Nederlandse werknemers zijn veel minder dan hun Europese collega’s bereid loon in te leveren in ruil voor een beter pensioen. Terwijl gemiddeld de helft van alle Europeanen salaris wil opofferen voor een hogere pensioenbijdrage van hun werkgever, is dat in Nederland niet meer dan 27%.
Dat blijkt uit onderzoek naar secundaire arbeidsvoorwaarden door Aon Hewitt, risicoadviseur op het gebied van Employee Benefits, onder 7.579 werknemers uit tien Europese landen, waaronder 752 Nederlanders.
Secundaire arbeidsvoorwaarden
Aon Hewitt adviseert werkgevers om hun secundaire arbeidsvoorwaardenpakket te actualiseren met het oog op de naderende strijd om talent. Een hogere pensioenbijdrage is onder Europese werknemers met 49% veruit de populairste secundaire arbeidsvoorwaarde in ruil voor lager loon. Financiële zekerheid bij ziekte of letsel (35%), een spaarplan voor grote uitgaven, zoals een huis, en (gedeeltelijk) onbetaald verlof (beiden 26%) volgen op enige afstand. Een telefoon van de zaak is het minst gewild. Minder dan een op de tien Europese werknemers is bereid hiervoor loon in te leveren.
Pensioenbijdrage werkgever
Als alternatief voor salaris geven Nederlandse werknemers de hoogste waardering aan een pensioenbijdrage van hun werkgever (27%). Op de tweede plaats staat de mogelijkheid om meer langdurig verlof op te nemen (24%). Dit is volgens Aon een bijzondere uitkomst omdat in Nederland langdurig verlof gefinancierd kan worden met een levensloopregeling, maar daar nauwelijks gebruik van wordt gemaakt. Een op de vijf Nederlanders (20%) wil sparen voor specifieke uitgaven zoals een huis, auto of schoolgeld.
Top 10 van secundaire arbeidsvoorwaarden die Europese werknemers zouden willen krijgen door een deel van hun loon in te leveren:
1. Een hogere pensioenbijdrage van de werkgever (49%)
2. Grotere financiële bescherming in het geval van ziekte of letsel (35%)
3. Een spaarplan dat helpt om voor een specifiek doel te sparen, bijvoorbeeld aanbetaling huis, auto, schoolkosten (26%)
4. Mogelijkheid om drie tot zes maanden onbetaald of gedeeltelijk betaald verlof te krijgen (26%)
5. Een opleiding naar keuze (23%)
6. Kinderopvang (18%)
7. Alternatieve gezondheidszorg (15%)
8. Extra vakantiedagen (13%)
9. Een schoonmaak- en strijkdienst thuis (10%)
10. Een mobiele telefoon van de zaak (9%)
meer
Posts tonen met het label hewitt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hewitt. Alle posts tonen
donderdag 25 november 2010
zondag 29 augustus 2010
Hewitt: Overlevingstafels AG vallen nog ongunstiger uit voor Nederlandse pensioenfondsen
De nieuwe overlevingstafels van het Actuarieel Genootschap (AG), die maandag officieel worden gepubliceerd, vallen voor pensioenfondsen nog ongunstiger uit dan in eerste instantie werd aangenomen, meent consultingbureau Hewitt Associates.
“Terwijl het er aanvankelijk op leek dat pensioenfondsen nog eens 2% aan verplichtingen moesten bijtellen bij de door het CBS voorspelde 4,5% is Hewitt uitgekomen op 2,5% extra voor een gemiddeld pensioenfonds,” aldus consulent Arnold Jager.
Voor de veertien pensioenfondsen die van minister Donner vervroegd zouden moeten afstempelen, komt dit volgens Jager neer op kortingspercentages van 3% tot 16%, in plaats van 1% tot 14%, zoals de minister suggereerde.
“Terwijl het er aanvankelijk op leek dat pensioenfondsen nog eens 2% aan verplichtingen moesten bijtellen bij de door het CBS voorspelde 4,5% is Hewitt uitgekomen op 2,5% extra voor een gemiddeld pensioenfonds,” aldus consulent Arnold Jager.
Voor de veertien pensioenfondsen die van minister Donner vervroegd zouden moeten afstempelen, komt dit volgens Jager neer op kortingspercentages van 3% tot 16%, in plaats van 1% tot 14%, zoals de minister suggereerde.
woensdag 3 maart 2010
Dekkingsgraad Nederlandse pensioenfondsen in februari gedaald door langleven impact
De gemiddelde dekkingsgraad van pensioenfondsen bedroeg per eind februari 105%. Dit is na een correctie voor de nieuwe cijfers ten aanzien van de toegenomen langlevensverwachting, zo meldt adviesorganisatie Hewitt Associates. Deze correctie op basis van CBS cijfers verlaagde de dekkingsgraad met 4%.
De dekkingsgraad van het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds stond in de PensioenThermometer (http://www.pensioenthermometer.nl/ ) op 31 januari nog op 109%.
Een lichte stijging van de zakelijke waarden heeft de pensioenfondsen in februari niet mogen baten. Dit doordat er tegelijkertijd een daling van de rente plaatsvond waardoor pensioenverplichtingen stegen. Het gemiddelde pensioenfonds zit per saldo net niet in dekkingstekort. Formeel is een situatie van dekkingstekort pas opgeheven nadat de dekkingsgraad gedurende drie kwartalen boven de 105% is geweest. “Dat is voor dit gemiddelde pensioenfonds nog niet het geval. Wel is het zo dat als de dekkingsgraad de komende maand mocht dalen onder deze grens, de termijn in principe weer opnieuw gaat lopen. In principe hoeft er echter geen nieuw plan te worden opgesteld. De toevoeging voor langleven kan bij veel fondsen dus de doorslag geven tussen wel of niet in dekkingstekort zijn,” aldus Hewitt Associates.
De dekkingsgraad van het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds stond in de PensioenThermometer (http://www.pensioenthermometer.nl/ ) op 31 januari nog op 109%.
Een lichte stijging van de zakelijke waarden heeft de pensioenfondsen in februari niet mogen baten. Dit doordat er tegelijkertijd een daling van de rente plaatsvond waardoor pensioenverplichtingen stegen. Het gemiddelde pensioenfonds zit per saldo net niet in dekkingstekort. Formeel is een situatie van dekkingstekort pas opgeheven nadat de dekkingsgraad gedurende drie kwartalen boven de 105% is geweest. “Dat is voor dit gemiddelde pensioenfonds nog niet het geval. Wel is het zo dat als de dekkingsgraad de komende maand mocht dalen onder deze grens, de termijn in principe weer opnieuw gaat lopen. In principe hoeft er echter geen nieuw plan te worden opgesteld. De toevoeging voor langleven kan bij veel fondsen dus de doorslag geven tussen wel of niet in dekkingstekort zijn,” aldus Hewitt Associates.
maandag 1 maart 2010
Hewitt voorziet meer pan-Europese fondsen
Volgens Hewitt Associates zou tegen 2015 een derde van de multi-nationaal opererende bedrijven wel eens een pan-Europese pensioenregeling kunnen hebben. Naarmate financiële dienstverleners meer producten aanbieden, wordt de markt namelijk ook toegankelijk voor middelgrote bedrijven.
Een onderzoek onder 14 grote Europese aanbieders, waaronder verzekeraars, laat zien dat zo’n 75% van de respondenten al een grensoverschrijdend pensioenproduct implementeert, terwijl de meesten al haalbaarheidstudies hebben verricht namens multinationale bedrijven.
De Europese Pensioenrichtlijn verschaft sinds 2005 een ‘paspoort’ een kader waarbinnen het bedrijven is toegestaan om een enkele pensioenregeling te hebben die in verschillende landen opereert. Dit geldt zowel voor defined benefit (DB) als defined contribution (DC) regelingen. Tot nog toe maken volgens Hewitt echter slechts circa 80 pensioenfondsen gebruik van deze richtlijn.
Volgens Paul Bonser, senior international consultant bij Hewitt Associates in Londen, zijn bedrijven weliswaar al een tijdje geïnteresseerd in de mogelijkheid om hun pensioenregelingen te consolideren, maar heeft men “enige aarzeling om de eerste te zijn die een teen in het water steekt.”
Toch hebben verscheidene ondernemingen al dergelijke regelingen geïmplementeerd en nu een aantal financiële dienstverleners nieuwe producten ontwikkelen en aanbieden “wordt dit een meer haalbaar alternatief.”
Hij voegt toe: “Het is duidelijk, zowel gezien onze onderzoeksresultaten als vanuit onze eigen ervaring met de markt, dat de markt concurrerender en meer aantrekkelijk geprijsd wordt nu er meer aanbieders zijn en er een serie producten beschikbaar is.”
Zo bleek uit het onderzoek dat 77% van de aanbieders voorziet dat de grensoverschrijdende pensioenmarkt gestaag zal blijven groeien, en de meeste respondenten denken dat het groeitempo omhoog gaat als de eerste paar pan-Europese fondsen eenmaal openbaar worden gemaakt.
Jacqueline Lommen, senior international consultant bij Hewitt Nederland, waarschuwt echter dat de groei geleidelijk zal plaatsvinden, omdat bedrijven alleen pensioenregelingen samenvoegen als dat verstandig is, in plaats van te kiezen voor een benadering waarbij alle regelingen ‘in één klap’ samen worden gevoegd.
“Het gaat hier niet om een inhoudelijke wijziging van de regeling maar om de manier waarop de regeling wordt gefinancierd,” voegt ze toe. “Naast het feit dat de complexiteit wordt gereduceerd en het risicobeheer wordt verbeterd, biedt dit ettelijke voordelen voor bedrijven, inclusief de mogelijkheid om inkoopkracht te vergroten, kosten te verlagen en meer te halen uit de investering in de regeling.”
Bonser erkent dat de potentiële besparingen uiteenlopen afhankelijk van de locatie en de omvang van het pensioenfonds, de beleggingscategorieën die worden benut en het gebruik van bestaande managers en custodians. Maar hij stelt dat bijvoorbeeld een multinational die vijf pensioenfondsen samenvoegt met een totaal belegd vermogen van 1 miljard euro, al gauw een besparing van 1 à 2 miljoen euro per jaar kan realiseren.
Een onderzoek onder 14 grote Europese aanbieders, waaronder verzekeraars, laat zien dat zo’n 75% van de respondenten al een grensoverschrijdend pensioenproduct implementeert, terwijl de meesten al haalbaarheidstudies hebben verricht namens multinationale bedrijven.
De Europese Pensioenrichtlijn verschaft sinds 2005 een ‘paspoort’ een kader waarbinnen het bedrijven is toegestaan om een enkele pensioenregeling te hebben die in verschillende landen opereert. Dit geldt zowel voor defined benefit (DB) als defined contribution (DC) regelingen. Tot nog toe maken volgens Hewitt echter slechts circa 80 pensioenfondsen gebruik van deze richtlijn.
Volgens Paul Bonser, senior international consultant bij Hewitt Associates in Londen, zijn bedrijven weliswaar al een tijdje geïnteresseerd in de mogelijkheid om hun pensioenregelingen te consolideren, maar heeft men “enige aarzeling om de eerste te zijn die een teen in het water steekt.”
Toch hebben verscheidene ondernemingen al dergelijke regelingen geïmplementeerd en nu een aantal financiële dienstverleners nieuwe producten ontwikkelen en aanbieden “wordt dit een meer haalbaar alternatief.”
Hij voegt toe: “Het is duidelijk, zowel gezien onze onderzoeksresultaten als vanuit onze eigen ervaring met de markt, dat de markt concurrerender en meer aantrekkelijk geprijsd wordt nu er meer aanbieders zijn en er een serie producten beschikbaar is.”
Zo bleek uit het onderzoek dat 77% van de aanbieders voorziet dat de grensoverschrijdende pensioenmarkt gestaag zal blijven groeien, en de meeste respondenten denken dat het groeitempo omhoog gaat als de eerste paar pan-Europese fondsen eenmaal openbaar worden gemaakt.
Jacqueline Lommen, senior international consultant bij Hewitt Nederland, waarschuwt echter dat de groei geleidelijk zal plaatsvinden, omdat bedrijven alleen pensioenregelingen samenvoegen als dat verstandig is, in plaats van te kiezen voor een benadering waarbij alle regelingen ‘in één klap’ samen worden gevoegd.
“Het gaat hier niet om een inhoudelijke wijziging van de regeling maar om de manier waarop de regeling wordt gefinancierd,” voegt ze toe. “Naast het feit dat de complexiteit wordt gereduceerd en het risicobeheer wordt verbeterd, biedt dit ettelijke voordelen voor bedrijven, inclusief de mogelijkheid om inkoopkracht te vergroten, kosten te verlagen en meer te halen uit de investering in de regeling.”
Bonser erkent dat de potentiële besparingen uiteenlopen afhankelijk van de locatie en de omvang van het pensioenfonds, de beleggingscategorieën die worden benut en het gebruik van bestaande managers en custodians. Maar hij stelt dat bijvoorbeeld een multinational die vijf pensioenfondsen samenvoegt met een totaal belegd vermogen van 1 miljard euro, al gauw een besparing van 1 à 2 miljoen euro per jaar kan realiseren.
woensdag 3 februari 2010
Grensoverschrijdende pensioenfondsen: Krijg het voor elkaar
Traag maar zeker worden grensoverschrijdende pensioenfondsen een realiteit vier jaar na de deadline voor de omzetting in nationale wetgeving van de EU-Richtlijn (2003/41/EG) betreffende de werkzaamheden en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP’s). België heeft de
Richtlijn omgezet door een nauwgezette toepassing van de veiligheids- en informatieprincipes ten voordele van de aangeslotenen van pensioenregelingen te combineren met de nodige organisatorische en financieringsflexibiliteit vereist door de diversiteit in sponsors
en hun aanvullende pensioenregelingen.
Hewitt heeft meerdere haalbaarheidsstudies uitgevoerd en werd niet geconfronteerd met onhaalbare hindernissen. Het OFP is nu echt een grensoverschrijdend pensioenvehikel. De huidige activiteiten hebben zowel betrekking op vastebijdrage- als op vasteprestatie- en cash balance” regelingen, met inbegrip van de overdracht van activa voor verleden diensttijd.
Er is vaak een zekere weerstand bij lokale stakeholders die zich zorgen maken omtrent de overgang naar onbekende en als riskant ervaren grensoverschrijdende regelingen. Een eerlijke en open communicatie is heel doeltreffend om vaak ongegronde weerstand te overwinnen.
Verder is het van belang om ervoor te zorgen dat lokale stakeholders zoveel mogelijk betrokken worden bij de governance van de nieuwe grensoverschrijdende IBP’s.
Grensoverschrijdende pensioenfondsen: Krijg het voor elkaar Hewitt Belgium Newsletter January 2010 NL
Richtlijn omgezet door een nauwgezette toepassing van de veiligheids- en informatieprincipes ten voordele van de aangeslotenen van pensioenregelingen te combineren met de nodige organisatorische en financieringsflexibiliteit vereist door de diversiteit in sponsors
en hun aanvullende pensioenregelingen.
Hewitt heeft meerdere haalbaarheidsstudies uitgevoerd en werd niet geconfronteerd met onhaalbare hindernissen. Het OFP is nu echt een grensoverschrijdend pensioenvehikel. De huidige activiteiten hebben zowel betrekking op vastebijdrage- als op vasteprestatie- en cash balance” regelingen, met inbegrip van de overdracht van activa voor verleden diensttijd.
Er is vaak een zekere weerstand bij lokale stakeholders die zich zorgen maken omtrent de overgang naar onbekende en als riskant ervaren grensoverschrijdende regelingen. Een eerlijke en open communicatie is heel doeltreffend om vaak ongegronde weerstand te overwinnen.
Verder is het van belang om ervoor te zorgen dat lokale stakeholders zoveel mogelijk betrokken worden bij de governance van de nieuwe grensoverschrijdende IBP’s.
Grensoverschrijdende pensioenfondsen: Krijg het voor elkaar Hewitt Belgium Newsletter January 2010 NL
zondag 10 januari 2010
Nederlandse pensioenfondsen sloten jaar 2009 goed af
De gemiddelde dekkingsgraad van de pensioenfondsen in Nederland is in december verder gestegen en bedraagt per 31 december 111%, zo meldt Hewitt Associates. De dekkingsgraad van het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds stond in de PensioenThermometer van Hewitt op 30 november op 108%. Per saldo is de gemiddelde dekkingsgraad in 2009 fors gestegen nadat deze eind 2008 nog 97% bedroeg. Het herstel is nog opmerkelijker gezien het dieptepunt is maart waar men gemiddeld beneden de 90% dekkingsgraad zat. Zoals de daling in 2008 te wijten was aan twee elementen, namelijk de daling van de aandelenbeurzen en de daling van de rente, zo is ook de stijging van de dekkingsgraad weer aan beide componenten toe te schrijven. In tegenstelling tot 2008 is de verdeling niet gelijk. Het grootste deel van het herstel is te danken aan het herstel van de aandelenbeurzen. Al hebben ze het verlies uit 2008 nog lang niet goed gemaakt. Wat betreft de rente is het beeld dubbel. Voor looptijden tot 13 jaar is de rente gedaald wat nadelig uitpakt voor de fondsen. Voor de langere looptijden is de rente echter wel gestegen zodat het beeld per saldo nog net positief uitpakt voor de meeste pensioenfondsen. Per saldo is het echter een beperkte stijging van de dekkingsgraad tot gevolg. Slechts ca 1,5%-punt dekkingsgraad van de stijging is toe te rekenen aan de rentestijging. Al met al betekent het snelle herstel dat de meeste pensioenfondsen (fors) voorlopen op het bij De Nederlandsche Bank ingediende herstelplan. In sommige gevallen wordt er zelfs weer geïndexeerd waar dat nog geen driekwart jaar geleden zeker niet voorzien werd.
donderdag 24 september 2009
NL : Actuele Dekkingsgraad Pensioenfondsen
Hewitt heeft een nieuwe website gelanceerd waarop de dekkingsgraad van het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds te zien is op basis van dagelijkse actualiteit. Zowel de beleggingsrendementen als de rentetermijnstructuur worden op dagbasis aangepast aan de ontwikkelingen op de financiële markten. Ook geeft de website de benodigde dekkingsgraad weer. Samen zegt dit iets over de actuele kwaliteit van de financiële positie van het gemiddelde fonds, maar ook weer niet alles.
Natuurlijk laten pensioenfondsen zich niet door de waan van de dag leiden. Zeker bij de huidige marktbewegingen zijn de dekkingsgraden erg volatiel en het is ook niet echt mogelijk om hier conclusies voor de langere termijn aan te verbinden. De Pensioenthermometer biedt niettemin een waardevol en verhelderend inzicht in ontwikkelingen en het verloop daarvan, maar is uiteraard geen sturingsinstrument. Het is interessant om te zien wat de impact van bepaalde gebeurtenissen is op de dekkingsgraad van het gemiddelde pensioenfonds, mede in het licht van discussies en afwegingen over eventuele premieaanpassingen, indexaties en herstelplannen.
Juist in deze tijd hebben veel pensioenfondsen belangstelling voor wat er bij andere fondsen gebeurt. Dat inzicht is nu op dagbasis via de website http://www.pensioenthermometer.nl/ beschikbaar.
Hewitt houdt op deze site de dekkingsgraad bij van het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds. U kunt hier de dekkingsgraad van het gemiddelde pensioenfonds op dagbasis volgen. Zowel de beleggingsrendementen als de rentetermijnstructuur worden op dagbasis aangepast aan de ontwikkelingen op de financiële markten. Ook geven zij de benodigde dekkingsgraad weer. Samen zegt dit iets over de kwaliteit van de financiële positie van het gemiddelde fonds. Dit geeft een goede indicatie van de ontwikkelingen bij de pensioenfondsen in Nederland.
Natuurlijk laten pensioenfondsen zich niet door de waan van de dag leiden. Zeker bij de huidige marktbewegingen zijn de dekkingsgraden erg volatiel en het is ook niet echt mogelijk om hier conclusies voor de langere termijn aan te verbinden. De Pensioenthermometer biedt niettemin een waardevol en verhelderend inzicht in ontwikkelingen en het verloop daarvan, maar is uiteraard geen sturingsinstrument. Het is interessant om te zien wat de impact van bepaalde gebeurtenissen is op de dekkingsgraad van het gemiddelde pensioenfonds, mede in het licht van discussies en afwegingen over eventuele premieaanpassingen, indexaties en herstelplannen.
Juist in deze tijd hebben veel pensioenfondsen belangstelling voor wat er bij andere fondsen gebeurt. Dat inzicht is nu op dagbasis via de website http://www.pensioenthermometer.nl/ beschikbaar.
Hewitt houdt op deze site de dekkingsgraad bij van het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds. U kunt hier de dekkingsgraad van het gemiddelde pensioenfonds op dagbasis volgen. Zowel de beleggingsrendementen als de rentetermijnstructuur worden op dagbasis aangepast aan de ontwikkelingen op de financiële markten. Ook geven zij de benodigde dekkingsgraad weer. Samen zegt dit iets over de kwaliteit van de financiële positie van het gemiddelde fonds. Dit geeft een goede indicatie van de ontwikkelingen bij de pensioenfondsen in Nederland.
maandag 22 juni 2009
Herstelplannen: Mogelijke reacties van IBP’s op de crisis
Op het einde van 2008 werden veel Pensioenfondsen in België en in het buitenland geconfronteerd met tekorten in de financieringsniveaus. Voor de eerste keer sinds de invoering in 2006 van de nieuwe wet betreffende het Toezicht op Instellingen voor Bedrijfspensioenvoorziening moeten sommige Pensioenfondsen een herstelplan indienen. De industrie is heel benieuwd hoe de toezichthouder de toepassing van de wetgeving van 2006 zal interpreteren. Hewitt geeft toelichting bij de nieuwe wetsstructuur en de verwachtingen van de toezichthouder in zijn artikel over “Pensioenfondsen in België en de financiële crisis”.
dinsdag 18 september 2007
Hewitt Global Report -- Global Retirement Update
During the third quarter of the calendar year, employers in Mexico should begin to assess the impact of a new accounting rule (NIF D-3) on their employment liabilities. The new rule, which will align Mexican standards more closely to IAS19, will apply to pension plans, long-service awards, termination and retirement indemnities, and other post-retirement benefits.
Please click here for full report.
Please click here for full report.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :