Posts tonen met het label buitenhuispensioen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label buitenhuispensioen. Alle posts tonen

woensdag 19 januari 2011

Doorwerken tot 67 voor meeste Nederlandse werknemers haalbare kaart

Een meerderheid van de Nederlandse werknemers verwacht zonder grote problemen tot 67 jaar te zullen doorwerken. Wel moet dan de werkbelasting worden aangepast, via vermindering van het aantal uren of wijziging van de functie. Het nut van een periodiek inzetbaarheidsonderzoek om in goede gez ondheid de verhoogde pensioenleeftijd te kunnen halen, wordt daarbij vrij breed ingezien. Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van een door GfK verricht onderzoek onder ruim 1.200 werknemers, in opdracht van het Verbond van Verzekeraars.

Onderzoek

maandag 28 juni 2010

We rommelen de ouderdom in

Dat zei Paul Schnabel (directeur Sociaal Plan Bureau) op 4 juni in Tilburg tijdens zijn presentatie ‘Langzaam op weg naar het einde’. Schnabel, nooit te beroerd voor pittige en creatieve uitspraken, liet in schema’s en illustraties zien hoe pensioen (oudedagsinkomen) zich verhoudt tot de sociaal-culturele ontwikkelingen op het gebied van vergrijzing en ouderdom.

Voor iedereen die daar nieuwsgierig naar is, is de website een aanrader. Daarop ook de andere presentaties die gegeven werden in het kader van het European Pension Debate 2010 (Universiteit van Tilburg in samenwerking met de Kring van Pensioen Specialisten KPS), waar het neusje van de zalm uit pensioenland sprak en aanwezig was.

Website

European Pension Debate 2010 (Universiteit van Tilburg in samenwerking met de Kring van Pensioen Specialist...

dinsdag 13 april 2010

Nederlands kabinet: aanpassingen nodig voor gezonde pensioenen

Het kabinet in Nederland heeft in een brief aan de Tweede Kamer laten weten welke conclusies het trekt voor de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel. Het kabinet reageert hiermee op de aanbevelingen van de commissies Goudswaard en Frijns. Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had deze commissies ingesteld om kwetsbare punten bij de aanvullende pensioenen – zoals het beleggingsbeleid van de pensioenfondsen en de kosten van de vergrijzing - te onderzoeken. Deze punten zijn door de financiële crisis urgent geworden. Veel pensioenfondsen zijn hierdoor in de problemen gekomen.

De commissie Goudswaard concludeerde dat er dringend enkele aanpassingen nodig zijn om het Nederlandse stelsel van aanvullende pensioenen voor de langere termijn gezond te houden. Het kabinet onderschrijft de urgentie en doet concrete voorstellen voor aanpassingen. Daarmee wil het kabinet bereiken dat waar pensioengerechtigden zekerheid is toegezegd, deze ook wordt nagekomen. Zij moeten bovendien duidelijker dan nu het geval is te horen krijgen wat zij reëel aan pensioen kunnen verwachten. Waar sprake is van risico’s moet daarover duidelijk worden gecommuniceerd. Ook krijgen pensioenfondsen ruimte om meer voorwaardelijke afspraken te maken met deelnemers.

De conclusies die het kabinet nu trekt zijn de basis voor gesprekken de komende maanden met de sociale partners. Werkgevers en werknemers gaan in het Nederlandse model immers over de aanvullende pensioenen, de overheid over de AOW. Het kabinet zorgt via een wettelijk kader – de Pensioenwet en het Financieel Toetsingskader – wel dat pensioengerechtigden de nodige zekerheden hebben. Dat wettelijke kader zal op punten aangepast moeten worden om mensen meer waarborgen te geven en pensioenfondsen meer ruimte.

Brede aanpak nodig
Het kabinet onderschrijft dat de fundamenten waarop het Nederlandse systeem is gebaseerd grote voordelen bieden. Ook in de toekomst zijn collectiviteit (iedereen doet mee) en solidariteit (risico’s worden gezamenlijk gedragen) van belang omdat dit pensioenfondsen schaalvoordelen biedt in het beleggen en risico’s gespreid worden. Het kabinet vindt in navolging van de commissie Goudswaard dat het pensioenstelsel meer zou moeten uitgaan van reële waarden van het pensioen (aangepast aan de inflatie in de loop van de tijd) dan van nominale waarden (een vast bedrag, dat in de loop van de tijd kan leiden tot een groot verschil met de reële verwachting).

Concreet stelt het kabinet voor:

•dat pensioenfondsen de kans krijgen pensioenregelingen af te spreken waarbij een waardevast pensioen voorop staat dat rekening houdt met gestegen kosten van levensonderhoud.

•dat pensioenfondsen onder bepaalde voorwaarden pensioenaanspraken kunnen aanpassen als de financiële positie van een pensioenfonds dat noodzakelijk maakt.

•dat pensioenfondsen de communicatie naar de deelnemers hoe dan ook meer in reële termen moeten doen.

•dat de pensioenaanspraken afhankelijk kunnen worden van de levensverwachting. Dit vergroot de financiële schokbestendigheid van de pensioenfondsen.

•dat het huidige Financiële Toetsingskader (de manier waarop de pensioenfondsen hun financiële positie berekenen) wordt aangepast om de zekerheid van de pensioenen te vergroten.dat de pensioenfondsen bij zwaar weer iets meer tijd krijgen voordat zij herstelplannen moeten indienen. Ze hebben daardoor minder last van toenemende schommelingen in koersen op de aandelenmarkt en kunnen zich daardoor beter op de lange termijn richten.

De mogelijkheid van voorwaardelijke pensioenaanspraken gebaseerd op de financiële positie en/of levensverwachting, betekent volgens het kabinet ook dat werknemers de kans moeten krijgen langer door te werken dan tot 65 jaar. Het kabinet zal daarom nog vóór de zomer een voorontwerp van wet publiceren om doorwerken na 65 jaar mogelijk te maken.

dinsdag 23 maart 2010

AOW-leeftijd in Nederland naar 67 jaar : en wat met het aanvullend pensioen?

Leeftijdsdiscriminatie, zware beroepen en andere vraagstukken all over again. De AOW-leeftijd wordt verhoogd naar 67 jaar. Overzicht van de huidige stand van zaken in het AOW-dossier. Daarna aandacht voor de kwestie van de zware beroepen en het effect op aanvullende pensioenen. Verder de vraag of de verhoging van de AOW-leeftijd leeftijdsdiscriminatie betekent in AOW dan wel aanvullende pensioenregeling.
(Heemskerk, M., Pensioen en Praktijk, 20 (2010) 1/2 (feb), p. 19-24)

Heemskerk AOW Leeftijd Naar 67 Jaar_tcm22-145587

Retire later or work harder?

Studies over het effect van leeftijd op productiviteit en lonen vinden tegenstrijdige resultaten. Sommige studies vinden dat de lonen te snel stijgen met de leeftijd in vergelijking met eventuele productiviteitswinsten (of verliezen). Andere studies kunnen het bestaan van dergelijke loon-productiviteitskloof empirisch dan weer niet aantonen. Deze IZA studie analyseert de relatie tussen leeftijd, loon en productiviteit, een zeer belangrijke problematiek willen we oudere mensen langer aan het werk houden. Wanneer dit thema in het arbeidsmarktdebat aan bod komt, is bijhorende controverse overigens nooit ver weg.

Publicatie over de inruil van latere pensionering ten opzichte toegenomen arbeidsintensiteit. Vergeleken worden twee beleidsmaatregelen om het Britse staatspensioen te verhogen: 1. het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd van mannen en vrouwen, 2. handhaving van de huidige pensioengerechtigde leeftijd maar eisen dat oudere werknemers per periode meer uren werken. Als voordelen van de tweede maatregel worden genoemd: toename van de werkervaring, toename van de werktevredenheid, en tot slot als derde is er in ieder geval al een significante algehele toename van het aantal gewerkte uren van oudere werknemers in de afgelopen twee decennia.
(Forschungsinst. zur Zukunft der Arbeit; Bell, D. N. F.; Hart, R. A.)

Retire Later or Work Harder ? iza dp4720
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :