Doorgaan naar hoofdcontent

Pensioenen kunnen hoger

De Belgische pensioenen zijn aan de lage kant in vergelijking met de rest van Europa. Econoom Koen Algoed (Vlekho en KUL) pleit in een studie in het Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid voor een verhoging van de vervangingsratio's.

Dat is de verhouding tussen het pensioen op het moment van pensionering en het vroegere arbeidsinkomen. Netto krijgt een Belgische gepensioneerde 64 % van zijn laatste loon, terwijl het OESO-gemiddelde 72 % bedraagt.

Aangezien de budgettaire druk van de vergrijzing de komende jaren zal toenemen (de meerkosten worden tegen 2050 op 6,1 % van het bbp geraamd) kan een regering een verhoging van de pensioenen niet zomaar uit haar mouw schudden. Daar moet wel een aantal maatregelen tegenover staan. Zo moeten de overheidsmiddelen van de stelsels van vervroegde uittredingen zoals brugpensioenen geïnvesteerd worden in het stelsel van de wettelijke pensioenen. In 2006 bedroegen de uitgaven voor bruggepensioneerden 1,3 miljard euro. "Stelsels van vervroegd pensioen worden betaald door de belastingen op arbeid en verlagen de werkgelegenheidsgraad", zegt Algoed. Die moeten dus verder ontmoedigd worden.

Hij wil ook de fiscale middelen van het individuele pensioensparen investeren in de eerste pijler. Omdat individueel pensioensparen fiscaal aftrekbaar is, is de schatkist in 2004 (aanslagjaar 2005) zo'n 285,53 miljoen euro misgelopen. Volgens de professor economie is "de historische beweegreden van die fiscale facilitering weggevallen nu de hoogste marginale aanslagvoeten in de personenbelasting teruggebracht zijn van 55 % en 52,5 % naar 50 %".

Een ander opvallend voorstel is het pleidooi om de wettelijke pensioenen voor werknemers niet langer in 45sten, maar in 40sten te berekenen en de minimumpensioenleeftijd te verhogen tot 62 of 63 jaar. Op die manier wordt een langere uitkeringsduur ingeruild voor een hogere pensioenuitkering. In de studie wordt ook gepleit voor een duidelijk verband tussen betaalde bijdragen en wettelijke pensioenen. De lonen waarop bijdragen worden betaald, zijn in België niet geplafonneerd. De pensioenuitkeringen zijn dat wel. Daarom wil Algoed de inkomensplafonds optrekken bij de berekening van het wettelijke pensioen. "Zo zal een kleiner deel van de socialezekerheidsbijdragen die op het volledige loon moeten worden betaald, niet langer zuivere belastingen zijn. En dus ook minder worden ontweken."

Ten slotte kunnen ook de aanvullende pensioenen (tweede en derde pijler) en het vastgoed (vierde pijler) gebruikt worden om de pensioenuitkeringen te verhogen. Aanvullende pensioenen kunnen deels in rente worden uitgekeerd. Algoed wil ook de omgekeerde hypotheeklening of 'opeethypotheek' promoten waarbij het huis als inlage wordt gebruikt om een lijfrente te financieren. "Op die manier komt de sociale zekerheid weer tot een van haar kerntaken: de mensen van een degelijk consumptiepatroon voorzien tijdens het pensioen, een pensioen dat meerdere decennia kan duren."

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...