Het zijn dertigers en veertigers die het meest profiteren van de verzorgingsstaat, niet de babyboomers. Dat stelt het CPB in een generatievergelijking.
Jongeren zijn bang op te draaien voor de kosten van de vergrijzing. Omdat de babyboomgeneratie de pensioengerechtigde leeftijd nadert en de gasbel leeg raakt, moet de overheid structureel euro 29 mrd bezuinigen.
Posts tonen met het label cbp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cbp. Alle posts tonen
woensdag 2 juni 2010
donderdag 10 december 2009
Kritische CPB-analyse over verhoging AOW-leeftijd in Nederland
Op 2 december hebben de bewindspersonen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel dat de verhoging van de AOW-leeftijd regelt, ingediend bij de Tweede Kamer. De AOW gaat in twee stappen omhoog naar 67 jaar. In 2020 naar 66 en in 2025 naar 67 jaar. Het CPB heeft de gevolgen van het wetsvoorstel voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën geanalyseerd.
Door ingang in 2020 is verankering beperkt
Het voorstel kan via drie wegen gunstig uitwerken voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, het leidt tot:
1) een besparing op de AOW-lasten;
2) lagere fiscale subsidiëring via de omkeerregel van aanvullende pensioenen en
3) verhoging van de arbeidsparticipatie van ouderen.
Omdat de maatregel echter pas ingaat vanaf 2020 wordt deze in de CPB-methodiek in principe niet gehonoreerd met een ‘houdbaarheidswinst’. Bij de beoordeling van de effecten van maatregelen op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën wordt namelijk als regel gehanteerd dat uiterlijk in de komende kabinetsperiode, ofwel uiterlijk in 2015, een betekenisvolle eerste stap moet zijn gezet. Als dat niet gebeurt dan is de maatregel beperkt verankerd en kan deze gemakkelijk ongedaan worden gemaakt door latere kabinetten.
Verhoging AOW-leeftijd levert 0,7% bbp op
Wanneer we over de beperkte verankering heenstappen en de maatregel toch doorrekenen, dan vinden we een houdbaarheidswinst van 0,7% van het bruto binnenlands product (bbp), dat komt neer op ongeveer 4 miljard euro per jaar in huidige termen. Hierbij is alleen gekeken naar de verhoging van de AOW-leeftijd en de versobering van de aanvullende pensioenen, zoals opgenomen in de tekst van het wetsvoorstel zelf.
Geen kwantitatief oordeel flankerend beleid
Bij de berekening is geen rekening gehouden met aanvullende maatregelen die wél in de Memorie van Toelichting worden genoemd, maar niet in de wettekst zijn opgenomen (zoals onder andere flexibilisering van de AOW-leeftijd). Deze aanvullende maatregelen zijn vooralsnog onvoldoende uitgewerkt om mee te kunnen nemen in de berekening. Het is echter waarschijnlijk dat deze maatregelen de genoemde houdbaarheidswinst zullen beïnvloeden . Waarschijnlijk heeft bijvoorbeeld flexibilisering van de AOW-leeftijd een negatief effect op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Mogelijk geldt dat ook voor de ‘zwareberoepenfaciliteit’. Op dit moment is het (door het ontbreken van informatie) echter niet mogelijk om hier een goede inschatting van te maken. Het is ook onduidelijk of deze flankerende maatregelen veel toevoegen aan de al beschikbare arrangementen voor vervroegde uittreding.
Verhoging AOW-leeftijd treft vooral lagere inkomens, fiscalisering juist de hogere inkomens
Het verlies van twee jaar AOW heeft relatief de grootste inkomenseffecten voor de laagste inkomens, omdat de AOW voor hen een groter deel van hun totale pensioen uitmaakt. De versobering van de aanvullende pensioenen treft vooral de hogere inkomens, omdat zij relatief meer aanvullend pensioen hebben. De ‘omkeerregel’ zorgt ervoor dat aanvullende pensioenen via de belastingen worden gesubsidieerd, o.a. doordat het belastingtarief waartegen de premie-inleg aftrekbaar is, over het algemeen hoger is dan het belastingtarief dat wordt geheven over de uitbetaalde pensioenen. Met de verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar kan ook voor 2 jaar minder aanvullend pensioen worden opgebouwd met deze gunstige fiscale behandeling.
De verkorting van de tweede schijf van de inkomstenbelasting waartoe het kabinet eerder heeft besloten, leidt ertoe dat 65-plussers relatief meer gaan bijdragen aan de financiering van de AOW (‘fiscalisering van de AOW’). Ook deze maatregel treft vooral de hogere inkomens.
CPB_notitie
Door ingang in 2020 is verankering beperkt
Het voorstel kan via drie wegen gunstig uitwerken voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, het leidt tot:
1) een besparing op de AOW-lasten;
2) lagere fiscale subsidiëring via de omkeerregel van aanvullende pensioenen en
3) verhoging van de arbeidsparticipatie van ouderen.
Omdat de maatregel echter pas ingaat vanaf 2020 wordt deze in de CPB-methodiek in principe niet gehonoreerd met een ‘houdbaarheidswinst’. Bij de beoordeling van de effecten van maatregelen op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën wordt namelijk als regel gehanteerd dat uiterlijk in de komende kabinetsperiode, ofwel uiterlijk in 2015, een betekenisvolle eerste stap moet zijn gezet. Als dat niet gebeurt dan is de maatregel beperkt verankerd en kan deze gemakkelijk ongedaan worden gemaakt door latere kabinetten.
Verhoging AOW-leeftijd levert 0,7% bbp op
Wanneer we over de beperkte verankering heenstappen en de maatregel toch doorrekenen, dan vinden we een houdbaarheidswinst van 0,7% van het bruto binnenlands product (bbp), dat komt neer op ongeveer 4 miljard euro per jaar in huidige termen. Hierbij is alleen gekeken naar de verhoging van de AOW-leeftijd en de versobering van de aanvullende pensioenen, zoals opgenomen in de tekst van het wetsvoorstel zelf.
Geen kwantitatief oordeel flankerend beleid
Bij de berekening is geen rekening gehouden met aanvullende maatregelen die wél in de Memorie van Toelichting worden genoemd, maar niet in de wettekst zijn opgenomen (zoals onder andere flexibilisering van de AOW-leeftijd). Deze aanvullende maatregelen zijn vooralsnog onvoldoende uitgewerkt om mee te kunnen nemen in de berekening. Het is echter waarschijnlijk dat deze maatregelen de genoemde houdbaarheidswinst zullen beïnvloeden . Waarschijnlijk heeft bijvoorbeeld flexibilisering van de AOW-leeftijd een negatief effect op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Mogelijk geldt dat ook voor de ‘zwareberoepenfaciliteit’. Op dit moment is het (door het ontbreken van informatie) echter niet mogelijk om hier een goede inschatting van te maken. Het is ook onduidelijk of deze flankerende maatregelen veel toevoegen aan de al beschikbare arrangementen voor vervroegde uittreding.
Verhoging AOW-leeftijd treft vooral lagere inkomens, fiscalisering juist de hogere inkomens
Het verlies van twee jaar AOW heeft relatief de grootste inkomenseffecten voor de laagste inkomens, omdat de AOW voor hen een groter deel van hun totale pensioen uitmaakt. De versobering van de aanvullende pensioenen treft vooral de hogere inkomens, omdat zij relatief meer aanvullend pensioen hebben. De ‘omkeerregel’ zorgt ervoor dat aanvullende pensioenen via de belastingen worden gesubsidieerd, o.a. doordat het belastingtarief waartegen de premie-inleg aftrekbaar is, over het algemeen hoger is dan het belastingtarief dat wordt geheven over de uitbetaalde pensioenen. Met de verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar kan ook voor 2 jaar minder aanvullend pensioen worden opgebouwd met deze gunstige fiscale behandeling.
De verkorting van de tweede schijf van de inkomstenbelasting waartoe het kabinet eerder heeft besloten, leidt ertoe dat 65-plussers relatief meer gaan bijdragen aan de financiering van de AOW (‘fiscalisering van de AOW’). Ook deze maatregel treft vooral de hogere inkomens.
CPB_notitie
maandag 22 juni 2009
Houdbaarheidseffect verhoging AOW-leeftijd
Verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar verbetert de lange-termijnhoudbaarheid van de overheidsfinanciën met 0,7% van het BBP. In deze notitie wordt ingegaan op de achtergronden van dit cijfer.
Download PDF-file
Download PDF-file
woensdag 25 maart 2009
Pension Plans and the Retirement Replacement Rates in the Netherlands
Dit paper onderzoekt voor verscheidene cohorten van Nederlandse werknemers de verhouding tussen het laatst verdiende loon en het pensioen. De auteurs berekenen die verhouding op basis van pensioengegevens die de individuele werknemers zelf hebben verstrekt. Gebruik makend van verschillende indexeringsvoeten voor de lonen blijkt deze verwachte verhouding van respondenten hoger uit te komen dan uit de berekeningen blijkt. De verschillen zijn groter bij jongere werknemers. Dit verschil heeft voornamelijk te maken met de geringe kennis over pensioenregels bij respondenten. Dit paper toont ook aan hoe gevoelig deze resultaten zijn voor onze aannames over indexatie en loonprofielen.
Download het complete document als PDF-bestand
Download het complete document als PDF-bestand
dinsdag 23 september 2008
Vergrijzing en demografische onzekerheid: welke impact op de economie?
Lees het volledige artikel hier.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :