In Nederland zullen 125 pensioenfondsen dit jaar aankondigen dat ze de pensioenen verlagen. Volgens Klaas Knot, directeur van De Nederlandsche Bank, schiet hun vermogen te kort.
"Er is onvoldoende geld in kas en dat is eigenlijk al lang zo", zegt Knot. "Er is ook geen voldoende herstel, zodat je op een bepaald ogenblik de pijnlijke maatregel niet langer voor je uit kan schuiven."
Volgens Knot zou het gaan om verlagingen van 1 tot 7 procent, afhankelijk van het fonds.
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft besloten pensioenfondsen de mogelijkheid te geven voorgenomen pensioenkortingen voorlopig te maximeren op 7%. DNB heeft dit besluit genomen in het licht van de impact van pensioenen op macro-economische ontwikkelingen. Tevens heeft DNB besloten een correctie toe te passen op de rentetermijnstructuur per ultimo 2011.
Posts tonen met het label de nederlandsche bank. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de nederlandsche bank. Alle posts tonen
vrijdag 6 januari 2012
woensdag 2 november 2011
ABN: Breng pensioengeld naar verzekeraar
Meer dan de helft van de Nederlandse pensioenfondsen zal zijn vermogen en zijn verplichtingen in de toekomst kunnen uitbesteden aan verzekeraars.
Dat biedt nieuwe mogelijkheden voor aanbieders als Aegon, Delta Lloyd en in mindere mate de verzekeringstak van ING.
Dat zegt Jan Willem Weidema, aandelenanalist van ABN AMRO. Hij heeft samen met een aantal collega's een rapport geschreven over de aandelen van bovengenoemde verzekeraars in Nederland.
Consolidatie
Veel pensioenfondsen in Nederland zijn te klein om zelfstandig te blijven bestaan, hetgeen voor De Nederlandsche Bank ook reden is om een consolidatie te verlangen. DNB wil het liefst dat er nog maar 100 fondsen in Nederland overblijven. Nu zijn dat er nog 250.
Ongeveer de helft van die 250 fondsen heeft minder dan 5 miljard euro onder beheer, waardoor de kosten van administratie en governance relatief hoog zijn en het asset management veelal is of wordt uitbesteed.
Dat biedt nieuwe mogelijkheden voor aanbieders als Aegon, Delta Lloyd en in mindere mate de verzekeringstak van ING.
Dat zegt Jan Willem Weidema, aandelenanalist van ABN AMRO. Hij heeft samen met een aantal collega's een rapport geschreven over de aandelen van bovengenoemde verzekeraars in Nederland.
Consolidatie
Veel pensioenfondsen in Nederland zijn te klein om zelfstandig te blijven bestaan, hetgeen voor De Nederlandsche Bank ook reden is om een consolidatie te verlangen. DNB wil het liefst dat er nog maar 100 fondsen in Nederland overblijven. Nu zijn dat er nog 250.
Ongeveer de helft van die 250 fondsen heeft minder dan 5 miljard euro onder beheer, waardoor de kosten van administratie en governance relatief hoog zijn en het asset management veelal is of wordt uitbesteed.
donderdag 15 september 2011
Pensioenakkoord bevat fundamenteel misverstand tussen waardering en rendement
Een pensioenuitkering is te zien als een soort obligatie. De waarde daarvan wordt bepaald door de actuele rente (yield) op deze obligatie. Dat het risicoprofiel van de beleggingen anders is – en in de toekomst mogelijk een hoger rendement dan deze rente genereert is voor de waardering van de verplichtingen niet relevant. Dit fundamentele verschil tussen waardering en rendement lijkt door de onderhandelaars van het pensioenakkoord niet juist begrepen, stelt Tjitsger Hulshoff. In dit akkoord is als waarderingsrente het verwachte rendement gekozen, wellicht om de zaken rooskleuriger voor te stellen dan ze zijn.
dinsdag 5 oktober 2010
De Nederlandsche Bank (DNB) verzendt eerste Nieuwsbrief Pensioenen
In de eerste nieuwsbrief gaat Femke de Vries in op het belang van een evenwichtige belangenafweging. Vervolgens legt DNB uit hoe het verder gaat met de fondsen die mogelijk moeten gaan korten op de pensioenrechten. Ten slotte gaat de toezichthouder in op de evaluatie van de voortgang van alle herstelplannen.
Via de site van DNB kunt u zich abonneren op de Nieuwsbrief Pensioenen.
woensdag 11 augustus 2010
The impact of scale, complexity, and service quality on the administrative costs of pension funds: A cross-country comparison
Administrative costs per participant appear to vary widely across pension funds in different countries. These costs are important because they reduce the rate of return on the investments of pension funds, and consequently raise the cost of retirement security. Using unique data on 90 pension funds over the period 2004–2008, this paper examines the impact of scale, the complexity of pension plans, and service quality on the administrative costs of pension funds, and compares those costs across Australia , Canada , the Netherlands , and the US .
We find that, except for Canada , large unused economies of scale exist. Analyses on a disaggregated level confirm economies of scale for small and medium pension funds. Even though the pension funds in the sample are among the largest in the world, further cost savings appear to be possible. Higher service quality and more complex pension plans significantly raise costs, whereas offering only one pension plan reduces costs, as does a relatively large share of deferred (or sleeping) participants. Administrative costs vary significantly across pension fund types, with differences amounting to 100%.
DNB Working Paper 258 - The impact of scale, complexity, and service quality on the administrative costs of...
We find that, except for Canada , large unused economies of scale exist. Analyses on a disaggregated level confirm economies of scale for small and medium pension funds. Even though the pension funds in the sample are among the largest in the world, further cost savings appear to be possible. Higher service quality and more complex pension plans significantly raise costs, whereas offering only one pension plan reduces costs, as does a relatively large share of deferred (or sleeping) participants. Administrative costs vary significantly across pension fund types, with differences amounting to 100%.
DNB Working Paper 258 - The impact of scale, complexity, and service quality on the administrative costs of...
zondag 30 mei 2010
De Nederlandsche Bank (DNB) dringt aan op hervorming pensioenen
De oplopende levensverwachting, de vergrijzing en de aanhoudend lage kapitaalmarktrente zetten de toekomstbestendigheid van pensioenfondsen steeds verder onder druk.
Om de kans op tegenvallers te verkleinen, moeten pensioenfondsen worden hervormd en de verwachtingen over hun prestaties realistischer worden.
Om de kans op tegenvallers te verkleinen, moeten pensioenfondsen worden hervormd en de verwachtingen over hun prestaties realistischer worden.
zondag 11 april 2010
Nederlandse nationale bank ziet liever kleiner aantal pensioenfondsen
Het zou beter zijn als het aantal pensioenfondsen in Nederland omlaag werd gebracht van ongeveer zeshonderd tot rond de honderd. Daardoor zou het makkelijker worden om deskundige bestuurders te vinden.
Dat stelde Joanne Kellerman, bij de Nederlandsche Bank (DNB) verantwoordelijk voor het toezicht op het pensioen, vandaag in televisieprogramma Buitenhof. De Nederlandsche Bank is de nationale bank bij onze noorderburen.
Voorlichting
Kellerman pleitte in het programma voor een betere individuele beoordeling van pensioenfondsbestuurders. Daarnaast zou de voorlichting door pensioenfondsen volgens haar beter kunnen. "Een aantal pensioenfondsen zou er een schepje bovenop kunnen doen", aldus Kellerman, zonder namen te noemen.
Toch ligt volgens haar ook een deel van de verantwoordelijkheid bij de burger zelf. "Het is jammer dat veel mensen niet de moeite nemen om zich erin te verdiepen", zei Kellerman.
Fout beeld
Uit onderzoek van de AFM, dat is de Autoriteit Financiële Markten in Nederland, bleek eerder dat de gemiddelde Nederlander geen juist beeld heeft over het eigen pensioen. Zo denkt een grote groep dat het pensioen 70 procent van het laatst verdiende loon behelst, terwijl dit in de meeste gevallen lager ligt.
Dat stelde Joanne Kellerman, bij de Nederlandsche Bank (DNB) verantwoordelijk voor het toezicht op het pensioen, vandaag in televisieprogramma Buitenhof. De Nederlandsche Bank is de nationale bank bij onze noorderburen.
Voorlichting
Kellerman pleitte in het programma voor een betere individuele beoordeling van pensioenfondsbestuurders. Daarnaast zou de voorlichting door pensioenfondsen volgens haar beter kunnen. "Een aantal pensioenfondsen zou er een schepje bovenop kunnen doen", aldus Kellerman, zonder namen te noemen.
Toch ligt volgens haar ook een deel van de verantwoordelijkheid bij de burger zelf. "Het is jammer dat veel mensen niet de moeite nemen om zich erin te verdiepen", zei Kellerman.
Fout beeld
Uit onderzoek van de AFM, dat is de Autoriteit Financiële Markten in Nederland, bleek eerder dat de gemiddelde Nederlander geen juist beeld heeft over het eigen pensioen. Zo denkt een grote groep dat het pensioen 70 procent van het laatst verdiende loon behelst, terwijl dit in de meeste gevallen lager ligt.
vrijdag 19 februari 2010
PwC: Nederlandse pensioenfondsen moeten meer aandacht aan btw schenken
PricewaterhouseCoopers (PwC) adviseert pensioenfondsen meer aandacht te schenken aan btw. Vanaf het begin van dit jaar heeft de btw-regelgeving een aantal grote veranderingen ondergaan.
Pensioenfondsen moeten sinds 1 januari over vrijwel alle diensten die zij uit het buitenland inkopen, zelf btw afdragen. Bovendien moeten de buitenlandse dienstverleners nu melden dat zij diensten hebben verleend aan het (Nederlandse) pensioenfonds.
"Onder de oude regelgeving moesten pensioenfondsen ook al zelf btw afdragen over bepaalde uit het buitenland ingekochte diensten. Door de veranderingen in de btw-regelgeving per 1 januari j.l. zal dit gaan gelden voor veel meer grensoverschrijdende diensten binnen de EU", licht specialist Edwin van Kasteren van PwC toe.
Pensioenfondsen moeten sinds 1 januari over vrijwel alle diensten die zij uit het buitenland inkopen, zelf btw afdragen. Bovendien moeten de buitenlandse dienstverleners nu melden dat zij diensten hebben verleend aan het (Nederlandse) pensioenfonds.
"Onder de oude regelgeving moesten pensioenfondsen ook al zelf btw afdragen over bepaalde uit het buitenland ingekochte diensten. Door de veranderingen in de btw-regelgeving per 1 januari j.l. zal dit gaan gelden voor veel meer grensoverschrijdende diensten binnen de EU", licht specialist Edwin van Kasteren van PwC toe.
woensdag 27 januari 2010
Hoe kunnen we de pensioenen blijven betalen?
Hoe kan het pensioenstelsel betaalbaar blijven met de toenemende vergrijzing en een onzekere beleggingsmarkt? Dat is de vraag waar de commissie Goudswaard in Nederland zich de afgelopen maanden over heeft gebogen. Vandaag presenteert de commissie de conclusies officieel, maar de resultaten zijn al grotendeels bekend: de pensioenen zoals we die nu kennen, worden stillaan onbetaalbaar.
Suggesties
Minister Donner van Sociale Zaken krijgt de suggesties vandaag aangereikt om met de vergrijzing het pensioenstelsel overeind te houden. De voorstellen komen van de commissie Toekomstbestendigheid Aanvullend Pensioenregelingen, die onder leiding staat van professor Kees Goudswaard en door Donner is ingesteld.
Eerdere commissies
Donner wil dit jaar besluiten hoe pensioenen meer veiliggesteld kunnen worden. De minister heeft daarvoor al twee andere commissies, onder leiding van professor Jean Frijns en voormalig CPB-directeur Henk Don, om advies gevraagd. Die hebben onder meer gewaarschuwd voor risico's en te hoge verwachtingen in de beleggingen door de fondsen.
Vergrijzing
Door de vergrijzing nemen voor pensioenfondsen de verplichtingen toe om geld uit te keren aan gepensioneerden. Hierdoor hebben de fondsen minder speelruimte om schokken op de financiële markten op te vangen. Pensioenfondsen zijn nu ook nog druk bezig met herstelplannen om hun buffers die door de financiële crisis zijn geslonken, te repareren.
30% premiestijging
Om pensioenen veilig te stellen kan bijvoorbeeld besloten worden tot hogere premies voor werkgevers en werknemers. Een stijging van 30% zou volgens de commissie noodzakelijk zijn om de pensioenen betaalbaar te houden. De premies zijn volgens sociale partners echter al hoog. Ook kan de indexatie van pensioenen, ofwel de mate waarin de uitkeringen voor de oude dag meegroeien met de lonen, beperkt worden. Zo worden pensioenuitkeringen al steeds vaker alleen nog gecorrigeerd voor inflatie. De gemiddelde prijsstijging ligt doorgaans lager dan de gemiddelde loonstijging.
Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen Samenvatting
Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen Samenvatting
Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen Integrale versie
Rapport Commissie Goudswaard - Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen Integrale versie
Suggesties
Minister Donner van Sociale Zaken krijgt de suggesties vandaag aangereikt om met de vergrijzing het pensioenstelsel overeind te houden. De voorstellen komen van de commissie Toekomstbestendigheid Aanvullend Pensioenregelingen, die onder leiding staat van professor Kees Goudswaard en door Donner is ingesteld.
Eerdere commissies
Donner wil dit jaar besluiten hoe pensioenen meer veiliggesteld kunnen worden. De minister heeft daarvoor al twee andere commissies, onder leiding van professor Jean Frijns en voormalig CPB-directeur Henk Don, om advies gevraagd. Die hebben onder meer gewaarschuwd voor risico's en te hoge verwachtingen in de beleggingen door de fondsen.
Vergrijzing
Door de vergrijzing nemen voor pensioenfondsen de verplichtingen toe om geld uit te keren aan gepensioneerden. Hierdoor hebben de fondsen minder speelruimte om schokken op de financiële markten op te vangen. Pensioenfondsen zijn nu ook nog druk bezig met herstelplannen om hun buffers die door de financiële crisis zijn geslonken, te repareren.
30% premiestijging
Om pensioenen veilig te stellen kan bijvoorbeeld besloten worden tot hogere premies voor werkgevers en werknemers. Een stijging van 30% zou volgens de commissie noodzakelijk zijn om de pensioenen betaalbaar te houden. De premies zijn volgens sociale partners echter al hoog. Ook kan de indexatie van pensioenen, ofwel de mate waarin de uitkeringen voor de oude dag meegroeien met de lonen, beperkt worden. Zo worden pensioenuitkeringen al steeds vaker alleen nog gecorrigeerd voor inflatie. De gemiddelde prijsstijging ligt doorgaans lager dan de gemiddelde loonstijging.
Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen Samenvatting
Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen Samenvatting
Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen Integrale versie
Rapport Commissie Goudswaard - Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen Integrale versie
dinsdag 12 januari 2010
Het actuele getal: EUR 15,3 miljard
Nederlandse pensioenfondsen hadden aan het einde van het derde kwartaal 2009 EUR 15,3 miljard aan directe beleggingen in onroerend goed, ofwel 2,4% van hun totale beleggingen. Van deze vastgoedbeleggingen is 98,5% (ruim EUR 15 miljard) belegd in Nederlands onroerend goed. Het buitenlandse deel heeft voornamelijk betrekking op Amerikaans onroerend goed.
Klik hier voor de grote afbeelding Vanaf 2006 tot het derde kwartaal 2007 nam de omvang van de beleggingen in onroerend goed toe met EUR 3,2 miljard. De stijging was toe te rekenen aan de waardevermeerdering van het onroerend goed van bijna EUR 5 miljard. De netto verkopen bedroegen in dezelfde periode EUR 1,7 miljard.
Vanaf het derde kwartaal 2007 sloeg deze trend om en daalde de totale omvang van het onroerend goed. Zowel verkopen als waardedalingen speelden hierbij een rol. De beleggingen in woningen werden vanaf het vierde kwartaal van 2007 voor bijna EUR 1 miljard afgestoten. Daarnaast was sprake van een waardedaling van EUR 1,3 miljard.
Pensioenfondsen kochten vanaf het vierde kwartaal 2007 tot en met het derde kwartaal 2009 per saldo kantoorpanden voor EUR 0,6 miljard; de waardedaling bij het kantorenbezit bedroeg EUR 1,8 miljard. Door deze ontwikkeling veranderde de verhouding tussen de beleggingen in woningen versus beleggingen in kantoren van 60% - 40% aan het begin van 2006 in 54% - 46% aan het einde van het derde kwartaal 2009. Uiteindelijk verminderde de omvang van de totale vastgoedportefeuille van pensioenfondsen met EUR 3,5 miljard tot EUR 15,3 miljard.
maandag 9 november 2009
Pension funds’ asset allocation and participant age: a test of the life-cycle model
This paper examines the impact of participants’ age distribution on the asset allocation of Dutch pension funds, using a unique data set of pension fund investment plans for 2007. Theory predicts a negative effect of age on (strategic) equity exposures. We observe that pension funds do indeed take the average age of their participants into account. However, the average age of active participants has been incorporated much more strongly in investment behaviour than the average ages of retired or dormant participants. This suggests that both employers and employees, who dominate pension fund boards, tend to show more interest in active participants. A one-year higher average age in active participants leads to a significant and robust reduction in the strategic equity exposure by around 0.5 percentage point. Larger pension funds show a stronger age-equity exposure effect than smaller pension funds. This age-dependent asset allocation of pension funds aligns with the original life-cycle model by which young workers should invest more in equity than older workers because of their larger human capital. Other factors, viz. fund size, funding ratio, and average pension wealth of participants, influence equity exposure positively and significantly, in line with theory. Pension plan type and pension fund type have no significant impact.
Link
Link
vrijdag 18 september 2009
NL : Pensioenfondsen onderschatten risico's
Onderzoek door toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) heeft aangetoond dat een aantal Nederlandse pensioenfondsen de risico’s waaraan zij in hun beleggingsbeleid blootstaan onderschat, zo werd bekend gemaakt op de jaarlijkse bijeenkomst van pensioenfondsbestuurders georganiseerd door DNB.
De omvang van de beleggingsverliezen in 2008, is volgens de toezichthouder niet alleen te wijten aan de ernst van de crisis en strategische keuzes maar is voor een deel ook te verklaren door de uitvoering van het beleid.
De onderschatte risico’s hangen niet alleen samen met externe factoren of met de uitgezette strategische en financiële koers, zei directeur Joanne Kellerman van DNB tijdens de bijeenkomst. “Ze hangen voor een deel ook samen met zeken als een actief beleggingsbeleid, complexe derivatentransacties of uitbesteding van activiteiten.”
De tien pensioenfondsen die het betreft ontvingen onlangs een brief van de toezichthouder waarin de bevindingen worden toegelicht. Hoewel Kellerman de kwestie zelf aanhaalde in haar speech wilde ze er na afloop verder niet op ingaan en verliet direct de bijeenkomst.
Kellerman meldde in haar speech dat de toezichthouder zelf, in overleg met de sector, wil gaan kijken waar zaken aangescherpt kunnen worden. De onafhankelijk commissie onder aanleiding van Jean Frijns, voormalig directeur Beleggingen bij ABP, dat dit najaar het financieel toetsingskader (Ftk) zal evalueren, wordt door DNB verzocht om extra aandacht te besteden aan het beleggingsbeleid en risicobeheer van pensioenfondsen. De onderzoeksuitkomsten van DNB zullen door de commissie worden gebruikt als input voor hun analyse.
De commissie Frijns, die vorige maand door minister Piet Hein Donner is aangesteld, zal de ontwikkelingen in de samenstelling van de beleggingsportefeuilles bestuderen en aanbevelingen doen voor de toekomst.
De omvang van de beleggingsverliezen in 2008, is volgens de toezichthouder niet alleen te wijten aan de ernst van de crisis en strategische keuzes maar is voor een deel ook te verklaren door de uitvoering van het beleid.
De onderschatte risico’s hangen niet alleen samen met externe factoren of met de uitgezette strategische en financiële koers, zei directeur Joanne Kellerman van DNB tijdens de bijeenkomst. “Ze hangen voor een deel ook samen met zeken als een actief beleggingsbeleid, complexe derivatentransacties of uitbesteding van activiteiten.”
De tien pensioenfondsen die het betreft ontvingen onlangs een brief van de toezichthouder waarin de bevindingen worden toegelicht. Hoewel Kellerman de kwestie zelf aanhaalde in haar speech wilde ze er na afloop verder niet op ingaan en verliet direct de bijeenkomst.
Kellerman meldde in haar speech dat de toezichthouder zelf, in overleg met de sector, wil gaan kijken waar zaken aangescherpt kunnen worden. De onafhankelijk commissie onder aanleiding van Jean Frijns, voormalig directeur Beleggingen bij ABP, dat dit najaar het financieel toetsingskader (Ftk) zal evalueren, wordt door DNB verzocht om extra aandacht te besteden aan het beleggingsbeleid en risicobeheer van pensioenfondsen. De onderzoeksuitkomsten van DNB zullen door de commissie worden gebruikt als input voor hun analyse.
De commissie Frijns, die vorige maand door minister Piet Hein Donner is aangesteld, zal de ontwikkelingen in de samenstelling van de beleggingsportefeuilles bestuderen en aanbevelingen doen voor de toekomst.
donderdag 17 september 2009
NL : DNB onderzoek naar beleggingsbeleid pensioenfondsen
DNB onderzoek heeft uitgewezen dat bij een aantal pensioenfondsen de risico’s waaraan zij in hun beleggingsbeleid blootstaan worden onderschat. Dit is vandaag naar buiten gebracht tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Nederlandsche Bank (DNB) voor bestuurders van pensioenfondsen.
Het onderzoek naar het beleggingsbeleid is gebaseerd op toezichtgegevens over de gehele pensioensector, de ervaringen in het toezicht en een steekproefsgewijze dwarsdoorsnede van de sector waar dieper is gekeken naar de wijze waarop de beleggingen feitelijk tot stand komen. Uit het onderzoek blijkt dat de omvang van de beleggingsverliezen in 2008, behalve op de ernst van de crisis en het gevoerde strategische beleid voor een deel ook is terug te voeren op de uitvoering van het beleid.
Gemiddeld genomen is de dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen in 2008 afgenomen van 145 naar 95 procent. Deze daling van circa 50 procentpunt komt overeen met een verslechtering van de financiële positie met bijna 220 miljard euro voor de sector als geheel. Dankzij de positieve beursontwikkelingen is de gemiddelde dekkingsgraad dit jaar weer opgelopen tot boven de 105 procent.
De onderzoeksresultaten over het beleggingsbeleid zijn aanleiding voor DNB om bij de evaluatie dit najaar van het Financieel Toetsingskader voor pensioenfondsen (FTK) extra aandacht te vragen voor het beleggingsbeleid en het risicobeheer van pensioenfondsen. Tevens zal in overleg met de sector worden bezien waar zo nodig zaken kunnen worden aangescherpt. De door Minister Donner ingestelde commissie beleggingen en risicobeheer onder leiding van Prof. dr. J.M.G. Frijns zal de geanonimiseerde onderzoeksresultaten als input gebruiken. Deze commissie analyseert de ontwikkelingen in de samenstelling van de beleggingsportefeuille voor de gehele pensioensector en doet aanbevelingen voor de toekomst.
Op de DNB pensioenmiddag is verder aangegeven dat het merendeel van de pensioenfondsen met een herstelplan een definitief oordeel van DNB heeft ontvangen. Per 31 december 2008 verkeerden 340 pensioenfondsen in een tekortsituatie, waardoor zij voor 1 april 2009 een herstelplan bij DNB moesten inleveren. Momenteel hebben 274 fondsen een instemmende beschikking ontvangen. Bij 15 pensioenfondsen was het oordeel negatief en is om een aangepast herstelplan verzocht. De procedure loopt nog bij 51 fondsen. Van alle beoordeelde fondsen in dekkingstekort verwacht ongeveer de helft binnen drie jaar, en alle fondsen binnen vijf jaar, weer over het minimum vereist eigen vermogen te beschikken. Het herstelvermogen is grotendeels afhankelijk van de gerealiseerde beleggingsrendementen. Daarmee blijven pensioenfondsen kwetsbaar voor nieuwe tegenvallers.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat samen met DNB en de pensioen- en de verzekeringssector een analyse uitvoeren naar de risico’s die verbonden zijn aan herverzekerde pensioenfondsen en komt met aanbevelingen voor structurele oplossingen met het oog op de bescherming van de belangen van de deelnemers. Totdat daar duidelijkheid over is geeft DNB herverzekerde pensioenfondsen uitstel voor het indienen van een herstelplan.
Het onderzoek naar het beleggingsbeleid is gebaseerd op toezichtgegevens over de gehele pensioensector, de ervaringen in het toezicht en een steekproefsgewijze dwarsdoorsnede van de sector waar dieper is gekeken naar de wijze waarop de beleggingen feitelijk tot stand komen. Uit het onderzoek blijkt dat de omvang van de beleggingsverliezen in 2008, behalve op de ernst van de crisis en het gevoerde strategische beleid voor een deel ook is terug te voeren op de uitvoering van het beleid.
Gemiddeld genomen is de dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen in 2008 afgenomen van 145 naar 95 procent. Deze daling van circa 50 procentpunt komt overeen met een verslechtering van de financiële positie met bijna 220 miljard euro voor de sector als geheel. Dankzij de positieve beursontwikkelingen is de gemiddelde dekkingsgraad dit jaar weer opgelopen tot boven de 105 procent.
De onderzoeksresultaten over het beleggingsbeleid zijn aanleiding voor DNB om bij de evaluatie dit najaar van het Financieel Toetsingskader voor pensioenfondsen (FTK) extra aandacht te vragen voor het beleggingsbeleid en het risicobeheer van pensioenfondsen. Tevens zal in overleg met de sector worden bezien waar zo nodig zaken kunnen worden aangescherpt. De door Minister Donner ingestelde commissie beleggingen en risicobeheer onder leiding van Prof. dr. J.M.G. Frijns zal de geanonimiseerde onderzoeksresultaten als input gebruiken. Deze commissie analyseert de ontwikkelingen in de samenstelling van de beleggingsportefeuille voor de gehele pensioensector en doet aanbevelingen voor de toekomst.
Op de DNB pensioenmiddag is verder aangegeven dat het merendeel van de pensioenfondsen met een herstelplan een definitief oordeel van DNB heeft ontvangen. Per 31 december 2008 verkeerden 340 pensioenfondsen in een tekortsituatie, waardoor zij voor 1 april 2009 een herstelplan bij DNB moesten inleveren. Momenteel hebben 274 fondsen een instemmende beschikking ontvangen. Bij 15 pensioenfondsen was het oordeel negatief en is om een aangepast herstelplan verzocht. De procedure loopt nog bij 51 fondsen. Van alle beoordeelde fondsen in dekkingstekort verwacht ongeveer de helft binnen drie jaar, en alle fondsen binnen vijf jaar, weer over het minimum vereist eigen vermogen te beschikken. Het herstelvermogen is grotendeels afhankelijk van de gerealiseerde beleggingsrendementen. Daarmee blijven pensioenfondsen kwetsbaar voor nieuwe tegenvallers.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat samen met DNB en de pensioen- en de verzekeringssector een analyse uitvoeren naar de risico’s die verbonden zijn aan herverzekerde pensioenfondsen en komt met aanbevelingen voor structurele oplossingen met het oog op de bescherming van de belangen van de deelnemers. Totdat daar duidelijkheid over is geeft DNB herverzekerde pensioenfondsen uitstel voor het indienen van een herstelplan.
woensdag 16 september 2009
NL : DNB: dekkingsgraden gestegen naar 103%
Pensioenfondsen hebben voor het eerst sinds 2007 weer een kwartaal met positieve beleggingsresultaten meegemaakt. De dekkingsgraden zijn daarom aan het einde van het tweede kwartaal gestegen tot gemiddeld 103 procent. Dat meldt De Nederlandsche bank in haar kwartaalbericht van september 2009.
Het herstel is vooral te danken aan aantrekkende aandelenkoersen maar ook deels aan de rentestand.
Ruim 340 pensioenfondsen hebben bij de toezichthouder een herstelplan ingediend; een klein aantal daarvan is afgekeurd terwijl het merendeel inmiddels een positief oordeel heeft ontvangen. Met ongeveer vijftig pensioenfondsen is DNB over de herstelplannen nog in gesprek.
Verder meldt DNB in het kwartaalbericht dat de prestaties van de grootste Nederlandse vermogensbeheerders achterblijven bij de benchmark: zowel voor obligaties als aandelen zijn Nederlandse asset managers in het eerste en tweede kwintiel ondervertegenwoordigd.
Het herstel is vooral te danken aan aantrekkende aandelenkoersen maar ook deels aan de rentestand.
Ruim 340 pensioenfondsen hebben bij de toezichthouder een herstelplan ingediend; een klein aantal daarvan is afgekeurd terwijl het merendeel inmiddels een positief oordeel heeft ontvangen. Met ongeveer vijftig pensioenfondsen is DNB over de herstelplannen nog in gesprek.
Verder meldt DNB in het kwartaalbericht dat de prestaties van de grootste Nederlandse vermogensbeheerders achterblijven bij de benchmark: zowel voor obligaties als aandelen zijn Nederlandse asset managers in het eerste en tweede kwintiel ondervertegenwoordigd.
zondag 13 september 2009
NL : DNB weer onduidelijk , Nieuw indexatiebeleid van DNB?
DNB-Magazine is een zes keer per jaar verschijnende “glossy” van De Nederlandsche Bank. Het septembernummer bevat een keur aan interessante onderwerpen. Belangrijk is bij voorbeeld een gedegen artikel over “Het financiële landschap van de toekomst” waarin het vertrouwen in banken en het beleggingsbeleid van pensioenfondsen aan de orde komt. Ook is er een “special” van maar liefst negen tekstpagina’s over de kredietcrisis. Verplichte kost dus. Maar het voor mij meest interessante en intrigerende stukje is net iets meer dan een halve pagina groot en gaat over “Indexatie pensioenen” geschreven door Marijke Hoogendoorn.
Zij sprak met pensioenexpert Dirk Broeders van DNB, die opent met wat wij allang wisten: “De meeste fondsen kunnen dit jaar niet indexeren (…).” Natuurlijk krijgt de val van de aandelenkoersen de schuld voor het vermogensverlies van de pensioenfondsen maar ook wordt toegegeven dat door de rentedaling de actuele waarde van de pensioenverplichtingen wordt opgedreven. Geen woord natuurlijk over het toezicht van DNB dat de pensioenfondsen had moeten waarschuwen voor een te risicovolle verschuiving van de beleggingen naar aandelen. Evenmin een verwijt richting het Financiële ToetsingsKader van DNB waarbij de (lage) rente een veel te belangrijke rol speelt.
De feiten zijn overigens wel interessant. Rond 350 pensioenfondsen kampen met tekorten en moeten de “buikriem” aanhalen. De minimale dekkingsgraad is 105 maar … “de wet eist grotere buffers: een dekkingsgraad van 125% voor een gemiddeld pensioenfonds.” Nu is het merkwaardig, maar in de PW2007 wordt helemaal niet gesproken over een dekkingsgraad van 125 procent. Het woordje dekkingsgraad komt welgeteld één keer voor en wel in artikel 147 van de wet. Over de verhouding “Eigen vermogen” en “Technische voorzieningen” zegt de wet ook niet veel en verwijst naar Algemene Maatregelen van Bestuur. De wet eist dus helemaal geen 125% dekkingsgraad. De enige eis die de wet stelt (neerkomend op een dekkingsgraad van ca. 105) is dat er 97,5 procent kans moet zijn dat het pensioenfonds niet in de situatie raakt dat er minder kapitaal is dan pensioenverplichtingen.
Enerzijds hebben we dus de wet die geen 125 maar 105 procent dekkingsgraad eist en anderzijds hebben we het beleid van DNB dat via zijn FTK de pensioenverplichtingen verder opschroeft dan voor een lange termijnzaak als pensioenen nodig is. Dat alles resulteert in een lage dekkingsgraad en daarmee het niet indexeren (voor inflatie corrigeren) van de pensioenen. Dat leidt tot koopkrachtverlies voor gepensioneerden. Dat wordt wel als ernstig genoemd maar door foute redeneringen nog eens verdoezeld. Zo wordt beweerd dat een inflatie van 3% gedurende 4 jaar tot een achteruitgang van 12% leidt. Wie kan rekenen weet dat (1+2+3+4) maal drie procent moet zijn dus maar liefst 30%.
Als de fondsen er weer beter voorstaan kunnen ze, aldus het artikel, weer gaan indexeren en zelfs: “Ook kunnen fondsen dan besluiten om eventueel gemiste indexaties alsnog toe te kennen”.
Zijn wij dan al die jaren voor de gek gehouden door het ABP-bestuur en de besturen van al die andere fondsen, die steevast verklaarden dat na-indexeren niet mag van DNB omdat daardoor het recht op indexatie “onvoorwaardelijk” zou worden. Bij ABP was dat zelfs de reden om iedere gepensioneerde een eenmalige toeslag van 300 euro te geven.
Als de schrijfster gelijk heeft, is dat een radicale doorbraak van het beleid van DNB op het gebied van indexaties.
Op mijn e-mail waarin ik DNB om toelichting vroeg, heb ik helaas geen antwoord ontvangen. Wedden dat die na-indexatie toch niet doorgaat en gepensioneerden weer jaren op een houtje mogen bijten?
Potamus
Zij sprak met pensioenexpert Dirk Broeders van DNB, die opent met wat wij allang wisten: “De meeste fondsen kunnen dit jaar niet indexeren (…).” Natuurlijk krijgt de val van de aandelenkoersen de schuld voor het vermogensverlies van de pensioenfondsen maar ook wordt toegegeven dat door de rentedaling de actuele waarde van de pensioenverplichtingen wordt opgedreven. Geen woord natuurlijk over het toezicht van DNB dat de pensioenfondsen had moeten waarschuwen voor een te risicovolle verschuiving van de beleggingen naar aandelen. Evenmin een verwijt richting het Financiële ToetsingsKader van DNB waarbij de (lage) rente een veel te belangrijke rol speelt.
De feiten zijn overigens wel interessant. Rond 350 pensioenfondsen kampen met tekorten en moeten de “buikriem” aanhalen. De minimale dekkingsgraad is 105 maar … “de wet eist grotere buffers: een dekkingsgraad van 125% voor een gemiddeld pensioenfonds.” Nu is het merkwaardig, maar in de PW2007 wordt helemaal niet gesproken over een dekkingsgraad van 125 procent. Het woordje dekkingsgraad komt welgeteld één keer voor en wel in artikel 147 van de wet. Over de verhouding “Eigen vermogen” en “Technische voorzieningen” zegt de wet ook niet veel en verwijst naar Algemene Maatregelen van Bestuur. De wet eist dus helemaal geen 125% dekkingsgraad. De enige eis die de wet stelt (neerkomend op een dekkingsgraad van ca. 105) is dat er 97,5 procent kans moet zijn dat het pensioenfonds niet in de situatie raakt dat er minder kapitaal is dan pensioenverplichtingen.
Enerzijds hebben we dus de wet die geen 125 maar 105 procent dekkingsgraad eist en anderzijds hebben we het beleid van DNB dat via zijn FTK de pensioenverplichtingen verder opschroeft dan voor een lange termijnzaak als pensioenen nodig is. Dat alles resulteert in een lage dekkingsgraad en daarmee het niet indexeren (voor inflatie corrigeren) van de pensioenen. Dat leidt tot koopkrachtverlies voor gepensioneerden. Dat wordt wel als ernstig genoemd maar door foute redeneringen nog eens verdoezeld. Zo wordt beweerd dat een inflatie van 3% gedurende 4 jaar tot een achteruitgang van 12% leidt. Wie kan rekenen weet dat (1+2+3+4) maal drie procent moet zijn dus maar liefst 30%.
Als de fondsen er weer beter voorstaan kunnen ze, aldus het artikel, weer gaan indexeren en zelfs: “Ook kunnen fondsen dan besluiten om eventueel gemiste indexaties alsnog toe te kennen”.
Zijn wij dan al die jaren voor de gek gehouden door het ABP-bestuur en de besturen van al die andere fondsen, die steevast verklaarden dat na-indexeren niet mag van DNB omdat daardoor het recht op indexatie “onvoorwaardelijk” zou worden. Bij ABP was dat zelfs de reden om iedere gepensioneerde een eenmalige toeslag van 300 euro te geven.
Als de schrijfster gelijk heeft, is dat een radicale doorbraak van het beleid van DNB op het gebied van indexaties.
Op mijn e-mail waarin ik DNB om toelichting vroeg, heb ik helaas geen antwoord ontvangen. Wedden dat die na-indexatie toch niet doorgaat en gepensioneerden weer jaren op een houtje mogen bijten?
Potamus
donderdag 10 september 2009
NL : De stijgende levensverwachting en dalende vruchtbaarheid bedreigen de duurzaamheid van de pay-as-you-go pensioenregelingen.
Rising longevity and falling fertility threaten the sustainability of pay-as-you-go pension schemes. This paper shows that maintaining the intergenerational balance in the Dutch pay-as-you-go pension scheme in the face of increased longevity since the introduction of the scheme in 1957 would have required a gradual increase of the retirement age to at least 68 years for the generation born in 1945. Furthermore, we show that projected increases in labour-force participation rates do not generate sufficient additional tax revenues to subsitute for the dearth of human capital caused by falling fertility rates.
Google vertalen
Working paper No 220 2009_tcm46-221307
Google vertalen
Working paper No 220 2009_tcm46-221307
dinsdag 4 augustus 2009
Het effect van de herstelplannen van de pensioenfondsen op de groei van Nederlandse economie
Als gevolg van de financiële crisis is het vermogen van pensioenfondsen gekrompen ten opzichte van de toekomstige pensioenverplichtingen. In veel gevallen is de dekkingsgraad (de verhouding tussen de aanwezige middelen en de verplichtingen) van pensioenfondsen onder de minimale wettelijke norm van 105% terechtgekomen.
De pensioenfondsen hebben een termijn van vijf jaar om uit dekkingstekort te herstellen. Ruim 340 pensioenfondsen moesten voor 1 april een herstelplan indienen bij De Nederlandsche Bank (DNB) als prudentieel toezichthouder op de pensioenfondsen. In de periode tussen april en begin juli zijn de herstelplannen beoordeeld. Op grond van de voorgenomen maatregelen kan een schatting worden gemaakt van de macro-economische effecten van de herstelplannen. Eind 2013 kan het volume van de totale binnenlandse productie 0,75 % lager uitkomen dan zonder uitvoering van de herstelplannen het geval zou zijn. Dit blijkt uit een analyse met MORKMON, het macro-econometrische model voor de Nederlandse economie van DNB.
Herstelmaatregelen kunnen via diverse kanalen de economie beïnvloeden
De pensioenfondsen voorzien een aantal maatregelen om de dekkingsgraad te herstellen. Deze maatregelen beïnvloeden de Nederlandse economie via diverse kanalen. Ten eerste geven veel pensioenfondsen aan de premies te verhogen. Een hogere pensioenpremie heeft een negatief effect op de koopkracht. Werknemers zullen een kleiner deel van hun inkomen over houden om te besteden, waardoor de consumptie lager uitvalt. Werkgevers die een hogere werkgeverspremie betalen, worden daarnaast geconfronteerd met hogere loonkosten, waardoor de werkgelegenheid en de winstgevendheid onder druk komen te staan.
Ten tweede doet een aantal fondsen beroep op de werkgever om een aanvullende storting te doen in het pensioenfonds. Van zo´n extra storting kan een drukkend effect uitgaan op de investeringen in vaste activa. De mate waarin deze remmende werking optreedt, hangt af van de voorgenomen investeringsplannen, en de resterende middelen om deze te financieren.
Ten derde laten vrijwel alle pensioenfondsen indexatie achterwege. Dit betekent dat de hoogte van de pensioenen niet, of slechts gedeeltelijk wordt aangepast aan de loon– of prijsontwikkelingen. Hierdoor blijven de uitkeringen aan gepensioneerden achter bij een waardevast pensioen, wat de koopkracht van deze groep negatief beïnvloedt. Verder worden minder pensioenvoorzieningen opgebouwd door de actieve deelnemers, wat voor deze groep een vermogensverlies betekent, waardoor hun bestedingsmogelijkheden negatief worden beïnvloed.
Tot slot hebben zo´n twintig pensioenfondsen in het herstelplan korting op de nominale pensioenen als maatregel opgenomen. Het is echter nog niet zeker dat de pensioenen daadwerkelijk zullen worden gekort. Omdat het vooral kleinere fondsen betreft, worden de macro-economische effecten hiervan op dit moment als gering geschat.
Cumulatief verlies aan bbp-volume kan 0,75 procentpunt bedragen
Om de effecten van de diverse maatregelen op de Nederlandse economie te kwantificeren zijn berekeningen uitgevoerd met het macro-econometrische model voor de Nederlandse economie van DNB. Om recht te doen aan de huidige onzekerheden is een aantal varianten doorgerekend. De varianten verschillen in de mate waarin en de timing waarmee diverse herstelmaatregelen plaatsvinden.
In elk van de varianten krijgt de Nederlandse economie te maken met afnemende bestedingen, een lager beschikbaar inkomen en een dalende werkgelegenheid. Al met al ontstaat het beeld dat het cumulatieve verlies aan het volume van het bruto binnenlands product over de periode 2009 tot en met 2013 rond de 0,75 procentpunt bedraagt. Het is nog onduidelijk of de grootste effecten op het bbp-volume aan het begin van de herstelperiode zullen optreden, of dat het lagere bbp-volume min of meer gelijkmatig zal ontstaan. In dit laatste geval zou in elk jaar tussen 2009 en 2013 de groei van het bbp-volume zo´n 0,15 procentpunt lager uitvallen.
De pensioenfondsen hebben een termijn van vijf jaar om uit dekkingstekort te herstellen. Ruim 340 pensioenfondsen moesten voor 1 april een herstelplan indienen bij De Nederlandsche Bank (DNB) als prudentieel toezichthouder op de pensioenfondsen. In de periode tussen april en begin juli zijn de herstelplannen beoordeeld. Op grond van de voorgenomen maatregelen kan een schatting worden gemaakt van de macro-economische effecten van de herstelplannen. Eind 2013 kan het volume van de totale binnenlandse productie 0,75 % lager uitkomen dan zonder uitvoering van de herstelplannen het geval zou zijn. Dit blijkt uit een analyse met MORKMON, het macro-econometrische model voor de Nederlandse economie van DNB.
Herstelmaatregelen kunnen via diverse kanalen de economie beïnvloeden
De pensioenfondsen voorzien een aantal maatregelen om de dekkingsgraad te herstellen. Deze maatregelen beïnvloeden de Nederlandse economie via diverse kanalen. Ten eerste geven veel pensioenfondsen aan de premies te verhogen. Een hogere pensioenpremie heeft een negatief effect op de koopkracht. Werknemers zullen een kleiner deel van hun inkomen over houden om te besteden, waardoor de consumptie lager uitvalt. Werkgevers die een hogere werkgeverspremie betalen, worden daarnaast geconfronteerd met hogere loonkosten, waardoor de werkgelegenheid en de winstgevendheid onder druk komen te staan.
Ten tweede doet een aantal fondsen beroep op de werkgever om een aanvullende storting te doen in het pensioenfonds. Van zo´n extra storting kan een drukkend effect uitgaan op de investeringen in vaste activa. De mate waarin deze remmende werking optreedt, hangt af van de voorgenomen investeringsplannen, en de resterende middelen om deze te financieren.
Ten derde laten vrijwel alle pensioenfondsen indexatie achterwege. Dit betekent dat de hoogte van de pensioenen niet, of slechts gedeeltelijk wordt aangepast aan de loon– of prijsontwikkelingen. Hierdoor blijven de uitkeringen aan gepensioneerden achter bij een waardevast pensioen, wat de koopkracht van deze groep negatief beïnvloedt. Verder worden minder pensioenvoorzieningen opgebouwd door de actieve deelnemers, wat voor deze groep een vermogensverlies betekent, waardoor hun bestedingsmogelijkheden negatief worden beïnvloed.
Tot slot hebben zo´n twintig pensioenfondsen in het herstelplan korting op de nominale pensioenen als maatregel opgenomen. Het is echter nog niet zeker dat de pensioenen daadwerkelijk zullen worden gekort. Omdat het vooral kleinere fondsen betreft, worden de macro-economische effecten hiervan op dit moment als gering geschat.
Cumulatief verlies aan bbp-volume kan 0,75 procentpunt bedragen
Om de effecten van de diverse maatregelen op de Nederlandse economie te kwantificeren zijn berekeningen uitgevoerd met het macro-econometrische model voor de Nederlandse economie van DNB. Om recht te doen aan de huidige onzekerheden is een aantal varianten doorgerekend. De varianten verschillen in de mate waarin en de timing waarmee diverse herstelmaatregelen plaatsvinden.
In elk van de varianten krijgt de Nederlandse economie te maken met afnemende bestedingen, een lager beschikbaar inkomen en een dalende werkgelegenheid. Al met al ontstaat het beeld dat het cumulatieve verlies aan het volume van het bruto binnenlands product over de periode 2009 tot en met 2013 rond de 0,75 procentpunt bedraagt. Het is nog onduidelijk of de grootste effecten op het bbp-volume aan het begin van de herstelperiode zullen optreden, of dat het lagere bbp-volume min of meer gelijkmatig zal ontstaan. In dit laatste geval zou in elk jaar tussen 2009 en 2013 de groei van het bbp-volume zo´n 0,15 procentpunt lager uitvallen.
vrijdag 31 juli 2009
Externe commissie adviseert DNB over de verdere verbetering van de risico-oriëntatie van het toezicht op verzekeraars
In de aanloop naar het nieuwe Europese regelgevend kader, dat in 2012 wordt ingevoerd, Solvency II, heeft een externe commissie op verzoek van DNB aanbevelingen gedaan om risico-oriëntatie in het toezicht op verzekeraars op een hoger plan te krijgen.
In Visie Toezicht 2006-2010 presenteert DNB risico-oriëntatie als één van de belangrijkste uitgangspunten van het toezicht van DNB . In 2008 heeft DNB een externe commissie de vraag voorgelegd in hoeverre het toezicht op verzekeraars voldoende gericht is op de belangrijkste risico´s. De commissie bestond uit prof. J.C.A. Gortemaker RA (voorzitter, hoogleraar accountancy aan de Erasmus Universiteit), prof. dr. H. Keuzenkamp (hoogleraar verzekeringskunde aan de Universiteit van Amsterdam) en J.C. Verheij (oud-bestuurder van SNS Reaal groep).
De commissie concludeert dat DNB actief invulling geeft aan risico-oriëntatie in het toezicht op verzekeraars met voorlichting aan verzekeraars, jaarlijkse publicatie van toezichtthema´s, de systematiek van Financiële Instellingen Risicoanalyse Methode ( FIRM ) en voorbereidingen op Solvency II. Dit moet echter ondersteund worden door betere wettelijke regels. De commissie constateert dat de huidige rapportages, die volgens de wet eenmaal per jaar worden verschaft, een onvoldoende actueel beeld geven en dat de wettelijke solvabiliteitseisen onvoldoende alle risico´s dekken. Het nieuwe internationale raamwerk voor het toezicht op verzekeraars, Solvency II, is beter, maar geldt pas vanaf eind 2012. De commissie beveelt aan om vooruitlopend hierop kwartaalrapportages in 2009 en deelname aan voorbereidingen op Solvency II in 2010 verplicht te stellen.
Daarnaast doet de commissie in het eindrapport aanbevelingen waarmee DNB de interne organisatie, de informatievergaring en de werkprocessen beter en sneller kan richten op de belangrijkste risico´s bij verzekeraars. Zo benadrukt de commissie bijvoorbeeld het nut van de door DNB opgestarte self assessments en ziet ruimte voor een bredere toepassing van dit instrument. De grondgedachte van risicoanalysehulpmiddel FIRM is goed, maar de toepassing ervan moet grondig verbeterd worden, aldus de commissie. Voorts wordt gesignaleerd dat een aantal tijdens de kredietcrisis aangebrachte interne organisatorische aanpassingen (zoals een afdelingsoverstijgende risicomonitoring) een structureel karakter verdient. De commissie acht het van belang, dat verbeteringen in een hoog tempo worden doorgevoerd.
DNB neemt het eindrapport ter harte en heeft een actieplan ontwikkeld. Dit actieplan richt zich op de voorbereiding op Solvency II en de verbetering van de organisatie en het toezichtproces om de risico-oriëntatie te verhogen.
Hieronder treft u de samenvatting van het eindrapport aan.
Samenvatting Externe Evaluatie Toezicht Op Verzekeraars_tcm46-220706
In Visie Toezicht 2006-2010 presenteert DNB risico-oriëntatie als één van de belangrijkste uitgangspunten van het toezicht van DNB . In 2008 heeft DNB een externe commissie de vraag voorgelegd in hoeverre het toezicht op verzekeraars voldoende gericht is op de belangrijkste risico´s. De commissie bestond uit prof. J.C.A. Gortemaker RA (voorzitter, hoogleraar accountancy aan de Erasmus Universiteit), prof. dr. H. Keuzenkamp (hoogleraar verzekeringskunde aan de Universiteit van Amsterdam) en J.C. Verheij (oud-bestuurder van SNS Reaal groep).
De commissie concludeert dat DNB actief invulling geeft aan risico-oriëntatie in het toezicht op verzekeraars met voorlichting aan verzekeraars, jaarlijkse publicatie van toezichtthema´s, de systematiek van Financiële Instellingen Risicoanalyse Methode ( FIRM ) en voorbereidingen op Solvency II. Dit moet echter ondersteund worden door betere wettelijke regels. De commissie constateert dat de huidige rapportages, die volgens de wet eenmaal per jaar worden verschaft, een onvoldoende actueel beeld geven en dat de wettelijke solvabiliteitseisen onvoldoende alle risico´s dekken. Het nieuwe internationale raamwerk voor het toezicht op verzekeraars, Solvency II, is beter, maar geldt pas vanaf eind 2012. De commissie beveelt aan om vooruitlopend hierop kwartaalrapportages in 2009 en deelname aan voorbereidingen op Solvency II in 2010 verplicht te stellen.
Daarnaast doet de commissie in het eindrapport aanbevelingen waarmee DNB de interne organisatie, de informatievergaring en de werkprocessen beter en sneller kan richten op de belangrijkste risico´s bij verzekeraars. Zo benadrukt de commissie bijvoorbeeld het nut van de door DNB opgestarte self assessments en ziet ruimte voor een bredere toepassing van dit instrument. De grondgedachte van risicoanalysehulpmiddel FIRM is goed, maar de toepassing ervan moet grondig verbeterd worden, aldus de commissie. Voorts wordt gesignaleerd dat een aantal tijdens de kredietcrisis aangebrachte interne organisatorische aanpassingen (zoals een afdelingsoverstijgende risicomonitoring) een structureel karakter verdient. De commissie acht het van belang, dat verbeteringen in een hoog tempo worden doorgevoerd.
DNB neemt het eindrapport ter harte en heeft een actieplan ontwikkeld. Dit actieplan richt zich op de voorbereiding op Solvency II en de verbetering van de organisatie en het toezichtproces om de risico-oriëntatie te verhogen.
Hieronder treft u de samenvatting van het eindrapport aan.
Samenvatting Externe Evaluatie Toezicht Op Verzekeraars_tcm46-220706
woensdag 24 juni 2009
Toegenomen gevoeligheid pensioenfondsen voor beleggingen in buitenland
De liberalisering en deregulering van de kapitaalmarkten in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw hebben, in combinatie met de vooruitgang in de informatietechnologie, een impuls gegeven aan een sterke internationalisering van het kapitaalverkeer, de internationale samenhang van financiële markten en de creatie van geavanceerde financiële producten. In toenemende mate hebben partijen uit de financiële sector dan ook grensoverschrijdende vorderingen en verplichtingen opgebouwd. Dit geldt ook voor pensioenfondsen, althans voor hun beleggingen. Eind 2008 bedroegen de beleggingen van pensioenfondsen bijna EUR 700 miljard en daarvan betrof drie kwart buitenlandse vermogenstitels. Tegenover deze vorderingen staan de verplichtingen van pensioenfondsen, maar die bestaan nog altijd vrijwel volledig uit toekomstige, op de AOW aanvullende pensioenuitkeringen aan Nederlandse gepensioneerden. Wel worden momenteel ook voor buitenlandse pensioenspaarders mogelijkheden ontwikkeld om bij Nederlandse pensioenfondsen een pensioen op te bouwen.
maandag 8 juni 2009
Pension fund sophistication and investment policy
This paper assesses the sophistication of pension funds’ investment policies using data on 748 Dutch pension funds during the 1999–2006 period. We develop three indicators of sophistication: gross rounding of investment choices, investments in alternative sophisticated asset classes and ‘home bias’. We find that pension funds’ strategic portfolio choices are often based on coarse and possibly less sophisticated approaches. Most pension funds, particularly the medium-sized and smaller ones, round strategic asset allocations to the nearest multiple of 5%, similar to age heaping in demographic and historical studies. Second, many pension funds invest little or nothing in alternative asset classes besides equities and bonds, resulting in limited asset diversification. Third, medium-sized and smaller pension funds favor regional investments and as such not fully employ the opportunities of international diversification. Finally, we show that pension funds using less sophisticated asset allocation rules tend to opt for investment strategies with a lower risk-return profile.
Paper
Paper
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :