Het Lissabon-geloof heeft niet gewerkt. Bij de opstelling van haar 'Lissabon-doelstellingen', tien jaar geleden, geloofde de EU heel sterk dat áls gewerkt werd aan de economische groei én aan de werkgelegenheid, de armoede vanzelf wel zou dalen.
Niet dus. Er is overal in de EU economische en banengroei geweest, maar de armoede is nergens afgenomen. Dat toonde professor Bea Cantillon (UA) woensdag aan op de EU-pensioenconferentie in Luik.
De oorzaak zit niet in de toename van de armoede onder de werkenden ('working poor'), en evenmin in een afname van de budgetten voor sociale bescherming, maar wel in de afname van de bescherming van de niet-werkende armen. Het risico op armoede onder de niet-werkenden is in de EU gestegen van 37 naar 45procent. Cantillon deed suggesties om het EU-beleid bij te sturen. Ze werden positief onthaald door de Europese commissaris voor Sociale Zaken László Andor en de voorzitter van de Raad van Europese ministers van Sociale Zaken, Laurette Onkelinx.
Een ander onderzoek toonde aan dat de sociale uitkeringen in de EU hun rol van 'automatische stabilisator' wel hebben vervuld. De pensioenen en de sociale uitkeringen die stabiel bleven in de crisis, hebben die crisis ook afgezwakt en de economie gestabiliseerd.