Posts tonen met het label pensioenplanning. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pensioenplanning. Alle posts tonen

zondag 17 augustus 2008

Spaar op tijd voor uw pensioen

Wanneer u met pensioen gaat, dalen uw inkomsten fors. Het gemiddelde inkomensverlies schommelt tussen 20 en 30 procent. Wat kunt u doen om uw levensstandaard op peil te houden? Zes op de tien wettelijke pensioenen bedragen 1.000 euro of minder per maand. De vergrijzing van de bevolking en het aangekondigde tekort in de begroting van de pensioenen zet ons ertoe aan om tijdens onze actieve loopbaan geleidelijk aan een bijkomend spaarbedrag samen te stellen. Dat moet dienen ter aanvulling van het wettelijk pensioen en eventueel van het extralegaal pensioen.

pensioenpijlers

Het wettelijk pensioen (eerste pijler) is afhankelijk van ons professionele verleden, van het aantal gepresteerde jaren en van het beroepsstatuut. Ambtenaren blijven bevoordeeld met een gemiddeld maandelijks nettopensioen van 1.600 euro, gevolgd door loontrekkenden met gemiddeld 1.070 euro en zelfstandigen met gemiddeld ongeveer 750 euro per maand.

Het aanvullend pensioen (tweede pijler). Dat is gelieerd aan de beroepsactiviteit. Er bestaan hoofdzakelijk twee soorten:

-- de groepsverzekering of bedrijfsleidersverzekering, die past bij een arbeidsovereenkomst;

-- het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ), dat de zelfstandige kan opbouwen rekening houdend met bepaalde premiegrenzen die afhankelijk zijn van de beroepsinkomsten.

De derde pijler is voornamelijk het fiscaalvriendelijk sparen. Dat pensioensparen levert een fiscaal voordeel op tussen 30 en 40 procent van het gestorte bedrag, dat men het jaar daarop recupereert (belastingaftrek). Er bestaan twee soorten.

-- Het pensioensparen. Zelfs al heeft u geen beroepsinkomsten, dan nog kunt u van uw inkomsten 2008 maximum 830 euro of een fiscaal voordeel van 249 tot 332 euro aftrekken. Die vorm van pensioensparen kunt u investeren in beleggingsfondsen (aandelen en/of obligaties) of in een spaarverzekering, die door verzekeraars belegd wordt in fondsen met kapitaalgarantie en een gewaarborgd rendement (tak21). Beleggingsfondsen bieden geen kapitaalgarantie, maar realiseren een mooi rendement in goede beursjaren terwijl fondsen van verzekeraars zowel het kapitaal als het rendement waarborgen, maar minder vrijgevig zijn als de beurzen pieken.

-- Het langetermijnsparen via een individuele levensverzekering. Elke belastingplichtige die een beroepsinkomen geniet, kan dat onderschrijven en per persoon tot 1.990 euro van zijn inkomsten 2008 aftrekken. Het fiscale voordeel dat het jaar daarop wordt gerecupereerd, bedraagt ook hier tussen 30 en 40 procent van het gestorte bedrag en kan dus schommelen tussen 597 en 796 euro per jaar.

En wat met de belasting? Op 60 jaar zal het bedrag dat u hebt opgebouwd, belast worden tegen 10 procent. De laatste 5 jaar worden de stortingen, als u tenminste nog spaart, niet meer belast. Het fiscale voordeel blijft wel behouden. Maar pas op voor opnames vóór de wettelijke leeftijd. Die worden belast tegen 33 procent.

De 'vierde' pijler heeft betrekking op uw persoonlijk vermogen en spaargeld dat u hebt opgebouwd tijdens uw actieve loopbaan. Financiële instellingen bundelen onder die noemer een hele reeks beleggingsproducten die geen fiscaal voordeel bieden. Men vindt er alle soorten bekende beleggingen in terug (roerende en onroerende), maar ook bepaalde producten die door de verzekeraars sinds kort werden ontwikkeld met het pensioen voor ogen, zoals Twinstar Axa, Planning for pension Fortis, enzovoort. Zij houden rekening met uw spaarpotentieel en met het aanvullend kapitaal dat u bij pensionering wenst te ontvangen.

zondag 29 juni 2008

De pensioenleeftijd kan stapsgewijs omhoog

Vorige week presenteerde de commissie-Bakker haar advies over de verhoging van de arbeidsparticipatie, Naar een toekomst die werkt. Vorige week schreef ik over de voorstellen om het ontslagrecht te verbeteren en werknemers en werkgevers aan te sporen meer te investeren in menselijke kapitaal.

Maar Bakker, de TNT-topman, heeft zich hier met zijn kompanen bepaald niet toe beperkt –- het advies strekt zich zelfs uit naar de toekomstige ordening van de huizenmarkt.

Een van de andere aardige voorstellen is het stapsgewijs verhogen van de pensioenleeftijd. Nu geldt 65 jaar als harde grens, maar Bakker stelt voor hier in de periode 2016-2051 jaarlijks een maand bovenop te doen, zodat in de tweede helft van deze eeuw 68 jaar de spilleeftijd is geworden. Dit voorstel is eenduidig; voor elke burger makkelijk te begrijpen (wat van veel fiscale hoogvliegerij niet gezegd kan worden); heerlijk geleidelijk in z’n invoering (waardoor schoksgewijze verandering voorkomen wordt); en, omdat we niet alleen steeds ouder worden maar ook nog in een steeds betere gezondheid, is het bovendien redelijk.

Juist daarom is het interessant wat het Centraal Planbureau (CPB) hierover op te merken heeft. Dat schreef voor Bakker de notitie Effecten van participatiebeleid, waarin wordt ingegaan op de effecten van zo’n stapsgewijze verhoging van de pensioenleeftijd.

Het belangrijkste is volgens het CPB het sociaal-culturele effect: de ‘norm’ voor pensionering verschuift. De financiële prikkels die van ophoging van de pensioenleeftijd uitgaan, hebben volgens de rekenmeesters niet veel gevolgen; de maatregel moet het hebben van zijn normstelling.

Over de omvang van de effecten is eigenlijk nog weinig met grote stelligheid te zeggen. In een paar landen is men met het opschuiven van de pensioenleeftijd begonnen, of is de maatregel aangekondigd, maar veel data zijn nog niet beschikbaar. Het CPB rekent daarom drie scenario’s uit, waarvan het middelste aansluit bij de ervaringen in de VS. Daar is het effect op het arbeidsmarktgedrag 50 procent, dat wil zeggen: voor elke twee maanden dat de pensioenleeftijd wordt opgeschoven, stijgt de feitelijke uittreedleeftijd met één maand.

In de alternatieve scenario’s rekent het CPB met 25 procent respectievelijk 75 procent. Zo krijgen we wat gevoel voor de orde van grootte van de gevolgen.

Door de uittreedleeftijd te verhogen, treden (vooral) vier effecten op.

Ten eerste: er vinden besparingen plaats op de AOW-uitkeringen. Ten tweede: de uitgaven aan andere uitkeringen (WW, arbeidsongeschiktheid, Bijstand) worden hoger, doordat deze langer doorlopen. Ten derde: de collectieve (en fiscaal gesubsidieerde) pensioenbesparingen worden kleiner, terwijl de particuliere besparingen ten behoeve van pensioen juist zullen toenemen. Immers: wie vroeger met pensioen wil dan de ‘nieuwe norm’, zal daarvoor zelf financiële voorzieningen moeten treffen. Ten vierde: de werkgelegenheid neemt toe.

De resultaten van deze som vallen niet tegen. In het middelste scenario verruimt het arbeidsaanbod fors, neemt de werkgelegenheid toe met 1,6 procent (uitgaande van grofweg 7 miljoen werkenden zijn dat dus ruim 110 duizend banen) en verbetert de houdbaarheid van de overheidsfinanciën met een klein procent. In de 25- en 75-procents-scenario’s zijn vooral de effecten op het arbeidsaanbod en de werkgelegenheid respectievelijk groter. Het effect op de houdbaarheid is daarentegen tamelijk stabiel: grofweg een procent van het nationaal inkomen.

Is dat veel? Ja, dat is best veel. Met deze ene maatregel verbeteren de openbare financiën sterker dan met het complete beleid van het huidige kabinet als dat in 2011 is uitgeregeerd.

Is er iets tegen? Het enige tegenargument dat ik kan verzinnen, gaat over de verdeling van arbeidsjaren over verschillende groepen. Lageropgeleiden komen eerder van school en beginnen vroeger met werken dan hogeropgeleiden. Ze doen ook vaker fysiek zwaar werk en hebben een kortere levensverwachting. Dit zou kunnen pleiten voor differentiatie van de norm voor de pensioneringsleeftijd. De vraag is of dat ook praktisch uitvoerbaar is.

Maar het is geen valide argument tegen verhoging van de pensioenleeftijd. Immers: als er sprake is van een onrechtvaardige verdeling van pensioenjaren, dan geldt die nu ook: 65 of 68 jaar – één norm is één norm. Wel zou de stapsgewijze verhoging aangegrepen kunnen worden om, als dat uitvoerbaar blijkt, differentiatie aan te brengen.

Het kabinet heeft gisteren een eerste reactie gegeven op het rapport van Bakker cum suis. Ik hoop maar dat het een verstandige was. Oordeel zelf, elders in de krant, want ik ben een paar weken met vakantie.

donderdag 26 juni 2008

Nieuwe portaalsite voor België

De portaalsite Belgium.be is helemaal vernieuwd en werd gelanceerd door de eerste minister en de minister van Ondernemen en Vereenvoudigen. De website stelt de gebruiker centraal en is veel gebruiksvriendelijker geworden. De lay-out is volledig opgefrist en de inhoud is voortaan ondergebracht in verschillende thema's zoals 'Belastingen', 'Werk' en 'Gezondheid'. Daarnaast is er ook meer aandacht voor actualiteit met een kalender, nieuwsberichten en actuele onderwerpen die in de kijker worden gezet. Het portaal wordt voortaan beheerd en gecoördineerd door een team van 15 medewerkers dat zich continu bezighoudt met de aanpassing en ontwikkeling ervan.

Website luik pensioen en einde loopbaan.

maandag 23 juni 2008

Pensioneren kunt u leren

Werken, werken, werken. Dagen, maanden, jaren vliegen voorbij en plots is er niets meer. Om zich op het zwarte gat voor te bereiden, volgen steeds meer oudere werknemers een cursus 'op pensioen gaan'. Alleen voor angsthazen of een must voor iedereen?

“Beste medewerk(st)er en partner,
Met pensioen gaan is een fulltime bezigheid. Misschien heeft u daar nooit bij stilgestaan. Toch is het beëindigen van een actieve loopbaan allicht één van de meest ingrijpende veranderingen in uw leven. Zich daarop goed voorbereiden is belangrijk…”


Elk jaar krijgen een zestigtal medewerkers van Bekaert een uitnodiging in de bus voor het seminarie 'Pensioen in zicht… inzicht in pensioen'. En Bekaert is niet de enige. Steeds vaker krijgen gepensioneerden in spe een cursus aangeboden om zich op die 'nieuwe levensfase', die 'tweede loopbaan' voor te bereiden. Mark Claus, auteur over dit thema en senior trainer: “Zo'n cursussen zijn niet nieuw. Een Nederlandse dominee lanceerde het concept al begin jaren zeventig. Toen waren er bij de hoogovens massa's werknemers die op pensioen gingen en die niet wisten wat ze met hun tijd moesten aanvangen. Reden genoeg om een cursus 'pensioen in zicht' op te starten. Gaandeweg verspreidde het idee zich over Nederland en vond het ook in Vlaanderen ingang. De laatste jaren wordt het hier precies ook meer au sérieux genomen.”

Drie dagen Ardennen
Claus zelf werkt onder meer voor de Vlaamse stichting Lodewijk de Raet, die zowel aan particulieren als aan bedrijven opleidingen aanbiedt. Eén van de klanten van de stichting is Agfa. “We willen onze werknemers een rugzak meegeven voor hun volgende levensfase die zowel qua financiën, gezondheid en relaties een hele omschakeling met zich brengt”, zegt Alfons Tobback, verantwoordelijke pensioenfonds Agfa. “Daartoe organiseren we een externe driedaagse aan zee of in de Ardennen waarop we onze gepensioneerden en hun partner uitnodigen.”

Roger Heeren, vroeger bediende bij Agfa, ging in februari dit jaar met pensioen. Samen met zijn vrouw Agnes Van Dyck nam hij eind mei deel aan de opleiding in Houffalize. “Een interessante ervaring. Vooral de uiteenzetting rond relaties en psychologie was boeiend. Wie met pensioen gaat, moet niet alleen de relatie met zijn partner, maar ook met zijn kinderen en andere mensen uit de omgeving opnieuw definiëren. Een gepensioneerde heeft een heel andere tijdsinvulling. De opleiding helpt je oog te hebben voor bepaalde valkuilen; ze vergemakkelijkt de overgang naar de nieuwe situatie.” Agnes bevestigt: “Op pensioen gaan betekent psychologisch een hele verandering. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor je partner. Het is een must om als koppel aan de cursus deel te nemen. Tijdens de driedaagse kon je ook met lotgenoten praten, het was fijn om ervaringen te delen en te horen hoe anderen het aanpakken.”

Helikopterzicht
De cursussen variëren zowel naar vorm als naar inhoud. Sommige bedrijven kiezen voor lezingen, andere voor trainingen en interactieve sessies; de info die de deelnemers krijgen, is eveneens heel uiteenlopend: financiën en successierecht, gezondheid, relaties, zingeving en tijdsbesteding, taakherverdeling, communicatie, afscheid nemen enzovoort.
“Anders dan in Nederland gaan bedrijven in Vlaanderen dikwijls de informatieve toer op”, zegt Mark Claus. Uiteenzettingen rond pensioenberekening en -belegging, successierechten en gezondheid komen vaker aan bod dan de zogenaamde 'levenskwalitatieve' benaderingen van de pensionering. Ook bij Bekaert, dat voor haar kaderleden en bedienden al tien jaar een opleiding 'Pensioen in zicht' organiseert, was de oorspronkelijke trigger een uiteenzetting over de financiële kant van pensionering. Sinds een zestal jaar hebben de cursussen het ook meer over levenskwaliteit. Luc Buyst, hr-manager bij Bekaert Technology Center: “Op de eerste dag van het seminarie besteden we aandacht aan het financiële plaatje, vooral aan beleggen en successieplanning. De tweede dag focussen we op psychosociale aspecten en gezondheid. De opleiding is niet modulair. Wie zich inschrijft, dient aan beide sessies deel te nemen. Zonder die verplichting denk ik dat de uiteenzetting rond financiën misschien wel beter zou scoren.”

Gilbert Storme, gepensioneerd kaderlid bij Bekaert, bevestigt dat vermoeden: “De financiële toelichting was voor mij één van de meest interessante delen uit de opleiding. Je krijgt plots een kapitaal uit je pensioenverzekering ter beschikking, wat doe je daar mee? Hoe ga je dat beleggen? Hoe pakken je collega's het aan? Je hebt behoefte aan iemand die daar met de nodige kennis op een gestructureerde wijze iets over kan vertellen. In mijn tijd, zo'n vier jaar geleden, kwamen de banken hun verschillende beleggingsformules voorstellen. Maar nu gebeurt een vergelijkende studie door een financieel specialist van het bedrijf zelf.” Hr-manager Luc Buyst bevestigt: “We willen onze medewerkers geen beleggingsformules aanpraten, wel willen we hen een neutraal helikopterzicht bieden en hen waarschuwen voor eventuele risico's. Neutraliteit van de spreker en kennis van zaken zijn essentieel.”

De meningen over wat in een cursus pensionering vooral aan bod moet komen, lopen uiteen, maar de waardering ligt meestal erg hoog. Fons Tobback van Agfa: “Bij sommige mensen merken we wel wat terughoudendheid. Uit de evaluaties nadien blijkt dat zo'n 90 procent veel van de cursus heeft opgestoken. De overige 10 procent ziet er niet dadelijk de meerwaarde van in.” Ook bij Bekaert, waar zo'n 75 procent van de genodigden effectief aan de sessies deelneemt, ligt de waarderingsgraad zeer hoog. Luc Buyst: “Voor het bedrijf is zo'n opleiding een vorm van employer branding. Een gepensioneerde werknemer blijft steeds stakeholder van de onderneming en helpt bij het uitdragen van je reputatie.”

Kostenplaatje
En hoe zit het met het kostenplaatje? Is het voor een bedrijf geen dure investering? Mark Claus: “Voor een kmo waar om de vijf jaar een werknemer met pensioen gaat, rendeert het concept van een bedrijfscursus niet. Maar er bestaan natuurlijk alternatieven: cursussen met open inschrijvingen waar iedereen naartoe kan. Een bedrijf kan een werknemer makkelijk naar zo'n cursus sturen. Verder bestaat er ook lectuur rond het thema. Hoe mensen zich voorbereiden kan heel hard verschillen, het belangrijkste is dat mensen beseffen dat ze niet kunnen berusten en zeggen: we zien wel. ”

Pensioentraining, ook voor zelfstandigen
'Zonder zorgen naar morgen', een uitnodiging aan het adres van zelfstandig accountant Roger Smismans. Hij stond op het punt met pensioen te gaan en zijn accountantskantoor over te dragen, toen de folder voor een cursus pensioenvoorbereiding bij hem in de bus viel. “Ik had voor de cursus al een en ander uitgeplozen, maar toch was het goed een aantal zaken bevestigd te zien en op bepaalde risico's te worden gewezen.”
Intitiatiefnemers van de cursus zijn onder meer Unizo, het Sociaal Verzekeringsfonds Svmb en de vzw Integraal. Marc Gommers, directeur vzw Integraal: “De praktijk leert ons dat veel zelfstandige ondernemers zich zorgen maken over hun toekomst en hun pensioen. Een ondernemer krijgt bij zijn pensioen meer en andere zaken onder de neus geschoven dan een gewone werknemer: niet alleen pensioenwetgeving en ziekteverzekering zijn van belang, maar ook en vooral informatie en advies omtrent de mogelijke opvolging door de kinderen, de verkoop van het bedrijf en heel de familiale, fiscale en sociale toestand er rond. Bij ondernemers moeten de bedrijfsbelangen altijd met persoonlijke belangen verzoend worden.”
De informatiecyclus voor zelfstandige ondernemers van vzw Integraal, Unizo en Svmb vindt om de twee jaar in verschillende Vlaamse regio's plaats. De cursus is zeer praktisch gericht, de sociale invalshoek wordt een stuk minder belicht. “Misschien is dat een hiaat in het programma, maar zelfstandige ondernemers zijn in de eerste plaats bekommerd om de verkoop en overname van hun zaak en om hun pensioen als appeltje voor de dorst”, verklaart Marc Gommers. En de belangstelling van de zelfstandigen stijgt jaar na jaar. In 2007 namen een dikke 1.500 ondernemers deel aan de informatiesessies rond pensioenvoorbereiding.

maandag 5 mei 2008

Met pensioen in het buitenland zonder kopzorgen

Het lijkt aantrekkelijk: in het buitenland van je pensioen genieten. Maar als je niet weet waar je aan begint, sta je al gauw weer in België. Enkele tips.

Hughes du Roy de Bliquy, fiscalist bij de Unie van Franstalige Belgen in het buitenland (UFBE) licht toe: “Ieder jaar trekken 18.000 Belgen de grens over, maar ieder jaar keren er ook 15.000 terug.” Het saldo bedraagt dus 3.000. Dat getal toont aan dat het goed wonen is in België en dat verhuizen naar het buitenland niet zo eenvoudig is als het lijkt.

Wie onder de zon van zijn pensioen wil gaan genieten, moet heel wat stappen ondernemen. Elk land heeft naast zijn voor- en nadelen ook zijn eigen burgerrechtelijke en fiscale regels. Voor je vertrekt, moet je dus een aantal zaken goed voor ogen houden.


1. Leer de streek goed kennen
“Sommige mensen hebben het terrein 10 jaar lang verkend alvorens ze er zich vestigen. Dat is een goede manier om contacten op te bouwen en daardoor de ‘aanvankelijke kilheid van de lokale bevolking’ te omzeilen”, zegt Hughes du Roy de Bliquy.


2. Ga na hoe de gezondheidszorg geregeld is
Hoe meer je naar het zuiden gaat, hoe meer risico je loopt dat de gezondheidszorgen minder goed verzekerd zijn dan in België. Goed om weten: ook de bijkomende dekkingen van de ziekteverzekering vervallen wanneer je je in het buitenland gaat vestigen.


3. Informeer je grondig over het fiscale stelsel van het land waar je naartoe trekt
Het ene stelsel zal roerende inkomsten meer bevoordelen dan onroerende, terwijl het andere stelsel de inkomsten uit beleggingen zwaar belast. Hughes du Roy de Blicquy legt uit: “Je moet goed nagaan of het fiscaal gezien wel interessant is om in het land van je dromen te gaan wonen.” Het feit dat je in België een rekening hebt waarop je bijvoorbeeld inkomsten van aandelen en obligaties ontvangt, ontslaat je niet van de verplichting om die inkomsten aan te geven in Frankrijk als je je daar intussen gevestigd hebt. En Frankrijk is, net zoals veel andere Europese landen, veel minder vrijgevig dan België op het vlak van spaarfiscaliteit.


4. Sluit je telefoon, elektriciteit en gas in België af wanneer je het hele jaar elders wilt verblijven
Wanneer je het vaderland verlaat, moet je daar een aantal private en openbare instellingen van op de hoogte brengen. Zo vermijd je onaangename verrassingen.


5. Verhuis op het goede moment
Hughes du Roy de Blicquy: “Men denkt vaak dat het op administratief en fiscaal vlak eenvoudiger is wanneer men eind december of begin januari vertrekt. Niets is minder waar. Je kunt daardoor zelfs heel wat geld verliezen. Een voorbeeld: in Frankrijk, nog altijd het meest geliefde land bij de Belgen, zal een gepensioneerde die een jaarlijks pensioen van 20.000 euro ontvangt, geen recht hebben op de gedeeltelijke belastingvrijstelling op inkomsten in Frankrijk als hij niet in de helft van het jaar verhuist. Hij zal dus 4.500 euro aan belastingvoordeel mislopen. Dat zou pas zonde zijn.”


Wat met je pensioen?
Je pensioen in het buitenland laten uitbetalen is niet altijd een goed idee. De fiscalist legt uit: “Wil je zonder problemen je pensioen rond de 15de van de maand ontvangen, dan behoud je best een rekening in België. Je doet de overdracht bij voorkeur als je effectief bent verhuisd.

In Frankrijk – waar de meeste Belgen nog steeds naar toe trekken – moet je maandelijks een levensbewijs voorleggen. Je kan er wel profiteren van de benijdenswaardige fiscaliteit van groepsverzekeringen. Die zijn vrijgesteld van belastingen op voorwaarde dat de verhuizing effectief heeft plaatsgehad.

Als je onroerend goed bezit dat je in België verhuurt, zullen de huurinkomsten uitsluitend in België belast worden. Het fiscale stelsel van het nieuwe land van verblijf heeft hier geen enkele invloed op.

maandag 25 februari 2008

U wordt 60 jaar en wil minder belastingen betalen

U wordt 60 en heeft de keuze uw pensioenplan te verlengen tot de leeftijd van 65 jaar omwille van de gewijzigde belastingsaanslag op de uitgekeerde kapitalen van uw groepsverzekering.

De aanslag op de uitkering van extra legale pensioenen op de leeftijd van 65 jaar werd verlaagd van 16,5 % naar 10 % op de werkgeverstoelage.

Indien de bedrijfsactiviteiten worden verdergezet tot de leeftijd van 65 jaar is er een verminderde inhouding op de gegarandeerde eindkapitalen van de groepsverzekering en dit kan een behoorlijk verschil zijn. De winstdeelname blijft vrij en onbelast.

Indien in het groepsverzekeringscontract een kapitaal van 425.250 EUR werd gegarandeerd geeft een ruwe berekening ons aan dat de inhouding verlaagt met 29.300 EUR.

Het nadeel is dat er enerzijds de uitkering vijf jaar langer op zich laat wachten en dat er anderzijds een activiteit moet worden aangehouden.

Beoefenen van een activiteit

De mate van het beoefenen van een activiteit is nog niet volledig gedefinieerd maar er zijn al een aantal interpretaties die aanduiden welke mogelijkheden er zijn.

Het statuut zelfstandige wordt namelijk anders geïnterpreteerd dan het statuut werknemer. De fiscale administratie deed een recent rondschrijven waarin aangeduid werd wat ‘actief zijn’ inhoudt voor een zelfstandige.

De zelfstandige die onafgebroken aangesloten was bij een sociaal verzekeringsfonds als zelfstandige in hoofdberoep tot minstens drie jaar voorafgaand aan de wettelijke pensioenleeftijd wordt geacht effectief actief te zijn gebleven.

Gelijkschakeling

Arbeidsongeschiktheid die leidt tot stopzetting van de bedrijfsactiviteiten en erkend door de adviserend geneesheer van het ziekenfonds als een arbeidsongeschiktheid, wordt gelijkgeschakeld en als effectief actief beschouwd.

dinsdag 5 februari 2008

72.000 Belgen blijven bijverdienen na pensioen

Pensioen- en arbeidsgegevens uit het tweede kwartaal van 2006 tonen aan dat 72.000 Belgen ook na hun pensionering (deeltijds) blijven doorwerken, vooral om wat bij te verdienen. Aangezien de werkelijke pensioenleeftijd op 60,7 jaar ligt, gaat het vooral om jonge zestigers.

De belangrijkste reden om aan het werk te blijven is het verwerven van een voldoende hoog gezinsinkomen. Liefst 43procent van de Belgen die na hun pensioen blijven doorwerken doet dat om financiële redenen. Bij lagergeschoolden loopt dat aantal op tot 49procent. Bij hogergeschoolden daarentegen geldt dat voor slechts 30procent.

Voor een bijna even grote groep gepensioneerde bijverdieners (37procent) is er geen directe financiële stimulans om actief te blijven.

Bij hooggeschoolden loopt dat percentage op tot de helft. Voor hen draait het allicht vooral om de jobinhoud en het principe van 'actief blijven'.

Voor een kleine 20procent van de bijverdieners is de (verlengde) opbouw van hogere pensioenrechten de belangrijkste reden. Het mag niet verbazen dat het vooral gaat om vrouwen (bijna 30procent), die vaak een lagere pensioenuitkering krijgen dan mannen.

Belg wil pas stoppen met werken op 62

Voor de huidige generatie 50-plussers ligt de geplande pensioenleeftijd op 62jaar. In werkelijkheid stoppen de Belgen al op hun 60ste met werken.

Dat verschil tussen de geplande en de effectieve pensioenleeftijd blijkt uit een bevraging bij 50-plussers door de dienst Statistiek en Economische Informatie van de federale overheidsdienst Economie (het vroegere NIS).

De huidige generatie (werkende) 50-plussers wil volledig stoppen met werken op de leeftijd van 62jaar. Vrouwen denken om iets vroeger met pensioen te gaan dan mannen en Vlamingen iets vroeger dan Walen (zie tabel). Hogergeschoolden willen langer aan de slag blijven dan lagergeschoolden. De Brusselaars tekenen voor de hoogste 'geplande' pensioenleeftijd, met meer dan 63jaar.

Met een gemiddelde 'verwachte' pensioenleeftijd van 62jaar bevestigt deze overheidsbevraging eerdere enquêteresultaten, zoals vorig jaar door het hr-dienstenbedrijf SD Worx. In 2003 lag die pensioenprognose in een gelijkaardige enquête door SD Worx nog heel wat lager, op 60jaar.

Het toont aan dat de Belgische werknemers hun verwachtingen over 'jong met pensioen gaan' aan het bijstellen zijn, allicht onder invloed van het Generatiepact en de politieke beleidskeuze voor 'langer werken'. Over een gewenste of verhoopte pensioenleeftijd van 58 of zelfs 57jaar, zoals in vroegere enquêtes vaak geopperd werd, is in deze overheidsenquête geen spoor terug te vinden.

Toch is er nog altijd een verschil met de effectieve leeftijd waarop de Belgen met pensioen gaan. In werkelijkheid stoppen veel werknemers vroeger met werken dan hun 'geplande' pensioenleeftijd.

Volgens de FOD Economie ligt de gemiddelde leeftijd waarop de Belgen hun ouderdomspensioen, rustpensioen of vervroegd pensioen opnemen, tegenwoordig op 60,7 jaar. Ter herinnering: de wettelijke pensioenleeftijd voor mannen ligt op 65jaar en voor vrouwen op 64jaar.

Net zoals bij de geplande uitstapleeftijd ligt de gemiddelde effectieve pensioenleeftijd hoger bij mannen dan bij vrouwen (zie tabel). In Brussel en Vlaanderen ligt de gemiddelde pensioenleeftijd bijna gelijk, in Wallonië ligt die een jaar lager, op 60jaar.

De verschillen in pensioenleeftijd afhankelijk van de scholingsgraad zijn opmerkelijk, met een hogere leeftijd om te stoppen met werken bij lagergeschoolden (61,3 jaar) dan bij hogergeschoolden (59,4 jaar). Dat verschil van twee jaar is te verklaren doordat een grote groep arbeiders die op jongere leeftijd met brugpensioen zijn gegaan -en het statuut van werkloze hebben- pas op hun 65ste officieel met pensioen gaan, ook al zijn ze dan al jaren niet meer beroepsactief.

Bij hooggeschoolden zijn er veel minder bruggepensioneerden. Zij stappen in één beweging over van een betaalde baan naar het statuut van (vervroegd) gepensioneerde. Hun werkelijke uitstap-leeftijd ligt drie jaar onder hun 'geplande' pensioenleeftijd.

Een gepensioneerde heeft gemiddeld genomen een beroepsloopbaan van 38jaar achter de rug (zie tabel).

Bij de mannen duurt de loopbaan ongeveer 40jaar, bij de vrouwen minder dan 36jaar. Dat verschil valt (groten)deels te verklaren doordat langere onderbrekingen in die loopbaan, zoals ouderschapsverlof (dat vooral door vrouwen wordt opgenomen), niet zijn meegeteld.

De loopbaan is korter in Wallonië dan in Brussel en Vlaanderen. Laaggeschoolden werken volgens deze pensioencijfers ruim drie jaar langer dan hooggeschoolden: 39,6 tegen 36,1 jaar. Ook hier geldt de opmerking over het brugpensioen. Toch blijft de vaststelling overeind dat hogergeschoolde werknemers, die langer op de schoolbanken zijn blijven zitten, gemiddeld slechts 36jaar beroepsactief zijn.

De stelling dat zowat alle werknemers hun arbeidsduur verminderen vooraleer ze op pensioen gaan, blijkt niet op te gaan, zegt de FOD Economie. 'Bijna de helft van de ondervraagde 50-plussers heeft zijn of haar arbeidsduur niet verminderd als stap naar het volledige pensioen en zegt ook expliciet dat niet van plan te zijn in de komende vijf jaar.'

woensdag 30 januari 2008

Veertigers van nu werken zeker tot 65

Een ommekeer in de sociale transfers van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel is niet te verwachten vóór 2050, leert een studie. Er is ook uit af te leiden dat werken tot 65 de norm moet zijn in 2030, dus voor de veertigers van nu.

Werken tot 65 moet rond 2030 de regel zijn voor vrouwen en mannen in Vlaanderen. Dat is af te leiden uit een studie van Luc Delanghe, voormalig algemeen secretaris van het ACW en professor demografie aan de KU Leuven. Het is de eerste keer dat duidelijk gemaakt wordt hoe snel het 'langer werken' moet gaan.

Delanghe had echter niet dat thema als invalshoek voor zijn studie. Hij onderzocht de stelling dat Vlaanderen in 2030 al zwakker zal staan dan Wallonië en Brussel. Nu stromen sociale miljarden van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel. Dan zou de geldstroom omkeren.

Puur demografisch zou dat kunnen, schrijft hij in de Gids op Maatschappelijk Gebied. De bevolking van Vlaanderen veroudert immers sneller dan die van Wallonië en Brussel.

Rond 2025 zal puur demografisch de verhouding niet-actieven/actieven hoger worden in Vlaanderen dan in de twee andere regio's.

Tegenover 100 mensen op actieve leeftijd (20-65 jaar) staan er nu in Vlaanderen 66 op niet-actieve leeftijden (0-20, en 65 +). In 2050 zullen dat er 91 zijn.

In Wallonië staan er tegenover 100 op actieve leeftijd nu 69 op niet-actieve leeftijd en dat worden er 88 in 2050. In Brussel zijn dat er nu 65, en 73 in 2050.

Rond 2025 stijgt het Vlaamse cijfer uit boven dat van Wallonië en Brussel. Dat doet sommigen besluiten dat de 'sociale transfers' dan omgekeerd gaan lopen.

Mis, leert deze studie. Niet zozeer wie op actieve leeftijd is, is immers van belang, maar wel wie echt werkt en wie niet.

In Vlaanderen werkt vandaag 65 procent van de bevolking tussen 20 en 65 jaar. In Wallonië is dat 56 procent, in Brussel 53,5.

Het aantal echt-actieven ligt voor alle regio's dus veel lager en het aantal niet-actieven veel hoger dan in de eerste berekening.

Voor Vlaanderen zijn er vandaag 156 niet-actieven voor 100 werkenden; in Wallonië zijn er dat 201 en in Brussel 209 (tabel). Dat noemt men de sociaal-demografische afhankelijkheidsindex.

Het beleid zal de komende decennia aansporen langer te werken. Nu gaan velen op pensioen tussen 55 en 60 jaar, of nog vroeger.

Als het participatiepercentage ongeveer even sterk stijgt in de drie gewesten (vandaag is de Vlaamse groei groter) dan evolueert het Vlaamse cijfer van 156 niet-actieven per 100 actieven, naar 146 in 2030 en 139 in 2050.

In Wallonië evolueert dat dan van 201 nu, tot 170 in 2030 en tot 150,5 in 2050. In Brussel van 209 nu, naar 170 in 2030 en tot 147 in 2050.

Dat betekent dat de toestand in Vlaanderen in 2050 hoe dan ook nog gunstiger is dan in Brussel en Wallonië. De transfers blijven dus van noord naar zuid lopen.

Uit de evolutie van die afhankelijkheidsindex is ook af te leiden dat de sociale bescherming wellicht betaalbaar blijft, op voorwaarde dat de participatiegraad sterk toeneemt.

Hoe sterk?

Die moet stijgen, zo blijkt, met 15 à 20 procentpunten. In Vlaanderen werkt nu 65 procent van de bevolking op actieve leeftijd, dat moet stijgen tot 75 in 2030 en tot 80 procent in 2050.

In Wallonië moet het activiteitspercentage stijgen van 56 procent nu, naar 66 in 2030 en tot 75 procent in 2050.

Voor Brussel moet het percentage stijgen van 53,5 procent nu, tot 70 procent in 2050.

Wat betekent dat, een participatie van 75 à 80 procent?

Dat betekent dat werken tot 65 voor mannen en vrouwen de regel moet zijn, zei Delanghe gisteren aan De Standaard. Er zullen immers altijd mensen tussentijds werkloos zijn of zich herscholen. Er zullen altijd mensen ziek zijn. En velen zullen hun loopbaan onderbreken voor de kinderen. Dit kan worden geschat op 20 à 25 procent. Dus moet werken tot 65 de regel zijn tegen 2030, voor mannen en vrouwen.

Tegen 2030? Wie nadert dan de 65 jaar? De jonge veertigers van nu. Zij vormen de generatie die zéker tot 65 moet werken.

dinsdag 28 augustus 2007

Belgen sparen het best meer voor pensioen

De armoede onder gepensioneerden is in België aan het toenemen.

Het pensioen van de Belg is erg bescheiden. We sparen het best meer voor het eigen pensioen. Dat zegt de Oeso. pensioenenVan onze redacteurHet bedrag waarop een gepensioneerde in de toekomst mag rekenen, is aan het dalen. Het is aanbevolen zelf meer te sparen om dat te compenseren.

Dat is de algemene conclusie van een studie van de Oeso - de organisatie van de geïndustrialiseerde landen - over de pensioenmaatregelen die de lidstaten de afgelopen tien jaar namen.Dat hadden de meeste mensen zelf ook wel kunnen bedenken, maar het is goed dat slimme mensen het eens narekenen.

Dat de zaken in die richting evolueren, is het logische gevolg van de vergrijzing en ontgroening die overal in het Westen optreedt: er zijn meer ouderen die langer leven, en minder jongeren die daarenboven langer studeren en later met hun loopbaan beginnen.De studie leert dat de pensioenen van de Belgen erg bescheiden zijn.

Luxemburg, Nederland en Griekenland geven de beste pensioenbeloften. België hoort samen met Japan, Ierland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten tot de landen die erg 'bescheiden' pensioenbeloften geven. Het gaat maar om twee derde van wat het gemiddelde Oeso-land in het vooruitzicht stelt voor zijn inwoners.Terloops: de Oeso hield alleen rekening met de werknemerspensioenen in België.

Die van onze zelfstandigen zijn nog modester, die van de ambtenaren hoger.Het Oeso-rapport gaat ook dieper in op de wijzigingen die de afgelopen jaren werden aangebracht in de pensioenregelingen in een beperkt aantal landen. Daar hoort België helaas niet bij.Ze tonen dat er landen zijn die sneller inpikken op de evoluties dan andere, en dat er toch wel verschillende politieke keuzes gemaakt worden.Landen als Duitsland, Denemarken, IJsland en Noorwegen hebben de pensioenleeftijd al opgetrokken tot 67 jaar, zodat ze een beter pensioenbedrag kunnen garanderen.

Andere landen, zoals België en Frankrijk, worstelen nog met de regelingen voor vervroegd pensioen vóór 60 jaar.Vele landen nemen maatregelen om de laagste pensioenen wat betere vooruitzichten te geven. België hoort daar ook bij: de armoede onder gepensioneerden is hier - en in vele landen - aan het toenemen.

Er zijn echter ook landen, zoals Polen en Slovakije, die hun pensioenen meer in overeenstemming brengen met wat de gepensioneerden voordien verdienden. Bij hen nemen de verschillen in pensioenbedragen toe.De courantste ingrepen zijn: de pensioenleeftijd verhogen, een bonus voor wie langer werkt, sleutelen aan de berekening of de indexering van het pensioenbedrag en het aanmoedigen van aanvullende pensioenen.Soms sparen overheden zelf om de stijging van hun pensioenuitgaven later op te vangen: het Nederlandse en het Belgische Zilverfonds zijn daarvan voorbeelden.

copyright: de standaard

Helft Europeanen spaart niet

Bijna een op de twee Europese gezinnen spaart geen cent meer. Een verdubbeling in twee jaar tijd. Met slechts een op de zes gezinnen dat niet belegt, is België, na Zweden, de beste leerling van de klas. financien

De tijd dat de 'spaarzame' Europeanen een voorbeeld konden zijn voor de 'spilzieke' Amerikanen ligt achter ons. Niet minder dan 44% van de West-Europeanen antwoordt in de halfjaarlijkse enquête van het studiebureau GfK dat ze absoluut niet sparen. Twee jaar geleden was dat 23%. Daarmee doet Europa zelfs iets slechter dan de Verenigde Staten, waar 43% van de gezinnen het inkomen volledig consumeert.De slechtste spaarders wonen in Spanje (66%), gevolgd door de Italianen met 62% en de Britten met 46%. Met nauwelijks één niet-sparend gezin op de zes moet ons land enkel Zweden laten voorgaan. Daar sparen negen op de tien gezinnen wél. In Vlaanderen spaart maar één op de zeven gezinnen niet, tegen één op de vijf in Wallonië.Als ze sparen, kiest 30% van de Belgen voor aandelen of aandelenfondsen. Dat is iets minder dan zes maanden geleden. De lichte terugval komt voor rekening van de Waalse gezinnen waarvan er minder dan een op de vier zijn spaarcenten toevertrouwt aan de beurs, tegen meer dan een op de drie in Vlaanderen.

Toch blijft België bij uitstek een land van spaar- en termijnrekeningen. Meer dan driekwart van de gezinnen op vier heeft er een. In Vlaanderen zijn er dat zelfs vier op de vijf, maar met een klim van 62 naar 71% is de vooruitgang van de Waalse gezinnen indrukwekkend. In Europa doet niemand beter. Ons land is overigens ook kampioen levensverzekeringen en bezet een eervolle tweede plaats voor pensioensparen.En wat zouden we doen met 50.000 euro, als we die plots in onze schoot zouden geworpen krijgen? Net geen kwart van de Belgen denkt prompt aan een spaarboekje. Dat is duidelijk minder dan zes maanden geleden, toen nog 27% van de Belgische gezinnen ervoor opteerde.

Die tendens is overigens nog sterker in Europa, waar de belangstelling gezakt is van 28 tot 21%. Vooral Fransen (39%), Duitsers (35%) en Oostenrijkers (30%) zijn nog erg gehecht aan het spaarboekje.Onze voorkeur gaat veeleer uit naar aandelen en aandelenfondsen. Samen vormen ze voor 26% van de Belgische gezinnen de eerste keuze.

Het is voor het eerst sinds de barometer berekend wordt dat het spaarboekje bij de Belgen van de eerste plaats verdrongen wordt. Enkel in Zweden kiezen nog meer gezinnen (34%) voor aandelen.Voor pensioenfondsen neemt ons land de leiding, met één gezin op de negen, vóór Zweden waar één op de elf zo'n fonds kiest. Walen (een op de acht) en vooral Brusselaars (een gezin op de vijf), scoren hier duidelijk hoger dan de Vlamingen (een gezin op de elf).

copyright: de standaard

Belg geeft er het snelst de brui aan

De Belg hoort bij degenen die het allervroegst met pensioen gaan in de Europese Unie: drie jaar vroeger dan gemiddeld. De Belgische werknemer gaat vroeger met pensioen dan zijn collega's in alle andere EU-landen, op twee landen na. De mannelijke Belgische werknemer geeft er gemiddeld de brui aan op 57,9 jaar.

In de Europese Unie is het gemiddelde 60,7 jaar, bijna drie jaar later. In twee landen gaan de mannen nog vroeger met pensioen: in Polen op 57 jaar en in Luxemburg op 57,7 jaar.De Belgische werkneemsters stoppen gemiddeld op 56,8 jaar. Het Europese gemiddelde ligt ook bijna 3 jaar hoger: 59,4 jaar.De Poolse en de Sloveense werkneemsters verlaten de werkvloer nog vroeger: op 55,2 jaar.

Deze cijfers slaan op 2005 en komen van Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie.

Uit andere Europese statistieken blijkt dat de Belgische pensioenbedragen (uitgedrukt in procent van het laatste loon dat ze ontvangen hebben) bij de laagste zijn in Europa. Dat er een verband is tussen vroeg stoppen en een laag pensioen, is logisch: er zijn meer gepensioneerden. Zij moeten langer uitbetaald worden, terwijl ze minder lang bijdragen hebben betaald voor hun pensioenuitkering.In alle landen doet de overheid pogingen om de leeftijd te verhogen. De afstand tussen de landen lijkt gelijk te blijven.

copyright: de standaard

maandag 27 augustus 2007

Hoe verzekert u zich van een pensioen dat voldoet aan uw financiële behoeften?

De onzekerheid waarmee de financiering van de pensioenen omgeven is, dwingt veel Belgen ertoe niet meer uitsluitend op het wettelijke pensioen te rekenen. We lopen immers het gevaar dat het huidige bedrag van de uitkeringen in vele gevallen onvoldoende zal zijn om onze bestaande levensstijl te behouden.

Het onlangs door Delta Lloyd Life gevoerde nationale onderzoek heeft zowel de bezorgdheid van de toekomstige gepensioneerden als de voorzorgsmaatregelen die ze nu al nemen, in de schijnwerpers gezet. Bezorgdheid? De helft van de ondervraagden erkent zich zorgen te maken over zijn latere financiële situatie. Voorzorgsmaatregelen? 56% van de ondervraagden geeft toe nu al verschillende preventieve maatregelen te hebben genomen en gaat ervan uit dat je al moet beginnen te sparen vanaf het ogenblik dat je begint te werken...

Welke maatregelen?
Wanneer Belgen een appeltje voor de dorst willen hebben, geven ze de voorkeur aan vier soorten maatregelen. Voor bijna 69% van de Belgen onder ons is het bezit van een eigen woning de meest geruststellende maatregel. Met 66% van de stemmen is ook het fiscaal aftrekbare pensioensparen zeer succesvol te noemen. Gevolgd door het gewone sparen op een klassieke rekening, wat 45% van de ondervraagden kan bekoren. Een even grote score behaalt de groepsverzekering (loontrekkenden) of het aanvullende pensioen (zelfstandigen).
Naast die prioritaire maatregelen zijn er nog minder belangrijke middelen: de hoop op een erfenis (15%) of een investering in onroerend goed (15%).

Aan de andere kant variëren de profielen, onafhankelijk van de nationale gemiddelden, in functie van de persoonlijke situatie.

Noord-zuid
Vooreerst bestaan er enkele opmerkelijke verschillen tussen Frans- en Nederlandstaligen. Die laatsten sparen meer. Terwijl 39% van hen beweert geld te beleggen met het oog op het pensioen, is dat slechts voor 24% van de Franstaligen het geval. Meer nog: terwijl 72% van de Vlamingen zich laat verleiden tot het fiscaal aantrekkelijke pensioensparen en 52% door het klassieke sparen, tuimelen die cijfers omlaag tot respectievelijk 57% en 37% in het zuiden van het land.

Man-Vrouw
Van gelijkheid is zeker nog geen sprake! Vanuit welke hoek men het ook bekijkt, vrouwen worden nog altijd benadeeld. Enkele relevante cijfers: 44% van de mannen spaart voor zijn pensioen terwijl dat maar 22% van de vrouwen dat doet. Groepsverzekering of aanvullend pensioen? 54% van de mannen heeft er een, in tegenstelling tot 37% van de vrouwen. En wanneer 74% van de heren eigenaar is van een woning, dan is dat slechts voor 65% van de dames het geval.

Alleenstaand of als koppel
Het echtelijk statuut is ook niet onbelangrijk. Alleenstaanden zijn minder gewapend dan koppels. De eersten zijn slechts in 46% van de gevallen eigenaar van hun woning (78% van de echtgenoten). Dat verschil zien we ook op het vlak van het sparen: slechts 25% van de alleenstaanden spaart voor zijn pensioen, 35% geniet van een groepsverzekering of een aanvullend pensioen, 58% onderschreef pensioensparen. Die percentages bedragen voor de koppels respectievelijk 36%, 48% en 70%.

Het professioneel statuut

Kaderleden zijn de bevoorrechte groep en overschrijden alle gemiddelden. Zij zijn eigenaar (79% onder hen), hebben een groepsverzekering (72%) en doen aan pensioensparen (72%). Dat wordt nog aangevuld met het klassieke sparen (54%), beleggingen in functie van hun pensioen (41%), beleggingen in onroerend goed (20%) en de hoop ooit te kunnen erven (18%).

Zelfstandigen benaderen dat schema - eigendom, sparen, beleggingen - maar met twee belangrijke verschillen: zij geloven veel meer in onroerend goed (34%) en rekenen vooral op de verkoop van hun onderneming (41%).

Ambtenaren vertonen ook een goede score op het vlak van eigendom (73%), pensioensparen (70%) en het klassieke sparen (45%), maar ze hebben geen groepsverzekering (4%) en investeren weinig in onroerende goederen (10%).

Bedienden zijn het minst eigenaar van een woning (66%), maar ze beschikken wel over een groepsverzekering (57%) en ze doen aan pensioensparen (67%).

Arbeiders laten hun voorkeur dan weer uitgaan naar eigendom (69%), pensioensparen (66%) en het klassieke sparen (44%) .

Voor of na de leeftijd van 45
Uiteindelijk heeft ook de leeftijd een invloed op ons gedrag. Slechts 27% van de mensen onder 45 jaar spaart en belegt in functie van zijn pensioen, terwijl dat bij de 45-plussers 38% bedraagt. De 45-plussers zijn logischerwijze ook beter gewapend of het nu gaat om een eigendom (77%) of pensioensparen (71%). De groepsverzekering heeft aan terrein gewonnen, aangezien we merken dat ze betrekking heeft op 46% van de mensen onder 45 jaar en 44% van de 45-plussers. Een tendens waar we de aandacht zeker op moeten vestigen.

Copyright © Tijd.be

Uw toekomstplannen

Hoe bepaalt u welke financiële middelen u nodig hebt wanneer u met pensioen gaat? In principe geven gepensioneerden (iets) minder geld uit dan actieven. Men gaat er meestal vanuit dat 80 procent van hun vorige inkomen volstaat om hun levensstandaard te behouden. Sommige uitgaven vallen trouwens weg: geen beroepskosten meer, de kinderen zijn groot en zelfstandig, de hypothecaire lening is terugbetaald... Dat is waarschijnlijk allemaal wel waar, maar toch een beetje te eenvoudig voorgesteld.

Nog heel wat ouders blijven hun kinderen financieel steunen, zelfs wanneer die al in het actieve leven staan. Specialisten bevestigen dat het verhoudingsgewijs veel duurder is geworden dan vroeger om in bepaalde gebieden van ons land, en vooral dan in de grote steden, onroerend goed te kopen. De vermindering van de koopkracht en de stijging van de vastgoedprijzen, onder meer te wijten aan het feit dat bijvoorbeeld in Brussel bijna geen vastgoed meer te vinden is, hebben de prijs van de residentiële woningen spectaculair doen stijgen. Daardoor is het voor heel wat gezinnen bijna onmogelijk geworden nog een woning te kopen zonder (stevige) ruggensteun van de ouders.

Bovendien is het niet noodzakelijk zo, dat een eigen woning niets meer kost zodra ze is afbetaald. Heel wat gepensioneerden staan voor grote onderhouds- of renovatiewerken omdat hun woning juist nu de kritieke leeftijd van 40 of 50 jaar bereikt heeft...
Daarbij komt dat de gezondheidskosten onvermijdelijk stijgen naarmate men ouder wordt. Een echt gezondheidsprobleem kan, ondanks de sociale voorzieningen en andere private verzekeringen, een financiële aderlating tot gevolg hebben.
Maar we moeten niet alleen rekening houden met tegenspoed. Het is niet abnormaal dat mensen van hun pensioen willen genieten door op reis te gaan of een hobby te beoefenen die de financiële reserves hetzij een beetje, hetzij veel aanspreekt. Hoe moeten we die dan inschatten?

Stel eerst een 'situatieschets' op
Aangezien u weet over welk budget u beschikte voor u met pensioen ging, zal het voor u vrij makkelijk zijn om, rekening houdend met al wat voorafgaat, een schatting te maken van het bedrag dat u nodig zal hebben om comfortabel te kunnen leven. Bereken bij benadering de som van de regelmatige inkomsten waarvan u zeker bent.
Maak eerst een inschatting van het bedrag van uw toekomstig pensioen: de jongste tijd heeft de overheid veel inspanningen geleverd om een vervroegde berekening te vergemakkelijken. Dank u internet!
Maak de balans op van uw financiële vermogen. Over het algemeen wordt een jaarlijkse opname toegestaan van ongeveer 3 procent (een beetje meer in de goede jaren): overschrijd dat percentage niet indien u uw kapitaal wenst te behouden (bijvoorbeeld voor uw kinderen). Indien dat niet zo is, kunt u het wel overschrijden...
Neem ook uw huurinkomsten op in uw berekeningen. Overschat echter nooit het rendement van onroerende goederen. In werkelijkheid rekent u het best slechts op maximaal 50 procent van de aangerekende huur. De andere helft gaat op aan diverse belastingen, reserves voor onderhouds- en renovatiewerken, leegstand, enzovoort.

Pas de regel van 25 toe
Maak, nadat u het bedrag van uw voorziene 'vaste' inkomsten heeft berekend, een schatting van het supplement dat u nodig zult hebben om de door u gewenste levensstandaard aan te houden. Pas dan de regel van 25 toe. Stel dat u verwacht, in het eerste jaar van uw pensioen, 500 euro per maand te kort te hebben, wat overeenkomt met 6.000 euro per jaar. Vermenigvuldig dat jaarlijkse inkomen met 25 en u bekomt 150.000 euro. Dat is het bedrag dat u bij uw pensionering zult nodig hebben om vanaf dat ogenblik te kunnen genieten van uw maandelijkse 500 euro (rekening houdend met een jaarlijkse inflatie van 3 procent).
Deze regel van 25 is niets meer dan een erg algemene schatting! Bovendien zegt hij u niet hoeveel u per maand moet sparen. Over dus naar het volgende punt: de berekening op reële basis, vertrekkend vanuit een levensverzekering. Onnodig te vermelden dat men beter zo snel mogelijk kan beginnen. De leeftijd van 30 of 35 jaar verbaast inmiddels niemand meer… Vooral als uw vermogen om te sparen beperkt is.

Copyright © Tijd.be

Een levensverzekeringscontract verlengen tot 65 jaar…

Sinds 2002 moet de eindleeftijd van een klassieke individuele levensverzekering 65 jaar bedragen als de verzekeringnemer de premies fiscaal in mindering wil brengen. Voor 2002 bedroeg de verplichte eindleeftijd voor vrouwen 60 jaar, zodat er vandaag nog heel wat contracten in omloop zijn met een eindleeftijd van 60. Waar moeten we op letten als we de eindleeftijd in die contracten willen verlengen van 60 naar 65?

Voor 55 jaar voor vrouwen?Om fiscaal aantrekkelijk te zijn, moet een individuele levensverzekering immers afgesloten worden voor een looptijd van minstens tien jaar. En de fiscus beschouwt een situatie waarin de voordelen bij Leven verhoogd worden (wat bij een verlenging van de eindleeftijd zo is) als een nieuw contract. Dat zou betekenen dat een 57-jarige vrouw die de eindleeftijd in haar contract wil verlengen, pas fiscaal voordeel kan genieten na de nieuwe eindleeftijd… van 67 jaar. In een circulaire heeft de fiscus laten weten dat ze dit principe niet zal toepassen en dat ook vrouwen ouder dan 55 hun contract dus kunnen verlengen tot de pensioenleeftijd van 65 jaar.

Anticipatieve heffing op 60 jaar?Bij een verhoging van de premies na 55 jaar vindt de anticipatieve heffing doorgaans pas plaats tien jaar na de datum waarop de premieverhoging ingegaan is, of op de eerdere uitkeringsdatum van het contract. Dat zou betekenen dat het deel van het pensioenkapitaal opgebouwd na 60 jaar toch belast zou worden. Assuralia heeft deze vraag aan de fiscale administratie voorgelegd en kreeg te horen dat de fiscus ook hier de nodige soepelheid in acht zal nemen. De anticipatieve heffing blijft dus op 60 jaar wanneer de eindleeftijd verlengd wordt tot 65 jaar. De fiscus zegt er wel nog bij dat het moet gaan om een constante of hooguit geïndexeerde premie.Belangrijk is wel dat, als het gaat over belastingvoordeel, de verzekeringnemer over een voldoende hoog belastbaar inkomen beschikt, dus ook na haar 60ste. Daarnaast geldt nog de cumulbeperking met de belastingvoordelen in het kader van een woonkrediet.

En pensioensparen?Bij een verlenging van de eindleeftijd van het fiscaal pensioenspaarcontract, eist de fiscus niet dat, die nieuwe eindleeftijd minstens tien jaar verder in de tijd ligt. Dat probleem stelt zich dan ook helemaal niet. Wat de anticipatieve heffing betreft, hanteert de fiscus een gelijkaardige soepele invulling als bij de individuele levensverzekering. Net zoals bij een individueel levensverzekeringscontract moet de belastingplichtige wel over een voldoende hoog belastbaar inkomen beschikken. Verschil is wel dat er een forfaitaire maximumpremie van 810 euro geldt voor fiscaal voordeel (niet afgetopt in functie van het inkomen) en dat er geen cumulbeperking is met fiscale voordelen in het kader van een hypotheeklening.

Bron: MINDSETTING

Pensioensparen: uitblinker

Dit is hét succesnummer van het jaar 2006: met 1,1 miljoen intekenaars slaagt het pensioensparen erin steeds meer Belgen te bekoren. Dit individuele pensioensparen, dat amper 20 jaar geleden ingevoerd werd en tot doel heeft onze oude dag aangenamer te maken, vindt nu algemene bijval. Het vermogen dat beheerd wordt door gespecialiseerde fondsen bedraagt ongeveer 11 miljard euro en de groei van het voorbije jaar schommelt – naargelang de instelling – tussen 14 en 24%.

Pensioensparen heeft zijn succes grotendeels te danken aan de gunstige fiscale behandeling. Of het nu gaat om een levensverzekering of een fonds aangeboden door een bank: pensioensparen houdt een mooi fiscaal voordeel op korte termijn in. Het is dan ook niet verwonderlijk dat pensioensparen volgens de nationale pensioenenquête van Delta Lloyd de populairste aanvullende spaarformule is. 64% van de respondenten zou trouwens willen dat het fiscale voordeel nog groter wordt!

Maar dat is niet het enige. Hierna volgt een concreet cijfervoorbeeld van het te verwachten rendement van een dergelijke belegging. Opgelet: het gaat enkel om een raming, aangezien we de evolutie van de beurzen en de rentevoeten (en de winstdeelnemingen ingeval van een pensioenverzekering) niet kennen.

Iemand van 40 jaar tekent vandaag in op een pensioenspaarplan van 800 euro per jaar. Op 65-jarige leeftijd heeft hij in totaal 20.000 euro aan premies betaald. Als we rekening houden met een gemiddeld fiscaal voordeel van 37,8% (35% + gemeentelijke opcentiemen van 8%), dan bedragen de reëel betaalde premies 12.460 euro.
Op het einde van zijn contract mag deze persoon redelijkerwijs hopen dat het belegde kapitaal aangegroeid is tot 32.000 euro (hetzij een gemiddelde kapitalisatie van 4%, wat niet overdreven is). De belasting (10% + opcentiemen) die wordt geheven op de opgebouwde reserves op 60 jaar, zonder rekening te houden met de winstdeelnemingen, zal de belastingplichtige 2.160 euro kosten.

Nettoresultaat op 65 jaar: 32.000 - 2.160 euro = 29.840 euro, terwijl het werkelijk belegde bedrag 12.460 euro bedroeg...

Dit is natuurlijk niet meer dan een simulatie. Maar één ding staat vast: het is verstandig om niet te laat te beginnen met pensioensparen.

Copyright © Tijd.be

4 tips om meer geld uit uw pensioen te halen

Het wettelijk pensioen is niet echt royaal te noemen, zeker niet wanneer u daarmee dezelfde levensstijl wil op nahouden. Het komt er dus op aan om uw geldzaken zo te organiseren dat u na uw pensioen een behoorlijk inkomen behoudt. Vier tips.

Tip 1 : Langer werken
Vanuit financieel oogpunt loont het om zo lang mogelijk te blijven werken. De duur van de loopbaan speelt immers een belangrijke rol bij de berekening van uw pensioen. De wettelijke pensioenleeftijd voor mannen is 65 jaar na een loopbaan van 45 jaar. Vrouwen zitten in een overgangsfase. Hun wettelijke pensioenleeftijd bedraagt momenteel nog 64 jaar, maar vanaf 1 januari 2009 wordt dit gelijkgeschakeld met de pensioenleeftijd van mannen. Hoe vroeger u stopt met werken, hoe lager het wettelijk pensioen zal zijn. Voor zelfstandigen is vroeger stoppen nog nadeliger. Voor hen geldt immers een pensioenmalus van enkele procenten per jaar dat ze vroeger met pensioen gaan.
Het Generatiepact voorziet ook een pensioenbonus aan werknemers die aan de slag blijven na hun 62 jaar. Wilt u weten hoeveel extra pensioen enkele jaren langer werken oplevert? Surf dan naar de website http://www.kenuwpensioen.be/.

Tip 2: Spaar zo lang mogelijk
Heeft u de leeftijd van 60 jaar bereikt, dan kunt u het kapitaal opnemen. Hoe verleidelijk dat ook klinkt, toch is het beter om verder te sparen. In het jaar van uw 60ste verjaardag wordt automatisch een eindbelasting van 10 procent op het kapitaal ingehouden. Spaart u na uw 60ste echter verder, dan is dat fiscaal lonend. U krijgt immers uw geld uitbetaald zonder afhouding van extra belastingen. 60-plussers genieten ook nog van het fiscale voordeel van pensioensparen. Tot uw 65ste betaalt de fiscus immers 30 tot 40 procent terug van elke storting. U kan niet van dit systeem genieten, wanneer u het pensioencontract na uw 55ste afgesloten hebt.

Tip 3: Maak een financieel plan
Om te berekenen hoeveel geld u nodig heeft om comfortabel met pensioen te gaan, wordt in de literatuur vaak de regel van 25 aangehaald. Stel dat u tijdens het eerste jaar van uw pensioen een extra inkomen van 400 euro per maand nodig hebt of 4.800 euro per jaar, dan vermenigvuldigt u dat jaarinkomen met 25 om het vereiste kapitaal te kennen. Bovenstaand voorbeeld leert dat u een bedrag van 120.000 euro nodig heeft om levenslang het gewenste inkomen op te nemen, jaarlijks geïndexeerd met 3 procent om de inflatie bij te benen.

Tip 4 : Bijklussen na het pensioen
Naast langer werken en veel sparen, is er nog een andere manier om het inkomen na uw pensioen op peil te houden, namelijk via een bijverdienste. Gepensioneerden hebben verschillende redenen om bij te klussen: ze voelen zich nog te goed om volledig te stoppen met werken, willen hun sociale contacten onderhouden, hun wettelijk pensioen aanvullen of hun kennis en ervaring doorgeven. Gepensioneerden mogen echter niet onbeperkt bijverdienen. De limietbedragen variëren naargelang de aard van de activiteit (werknemer of zelfstandige), de leeftijd (al dan niet de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar bereikt), de aard van het pensioen (rust- of overlevingspensioen) en de gezinslast (aantal kinderen ten laste). Sinds 1 januari 2006 zijn gepensioneerde werknemers die de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebben en na de ingangsdatum van hun pensioen een beroepsactiviteit willen opnemen, niet meer verplicht om dit aan te geven. Voor alle anderen - de min-65-jarigen, de grensarbeiders, de echtgenoten van gepensioneerde 65-plussers - blijft de huidige aangifteplicht voorlopig gelden. Werknemers die vervroegd met pensioen willen gaan, zullen dit op termijn ook niet meer moeten melden. Meer informatie vindt u op de site van de Rijksdienst Voor Pensioenen  onder het hoofdstuk Toegelaten arbeid.

Copyright © Tijd.be
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :