De Nederlandse regering van premier Balkenende heeft een akkoord bereikt om de pensioenleeftijd te verhogen van 65 naar 67 jaar. In 2020 gaat de pensioenleeftijd naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar.
Het debat over de wijziging van de AOW-leeftijd (genoemd naar de Algemene Ouderdomswet die de pensioenen regelt in Nederland) houdt Den Haag al een tijdje in de ban. Net zoals de meeste rijke industrielanden is Nederland snel aan het vergrijzen en dreigen de pensioenen op termijn onbetaalbaar te worden. Maar het kabinet van christendemocraten (CDA), socialisten (PvdA) en christelijke conservatieven (ChristenUnie) was lange tijd verdeeld over de zaak.
Mensen langer laten werken is uiteraard geen populaire maatregel. Nu is er toch een akkoord om geleidelijk de pensioenleeftijd te verhogen naar 67. De pensioenleeftijd gaat eerst in 2020 naar 66 jaar en vervolgens in 2025 naar 67 jaar.
Wie vroeg is beginnen te werken, wordt ontzien. Wie in 2025 al 15 jaar heeft gewerkt, kan toch op zijn 65ste op pensioen gaan. Het aantal benodigde dienstjaren loopt met de jaren langzaam op tot 42 gewerkte jaren. Mensen die eerder stoppen met werken (de vervroegde uittreding, vergelijkbaar met ons brugpensioen) zullen wel een lager pensioen krijgen. Voor hogere inkomens scheelt dat 8 procent per jaar.
Iedereen die op 1 januari 2009 55 jaar of ouder is, is pensioengerechtigd als hij 65 wordt, aldus de openbare omroep NOS. Jongere mensen moeten langer doorwerken. Mensen mogen hooguit 30 jaar zwaar werk doen. Daarna moet de werkgever lichter werk aanbieden. Slaagt de werkgever daar niet in, dan moet hij de de werknemer tot zijn 67ste doorbetalen.