Posts tonen met het label armoede. Alle posts tonen
Posts tonen met het label armoede. Alle posts tonen

maandag 28 januari 2013

Pensioendiensten verdubbelen inspanningen om armoederisico bij gepensioneerden terug te dringen

Minister van Pensioenen Alexander De Croo en Staatssecretaris voor Armoedebestrijding Maggie De Block gaan de pensioendiensten vragen hun inspanningen te verdubbelen zodat mensen die recht hebben op een Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) dat supplement ook effectief krijgen. De Croo en De Block willen zo het armoederisico bij ouderen verminderen. Ze deden die toezegging vandaag tijdens een ontmoeting met welzijnsorganisatie Welzijnszorg.

De inkomensgarantie voor ouderen (IGO) is een financiële hulp voor gepensioneerden die niet over voldoende middelen beschikken. Een IGO kan worden toegekend vanaf de leeftijd van 65 jaar na een onderzoek van alle inkomsten en bestaansmiddelen van de gepensioneerde (naast pensioen, o.m. ook beroepsinkomsten en roerende inkomsten). Sinds 2004 gaat de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) bij nieuwe pensioenaanvragen automatisch na of mensen recht hebben op het supplement. Sinds 2010 gebeurt dat automatisch onderzoek ook voor vervroegd pensioneerden, genieters van een tegemoetkoming voor gehandicapten of leefloners die 65 jaar worden.

dinsdag 23 oktober 2012

Veel gepensioneerde onder de armoedegrens

Vorig jaar moest 15,3 % van de Belgen rond komen met een inkomen dat onder de armoedegrens ligt. Dat blijkt uit cijfers van de FOD Economie. Die cijfers zijn gebaseerd op een jaarlijks Europees onderzoek naar de inkomens en leefomstandigheden (EU-SILC-enquête).

Maar de cijfers hebben ook een interessante invalshoek naar de discussies rond de pensioenen.
Het gemiddeld pensioen dat de RVP in december vorig jaar uitbetaalde, bedroeg 943,87 euro. Dat is 2,85% meer dan een jaar eerder. Welnu, het gemiddeld werknemerspensioen ligt daarmee onder de armoedegrens. Want die laatste is bepaald op 1.000 euro per maand voor een alleenstaande.

woensdag 17 oktober 2012

Het gemiddeld rustpensioen ligt onder de armoedegrens

Vorig jaar moest 15,3 procent van de Belgen rondkomen met een inkomen dat onder de armoedegrens ligt. Het aantal Belgen dat een risico op armoede loopt, heeft daarmee het hoogste niveau bereikt sinds het begin van de economische crisis. Dat blijkt uit cijfers die de Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie dinsdag heeft bekendgemaakt, naar aanleiding van Werelddag van verzet tegen armoede op 17 oktober.

Overigens is de armoedegrens voor een alleenstaande vastgelegd op een inkomen van 1.000 euro per maand, tegenover 973 euro in 2010. Voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen ligt de drempel op 2.101 euro (2.044 euro in 2010).

Uit de cijfers, die gebaseerd zijn op een jaarlijks Europees onderzoek naar de inkomens en leefomstandigheden (EU-SILC-enquête), blijkt ook dat het risico op armoede bij vrouwen nog altijd hoger ligt dan bij mannen (16,0 tegenover 14,6 procent). Ook 65-plussers (20,2 procent) en alleenstaande ouders (38,5 procent) behoren tot de kwetsbare groepen.

Het gemiddeld pensioen dat de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) in december vorig jaar uitbetaalde, bedroeg 943,87 euro. Dat is 2,85 procent meer dan een jaar eerder. Rekening houdend met de inflatie nam de koopkracht in één jaar met ongeveer 1,2 procent toe. Het gemiddeld pensioen van een werknemer (952,94 euro) ligt nog altijd een stuk hoger dan dat van een zelfstandige (755,51 euro). En mannen hebben met gemidddeld 1.065,41 euro gemiddeld een hoger pensioen dan de vrouwen (833,04 euro).

Vervolg


Word fan op FACEBOOK

zondag 30 september 2012

Karig pensioen drijft ouderen in armoede

We moeten met zijn allen meer en langer werken, want anders kunnen we onze pensioenen niet meer betalen. Zolang de economie niet aantrekt, wordt dat een aartsmoeilijke opdracht en dreigen er meer mensen in armoede terecht te komen.

Vandaag trekt een bonte verzameling van armoedeorganisaties, vakbonden en mutualiteiten door de straten van Brussel om te protesteren tegen de toenemende armoede in onze samenleving. Armoede heeft vele gezichten. Een ervan is dat van de gepensioneerden.

Vervolg


Word fan op FACEBOOK

maandag 10 september 2012

Duitsland vreest toename arme ouderen

De dreigende armoede onder Duitse bejaarden brengt de Duitse politiek in beweging. De grote partijen vinden dat er iets moet gebeuren, maar zijn het nog oneens over de beste oplossing.

Minister Ursula von der Leyen (Arbeid en Sociale Zaken) had onlangs voorgesteld om de allerarmste ouderen een aanvulling te geven op hun pensioen, tot 850 euro per maand.

Vervolg

Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension

In onze webshop (rechternavigatie) kan je talrijke publicaties gratis downloaden of aan interessante prijzen aanschaffen.

woensdag 22 augustus 2012

Check hoeveel Belgen minder verdienen dan u

Het befaamde universitaire Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, o.m. gespecialiseerd in armoede, heeft een tool online geplaatst waarmee iedereen snel kan nagaan hoe ver hij van de armoedegrens is verwijderd en hoeveel procent van de huishoudens een lager inkomen heeft. Het volstaat het aantal gezinsleden en het netto-maandinkomen van het gezin in te voeren.

U vindt de tool op deze pagina.

Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension

maandag 5 maart 2012

40% van de ouderen hebben een pensioen dat onder de armoedegrens valt.

De 'Europese' armoedegrens bedraagt anno 2010 voor België 973 euro per maand voor een alleenstaande en 2.044 euro per maand voor een huishouden van twee volwassenen en twee kinderen. Deze armoedegrens is 60% van het mediane inkomen. Deze cijfers werden bekend gemaakt door de POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding, Sociale Economie en Grootstedenbeleid naar aanleiding van het verschijnen van het Federaal Jaarboek Armoede 2012.

Enkele cijfers

14,6% van de Belgische bevolking leeft onder deze armoedegrens. Kinderen tussen 0 en 2 jaar hebben een armoederisico van 22%. Voor jongeren tussen 0 en 15 jaar bedraagt dit risico 18,5%. 35,5% van de eenoudergezinnen leeft onder de armoedegrens.Bijna één kind op twee dat het risico op armoede loopt, leeft in een huishouden zonder tewerkgesteld persoon. Meer dan een kind op vier in armoede leeft in een huishouden waarin de ouder(s) minstens halftijds werken/werkt.

Armoede bij ouderen
19,4% van de ouderen (65+) leeft onder de armoedegrens.27% van de alleenstaande ouderen geven aan dat ze grote moeilijkheden hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. 40% van de ouderen hebben een pensioen dat onder de armoedegrens valt. 14% van de hen ontvangen geen pensioen, ze leven bijna allemaal onder de armoedegrens.

Gezondheidsproblemen
31,9% van de Belgen met de laagste inkomens lijden aan een of meer chronische aandoeningen. 28,5% van hen stellen uitgaven voor gezondheidszorg uit om financiële redenen. 32,3% van de Belgen met de laagste inkomens hebben gezondheidsproblemen door hun gevaarlijke of moeilijke arbeidsomstandigheden. 17% van de huishoudens onder de armoedegrens kunnen hun woonst niet voldoende verwarmen.

Vervolg


Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension

dinsdag 4 oktober 2011

Steeds meer Belgen lijden honger

Het aantal mensen dat beroep doet op hulporganisaties omdat ze honger lijden, blijft stijgen. Onder hen zijn steeds meer Belgen.

Gepensioneerden

Opvallend is dat oudere mensen met een laag pensioen een steeds grotere probleemgroep vormen. Oorzaak van de toenemende armoede is de sociaal-economische crisis. ‘Sinds 2008 zijn er steeds meer mensen die niet kunnen rondkomen.’

Vervolg

donderdag 9 september 2010

Armoede daalt niet vanzelf

Het Lissabon-geloof heeft niet gewerkt. Bij de opstelling van haar 'Lissabon-doelstellingen', tien jaar geleden, geloofde de EU heel sterk dat áls gewerkt werd aan de economische groei én aan de werkgelegenheid, de armoede vanzelf wel zou dalen.

Niet dus. Er is overal in de EU economische en banengroei geweest, maar de armoede is nergens afgenomen. Dat toonde professor Bea Cantillon (UA) woensdag aan op de EU-pensioenconferentie in Luik.

donderdag 27 mei 2010

Europese werknemers stevenen blindelings af op een pensioen in armoede

Zowel Europese overheden als werkgevers geven hun burgers en arbeidskrachten onvoldoende voorlichting over de waarde op lange termijn van hun pensioen. De voorlichting is zelfs zo gebrekkig dat minder dan een kwart van de Europese werkende bevolking zegt geïnteresseerd te zijn in hun pensioen, hoewel dat wel hun oudedagvoorziening is, volgens Aon Consulting, de toonaangevende firma op het gebied van werknemersrisico- en uitkeringsmanagement.

Als onderdeel van de Aon Consulting European Employee Benefits Benchmark is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd onder meer dan 7.500 werknemers uit België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Nederland, Noorwegen, Spanje, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk, 10 van de voornaamste economieën in Europa. Het Benchmarkonderzoek richt zich op de opvattingen van arbeiders in de verschillende Europese landen over onderwerpen als pensionering, werknemersuitkeringen en andere pensioengerelateerde kwesties.

donderdag 29 april 2010

De Belgische eerstepijlerpensioenen aan de vooravond van de vergrijzing: doorlichting van bedragen, gerechtigden en adequaatheid

Aan de vooravond van de vergrijzing, met de naoorlogse babyboomgeneratie die de pensioenleeftijd bereikt en dit in een context van toenemende levensverwachting, is het politiek en maatschappelijk debat over de toekomst van de pensioenen volop aan de gang. In dat kader is het interessant om het huidige wettelijke pensioensysteem in kaart te brengen. Deze paper wil daaraan tegemoetkomen en stelt een analyse voor van de Belgische eerstepijlerpensioenen op basis van statistieken over de uitbetaalde pensioenen. Er worden geen andere inkomens (zoals tweede- en derdepensioenpijler) van de gepensioneerden, noch van personen waarmee ze samenwonen, geanalyseerd en er wordt dus ook niet beoogd uitspraken te doen over de levensstandaard van gepensioneerden.
De Belgische eerstepijlerpensioenen aan de vooravond van de vergrijzing: doorlichting van bedragen, gerecht...

dinsdag 23 maart 2010

Bijna helft Belgen heeft het moeilijk om rond te komen

Maar liefst 44 procent van de Belgen had in 2008 moeite om rond te komen. Dat is tien procent meer dan het jaar ervoor.

In 2008 had 44 procent van de Belgen moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat meldt de FOD Economie op basis van een Europese enquête. In 2007 bedroeg dat aantal nog 34 procent. Maar liefst 21 procent van de ondervraagden geeft aan 'moeilijk' of 'zeer moeilijk' rond te komen, 23 procent komt 'eerder moeilijk' rond.

Onderwijsniveau
Ongeveer 1 op 7 Belgen loopt een verhoogd risico op armoede. Dat wil zeggen dat er in het gezin per hoofd niet meer dan 899 euro per maand beschikbaar is. Vooral 65-plussers (21,3 procent) en alleenstaande ouders (39,5 procent) hebben een opvallend hoger risico om in de armoede te verzeilen.

Verder blijkt dat werk een belangrijke buffer is tegen armoede. Het armoederisico van werklozen is zeven keer hoger dan dat van de werkenden. Ook het onderwijsniveau beïnvloedt het armoederisico. Bij personen zonder diploma of met een diploma lager onderwijs ligt het risico twee keer hoger dan bij personen met een diploma secundair onderwijs en bijna drie keer hoger dan bij personen met een diploma hoger onderwijs.

Onverwachte uitgave
Voor 24,1 procent van de mensen die boven de armoedegrens leven is het onmogelijk om één keer per maand vrienden te ontvangen. In dezelfde groep is het voor 39,5 procent niet mogelijk om een onverwachte uitgave van 800 euro binnen de week op te vangen.

maandag 22 maart 2010

Conferentie 27 april : Armoede en verouderen - Hoe kan ons te hervormen pensioenstelsel bescherming bieden aan de meest kwetsbare ouderen? Blik op het huidige debat

Op 27 april 2010 organiseert de Koning Boudewijnstichting een conferentie in Brussel over ‘armoede en verouderen’. Deze kadert in een breder project van de Europese Think tank Pour la Solidarité (PLS) dat zich tot doel stelt het publiek bewuster te maken van de rol die de Europese Unie speelt in de strijd tegen armoede via de open coördinatiemethode en meerbepaald het Nationale Actieplan Sociale Inclusie.

Deze conferentie wil een interessant inhoudelijk debat stimuleren over ‘armoede en verouderen’, behandeld vanuit specifieke thema’s zoals pensioenen, zorg & gezondheid, isolement en wonen & energie. De uitdaging is om aan het einde van deze dag, met de betrokkenen uit de sector en per thematiek, enkele prioritaire aandachtspunten te formuleren die aan de beleidsmakers zullen worden voorgelegd.

De conferentie duurt een volledige dag en zal opgebouwd zijn uit enkele plenaire sessies en ateliers waarbinnen armoede bij ouderen vanuit enkele specifieke thema’s zal worden geanalyseerd. Een atelier over de Europese Open Coördinatiemethode en het Nationaal Actieplan Sociale Inclusie zal een antwoord zoeken op de vraag hoe het beleid beter kan luisteren naar de stem van ouderen in armoede.

Dit evenement richt zich tot alle betrokken actoren, verenigingen en organisaties in het werkveld; zoals ouderenverenigingen, verenigingen uit de armoedesector, uit de zorgsector, OCMW's, sociale voorzieningen, politieke verantwoordelijken, vakbonden, mutualiteiten, overheden, ...

Simultaanvertaling Nederlands-Frans is voorzien tijdens de plenaire sessie en de tweetalige ateliers.


ATELIER 2 - Pensioenbeleid (in het Nederlands en het Frans met simultaanvertaling)
Hoe kan ons te hervormen pensioenstelsel bescherming bieden aan de meest kwetsbare
ouderen? Blik op het huidige debat.
Met de medewerking van
- Centrum Sociaal Beleid Antwerpen
- Anne SNICK, Coördinatrice Flora vzw


Dinsdag 27 april 2010
9u. – 17u.
Management Centre Europe
Waterleidingsstraat 118
1050 Brussel

Inschrijving online
Deelname is gratis maar inschrijving online of via contactcentrum van de Stichting (tel: +32-70-23 30 65) aan de plenaire sessie en de werkateliers is verplicht.

Via volgende linken bekom je het programma en de routebeschrijving.

dinsdag 16 maart 2010

Nederlandse gepensioneerden armer dan gedacht

Er wordt algemeen aangenomen dat 65-plussers in ons land relatief rijk zijn. Volgens de Europese Unie klopt dat beeld echter niet.

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek hebben 65-plussers in Nederland het goed: Het CBS-rapport ‘Lage inkomens, kans op armoede en uitsluiting 2009’ concludeert dat in 2008 vooral eenoudergezinnen met kleine kinderen en alleenstaanden jonger dan 65 te kampen hadden met kans op armoede.


Het aandeel dat van een laag inkomen moest rondkomen, was “met nog geen 2 procent in 2008 het kleinst bij paren van 65 jaar en ouder,” aldus het CBS. Bij alleenstaande 65-plussers daalde het percentage dat langdurig van een laag inkomen moest rondkomen volgens het CBS “van bijna 14 procent in 2000 tot bijna 1,5 procent in 2008.”

“De Nederlandse gepensioneerde is gemiddeld genomen welvarend en zal in de komende jaren relatief genomen nog welvarender worden. Niet alleen ten opzichte van generatiegenoten elders, maar ook ten opzichte van de jongere generaties in eigen land,” zo zei demissionair minister Donner tijdens een pensioenseminar enkele weken geleden.

Dit verhaal blijkt echter niet overeen te stemmen met cijfers van De Europese Unie. Volgens de ‘European Union-Statistics on Income and Living Conditions’ (EU-SILC) dreigt in Nederland 10% van de 65-plussers in armoede te moeten leven.

Dat is minder dan het Europees gemiddelde (19%) en het is ook beter dan in landen als het Verenigd Koninkrijk, waar 1 op de 3 bejaarden kans loopt op armoede. Het is ook beduidend beter dan bij onze zuiderburen: in België heeft meer dan 1 op vijf 65-plussers kans tot armoede te vervallen (21%).

Maar Nederland klopt zich niettemin ten onrechte op de borst: op het idee dat Nederlandse ouderen het een stuk beter hebben dan leeftijdgenoten elders, valt volgens Europese cijfers nogal wat af te dingen. Nederlandse gepensioneerden hebben bijvoorbeeld meer dan twee keer zoveel kans om in armoede te vervallen dan generatiegenoten in het relatief arme Hongarije, waar slechts 4% van de 65-plussers kans op armoede heeft. In Luxemburg bedraagt dit percentage 5%.

Ook de verkondiging dat gepensioneerden het beter hebben dan jongeren, blijkt niet zonder meer te kloppen. Het inkomen van Nederlandse 65-plussers ligt niet hoger dan dat van jongeren, maar bedraagt volgens de Europese cijfers ongeveer 84% van het inkomen van mensen onder de 65.

Dat is in Europees verband overigens geen geweldige score. Nederlandse ouderen behoren hiermee slechts tot de Europese middenmoot en worden voorbijgestreefd door onder meer Slovenië, Roemenië, Griekenland, Polen en Hongarije

woensdag 20 januari 2010

Vooral kinderen en ouderen belanden sneller in armoede.

Armoede ligt op de loer voor 17 procent van de Europeanen. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie.

De landen waar het risico het hoogst is, zijn Litouwen (26 procent), Roemenië (23 procent) en Bulgarije (21 procent). Het risico is heel wat lager voor inwoners uit Tsjechië (9 procent), Nederland (11 procent) en Slovakije (11 procent). In België is 15 procent van de bevolking met armoede bedreigd. Vooral voor kinderen en ouderen in de Europese Unie is het risico groter. Zo behoort de helft van de 65-plussers in Cyprus en Letland tot de risicocategorie.

Concreet behoor je tot die groep als je inkomen na sociale correcties onder de armoedegrens ligt. De armoededrempel verschilt wel sterk van land tot land.

Maar er zijn ook andere manieren om armoede te meten. Eurostat ging ook na hoeveel procent van de bevolking in de Europese lidstaten zich geen auto kan veroorloven. Roemenië staat hier eenzaam aan de top: voor de helft van de bevolking is een eigen wagen niet meer dan een onbereikbare droom. Bulgarije en Letland volgen met 28 en 24 procent. Cyprus scoort op dit punt het beste: slechts voor 1 procent van de bevolking is de aankoop van een auto financieel onhaalbaar. In eigen land kan 6 procent van de bevolking zich geen auto aanschaffen.

26 procent van de Belgen kan zich dan weer geen weekje vakantie weg van huis permitteren. Dat geldt voor maar liefst 76 procent van de Roemenen en amper 10 procent van de Denen.

Algemeen genomen scoren de nieuwe lidstaten Bulgarije en Roemenië het slechtst. De potentiële armoede is er duidelijk nog heel wat nijpender. De inwoners van Luxemburg, Nederland en Zweden zijn dan weer heel wat beter af. Van de oude lidstaten scoren Griekenland en Portugal het slechtst.

De cijfers worden niet toevallig extra in de verf gezet door Eurostat. Elk jaar zet de Europese Unie een thema in de kijker. 2010 is het Europees jaar tegen armoede.

woensdag 6 januari 2010

Bent u arm?

15 procent van de bevolking is arm. Hoor ik daarbij? Of hoe ver zit ik van de armoedegrens?

Vijftien procent van de Belgische bevolking is arm. Dat is veel voor een van de 'oude' EU-landen: het is bijna de helft meer dan in Nederland, het land waarmee we lang op gelijke hoogte stonden.

Vlaanderen wijkt met ongeveer 12 procent niet eens zo ver af van dat referentiepunt Nederland. Anders is het voor Wallonië, waar 18 procent onder de armoedegrens zit; in Brussel zelfs 23 procent.

Maar wie is precies arm? Hoe hoog ligt de Europese armoedegrens? Soms is er sprake van 800 of 1.000 euro. Soms van 2.000 euro en meer voor een gezin. Dé specialist terzake, het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) van de Universiteit Antwerpen (UA), doet zijn boeken open.

Het werkt met de Europese SILC-gegevens (Survey on Income and Living Conditions), met de Europese armoedenorm, die ligt op 60 procent van het mediane inkomen van het land, en met een gestandaardiseerd huishoudinkomen dat de gezinssamenstelling verrekent.

De berekeningsmodule op de CSB-website berekent die grenzen automatisch als de gezinssamenstelling wordt ingegeven en het nettomaandinkomen (waarin kinderbijslag, alimentatie, dertiende maand en maaltijdcheques verwerkt moeten worden).

De module berekent hoeveel procent van de bevolking een lager inkomen heeft dan het uwe en hoeveel procent uw inkomen hoger ligt dan de armoedegrens.

De armoedegrens voor een alleenstaande bedraagt 952 euro, voor een gezin met 2 volwassenen en 3 kinderen jonger dan 14 is dat 2.285 euro.

We berekenden enkele typegevallen uit de reeks 'Wat verdien ik?', die terug te vinden is op de websites van Jobat en De Standaard.

Het inkomen van een alleenstaande jongeman die bij een distributiebedrijf werkt, kan (jaarbonus inbegrepen) geraamd worden op 1.500 euro per maand. Daarmee ligt hij net onder het gemiddelde: 46 procent van de bevolking heeft minder dan hij, zijn inkomen ligt 31 procent hoger dan de armoedegrens.

Een gezin met twee jonge kinderen waarin beide partners buschauffeur zijn, zal een maandinkomen hebben rond 3.500 euro, en zit net in de bovenste helft: 55 procent van de bevolking heeft minder, ze zitten ongeveer 40 procent boven de armoedegrens.

Als hetzelfde gezin leeft van één inkomen, zit het pal op de armoedegrens.

Een jonge alleenstaande piloot zegt 3.200 euro per maand netto te verdienen. Daarmee behoort hij tot de bovenste 5 procent: 95 procent van de bevolking heeft minder. Hij zegt dat hij zijn dure opleiding volledig zelf moest betalen en 800 euro per maand afbetaalt daarvoor; als dat verrekend wordt, verdient 85 procent van de bevolking minder dan hij.


Een chirurg zegt 20.000 euro te verdienen per maand. Als dit netto is -wellicht niet- en als hij een niet-werkende echtgenote heeft en drie kinderen van wie één ouder dan 14, dan ligt zijn inkomen hoger dan dat van 99 procent van de bevolking.

Een beginnende ingenieur en een lerares Nederlands-geschiedenis hebben samen ruim 4.000 euro per maand, en 90 procent van de bevolking heeft minder dan zij met z'n tweetjes.

Module
CBS website

woensdag 2 december 2009

Belgen onderschatten armoede in eigen land



Eén op honderd Belgen, 115.000 in het totaal, moeten beroep doen op Voedselbanken om te overleven. Dat komt (ongeveer) overeen met het aantal inwoners van een stad als Brugge. Slechts 30 procent van de Belgen beseft dat zoveel landgenoten een beroep moeten doen op Voedselbanken.

Onderschatting
De helft van de Belgen onderschat het probleem ernstig, zo blijkt uit een onderzoek door koffiemerk Douwe Egberts. Een op vijf denkt dat 1 op 500 mensen naar Voedselbanken gaan, een kwart denkt één op 1.000 en 7 procent denkt minder dan één op 10.000 mensen.

Werklozen en gepensioneerden
"Vooral werklozen, alleenstaande ouders en gepensioneerden lopen een verhoogd risico om onder de armoedegrens terecht te komen. Bovendien zien we de laatste tijd als gevolg van de economische crisis een stijging van het aantal huishoudens dat moeilijk tot zeer moeilijk de eindjes aan elkaar kan knopen", verklaart Professor Piet Bracke, hoofd van de vakgroep sociologie aan de Universiteit Gent.

Belgen geven kleren en voedsel
Toch vindt drie kwart het probleem van armoede in eigen land groot genoeg om er iets aan te doen. 9 op tien Belgen heeft het afgelopen jaar dan ook een goed doel gesteund. Twee op drie schenkt kledij, één op drie eten of drinken en een kwart geld. Veertien procent geeft materiële hulp of tijd en aandacht.

België boven
99 procent zegt bereid te zijn een goed doel te steunen, al kiest 88 procent wel liever voor een Belgisch goed doel dan voor een internationaal goed doel. 45 procent van de Belgen is bereid tijdens de eindejaarsperiode een minderbedeelde te helpen.

"Onderzoek toont aan dat mensen zich gemakkelijker vereenzelvigen met hun eigen buurt, hun eigen leefgemeenschap of stad. De economische globalisering versterkt die toegenomen aandacht voor het lokale. Mensen zoeken naar herkenningspunten in een steeds meer diverse en complexe wereld. Dat ze zich dan eerder kunnen vinden in een goed doel dat zich richt tot medeburgers die in armoede leven, is een bevinding die aansluit bij deze meer algemene trend. Mensen zijn bereid te delen als ze voelen dat hun gebaar effectief een bijdrage levert en blijkbaar leeft dat gevoel sterk bij meer lokale en zeer concrete initiatieven."

Geen tijd of geen geld
Wie een goed doel niét steunt, doet dat omdat het financieel niet kan of omdat men geen tijd heeft. Als dat niet zou spelen, zouden Belgen vooral voeding (55 procent) en geld (43 procent) schenken.

vrijdag 16 oktober 2009

Colloquium de toereikendheid van de Belgische pensioenen : Presentaties

Een klein miljard, 900 miljoen euro, volstaat om de armoede onder de Belgische gepensioneerden te bannen, zei professor Jos Berghman op een colloquium in Leuven. Dat is minder dan gedacht. Tot heden waren enkel cijfers over individuele pensioenen bekend; nu kan men databanken koppelen en de pensioenen op gezinsniveau berekenen. Samenwonen, zo blijkt nog, is een sterk middel tegen armoede. Samenwonen van ‘soortgenoten' vergroot echter de verschillen: twee samenwonende ambtenaren, met elk een eigen pensioen, hebben gemiddeld 4.300 euro per maand bruto; twee werknemers 1.915 euro, twee zelfstandigen 1.048 euro. Vooral vrouwen zitten onder de armoedegrens.

Het onderzoeksteam Pensioenbeleid, onder leiding van professor Berghman, stelde de belangrijkste resultaten voor van haar onderzoek naar de toereikendheid van de Belgische pensioenen (in opdracht van FOD Sociale Zekerheid). Tijdens het colloquium werden een aantal cruciale pensioenthema’s behandeld (nl. overlevingspensioenen; inkomens-garantie voor ouderen en de totale pensioenbescherming). Op basis hiervan werd het huidige pensioenbeleid op een kritische manier onder de loep genomen, en werden werkpunten voor de toekomst geformuleerd.

Hierna kan je de presentaties terugvinden, alsook de working paper verdeeld tijdens het congres :

Het Totale Pensioenpakket Van Rustgepensioneerde Werknemers en Koppels (Prof. Dr. J. Berghman)


Colloquium 1310 Present a Tie 3

Colloquium 1310 Present a Tie 4




Colloquium 1310 Present a Tie 2


WP SZ Toereikende Pensioenen Voor Gepensioneerde Huishoudens

maandag 18 mei 2009

Om de strijd tegen armoede te winnen, moeten de fundamenten van de welvaartsstaat veranderen.

Marc De Vos geeft kanttekeningen bij de sociale staat van Vlaanderen. Hij signaleert dat de vooruitgang van de afgelopen decennia op cruciale vlakken relatieve achteruitgang is. Hij benadrukt dat de strijd tegen armoede alleen kan gewonnen worden door in te zetten op opwaartse mobiliteit. We moeten anders belasten en ook anders uitkeren.

Download als PDF

Waarom de armoede niet gedaald is

BEA CANTILLON legt uit waarom de armoede in Vlaanderen - en de rest van Europa - niet daalt en waarom de toekomst er nog minder rooskleurig uitziet. 'Het verdelingsvraagstuk zal weer prominent op de beleidsagenda moeten verschijnen.'

De 'Sociale Staat van Vlaanderen' leerde deze week dat de welvaart in Vlaanderen zoals overal elders in het rijke westen sterk is toegenomen. En toch is men er niet in geslaagd om tegelijk de armoede te verminderen (DS 13 mei). Vele pensioenen zijn ontoereikend om het rusthuis te betalen. De sociale minima zijn ruim onvoldoende om menswaardig te leven. Zelfs als gezinnen met een laag inkomen geen gezondheidsproblemen hebben en zij hun inkomen op de ideale wijze budgetteren, kunnen zij de materiële voorwaarden voor goede gezondheid en autonomie niet realiseren.

Dit doet de volgende - in het licht van de actuele economische en toekomstige demografische ontwikkelingen - bloedstollende vraag rijzen: waarom hebben rijke welvaartsstaten de window of opportunity rond de eeuwwisseling gemist om ook maar enige vooruitgang te boeken in de strijd tegen de armoede?

Eén van de belangrijke oorzaken van armoede is het te lage niveau van de sociale uitkeringen. Vergeleken met de lonen verloren de bijstandsuitkeringen in de loop van de jaren negentig terrein, met 10 procent (België) tot 20 procent (Zweden) en meer (Nederland). In hoeverre hangen deze ontwikkelingen samen met de focus op 'werk, werk, werk'? Om meer mensen aan het werk te krijgen wordt een veelheid van middelen ingezet: lastenverlagingen, loonsubsidies, strijd tegen werkloosheidsvallen, individuele begeleiding. Samengevat en enigszins ongenuanceerd komt dit neer op: lagere sociale uitkeringen en hogere arbeidsvergoedingen. Daarbij was zowat overal (dus niet alleen in België en Vlaanderen) de daling van de uitkeringen groter dan de stijging van de (laagste) lonen. In België bijvoorbeeld staan de minimumwerkloosheidsuitkeringen in verhouding tot de gemiddelde lonen zowat 40 procentpunten lager dan in het midden van de jaren zeventig. Hier schuilt de eerste paradox van de 'investeringsstaat': voor zover de sociale uitkeringen moeten wijken in de strijd tegen de 'werkloosheidsvallen' houdt het streven naar sociale inclusie de uitsluiting in van al diegenen die niet geactiveerd (kunnen) worden.

De voorbije decennia zijn verschillende nieuwe sociale risico's ontstaan, zoals de combinatie van arbeid en gezin, de zorg voor kinderen en voor ouderen, de laaggeschooldheid. De overheidsgelden bestemd voor deze 'nieuwe sociale risico's' zijn fors gestegen: denk bij ons aan de kinderopvang, de loopbaanonderbreking, het tijdskrediet, de zorgverzekering, de dienstencheques. Hier zijn echter belangrijke nieuwe Mattheuseffecten werkzaam: het geld voor de nieuwe sociale risico's vloeit meer naar hogergeschoolde tweeverdieners in de hogere inkomensgroepen. Gezinnen met een hoog opgeleide moeder (en vader) maken vaker gebruik van kinderopvang. De nieuwe levensloopregelingen zijn ook van die aard dat ze eigenlijk speculeren op behoorlijk tweeverdienerschap. Die uitkeringen zijn laag. Wie dat als niet-behoorlijk-verdienende tweeverdiener gebruikt, wordt arm. De forfaitaire tussenkomsten van de zorgverzekering zijn ontoereikend voor wie een laag pensioen heeft.

Dit verklaart mee waarom de armoede niet is afgenomen ondanks de stijging van de sociale overheidsuitgaven. Hier schuilt een tweede paradox van de investeringsstaat: wil men het emancipatieproces ondersteunen, dan moet een beleid gevoerd worden om arbeid en gezin te combineren. Dat komt vanzelfsprekend eerst diegenen ten goede die al deelnemen aan het arbeidsproces, in de hoop dat de anderen zullen volgen. Zolang niet iedereen 'geëmancipeerd' is en zolang er geen afdoende ondersteuning is voor diegenen voor wie de combinatie arbeid en gezin (tijdelijk) geen optie is (bijvoorbeeld moeders en vaders met een gehandicapt kind, alleenstaande moeders met moeilijke tieners, werklozen, zieken en gehandicapte ouders) kan het nieuwe risicobeleid niet anders dan Mattheuseffecten genereren.

Nooit eerder in de geschiedenis lagen scholing en levenskansen zo dicht bij elkaar als nu. Het ontwikkelen van zoveel mogelijk talenten is daarom een van de belangrijkste opdrachten geworden van hedendaagse welvaartsstaten: om sociale redenen (om de opwaartse sociale mobiliteit te versterken) en om economische redenen (om zoveel mogelijk talent aan te boren dat nodig is in de verouderende kenniseconomie).

Tegen deze achtergrond is het niet verwonderlijk dat de kwestie van 'gelijke onderwijskansen' overal sterk naar voren schuift in de beleidsagenda's. In de meeste landen - ook bij ons - is de onderwijsexpansie in de naoorlogse periode echter niet gepaard gegaan met een vermindering van de sociale ongelijkheid in de onderwijsparticipatie. Voor Vlaanderen lijken de cijfers erop te wijzen dat er sinds de jaren zeventig nauwelijks vooruitgang is geboekt. Waarom de onderwijs- en gelijke kansenpolitiek mislukt is nog niet duidelijk.

Vanuit een te groot optimisme over de maakbaarheid van de samenleving helpt de investeringsstaat in wezen eerst de sociaal sterke groepen in de hoop dat de anderen gaan volgen. Intussen wordt vanuit datzelfde optimisme de bescherming voor de zwakkeren afgeremd: deels vanwege een gebrek aan middelen, deels vanuit de overtuiging dat ze met 'trampolines' (het activeren van mensen) betere kansen krijgen dan vroeger. Sommige landen doen het beter: zij zetten in op trampolines waarop het zacht(er) vallen is. Die zijn uiteindelijk effectiever. Wat betekent dit alles voor de toekomst? We zullen niet meer dezelfde gunstige welvaartsevolutie kennen als in het verleden. Door de demografische veroudering zullen de vrijheidsgraden voor de publieke bestedingen afnemen. Ook de werkgelegenheid zal niet meer kunnen stijgen zoals in het verleden. De economische groeivooruitzichten zijn onzeker. Het wordt dus moeilijker. Het verdelingsvraagstuk zal daarom weer prominent op de beleidsagenda moeten verschijnen. Jammer dat men met deze boodschap geen verkiezingen kan winnen. Of toch?

Bea Cantillon is directrice van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :