Doorgaan naar hoofdcontent

"Aanvullend pensioen wint aan belang"

De tweede pensioenpijler - dat is het aanvullend pensioen dat via de werkgever wordt opgebouwd - wint aan belang in België, ook bij jongeren. Dat zegt verzekeraar Swiss Life Belgium op basis van zijn PensioenPeiling. Twee derde van de zowat 8.600 geënquêteerden vindt dat het systeem verplicht moet worden.

Uit de enquête blijkt dat 54 procent van de actieve bevolking een aanvullend pensioen opbouwt via zijn werkgever. Daarbij zijn meer Vlamingen (57 procent) dan Franstaligen (49 procent). Van de mensen die nu gepensioneerd zijn, bouwde maar 42 procent een tweede pijler op. Steeds vaker betaalt de werkgever als enige voor de tweede pijler (41 procent), al blijft de combinatie werkgever/werknemer de meest gebruikte (bijna 50 procent).

Koopkracht
Dat de Belg het belang van de extra pensioenopbouw onderkent, blijkt uit het feit dat 55 procent van de respondenten een verhoging van de werkgeversbijdrage aan het aanvullend pensioen verkiest boven een maandelijkse brutoloonsverhoging voor hetzelfde bedrag. "En dat zelfs in deze tijden van grote aandacht voor de koopkracht", zegt Tanguy Polet, chief market officer van Swiss Life Belgium.

Ook jongeren worden zich steeds meer bewust van het belang van een aanvullend pensioen. De helft (51 procent) zegt dat de keuze voor een nieuwe werkgever beïnvloed zou kunnen worden door de aan- of afwezigheid van een aanvullend pensioen. Bij de actieve bevolking is dat 34 procent. "Dat kan erop wijzen dat jongeren veel meer aandacht beginnen schenken aan pensioenopbouw", zegt Polet.

Pensioensparen
Die aandacht blijkt ook nodig, want met enkel het wettelijke pensioen valt het inkomen vaak fors terug na pensionering. Bijna 30 procent van de gepensioneerden is van mening dat mét een tweede pijler voldaan kan worden aan de pensioenbehoeften. Ruim 60 procent zegt echter van niet, of enkel als die wordt aangevuld met de derde pijler (bijvoorbeeld individueel pensioensparen).

Zeventig procent van de gepensioneerden vindt trouwens dat de tweede pijler verplicht moet worden. "Waarschijnlijk ervaren zij nu dat ze te weinig hebben en dat het beter was geweest als ze tijdens hun actieve loopbaan een tweede pijler hadden gehad", stelt Polet. Bij de actieve bevolking is 54 procent gewonnen voor een verplicht aanvullend pensioen via de werkgever.

Kapitaal
Bijna 90 procent van de huidige gepensioneerden kreeg de uitkering van zijn tweede pijler in de vorm van een kapitaal en niet via een maandelijkse rente. Dat geld werd voornamelijk opnieuw belegd, geïnvesteerd in vastgoed of gebruikt voor schenkingen.

Bij de actieve bevolking zou 18 procent kiezen voor een maandelijkse rente bovenop het wettelijke pensioen en 64 procent voor een kapitaaluitkering. De grote groep twijfelaars (18 procent) wijt Swiss Life aan "het meer negatieve fiscale kader voor rente-uitkeringen". De verzekeraar pleit voor minstens een gelijkschakeling van de beide uitkeringswijzen, "aangezien de tweede pijler vooral bedoeld is als aanvullend pensioen bovenop het maandelijkse bedrag van het wettelijke pensioen".

De merknaam Swiss Life verdwijnt in de loop van het jaar van de Belgische markt. Swiss Life Belgium gaat immers over in de handen van het verzekeringsconcern Delta Lloyd.

Website

Reportage Kanaalz.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...