zal men op zijn 61ste een kleiner pensioentje ontvangen dan wanneer men tot zijn 67ste werkt. Zweden kunnen ook kiezen om bv. op hun 62ste hun pensioen deeltijds op te nemen en deeltijds te blijven werken. Gemiddeld genomen werkt men in Zweden tot 63 jaar, terwijl dat in België amper 58 is. De belastingverlaging van 22% voor het tewerkstellen van oudere werknemers en het “last in first out principe” verklaren mee waarom Zweden zolang bij hun werkgever blijven. Men is over het algemeen geneigd om deeltijds pensioen op te nemen vanaf 61 met uitkeringen uit de tweede pijler (het aanvullend pensioen) en slechts vanaf 65 het wettelijk pensioen te cashen. En zelfs na die leeftijd kan een Zweed blijven bijverdienen. Daarmee bouwt hij ook nog eens extra pensioenrechten op. Het principe is even eenvoudig als duidelijk: je haalt uit het systeem wat je erin stak. Niet meer, maar ook niet minder.

Gezinspensioenen bestaan in Zweden niet, want men bouwt individueel rechten op. Uiteraard kan de Zweed rekenen op gelijkgestelde periodes voor zorg en het ouderschapsverlof en of men nu werkt of niet, ouders met kinderen bouwen tussen 0 en 4 jaar pensioenrechten op. Dit is een pensioenbonus die ervoor zorgt dat ook vrouwen een redelijk pensioen hebben, zij het nog steeds lager dan hun mannelijke collega's.

En de betaalbaarheid, horen wij u denken. Ook daar hebben de Zweden aan gedacht. De bijdragen gebeuren aan 18,5% van het loon, het pensioenbedrag is gekoppeld aan een inkomensindex en er is een ruime uitbouw van de tweede pijler, nl. het aanvullend pensioen. Dit alles is betaalbaar juist omdat meer mensen werken.

En ook op het gebied van informatie kunnen wij van het Zweeds model leren. Zweden weten op elk moment precies hoeveel pensioen ze hebben opgebouwd. Daarvoor zorgt een grote jaarlijkse oranje enveloppe die elkeen ontvangt van zodra men is afgestudeerd. Voor de impact van loopbaankeuzes op hun loon en hun pensioen kunnen de Zweden al chattend of per SMS terecht bij het ministerie van sociale zekerheid.

Voor ons is het duidelijk: het Zweeds model, met de maatregelen om gezin en werk te combineren, zorgt er niet alleen voor dat meer mensen aan het werk zijn, maar houdt ze ook langer aan de slag. Dit zorgt er niet alleen voor dat de vergrijzing betaalbaar is, maar dat ook het armoedecijfer lager ligt en er meer gelijkheid is tussen mannen en vrouwen (bijna evenveel vrouwen als mannen op de arbeidsmarkt en een kleinere loonkloof). Mensen langer aan het werk houden hoeft niet gepaard te gaan met dwangmaatregelen of een grote hap uit de sociale zekerheid. Het gaat vooral om een totaalconcept, een uitgebalanceerde visie op de levensloop van mensen en een mentaliteitswijziging. Misschien moeten we voor het witboek van de pensioenen de mosterd in Stockholm halen?

Els Van Hoof en Nahima Lanjri
CD&V-senatoren

zondag 28 maart 2010

Opinie : De onbekende gezichten van de vergrijzing

Met het groenboek van Daerden dreigt het debat over de vergrijzing verengd te worden tot het pensioenvraagstuk. Fout, schrijft JOHAN VAN GOMPEL. De 'vergrijzing binnen de vergrijzing' en de markante verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië zijn minstens even urgente zorgen.

Het groenboek van minister Daerden en de partijstandpunten over de pensioenhervorming brengen de vergrijzing weer volop in de aandacht. Op zich is dat een goede zaak. Het gevaar bestaat wel dat het debat louter tot het pensioenvraagstuk wordt verengd. Zoals de nota van Frank Vandenbroucke aantoont, is een ruimere discussie over hoe we onze welvaartsstaat in haar geheel de komende decennia willen organiseren hoognodig. Hoewel ontelbare instanties zoals de OESO of de vergrijzingscommissie het probleem van de vergrijzing uitvoerig in kaart hebben gebracht, ontbreekt in België op dit vlak tot op vandaag een allesomvattend en coherent beleid. Deels houdt dit verband met de complexe structuur van de Belgische staat met verspreide bevoegdheden die een integraal beleid nagenoeg onmogelijk maken.

De meesten zien de vergrijzing nog altijd louter in de vorm van het toenemend aantal 65-plussers binnen de totale bevolking. Maar er is meer. Binnen de oudere bevolking zal ook het aandeel hoogbejaarden fors stijgen. Deze 'vergrijzing binnen de vergrijzing' slaat vooral in Vlaanderen toe. In 2050 bedraagt de hoogbejaardenverhouding (de 80-plussers binnen de 65-plussers) er 40procent tegenover 27procent vandaag. In Wallonië neemt die met slechts 8procentpunten toe. Het zorggebruik van 80-plussers ligt per persoon acht maal hoger dan die van de groep tussen 65 en 80. Naast een toenemende zorgvraag zal vanuit de aanbodkant ook de medische vooruitgang de zorgkosten onder druk zetten. Onze gezondheidszorg en bejaardenopvang zijn daar onvoldoende op voorbereid.

De vergrijzing heeft ook gevolgen voor de bevolking op beroepsactieve leeftijd. De groep tussen 15 en 64 zal niet alleen relatief tegenover de 65-plussers afnemen, maar komt ook in absolute aantallen in de verdrukking. De dreiging van een ontoereikend arbeidsaanbod brengt het economisch groeipotentieel op langere termijn in gevaar. Dat is opnieuw meer zo in Vlaanderen dan in Wallonië. Het gemiddelde groeicijfer van de Vlaamse economie van 2,3procent per jaar sinds 1980 werd gerealiseerd met een gemiddelde groei van de bevolking op actieve leeftijd van 0,3procent. Tot 2017 zal het aantal Vlamingen op actieve leeftijd nog stijgen, maar daarna neemt dat aantal met gemiddeld 0,2procent per jaar af. In Wallonië blijft de groep tussen 15 en 64 toenemen. Als Vlaanderen er niet in slaagt om zijn werkgelegenheidsgraad na 2017 blijvend op te krikken, dan zullen de werkgelegenheidsgroei en potentiële groei er eveneens met 0,2procent per jaar worden afgeremd.

Naast de arbeidsinzet van de bevolking op actieve leeftijd is de productiviteit een belangrijke aanbodfactor die de economische groei op langere termijn bepaalt. Het effect van een verouderende bevolking op de macro-economische productiviteit is moeilijk te meten, maar de meeste studies suggereren wel dat het negatief is. Dat houdt verband met het afzwakken van operationele en cognitieve vaardigheden van oudere werknemers. Het komende decennium zal de vergrijzing ook toeslaan binnen de actieve bevolking. En ja, Vlaanderen zal ook daar meer dan Wallonië mee te maken krijgen. Tegen 2020 zal 34procent van de bevolking op actieve leeftijd er 50 jaar of ouder zijn, een stijging met 4procentpunten (Wallonië +1procent). Om de aankomende terugval in de actieve bevolking te compenseren, moet vooral de werkgelegenheidsgraad van groep tussen 50 en 64 worden opgekrikt. Maar langs het achterpoortje dreigt daarmee de macro-economische productiviteit in het gedrang te komen.

Een lagere productiviteit van oudere werknemers in combinatie met een hogere loonkost vormt een belangrijke verklaring voor de lage werkgelegenheidsgraad bij 50-plussers. In België is de loonspanning oudere-jongere werknemers een derde groter dan gemiddeld in de EU-15 (de vijftien landen die in 1995 de EU vormden, red.) en ligt de werkgelegenheidsgraad van de groep tussen 50 en 64 ver beneden het EU-15-cijfer. Een uitdaging bestaat erin om de verhouding productiviteit-loonkosten bij oudere werknemers gunstiger te maken om hun arbeidsparticipatie te bevorderen. Uit studies blijkt dat het flexibel aanpassen van de beloning aan de productiviteit van ouderen vaak weinig soelaas biedt. Dat komt doordat een minder aantrekkelijke beloning de werkbereidheid van de ouderen zelf aantast. Maatregelen moeten meer gericht zijn op het aanpassen van de productiviteit aan de loonkost dan andersom. Dat kan door bedrijfsspecifieke vormingsinspanningen en loopbaanplanning gericht op oudere werknemers meer aan te moedigen. België is vandaag op vlak van opleidingsinspanningen voor 50-plussers niet meer dan een matige middenmoter.

Schattingen over het afglijden van de potentiële groei in ons land door de vergrijzing komen uit op een afname tot 1,3 à 1,7procent. Dat is tot een derde lager dan we de voorbije decennia gewoon waren. Met vergrijzingsgevolgen die in Vlaanderen groter uitvallen dan in Wallonië, dreigt die regio ook relatief meer groei te zullen inleveren. Alleen met vergaande structurele beleidsingrepen kan die neerwaartse ontwikkeling worden afgeremd. Als hefbomen van de productiviteit moeten ook ondernemerschap, onderzoek en innovatieve investeringen sterker worden aangemoedigd. Het zou in dat opzicht jammer zijn mocht het op gang gekomen politieke debat al te eenzijdig worden gedomineerd door de pensioenhervorming, hoe belangrijk ze ook moge zijn.

JOHAN VAN GOMPEL Wie? 'Senior economist' KBC Studiedienst en docent aan de Hogeschool-Universiteit Brussel. Wat? Vergrijzing schaadt de macro-economische productiviteit. Waarom? Operationele en cognitieve vaardigheden van oudere werknemers nemen af.

vrijdag 26 maart 2010

De zeven Belgische pensioenzonden

Een kwart van de Belgische bejaarden heeft een pensioen dat lager is dan de Europese armoedegrens. Toch dreigen onze pensioenen onbetaalbaar te worden. Hoe kan dat? Zeven zonden verklaren dat.

1. Onbetaalbaar vroeg. De pensioenen zijn nog niet onbetaalbaar. Ze worden het. Niet alleen bij ons, maar overal in het Westen, omdat overal heel grote generaties met pensioen gaan en maar kleine generaties jongeren tot de arbeidsmarkt toetreden. Dat trekt de verhouding werkenden/gepensioneerden scheef.

Typisch voor België is dat die verhouding bij ons nog schever is omdat we vroegtijdig met pensioen blijven gaan. Daardoor stijgt het aantal uitkeringstrekkers en daalt het aantal bijdragebetalers nog sneller.

2. Armoede. De Belgische pensioenen behoren tot de laagste van Europa. 23 procent van de Belgische bejaarden heeft een pensioen dat zelfs lager is dan de Europese armoedegrens. En de IGO (inkomensgarantie voor ouderen) die hen uit de armoede moet houden, ligt honderd euro onder die grens.

3. Afgevlakt. Vooral de werknemerspensioenen zijn heel erg afgevlakt: wie een gemiddeld loon verdient, zit al boven ‘het plafond': wat daarboven valt, telt niet meer mee voor de berekening van zijn pensioen. Dat geld gaat dan ‘naar de solidariteit': het dient om de ‘gelijkgestelde jaren' te betalen van veel mensen die lange jaren niet werken. Het gevolg is dat alle werknemers ongeveer evenveel pensioen hebben, of ze nu veel gewerkt en verdiend hebben of niet.

4. Ontmoedigend. Dat laatste ontmoedigt het werken nog verder en moedigt het vroegtijdig uit de arbeidsmarkt stappen nog meer aan.

5. Niet welvaartsvast. De pensioenen zijn ook laag omdat ze – op die van de ambtenaren na – niet welvaartsvast zijn: ze volgen, net als de andere sociale uitkeringen in ons land, niet meer de stijging van de welvaart. België kon dat niet betalen omdat hier zoveel mensen een uitkering (werkloosheid, brugpensioen) trekken en zo weinig mensen werken en bijdragen betalen.

6. Ondoorzichtig. De Belgische pensioenstelsels munten uit in ingewikkeldheid en ondoorzichtigheid. Niemand kan nog inschatten wat deeltijds werken, een tijdlang niet werken, of langer werken als gevolg heeft voor het pensioen.

7. Geen reserves. Veel jongeren denken dat zij de komende decennia veel zullen moeten betalen voor de pensioenen en dat er daarna voor hen niets zal overschieten. Ze kunnen dat denken omdat niets hen in staat stelt om in te schatten wat ze zelf opbouwen aan pensioenrechten en omdat er geen reserves zijn.

Rond 2000 richtte de toenmalige federale regering een Zilverfonds op om geld opzij te zetten voor de stijging van de pensioenuitgaven. Maar ook in de jaren dat het economisch goed ging, werd er te weinig geld in het Zilverfonds gestort.

woensdag 24 maart 2010

Opinie : Pensioendebat graag zonder taboes of bangmakerij (Ivan Broeckmeyer, De Tijd)

We zullen langer moeten werken om ons pensioenstelsel overeind te houden. Daarover lijkt nu zowat iedereen het eens te zijn. Maar dat betekent nog niet dat het straks nodig zal zijn om tot je zeventigste aan de slag te blijven, zoals sommige krantenkoppen vorige week suggereerden.
Bij CD&V schrokken ze ook even toen ze vorige donderdagochtend de weerslag van hun pensioenpersconferentie in een deel van de pers lazen. ‘Beginnen op 25 is werken tot 70’ en ‘Pas pensioen na 45 jaar werken’ waren enkele van de koppen waarmee populaire kranten het ontbijt of de treinrit van hun lezers opvrolijkten.

Toen ook de bevriende vakbond ACV het vuur opende, liet de partij snel weten dat ze het zo niet bedoeld had. Als journalist die de persconferentie bijwoonde, kan ik dat beamen. Maar de lichtjes ‘tsjeviaanse’ manier waarop voorzitster Marianne Thyssen en Kamerlid Sonja Becq hun boodschap brachten, droeg wel bij tot de verwarring. In wezen brachten de CD&V’ers een dubbele boodschap. Eén: niet de pensioenleeftijd, maar de loopbaan telt. Twee: wie een volledig pensioen wil, moet een loopbaan van 45 jaar kunnen voorleggen.

Sommigen noemden dat revolutionair. In werkelijkheid is het niet meer dan het bevestigen van enkele aloude basisprincipes van ons pensioensysteem. Die loopbaanduur van 45 jaar staat nu al in de wet. Voor mannen is dat sinds mensenheugenis zo. Vrouwen hadden tot in het midden van de jaren 90 genoeg aan 40 jaar.

Toen dat onderscheid onhoudbaar werd, is er even aan gedacht ook de mannen na 40 jaar te laten vertrekken. Maar dat idee is al snel verlaten. Onder Jean-Luc Dehaene werd ermee begonnen ook voor de vrouwen de loopbaanduur op te trekken tot 45 jaar. Dat proces is begin vorig jaar voltooid.

Stop de pensioenveldslagen, voer de pensioenoorlog

De afgelopen weken hebben de politieke families voor de elfhonderdste keer gehakketakt over de details van mogelijke oplossingen voor het betaalbaar houden van de pensioenen.

Of dienstencheques te goedkoop zijn of tijdskrediet moet worden beschouwd als een onderdeel van de loopbaan bij het becijferen van de pensioenen, zijn irrelevante discussies. Dergelijke kleinigheden moeten een onderdeel vormen van een globale hervorming van de pensioenen, zelfs van de sociale zekerheid.

Hieraan zijn we in ons land niet toe en dus is een discussie over de punten en komma’s hiervan voorbarig. Dat die discussie toch wordt gevoerd, doet de vraag rijzen of een structurele hervorming er ooit komt. We stellen vast dat iedere poging om een grondig debat op gang te brengen in de kiem wordt gesmoord door discussies over futiliteiten, blijkbaar om snel politieke tegenstellingen duidelijk te maken. Zo wordt veel energie besteed aan het voeren van pensioenveldslagen zonder aandacht voor de pensioenoorlog.
Het Generatiepact is illustratief voor de Belgische aanpak van de verouderingskosten. Jaren op voorhand werd dit pact aangekondigd als de ultieme oplossing, maar als puntje bij paaltje kwam, baarde de politiek opgehoopte berg amper een anorexiamuis. Het eindresultaat van het ‘afwezige’ beleid is dat nagenoeg iedereen overtuigd is van de onhoudbaarheid van het stelsel, maar dat niemand gelooft in een structurele hervorming.

De weerstand tegen het Generatiepact maakte duidelijk waarom beleidsvoerders het zeer moeilijk hebben met hervormingen in de sociale zekerheid in het algemeen en de pensioenen in het bijzonder. Op de voordelen van dergelijke hervormingen is het jaren wachten, zeker ver over de tijdshorizon van de politici.

Maar de kiezers reageren bij de eerstvolgende verkiezingen op iedere maatregel die als een inlevering wordt geïnterpreteerd. De evidente conclusie hieruit is dat politici alle baat hebben bij een systematisch uitstel van pijnlijke beslissingen. Het gevolg is dat de vooruitzichten steeds maar verslechteren waardoor de pijnlijke ingrepen omvangrijker moeten zijn en dus ook onwaarschijnlijker worden. Een dynamiek van systematisch uitstel.

Voor alle duidelijkheid: dit is de gang van zaken in België. Nochtanshoeft het zo niet te lopen. De recente verhoging van de wettelijke pensioensleeftijd in een aantal Europese landen, een onvermijdbaar onderdeel van iedere hervorming, bewijst dit.
Door vandaag af te kondigen dat de maatregel pas over tien jaar of zelfs later van toepassing wordt, ontsnapt men aan de onvrede van diegenen die nu uitkijken naar hun pensioen. Tewerkgestelden jonger dan 55 moeten langer werken, maar deze inlevering ligt zo ver in de toekomst dat weinigen hier echt een punt van maken.

De maatregel kon evenwel nog beter, namelijk door in het begin van de jaren negentig te beslissen dat de pensioenleeftijd jaarlijks met één maand zou worden verhoogd. Vandaag zouden we dan een wettelijke pensioenleeftijd van bijna 67 hebben gehad zonder dat dit veel protest had uitgelokt.

Beide benaderingen, de zware inleveringen ver vooruit duwen of spreiden in de tijd, zijn in ons land geen optie meer. Tijd om te wachten op de resultaten van beslissingen hebben we niet meer. Ondanks veel studiewerk gebeurde er beleidsmatig niets. Dit verklaart onder andere waarom de prijs van de vergrijzing, zoals geschat door de studiecommissie voor de vergrijzing, steeds oploopt.

In het laatste rapport werd de verhoging in het overheidstekort door de veroudering in 2030 geraamd op 5,8 procent van het bbp, in 2000 bedroeg deze schatting ‘slechts’ 2,1 procent. Ons pensioenprobleem wordt dus duidelijk steeds zwaarder. Vergeten we hierbij niet dat het realiseren van de vermelde ramingen al substantiële ingrepen vereist en dat de economische crisis ons toch noopt om vragen te stellen bij de uitgangshypothesen.
We zitten dus in een zeer oncomfortabele positie. Misschien moeten we wel afgunstig naar Griekenland kijken en hopen op een financiële crisis. Griekenland staat voor de keuze om pijnlijke saneringen, zonder veel keuzemogelijkheden, door te voeren dan wel om de eurozone te verlaten.

De Belgische beleidsfaling zal pas compleet zijn als ook hier het water aan onze lippen staat. Dan zullen de eurocraten de hand vasthouden van onze beleidsvoerders bij het uittekenen van onze sociale zekerheid. Deze situatie is dichterbij dan we denken.
Misschien is het dit wat Belgen uiteindelijk gerust stelt: ons lidmaatschap van de eurozone waarborgt dat een totale financiële chaos met oplopende inflatie kan worden uitgesloten daar de noodzakelijk saneringsmaatregelen toch worden opgelegd. Dit is de beleidsles uit de Griekse tragedie van de afgelopen jaren.

Jef Vuchelen, professor Economie aan de VUB

dinsdag 16 maart 2010

Vroeger met pensioen gaan moet financieel ontmoedigd worden

De regering wil doorwerken na het bereiken van de pensioenleeftijd niet langer ontmoedigen. Dat is echter maar één zijde van de medaille. Om meer mensen aan het werk te krijgen, is noodzakelijk dat vervroegd met pensioen gaan financieel moet ontmoedigd worden. Voor wie nu nog aan het werk is, ziet het er naar uit dat de leeftijd van pensionering een eindje in de toekomst zal worden opgeschoven

Stimuleren

UNIZO reageert positief op de voorstellen van premier Leterme om langer werken niet langer te straffen maar te stimuleren. "We leven langer; willen we onze pensioenen in de toekomst veiligstellen, dan moeten we dus langer aan de slag blijven," vat UNIZO-topman Karel Van Eetvelt de grote uitdaging samen. UNIZO verwijst echter ook naar de andere kant van de medaille: "niet alleen langer werken moet gestimuleerd worden, ook vroeger uittreden moet (financieel) ontmoedigd worden. Enkel dan zullen voldoende mensen langer bijdragen aan de onze sociale zekerheid om die veilig te stellen de komene jaren en decennia," waarschuwt UNIZO.

Rationalisering

De ondernemersorganisatie dringt ook aan op een rationalisering van de mogelijkheden tot vervroegde uittreding. "De excessen daaruit snoeien zou al veel helpen maar vergt moedige maatregelen."
UNIZO verwijst onder meer naar de recent besliste verhoging van de werkgeversbijdrage voor brugpensioen. Die houdt in dat werkgevers meer moeten betalen. Werknemers die brugpensioen aanvragen, blijven echter ongemoeid. Dat soort halfslachtige maatregelen zullen het probleem niet oplossen, besluit UNIZO.

vrijdag 12 maart 2010

Zorgen over aanvullend pensioen : uitzending vrijdag 12 maart, 19.25u, Nederland 2

De meerderheid (60%) van de leden van het MAX Opinie Panel die nu of in de toekomst recht heeft op een aanvullend pensioen, is (zeer) bezorgd dat de dreigende pensioentekorten uiteindelijk zullen leiden tot een verlaging van dit pensioen.

Deze zorgen zijn significant groter bij panelleden van 50 tot en met 64 jaar (67%) dan bij panelleden van 65 jaar of ouder (53%).

Het consumentenprogramma Knelpunt besteedt daarom haar hele uitzending op vrijdag 12 maart aan die zorgen over het toekomstige pensioen. De zorgen worden onder andere voorgelegd aan Gerard Riemen, directeur van de vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen en Kees de Lange van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen.
Zij gaan ook in op andere uitkomsten van het onderzoek, zoals de vraag wie er verantwoordelijk is voor de pensioentekorten. 80% van de ondervraagden vindt dat de pensioenorganisaties zelf verantwoordelijk zijn en blijven. En ook 80% vindt dat de overheid garant moet staan, mocht blijken dat de pensioenfondsen hun verplichtingen wat betreft de uitkeringen niet meer na kunnen komen.
Daarnaast vindt 47% van het MAX Opinie Panel dat ter zake kundige gepensioneerden zitting moeten krijgen in pensioenorganisaties.

Overige resultaten uit het onderzoek:
De meerderheid (60%) van het MAX Opinie Panel vindt dat er in pensioenorganisaties bestuursleden dienen te worden aangesteld die meer capabel zijn om het probleem van de dreigende pensioentekorten op te kunnen lossen. Andere veelgenoemde oplossingen zijn: pensioenfondsen dienen meer te sparen in plaats van (risicovoller) te beleggen (56%).

Om de door de economische en financiële crisis dreigende tekorten bij pensioenfondsen/verzekeringsmaatschappijen te bestrijden worden door het MAX Opinie Panel de volgende maatregelen aangegeven: het aanstellen van betere bestuurders van de fondsen (59%); meer sparen, minder beleggen door de fondsen (51%); het toetreden van ter zake kundige gepensioneerden in de besturen van de fondsen (47%) het toetreden van beleggingsexperts in de besturen van de fondsen (28%).

Achtergrond MAX Opinie Panel
Het Max Opinie Panel is bedoeld om snel en effectief de mening te kunnen peilen van 50-plussers die gebruik maken van het Internet, primair ten behoeve van Omroep MAX. De panelleden van het MAX Opinie Panel zijn bezoekers van de Omroep MAX website, die zich daar hebben opgegeven om periodiek deel te nemen aan online onderzoek.

- respons / representativiteit
Het MAX Opinie Panel bestaat op dit moment uit 2.383 panelleden. In totaal hebben 1.038 panelleden van 50 jaar of ouder aan dit onderzoek meegewerkt (respons 49%), waarvan:

510 panelleden van 50-64 jaar (50-plussers)
528 panelleden van 65+ jaar (65-plussers)
501 mannelijke panelleden
537 vrouwelijke panelleden

Volledige rapportage
Het MAX consumentenprogramma Knelpunt wijdt op vrijdag 12 maart een special aan het onderwerp pensioenen. De volledige rapportage van het onderzoek Pensioenen & AOW is te vinden op de website van het MAX Opinie Panel, Zie:
www.omroepmax.nl/opiniepanel/

Vragenlijst en rapportage zijn samengesteld door Evidens Onderzoekdiensten te Amsterdam

Knelpunt
vrijdag 12 maart 2010
19:25 uur
Nederland 2
http://www.knelpunt.tv/

Herbekijk hier de uitzending

donderdag 11 maart 2010

Belgische pensioenen bij laagste van Europa

België moet de volgende veertig jaar elke euro waarover het beschikt in de pensioenen en gezondheidszorg steken, indien we die pensioenen en de gezondheidssector op het niveau van vandaag willen behouden. Dat is de samenvatting van het essay dat Frank Vandenbroucke eerder dit jaar publiceerde. Een uitspraak die vragen doet rijzen wanneer blijkt dat de vele Belgische gepensioneerden al onder de armoedegrens leven. Volgens cijfers van het EU-Silc 2007 (inkomsten 2006), leeft 23 % van de Belgische +65-jarigen onder de armoedegrens; dat is 1 op 4 gepensioneerden die moet rondkomen met minder dan 893 euro per maand. Het zijn vooral de vrouwen die het moeilijk hebben: 25% van hen zit onder de armoedegrens, bij de mannen is dat 21%. Het verschil wordt verklaard door de doorgaans kortere loopbaan van vrouwen en de salariskloof die blijft bestaan tussen beide seksen. Minder salaris betekent uiteindelijk een kleiner pensioen. Hoe ouder men wordt hoe kwetsbaarder, blijkt uit de cijfers. Bij de + 75-jarigen leeft 27% onder de armoedegrens.
Opmerkelijk is ook dat een gemiddeld pensioen in ons land 925 euro per maand bedraagt, terwijl de gemiddelde kost van een verblijf in een rusthuis op 1.200 euro komt.

Het is de liefde voor bakstenen die de Belgische gepensioneerden overeind houdt. Meer dan 90% van de Belgische 65-plussers zijn eigenaar van hun huis. In onze buurlanden Nederland (minder dan 50%), Duitsland (minder dan 60%) en Frankrijk (76%) liggen die cijfers lager.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :