Sinds 1 januari 2004 dienen alle Belgische ondernemingen de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) toe te passen op hun pensioenplannen. Uit de studie blijkt dat ondernemingen hun lopende pensioenplannen daadwerkelijk hebben aangepast aan de nieuwe wettelijke eisen.
Reserves en bijdragen stagneren, meer arbeiders krijgen aanvullend pensioen
De WAP had onder meer als doelstelling om de pensioenen van de tweede pijler te democratiseren, zodat op termijn alle werknemers naast het wettelijk pensioen ook een aanvullend ondernemingspensioen zouden opbouwen. Aon Consulting stelt echter vast dat de totaal opgebouwde reserves in de tweede pensioenpijler de afgelopen jaren slechts matig gestegen zijn. Volgens de consultant is het ook verontrustend dat de bijdragen die werkgevers en werknemers de voorbije jaren betaalden aan de pensioenplannen stagneren en zelfs licht dalen. Bovendien worden steeds meer plannen volledig gefinancierd door de werkgever. Positief is dan weer dat een toename wordt vastgesteld op het vlak van het aantal aangesloten werknemers.Dit is vooral te danken aan het toenemende aantal arbeiders dat toetreedt tot aanvullende pensioenplannen.
In vergelijking met de editie 2004 stelt de studie een daling vast van de geboden voordelen op pensioenleeftijd.Dit wordt verklaard door het omzetten van oude regelingen naar nieuwe, goedkopere spaarregelingen en de vrij lage reële rendementen die de meeste verzekeraars bieden op spaarplannen.
Wetgeving en beheer pensioenplannen worden complexer
De Belgische wetgeving rond aanvullende pensioenvoordelen is de laatste jaren veel complexer geworden. De nieuwe wetten maken het de werkgevers niet eenvoudig, aldus Aon Consulting. Werkgevers krijgen te kampen met toegenomen administratieve verplichtingen, rendementsgaranties, meer werknemersinspraak en onduidelijke antidiscriminatiewetten.
Steeds meer vaste bijdragenplannen
Van de bestudeerde aanvullende pensioenplannen is 65 procent van het type “vaste bijdragen”. Bij dit type plan bepaalt de werkgever een vaste bijdrage die hij periodiek stort aan het pensioenorganisme. Het uiteindelijke pensioenvoordeel bij de beëindiging van de loopbaan is dan voor de werknemer onbekend. Dat voordeel hangt af van de hoogte van de bijdragen en de toekomstige rendementen.
Vroeger waren beduidend meer pensioenplannen van het type “te bereiken doel”. Daarbij belooft de werkgever een bepaald niveau van pensioen te bereiken, bijvoorbeeld uitgedrukt als een percentage van het laatste loon. De te bereiken doel plannen zijn nu nog maar goed voor 33 procent van het totaal aantal aanvullende pensioenplannen. In de editie van 1996 vertegenwoordigden deze plannen nog 70 procent.
Vervroegde pensionering blijft aangemoedigd
Via gunstige vervroegingsclausules en uitstapregelingen in een beperkt aantal pensioenplannen worden werknemers aangemoedigd om hun loopbaan vroegtijdig te beëindigen. Deze clausules komen voor in ongeveer 20% van de plannen van het type “te bereiken doel”. Voor Aon Consulting gaan deze clausules in tegen de filosofie van het Generatiepact, met name het aanzetten van werknemers tot langer werken.
Het VBO is en blijft voorstander van de verdere uitbouw van aanvullende pensioenen voor werknemers. Steeds meer arbeiders genieten van een pensioenplan van hun werkgever, maar het totaalbedrag dat naar deze tweede pensioenpijler gaat stagneert en ons land blijft achter op het Europees gemiddelde. “Ik trek hieruit drie lessen. De eerste les is dat de overheid dringend de wetgeving op de aanvullende pensioenen moet verduidelijken en vereenvoudigen. Duidelijkheid en rechtszekerheid zijn immers de beste voedingsbodem voor langetermijnverbintenissen zoals pensioenplannen. De tweede les richt zich tot de werknemers en hun vertegenwoordigers: kies tussen onmiddellijke loonopslag en extra pensioen later; de twee tegelijk gaat niet. Ten derde: werkgevers doen reeds een aardige duit in de pensioenzak van de werknemer en ze kunnen nog meer als de eerste twee lessen gehoor vinden. Bovendien moet de overheid het individueel pensioensparen nog verder aanmoedigen", aldus Pieter Timmermans, directeur-generaal van het VBO.
Niet langer laatste in de Europese rangschikking
Vandaag onthult Aon Consulting ook de resultaten van zijn jaarlijkse Europese pensioenbarometer. Met deze barometer evalueert Aon Consulting de impact van de pensioensystemen op de economie, de werkgevers en de burgers van de Europese lidstaten.
Nadat België de laatste twee jaar de Europese rangschikking afsloot, stijgt ons land nu twee plaatsen op de Europese pensioenbarometer en bevindt het zich op de 23ste plaats. Enerzijds omdat ons land het tamelijk goed doet op het vlak van aanvullende pensioenen. Anderzijds omdat er een lichte stijging is van 2 procent in het aantal 55- tot 64-jarigen die nog actief zijn op de arbeidsmarkt.
Toch blijft ons land achterop hinken in Europa. Het wordt voor de staat steeds kostelijker om het wettelijk pensioen te betalen. Tegen 2050 is de uitbetaling van het wettelijk pensioen goed voor 15,5 procent van het BBP, terwijl het Europees gemiddelde dan op 13,3 procent zou liggen.Grootste boosdoener is nog steeds de erg lage participatiegraad op onze arbeidsmarkt van mensen tussen 55 en 64 jaar; slechts 32 procent van de 55- tot 64-jarigen werkt nog in ons land. Enkel Malta en Portugal doen het op dit vlak slechter. Een tweede verklaring is de ontoereikendheid van het wettelijk pensioen. Het pensioen, dat door de staat geboden wordt, stelt de gepensioneerde niet in staat om dezelfde levensstandaard te behouden.
Reportage KanaalZ.
Reportage CanalZ.