Doorgaan naar hoofdcontent

Swapmarkt voor generatierisico’s

Een swapmarkt waarop verschillende generaties hun specifieke pensioenrisico’s uitwisselen, zou kunnen dienen als alternatief voor inflatiegerelateerde obligaties.

Deze suggestie deed onderzoeker Eduard Ponds van de Universiteit van Tilburg kortgeleden tijdens een bijeenkomst van Netspar, het netwerk voor pensioenen, pensionering en vergrijzing.

Volgens Ponds zou zo’n swapmarkt werknemers van onder de vijftig de gelegenheid moeten geven om hun menselijk kapitaalrisico (het loonrisico) te kunnen uitwisselen voor de financiële risico’s (het rendementsrisico) van hun oudere collega’s.

Naar het oordeel van de onderzoeker is de markt voor inflatiegerelateerde obligaties te klein om de genoemde pensioenrisico’s af te dekken.

“Met 304 miljard euro in Europa en 1.400 miljard euro wereldwijd is de markt voor inflatieobligaties zo klein dat deze gemakkelijk is te verstoren,” aldus Ponds, die het onderzoek deed samen met Jiajia Ciu.

Om een swapmarkt voor generatierisico's goed te laten werken, zouden de deelnemers moeten bestaan uit werknemers met gelijke karakteristieken en achtergrond, maar met verschillende leeftijden, zo lichtte hij toe.

Zo'n swapmarkt zou op initiatief van de vakbonden moeten worden opgezet op het niveau van een onderneming of een hele bedrijfstak, aldus Ponds, die benadrukte dat een goede uitleg naar de deelnemers cruciaal is.

“Het is goed dat wordt nagedacht over alternatieven, want de overheid moet helpen om de voorspelbaarheid van pensioenen te vergroten,” zegt Chris Driessen, pensioenonderhandelaar bij het FNV, in een voorlopige reactie.

“Omdat de markt voor inflatieobligaties nog veel te klein is, dringen wij er bij de Nederlandse overheid al enige tijd op aan om inflatieobligaties te gaan geven. Maar het ministerie van Financiën ziet dat nog niet zitten,” aldus Driessen.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg