Posts tonen met het label kanaalz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kanaalz. Alle posts tonen

donderdag 24 mei 2012

Projectobligaties bieden perspectief

Waar de 27 Europese leiders het alvast over eens zijn is om de Europese Investeringsbank een extra injectie te geven van 10 miljard. Zo kan die nog meer gaan investeren in ondermeer KMO's en innovatie. Ook over de project bonds, projectobligaties, is eensgezindheid. En da's iets nieuws.

Vervolg

Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension

zondag 14 maart 2010

Frank Vandenbroucke en Bea Cantillon over onze pensioenen

Mogen we in de toekomst nog een fatsoenlijk pensioen verwachten? Welke hervormingen dringen zich op in ons pensioenstelsel? Hoe zullen de pensioenen gefinancierd moeten worden? Vlaams parlementslid Frank Vandenbroucke (sp.a) en Bea Cantillon, directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid voeren het debat.

Herbekijk de uitzending van 10 maart 2010

donderdag 21 januari 2010

Prof. Danny Pieters over een ingrijpende hervorming van de Sociale Zekerheid

Prof. Danny Pieters over een ingrijpende hervorming van de Sociale Zekerheid

In tijden waarin onze Sociale Zekerheid niet meer tot de zekerheden van de toekomst behoort, stelt professor Sociale Zekerheidsrecht aan de KU Leuven Danny Pieters een radicaal plan voor. Pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, gezondheidszorg, gezinsbijslag, financiering, alles brengt hij in kaart. Opmerkelijk is dat hij de eerste is die een boek schrijft over de problematiek. Alsof niemand het aandurft om daarover stelling in te nemen. Het debat kan beginnen in België.

Bekijk hier de reportage

dinsdag 18 november 2008

Generatiepact doet mensen nog niet werken tot 65ste

Drie jaar na de invoering van het Generatiepact blijven er nog te weinig mensen werken tot hun 65ste. En werken nà de pensioenleeftijd ziet al bijna niemand zitten. Dat stelt Plus Magazine vast uit zijn eindeloopbaan-enquête. De resultaten daarvan zijn voorgesteld bij de opening van de Zenith-beurs op de Heizel.

Klik HIER

donderdag 3 juli 2008

Vergrijzing kost almaar meer


De vergrijzing (en de ontgroening) van de bevolking die ons land treft van 2010 tot 2050, blijkt wéér meer te kosten dan vorig jaar gedacht.

Het nieuwste jaarlijks rapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing, bevat dezelfde conclusie als dat van vorig jaar: de vergrijzing zal ons iets meer kosten dan vorig jaar gedacht en berekend. Dat is elk jaar zo. Die kosten lopen bij elke berekening verder op.

Dat 'iets meer' ligt elk jaar wel een beetje anders. Dit jaar ligt de stijging meer op de korte termijn: de periode van nu tot 2013. Dat bleek uit de verklaringen en de berekeningen van de commissie die geleid wordt door Guy Quaden, de gouverneur van de Nationale Bank.

Tussen nu en 2013 zouden de sociale uitgaven daardoor met 0,7 procent van het bbp stijgen. En dat is niet weinig. Later vlakt die stijging dan weer wat af.

Die stijging op korte termijn is vooral een gevolg van de lagere economische groei en de hogere inflatie.

Op lagere termijn zijn er in de berekeningen weinig grote veranderingen te noteren in vergelijking met het verslag van vorig jaar (zie tabel).

In 2030 zullen de totale sociale uitgaven, door de vergrijzing en de ontgroening van de bevolking, al 26,9 van de welvaart opslokken en in 2050 al 28,9 procent. Dat is 4,3 respectievelijk 6,3 procent meer dan nu.

De stijging zit vooral in de pensioenuitgaven die stijgen van 8,8 procent van het bbp nu tot 12,3 procent in 2030 en 13,3 procent in 2050. In dat jaar zijn ze de helft hoger dan nu.

De gezondheidsuitgaven stijgen ongeveer even sterk: van 7,0 procent van het bbp nu, tot 10,4 procent in 2050 en dat is ook bijna de helft meer.

Andere uitgaven blijven eerder stabiel of dalen. Vooral de werkloosheidsuitgaven zouden flink moeten dalen.

Recente evoluties zoals de lichte toename van de geboorten in Vlaanderen, en de hogere immigratie, zijn nog te vers om al gevolgen te hebben op lange termijn. Ook de effecten van het generatiepact zijn nog niet echt merkbaar.

Verslag Kanaal Z

donderdag 3 april 2008

"Aanvullend pensioen wint aan belang"

De tweede pensioenpijler - dat is het aanvullend pensioen dat via de werkgever wordt opgebouwd - wint aan belang in België, ook bij jongeren. Dat zegt verzekeraar Swiss Life Belgium op basis van zijn PensioenPeiling. Twee derde van de zowat 8.600 geënquêteerden vindt dat het systeem verplicht moet worden.

Uit de enquête blijkt dat 54 procent van de actieve bevolking een aanvullend pensioen opbouwt via zijn werkgever. Daarbij zijn meer Vlamingen (57 procent) dan Franstaligen (49 procent). Van de mensen die nu gepensioneerd zijn, bouwde maar 42 procent een tweede pijler op. Steeds vaker betaalt de werkgever als enige voor de tweede pijler (41 procent), al blijft de combinatie werkgever/werknemer de meest gebruikte (bijna 50 procent).

Koopkracht
Dat de Belg het belang van de extra pensioenopbouw onderkent, blijkt uit het feit dat 55 procent van de respondenten een verhoging van de werkgeversbijdrage aan het aanvullend pensioen verkiest boven een maandelijkse brutoloonsverhoging voor hetzelfde bedrag. "En dat zelfs in deze tijden van grote aandacht voor de koopkracht", zegt Tanguy Polet, chief market officer van Swiss Life Belgium.

Ook jongeren worden zich steeds meer bewust van het belang van een aanvullend pensioen. De helft (51 procent) zegt dat de keuze voor een nieuwe werkgever beïnvloed zou kunnen worden door de aan- of afwezigheid van een aanvullend pensioen. Bij de actieve bevolking is dat 34 procent. "Dat kan erop wijzen dat jongeren veel meer aandacht beginnen schenken aan pensioenopbouw", zegt Polet.

Pensioensparen
Die aandacht blijkt ook nodig, want met enkel het wettelijke pensioen valt het inkomen vaak fors terug na pensionering. Bijna 30 procent van de gepensioneerden is van mening dat mét een tweede pijler voldaan kan worden aan de pensioenbehoeften. Ruim 60 procent zegt echter van niet, of enkel als die wordt aangevuld met de derde pijler (bijvoorbeeld individueel pensioensparen).

Zeventig procent van de gepensioneerden vindt trouwens dat de tweede pijler verplicht moet worden. "Waarschijnlijk ervaren zij nu dat ze te weinig hebben en dat het beter was geweest als ze tijdens hun actieve loopbaan een tweede pijler hadden gehad", stelt Polet. Bij de actieve bevolking is 54 procent gewonnen voor een verplicht aanvullend pensioen via de werkgever.

Kapitaal
Bijna 90 procent van de huidige gepensioneerden kreeg de uitkering van zijn tweede pijler in de vorm van een kapitaal en niet via een maandelijkse rente. Dat geld werd voornamelijk opnieuw belegd, geïnvesteerd in vastgoed of gebruikt voor schenkingen.

Bij de actieve bevolking zou 18 procent kiezen voor een maandelijkse rente bovenop het wettelijke pensioen en 64 procent voor een kapitaaluitkering. De grote groep twijfelaars (18 procent) wijt Swiss Life aan "het meer negatieve fiscale kader voor rente-uitkeringen". De verzekeraar pleit voor minstens een gelijkschakeling van de beide uitkeringswijzen, "aangezien de tweede pijler vooral bedoeld is als aanvullend pensioen bovenop het maandelijkse bedrag van het wettelijke pensioen".

De merknaam Swiss Life verdwijnt in de loop van het jaar van de Belgische markt. Swiss Life Belgium gaat immers over in de handen van het verzekeringsconcern Delta Lloyd.

Website

Reportage Kanaalz.

dinsdag 13 november 2007

Aon Consulting analyseert 365 aanvullende pensioenplannen bij 200 Belgische ondernemingen

Aon Consulting Belgium stelt vandaag, in aanwezigheid van Pieter Timmermans, directeur-generaal van het VBO, voor de zesde keer haar tweejaarlijkse vergelijkende studie over de pensioenplannen binnen Belgische ondernemingen voor. Daaruit blijkt dat dankzij de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) uit 2004 de democratisering van de tweede pensioenpijler ingezet is. Toch ligt het spaarritme voor de aanvullende pensioenen te laag en dat komt mede door de steeds complexer wordende wetgeving rond extralegale pensioenvoordelen.

Sinds 1 januari 2004 dienen alle Belgische ondernemingen de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) toe te passen op hun pensioenplannen. Uit de studie blijkt dat ondernemingen hun lopende pensioenplannen daadwerkelijk hebben aangepast aan de nieuwe wettelijke eisen.

Reserves en bijdragen stagneren, meer arbeiders krijgen aanvullend pensioen

De WAP had onder meer als doelstelling om de pensioenen van de tweede pijler te democratiseren, zodat op termijn alle werknemers naast het wettelijk pensioen ook een aanvullend ondernemingspensioen zouden opbouwen. Aon Consulting stelt echter vast dat de totaal opgebouwde reserves in de tweede pensioenpijler de afgelopen jaren slechts matig gestegen zijn. Volgens de consultant is het ook verontrustend dat de bijdragen die werkgevers en werknemers de voorbije jaren betaalden aan de pensioenplannen stagneren en zelfs licht dalen. Bovendien worden steeds meer plannen volledig gefinancierd door de werkgever. Positief is dan weer dat een toename wordt vastgesteld op het vlak van het aantal aangesloten werknemers.Dit is vooral te danken aan het toenemende aantal arbeiders dat toetreedt tot aanvullende pensioenplannen.
In vergelijking met de editie 2004 stelt de studie een daling vast van de geboden voordelen op pensioenleeftijd.Dit wordt verklaard door het omzetten van oude regelingen naar nieuwe, goedkopere spaarregelingen en de vrij lage reële rendementen die de meeste verzekeraars bieden op spaarplannen.

Wetgeving en beheer pensioenplannen worden complexer

De Belgische wetgeving rond aanvullende pensioenvoordelen is de laatste jaren veel complexer geworden. De nieuwe wetten maken het de werkgevers niet eenvoudig, aldus Aon Consulting. Werkgevers krijgen te kampen met toegenomen administratieve verplichtingen, rendementsgaranties, meer werknemersinspraak en onduidelijke antidiscriminatiewetten.

Steeds meer vaste bijdragenplannen

Van de bestudeerde aanvullende pensioenplannen is 65 procent van het type “vaste bijdragen”. Bij dit type plan bepaalt de werkgever een vaste bijdrage die hij periodiek stort aan het pensioenorganisme. Het uiteindelijke pensioenvoordeel bij de beëindiging van de loopbaan is dan voor de werknemer onbekend. Dat voordeel hangt af van de hoogte van de bijdragen en de toekomstige rendementen.

Vroeger waren beduidend meer pensioenplannen van het type “te bereiken doel”. Daarbij belooft de werkgever een bepaald niveau van pensioen te bereiken, bijvoorbeeld uitgedrukt als een percentage van het laatste loon. De te bereiken doel plannen zijn nu nog maar goed voor 33 procent van het totaal aantal aanvullende pensioenplannen. In de editie van 1996 vertegenwoordigden deze plannen nog 70 procent.

Vervroegde pensionering blijft aangemoedigd

Via gunstige vervroegingsclausules en uitstapregelingen in een beperkt aantal pensioenplannen worden werknemers aangemoedigd om hun loopbaan vroegtijdig te beëindigen. Deze clausules komen voor in ongeveer 20% van de plannen van het type “te bereiken doel”. Voor Aon Consulting gaan deze clausules in tegen de filosofie van het Generatiepact, met name het aanzetten van werknemers tot langer werken.

Drie lessen die het VBO hieruit trekt

Het VBO is en blijft voorstander van de verdere uitbouw van aanvullende pensioenen voor werknemers. Steeds meer arbeiders genieten van een pensioenplan van hun werkgever, maar het totaalbedrag dat naar deze tweede pensioenpijler gaat stagneert en ons land blijft achter op het Europees gemiddelde. “Ik trek hieruit drie lessen. De eerste les is dat de overheid dringend de wetgeving op de aanvullende pensioenen moet verduidelijken en vereenvoudigen. Duidelijkheid en rechtszekerheid zijn immers de beste voedingsbodem voor langetermijnverbintenissen zoals pensioenplannen. De tweede les richt zich tot de werknemers en hun vertegenwoordigers: kies tussen onmiddellijke loonopslag en extra pensioen later; de twee tegelijk gaat niet. Ten derde: werkgevers doen reeds een aardige duit in de pensioenzak van de werknemer en ze kunnen nog meer als de eerste twee lessen gehoor vinden. Bovendien moet de overheid het individueel pensioensparen nog verder aanmoedigen", aldus Pieter Timmermans, directeur-generaal van het VBO.

Niet langer laatste in de Europese rangschikking

Vandaag onthult Aon Consulting ook de resultaten van zijn jaarlijkse Europese pensioenbarometer. Met deze barometer evalueert Aon Consulting de impact van de pensioensystemen op de economie, de werkgevers en de burgers van de Europese lidstaten.

Nadat België de laatste twee jaar de Europese rangschikking afsloot, stijgt ons land nu twee plaatsen op de Europese pensioenbarometer en bevindt het zich op de 23ste plaats. Enerzijds omdat ons land het tamelijk goed doet op het vlak van aanvullende pensioenen. Anderzijds omdat er een lichte stijging is van 2 procent in het aantal 55- tot 64-jarigen die nog actief zijn op de arbeidsmarkt.

Toch blijft ons land achterop hinken in Europa. Het wordt voor de staat steeds kostelijker om het wettelijk pensioen te betalen. Tegen 2050 is de uitbetaling van het wettelijk pensioen goed voor 15,5 procent van het BBP, terwijl het Europees gemiddelde dan op 13,3 procent zou liggen.Grootste boosdoener is nog steeds de erg lage participatiegraad op onze arbeidsmarkt van mensen tussen 55 en 64 jaar; slechts 32 procent van de 55- tot 64-jarigen werkt nog in ons land. Enkel Malta en Portugal doen het op dit vlak slechter. Een tweede verklaring is de ontoereikendheid van het wettelijk pensioen. Het pensioen, dat door de staat geboden wordt, stelt de gepensioneerde niet in staat om dezelfde levensstandaard te behouden.

Reportage KanaalZ.

Reportage CanalZ.

woensdag 7 november 2007

Moneytalk : Berekening pensioenbedrag

In deze aflevering van Moneytalk gaat men na hoe je pensioen berekend wordt. Professor Arbeids- en sociale zekerheidsrecht van de KU Leuven Yves Stevens legt uit met welk loon er rekening gehouden wordt om je pensioen te berekenen en waarom niet je hele loon in rekening wordt gebracht. Hij vertelt ons ook hoeveel geld we opzij moeten zetten als we bovenop ons wettelijk pensioen nog een extraatje willen voor onze oude dag.

Reportage.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :