Posts tonen met het label fod economie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fod economie. Alle posts tonen

woensdag 26 juni 2013

Meer 55-plussers aan het werk

Het aantal 55-plussers met een job is stijgend. Vooral onder vrouwen is de toename merkbaar. Over het algemeen daalt de werkgelegenheidsgraad echter.

Dat blijkt uit cijfers van de FOD Economie, verzameld door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie.

Vervolg 


dinsdag 23 oktober 2012

Veel gepensioneerde onder de armoedegrens

Vorig jaar moest 15,3 % van de Belgen rond komen met een inkomen dat onder de armoedegrens ligt. Dat blijkt uit cijfers van de FOD Economie. Die cijfers zijn gebaseerd op een jaarlijks Europees onderzoek naar de inkomens en leefomstandigheden (EU-SILC-enquête).

Maar de cijfers hebben ook een interessante invalshoek naar de discussies rond de pensioenen.
Het gemiddeld pensioen dat de RVP in december vorig jaar uitbetaalde, bedroeg 943,87 euro. Dat is 2,85% meer dan een jaar eerder. Welnu, het gemiddeld werknemerspensioen ligt daarmee onder de armoedegrens. Want die laatste is bepaald op 1.000 euro per maand voor een alleenstaande.

vrijdag 13 januari 2012

Pension reform, employment by age, and long-run growth in OECD countries

Tim Buyse, Freddy Heylen en Renaat Van de Kerckhove onderzoeken de effecten van pensioenhervorming in een model met overlappende generaties (OLG) van vier periodes voor een open economie waarin gewerkte uren door drie actieve generaties, onderwijs van jongeren, de pensioenbeslissingen van oudere arbeidskrachten en de totale groei per hoofd van de bevolking endogene factoren zijn. Naast de kenmerken van het pensioensysteem kent het model van de auteurs een belangrijke rol toe aan de samenstelling van het fiscale beleid. Het beschrijft de feiten opvallend goed voor verschillende OESO-landen. De resultaten van de simulatie geven eerder de voorkeur aan een intelligent pay-as-you-go-pensioensysteem dan aan een volledig gefinancierd privésysteem. Voor het promoten van werkgelegenheid, menselijk kapitaal, groei en welzijn zijn de positieve effecten van een pay-as-you-go-systeem het sterkst wanneer het systeem het individuele inkomen (en de bijdragen) uit arbeid en het pensioen nauw aan elkaar verbindt en wanneer het een aanzienlijk gewicht toekent aan inkomen uit arbeid als oudere arbeidskracht om de basis voor het berekenen van het pensioen te bepalen.



Pension reform, employment by age, and long-run growth in OECD countries

woensdag 14 december 2011

Pensioensparen steeds populairder

In 2009 deden 2.311.536 belastingplichtige Belgen aan pensioensparen en 1.242.191 betaalden premies voor een individuele levensverzekering (die worden meegerekend in belastingverminderingen voor langetermijnsparen). In vergelijking met 2006 steeg het aantal pensioenspaarders met 17%, terwijl het aantal mensen met een levensverzekering met 13% daalde.

De evolutie is het meest merkbaar bij jongeren. Het aantal pensioenspaarders jonger dan 38 ging er met 24% op vooruit, terwijl het aantal levensverzekeringen in die leeftijdsgroep met 36% achteruitging.

donderdag 3 november 2011

Levensverwachting binnen de Europese Unie

De levensverwachting bij de geboorte is de meest gebruikte demografische indicator voor de levensomstandigheden en de gezondheid van de bevolking in België en Europa. De gemiddelde Europese levensverwachting is de laatste 50 jaar toegenomen met ongeveer 10 jaar en hoger dan in de meeste andere regio's van de wereld. In 2008 was de levensverwachting van een pas geboren mannelijke Europeaan gemiddeld 76,4 jaar, van een meisje 82,4 jaar. De levensverwachting van een vrouwelijke wereldburger lag volgens de Wereldbank in 2009 rond de 71,5 jaar en van een mannelijke slechts rond de 67,4 jaar. De levensverwachting in België ligt iets hoger dan het Europese gemiddelde, zowel voor mannen (77,3) als voor vrouwen (82,8).

Er zijn wel opmerkelijke verschillen in levensverwachting binnen de Europese Unie van 27 landen. In 2009 was de levensverwachting van een meisje in Roemenië of Bulgarije 77,4 jaar tegenover 85 jaar in Frankrijk, een verschil van 7,6 jaar. In Litouwen had een jongen een levensverwachting van 67,5 jaar terwijl ze in Zweden 79,4 jaar bedroeg; een verschil van 11,9 jaar (zie tabel).


Gemiddeld leven vrouwen 6 jaar langer dan mannen in de 27 Europese landen, maar de verschillen worden kleiner: in 2002 was het verschil in levensverwachting nog 6,4 jaar. De verschillen in levensverwachting tussen man en vrouw tussen de landen onderling zijn opvallend. In Litouwen is het verschil 11,2 jaar terwijl dit in Zweden slechts 4,1 jaar bedraagt (zie grafiek).


(*) Gegevens 2008.

donderdag 24 maart 2011

Een dag in het leven van 65- tot 75-jarigen

Gemiddeld besteden mensen van 65 tot 75 jaar 39,5% van hun tijd aan slapen en rusten, 22,5% aan vrije tijd, 14,9% aan huishoudelijk werk, 10,2% aan persoonlijke verzorging, 6,9% aan sociale contacten en 4,5% aan verplaatsingen. In vergelijking met de vorige resultaten werd in 2005 door de 65- tot 75-jarigen meer tijd gespendeerd aan vrije tijd en aan verplaatsingen. Er werd minder tijd uitgetrokken voor slapen en rusten, huishoudelijk werk, persoonlijke verzorging en sociale contacten. Dat blijkt uit een analyse van de twee laatste nationale tijdsbestedingsonderzoeken - die uit 1999 en 2005 - die georganiseerd werden door de onderzoeksgroep TOR-VUB in samenwerking met de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de FOD Economie.

Slapen en rusten neemt gemiddeld 9u28 per dag in beslag. De maaltijden voorbereiden duurt 42 minuten, eten en drinken 1u38, winkelen 23 minuten en klusjes uitvoeren 41 minuten. Daarnaast blijft er gelukkig nog wat vrije tijd over. Televisiekijken is de meest populaire bezigheid. 93,9% van de bevolking van 65 tot 75 jaar doet het en dagelijks wordt er 3u30 aan besteed.

Bijna één op vijf gaat wandelen (18,7%), gedurende gemiddeld 1u24. 2,8% breit of haakt. Twee op drie van onze 65- tot 75-jarigen leest (gemiddelde duur per lezer op een willekeurige dag: 1u11), naar de radio luisteren (als hoofdactiviteit) gebeurt door één op 7 (37 minuten) en drie op vier verplaatst zich (1u25). Zes op honderd 65- tot 75-jarigen gaat met de hond wandelen, wat gemiddeld 1u14 in beslag neemt. Gekaart met vrienden wordt door 3,0% van alle 65- tot 75-jarigen. Alléén kaarten is met een participatiegraad van 4,6% nog wat populairder. Kruiswoordraadsels invullen gebeurt door negen op honderd. Ongeveer 16% van de 65- tot 75-jarigen heeft op een willekeurige dag geen sociaal contact (in levende lijve, via telefoon of via de computer). Dat aandeel is iets gestegen tussen 1999 en 2005 (van 14,6 naar 15,7%).

Belgisch tijdsbudgetonderzoek


zondag 7 november 2010

Zestigers trekken steeds massaler stekker uit huwelijk

Scheiden iets voor dertigers? Helemaal niet! Steeds meer 60-plussers trekken ook de stekker uit hun huwelijk, zo blijkt uit Belgische cijfers. Vorig jaar lieten 3.759 zestigplussers terwijl dat er tien jaar geleden nog maar 2.015 waren. 6 procent van alle Belgen die hun huwelijk laten ontbinden is ouder dan 60 jaar. Dat meldt de federale overheidsdienst Economie. Daarmee is de toename van het aantal echtscheidingen bij de 60-plussers dubbel zo groot als bij de hele bevolking. Tussen 2000 en 2009 naam het aantal echtscheidingen met ’slechts’ 20 procent toe, van 27.002 naar 32.606. Relatietherapeute Rika Ponnet meent te weten waarom zestigplussers nu vaker dan ooit de stap zetten naar een echtscheiding. “Enerzijds omdat een echtscheiding vandaag de normaalste zaak van de wereld is. Anderzijds omdat het beeld de laatste tien jaar nog is veranderd. Ook bij de oudere generatie is scheiden heel gewoon geworden.” Bovendien worden we steeds ouder. “Zestigers hebben nog heel wat jaren voor de boeg. Die willen ze delen met een partner met wie het goed klikt”, zegt de relatietherapeute.


woensdag 5 mei 2010

Eens zoveel pensioenspaarders in Vlaanderen als in de rest van het land

In 2006 deden ongeveer 2 miljoen mensen - 1.976.590 om precies te zijn - aan pensioensparen. De totale som van het pensioensparen opgegeven op de fiscale aangiften bedroeg 1,36 miljard euro. Per persoon komt dat neer op een bedrag van 687 euro. De gespaarde som steeg in 2006 sterker (plus 12%) dan het aantal pensioenspaarders (plus 6%). Toch doet nog lang niet iedereen aan pensioensparen. Slechts 3 op 10 mensen in de leeftijdsgroep van 18 tot 67 jaar gaven op hun belastingformulier van 2006 aan dat ze aan pensioensparen deden. Meer Vlamingen (36%) dan Walen (21%) en Brusselaars (slechts 15%) doen eraan mee. Het verschil in deelname tussen mannen en vrouwen is erg klein. 29,5% van de 18- tot 67-jarige mannen doet aan pensioensparen, tegen 28,5% vrouwen. In Vlaanderen en Wallonië zijn er telkens iets meer mannen dan vrouwen die eraan deelnemen, maar in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het precies omgekeerd.
De grootste sommen worden gestort door mensen uit de leeftijdsgroep van 48 tot 57 jaar, gevolgd door die van 38 tot 47 jaar en die van 28 tot 37 jaar. Dit blijkt allemaal uit de gegevens van de fiscale statistiek der inkomens. Het gaat om cijfers van het inkomstenjaar 2006 en het aanslagjaar 2007, de meest recente die momenteel beschikbaar zijn.
De derde pensioenpijler bestaat naast de “eerste pijler” (de gewone wettelijke pensioenen) en de “tweede pijler” (het aanvullend pensioen via het werk onder de vorm van een groepsverzekering en georganiseerd op het niveau van de onderneming, de bedrijfstak of de beroepsgroep). De derde pijler is persoonsgebonden. Ieder individu kan eraan deelnemen en daardoor van belastingverlagingen genieten. Grosso modo bestaan er twee types: pensioensparen (pensioenspaarfondsen en pensioenspaarverzekeringen) enerzijds en anderzijds de individuele levensverzekeringen, wat eigenlijk een vorm is van sparen op lange termijn. Bijna 1,5 miljoen mensen (1.480.601) sparen voor hun pensioen via een individuele levensverzekering. (FOD Economie)

Evolutie van de levensverzekeringen en pensioensparen per jaar, per leeftijdsklasse, per geslacht en per re...

dinsdag 23 maart 2010

Bijna helft Belgen heeft het moeilijk om rond te komen

Maar liefst 44 procent van de Belgen had in 2008 moeite om rond te komen. Dat is tien procent meer dan het jaar ervoor.

In 2008 had 44 procent van de Belgen moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat meldt de FOD Economie op basis van een Europese enquête. In 2007 bedroeg dat aantal nog 34 procent. Maar liefst 21 procent van de ondervraagden geeft aan 'moeilijk' of 'zeer moeilijk' rond te komen, 23 procent komt 'eerder moeilijk' rond.

Onderwijsniveau
Ongeveer 1 op 7 Belgen loopt een verhoogd risico op armoede. Dat wil zeggen dat er in het gezin per hoofd niet meer dan 899 euro per maand beschikbaar is. Vooral 65-plussers (21,3 procent) en alleenstaande ouders (39,5 procent) hebben een opvallend hoger risico om in de armoede te verzeilen.

Verder blijkt dat werk een belangrijke buffer is tegen armoede. Het armoederisico van werklozen is zeven keer hoger dan dat van de werkenden. Ook het onderwijsniveau beïnvloedt het armoederisico. Bij personen zonder diploma of met een diploma lager onderwijs ligt het risico twee keer hoger dan bij personen met een diploma secundair onderwijs en bijna drie keer hoger dan bij personen met een diploma hoger onderwijs.

Onverwachte uitgave
Voor 24,1 procent van de mensen die boven de armoedegrens leven is het onmogelijk om één keer per maand vrienden te ontvangen. In dezelfde groep is het voor 39,5 procent niet mogelijk om een onverwachte uitgave van 800 euro binnen de week op te vangen.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :