Lees meer onder het artikel. "RVP past op vraag van de gepensioneerde, zonder het resultaat van de Europese inbreukprocedure tegen Nederland af te wachten, het Belgisch supplement grenswerknemer en het Belgische pensioen aan als gevolg van het wegvallen van de Nederlandse tegemoetkoming AOW"
Helaas heeft de RVP zijn standpunt om het resultaat van de -vermoedelijk langdurige- Europese inbreukprocedure niet af te wachten, herzien. De aanvragen blijven voorlopig geblokkeerd. De RVP wil onterechte betalingen en terugvorderingen vermijden. De Europese Commissie heeft Nederland immers gevraagd een eind te maken aan de discriminatie van in het buitenland wonende gepensioneerden in verband met de koopkrachttegemoetkoming van oudere belastingplichtigen.
Vervolg
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
Posts tonen met het label aow. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aow. Alle posts tonen
donderdag 2 augustus 2012
donderdag 19 juli 2012
Nederland: Uitstel pensioenleeftijd levert 6 miljard op en een half miljoen minder gepensioneerden in 2025.
De verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar leidt ertoe dat er in 2025 ruim een half miljoen AOW'ers minder zijn. Dat heeft het CBS uitgerekend.
De daling van het aantal AOW'ers en dus het aantal uitkeringen komt volgens het CBS neer op een besparing vanaf 2025 van grofweg 6 miljard euro per jaar.
Het ministerie van Sociale Zaken heeft niet berekend wat de besparing in 2025 is, maar gaat uit van 7 miljard euro in 2040.
Vervolg
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
De daling van het aantal AOW'ers en dus het aantal uitkeringen komt volgens het CBS neer op een besparing vanaf 2025 van grofweg 6 miljard euro per jaar.
Het ministerie van Sociale Zaken heeft niet berekend wat de besparing in 2025 is, maar gaat uit van 7 miljard euro in 2040.
Vervolg
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
maandag 30 april 2012
Nederland: De pensioenleeftijd (AOW) wordt versneld verhoogd
Nederland gaat voor 11,8 miljard besparen.
De pensioenleeftijd (AOW) wordt versneld verhoogd: volgend jaar met één maand, in de jaren daarna in een hoger tempo. Uiterlijk tegen 2019 kan iedereen pas op 66 met pensioen.
Iedereen die werkt moet voortaan belasting betalen op zijn vergoeding voor woon-werkverkeer. Dit moet bevorderen dat mensen dichter bij hun werk gaan wonen, en dat moet weer leiden tot minder files en minder milieuvervuiling.
Vervolg
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
Iedereen die werkt moet voortaan belasting betalen op zijn vergoeding voor woon-werkverkeer. Dit moet bevorderen dat mensen dichter bij hun werk gaan wonen, en dat moet weer leiden tot minder files en minder milieuvervuiling.
Vervolg
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
zondag 1 mei 2011
Nederland : Kabinet verhoogt AOW-leeftijd naar 66
De AOW-leeftijd gaat per 2020 naar 66 jaar. Ook worden de aantrekkelijke fiscale voorwaarden van het aanvullend pensioen versoberd. Dat heeft het kabinet vrijdag in de ministerraad besloten. Minister van Sociale Zaken Henk Kamp (VVD) sprak van 'een goed begin'.
Met het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd wordt twee miljard bespaard. Met het verlagen van de pensioenpremie die jaarlijks belastingvrij mag worden gespaard wordt zevenhonderd miljoen euro bespaard.
Met het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd wordt twee miljard bespaard. Met het verlagen van de pensioenpremie die jaarlijks belastingvrij mag worden gespaard wordt zevenhonderd miljoen euro bespaard.
dinsdag 26 april 2011
Ook in Nederland moet de pensioenleeftijd naar 70 jaar
Om de AOW betaalbaar te houden moet de pensioenleeftijd naar 70 jaar, zegt hoogleraar Fieke van der Lecq. Daarnaast zal de groeiende behoefte aan zekerheid over het aanvullend pensioen leiden tot 'minder fondsen en eenvoudige regels'..
In de politieke rubriek 2030 blikt NU.nl met een expert op een bepaald onderwerp vooruit naar het jaar 2030. In deze aflevering Fieke van der Lecq, hoogleraar pensioenmarkten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, over pensioenen.
Vervolg
In de politieke rubriek 2030 blikt NU.nl met een expert op een bepaald onderwerp vooruit naar het jaar 2030. In deze aflevering Fieke van der Lecq, hoogleraar pensioenmarkten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, over pensioenen.
Vervolg
donderdag 21 april 2011
Nederlandse pensioenleeftijd naar 68 jaar?
Er is weer veel te doen omtrent pensioenen. Werkgevers en vakbonden zijn nog altijd in overleg over een nieuw pensioenakkoord. De verwachting was dat er in januari een nieuw akkoord zou komen, nu wordt ingezet op begin juni.
Vorig jaar al sloten werkgevers en werknemers een akkoord over de toekomst van het pensioenstelsel, maar daartegen ontstond verzet, vooral binnen de FNV.
Minister Kamp (SZW) zit er bovenop, hij wil deze maand nog het wetsvoorstel indienen dat regelt dat de pensioenleeftijd in 2020 omhoog gaat naar 66 jaar. Als er daarna pas een pensioenakkoord komt, past hij het voorstel indien nodig aan.
Tijdens het pensioendebat van vandaag in de Tweede Kamer gaf Kamp ook aan de AOW-leeftijd mogelijk in 2040 verder zal oplopen naar 68 jaar. Aangezien de levensverwachting toeneemt, zal ook de AOW mee moeten stijgen. In het pensioenakkoord van vorig jaar is reeds afgesproken dat de AOW-leeftijd verder stijgt na 2020 en in 2025 komt die uit op 67 jaar.
Vorig jaar al sloten werkgevers en werknemers een akkoord over de toekomst van het pensioenstelsel, maar daartegen ontstond verzet, vooral binnen de FNV.
Minister Kamp (SZW) zit er bovenop, hij wil deze maand nog het wetsvoorstel indienen dat regelt dat de pensioenleeftijd in 2020 omhoog gaat naar 66 jaar. Als er daarna pas een pensioenakkoord komt, past hij het voorstel indien nodig aan.
Tijdens het pensioendebat van vandaag in de Tweede Kamer gaf Kamp ook aan de AOW-leeftijd mogelijk in 2040 verder zal oplopen naar 68 jaar. Aangezien de levensverwachting toeneemt, zal ook de AOW mee moeten stijgen. In het pensioenakkoord van vorig jaar is reeds afgesproken dat de AOW-leeftijd verder stijgt na 2020 en in 2025 komt die uit op 67 jaar.
donderdag 9 september 2010
Nederland: Ook grote pensioenfondsen in problemen
Vijf grote pensioenfonsen luiden de noodklok. Ze zijn bang dat ze de pensioenen in 2012 moeten verlagen, als de regels niet worden versoepeld. Onder de vijf zijn het ambtenarenfonds ABP, het Pensioenfonds Zorg en Welzijn en het Pensioenfonds voor de Bouw.
Vrijdag komen de pensioenfondsen met cijfers van de dekkingsgraad van augustus. Die cijfers zullen naar verwachting geen verbetering laten zien. De vijf fondsen willen daarom vrijdag een advertentie in kranten plaatsen, waarin ze uitleg willen geven. In die advertentie gaan ze ook pleiten voor iets minder strenge voorschriften.
Onlangs werd al bekend dat veertien pensioenfondsen er zo slecht voor staan, dat ze volgend jaar de uitkeringen al moeten verlagen.
Dat nu ook de grote pensioenfondsen in de problemen komen, komt onder meer door de lage rente. Verder kampen ze ermee dat mensen steeds ouder worden.
AOW-leeftijd verhogen
Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ziet weinig in versoepeling van de regels.
Hij roept de Tweede Kamer op het voorstel om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar, snel te behandelen. Als mensen langer doorwerken, scheelt dat de pensioenfondsen in hun verplichtingen.
Vrijdag komen de pensioenfondsen met cijfers van de dekkingsgraad van augustus. Die cijfers zullen naar verwachting geen verbetering laten zien. De vijf fondsen willen daarom vrijdag een advertentie in kranten plaatsen, waarin ze uitleg willen geven. In die advertentie gaan ze ook pleiten voor iets minder strenge voorschriften.
Onlangs werd al bekend dat veertien pensioenfondsen er zo slecht voor staan, dat ze volgend jaar de uitkeringen al moeten verlagen.
Dat nu ook de grote pensioenfondsen in de problemen komen, komt onder meer door de lage rente. Verder kampen ze ermee dat mensen steeds ouder worden.
AOW-leeftijd verhogen
Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ziet weinig in versoepeling van de regels.
Hij roept de Tweede Kamer op het voorstel om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar, snel te behandelen. Als mensen langer doorwerken, scheelt dat de pensioenfondsen in hun verplichtingen.
donderdag 17 juni 2010
Op 69 met pensioen is onontkoombaar vanwege dalende geboortecijfer
Dat het geboortecijfer in de rijke landen afneemt is een belangrijke zekerheid met consequenties. Zelfs als de geboortecijfers in de westerse landen weer sterk zou stijgen, zou het nog twintig jaar duren voor de nieuwe baby`s oud genoeg zijn om aan het arbeidsproces deel te nemen. Er zal zich daarom in de rijke landen onvermijdelijk een scherpe daling van de beroepsbevolking voordoen. Alleen massale immigratie zou dit nog kunnen voorkomen.
Er is geen precedent voor een bevolking met meer mensen van boven de pensioengerechtigde leeftijd dan jonge mensen, zoals lang voor de eerste helft van de 21ste eeuw in alle westerse landen het geval zal zijn.
Het aantal mensen dat in organisaties werkte, bleef ten minste tweehonderd jaar lang toenemen. In het westen groeit de bevolking sinds 1400. En van 1700 tot ver na de Tweede Wereldoorlog voltrok de groei zich heel snel. De strategie van organisaties in rijke landen zal vanaf nu echter op een krimpende bevolking moeten worden afgestemd.
Er is geen precedent voor een bevolking met meer mensen van boven de pensioengerechtigde leeftijd dan jonge mensen, zoals lang voor de eerste helft van de 21ste eeuw in alle westerse landen het geval zal zijn.
Het aantal mensen dat in organisaties werkte, bleef ten minste tweehonderd jaar lang toenemen. In het westen groeit de bevolking sinds 1400. En van 1700 tot ver na de Tweede Wereldoorlog voltrok de groei zich heel snel. De strategie van organisaties in rijke landen zal vanaf nu echter op een krimpende bevolking moeten worden afgestemd.
vrijdag 4 juni 2010
Akkoord over Nederlandse pensioenleeftijd nu echt rond
Werkgevers en werknemers zijn het definitief eens over verhoging van de AOW-leeftijd. In het akkoord staat dat de AOW-leeftijd in 2020 omhoog gaat naar 66 jaar. Iedere vijf jaar wordt bekeken of verdere verhoging nodig is.
De bedoeling is dat de AOW-leeftijd in 2025 naar 67 jaar gaat. Eind september mislukte overleg in de SER tussen de bonden en werkgevers en leek een akkoord nog ver weg.
De bedoeling is dat de AOW-leeftijd in 2025 naar 67 jaar gaat. Eind september mislukte overleg in de SER tussen de bonden en werkgevers en leek een akkoord nog ver weg.
vrijdag 9 april 2010
Nederlandse verkiezingsprogramma's op thema pensioen vergeleken
De meeste grote partijen hebben de afgelopen tijd hun conceptverkiezingsprogramma's gepresenteerd. Later deze maand kunnen de leden van de partijen zich tijdens congressen uitspreken over de plannen. De VVD presenteert vrijdag haar programma, maar een aantal hoofdpunten daarvan is al bekend. Ook het verkiezingsprogramma van de PVV moet nog komen, delen daarvan zijn eveneens bekend.
CDA: in 2015 naar 65,5 jaar, in 2020 66 jaar en 2025 naar 67 jaar
PVDA: verhogen naar 66 jaar in 2020, naar 67 jaar in 2025. Vervroegd pensioen ook voor lagere inkomens mogelijk.
SP: AOW-leeftijd blijft 65
VVD: verhogen naar 67 jaar, mensen ontzien die 40-45 jaar hebben gewerkt
PVV: AOW-leeftijd blijft 65
D66: in twaalf jaar verhogen naar 67 jaar
GROENLINKS: AOW koppelen aan het arbeidsverleden. Wie 45 jaar heeft gewerkt, krijgt AOW. Wie jong begint met werken, kan met 65 met pensioen, wie later begint heeft later AOW.
CHRISTENUNIE: verhogen naar 67 jaar. Vanaf 2015 steeds verhoging met een maand, daarna ieder jaar met twee maanden.
dinsdag 23 maart 2010
AOW-leeftijd in Nederland naar 67 jaar : en wat met het aanvullend pensioen?
Leeftijdsdiscriminatie, zware beroepen en andere vraagstukken all over again. De AOW-leeftijd wordt verhoogd naar 67 jaar. Overzicht van de huidige stand van zaken in het AOW-dossier. Daarna aandacht voor de kwestie van de zware beroepen en het effect op aanvullende pensioenen. Verder de vraag of de verhoging van de AOW-leeftijd leeftijdsdiscriminatie betekent in AOW dan wel aanvullende pensioenregeling.
(Heemskerk, M., Pensioen en Praktijk, 20 (2010) 1/2 (feb), p. 19-24)
Heemskerk AOW Leeftijd Naar 67 Jaar_tcm22-145587
(Heemskerk, M., Pensioen en Praktijk, 20 (2010) 1/2 (feb), p. 19-24)
Heemskerk AOW Leeftijd Naar 67 Jaar_tcm22-145587
woensdag 30 december 2009
‘Laat inkomen pensioenleeftijd bepalen’
Nederlandse vakbonden werken alternatief uit voor moeilijk definieerbaar ‘zwaar beroep’
De sociale partners in Nederland willen dat er een inkomenstoets komt om te bepalen of iemand moet doorwerken tot zijn 67ste. Langs die weg kan worden geregeld dat werknemers met een zwaar beroep toch op de huidige pensioenleeftijd van 65 jaar mogen stoppen met werken.
Nederland besloot onlangs de pensioenleeftijd stapsgewijs met twee jaar te verhogen. In 2020 gaat de leeftijd naar 66 jaar, later naar 67 jaar. Voor mensen met een zwaar beroep wordt een uitzondering gemaakt. Zij behouden het recht op pensioen vanaf 65 jaar.
De grote vraag daarbij is wat een zwaar beroep is. De Nederlandse regering wil dat de werkgevers en vakbonden gezamenlijk een lijst opstellen van beroepen met een grote fysieke belasting. De sociale partners spreken van een ‘mission impossible’. Beroepen vertonen onderling grote verschillen, zeggen de bonden. Zo kan bijvoorbeeld een lasser in een fabriekshal comfortabel op een stoel blijven zitten, terwijl een scheepsbouwer overal op en onder moet kruipen. Werkgevers zijn beducht voor een eindeloze definitiestrijd over het begrip ‘zwaar beroep’, die zal uitmonden in een ‘chaos aan regelingen en uitzonderingen’. Dat zou leiden tot een administratieve rompslomp waarop niemand zit te wachten.
Laag inkomen
Gisteren presenteerde de vakbond FNV een alternatief met het inkomen als belangrijkste criterium. De bond berekende dat bijna alle mensen met een zwaar beroep een laag inkomen hebben. 90 procent van hen zou jaarlijks niet meer dan 35.000 euro bruto verdienen. Om de definitiestrijd over het begrip ‘zwaar beroep’ te mijden zou dat inkomen de maatstaf moeten worden voor de pensioenleeftijd. Wie eronder zit, krijgt nog altijd vanaf 65 jaar een staatspensioen. De hogere inkomensgroepen moeten langer doorwerken.
De werkgevers in Nederland reageerden gisteren positief op het voorstel. Ze hebben alleen hun twijfels over de inkomensgrens van 35.000 euro. Die mag van hen lager zijn.
De regering verwierp het vakbondsvoorstel. Zij vindt dat daarmee het probleem van de fysieke slijtage van werknemers nog niet is opgelost. Ze houdt daarom vast aan een verplichting voor werkgevers om personeel dat al 30 jaar belastend werk verricht om te scholen en lichter werk te geven. Dat personeel zou dan, net als andere Nederlanders, tot zijn 67ste moeten doorwerken. Weigeren bedrijven personeel met zware beroepen lichtere taken te laten verrichten, dan moeten ze opdraaien voor de pensionering van die werknemers vanaf hun 65ste.
De sociale partners in Nederland willen dat er een inkomenstoets komt om te bepalen of iemand moet doorwerken tot zijn 67ste. Langs die weg kan worden geregeld dat werknemers met een zwaar beroep toch op de huidige pensioenleeftijd van 65 jaar mogen stoppen met werken.
Nederland besloot onlangs de pensioenleeftijd stapsgewijs met twee jaar te verhogen. In 2020 gaat de leeftijd naar 66 jaar, later naar 67 jaar. Voor mensen met een zwaar beroep wordt een uitzondering gemaakt. Zij behouden het recht op pensioen vanaf 65 jaar.
De grote vraag daarbij is wat een zwaar beroep is. De Nederlandse regering wil dat de werkgevers en vakbonden gezamenlijk een lijst opstellen van beroepen met een grote fysieke belasting. De sociale partners spreken van een ‘mission impossible’. Beroepen vertonen onderling grote verschillen, zeggen de bonden. Zo kan bijvoorbeeld een lasser in een fabriekshal comfortabel op een stoel blijven zitten, terwijl een scheepsbouwer overal op en onder moet kruipen. Werkgevers zijn beducht voor een eindeloze definitiestrijd over het begrip ‘zwaar beroep’, die zal uitmonden in een ‘chaos aan regelingen en uitzonderingen’. Dat zou leiden tot een administratieve rompslomp waarop niemand zit te wachten.
Laag inkomen
Gisteren presenteerde de vakbond FNV een alternatief met het inkomen als belangrijkste criterium. De bond berekende dat bijna alle mensen met een zwaar beroep een laag inkomen hebben. 90 procent van hen zou jaarlijks niet meer dan 35.000 euro bruto verdienen. Om de definitiestrijd over het begrip ‘zwaar beroep’ te mijden zou dat inkomen de maatstaf moeten worden voor de pensioenleeftijd. Wie eronder zit, krijgt nog altijd vanaf 65 jaar een staatspensioen. De hogere inkomensgroepen moeten langer doorwerken.
De werkgevers in Nederland reageerden gisteren positief op het voorstel. Ze hebben alleen hun twijfels over de inkomensgrens van 35.000 euro. Die mag van hen lager zijn.
De regering verwierp het vakbondsvoorstel. Zij vindt dat daarmee het probleem van de fysieke slijtage van werknemers nog niet is opgelost. Ze houdt daarom vast aan een verplichting voor werkgevers om personeel dat al 30 jaar belastend werk verricht om te scholen en lichter werk te geven. Dat personeel zou dan, net als andere Nederlanders, tot zijn 67ste moeten doorwerken. Weigeren bedrijven personeel met zware beroepen lichtere taken te laten verrichten, dan moeten ze opdraaien voor de pensionering van die werknemers vanaf hun 65ste.
donderdag 10 december 2009
Kritische CPB-analyse over verhoging AOW-leeftijd in Nederland
Op 2 december hebben de bewindspersonen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel dat de verhoging van de AOW-leeftijd regelt, ingediend bij de Tweede Kamer. De AOW gaat in twee stappen omhoog naar 67 jaar. In 2020 naar 66 en in 2025 naar 67 jaar. Het CPB heeft de gevolgen van het wetsvoorstel voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën geanalyseerd.
Door ingang in 2020 is verankering beperkt
Het voorstel kan via drie wegen gunstig uitwerken voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, het leidt tot:
1) een besparing op de AOW-lasten;
2) lagere fiscale subsidiëring via de omkeerregel van aanvullende pensioenen en
3) verhoging van de arbeidsparticipatie van ouderen.
Omdat de maatregel echter pas ingaat vanaf 2020 wordt deze in de CPB-methodiek in principe niet gehonoreerd met een ‘houdbaarheidswinst’. Bij de beoordeling van de effecten van maatregelen op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën wordt namelijk als regel gehanteerd dat uiterlijk in de komende kabinetsperiode, ofwel uiterlijk in 2015, een betekenisvolle eerste stap moet zijn gezet. Als dat niet gebeurt dan is de maatregel beperkt verankerd en kan deze gemakkelijk ongedaan worden gemaakt door latere kabinetten.
Verhoging AOW-leeftijd levert 0,7% bbp op
Wanneer we over de beperkte verankering heenstappen en de maatregel toch doorrekenen, dan vinden we een houdbaarheidswinst van 0,7% van het bruto binnenlands product (bbp), dat komt neer op ongeveer 4 miljard euro per jaar in huidige termen. Hierbij is alleen gekeken naar de verhoging van de AOW-leeftijd en de versobering van de aanvullende pensioenen, zoals opgenomen in de tekst van het wetsvoorstel zelf.
Geen kwantitatief oordeel flankerend beleid
Bij de berekening is geen rekening gehouden met aanvullende maatregelen die wél in de Memorie van Toelichting worden genoemd, maar niet in de wettekst zijn opgenomen (zoals onder andere flexibilisering van de AOW-leeftijd). Deze aanvullende maatregelen zijn vooralsnog onvoldoende uitgewerkt om mee te kunnen nemen in de berekening. Het is echter waarschijnlijk dat deze maatregelen de genoemde houdbaarheidswinst zullen beïnvloeden . Waarschijnlijk heeft bijvoorbeeld flexibilisering van de AOW-leeftijd een negatief effect op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Mogelijk geldt dat ook voor de ‘zwareberoepenfaciliteit’. Op dit moment is het (door het ontbreken van informatie) echter niet mogelijk om hier een goede inschatting van te maken. Het is ook onduidelijk of deze flankerende maatregelen veel toevoegen aan de al beschikbare arrangementen voor vervroegde uittreding.
Verhoging AOW-leeftijd treft vooral lagere inkomens, fiscalisering juist de hogere inkomens
Het verlies van twee jaar AOW heeft relatief de grootste inkomenseffecten voor de laagste inkomens, omdat de AOW voor hen een groter deel van hun totale pensioen uitmaakt. De versobering van de aanvullende pensioenen treft vooral de hogere inkomens, omdat zij relatief meer aanvullend pensioen hebben. De ‘omkeerregel’ zorgt ervoor dat aanvullende pensioenen via de belastingen worden gesubsidieerd, o.a. doordat het belastingtarief waartegen de premie-inleg aftrekbaar is, over het algemeen hoger is dan het belastingtarief dat wordt geheven over de uitbetaalde pensioenen. Met de verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar kan ook voor 2 jaar minder aanvullend pensioen worden opgebouwd met deze gunstige fiscale behandeling.
De verkorting van de tweede schijf van de inkomstenbelasting waartoe het kabinet eerder heeft besloten, leidt ertoe dat 65-plussers relatief meer gaan bijdragen aan de financiering van de AOW (‘fiscalisering van de AOW’). Ook deze maatregel treft vooral de hogere inkomens.
CPB_notitie
Door ingang in 2020 is verankering beperkt
Het voorstel kan via drie wegen gunstig uitwerken voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, het leidt tot:
1) een besparing op de AOW-lasten;
2) lagere fiscale subsidiëring via de omkeerregel van aanvullende pensioenen en
3) verhoging van de arbeidsparticipatie van ouderen.
Omdat de maatregel echter pas ingaat vanaf 2020 wordt deze in de CPB-methodiek in principe niet gehonoreerd met een ‘houdbaarheidswinst’. Bij de beoordeling van de effecten van maatregelen op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën wordt namelijk als regel gehanteerd dat uiterlijk in de komende kabinetsperiode, ofwel uiterlijk in 2015, een betekenisvolle eerste stap moet zijn gezet. Als dat niet gebeurt dan is de maatregel beperkt verankerd en kan deze gemakkelijk ongedaan worden gemaakt door latere kabinetten.
Verhoging AOW-leeftijd levert 0,7% bbp op
Wanneer we over de beperkte verankering heenstappen en de maatregel toch doorrekenen, dan vinden we een houdbaarheidswinst van 0,7% van het bruto binnenlands product (bbp), dat komt neer op ongeveer 4 miljard euro per jaar in huidige termen. Hierbij is alleen gekeken naar de verhoging van de AOW-leeftijd en de versobering van de aanvullende pensioenen, zoals opgenomen in de tekst van het wetsvoorstel zelf.
Geen kwantitatief oordeel flankerend beleid
Bij de berekening is geen rekening gehouden met aanvullende maatregelen die wél in de Memorie van Toelichting worden genoemd, maar niet in de wettekst zijn opgenomen (zoals onder andere flexibilisering van de AOW-leeftijd). Deze aanvullende maatregelen zijn vooralsnog onvoldoende uitgewerkt om mee te kunnen nemen in de berekening. Het is echter waarschijnlijk dat deze maatregelen de genoemde houdbaarheidswinst zullen beïnvloeden . Waarschijnlijk heeft bijvoorbeeld flexibilisering van de AOW-leeftijd een negatief effect op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Mogelijk geldt dat ook voor de ‘zwareberoepenfaciliteit’. Op dit moment is het (door het ontbreken van informatie) echter niet mogelijk om hier een goede inschatting van te maken. Het is ook onduidelijk of deze flankerende maatregelen veel toevoegen aan de al beschikbare arrangementen voor vervroegde uittreding.
Verhoging AOW-leeftijd treft vooral lagere inkomens, fiscalisering juist de hogere inkomens
Het verlies van twee jaar AOW heeft relatief de grootste inkomenseffecten voor de laagste inkomens, omdat de AOW voor hen een groter deel van hun totale pensioen uitmaakt. De versobering van de aanvullende pensioenen treft vooral de hogere inkomens, omdat zij relatief meer aanvullend pensioen hebben. De ‘omkeerregel’ zorgt ervoor dat aanvullende pensioenen via de belastingen worden gesubsidieerd, o.a. doordat het belastingtarief waartegen de premie-inleg aftrekbaar is, over het algemeen hoger is dan het belastingtarief dat wordt geheven over de uitbetaalde pensioenen. Met de verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar kan ook voor 2 jaar minder aanvullend pensioen worden opgebouwd met deze gunstige fiscale behandeling.
De verkorting van de tweede schijf van de inkomstenbelasting waartoe het kabinet eerder heeft besloten, leidt ertoe dat 65-plussers relatief meer gaan bijdragen aan de financiering van de AOW (‘fiscalisering van de AOW’). Ook deze maatregel treft vooral de hogere inkomens.
CPB_notitie
zondag 15 november 2009
Verhoging pensioenleeftijd ? Zorg eerst dat ouderen aan het werk kunnen blijven
In Zweden werken de 60-plussers nog volop. Nederland zou er, gezien de verhoging van de AOW-leeftijd, daarom goed aan de doen de zeer starre arbeidsmarkt voor ouderen te doorbreken. Een fonds voor levenslange scholing helpt daarbij.
Daarom een aantal aanbevelingen om de participatie te verhogen.
Werk aan klaarblijkelijk succesvol beleid
Andere landen kunnen tot voorbeeld strekken. Neem instrumenten en maatregelen over die helpen mensen met plezier en productief te laten werken tot hun pensioen. Het Zweedse stimuleringsmodel is meer geënt op goede sociale voorzieningen, een hoger pensioen bij langer doorwerken, laagdrempelige scholing en actief arbeidsmarktbeleid door de overheid, onder andere door bedrijven te subsidiëren werkelozen aan te nemen. In Zweden is de participatie in de leeftijdscategorie 60 tot 64 jaar maar liefst 63%, in Nederland is dat 34%.
Langer doorwerken zonder scholing is onmogelijk
In ons sociale stelsel zou een collectief 'scholingsfonds' opgebouwd moeten worden, zodat werknemers niet alleen een uitkering kunnen krijgen maar ook een bijdrage voor scholing. Werkgevers en werknemers dragen beide premies af. Gekeken kan worden naar de uitzendbranche, waarin scholingsfondsen ruim aanwezig zijn.
De leeftijdregels in CAO's en de kantonrechtersformule beschermen degene die werken, maar beperken vooral de ouderen een soepele terugkeer op de arbeidsmarkt. Maak een einde aan allerlei bepalingen die oudere werknemers ontzien of belonen: extra verlofdagen, ontheffing van overwerk of avonddiensten of de hogere ontslagvergoeding op basis van leeftijd. Deze regelingen zijn onrechtvaardig ten opzichte van de jongeren en vormen een extra reden voor de werkgever om niet te werven in deze doelgroep, waardoor de oudere werkeloze nog langer buiten spel staat.
Voer een participatiecheck in
Werkgevers en werknemers bevorderen het noodzakelijke denken op lange termijn door iedere drie jaar een participatiecheck te houden. Het is een middel om uitval op termijn en langdurige werkeloosheid te voorkomen. Met de participatiecheck wordt de vraag gesteld of iemand het werk kan en zal volhouden en zo niet aan welk alternatief gewerkt moet gaan worden. Mogelijkheden als roulatie, verhoging van taakvariatie en scholing worden in kaart gebracht en in gang gezet. Het gaat er dan vooral over om de inzetbaarheid te verbreden, over het op peil houden van competenties, kennis en vaardigheden en waar de mogelijkheden voor werk zijn. Hiermee wordt het risico van een periode van lange werkeloosheid voorkomen. Want werknemers die niet anticiperen op de vraag 'wat doe ik als ik mijn baan niet meer heb of kan doen' zijn te laat als het moment daar is.
In de participatiecheck worden knelpunten zoals zwaar werk en hoge werkdruk, te lange functieduur en de 'tijd uitzitten' besproken. De discussie over zwaar werk is onvolledig als het ook niet gaat over de ogenschijnlijk constant toenemende werkdruk in relatie tot de toename van het aantal oudere werknemers.
De check moet ook te lange functieduur aan de kaak stellen. Lange functieduur is een groter risico voor uitval en productiviteitsverlies dan leeftijd. Switchen van werkgever, baan, afdeling of functie helpt de juiste man op de juiste plaats te krijgen. En door te rouleren, blijft de werknemer leren en zichzelf vernieuwen, worden veranderingen vanzelfsprekender en past hij zichzelf weer sneller aan. De onlangs opgestelde mobiliteitscentra zouden moeten blijven om de roulatie te verbeteren. Participatie betekent ook echt meedoen. Het cliché dat iemand nog zoveel jaar 'moet' zal door het langer doorwerken vaker klinken. Daar spreekt geen enkele wens tot verandering uit. De werknemer die gaat uitdieselen en voorsorteren richting pensioen is bang voor verandering en verlies van opgebouwde rechten. De sleet komt er in en de werknemer krijgt vanzelf de bevestiging van zijn omgeving dat de fut eruit is. Deze vicieuze cirkel wordt doorbroken door de participatiecheck en kan leiden tot het opnieuw uitdagen en prikkelen van de werknemer. Het kan ook leiden tot demotie oftewel een stapje terug in functie of uren. Gelijktijdige vermindering van het salaris is onvermijdelijk voor de continuïteit van het bedrijf en de gelijkheid onder collega's.
vrijdag 16 oktober 2009
Nederlanders moeten langer werken
De Nederlandse regering van premier Balkenende heeft een akkoord bereikt om de pensioenleeftijd te verhogen van 65 naar 67 jaar. In 2020 gaat de pensioenleeftijd naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar.
Het debat over de wijziging van de AOW-leeftijd (genoemd naar de Algemene Ouderdomswet die de pensioenen regelt in Nederland) houdt Den Haag al een tijdje in de ban. Net zoals de meeste rijke industrielanden is Nederland snel aan het vergrijzen en dreigen de pensioenen op termijn onbetaalbaar te worden. Maar het kabinet van christendemocraten (CDA), socialisten (PvdA) en christelijke conservatieven (ChristenUnie) was lange tijd verdeeld over de zaak.
Mensen langer laten werken is uiteraard geen populaire maatregel. Nu is er toch een akkoord om geleidelijk de pensioenleeftijd te verhogen naar 67. De pensioenleeftijd gaat eerst in 2020 naar 66 jaar en vervolgens in 2025 naar 67 jaar.
Wie vroeg is beginnen te werken, wordt ontzien. Wie in 2025 al 15 jaar heeft gewerkt, kan toch op zijn 65ste op pensioen gaan. Het aantal benodigde dienstjaren loopt met de jaren langzaam op tot 42 gewerkte jaren. Mensen die eerder stoppen met werken (de vervroegde uittreding, vergelijkbaar met ons brugpensioen) zullen wel een lager pensioen krijgen. Voor hogere inkomens scheelt dat 8 procent per jaar.
Iedereen die op 1 januari 2009 55 jaar of ouder is, is pensioengerechtigd als hij 65 wordt, aldus de openbare omroep NOS. Jongere mensen moeten langer doorwerken. Mensen mogen hooguit 30 jaar zwaar werk doen. Daarna moet de werkgever lichter werk aanbieden. Slaagt de werkgever daar niet in, dan moet hij de de werknemer tot zijn 67ste doorbetalen.
Het debat over de wijziging van de AOW-leeftijd (genoemd naar de Algemene Ouderdomswet die de pensioenen regelt in Nederland) houdt Den Haag al een tijdje in de ban. Net zoals de meeste rijke industrielanden is Nederland snel aan het vergrijzen en dreigen de pensioenen op termijn onbetaalbaar te worden. Maar het kabinet van christendemocraten (CDA), socialisten (PvdA) en christelijke conservatieven (ChristenUnie) was lange tijd verdeeld over de zaak.
Mensen langer laten werken is uiteraard geen populaire maatregel. Nu is er toch een akkoord om geleidelijk de pensioenleeftijd te verhogen naar 67. De pensioenleeftijd gaat eerst in 2020 naar 66 jaar en vervolgens in 2025 naar 67 jaar.
Wie vroeg is beginnen te werken, wordt ontzien. Wie in 2025 al 15 jaar heeft gewerkt, kan toch op zijn 65ste op pensioen gaan. Het aantal benodigde dienstjaren loopt met de jaren langzaam op tot 42 gewerkte jaren. Mensen die eerder stoppen met werken (de vervroegde uittreding, vergelijkbaar met ons brugpensioen) zullen wel een lager pensioen krijgen. Voor hogere inkomens scheelt dat 8 procent per jaar.
Iedereen die op 1 januari 2009 55 jaar of ouder is, is pensioengerechtigd als hij 65 wordt, aldus de openbare omroep NOS. Jongere mensen moeten langer doorwerken. Mensen mogen hooguit 30 jaar zwaar werk doen. Daarna moet de werkgever lichter werk aanbieden. Slaagt de werkgever daar niet in, dan moet hij de de werknemer tot zijn 67ste doorbetalen.
Nederland dicht bij pensioen- akkoord
Het kabinet Balkenende IV hoopt vrijdag een akkoord te kunnen aankondigen over een onderwerp dat lang een taboe geweest is: de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar. De toenemende vergrijzing en de daling van de beroepsbevolking maken deze maatregel volgens de regering noodzakelijk. Door de verhoging zou jaarlijks vier miljard euro bespaard kunnen worden.
Concreet gaat het om de aanpassing van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De AOW is een volksverzekering: iedereen die in Nederland woont, is automatisch verzekerd, of hij nu werkt of niet. En wie van 15 tot 65 altijd verzekerd is geweest, krijgt het basispensioen dat voor iedereen gelijk is, onafhankelijk van het inkomen. De werkenden betalen de premies voor de AOW. Op dit ogenblik bedraagt het AOW-pensioen 1.048 euro voor een alleenstaande en 730 euro voor samenwonenden en gehuwden.
Daarnaast hebben vele mensen nog een aanvullend pensioen dat ze opbouwen via de pensioenfondsen van hun werkgever, een systeem dat in Nederland al een stuk langer dan in België bestaat.
De coalitie van CDA (christendemocraten), PvdA (sociaaldemocraten) en ChristenUnie (protestanten) had in maart van dit jaar de verhoging van de AOW afgesproken. De sociale partners kregen de kans om zelf een akkoord te onderhandelen of een alternatief uit te werken, maar dat overleg strandde eind september.
Volgens diverse media is de coalitie het erover eens dat in 2020 de pensioenleeftijd in één keer naar 66 jaar gaat. In 2026 gaat de leeftijdgrens naar 67 jaar, ook in één keer of met tussenstappen. Mensen die op 1 januari 2010 55 of ouder zijn, zullen nog gewoon op 65 met pensioen kunnen gaan. Wie jonger is en toch op zijn 65ste wil stoppen, zal dat kunnen maar zal moeten inleveren.
PvdA en CDA zouden het er nog niet over eens zijn of ook de leeftijd voor de aanvullende pensioenen moet opgetrokken worden.
Het is uitkijken hoe de achterban van de PvdA op het voorstel zal reageren. Gisteren publiceerden twee kopstukken, Kamerlid Paul Kalma en oud-voorzitter Felix Rottenberg, in de Volkskrant een opiniebijdrage waarin ze erop aandringen niet overhaast te werk te gaan bij de hervorming van de AOW.
De vakbeweging is tegen de verhoging. Aan NRC-Handelsblad zei een woordvoerder van de grootste vakbond FNV: ‘Als dit doorgaat, is dat echt diep triest. We kunnen ons niet voorstellen dat het kabinet zo'n hardvochtig plan op tafel gaat leggen.'
maandag 12 oktober 2009
Vakbond en Wilders gaan praten over pensioenleeftijd
De Nederlandse vakbond FNV zoekt steun bij de rechtse Geert Wilders in de strijd tegen de verhoging van de pensioenleeftijd.
Geert Wilders accepteert de uitnodiging van Agnes Jongerius, de leidster van de grootste Nederlandse vakbond FNV, om te praten over mogelijkheden tot gezamenlijk verzet tegen een hogere pensioenleeftijd. De PVV-leider wil binnenkort een gesprek met Jongerius om te zien ‘of we wel of niet kunnen samenwerken tegen de asociale plannen van het kabinet.'
De Nederlandse regering wil de leeftijd in de Algemene Ouderdomswet (AOW), waarin het overheidspensioen van elke 65-plusser wordt geregeld, optrekken naar 67jaar. Het kabinet had ruimte gelaten aan de sociale partners om zelf met een voorstel te komen, maar dat overleg sprong vorige week af. De vakbeweging wilde een flexibele AOW-leeftijd, waarbij de mensen zelf kunnen kiezen wanneer ze met pensioen gaan. De werkgevers wilden een vaste uitstapleeftijd op 67. Vrijdag moet het kabinet de knoop doorhakken.
Wilders reageerde op een interview van Jongerius met de Volkskrant. Daarin zegt ze dat de FNV een ‘majeure lobbyinspanning' levert om steun te vinden voor haar verzet tegen de verhoging van de AOW-leeftijd en daar kan de PVV ook een plaats in hebben. ‘We dealen met de duivel en zijn oude moer', zei Jongerius. De PVV is eveneens fel tegenstander van een hogere AOW-leeftijd.
Het CNV wijst samenwerking met de PVV af en gaat ervan uit dat het bij één gesprek blijft, zo heeft de christelijke vakcentrale laten weten. ‘Het CNV wijst samenwerking af met partijen die bevolkingsgroepen uitsluiten', zei waarnemend voorzitter Bert van Boggelen.
Abvakabo FNV, de vakbond van de openbare sector binnen het FNV, heeft verontruste reacties gekregen. In haar weblog legt voorzitter Edith Snoey uit dat wat Abvakabo betreft de grens heel helder is. ‘Als het gaat om een parlementaire behandeling van een eventueel kabinetsvoorstel inzake de AOW, onderhouden wij zo nodig contact met alle partijen die in de Tweede Kamer zijn vertegenwoordigd. Wat onze bond betreft, ligt daar de grens. Verder zaken doen met de PVV is niet aan de orde.'
Geert Wilders accepteert de uitnodiging van Agnes Jongerius, de leidster van de grootste Nederlandse vakbond FNV, om te praten over mogelijkheden tot gezamenlijk verzet tegen een hogere pensioenleeftijd. De PVV-leider wil binnenkort een gesprek met Jongerius om te zien ‘of we wel of niet kunnen samenwerken tegen de asociale plannen van het kabinet.'
De Nederlandse regering wil de leeftijd in de Algemene Ouderdomswet (AOW), waarin het overheidspensioen van elke 65-plusser wordt geregeld, optrekken naar 67jaar. Het kabinet had ruimte gelaten aan de sociale partners om zelf met een voorstel te komen, maar dat overleg sprong vorige week af. De vakbeweging wilde een flexibele AOW-leeftijd, waarbij de mensen zelf kunnen kiezen wanneer ze met pensioen gaan. De werkgevers wilden een vaste uitstapleeftijd op 67. Vrijdag moet het kabinet de knoop doorhakken.
Wilders reageerde op een interview van Jongerius met de Volkskrant. Daarin zegt ze dat de FNV een ‘majeure lobbyinspanning' levert om steun te vinden voor haar verzet tegen de verhoging van de AOW-leeftijd en daar kan de PVV ook een plaats in hebben. ‘We dealen met de duivel en zijn oude moer', zei Jongerius. De PVV is eveneens fel tegenstander van een hogere AOW-leeftijd.
Het CNV wijst samenwerking met de PVV af en gaat ervan uit dat het bij één gesprek blijft, zo heeft de christelijke vakcentrale laten weten. ‘Het CNV wijst samenwerking af met partijen die bevolkingsgroepen uitsluiten', zei waarnemend voorzitter Bert van Boggelen.
Abvakabo FNV, de vakbond van de openbare sector binnen het FNV, heeft verontruste reacties gekregen. In haar weblog legt voorzitter Edith Snoey uit dat wat Abvakabo betreft de grens heel helder is. ‘Als het gaat om een parlementaire behandeling van een eventueel kabinetsvoorstel inzake de AOW, onderhouden wij zo nodig contact met alle partijen die in de Tweede Kamer zijn vertegenwoordigd. Wat onze bond betreft, ligt daar de grens. Verder zaken doen met de PVV is niet aan de orde.'
woensdag 30 september 2009
B : VBO slaat mea culpa over 'veelgebruik' brugpensioen
De Belgische werkgevers verontschuldigen zich voor het veelvuldig gebruik dat ze jarenlang hebben gemaakt van het brugpensioenstelsel. VBO-voorzitter Thomas Leysen zei dat op een ontmoeting met de federale regering. "Bedrijfsleiders hebben er bij herstructureringen gretig gebruik van gemaakt, maar beseffen dat zij van deze verslaving zullen moeten afkicken." Uit een enquête blijkt dat 90% van de bedrijfsleiders de brugpensioenleeftijd wil optrekken. Als bedrijven minder gebruik maken van brugpensioen dan kunnen oudere werknemers langer aan de slag blijven, wat een goede zaak is voor de financiering van de sociale zekerheid.
NL : SZW stuurt verdeeld advies commissie Don aan Kamer
Minister Donner van SZW heeft het verdeelde advies van de pensioencommissie Parameters onder voorzitterschap van Henk Don aangeboden aan de Tweede Kamer.
De minister zal nog dit jaar via een AMvB de parameters publiceren die vanaf volgend jaar door de fondsen moeten worden gehanteerd voor onder meer het bepalen van kostendekkende premies en continuïteitsanalyses. In 2010 mogen pensioenfondsen van Donner voor de premiebepaling nog uitgaan van dezelfde parameters (maximum verwachte rendement op beleggingen) als de afgelopen drie jaar. De minister heeft verder toegezegd dat tegenvallende herstelplannen pas eventueel na zijn overleg medio 2010 met de STAR en de pensioenkoepels herzien moeten worden.
De commissie Parameters bleek verdeeld in haar advies. De beide STAR-leden in de commissie adviseren pensioenfondsen te laten rekenen met een aandelenrendement dat zo’n 0,25 procentpunt lager ligt dan het huidige rendement. Dit kan leiden tot een beperkte premiestijging voor werkgevers en werknemers in de orde van 0,6 miljard euro. De STAR meent dat historische gemiddelde rendementen een realistische en prudente basis opleveren voor het bepalen van toekomstige rendementen, maar benadrukt dat toekomstige rendementen fors kúnnen afwijken van dat historische gemiddelde.
CPB en DNB adviseren het maximum voor het verwachte rendement op aandelen met zo’n 1,5 procentpunt te verlagen. Zij denken dat de rendementen uit het verleden deels veroorzaakt zijn door meevallers die niet representatief zijn voor de toekomst. Dit zou kunnen leiden tot een totale premiestijging voor werkgevers en werknemers van 1,9 miljard euro.
Strengere parameters vergroten weliswaar de kans dat indexatieverwachtingen waargemaakt kunnen worden, maar leiden onder meer ook tot forse, en volgens de STAR-leden ongewenste lastenverhogingen voor werkgevers en werknemers. Wanneer gewerkt wordt met lagere parameters zal het herstel van de dekkingsgraad ook langzamer gaan, wat betekent dat het langer zal duren voor pensioenfondsen kunnen overgaan tot hervatting van indexatie en dus relatief lagere pensioenen voor pensioendeelnemers.
VB bepleit voor 2010 handhaving van de huidige parameters, een gedegen analyse in de loop van 2010 van de uitkomsten van de diverse onderzoeken in het kader van het Financieel Toetsingskader (FTK) en in samenhang daarmee vaststelling van de parameters die vanaf 2011 moeten gaan gelden.
De minister zal nog dit jaar via een AMvB de parameters publiceren die vanaf volgend jaar door de fondsen moeten worden gehanteerd voor onder meer het bepalen van kostendekkende premies en continuïteitsanalyses. In 2010 mogen pensioenfondsen van Donner voor de premiebepaling nog uitgaan van dezelfde parameters (maximum verwachte rendement op beleggingen) als de afgelopen drie jaar. De minister heeft verder toegezegd dat tegenvallende herstelplannen pas eventueel na zijn overleg medio 2010 met de STAR en de pensioenkoepels herzien moeten worden.
De commissie Parameters bleek verdeeld in haar advies. De beide STAR-leden in de commissie adviseren pensioenfondsen te laten rekenen met een aandelenrendement dat zo’n 0,25 procentpunt lager ligt dan het huidige rendement. Dit kan leiden tot een beperkte premiestijging voor werkgevers en werknemers in de orde van 0,6 miljard euro. De STAR meent dat historische gemiddelde rendementen een realistische en prudente basis opleveren voor het bepalen van toekomstige rendementen, maar benadrukt dat toekomstige rendementen fors kúnnen afwijken van dat historische gemiddelde.
CPB en DNB adviseren het maximum voor het verwachte rendement op aandelen met zo’n 1,5 procentpunt te verlagen. Zij denken dat de rendementen uit het verleden deels veroorzaakt zijn door meevallers die niet representatief zijn voor de toekomst. Dit zou kunnen leiden tot een totale premiestijging voor werkgevers en werknemers van 1,9 miljard euro.
Strengere parameters vergroten weliswaar de kans dat indexatieverwachtingen waargemaakt kunnen worden, maar leiden onder meer ook tot forse, en volgens de STAR-leden ongewenste lastenverhogingen voor werkgevers en werknemers. Wanneer gewerkt wordt met lagere parameters zal het herstel van de dekkingsgraad ook langzamer gaan, wat betekent dat het langer zal duren voor pensioenfondsen kunnen overgaan tot hervatting van indexatie en dus relatief lagere pensioenen voor pensioendeelnemers.
VB bepleit voor 2010 handhaving van de huidige parameters, een gedegen analyse in de loop van 2010 van de uitkomsten van de diverse onderzoeken in het kader van het Financieel Toetsingskader (FTK) en in samenhang daarmee vaststelling van de parameters die vanaf 2011 moeten gaan gelden.
NL : AOW wel bemind maar onbekend
Mensen zijn slecht op de hoogte van de AOW. Er is volop discussie over de AOW-leeftijd en van verschillende kanten wordt gesteld dat mensen vast willen houden aan de huidige AOW. Uit onderzoek blijkt echter dat mensen niet goed op de hoogte zijn van de AOW.
Pensioenkijker.nl en CentiQ, Wijzer in geldzaken,hebben in samenwerking met TNS NIPO een onderzoek laten uitvoeren. Uit het onderzoek blijkt dat mensen niet goed op de hoogte zijn van de AOW. Op de vraag of je, als je voor je 65ste stopt met werken, ook eerder recht hebt op de AOW geeft een op de zes ondervraagden aan dat niet te weten. Ook een op de zes ondervraagden geeft het foute antwoord en denkt dat de AOW bij eerdere pensionering ook eerder in kan gaan.
Ook blijkt dat een op de acht mensen niet te weten dat je, als je geen pensioen uit je werk hebt, vanaf je 65ste alleen AOW ontvangt. Pensioenkijker.nl geeft veel informatie over AOW en pensioen via www.pensioenkijker.nl. 'De AOW zorgt gemiddeld genomen voor de helft het pensioeninkomen' zegt Elske ter Veld, voorzitter van de Stichting Pensioenkijker.nl 'Het is daarom nogal zorgwekkend dat mensen er zo slecht van op de hoogte zijn. Zeker als er wijzigingen op stapel staan, zal er meer dan ooit de nadruk moeten worden gelegd op goede voorlichting'
Pensioenkijker.nl en CentiQ, Wijzer in geldzaken,hebben in samenwerking met TNS NIPO een onderzoek laten uitvoeren. Uit het onderzoek blijkt dat mensen niet goed op de hoogte zijn van de AOW. Op de vraag of je, als je voor je 65ste stopt met werken, ook eerder recht hebt op de AOW geeft een op de zes ondervraagden aan dat niet te weten. Ook een op de zes ondervraagden geeft het foute antwoord en denkt dat de AOW bij eerdere pensionering ook eerder in kan gaan.
Ook blijkt dat een op de acht mensen niet te weten dat je, als je geen pensioen uit je werk hebt, vanaf je 65ste alleen AOW ontvangt. Pensioenkijker.nl geeft veel informatie over AOW en pensioen via www.pensioenkijker.nl. 'De AOW zorgt gemiddeld genomen voor de helft het pensioeninkomen' zegt Elske ter Veld, voorzitter van de Stichting Pensioenkijker.nl 'Het is daarom nogal zorgwekkend dat mensen er zo slecht van op de hoogte zijn. Zeker als er wijzigingen op stapel staan, zal er meer dan ooit de nadruk moeten worden gelegd op goede voorlichting'
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :