Posts tonen met het label derde pijler. Alle posts tonen
Posts tonen met het label derde pijler. Alle posts tonen
donderdag 10 januari 2013
Fouten en misverstanden over uw pensioen
Is Wouter De Vriendt zopas teruggeflitst uit de jaren 1950, vraagt vicepremier en minister van Pensioenen Alexander De Croo (Open Vld) zich af.
Pensioensparen zal ons pensioen niet redden. Dat is de boodschap van Groen-parlementslid Wouter De Vriendt op deze opiniepagina's (DM 9/1). In één beweging zet hij het pensioensparen, groepsverzekeringen en pensioenfondsen weg als risicovolle vehikels die je beter mijdt. Het wettelijke pensioen of de eerste pijler biedt dan weer absolute zekerheid. Deze voorstelling van feiten is manifest fout.
Door de demografische evolutie komt ons wettelijke pensioen onder druk te staan. Het antwoord is niet meer geld pompen in slechts één pijler, maar wel de vier pensioenpijlers versterken.
Vervolg
Pensioensparen zal ons pensioen niet redden. Dat is de boodschap van Groen-parlementslid Wouter De Vriendt op deze opiniepagina's (DM 9/1). In één beweging zet hij het pensioensparen, groepsverzekeringen en pensioenfondsen weg als risicovolle vehikels die je beter mijdt. Het wettelijke pensioen of de eerste pijler biedt dan weer absolute zekerheid. Deze voorstelling van feiten is manifest fout.
Door de demografische evolutie komt ons wettelijke pensioen onder druk te staan. Het antwoord is niet meer geld pompen in slechts één pijler, maar wel de vier pensioenpijlers versterken.
Vervolg
vrijdag 26 oktober 2012
Een mix van vier pijlers
Langer werken voor uw wettelijk pensioen, onzekerheid over het rendement van uw aanvullend pensioen uit de tweede pijler en hervorming van de fiscale aftrek van pensioensparen. Of hoe u uw zorgeloze oude dag meer dan ooit moet voorbereiden.
De Belgische pensioenwetgeving is hypercomplex. En wordt er niet eenvoudiger op. De maatschappelijk-sociale flexibiliteit maakt dat nog erger, weet Philip Neyt, voorzitter van de Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen (BVPI). ‘Vroeger had je een uniforme carrière bij de overheid, in de privésector of als zelfstandige. Vandaag zie je veel meer gemengde loopbanen, bovendien nog in verschillende regimes: deeltijds, voltijds …’
Vervolg
Word fan op FACEBOOK
De Belgische pensioenwetgeving is hypercomplex. En wordt er niet eenvoudiger op. De maatschappelijk-sociale flexibiliteit maakt dat nog erger, weet Philip Neyt, voorzitter van de Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen (BVPI). ‘Vroeger had je een uniforme carrière bij de overheid, in de privésector of als zelfstandige. Vandaag zie je veel meer gemengde loopbanen, bovendien nog in verschillende regimes: deeltijds, voltijds …’
Vervolg
Word fan op FACEBOOK
donderdag 4 november 2010
AXA-topman wil lagere rente op tweede pijler
De Talhouët vindt rente van 3,25 procent op groepsverzekering 'onhoudbaar'. Opening voor aanpassing fiscaal voordeel pensioensparen.
De huidige wettelijk gegarandeerde rentevoeten van 3,25 of 3,75 procent voor de aanvullende bedrijfspensioenen zijn 'onhoudbaar' geworden. Om te verhinderen dat de verzekeraars en de ondernemingen in de problemen komen, is er maar één oplossing. De rentevoeten voor die tweede pensioenpijler moeten omlaag.
Eerder had de sectorfederatie Assuralia er al voor gepleit de rentevoeten tegen het licht te houden. De Talhouët wees er nog op dat uiteindelijk de aangesloten bedrijven de rekening dreigen te betalen. 'Zij zullen moeten bijspringen als verzekeraars hun verplichtingen niet kunnen nakomen'.
Tegelijk lanceerde hij enkele opmerkelijke ideetjes over het pensioensparen(de derde pijler). 'Het is denkbaar dat het onmiddellijke fiscale voordeel verminderd wordt in ruil voor een verlaging of afschaffing van die taks op de afloopdatum'. Die taks van 10 procent wordt nu afgehouden op de 60ste verjaardag.
Een andere suggestie is het koppelen van het pensioensparen aan maatschappelijk verantwoorde bestedingen, zoals wetenschappelijk onderzoek, microkredieten of het bevorderen van een duurzame economie.
Meer
De huidige wettelijk gegarandeerde rentevoeten van 3,25 of 3,75 procent voor de aanvullende bedrijfspensioenen zijn 'onhoudbaar' geworden. Om te verhinderen dat de verzekeraars en de ondernemingen in de problemen komen, is er maar één oplossing. De rentevoeten voor die tweede pensioenpijler moeten omlaag.
Eerder had de sectorfederatie Assuralia er al voor gepleit de rentevoeten tegen het licht te houden. De Talhouët wees er nog op dat uiteindelijk de aangesloten bedrijven de rekening dreigen te betalen. 'Zij zullen moeten bijspringen als verzekeraars hun verplichtingen niet kunnen nakomen'.
Tegelijk lanceerde hij enkele opmerkelijke ideetjes over het pensioensparen(de derde pijler). 'Het is denkbaar dat het onmiddellijke fiscale voordeel verminderd wordt in ruil voor een verlaging of afschaffing van die taks op de afloopdatum'. Die taks van 10 procent wordt nu afgehouden op de 60ste verjaardag.
Een andere suggestie is het koppelen van het pensioensparen aan maatschappelijk verantwoorde bestedingen, zoals wetenschappelijk onderzoek, microkredieten of het bevorderen van een duurzame economie.
Meer
vrijdag 22 oktober 2010
Themadossier Testaankoop : de derde pijler
In België is het pensioen opgebouwd rond vier pijlers.
Eerste pijler
Het wettelijk pensioen, door de overheid uitbetaald volgens aparte regels aan werknemers, zelfstandigen en ambtenaren.
Zoals heel wat mensen, vraagt u zich misschien af op hoeveel pensioen u recht zult hebben wanneer u met pensioen gaat. Het bedrag van uw rustpensioen kunt u voortaan berekenen via de online module die o.a. mee werd ontwikkeld door de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP).
http://www.kenuwpensioen.be/
Tweede pijler
Het aanvullend pensioen dat sommige werkgevers aan hun werknemers aanbieden, via een groepsverzekering of een pensioenfonds (niet verwarren met een pensioenspaarfonds).
Derde pijler
Het aanvullend pensioen dat mensen voor zichzelf aanleggen en waarvoor ze een fiscaal voordeel kunnen genieten.
Vierde pijler
De traditionele formules waarmee mensen sparen voor later, maar zonder dat ze genieten van een fiscaal voordeel.
In dit themadossier spitsen we ons toe op alles wat te maken heeft met de derde pijler:
- hoeveel storten elke maand ?
- voor welke strategie kiezen ?
- voor welke beleggingsproducten kiezen ?
- op welk fiscaal voordeel aanspraak maken ?
Eerste pijler
Het wettelijk pensioen, door de overheid uitbetaald volgens aparte regels aan werknemers, zelfstandigen en ambtenaren.
Zoals heel wat mensen, vraagt u zich misschien af op hoeveel pensioen u recht zult hebben wanneer u met pensioen gaat. Het bedrag van uw rustpensioen kunt u voortaan berekenen via de online module die o.a. mee werd ontwikkeld door de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP).
http://www.kenuwpensioen.be/
Tweede pijler
Het aanvullend pensioen dat sommige werkgevers aan hun werknemers aanbieden, via een groepsverzekering of een pensioenfonds (niet verwarren met een pensioenspaarfonds).
Derde pijler
Het aanvullend pensioen dat mensen voor zichzelf aanleggen en waarvoor ze een fiscaal voordeel kunnen genieten.
Vierde pijler
De traditionele formules waarmee mensen sparen voor later, maar zonder dat ze genieten van een fiscaal voordeel.
In dit themadossier spitsen we ons toe op alles wat te maken heeft met de derde pijler:
- hoeveel storten elke maand ?
- voor welke strategie kiezen ?
- voor welke beleggingsproducten kiezen ?
- op welk fiscaal voordeel aanspraak maken ?
dinsdag 3 augustus 2010
Oorlog tussen generaties van start
De organisaties van de huidige gepensioneerden zijn tegen de fiscale voordelen voor wie nu spaart voor zijn pensioen later.
De oorlog tussen de generaties kan van start gaan. Het Raadgevend Comité voor de Pensioenen loste gisteren het eerste schot. Dat comité bestaat uit 40 gepensioneerdenorganisaties (20 Franstalige en 20 Nederlandstalige). Het vraagt dat de volgende regering alle fiscale voordelen schrapt voor het individueel pensioensparen (‘derde pijler') en voor de aanvullende pensioenen die werkgevers en werknemers opbouwen per bedrijf of bedrijfstak (‘tweede pijler').
Er gaat veel geld naar wie zelf spaart voor zijn pensioen van morgen, terwijl het (weinige) geld dat de overheid heeft voor pensioenen, naar de wettelijke pensioenen (eerste pijler) van vandaag zou moeten gaan, luidt het.
In de eerste plaats moet dat geld gaan naar de laagste wettelijke pensioenen die zelfs onder de Europese armoedegrens liggen. Daarna moet het gaan naar álle wettelijke pensioenen. Die moeten immers regelmatig worden aangepast aan de welvaartsevolutie, wil men niet dat ze straks ook onder de armoedegrens vallen, luidt de redenering. Temeer daar vooral degenen die al een goed wettelijk pensioen hebben, profiteren van die tweede- en derdepijlerpensioenen, klinkt het nog.
Het zijn eisen die al enige tijd circuleren in een aantal ‘sociale' organisaties, maar die nu formeel op de tafel gelegd worden door alle organisaties die de huidige gepensioneerden vertegenwoordigen.
De eisenbundel plaatst degenen die al op pensioen zijn, tegenover de jongeren die ‘zelf sparen voor hun pensioen van morgen'.
Of die mening gedeeld wordt door de ‘bevriende organisaties' van de gepensioneerdenbonden, de vakbonden dus, is niet zeker. Die vertegenwoordigen degenen die verliezen bij die eis: de actieven, de nog-niet-gepensioneerden.
De bonden hebben zich al wel negatief uitgelaten over de fiscale aftrekken voor de het individueel pensioensparen (derde pijler), maar nog niet unisono over de aanvullende bedrijfspensioenen (tweede pijler) die zij mee beheren.
Michel Jadot, de expert van de PS die de pensioenconferentie van de vorige regering moest voorbereiden – en die uiteindelijk in de plaats daarvan het Groenboek Pensioenen schreef voor aftredend pensioenminister Michel Daerden (PS) – stelde ook ooit de schrapping van deze fiscale aftrekken voor, maar schroefde dit snel terug. Hij stelde uiteindelijk alleen voor de fiscale aftrek voor de derde pijler, het individuele pensioensparen, niet meer te indexeren.
De oorlog tussen de generaties kan van start gaan. Het Raadgevend Comité voor de Pensioenen loste gisteren het eerste schot. Dat comité bestaat uit 40 gepensioneerdenorganisaties (20 Franstalige en 20 Nederlandstalige). Het vraagt dat de volgende regering alle fiscale voordelen schrapt voor het individueel pensioensparen (‘derde pijler') en voor de aanvullende pensioenen die werkgevers en werknemers opbouwen per bedrijf of bedrijfstak (‘tweede pijler').
Er gaat veel geld naar wie zelf spaart voor zijn pensioen van morgen, terwijl het (weinige) geld dat de overheid heeft voor pensioenen, naar de wettelijke pensioenen (eerste pijler) van vandaag zou moeten gaan, luidt het.
In de eerste plaats moet dat geld gaan naar de laagste wettelijke pensioenen die zelfs onder de Europese armoedegrens liggen. Daarna moet het gaan naar álle wettelijke pensioenen. Die moeten immers regelmatig worden aangepast aan de welvaartsevolutie, wil men niet dat ze straks ook onder de armoedegrens vallen, luidt de redenering. Temeer daar vooral degenen die al een goed wettelijk pensioen hebben, profiteren van die tweede- en derdepijlerpensioenen, klinkt het nog.
Het zijn eisen die al enige tijd circuleren in een aantal ‘sociale' organisaties, maar die nu formeel op de tafel gelegd worden door alle organisaties die de huidige gepensioneerden vertegenwoordigen.
De eisenbundel plaatst degenen die al op pensioen zijn, tegenover de jongeren die ‘zelf sparen voor hun pensioen van morgen'.
Of die mening gedeeld wordt door de ‘bevriende organisaties' van de gepensioneerdenbonden, de vakbonden dus, is niet zeker. Die vertegenwoordigen degenen die verliezen bij die eis: de actieven, de nog-niet-gepensioneerden.
De bonden hebben zich al wel negatief uitgelaten over de fiscale aftrekken voor de het individueel pensioensparen (derde pijler), maar nog niet unisono over de aanvullende bedrijfspensioenen (tweede pijler) die zij mee beheren.
Michel Jadot, de expert van de PS die de pensioenconferentie van de vorige regering moest voorbereiden – en die uiteindelijk in de plaats daarvan het Groenboek Pensioenen schreef voor aftredend pensioenminister Michel Daerden (PS) – stelde ook ooit de schrapping van deze fiscale aftrekken voor, maar schroefde dit snel terug. Hij stelde uiteindelijk alleen voor de fiscale aftrek voor de derde pijler, het individuele pensioensparen, niet meer te indexeren.
Raadgevend Comité voor pensioensector hamert op eerste pijler
Het behoud en de uitbouw van het wettelijke pensioenstelsel (zogenaamde eerste pijler) moet absolute voorrang krijgen in het pensioenbeleid van de nieuwe regering. Dat heeft het Raadgevend Comité voor de pensioensector maandag geadviseerd aan de volgende regering.
Voor het Comité kan de uitbreiding van de tweede pijler geen oplossing bieden voor een ontoereikende eerste pijler. Het Comité verwijst naar de verschillende ongelijkheden binnen de tweede pijler en de onzekerheden. De recente beurscrisissen bijvoorbeeld hebben tot verliezen geleid. Het Comité beklemtoont dat gepensioneerden recht hebben op "een pensioen dat hen toelaat te leven zonder voelbaar verschil ten opzichte van de levensstandaard tijdens hun actieve leven". Het Comité eist voorts dat de inhaalbeweging van de laagste en oudste pensioenen wordt voortgezet. Het Comité pleit voor een minimumpensioen dat gelijk is aan het minimumloon en voor de eenvormige verankering van de pensioenbonus vanaf de leeftijd van zestig jaar. Tenslotte dringt het Comité ook aan op een progressieve afbouw van de belastingverminderingen en -vrijstellingen voor de verschillende vormen van aanvullende pensioenen. Die zorgen immers voor minder inkomsten voor de begroting en de sociale zekerheid.
Voor het Comité kan de uitbreiding van de tweede pijler geen oplossing bieden voor een ontoereikende eerste pijler. Het Comité verwijst naar de verschillende ongelijkheden binnen de tweede pijler en de onzekerheden. De recente beurscrisissen bijvoorbeeld hebben tot verliezen geleid. Het Comité beklemtoont dat gepensioneerden recht hebben op "een pensioen dat hen toelaat te leven zonder voelbaar verschil ten opzichte van de levensstandaard tijdens hun actieve leven". Het Comité eist voorts dat de inhaalbeweging van de laagste en oudste pensioenen wordt voortgezet. Het Comité pleit voor een minimumpensioen dat gelijk is aan het minimumloon en voor de eenvormige verankering van de pensioenbonus vanaf de leeftijd van zestig jaar. Tenslotte dringt het Comité ook aan op een progressieve afbouw van de belastingverminderingen en -vrijstellingen voor de verschillende vormen van aanvullende pensioenen. Die zorgen immers voor minder inkomsten voor de begroting en de sociale zekerheid.
maandag 11 januari 2010
De 4 pijlers van ons pensioen
Het Belgische pensioenstelsel bestaat uit 4 pijlers: het wettelijk pensioen, het aanvullend pensioen, de individuele regeling (pensioensparen) en de niet-fiscale regeling (eigen vermogen). Laat ons even deze 4 pijlers belichten.
Eerste pijler: de wettelijke regeling
Ons rustpensioen of ons overlevingspensioen is het pensioen waar we recht op hebben op basis van ons inkomen, onze loopbaan en ons statuut van loontrekkende werknemer, zelfstandige of ambtenaar. Als gevolg van de vergrijzing van de bevolking blijft het bijzonder moeilijk die pensioenen te financieren. Ondanks het Zilverfonds en andere maatregelen blijft de overheid het moeilijk hebben om de pensioenen te financieren. Daarom moedigt de regering persoonlijke initiatieven aan.
Tweede pijler: het aanvullend pensioen
Extralegale pensioenen zijn de groepsverzekeringen, het vrij aanvullend pensioen (VAP) en het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen, en de individuele pensioentoezeggingen, met interne of externe financiering.
De werkgever sluit hier een arbeidsovereenkomst die voorziet in een jaarlijkse storting van een aanvullende pensioenbijdrage voor de werknemers. De door de werkgever gestorte premies kunnen worden aangevuld met een bijdrage van de werknemers, die op die manier een aanvullend vermogen kunnen aanleggen. Er is een langetermijnvisie nodig, want de pensioengerechtigde leeftijd (65 jaar) kan soms nog heel veraf lijken.
Derde pijler: de individuele regeling
Wanneer volledig gebruik gemaakt is van de tweede pijler of wanneer die alleen in bepaalde mate beschikbaar is, kan men zijn spaargeld voor de oude dag altijd fiscaal inzetten. De derde pijler is wat men gewoonlijk het pensioensparen noemt. Daarin bestaan de individuele levensverzekering, de pensioenspaarverzekering en het pensioenspaarfonds.
Vierde pijler: de niet-fiscale regeling – een zelf aangelegd vermogen
De pijler van de niet-fiscale regeling wordt gevormd door de inspanningen die mensen persoonlijk leveren om zelf een vermogen aan te leggen dat ze later zullen kunnen aanspreken. Het gaat dan bijvoorbeeld om de aankoop van een tweede verblijf, eigendommen om huurinkomsten uit te halen, de waarde van de eigen onderneming, een aandelenoptieplan (indien men in een multinational werkt, de spaarrekening, een effectenportefeuille met aandelen en obligaties, enz. Voor zelfstandigen is hun onderneming vaak de voornaamste bron van inkomsten nadat ze met pensioen zijn gegaan. Een tweede verblijf dat verkocht wordt op het ogenblik dat men met pensioen gaat, is nog zo’n grote bron van inkomsten.
Eerste pijler: de wettelijke regeling
Ons rustpensioen of ons overlevingspensioen is het pensioen waar we recht op hebben op basis van ons inkomen, onze loopbaan en ons statuut van loontrekkende werknemer, zelfstandige of ambtenaar. Als gevolg van de vergrijzing van de bevolking blijft het bijzonder moeilijk die pensioenen te financieren. Ondanks het Zilverfonds en andere maatregelen blijft de overheid het moeilijk hebben om de pensioenen te financieren. Daarom moedigt de regering persoonlijke initiatieven aan.
Tweede pijler: het aanvullend pensioen
Extralegale pensioenen zijn de groepsverzekeringen, het vrij aanvullend pensioen (VAP) en het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen, en de individuele pensioentoezeggingen, met interne of externe financiering.
De werkgever sluit hier een arbeidsovereenkomst die voorziet in een jaarlijkse storting van een aanvullende pensioenbijdrage voor de werknemers. De door de werkgever gestorte premies kunnen worden aangevuld met een bijdrage van de werknemers, die op die manier een aanvullend vermogen kunnen aanleggen. Er is een langetermijnvisie nodig, want de pensioengerechtigde leeftijd (65 jaar) kan soms nog heel veraf lijken.
Derde pijler: de individuele regeling
Wanneer volledig gebruik gemaakt is van de tweede pijler of wanneer die alleen in bepaalde mate beschikbaar is, kan men zijn spaargeld voor de oude dag altijd fiscaal inzetten. De derde pijler is wat men gewoonlijk het pensioensparen noemt. Daarin bestaan de individuele levensverzekering, de pensioenspaarverzekering en het pensioenspaarfonds.
Vierde pijler: de niet-fiscale regeling – een zelf aangelegd vermogen
De pijler van de niet-fiscale regeling wordt gevormd door de inspanningen die mensen persoonlijk leveren om zelf een vermogen aan te leggen dat ze later zullen kunnen aanspreken. Het gaat dan bijvoorbeeld om de aankoop van een tweede verblijf, eigendommen om huurinkomsten uit te halen, de waarde van de eigen onderneming, een aandelenoptieplan (indien men in een multinational werkt, de spaarrekening, een effectenportefeuille met aandelen en obligaties, enz. Voor zelfstandigen is hun onderneming vaak de voornaamste bron van inkomsten nadat ze met pensioen zijn gegaan. Een tweede verblijf dat verkocht wordt op het ogenblik dat men met pensioen gaat, is nog zo’n grote bron van inkomsten.
woensdag 26 november 2008
'Jongeren kiezen best voor pensioenspaarfondsen'
De Belgische pensioenspaarfondsen stripten in het derde kwartaal nog eens 5,4 procent van hun waarde. Dat blijkt uit cijfers van de Belgische Vereniging van Vermogensbeheerders Beama. Daartegenover presteren de pensioenspaarverzekeringen een stuk beter met een gegarandeerd jaarrendement van 2 à 3 procent. De vraag is of zij ook op lange termijn het beste rendement bieden.
In de zogenaamde derde pensioenpijler kan elke Belg individueel een aanvullend pensioen opbouwen. Hij kan kiezen voor pensioensparen via een fonds of via een verzekering. In beide gevallen levert dat een onmiddellijke belastingvermindering van 30 tot 40 procent op, afhankelijk van het inkomen. Dat fiscaal voordeel trekt heel wat spaarders over de streep.
DVV, de verzekeraar die sinds 2001 onderdeel is van Dexia, maakt tegenwoordig reclame voor zijn pensioenspaarverzekering met een bijzonder radiospotje. Een klein jongetje vraagt: 'Waarom heeft de ene opa veel centjes en de andere niet?' De vader antwoordt: 'Ah, de ene opa stak zijn centjes in een pensioenspaarfonds en dat bracht weinig op. De andere opa was veel slimmer. Hij begon met een pensioenspaarverzekering toen hij nog jong was. Dat bedrag werd veilig belegd en groeide elk jaar aan.'
domme opa
In de radiospot wordt niet vermeld wanneer de 'domme' opa met pensioensparen begon. Als de spaarder zich pas vorig jaar een pensioenspaarfonds aanschafte, dan houdt hij na alle beursellende in 2008 inderdaad weinig centjes over. Zelfs de 'defensieve' pensioenspaarfondsen, die meer beleggen in obligaties en minder in aandelen om de volatiliteit van de portefeuille te verminderen, verloren sinds Nieuwjaar tussen 14 en 26 procent van hun waarde. Als de opa in het verhaal echter aan het begin van zijn professionele carrière begon te sparen, houdt hij heel wat meer over aan zijn investeringen.
Het historisch jaarlijkse rendement van het dynamische pensioenspaarfonds van Dexia, opgericht in 1989, daalde door de recente beursmalaise van 7,97 procent tot 6,51 procent eind september. Bij het dynamische Pricos Pension Fund van KBC stond de teller eind oktober nog op 6,74 procent jaarlijks rendement, bij Fortis Pension Fund Balanced op 6,73 procent sinds de creatie in 1987. Het ING-Star Fund heeft volgens de technische fiche een gemiddeld gecumuleerd rendement van 7,1 procent sinds de oprichting in 1987.
'Het ogenblik waarop een klant beslist aan pensioensparen te doen is allesbepalend', verklaart Guy Vanroten, pensioenspecialist van Dexia. 'Aan een vijftiger raad ik eerder een pensioenspaarverzekering aan, voor jonge mensen is een fonds meestal de beste optie omdat het op lange termijn meer opbrengt.' Ook Fortis Bank geeft voor spaarders jonger dan 40 steeds de voorkeur aan pensioenspaarfondsen. 'De klant kan uiteraard ook al op jonge leeftijd opteren voor de veiligheid van een pensioenspaarverzekering, boven het hoger potentieel rendement van een pensioenspaarfonds.'
instapmoment
ING België trekt resoluut de kaart van de pensioenspaarfondsen. 'Wat de toekomst brengt dat weet niemand met zekerheid. Maar in het verleden bracht een pensioenspaarfonds, op een termijn van minstens 10 jaar, steeds meer op dan een pensioenspaarverzekering', zegt Ilse De Muyer, de woordvoerster van ING België.
Het gegarandeerde jaarlijkse rendement van de pensioenverzekering van ING bijvoorbeeld (ING Life Plan) schommelde de voorbije vijf jaar naar gelang het instapmoment tussen 2,5 en 3,75 procent. Inclusief de winstdeelname levert dat een globaal rendement op van 3,75 tot 4,25 procent. Over dezelfde periode bracht het Star Fund pensioenfonds 4,6 procent per jaar op.
ING, KBC, Fortis en Dexia beloven vandaag rendementen tussen 2,5 en 3 procent op stortingen in het kader van pensioenverzekeringen. De winstdeelname is niet gegarandeerd en afhankelijk van de resultaten van de bank-verzekeraars. De klanten konden in het verleden meestal op flinke winstdeelnames rekenen. Maar de bedrijfsresultaten waren wellicht nooit zo slecht als in 2008.
Op 60-jarige leeftijd betaalt de spaarder een eenmalige belasting op de stortingen, ongeacht de leeftijd waarop hij het bedrag opneemt. De belastingdienst maakt een onderscheid tussen pensioenspaarfondsen, waarvoor een fictief rendement van 4,75 procent wordt gerekend, en pensioenspaarverzekeringen, waar de belasting op het gegarandeerde rendement wordt berekend. De winstdeelname is bovendien vrijgesteld van belasting.
In de zogenaamde derde pensioenpijler kan elke Belg individueel een aanvullend pensioen opbouwen. Hij kan kiezen voor pensioensparen via een fonds of via een verzekering. In beide gevallen levert dat een onmiddellijke belastingvermindering van 30 tot 40 procent op, afhankelijk van het inkomen. Dat fiscaal voordeel trekt heel wat spaarders over de streep.
DVV, de verzekeraar die sinds 2001 onderdeel is van Dexia, maakt tegenwoordig reclame voor zijn pensioenspaarverzekering met een bijzonder radiospotje. Een klein jongetje vraagt: 'Waarom heeft de ene opa veel centjes en de andere niet?' De vader antwoordt: 'Ah, de ene opa stak zijn centjes in een pensioenspaarfonds en dat bracht weinig op. De andere opa was veel slimmer. Hij begon met een pensioenspaarverzekering toen hij nog jong was. Dat bedrag werd veilig belegd en groeide elk jaar aan.'
domme opa
In de radiospot wordt niet vermeld wanneer de 'domme' opa met pensioensparen begon. Als de spaarder zich pas vorig jaar een pensioenspaarfonds aanschafte, dan houdt hij na alle beursellende in 2008 inderdaad weinig centjes over. Zelfs de 'defensieve' pensioenspaarfondsen, die meer beleggen in obligaties en minder in aandelen om de volatiliteit van de portefeuille te verminderen, verloren sinds Nieuwjaar tussen 14 en 26 procent van hun waarde. Als de opa in het verhaal echter aan het begin van zijn professionele carrière begon te sparen, houdt hij heel wat meer over aan zijn investeringen.
Het historisch jaarlijkse rendement van het dynamische pensioenspaarfonds van Dexia, opgericht in 1989, daalde door de recente beursmalaise van 7,97 procent tot 6,51 procent eind september. Bij het dynamische Pricos Pension Fund van KBC stond de teller eind oktober nog op 6,74 procent jaarlijks rendement, bij Fortis Pension Fund Balanced op 6,73 procent sinds de creatie in 1987. Het ING-Star Fund heeft volgens de technische fiche een gemiddeld gecumuleerd rendement van 7,1 procent sinds de oprichting in 1987.
'Het ogenblik waarop een klant beslist aan pensioensparen te doen is allesbepalend', verklaart Guy Vanroten, pensioenspecialist van Dexia. 'Aan een vijftiger raad ik eerder een pensioenspaarverzekering aan, voor jonge mensen is een fonds meestal de beste optie omdat het op lange termijn meer opbrengt.' Ook Fortis Bank geeft voor spaarders jonger dan 40 steeds de voorkeur aan pensioenspaarfondsen. 'De klant kan uiteraard ook al op jonge leeftijd opteren voor de veiligheid van een pensioenspaarverzekering, boven het hoger potentieel rendement van een pensioenspaarfonds.'
instapmoment
ING België trekt resoluut de kaart van de pensioenspaarfondsen. 'Wat de toekomst brengt dat weet niemand met zekerheid. Maar in het verleden bracht een pensioenspaarfonds, op een termijn van minstens 10 jaar, steeds meer op dan een pensioenspaarverzekering', zegt Ilse De Muyer, de woordvoerster van ING België.
Het gegarandeerde jaarlijkse rendement van de pensioenverzekering van ING bijvoorbeeld (ING Life Plan) schommelde de voorbije vijf jaar naar gelang het instapmoment tussen 2,5 en 3,75 procent. Inclusief de winstdeelname levert dat een globaal rendement op van 3,75 tot 4,25 procent. Over dezelfde periode bracht het Star Fund pensioenfonds 4,6 procent per jaar op.
ING, KBC, Fortis en Dexia beloven vandaag rendementen tussen 2,5 en 3 procent op stortingen in het kader van pensioenverzekeringen. De winstdeelname is niet gegarandeerd en afhankelijk van de resultaten van de bank-verzekeraars. De klanten konden in het verleden meestal op flinke winstdeelnames rekenen. Maar de bedrijfsresultaten waren wellicht nooit zo slecht als in 2008.
Op 60-jarige leeftijd betaalt de spaarder een eenmalige belasting op de stortingen, ongeacht de leeftijd waarop hij het bedrag opneemt. De belastingdienst maakt een onderscheid tussen pensioenspaarfondsen, waarvoor een fictief rendement van 4,75 procent wordt gerekend, en pensioenspaarverzekeringen, waar de belasting op het gegarandeerde rendement wordt berekend. De winstdeelname is bovendien vrijgesteld van belasting.
dinsdag 2 oktober 2007
Een 60-plusgids: ouder worden heeft nog toekomst!
"Too old to rock 'n roll, too young to die". Geen gedachte waar Mick Jagger van de Rolling Stones tijdens zijn wilde jaren mee speelde. Maar de man is ondertussen ook 64 geworden en hij is bijna het levende bewijs dat er geen leeftijd op genieten staat. Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Steven Vanackere kon vorige week goed nieuws brengen over de levensverwachting van mannen en vrouwen die blijft stijgen. Nog beter nieuws was er in verband met de steeds verder opschuivende leeftijdsgrens van wat de mensen "het zich nog goed voelen" noemen (de beperkingvrije levensverwachting). Tussen 1997 en 2004 schoof deze leeftijd voor de mannen op van 63,1 jaar tot 67,2. Voor de vrouwen was er een verbetering van 67,4 naar 69,5 jaar.
Ouder worden gaat dus niet alleen gepaard met beperkingen, er komen in dit stadium van het leven heel wat nieuwe mogelijkheden en gelegenheden tot persoonlijke ontwikkeling en groei. Dankzij het brede aanbod aan sociale bescherming en een uitgebreid netwerk van welzijns- en gezondheidsvoorzieningen, hebben de 60-plussers ook meer zekerheid. Ze kunnen dus rustig op zoek gaan naar nieuwe uitdagingen en uitgestelde dromen. Hierbij moeten mensen voortdurend keuzes kunnen maken. De 60-plusser moet daarom goed geïnformeerd zijn vooraleer hij knopen doorhakt.
De 60-plusgids is een praktische handleiding voor personen die hun pensioenleeftijd naderen of bereikt hebben.
De publicatie is in de eerste plaats een doorverwijsgids, die u op weg helpt bij het zoeken naar inlichtingen over thema’s zoals inkomen, wonen, gezondheid, zorgverlening, mobiliteit enzovoort.
Deze handige wegwijzer biedt naast pasklare antwoorden talrijke tips, informatie en adressen die u op het juiste spoor zetten.
Een exemplaar van de gids (oplage, 10.000 ex.) wordt naar alle OCMW’s, gemeentebesturen, seniorenraden en seniorenverenigingen in Vlaanderen (OOK) verstuurd.
Geïnteresseerden kunnen de gids bestellen op het gratis nummer 1700 (de vroegere Vlaamse Infolijn) of via www.vlaanderen.be/publicaties. De publicatie online raadplegen kan op www.60plusgids.be.
Download de integrale versie van de 60-plusgids (pdf - 1,7 MB)
Selecteer een onderwerp uit de inhoudstafel
Zoek in de trefwoordenlijst
Deel Pensioenen.
maandag 27 augustus 2007
Pensioensparen: uitblinker
Dit is hét succesnummer van het jaar 2006: met 1,1 miljoen intekenaars slaagt het pensioensparen erin steeds meer Belgen te bekoren. Dit individuele pensioensparen, dat amper 20 jaar geleden ingevoerd werd en tot doel heeft onze oude dag aangenamer te maken, vindt nu algemene bijval. Het vermogen dat beheerd wordt door gespecialiseerde fondsen bedraagt ongeveer 11 miljard euro en de groei van het voorbije jaar schommelt – naargelang de instelling – tussen 14 en 24%.
Pensioensparen heeft zijn succes grotendeels te danken aan de gunstige fiscale behandeling. Of het nu gaat om een levensverzekering of een fonds aangeboden door een bank: pensioensparen houdt een mooi fiscaal voordeel op korte termijn in. Het is dan ook niet verwonderlijk dat pensioensparen volgens de nationale pensioenenquête van Delta Lloyd de populairste aanvullende spaarformule is. 64% van de respondenten zou trouwens willen dat het fiscale voordeel nog groter wordt!
Maar dat is niet het enige. Hierna volgt een concreet cijfervoorbeeld van het te verwachten rendement van een dergelijke belegging. Opgelet: het gaat enkel om een raming, aangezien we de evolutie van de beurzen en de rentevoeten (en de winstdeelnemingen ingeval van een pensioenverzekering) niet kennen.
Iemand van 40 jaar tekent vandaag in op een pensioenspaarplan van 800 euro per jaar. Op 65-jarige leeftijd heeft hij in totaal 20.000 euro aan premies betaald. Als we rekening houden met een gemiddeld fiscaal voordeel van 37,8% (35% + gemeentelijke opcentiemen van 8%), dan bedragen de reëel betaalde premies 12.460 euro.
Op het einde van zijn contract mag deze persoon redelijkerwijs hopen dat het belegde kapitaal aangegroeid is tot 32.000 euro (hetzij een gemiddelde kapitalisatie van 4%, wat niet overdreven is). De belasting (10% + opcentiemen) die wordt geheven op de opgebouwde reserves op 60 jaar, zonder rekening te houden met de winstdeelnemingen, zal de belastingplichtige 2.160 euro kosten.
Nettoresultaat op 65 jaar: 32.000 - 2.160 euro = 29.840 euro, terwijl het werkelijk belegde bedrag 12.460 euro bedroeg...
Dit is natuurlijk niet meer dan een simulatie. Maar één ding staat vast: het is verstandig om niet te laat te beginnen met pensioensparen.
Copyright © Tijd.be
Pensioensparen heeft zijn succes grotendeels te danken aan de gunstige fiscale behandeling. Of het nu gaat om een levensverzekering of een fonds aangeboden door een bank: pensioensparen houdt een mooi fiscaal voordeel op korte termijn in. Het is dan ook niet verwonderlijk dat pensioensparen volgens de nationale pensioenenquête van Delta Lloyd de populairste aanvullende spaarformule is. 64% van de respondenten zou trouwens willen dat het fiscale voordeel nog groter wordt!
Maar dat is niet het enige. Hierna volgt een concreet cijfervoorbeeld van het te verwachten rendement van een dergelijke belegging. Opgelet: het gaat enkel om een raming, aangezien we de evolutie van de beurzen en de rentevoeten (en de winstdeelnemingen ingeval van een pensioenverzekering) niet kennen.
Iemand van 40 jaar tekent vandaag in op een pensioenspaarplan van 800 euro per jaar. Op 65-jarige leeftijd heeft hij in totaal 20.000 euro aan premies betaald. Als we rekening houden met een gemiddeld fiscaal voordeel van 37,8% (35% + gemeentelijke opcentiemen van 8%), dan bedragen de reëel betaalde premies 12.460 euro.
Op het einde van zijn contract mag deze persoon redelijkerwijs hopen dat het belegde kapitaal aangegroeid is tot 32.000 euro (hetzij een gemiddelde kapitalisatie van 4%, wat niet overdreven is). De belasting (10% + opcentiemen) die wordt geheven op de opgebouwde reserves op 60 jaar, zonder rekening te houden met de winstdeelnemingen, zal de belastingplichtige 2.160 euro kosten.
Nettoresultaat op 65 jaar: 32.000 - 2.160 euro = 29.840 euro, terwijl het werkelijk belegde bedrag 12.460 euro bedroeg...
Dit is natuurlijk niet meer dan een simulatie. Maar één ding staat vast: het is verstandig om niet te laat te beginnen met pensioensparen.
Copyright © Tijd.be
Derde pijler: individueel pensioensparen
In tegenstelling tot de tweede pensioenpijler, die een arbeidsovereenkomst inhoudt voor een werknemer of verband houdt met het professionele kader voor de zelfstandige, is de derde pijler voor iedereen toegankelijk en afhankelijk van een individuele keuze. Het gaat voornamelijk om pensioensparen met fiscaal voordeel. Dit pensioensparen kan twee vormen aannemen.
1. Individuele levensverzekering.
Elke belastingplichtige met een beroepsinkomen kan dit soort verzekering afsluiten. Afhankelijk van uw inkomen mag u per persoon maximum 1.950 euro van uw inkomen in 2007 fiscaal in mindering brengen, om het jaar nadien 30 tot 40% van het gestorte bedrag te recupereren (een fiscaal voordeel dus van maximum 585 tot 780 euro).
In een gezin met één inkomen wordt het huwelijksquotiënt toegepast om een beroep te kunnen doen op belastingverlaging. Belangrijk: de premie voor de individuele levensverzekering kan leiden tot een belastingverlaging op het beroepsinkomen.
2. Pensioensparen.
Zelfs als u geen beroepsinkomen hebt, mag u maximaal 810 euro van uw inkomen in 2007 fiscaal in mindering brengen, met ook hier een fiscaal voordeel van 30 tot 40%. Hetzij een maximum van 243 tot 324 euro. In een gezin mogen beide partners 810 euro fiscaal in mindering brengen.
Ongeacht de keuze (bankier of verzekeraar) geniet u hetzelfde fiscale voordeel.
Er is echter een groot verschil:
1. Individuele levensverzekering.
Elke belastingplichtige met een beroepsinkomen kan dit soort verzekering afsluiten. Afhankelijk van uw inkomen mag u per persoon maximum 1.950 euro van uw inkomen in 2007 fiscaal in mindering brengen, om het jaar nadien 30 tot 40% van het gestorte bedrag te recupereren (een fiscaal voordeel dus van maximum 585 tot 780 euro).
In een gezin met één inkomen wordt het huwelijksquotiënt toegepast om een beroep te kunnen doen op belastingverlaging. Belangrijk: de premie voor de individuele levensverzekering kan leiden tot een belastingverlaging op het beroepsinkomen.
2. Pensioensparen.
Zelfs als u geen beroepsinkomen hebt, mag u maximaal 810 euro van uw inkomen in 2007 fiscaal in mindering brengen, met ook hier een fiscaal voordeel van 30 tot 40%. Hetzij een maximum van 243 tot 324 euro. In een gezin mogen beide partners 810 euro fiscaal in mindering brengen.
Het pensioensparen, dat exact 20 jaar bestaat, biedt twee mogelijkheden:
- pensioensparen, belegd in beleggingsfondsen die beheerd worden door de banken;
- spaarverzekering, voorgesteld door verzekeraars en belegd in fondsen met kapitaalsgarantie en gegarandeerde rendementen (tak 21).
Ongeacht de keuze (bankier of verzekeraar) geniet u hetzelfde fiscale voordeel.
Er is echter een groot verschil:
- fondsen aangeboden door banken bieden geen enkele garantie, maar kunnen zeer mooie resultaten opleveren tijdens goede beursjaren;
- fondsen van verzekeraars bieden een kapitaalsgarantie en een gegarandeerd rendement, maar ze kunnen een beetje mager lijken als de beurzen het goed toen. Maar als de beurzen instorten...
Kiezen voor zekerheid of ambitieus zijn? Iedereen zijn temperament!
Vergeet echter niet dat de fiscus bij de uitbetaling van het kapitaal op de pensioenleeftijd (of maximaal 5 jaar voordien) 10% inhoudt op de stortingen verricht sinds 1993 en 16,5% op de stortingen die voordien werden verricht. Daarbovenop komen de gemeenteopcentiemen. Vandaar het belang om vroeg te beginnen met pensioensparen, kwestie van de fiscale heffingen te spreiden.
Maar niets verplicht u om het fiscale voordeel op te eisen: u kunt dan niets in mindering brengen op uw jaarlijkse aangifte, maar u wordt niet belast aan de vooravond van uw pensioen!
Copyright © Tijd.be
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :