Het Raadgevend Comité voor de Pensioensector (binnenkort omgevormd tot de Federale Adviesraad voor Ouderen)wil dat de pensioenen in de toekomst automatisch gekoppeld worden aan de evolutie van de lonen. Dat maakte de organisatie bekend op een persconferentie. Het comité wil ook dat de overheid de verhoging van de oudste en laagste pensioenen voortzet.
Naast de koppeling van de pensioenen aan de loonevolutie en de verhoging van de oudste pensioenen, had het comité nog andere eisen. Zo wil het dat de gepensioneerden inspraak krijgen in de bij de verdeling van de enveloppe bestemd voor de verbetering van de pensioenen.
Vervolg
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
In onze webshop (rechternavigatie) kan je talrijke publicaties gratis downloaden of aan interessante prijzen aanschaffen.
Posts tonen met het label raadgevend comité voor de pensioensector. Alle posts tonen
Posts tonen met het label raadgevend comité voor de pensioensector. Alle posts tonen
woensdag 19 september 2012
vrijdag 6 juli 2012
Raadgevend comité pensioenen kritisch over aanvullende pensioenregelingen
Het Raadgevend comité voor de pensioenen dat afhangt van de FOD Sociale Zekerheid, brengt regelmatig adviezen uit over diverse pensioenkwesties.
In het jaarverslag 2011 dat het raadgevend comité uitbrengt is men erg kritisch over de aanvullende pensioenstelsels: Zo'n regelingen moeten worden veralgemeend, zo stelt het comité. En dit gebeurt best op basis van uitkeringen in rente, voegt het eraan toe. Maar het jaarverslag voegt er ook het volgende aan toe:
Het moet wel duidelijk zijn dat de tweede pijler enkel een aanvullend voordeel blijft en zeker niet mag gebruikt worden om het wettelijk pensioen te forfaitariseren zonder verder verband met de hoogte en de evolutie van beroepsinkomsten.
De ontwikkeling van een zogenaamde pijler voor aanvullende pensioenen garandeert niet dat het inkomen van de gepensioneerde op een bevredigend niveau gebracht zal worden. Het systeem dat sinds de hervorming van 2003 ingevoerd is, toont namelijk steeds meer aan dat het nagestreefde doel niet de verhoging van het pensioen, maar wel de vermindering van de loonlast voor de ondernemingen is.
Vervolg
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
In het jaarverslag 2011 dat het raadgevend comité uitbrengt is men erg kritisch over de aanvullende pensioenstelsels: Zo'n regelingen moeten worden veralgemeend, zo stelt het comité. En dit gebeurt best op basis van uitkeringen in rente, voegt het eraan toe. Maar het jaarverslag voegt er ook het volgende aan toe:
Het moet wel duidelijk zijn dat de tweede pijler enkel een aanvullend voordeel blijft en zeker niet mag gebruikt worden om het wettelijk pensioen te forfaitariseren zonder verder verband met de hoogte en de evolutie van beroepsinkomsten.
De ontwikkeling van een zogenaamde pijler voor aanvullende pensioenen garandeert niet dat het inkomen van de gepensioneerde op een bevredigend niveau gebracht zal worden. Het systeem dat sinds de hervorming van 2003 ingevoerd is, toont namelijk steeds meer aan dat het nagestreefde doel niet de verhoging van het pensioen, maar wel de vermindering van de loonlast voor de ondernemingen is.
Vervolg
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
woensdag 4 juli 2012
Advies Raadgevend Comité van de Pensioensector inzake bedrijfsvoorheffingsschalen
In de plenaire vergaderingen van het Raadgevend Comité van de Pensioensector werd herhaaldelijk de aandacht gevestigd op het feit dat vroeg of laat, de “gewaarborgde minima pensioenen van de alleenstaande werknemers” het voorwerp zouden uitmaken van een maandelijkse inhouding van de bedrijfsvoorheffing als gevolg van een indexering.
Op dit ogenblik worden de bedrijfsvoorheffingsschalen ieder jaar op 1 januari aangepast.
Om te voorkomen dat gepensioneerden met een minimumpensioen na een indexverhoging uiteindelijk netto minder zouden ontvangen als gevolg van de inhouding van de bedrijfsvoorheffing, zou het wenselijk zijn dat de basisgrens van de bedrijfsvoorheffingsschalen voor gepensioneerden zouden aangepast worden op hetzelfde ogenblik van de indexatie van de minimapensioenen.
Voorstel :
De basisgrensbedragen van de bedrijfsvoorheffingsschalen voor gepensioneerden aanpassen op hetzelfde ogenblik dat de minimapensioenen worden geïndexeerd.
Advies Bedrijfsvoorheffingsschalen Nl
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
Om te voorkomen dat gepensioneerden met een minimumpensioen na een indexverhoging uiteindelijk netto minder zouden ontvangen als gevolg van de inhouding van de bedrijfsvoorheffing, zou het wenselijk zijn dat de basisgrens van de bedrijfsvoorheffingsschalen voor gepensioneerden zouden aangepast worden op hetzelfde ogenblik van de indexatie van de minimapensioenen.
Voorstel :
De basisgrensbedragen van de bedrijfsvoorheffingsschalen voor gepensioneerden aanpassen op hetzelfde ogenblik dat de minimapensioenen worden geïndexeerd.
Advies Bedrijfsvoorheffingsschalen Nl
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
Jaarverslag 2011 Raadgevend Comité voor de pensioensector
Dit document is het zestiende jaarverslag van het Raadgevend Comité voor de pensioensector en het eerste gericht aan de heer Vincent VAN QUICKENBORNE, Vice-Eerste Minister en Minister van Pensioenen.
Jaarverslag 2011 Raadgevend Comité voor de pensioensector
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
Jaarverslag 2011 Raadgevend Comité voor de pensioensector
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
maandag 19 december 2011
Raadgevend Comité voor de Pensioensector is "compleet tegen" de geplande pensioenhervorming
Het Raadgevend Comité voor de Pensioensector zegt dat het "compleet tegen" het voorstel voor pensioenhervorming is van minister van Pensioenen Vincent Van Quickenborne (Open Vld). Het Comité vraagt nogmaals een gesprek met de minister.
Het Raadgevend Comité maakte een advies over aan de formateur en deed datzelfde een paar dagen geleden aan de nieuwe minister van Pensioenen. Het advies was compleet het tegenoverstelde van wat de minister nu voorstelt, zegt Luc Jansen, voorzitter van het Comité. Het Comité wil onder meer het verschil tussen het laatste inkomen en het pensioen, de zogenaamde vervangingsratio, optrekken van 60 tot 75 procent.
Het Raadgevend Comité maakte een advies over aan de formateur en deed datzelfde een paar dagen geleden aan de nieuwe minister van Pensioenen. Het advies was compleet het tegenoverstelde van wat de minister nu voorstelt, zegt Luc Jansen, voorzitter van het Comité. Het Comité wil onder meer het verschil tussen het laatste inkomen en het pensioen, de zogenaamde vervangingsratio, optrekken van 60 tot 75 procent.
maandag 3 oktober 2011
Wettelijk pensioen moet versterkt worden
Om de achterstand goed te maken die de pensioenen de voorbije vijftien jaar hebben opgelopen, moet een plan uitgedokterd worden om die achterstand op hooguit tien jaar dicht te rijden. Bovendien moet er een jaarlijkse, procentuele aanpassing van de pensioenen aan de loonevolutie ingevoerd worden. Dat staat te lezen in een advies van het Raadgevend Comité voor de Pensioensector aan de formateur en de toekomstige minister van Pensioenen.
Twee luiken
Het Comité deelt zijn advies op in twee luiken: de situatie van de gepensioneerden op de korte termijn enerzijds en een ingrijpende hervorming voor de toekomst anderzijds. Wat de korte termijn betreft, pleit het adviesorgaan ervoor dat absolute prioriteit zou gaan naar de versterking van de wettelijke pensioenen. Er moet ook sprake zijn van een structurele welvaartsvastheid en een verbetering van de Inkomensgarantie voor de Ouderen (IGO).
"Eén van de problemen vandaag is de psychologische ondermijning van het wettelijk pensioen", zegt vicevoorzitter Julien Geeroms. Er wordt te vaak geroepen dat de pensioenen niet meer betaalbaar zullen zijn en dat wordt een self fulfilling prophecy, stelt Geeroms. "De regering moet de boodschap geven dat ze achter het wettelijk pensioen staat".
Vervolg
Twee luiken
Het Comité deelt zijn advies op in twee luiken: de situatie van de gepensioneerden op de korte termijn enerzijds en een ingrijpende hervorming voor de toekomst anderzijds. Wat de korte termijn betreft, pleit het adviesorgaan ervoor dat absolute prioriteit zou gaan naar de versterking van de wettelijke pensioenen. Er moet ook sprake zijn van een structurele welvaartsvastheid en een verbetering van de Inkomensgarantie voor de Ouderen (IGO).
"Eén van de problemen vandaag is de psychologische ondermijning van het wettelijk pensioen", zegt vicevoorzitter Julien Geeroms. Er wordt te vaak geroepen dat de pensioenen niet meer betaalbaar zullen zijn en dat wordt een self fulfilling prophecy, stelt Geeroms. "De regering moet de boodschap geven dat ze achter het wettelijk pensioen staat".
Vervolg
zondag 15 augustus 2010
Waarom de Belgen driftig sparen
Paul Huybrechts over onze pensioenen en hoe ze betaalbaar te houden. De Belgen blijven als mieren sparen, zo bleek afgelopen week. Gemiddeld beschikken ze intussen over het grootste finan- ciële vermogen van de EU. Waar komt die spaardrift vandaan, vraagt Huybrechts zich af.
Straffe pensioenbeloften waren wel degelijk mee de oorzaak van de financiële crisis
Vroeger, vóór het kalf verdronken was, flakkerde in dit land nu en dan een interessant debat op. Zoals 'Hoe zorgen we ervoor dat we straks de pensioenen kunnen betalen?' In de jaren 90 kruisten voor- en tegenstanders van het kapitalisatiesysteem en het repartitiesysteem geregeld de degens. Soms heftig, hoewel het probleem wat te technisch is om felle emoties op te wekken. Soms waren de argumenten primair, want ontsproten aan doctrines waarin elk kapitaalinkomen een geurtje heeft.
Straffe pensioenbeloften waren wel degelijk mee de oorzaak van de financiële crisis
Vroeger, vóór het kalf verdronken was, flakkerde in dit land nu en dan een interessant debat op. Zoals 'Hoe zorgen we ervoor dat we straks de pensioenen kunnen betalen?' In de jaren 90 kruisten voor- en tegenstanders van het kapitalisatiesysteem en het repartitiesysteem geregeld de degens. Soms heftig, hoewel het probleem wat te technisch is om felle emoties op te wekken. Soms waren de argumenten primair, want ontsproten aan doctrines waarin elk kapitaalinkomen een geurtje heeft.
donderdag 12 augustus 2010
”Mix tussen wettelijk en aanvullend pensioen blijft nodig”
| Ivan Van de Cloot © Photonews |
Het Raadgevend Comité voor de Pensioensector wil dat de volgende regering het wettelijk pensioen uitbouwt ten nadele van de aanvullende pensioenen. Maar Itinera-hoofdeconoom Ivan Van de Cloot vindt dat zowel het wettelijk als het aanvullend pensioen nodig blijft.
Het comité wil dat percentage optrekken tot 75 procent van het gemiddelde beroepsinkomen van de 25 beste loopbaanjaren. Die hogere pensioenenuitkeringen zouden onder andere worden gefinancierd door de middelen die vrijkomen bij het schrappen van de fiscale voordelen voor pensioensparen via het bedrijf of de sector (de tweede pijler) of het individuele pensioensparen (derde pijler). Slechts 60 procent van de Belgen doen aan pensioensparen en het zijn vooral hogere inkomens en bedienden die in het stelsel stappen. Een systeem dat enkel tegemoet komt aan een kleine groep wordt beter afgeschaft, vindt het Comité.
zondag 8 augustus 2010
Paradox van Parys: Help de zestigplussers zijn hier!
Soms zijn een paar regendruppels voldoende om een lang voorspelde tsunami te herkennen. Met de vergrijzing is het net zoals met de Chinezen. Pas toen die IBM computers, Volvo en nu ook F.C. Liverpool opkochten, werd de nieuwe macht van het Verre Oosten tastbaar. En pas toen deze week het nieuws enkel ging over ING dat zijn oudere klanten betuttelde, het feit dat maar een derde van de 55-plussers in ons land werkt, Zorgnet dat zich zorgen maakte over commercie in de ouderenzorg en het Comité voor de Pensioenen dat ei zo na een pensioenoorlog met de jongere generatie ontketende, wist je dat de zomer van 2010 de oprukkende macht van 60-plussers concreet had gemaakt.
woensdag 4 augustus 2010
Raken aan pensioensparen kortzichtig en woordbreuk tegenover 2,5 miljoen mensen
Het Raadgevend Comité voor de Pensioenen, dat een veertigtal gepensioneerdenorganisaties verenigt, vraagt dat de volgende regering alle fiscale voordelen schrapt voor het individueel pensioensparen (de zgn. “derde pensienpijler’) en de aanvullende pensioenen die veel werknemers opbouwen (de zgn. “tweede pijler”). Het Comité wil dat al het geld dat de overheid spendeert aan pensioenen, uitsluitend gaat naar de wettelijke pensioenen (de “eerste pijler”).
Aanvullend pensioen verder aanmoedigen
Nele Lijnen onderschrijft de noodzaak van een versterking van onze pensioenen, maar beklemtoont dat de vraag van het Comité om te raken aan de tweede en derde pijler van een ongelofelijke kortzichtigheid getuigt. “Willen we dat de jongeren en actieven van vandaag later ook een degelijk pensioen hebben, is een grondige pensioenhervorming nodig. Daarbij zullen onder andere werkgevers en werknemers sterker aangemoedigd moeten worden om collectief of individueel te sparen voor hun later pensioen. Het wettelijk pensioen zal immers niet meer volstaan om de vertrouwde levensstandaard op peil te houden."
dinsdag 3 augustus 2010
Menswaardig pensioen
Het Raadgevend Comité voor de Pensioensector adviseert de nieuwe regering om absolute voorrang te geven aan de uitbouw van het wettelijk pensioenstelsel, de zogenaamde eerste pensioenpijler.
Het advies staat haaks op wat de meeste partijen denken. Die zoeken de oplossing voor onze te lage pensioenen veelal in een uitbreiding van de tweede pensioenpijler: het aanvullend pensioen via de werkgever. Dit wordt fiscaal aangemoedigd, net zoals het individueel pensioensparen (derde pensioenpijler). Maar volgens het Raadgevend Comité zouden de fiscale aftrekken voor de tweede en de derde pensioenpijler best geleidelijk afgebouwd worden. De regering kan de extra inkomsten vervolgens gebruiken om het wettelijk pensioen te verhogen zodat de gepensioneerden hun levensstandaard kunnen aanhouden. Klinkt logisch. Maar is het ook realistisch? We vrezen. Dit is enkel mogelijk indien de komende en alle daaropvolgende regeringen een uiterst doorgedreven begrotingsdiscipline aan de dag leggen. Politici moeten verkozen worden. Veelal proberen ze dat door de mensen van alles te beloven. Na de sanering van de overheidsfinanciën door de regering Dehaene, lieten de regeringen Verhofstadt en Leterme de begrotingsteugels opnieuw vieren. Met als gevolg een begrotingstekort dat vorig jaar alweer opliep tot 20 miljard euro.
Een tweede reden waarom we vrezen is de vergrijzing van onze bevolking. De eerste pijler is gebaseerd op repartitie. De actieven betalen de pensioenen. In 1970 waren er 4 actieven voor 1 gepensioneerde, tegen 2050 zijn er nog maar 2 actieven voor 1 gepensioneerde. Dat lijkt ons een onhoudbare situatie. Tenzij men de belastingen nog meer verhoogt, maar we hebben nu al de hoogste belastingdruk van de wereld. Tenzij we verplicht worden langer te werken, maar de partijen durven dat niet beslissen. Tenzij alle andere overheidsuitgaven tot het absoluut noodzakelijke worden beperkt, maar de noden zijn groot en onze politici geven graag geld uit.
Kortom, het advies van het Raadgevend Comité klinkt logisch. Maar geleerd door het verleden geloven we nooit dat onze politici in staat zullen zijn om definitief orde op zaken te stellen. Laat iedereen daarom vooral voor zichzelf zorgen door te sparen. Laat werkgevers en vakbonden toe cao’s te sluiten waarin groepsverzekeringen interessanter zijn dan onmiddellijke (zwaar belaste) loonsverhogingen. En laat de regering haar handen afhouden van de fiscale aanmoedigingen voor groepsverzekeringen en pensioensparen.
Dit artikel is verschenen op de blog de kern van het belang van limburg en is geschreven door Eric Donckier.
Het advies staat haaks op wat de meeste partijen denken. Die zoeken de oplossing voor onze te lage pensioenen veelal in een uitbreiding van de tweede pensioenpijler: het aanvullend pensioen via de werkgever. Dit wordt fiscaal aangemoedigd, net zoals het individueel pensioensparen (derde pensioenpijler). Maar volgens het Raadgevend Comité zouden de fiscale aftrekken voor de tweede en de derde pensioenpijler best geleidelijk afgebouwd worden. De regering kan de extra inkomsten vervolgens gebruiken om het wettelijk pensioen te verhogen zodat de gepensioneerden hun levensstandaard kunnen aanhouden. Klinkt logisch. Maar is het ook realistisch? We vrezen. Dit is enkel mogelijk indien de komende en alle daaropvolgende regeringen een uiterst doorgedreven begrotingsdiscipline aan de dag leggen. Politici moeten verkozen worden. Veelal proberen ze dat door de mensen van alles te beloven. Na de sanering van de overheidsfinanciën door de regering Dehaene, lieten de regeringen Verhofstadt en Leterme de begrotingsteugels opnieuw vieren. Met als gevolg een begrotingstekort dat vorig jaar alweer opliep tot 20 miljard euro.
Een tweede reden waarom we vrezen is de vergrijzing van onze bevolking. De eerste pijler is gebaseerd op repartitie. De actieven betalen de pensioenen. In 1970 waren er 4 actieven voor 1 gepensioneerde, tegen 2050 zijn er nog maar 2 actieven voor 1 gepensioneerde. Dat lijkt ons een onhoudbare situatie. Tenzij men de belastingen nog meer verhoogt, maar we hebben nu al de hoogste belastingdruk van de wereld. Tenzij we verplicht worden langer te werken, maar de partijen durven dat niet beslissen. Tenzij alle andere overheidsuitgaven tot het absoluut noodzakelijke worden beperkt, maar de noden zijn groot en onze politici geven graag geld uit.
Kortom, het advies van het Raadgevend Comité klinkt logisch. Maar geleerd door het verleden geloven we nooit dat onze politici in staat zullen zijn om definitief orde op zaken te stellen. Laat iedereen daarom vooral voor zichzelf zorgen door te sparen. Laat werkgevers en vakbonden toe cao’s te sluiten waarin groepsverzekeringen interessanter zijn dan onmiddellijke (zwaar belaste) loonsverhogingen. En laat de regering haar handen afhouden van de fiscale aanmoedigingen voor groepsverzekeringen en pensioensparen.
Dit artikel is verschenen op de blog de kern van het belang van limburg en is geschreven door Eric Donckier.
Gepensioneerden tegen pensioenspaarders
De oorlog tussen de generaties kan van start gaan.
De organisaties van de gepensioneerden – verenigd in het Raadgevend Comité voor de Pensioenen – willen dat de overheid een einde maakt aan de fiscale aftrekken voor wie individueel of via zijn bedrijf of bedrijfstak, zelf spaart voor een aanvullend pensioen voor morgen. De overheid mag dit niet langer belonen. Al het geld dat de overheid heeft voor pensioenen, moet naar de wettelijke pensioenen gaan, vinden de gepensioneerden.
De sparenden zullen het daar niet mee eens zijn.
Vervolg
De organisaties van de gepensioneerden – verenigd in het Raadgevend Comité voor de Pensioenen – willen dat de overheid een einde maakt aan de fiscale aftrekken voor wie individueel of via zijn bedrijf of bedrijfstak, zelf spaart voor een aanvullend pensioen voor morgen. De overheid mag dit niet langer belonen. Al het geld dat de overheid heeft voor pensioenen, moet naar de wettelijke pensioenen gaan, vinden de gepensioneerden.
De sparenden zullen het daar niet mee eens zijn.
Vervolg
Oorlog tussen generaties van start
De organisaties van de huidige gepensioneerden zijn tegen de fiscale voordelen voor wie nu spaart voor zijn pensioen later.
De oorlog tussen de generaties kan van start gaan. Het Raadgevend Comité voor de Pensioenen loste gisteren het eerste schot. Dat comité bestaat uit 40 gepensioneerdenorganisaties (20 Franstalige en 20 Nederlandstalige). Het vraagt dat de volgende regering alle fiscale voordelen schrapt voor het individueel pensioensparen (‘derde pijler') en voor de aanvullende pensioenen die werkgevers en werknemers opbouwen per bedrijf of bedrijfstak (‘tweede pijler').
Er gaat veel geld naar wie zelf spaart voor zijn pensioen van morgen, terwijl het (weinige) geld dat de overheid heeft voor pensioenen, naar de wettelijke pensioenen (eerste pijler) van vandaag zou moeten gaan, luidt het.
In de eerste plaats moet dat geld gaan naar de laagste wettelijke pensioenen die zelfs onder de Europese armoedegrens liggen. Daarna moet het gaan naar álle wettelijke pensioenen. Die moeten immers regelmatig worden aangepast aan de welvaartsevolutie, wil men niet dat ze straks ook onder de armoedegrens vallen, luidt de redenering. Temeer daar vooral degenen die al een goed wettelijk pensioen hebben, profiteren van die tweede- en derdepijlerpensioenen, klinkt het nog.
Het zijn eisen die al enige tijd circuleren in een aantal ‘sociale' organisaties, maar die nu formeel op de tafel gelegd worden door alle organisaties die de huidige gepensioneerden vertegenwoordigen.
De eisenbundel plaatst degenen die al op pensioen zijn, tegenover de jongeren die ‘zelf sparen voor hun pensioen van morgen'.
Of die mening gedeeld wordt door de ‘bevriende organisaties' van de gepensioneerdenbonden, de vakbonden dus, is niet zeker. Die vertegenwoordigen degenen die verliezen bij die eis: de actieven, de nog-niet-gepensioneerden.
De bonden hebben zich al wel negatief uitgelaten over de fiscale aftrekken voor de het individueel pensioensparen (derde pijler), maar nog niet unisono over de aanvullende bedrijfspensioenen (tweede pijler) die zij mee beheren.
Michel Jadot, de expert van de PS die de pensioenconferentie van de vorige regering moest voorbereiden – en die uiteindelijk in de plaats daarvan het Groenboek Pensioenen schreef voor aftredend pensioenminister Michel Daerden (PS) – stelde ook ooit de schrapping van deze fiscale aftrekken voor, maar schroefde dit snel terug. Hij stelde uiteindelijk alleen voor de fiscale aftrek voor de derde pijler, het individuele pensioensparen, niet meer te indexeren.
De oorlog tussen de generaties kan van start gaan. Het Raadgevend Comité voor de Pensioenen loste gisteren het eerste schot. Dat comité bestaat uit 40 gepensioneerdenorganisaties (20 Franstalige en 20 Nederlandstalige). Het vraagt dat de volgende regering alle fiscale voordelen schrapt voor het individueel pensioensparen (‘derde pijler') en voor de aanvullende pensioenen die werkgevers en werknemers opbouwen per bedrijf of bedrijfstak (‘tweede pijler').
Er gaat veel geld naar wie zelf spaart voor zijn pensioen van morgen, terwijl het (weinige) geld dat de overheid heeft voor pensioenen, naar de wettelijke pensioenen (eerste pijler) van vandaag zou moeten gaan, luidt het.
In de eerste plaats moet dat geld gaan naar de laagste wettelijke pensioenen die zelfs onder de Europese armoedegrens liggen. Daarna moet het gaan naar álle wettelijke pensioenen. Die moeten immers regelmatig worden aangepast aan de welvaartsevolutie, wil men niet dat ze straks ook onder de armoedegrens vallen, luidt de redenering. Temeer daar vooral degenen die al een goed wettelijk pensioen hebben, profiteren van die tweede- en derdepijlerpensioenen, klinkt het nog.
Het zijn eisen die al enige tijd circuleren in een aantal ‘sociale' organisaties, maar die nu formeel op de tafel gelegd worden door alle organisaties die de huidige gepensioneerden vertegenwoordigen.
De eisenbundel plaatst degenen die al op pensioen zijn, tegenover de jongeren die ‘zelf sparen voor hun pensioen van morgen'.
Of die mening gedeeld wordt door de ‘bevriende organisaties' van de gepensioneerdenbonden, de vakbonden dus, is niet zeker. Die vertegenwoordigen degenen die verliezen bij die eis: de actieven, de nog-niet-gepensioneerden.
De bonden hebben zich al wel negatief uitgelaten over de fiscale aftrekken voor de het individueel pensioensparen (derde pijler), maar nog niet unisono over de aanvullende bedrijfspensioenen (tweede pijler) die zij mee beheren.
Michel Jadot, de expert van de PS die de pensioenconferentie van de vorige regering moest voorbereiden – en die uiteindelijk in de plaats daarvan het Groenboek Pensioenen schreef voor aftredend pensioenminister Michel Daerden (PS) – stelde ook ooit de schrapping van deze fiscale aftrekken voor, maar schroefde dit snel terug. Hij stelde uiteindelijk alleen voor de fiscale aftrek voor de derde pijler, het individuele pensioensparen, niet meer te indexeren.
Raadgevend Comité voor pensioensector hamert op eerste pijler
Het behoud en de uitbouw van het wettelijke pensioenstelsel (zogenaamde eerste pijler) moet absolute voorrang krijgen in het pensioenbeleid van de nieuwe regering. Dat heeft het Raadgevend Comité voor de pensioensector maandag geadviseerd aan de volgende regering.
Voor het Comité kan de uitbreiding van de tweede pijler geen oplossing bieden voor een ontoereikende eerste pijler. Het Comité verwijst naar de verschillende ongelijkheden binnen de tweede pijler en de onzekerheden. De recente beurscrisissen bijvoorbeeld hebben tot verliezen geleid. Het Comité beklemtoont dat gepensioneerden recht hebben op "een pensioen dat hen toelaat te leven zonder voelbaar verschil ten opzichte van de levensstandaard tijdens hun actieve leven". Het Comité eist voorts dat de inhaalbeweging van de laagste en oudste pensioenen wordt voortgezet. Het Comité pleit voor een minimumpensioen dat gelijk is aan het minimumloon en voor de eenvormige verankering van de pensioenbonus vanaf de leeftijd van zestig jaar. Tenslotte dringt het Comité ook aan op een progressieve afbouw van de belastingverminderingen en -vrijstellingen voor de verschillende vormen van aanvullende pensioenen. Die zorgen immers voor minder inkomsten voor de begroting en de sociale zekerheid.
Voor het Comité kan de uitbreiding van de tweede pijler geen oplossing bieden voor een ontoereikende eerste pijler. Het Comité verwijst naar de verschillende ongelijkheden binnen de tweede pijler en de onzekerheden. De recente beurscrisissen bijvoorbeeld hebben tot verliezen geleid. Het Comité beklemtoont dat gepensioneerden recht hebben op "een pensioen dat hen toelaat te leven zonder voelbaar verschil ten opzichte van de levensstandaard tijdens hun actieve leven". Het Comité eist voorts dat de inhaalbeweging van de laagste en oudste pensioenen wordt voortgezet. Het Comité pleit voor een minimumpensioen dat gelijk is aan het minimumloon en voor de eenvormige verankering van de pensioenbonus vanaf de leeftijd van zestig jaar. Tenslotte dringt het Comité ook aan op een progressieve afbouw van de belastingverminderingen en -vrijstellingen voor de verschillende vormen van aanvullende pensioenen. Die zorgen immers voor minder inkomsten voor de begroting en de sociale zekerheid.
maandag 2 augustus 2010
Raadgevend Comité voor de Pensioensector : "Nieuwe regering moet werk maken van pensioen"
De toekomstige regering moet vooral werk maken van een degelijk pensioen. Dat adviseert het Raadgevend Comité voor de Pensioensector. Het comité wil ook hogere minimumpensioenen en een koppeling aan de lonen.
Volgens het comité is er de laatste jaren te veel nadruk gelegd op het aanvullend pensioen, de zogenoemde tweede pensioenpijler. "Wie een hoog inkomen heeft, heeft ook vaak een hoog wettelijk pensioen en die mensen kunnen dus ook gerust een extra pensioen opbouwen", zegt Theo Bousmans van het comité.
"Mensen met een laag loon hebben niet alleen een laag pensioen, maar ze kunnen meestal ook weinig opzijzetten voor hun aanvullend pensioen. Daardoor wordt de kloof tussen de verschillende pensioenen alleen maar groter", besluit Bousmans.
Het Raadgevend Comité voor de Pensioensector werd in 1994 opgericht. Het orgaan moet een permanente dialoog mogelijk maken over pensioen tussen de overheid en de gepensioneerden.
Reportage VRT Nieuwsnet
Volgens het comité is er de laatste jaren te veel nadruk gelegd op het aanvullend pensioen, de zogenoemde tweede pensioenpijler. "Wie een hoog inkomen heeft, heeft ook vaak een hoog wettelijk pensioen en die mensen kunnen dus ook gerust een extra pensioen opbouwen", zegt Theo Bousmans van het comité.
"Mensen met een laag loon hebben niet alleen een laag pensioen, maar ze kunnen meestal ook weinig opzijzetten voor hun aanvullend pensioen. Daardoor wordt de kloof tussen de verschillende pensioenen alleen maar groter", besluit Bousmans.
Het Raadgevend Comité voor de Pensioensector werd in 1994 opgericht. Het orgaan moet een permanente dialoog mogelijk maken over pensioen tussen de overheid en de gepensioneerden.
Reportage VRT Nieuwsnet
vrijdag 16 juli 2010
Advies aan de formateur en aan de toekomstige minister van Pensioenen
Met het oog op de vorming van een nieuwe federale regering heeft het Raadgevend Comité voor de Pensioensector (RCP) tijdens de plenaire vergaderingen van 29 juni en 8 juli 2010 zijn PRIORITEITEN vastgelegd in het volgende advies.
- Het pensioenbeleid moet VOORRANG geven aan het behoud en de uitbouw van het wettelijke pensioenstelsel (= repartitiestelsel).
- De uitbreiding van de 2de pijler biedt geen oplossing voor een ontoereikende 1ste pijler omdat:
o de ongelijkheid te groot is tussen de activiteitssectoren en, in de ondernemingen, tussen de hiërarchische niveaus en naargelang de werknemer een man of een vrouw is;
o de voordelen die voortvloeien uit een groot aantal sectorale pensioenfondsen onvoldoende zijn wegens de hoge administratiekosten en winsten ingehouden door de commerciële verzekeringsmaatschappijen;
o de veralgemeende vervanging van een systeem van vaststaande bijdrage door een systeem van gewaarborgd voordeel een ernstige onzekerheid heeft doen ontstaan;
o uit de ervaring met de recente beurscrisissen is gebleken dat de reserves, waarvan kapitalen recent werden afgenomen, broos zijn.
- De automatische en PROCENTUELE aanpassing van het MAANDELIJKS pensioenbedrag aan de evolutie van de lonen moet in de pensioenwetgeving opgenomen worden
(= welvaartaanpassing).
- Iedereen die met pensioen gaat, moet op een toereikend pensioen kunnen rekenen, d.w.z. een pensioen dat hem toelaat te leven zonder voelbaar verschil ten opzichte van zijn levensstandaard tijdens zijn actieve leven en zonder een beroep te moeten doen op de financiële steun van derden.
- Aan alle gepensioneerden moet een minimumpensioen worden gewaarborgd dat gelijk is aan het gewaarborgd minimumloon bij een volledige loopbaan in de werknemersregeling.
- De aan de gang zijnde inhaalbeweging van de laagste en oudste pensioenen blijft een prioriteit en moet voortgezet worden, om de sinds 1973 opgelopen achterstand weg te werken.
- De huidige vervangingsratio van 60% voor alleenstaanden optrekken tot 75% van het gemiddelde beroepsinkomen van de 25 beste loopbaanjaren.
- De loongrens voor de berekening van het pensioen optrekken met 25%.
- De gelijkgestelde periodes behouden.
- Heractivering van de welvaartsevolutie begrepen in de herwaarderingscoëfficiënt, dat toegepast wordt op de lonen die voor de pensioenberekening in aanmerking worden genomen.
- Het drempeleffect opheffen.
Bij pensioenverhogingen, de referentiebedragen voor de toekenning van de voordelen aan ouderen automatisch aanpassen.
- Invoering van een belastingskrediet, opdat gepensioneerden met een laag inkomen eveneens van fiscale voordelen kunnen genieten.
- De “pensioenbonus” moet permanent worden vanaf de leeftijd van 60 jaar ingaan.
- De belastingsverminderingen en –vrijstellingen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de verschillende vormen van aanvullende pensioenen (2de, 3de en 4de pijler) en de extralegale voordelen zorgen voor een gebrek aan inkomsten voor de begroting van de Staat en voor de sociale zekerheid. De kosten van deze belastingsverminderingen en –vrijstellingen en andere extralegale voordelen moeten vastgesteld worden en in correlatie gebracht worden met de middelen die besteed worden aan de verbetering van de wettelijke pensioenen.
- Afbouw van de fiscale voordelen toegekend aan de derde pijler.
- 65-plussers dienen, in geval van een handicap, dezelfde belastingvermindering
te krijgen als personen jonger dan 65 jaar.
- Tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB):
o aanpassing van de toekenningsvoorwaarden aan deze van de andere tegemoetkomingen voor personen met een handicap
o verhogen van de grensbedragen van de verschillende categorieën, met voorrang wat de oudste categorieën betreft.
- Een terugkerende financiering van het Zilverfonds waarborgen volgens een formule zoals die bestaat voor geneeskundige verzorging.
- Op EUROPEES niveau een norm VASTLEGGEN voor de bepaling van het minimumpensioen.
De volgende zaken willen we ABSOLUUT NIET in het toekomstige regeerakkoord:
1-het invoeren van het tijdsparen, onder gelijk welke vorm of benaming (cf. Assuralia-model)
2-het invoeren van de omgekeerde hypotheek, onder gelijk welke vorm (cf. Febelfin-model, pensioenkrediet)
Het Raadgevend Comité is opgericht krachtens het koninklijk besluit van 5 oktober 1994 houdende oprichting van een Raadgevend Comité voor de pensioensector. De leden werden benoemd bij het ministerieel besluit van 27 januari 2003 houdende benoeming van de leden van de plenaire vergadering van het Raadgevend Comité voor de pensioensector
Het Raadgevend Comité voor de pensioensector heeft als taak op eigen initiatief of op aanvraag van de Minister bevoegd voor Pensioenen advies uit te brengen.
- Het pensioenbeleid moet VOORRANG geven aan het behoud en de uitbouw van het wettelijke pensioenstelsel (= repartitiestelsel).
- De uitbreiding van de 2de pijler biedt geen oplossing voor een ontoereikende 1ste pijler omdat:
o de ongelijkheid te groot is tussen de activiteitssectoren en, in de ondernemingen, tussen de hiërarchische niveaus en naargelang de werknemer een man of een vrouw is;
o de voordelen die voortvloeien uit een groot aantal sectorale pensioenfondsen onvoldoende zijn wegens de hoge administratiekosten en winsten ingehouden door de commerciële verzekeringsmaatschappijen;
o de veralgemeende vervanging van een systeem van vaststaande bijdrage door een systeem van gewaarborgd voordeel een ernstige onzekerheid heeft doen ontstaan;
o uit de ervaring met de recente beurscrisissen is gebleken dat de reserves, waarvan kapitalen recent werden afgenomen, broos zijn.
- De automatische en PROCENTUELE aanpassing van het MAANDELIJKS pensioenbedrag aan de evolutie van de lonen moet in de pensioenwetgeving opgenomen worden
(= welvaartaanpassing).
- Iedereen die met pensioen gaat, moet op een toereikend pensioen kunnen rekenen, d.w.z. een pensioen dat hem toelaat te leven zonder voelbaar verschil ten opzichte van zijn levensstandaard tijdens zijn actieve leven en zonder een beroep te moeten doen op de financiële steun van derden.
- Aan alle gepensioneerden moet een minimumpensioen worden gewaarborgd dat gelijk is aan het gewaarborgd minimumloon bij een volledige loopbaan in de werknemersregeling.
- De aan de gang zijnde inhaalbeweging van de laagste en oudste pensioenen blijft een prioriteit en moet voortgezet worden, om de sinds 1973 opgelopen achterstand weg te werken.
- De huidige vervangingsratio van 60% voor alleenstaanden optrekken tot 75% van het gemiddelde beroepsinkomen van de 25 beste loopbaanjaren.
- De loongrens voor de berekening van het pensioen optrekken met 25%.
- De gelijkgestelde periodes behouden.
- Heractivering van de welvaartsevolutie begrepen in de herwaarderingscoëfficiënt, dat toegepast wordt op de lonen die voor de pensioenberekening in aanmerking worden genomen.
- Het drempeleffect opheffen.
Bij pensioenverhogingen, de referentiebedragen voor de toekenning van de voordelen aan ouderen automatisch aanpassen.
- Invoering van een belastingskrediet, opdat gepensioneerden met een laag inkomen eveneens van fiscale voordelen kunnen genieten.
- De “pensioenbonus” moet permanent worden vanaf de leeftijd van 60 jaar ingaan.
- De belastingsverminderingen en –vrijstellingen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de verschillende vormen van aanvullende pensioenen (2de, 3de en 4de pijler) en de extralegale voordelen zorgen voor een gebrek aan inkomsten voor de begroting van de Staat en voor de sociale zekerheid. De kosten van deze belastingsverminderingen en –vrijstellingen en andere extralegale voordelen moeten vastgesteld worden en in correlatie gebracht worden met de middelen die besteed worden aan de verbetering van de wettelijke pensioenen.
- Afbouw van de fiscale voordelen toegekend aan de derde pijler.
- 65-plussers dienen, in geval van een handicap, dezelfde belastingvermindering
te krijgen als personen jonger dan 65 jaar.
- Tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB):
o aanpassing van de toekenningsvoorwaarden aan deze van de andere tegemoetkomingen voor personen met een handicap
o verhogen van de grensbedragen van de verschillende categorieën, met voorrang wat de oudste categorieën betreft.
- Een terugkerende financiering van het Zilverfonds waarborgen volgens een formule zoals die bestaat voor geneeskundige verzorging.
- Op EUROPEES niveau een norm VASTLEGGEN voor de bepaling van het minimumpensioen.
De volgende zaken willen we ABSOLUUT NIET in het toekomstige regeerakkoord:
1-het invoeren van het tijdsparen, onder gelijk welke vorm of benaming (cf. Assuralia-model)
2-het invoeren van de omgekeerde hypotheek, onder gelijk welke vorm (cf. Febelfin-model, pensioenkrediet)
Het Raadgevend Comité is opgericht krachtens het koninklijk besluit van 5 oktober 1994 houdende oprichting van een Raadgevend Comité voor de pensioensector. De leden werden benoemd bij het ministerieel besluit van 27 januari 2003 houdende benoeming van de leden van de plenaire vergadering van het Raadgevend Comité voor de pensioensector
Het Raadgevend Comité voor de pensioensector heeft als taak op eigen initiatief of op aanvraag van de Minister bevoegd voor Pensioenen advies uit te brengen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :