zaterdag 10 november 2007

Het geld dat niemand opvraagt : slapende levensverzekeringen en fondsen

Misschien bent u zonder het te weten de begunstigde van een levensverzekering. Of de kans bestaat dat u die verzekering bent vergeten. Kapitalen die niet worden opgevraagd, blijven zachtjes slapen op de rekeningen van de maatschappijen. Over die slapende levensverzekeringen heerst bij de Commissie voor Verzekeringen onenigheid tussen verzekeraars en consumenten.

Het is een lastig probleem. Dat geeft een verzekeraar schoorvoetend en officieus toe en verder wil hij er niet op ingaan. Zodra men het probleem van de 'slapende fondsen in de levensverzekeringen' wil aanpakken, verkrampt de verzekeringswereld. In levensverzekeringen is een slapende rekening een contract waarvan de begunstigde de uitkering in kapitaal of in rente op eindvervaldag niet heeft opgeëist. Het gaat dus niet om een contract bij afwezigheid van erfgenamen. Het geld blijft ondertussen bij de maatschappij.

Is het een echt probleem of een vals debat? De maatschappijen beschouwen het als een marginaal probleem dat opgeklopt werd door de media. Voor de consumentenorganisaties is het een kwestie van rechtvaardigheid: het geld moet gestort worden aan de rechthebbenden. Door een gebrek aan officiële cijfers is het moeilijk om de omvang van het fenomeen juist in te schatten. In Frankrijk, waar de Assemblée nationale zopas een wet aanpaste die een eind moet maken aan een gelijkaardige situatie, schat men het aantal slapende levensverzekeringscontracten op 140.000 tot 170.000. Meer dan 1 miljard euro zou op die manier niet aan de wettige begunstigden worden uitgekeerd. Hoewel we die resultaten niet proportioneel mogen toepassen op België, moeten we toch toegeven dat er ook bij ons een probleem bestaat.


Vergetelheid of onwetendheid

Waarom verandert een levensverzekering in een slapende rekening? Daar zijn verschillende verklaringen voor.

1/ Bij het overlijden van de onderschrijver eist de begunstigde het kapitaal waarop hij recht heeft niet op... omdat hij niet weet dat er een contract in zijn voordeel werd afgesloten. Het gebeurt dat de onderschrijver niet wil dat de persoon die hij bij zijn overlijden wil bevoordelen, ervan op de hoogte is.

2/ De verzekeringsnemer of de verzekerde, begunstigde bij leven, is het vergeten dat hij destijds een contract heeft afgesloten dat intussen 'gereduceerd' werd (dat het contract bewaard bleef terwijl er al lange tijd geen premies meer op betaald werden). Dat komt vaak voor bij groepsverzekeringen die bij een vorige werkgever werden afgesloten.

3/ De begunstigde kan van adres veranderd zijn en daardoor onvindbaar geworden zijn.

4/ Ten slotte is het soms onmogelijk de begunstigde te identificeren omdat de begunstigingsclausule van het contract te algemeen werd opgesteld (bijvoorbeeld met de vage formule 'de kinderen, al dan niet reeds geboren').


Opsporen niet verplicht

Bij levensverzekeringen zijn de maatschappijen niet verplicht de begunstigden van slapende kapitalen op te sporen. Dat is de kern van het probleem. Vanuit juridisch standpunt is een verzekering immers een prestatie die het voorwerp uitmaakt van een vorderingsrecht vanwege de begunstigde. Gezien de 'haalbaarheid' van de schuld moeten de rechthebbenden aantonen dat 'het risico zich heeft voorgedaan' (het overlijden van de onderschrijver, de pensionering) en dat de prestaties (uitkering van kapitaal of rente) opeisbaar geworden zijn.

Zal de situatie van de slapende levensverzekeringen, in een niet al te verre toekomst, geregeld worden door een nieuwe wetgeving? De Commissie voor Verzekeringen, die verzekeraars en consumenten verenigt, zet alles in het werk om een ontwerpadvies aan de nieuwe regering te kunnen voorleggen. Hoewel de besprekingen al ver gevorderd zijn, zijn er nog verschillende struikelblokken. Het ontwerpadvies, waarvan gedacht werd dat het bijna rond was, wordt op 20 november opnieuw bestudeerd.


De verzekeraars

Assuralia, de beroepsvereniging van de Belgische verzekeringssector, stelde een memorandum op dat tot discussies leidt. Haar voorstel bestaat uit 3 delen.


1/ Begunstigde. Als een levensverzekeraar ervan ingelicht wordt (of redelijkerwijze ervan kan uitgaan) dat de prestaties opeisbaar zijn, moet hij trachten de begunstigde in te lichten. Eerst zal de verzekeraar de identiteit en de adresgegevens van de begunstigde opzoeken. Vervolgens zal hij 2 pogingen ondernemen om de begunstigde te contacteren, telkens door een brief te versturen naar het (vermoedelijke) adres van de (vermoedelijke) begunstigde. Als dat geen resultaat oplevert, zal de verzekeraar zijn opsporingen staken.


2. Niet-opgeëiste tegoeden. Als de levensverzekeraar 5 jaar na de kennisname van de opeisbaarheid van de prestaties de tegoeden nog niet heeft kunnen uitbetalen, moet hij ze overdragen aan de Deposito- en Consignatiekas. Die overdracht maakt dan een einde aan alle contractuele verplichtingen ten laste van de maatschappij. De eventuele opsporingskosten kunnen dan worden afgetrokken van de overgedragen kapitalen. Zodra de prestaties opeisbaar worden, is de verzekeraar geen enkele intrest verschuldigd voor de periode waarin hij over de kapitalen beschikte.


3. Contactpunt. Assuralia kan een contactpunt oprichten waarbij iedereen kan navragen of hij de begunstigde is van een levensverzekeringscontract afgesloten door een persoon wiens overlijden hij kan aantonen. Het contactpunt kan dan dienst doen als 'postbus' en speelt de vraag door naar de levensverzekeraars en de Deposito- en Consignatiekas.


De consumenten

Enkele voorstellen werden al goedgekeurd. Het oprichten van een contactpunt, het opsporen van de begunstigde en het na een bepaalde termijn overdragen van de niet-opgeëiste tegoeden aan een openbare instelling kennen veel bijval. De consumentenorganisatie Test-Aankoop betwist echter 3 punten.


1. De tweede pensioenpijler (groepsverzekeringen die op ondernemingsvlak worden gefinancierd) wordt volgens Test-Aankoop uitgesloten van het systeem van verplichte opsporing van de begunstigden. De maatschappijen zijn van mening dat hun jaarlijkse informatieverplichting aan de verzekerde (die een rekeningafschrift ontvangt) het risico op slapende rekeningen verkleint. Onaanvaardbaar, volgens Test-Aankoop, temeer omdat die pijler een aanzienlijk aantal slapende dossiers telt.

2. Het belonen van de rekeningen. De consumentenverenigingen vinden het logisch dat, wanneer een rechthebbende geïdentificeerd werd, het bedrag dat hem wordt uitbetaald met intrest wordt verhoogd. Het geld heeft immers rente opgebracht in de jaren dat het op de rekening van de maatschappij geblokkeerd stond.


3. De opsporingskosten. De maatschappijen vinden dat de financiering van het contactpunt en van de opsporingskosten moet worden doorgerekend aan de begunstigden. De consumenten zijn het daar niet mee eens, aangezien het slapende geld de maatschappij al intrest heeft opgeleverd. De makelaars stellen voor om het nationaal register toegankelijk te maken voor de maatschappijen om hen het opsporen te vergemakkelijken. Maar de maatschappijen weigeren dat…


De makelaars

Volgens Feprabel, de Franstalige vereniging van verzekeringsmakelaars, kunnen er eenvoudige en pragmatische oplossingen worden uitgewerkt die noch voor de sector noch voor de verzekerden bijkomende kosten met zich meebrengen.


1. De identificatie van een begunstigde na overlijden. De notarissen moeten ermee akkoord gaan dat men bij elke successie het door Assuralia uitgewerkte bestand mag consulteren. Dat zou een oplossing zijn voor alle begunstigden die niet weten dat ze begunstigde zijn alsook voor alle personen die overlijden zonder het voordeel van een 'gereduceerd' contract te hebben verworven.


2. De 'geografische' opvolging van de verzekerde bij zijn verhuis. De enige efficiënte oplossing is het systematisch consulteren van het nationaal register. Mits de naleving van bepaalde vertrouwelijkheidsregels, kunnen alle verzekeraars verplicht worden het adres van verzekeringsnemers en bekende begunstigden te controleren. Aangezien de verzekeraar elk jaar bepaalde elementen van het contract moet meedelen, zal hij de verzekeringsnemer kunnen volgen, zelfs wanneer zijn contract 'gereduceerd' is. Patrick Cauwert, secretaris-generaal van Feprabel: "Het zou een paradox zijn als de wet op de privacy verhindert dat verschuldigde sommen worden uitgekeerd." Alle levensverzekeringen en pensioenfondsen moeten uiteraard aan dezelfde regels onderworpen worden. Men zou zelfs kunnen eisen die procedures als normen van algemeen belang te erkennen en ze op te leggen aan alle organisaties die werkzaam zijn in België."


3. In bewaring en met intrest. Wat de effectief slapende fondsen betreft, is Feprabel van mening dat de verzekeraar die moet bewaren. De procedure bij de Deposito- en Consignatiekas wordt immers te complex op het moment dat een begunstigde opduikt.

Die sommen zouden bovendien tijdens hun slaap een minimale intrest moeten opleveren. Dat is een principekwestie: de kapitalen zijn in het bezit van de verzekeraar die ze gebruikt. De verjaring in die materie bedraagt minimum 30 jaar vanaf het ogenblik dat de begunstigde van de verzekering op de hoogte is.

Door de toepassing van die regels denkt Feprabel dat het overgrote deel van de problemen opgelost zou moeten zijn, althans voor contracten die onderschreven zijn bij Belgische verzekeraars. Misschien zal een Europese richtlijn zich ooit wel eens buigen over de internationale dimensie.

Nog belangrijk: telkens als een verzekerde of een begunstigde opduikt, komen de maatschappijen wel degelijk onmiddellijk hun verplichtingen na. II



In de praktijk

Fortis en Axa nemen als levensverzekeraars in ons land de eerste en de derde plaats in. Zij stemden erin toe een tipje van de sluier op te lichten over hun politiek in slapende rekeningen. We benadrukken hierbij dat ze allebei het memorandum van Assuralia aanvaarden.


Bij Fortis neemt de beheerder van het dossier bij overlijden van de titularis van een levensverzekering contact op met de begunstigde(n) waarvan het adres in het contract vermeld staat. Als dat niet correct is, doet men navraag bij de makelaar of het bankagentschap of bij de notaris als die vermeld wordt in het successiedossier. Als dat geen resultaat oplevert, neemt men contact op met de vermoedelijke verblijfplaats van de begunstigde, in de hoop dat die op de hoogte is van een eventuele verhuis. Fortis consulteert ook databanken zoals Graydon.

Als de maatschappij dan nog steeds bot vangt, staakt men met de opzoekingen. Het niet-opgeëiste kapitaal wordt dan opgenomen in de 'reserves' van de maatschappij, waar het 15 jaar lang ingeschreven blijft.

Na afloop van die termijn wordt het (om boekhoudkundige redenen) afgesloten. "Maar het blijft wel altijd beschikbaar voor de rechthebbenden", benadrukt Fortis. Als de begunstigde geïdentificeerd wordt, zal hij geen intrest ontvangen voor de periode waarin het kapitaal op de rekening van de maatschappij lag te slapen. Tenzij hij kan aantonen dat Fortis een fout beging, zoals het opsturen naar een verkeerd adres terwijl de bank wel beschikte over het juiste adres. Fortis wenst echter niet verder in te gaan op haar interne procedures omdat die niet volledig geüniformiseerd zijn binnen Fortis Insurance Belgium. Men wil ook geen commentaar kwijt over het aantal betrokken dossiers of over de bedragen.

Bij AXA bestaat er 'een erg strikte en volledige procedure' bij zulke slapende rekeningen. In een eerste fase worden brieven, herinneringsbrieven en aangetekende brieven verstuurd. Als daar geen reactie op komt, consulteert men het algemene repertorium van AXA. Vindt men daar geen nieuw adres in, dan neemt men contact op met de maatschappij Sopress en nadien met het gemeentebestuur van de laatst bekende verblijfplaats. Ook de makelaar wordt ondervraagd. Tot slot kan Axa ook via de deurwaarder inlichtingen opvragen bij het nationaal register. Na 9 maanden van vruchteloze opsporingen worden de reserves van het contract bestempeld als 'reserves voor nog uit te voeren prestaties'. Zij blijven in dat systeem zolang men geen begunstigde vindt.

Bij een inventarisering uitgevoerd in 2005 kwam Axa tot de conclusie dat men voor het merendeel van de verzekeringen de begunstigde vindt in de jaren die volgen op de vervaldag. "Wij tellen zeer weinig oude gevallen", bevestigt woordvoerder Elly Bens. "Slechts voor 3 polissen die al 30 jaar geleden op eindvervaldag kwamen, hebben we nog geen begunstigde gevonden en dat voor een totale som van 2.662,38 euro. Als we 20 jaar teruggaan, moeten we daar nog 4 polissen aan toevoegen voor een totaal bedrag van 2.453,66 euro. Dat vertegenwoordigt 0,00 procent van wat wij elk jaar uitbetalen in het kader van levensverzekeringen!"

uw geld/verzekeringen

uw geld/verzekeringen

Neem uw voorzorgen

In afwachting van een eventuele wetswijziging geeft Patrick Cauwert, secretaris-generaal van Feprabel, de Franstalige vereniging van verzekeringsmakelaars, 2 tips om slapende levensverzekeringen te voorkomen.

1. Bewaar al uw verzekeringscontracten in één kaft en vertrouw vervolgens het dossier (of een kopie ervan) toe aan een vertrouwenspersoon, zoals uw makelaar of uw notaris.

2. Let op de manier waarop de begunstigingsclausule van het contract wordt opgesteld. Wees precies en volledig. Ga na of die na verloop van tijd niet achterhaald is. Als de begunstigden in het buitenland wonen, meld dan hun adressen aan de verzekeraar. Nog steeds zijn er vage formules gangbaar als 'de kinderen, al dan niet reeds geboren' of 'de echtgeno(o)t(e)'. Die kunnen tot nare verrassingen leiden.

Een voorbeeld. Het kapitaal van de levensverzekering van een verzekerde die al 15 jaar gescheiden leefde van zijn ex-vrouw, maar niet uit de echt gescheiden was, werd bij zijn overlijden, zoals vermeld in de polis, uitbetaald aan 'zijn echtgenote', zijn ex-vrouw. De nieuwe partner waarmee de verzekerde al vele jaren samenwoonde, kon op geen enkele euro aanspraak maken…

Vandaar het belang om namen en adressen te noteren. Op die manier voorkomt men misverstanden en vergemakkelijkt het opsporen van (een) eventuele begunstigde(n).

Verzekeraars zijn niet verplicht de begunstigden van slapende levens- verzekeringen op te sporen.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :