De drie nationale vakbonden, ABVV, ACV en ACLVB, gaan op 15 september in Brussel manifesteren voor het recht op waardigheid voor de gepensioneerden in ons land. De belangrijkste vakbondstenoren zullen aan het Schumanplein toespraken houden, in aanwezigheid van (brug)gepensioneerden en werknemers dicht bij de pensioenleeftijd, zo blijkt vandaag uit een gezamenlijk persbericht.
De vakbonden vragen onder meer een minimumpensioen van minstens 1.150 euro netto per maand en een minimale vervangingsratio van 75 procent van het gemiddeld loon. De oudste pensioenen zouden ook een inhaalbeweging moeten maken. Daarnaast pleiten ze voor de correcte toepassing van de wet op de welvaartsvastheid met betrekking tot uitkeringen, en een berekeningsplafond dat gelijk is voor loontrekkenden en zelfstandigen.
De vakbondsbijeenkomst is ook bedoeld als protest tegen de privatisering van pensioenstelsels, de mogelijke verhoging van de pensioen- en brugpensioenleeftijd en tegen de verlenging van de loopbaan. De pensioenkwestie is tijdens de preformatie nog niet echt aan bod gekomen, maar gezien de gigantische besparingsoperatie waar de politici voor staan kunnen ingrepen worden verwacht.
Posts tonen met het label verkiezingen 2010. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verkiezingen 2010. Alle posts tonen
maandag 6 september 2010
zondag 29 augustus 2010
Nationale manifestatie voor pensioenen op woensdag 15 september
De vakbonden gaan op woensdag 15 september in Brussel betogen om de werkgevers onder druk te zetten om in te stemmen met hogere pensioenen en werkloosheidsuitkeringen. De werkgevers willen dat thema pas later op het jaar aansnijden.
De vakbonden eisen een minimumpensioen van minstens 1.150 euro per maand. Momenteel bedraagt het minimumpensioen in het meest ongunstige geval (pensioen als alleenstaande) 1.004 euro per maand. De bonden willen ook een inhaaloperatie voor de oudste pensioenen.
woensdag 25 augustus 2010
Pensioenzorgen in België
Een nieuwe regering, in welke samenstelling ook, krijgt onvermijdelijk weer het pensioendossier op haar bord.
Door de voortijdige val van de regering-Leterme II kwam er van dat tweede boek niets meer in huis. Het eerste bevatte een lange opsomming van bekende gegevens en cijfers over de gepensioneerden en hun inkomen, zonder ook maar één woord over de ingrepen om de toekomst van de pensioenen te vrijwaren.
donderdag 22 juli 2010
UNIZO wil garanties in regeerakkoord over stappenplan gelijkwaardig pensioen zelfstandigen met werknemers
Op 1 augustus aanstaande verhoogt het pensioen van zelfstandigen. Het gaat om de laatste verhoging in het kader van het stappenplan afgesproken bij het aantreden van de regering Leterme en uitgevoerd door de minister van Middenstand Laruelle. Dat stappenplan kaderde in het uitbouwen van een sociale zekerheid voor zelfstandigen gelijkwaardig aan dat van de werknemers. UNIZO is tevreden over de uitvoering van het stappenplan zoals beloofd door de inmiddels ontslagnemende regering. Toch is de doelstelling nog niet bereikt, waarschuwt de ondernemersorganisatie. Voor het gezinspensioen is er nog een beperkte kloof van 1,77 % met het werknemerspensioen. Voor het pensioen van een alleenstaande en voor het overlevingspensioen bedraagt het verschil met de werknemers nog respectievelijk 5,90 % en 4,39 %. Voor UNIZO moet de nieuwe federale regering in het regeerakkoord die kloof in elk geval dichten. Volgens de organisatie kan dat op een budgettair verantwoorde manier. Tegelijk is UNIZO voorstander gepensioneerden onbeperkt te laten bijverdienen zonder hun pensioenuitkering aan te tasten.
vrijdag 16 juli 2010
Advies aan de formateur en aan de toekomstige minister van Pensioenen
Met het oog op de vorming van een nieuwe federale regering heeft het Raadgevend Comité voor de Pensioensector (RCP) tijdens de plenaire vergaderingen van 29 juni en 8 juli 2010 zijn PRIORITEITEN vastgelegd in het volgende advies.
- Het pensioenbeleid moet VOORRANG geven aan het behoud en de uitbouw van het wettelijke pensioenstelsel (= repartitiestelsel).
- De uitbreiding van de 2de pijler biedt geen oplossing voor een ontoereikende 1ste pijler omdat:
o de ongelijkheid te groot is tussen de activiteitssectoren en, in de ondernemingen, tussen de hiërarchische niveaus en naargelang de werknemer een man of een vrouw is;
o de voordelen die voortvloeien uit een groot aantal sectorale pensioenfondsen onvoldoende zijn wegens de hoge administratiekosten en winsten ingehouden door de commerciële verzekeringsmaatschappijen;
o de veralgemeende vervanging van een systeem van vaststaande bijdrage door een systeem van gewaarborgd voordeel een ernstige onzekerheid heeft doen ontstaan;
o uit de ervaring met de recente beurscrisissen is gebleken dat de reserves, waarvan kapitalen recent werden afgenomen, broos zijn.
- De automatische en PROCENTUELE aanpassing van het MAANDELIJKS pensioenbedrag aan de evolutie van de lonen moet in de pensioenwetgeving opgenomen worden
(= welvaartaanpassing).
- Iedereen die met pensioen gaat, moet op een toereikend pensioen kunnen rekenen, d.w.z. een pensioen dat hem toelaat te leven zonder voelbaar verschil ten opzichte van zijn levensstandaard tijdens zijn actieve leven en zonder een beroep te moeten doen op de financiële steun van derden.
- Aan alle gepensioneerden moet een minimumpensioen worden gewaarborgd dat gelijk is aan het gewaarborgd minimumloon bij een volledige loopbaan in de werknemersregeling.
- De aan de gang zijnde inhaalbeweging van de laagste en oudste pensioenen blijft een prioriteit en moet voortgezet worden, om de sinds 1973 opgelopen achterstand weg te werken.
- De huidige vervangingsratio van 60% voor alleenstaanden optrekken tot 75% van het gemiddelde beroepsinkomen van de 25 beste loopbaanjaren.
- De loongrens voor de berekening van het pensioen optrekken met 25%.
- De gelijkgestelde periodes behouden.
- Heractivering van de welvaartsevolutie begrepen in de herwaarderingscoëfficiënt, dat toegepast wordt op de lonen die voor de pensioenberekening in aanmerking worden genomen.
- Het drempeleffect opheffen.
Bij pensioenverhogingen, de referentiebedragen voor de toekenning van de voordelen aan ouderen automatisch aanpassen.
- Invoering van een belastingskrediet, opdat gepensioneerden met een laag inkomen eveneens van fiscale voordelen kunnen genieten.
- De “pensioenbonus” moet permanent worden vanaf de leeftijd van 60 jaar ingaan.
- De belastingsverminderingen en –vrijstellingen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de verschillende vormen van aanvullende pensioenen (2de, 3de en 4de pijler) en de extralegale voordelen zorgen voor een gebrek aan inkomsten voor de begroting van de Staat en voor de sociale zekerheid. De kosten van deze belastingsverminderingen en –vrijstellingen en andere extralegale voordelen moeten vastgesteld worden en in correlatie gebracht worden met de middelen die besteed worden aan de verbetering van de wettelijke pensioenen.
- Afbouw van de fiscale voordelen toegekend aan de derde pijler.
- 65-plussers dienen, in geval van een handicap, dezelfde belastingvermindering
te krijgen als personen jonger dan 65 jaar.
- Tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB):
o aanpassing van de toekenningsvoorwaarden aan deze van de andere tegemoetkomingen voor personen met een handicap
o verhogen van de grensbedragen van de verschillende categorieën, met voorrang wat de oudste categorieën betreft.
- Een terugkerende financiering van het Zilverfonds waarborgen volgens een formule zoals die bestaat voor geneeskundige verzorging.
- Op EUROPEES niveau een norm VASTLEGGEN voor de bepaling van het minimumpensioen.
De volgende zaken willen we ABSOLUUT NIET in het toekomstige regeerakkoord:
1-het invoeren van het tijdsparen, onder gelijk welke vorm of benaming (cf. Assuralia-model)
2-het invoeren van de omgekeerde hypotheek, onder gelijk welke vorm (cf. Febelfin-model, pensioenkrediet)
Het Raadgevend Comité is opgericht krachtens het koninklijk besluit van 5 oktober 1994 houdende oprichting van een Raadgevend Comité voor de pensioensector. De leden werden benoemd bij het ministerieel besluit van 27 januari 2003 houdende benoeming van de leden van de plenaire vergadering van het Raadgevend Comité voor de pensioensector
Het Raadgevend Comité voor de pensioensector heeft als taak op eigen initiatief of op aanvraag van de Minister bevoegd voor Pensioenen advies uit te brengen.
- Het pensioenbeleid moet VOORRANG geven aan het behoud en de uitbouw van het wettelijke pensioenstelsel (= repartitiestelsel).
- De uitbreiding van de 2de pijler biedt geen oplossing voor een ontoereikende 1ste pijler omdat:
o de ongelijkheid te groot is tussen de activiteitssectoren en, in de ondernemingen, tussen de hiërarchische niveaus en naargelang de werknemer een man of een vrouw is;
o de voordelen die voortvloeien uit een groot aantal sectorale pensioenfondsen onvoldoende zijn wegens de hoge administratiekosten en winsten ingehouden door de commerciële verzekeringsmaatschappijen;
o de veralgemeende vervanging van een systeem van vaststaande bijdrage door een systeem van gewaarborgd voordeel een ernstige onzekerheid heeft doen ontstaan;
o uit de ervaring met de recente beurscrisissen is gebleken dat de reserves, waarvan kapitalen recent werden afgenomen, broos zijn.
- De automatische en PROCENTUELE aanpassing van het MAANDELIJKS pensioenbedrag aan de evolutie van de lonen moet in de pensioenwetgeving opgenomen worden
(= welvaartaanpassing).
- Iedereen die met pensioen gaat, moet op een toereikend pensioen kunnen rekenen, d.w.z. een pensioen dat hem toelaat te leven zonder voelbaar verschil ten opzichte van zijn levensstandaard tijdens zijn actieve leven en zonder een beroep te moeten doen op de financiële steun van derden.
- Aan alle gepensioneerden moet een minimumpensioen worden gewaarborgd dat gelijk is aan het gewaarborgd minimumloon bij een volledige loopbaan in de werknemersregeling.
- De aan de gang zijnde inhaalbeweging van de laagste en oudste pensioenen blijft een prioriteit en moet voortgezet worden, om de sinds 1973 opgelopen achterstand weg te werken.
- De huidige vervangingsratio van 60% voor alleenstaanden optrekken tot 75% van het gemiddelde beroepsinkomen van de 25 beste loopbaanjaren.
- De loongrens voor de berekening van het pensioen optrekken met 25%.
- De gelijkgestelde periodes behouden.
- Heractivering van de welvaartsevolutie begrepen in de herwaarderingscoëfficiënt, dat toegepast wordt op de lonen die voor de pensioenberekening in aanmerking worden genomen.
- Het drempeleffect opheffen.
Bij pensioenverhogingen, de referentiebedragen voor de toekenning van de voordelen aan ouderen automatisch aanpassen.
- Invoering van een belastingskrediet, opdat gepensioneerden met een laag inkomen eveneens van fiscale voordelen kunnen genieten.
- De “pensioenbonus” moet permanent worden vanaf de leeftijd van 60 jaar ingaan.
- De belastingsverminderingen en –vrijstellingen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden toegekend aan de verschillende vormen van aanvullende pensioenen (2de, 3de en 4de pijler) en de extralegale voordelen zorgen voor een gebrek aan inkomsten voor de begroting van de Staat en voor de sociale zekerheid. De kosten van deze belastingsverminderingen en –vrijstellingen en andere extralegale voordelen moeten vastgesteld worden en in correlatie gebracht worden met de middelen die besteed worden aan de verbetering van de wettelijke pensioenen.
- Afbouw van de fiscale voordelen toegekend aan de derde pijler.
- 65-plussers dienen, in geval van een handicap, dezelfde belastingvermindering
te krijgen als personen jonger dan 65 jaar.
- Tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB):
o aanpassing van de toekenningsvoorwaarden aan deze van de andere tegemoetkomingen voor personen met een handicap
o verhogen van de grensbedragen van de verschillende categorieën, met voorrang wat de oudste categorieën betreft.
- Een terugkerende financiering van het Zilverfonds waarborgen volgens een formule zoals die bestaat voor geneeskundige verzorging.
- Op EUROPEES niveau een norm VASTLEGGEN voor de bepaling van het minimumpensioen.
De volgende zaken willen we ABSOLUUT NIET in het toekomstige regeerakkoord:
1-het invoeren van het tijdsparen, onder gelijk welke vorm of benaming (cf. Assuralia-model)
2-het invoeren van de omgekeerde hypotheek, onder gelijk welke vorm (cf. Febelfin-model, pensioenkrediet)
Het Raadgevend Comité is opgericht krachtens het koninklijk besluit van 5 oktober 1994 houdende oprichting van een Raadgevend Comité voor de pensioensector. De leden werden benoemd bij het ministerieel besluit van 27 januari 2003 houdende benoeming van de leden van de plenaire vergadering van het Raadgevend Comité voor de pensioensector
Het Raadgevend Comité voor de pensioensector heeft als taak op eigen initiatief of op aanvraag van de Minister bevoegd voor Pensioenen advies uit te brengen.
dinsdag 13 juli 2010
Politiek memorandum van de verzekeringssector
De uitslag van de verkiezingen van 13 juni 2010 is sinds ruim een week bekend. Nu moeten de politieke partijen die voor regeringsdeelname in aanmerking komen bouwstenen uit hun programma’s omsmeden tot een ontwerp van regeerakkoord. Als beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen vraagt Assuralia aandacht voor een aantal fundamentele aspecten van hoe de verzekering kan bijdragen tot het algemeen belang.
Assuralia : Politiek memorandum van de verzekeringssector (juli 2010)
Assuralia : Politiek memorandum van de verzekeringssector (juli 2010)
donderdag 8 juli 2010
BVPI: Memorandum Voor de Nieuwe Regering
Er zijn in België 246 pensioenfondsen, die instaan voor de financiering en het beheer van de beroepsgebonden aanvullende pensioenen: m.a.w. de pensioenen van de tweede pijler, hun belangen
worden behartigd door de Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen (BVPI) die alle pensioeninstellingen zonder winstoogmerk, verenigt. Hiertoe treedt zij op als woordvoerder in alle aangelegenheden betreffende de aanvullende pensioenvoorziening.
In samenspraak met de sociale partners en in overleg met de regeringsleiders, beleidsmakers, parlementsleden, federale overheidsdiensten, administraties, toezichthouders en anderen, heeft de BVPI als doelstelling mee te werken aan de ontwikkeling van een wettelijk en reglementair kader dat erop gericht is de aanvullende bedrijfspensioenvoorziening die haar leden, de pensioenfondsen, beheren ten gunste van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren in een beroepsgebonden context op een collectieve basis, verder uit te bouwen op een duurzame manier en zo tegemoet te komen aan de uitdagingen van de vergrijzing en dit als noodzakelijke aanvulling boven het wettelijk pensioen.
Daartoe onderhoudt de BVPI regelmatige contacten met de beleidsmakers alsook met de bevoegde instanties en autoriteiten, waaronder in het bijzonder de CBFA, de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.
De BVPI verwelkomt dan ook en zal graag ingaan op elk initiatief van de beleidsmakers om te werken aan maatregelen en oplossingen die een antwoord bieden aan de vergrijzingproblematiek en waarin aanvullende bedrijfs- of sectorpensioenen een onontbeerlijke rol spelen.
Aanbevelingen van het BVPI :
• Veralgemening van de tweede pijler via pensioenfondsen: geen wettelijke verplichtstelling maar aanmoediging van de sociale partners om aandacht te geven aan een aanvullend pensioen tijdens het collectief overleg en de ontwikkeling van een aanvullend pensioen voor contractuele ambtenaren;
• Het stimuleren dat de aanvullende pensioenvorming op een flexibele manier kan dienen als middel tot het verwerven van een onroerend goed of woonrecht vermits pensioenen, wonen en zorg onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn;
• Stabiliteit en rechtszekerheid inzake het wettelijk en prudentieel kader;
• Vrijwaring van de huidige fiscaliteit en parafiscaliteit;
• Behoud van de sociale wetgeving;
• Vereenvoudiging op administratief en reglementair vlak zodat ook de kosten onder controle kunnen worden gehouden en de kleinere OFP-pensioenfondsen levensvatbaar blijven;
• Op Europees vlak (o.m. via het voorzitterschap van België), het aan banden leggen via reglementaire en fiscale maatregelen van speculaties op de financiële markten en zodoende het vertrouwen herstellen in de financiële markten voor de lange termijnbeleggers zoals de OFPpensioenfondsen;
• De ambitie hebben om België op de kaart te zetten in de niche van de (pan-)Europese pensioenfondsen door het beter bekendmaken en promoten van het aantrekkelijk kader in België voor deze fondsen, wiens totale activa overeenkomen met meer dan 1/3 van het BBP der EUlidstaten, en waardoor België de bijhorende financiële en daarmee gelieerde dienstverlening, zoals actuariële, juridische dienstverlening, vermogensbeheer, bewaarneming, etc… kan aantrekken;
• Afstemmen van de pensioenopbouw voor zelfstandigen aan de economische omgeving.
BVPI 2010 Memorandum Voor de Nieuwe Regering
worden behartigd door de Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen (BVPI) die alle pensioeninstellingen zonder winstoogmerk, verenigt. Hiertoe treedt zij op als woordvoerder in alle aangelegenheden betreffende de aanvullende pensioenvoorziening.
In samenspraak met de sociale partners en in overleg met de regeringsleiders, beleidsmakers, parlementsleden, federale overheidsdiensten, administraties, toezichthouders en anderen, heeft de BVPI als doelstelling mee te werken aan de ontwikkeling van een wettelijk en reglementair kader dat erop gericht is de aanvullende bedrijfspensioenvoorziening die haar leden, de pensioenfondsen, beheren ten gunste van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren in een beroepsgebonden context op een collectieve basis, verder uit te bouwen op een duurzame manier en zo tegemoet te komen aan de uitdagingen van de vergrijzing en dit als noodzakelijke aanvulling boven het wettelijk pensioen.
Daartoe onderhoudt de BVPI regelmatige contacten met de beleidsmakers alsook met de bevoegde instanties en autoriteiten, waaronder in het bijzonder de CBFA, de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.
De BVPI verwelkomt dan ook en zal graag ingaan op elk initiatief van de beleidsmakers om te werken aan maatregelen en oplossingen die een antwoord bieden aan de vergrijzingproblematiek en waarin aanvullende bedrijfs- of sectorpensioenen een onontbeerlijke rol spelen.
Aanbevelingen van het BVPI :
• Veralgemening van de tweede pijler via pensioenfondsen: geen wettelijke verplichtstelling maar aanmoediging van de sociale partners om aandacht te geven aan een aanvullend pensioen tijdens het collectief overleg en de ontwikkeling van een aanvullend pensioen voor contractuele ambtenaren;
• Het stimuleren dat de aanvullende pensioenvorming op een flexibele manier kan dienen als middel tot het verwerven van een onroerend goed of woonrecht vermits pensioenen, wonen en zorg onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn;
• Stabiliteit en rechtszekerheid inzake het wettelijk en prudentieel kader;
• Vrijwaring van de huidige fiscaliteit en parafiscaliteit;
• Behoud van de sociale wetgeving;
• Vereenvoudiging op administratief en reglementair vlak zodat ook de kosten onder controle kunnen worden gehouden en de kleinere OFP-pensioenfondsen levensvatbaar blijven;
• Op Europees vlak (o.m. via het voorzitterschap van België), het aan banden leggen via reglementaire en fiscale maatregelen van speculaties op de financiële markten en zodoende het vertrouwen herstellen in de financiële markten voor de lange termijnbeleggers zoals de OFPpensioenfondsen;
• De ambitie hebben om België op de kaart te zetten in de niche van de (pan-)Europese pensioenfondsen door het beter bekendmaken en promoten van het aantrekkelijk kader in België voor deze fondsen, wiens totale activa overeenkomen met meer dan 1/3 van het BBP der EUlidstaten, en waardoor België de bijhorende financiële en daarmee gelieerde dienstverlening, zoals actuariële, juridische dienstverlening, vermogensbeheer, bewaarneming, etc… kan aantrekken;
• Afstemmen van de pensioenopbouw voor zelfstandigen aan de economische omgeving.
BVPI 2010 Memorandum Voor de Nieuwe Regering
dinsdag 6 juli 2010
Wat verwachten ouderen van de nieuwe regeringsploeg?
De Vlaamse Ouderenraad heeft in samenspraak met de 30 lidorganisaties een memorandum voor de toekomstige federale regering opgesteld. In dit memorandum bundelt de Vlaamse Ouderenraad een aantal aandachtspunten in de hoop die terug te vinden in een federaal regeerakkoord.
Op federaal niveau worden heel wat beslissingen genomen die expliciet of impliciet invloed hebben op de leefsituatie van ouderen. Ouderen willen mee participeren en hun stem laten horen. De Federale Ouderenadviesraad is hiertoe een onmisbaar instrument. Maar hoewel de wet tot de oprichting van de Federale Ouderenadviesraad reeds in 2007 werd gestemd - nu drie jaar geleden - is het nog altijd wachten op de uitvoeringsbesluiten. De Vlaamse Ouderenraad dringt er op aan dat de nieuwe regeringsploeg hier dringend werk van maakt en wenst uitdrukkelijk bij de vormgeving van de Federale Ouderenadviesraad betrokken te worden. Dit is slechts één aandachtspunt dat te vinden is in het federaal memorandum. Naast participatie en inspraak, komen ook inkomen, arbeid en vrijwilligerswerk, sociale zekerheid, … aan bod.
Door de vergrijzing staan toekomstige beleidsmakers voor een grote maatschappelijke uitdaging om gepaste en structurele oplossingen te formuleren. De Belgische ouderen hebben nood aan een kwalitatief ouderenbeleid waardoor geen enkele oudere uit de boot valt.
De Vlaamse Ouderenraad vraagt:
federaal memorandum 20102 014 - vlaamseouderenraad
Op federaal niveau worden heel wat beslissingen genomen die expliciet of impliciet invloed hebben op de leefsituatie van ouderen. Ouderen willen mee participeren en hun stem laten horen. De Federale Ouderenadviesraad is hiertoe een onmisbaar instrument. Maar hoewel de wet tot de oprichting van de Federale Ouderenadviesraad reeds in 2007 werd gestemd - nu drie jaar geleden - is het nog altijd wachten op de uitvoeringsbesluiten. De Vlaamse Ouderenraad dringt er op aan dat de nieuwe regeringsploeg hier dringend werk van maakt en wenst uitdrukkelijk bij de vormgeving van de Federale Ouderenadviesraad betrokken te worden. Dit is slechts één aandachtspunt dat te vinden is in het federaal memorandum. Naast participatie en inspraak, komen ook inkomen, arbeid en vrijwilligerswerk, sociale zekerheid, … aan bod.
Door de vergrijzing staan toekomstige beleidsmakers voor een grote maatschappelijke uitdaging om gepaste en structurele oplossingen te formuleren. De Belgische ouderen hebben nood aan een kwalitatief ouderenbeleid waardoor geen enkele oudere uit de boot valt.
De Vlaamse Ouderenraad vraagt:
- meer inspraak en participatie van ouderen
- de instandhouding van een solidair en rechtvaardig sociaalzekerheidsstelsel
- een voldoende hoog inkomen
- een leeftijdsbewust tewerkstellings- en personeelsbeleid
- de bescherming van de rechten van ouderen met specifieke aandacht voor armoedebestrijding en het wegwerken van discriminatie op basis van leeftijd
federaal memorandum 20102 014 - vlaamseouderenraad
maandag 21 juni 2010
Michel Daerden keert terug naar Waals parlement
Uittredend minister van Pensioenen en Grootstedenbeleid Michel Daerden zal niet in de Kamer zetelen, ondanks zijn goed resultaat op 13 juni. Daerden keert terug naar het Waals parlement, waar hij in juni 2009 werd verkozen. Dat meldt zijn partij PS.
Michel Daerden stond bij de recente stembusgang op de laatste plaats op de Kamerlijst in Luik. Hij haalde 72.194 stemmen, zowat 30.000 meer dan lijsttrekker Alain Mathot.
Michel Daerden stond bij de recente stembusgang op de laatste plaats op de Kamerlijst in Luik. Hij haalde 72.194 stemmen, zowat 30.000 meer dan lijsttrekker Alain Mathot.
Vlaming heeft meer pensioenzorgen dan Waal
Terwijl vooral de Belg onder de taalgrens vertrouwt op het huidige pensioensysteem, maakt de Vlaming zich op voor hervormingen. Vlaanderen legt ook heel wat meer opzij voor later dan Wallonië.
Sociale zekerheid is een federale materie. De federale kas betaalt de wettelijke pensioenen en voor de Nederlandstalige en de Franstalige Gemeenschap gelden daarbij dezelfde regels en procedures. Of je nu in Bergen of in Brugge twintig jaar voltijds als bediende aan de slag bent geweest, op je 65ste - in principe de wettelijke pensioenleeftijd - heb je recht op hetzelfde pensioenbedrag.
Toch hebben in dit land noord en zuid elk hun eigen kijk op de pensioenen. Bij de Vlaming lijkt de 'sense of urgency' net iets groter. Zeven op de tien vinden een stijging van de pensioenleeftijd onvermijdelijk. In Wallonië delen zes op de tien die veronderstelling. Meer Vlamingen dan Walen (48 vs. 40 procent) verwachten ook dat het brugpensioen in de nabije toekomst verdwijnt.
Ook de manier waarop we ons pensioen financieel verzekeren, verschilt. Franstaligen gaan er meer dan Vlamingen van uit dat ouders sparen voor hun kinderen. Vlamingen leggen meer reserves voor zichzelf aan. 44 procent van de Vlamingen is van plan om zijn spaarcenten later zelf op te souperen, liever dan het aan de kinderen na te laten. Onder de taalgrens is dat 30 procent.
Meer aanvullend pensioen
Vlamingen bouwen bovendien meer aan een aanvullend pensioen. Zeven op de tien doen aan individueel pensioensparen. In Wallonië is dat zes op de tien. Onze zuiderburen bouwen ook minder pensioen op via hun werkgever. In Vlaanderen heeft 41 procent van de werknemers een groepsverzekering of pensioenplan via het werk, in Wallonië 31 procent.
Vier Vlamingen op de tien doen daarnaast nog eens extra spaarinspanningen, zoals investeren in vastgoed, kunst of aandelen. Dat is dubbel zoveel als in Wallonië.
Misschien zijn onze Waalse buren iets minder kapitaalkrachtig? De helft van de Waalse respondenten die langer aan de slag willen blijven, zeggen dat alvast vooral uit financiële noodzaak te doen. In Vlaanderen is dat voor 41 procent een reden. De helft van de Walen neemt ook liever geen loopbaanonderbreking om zo een negatieve impact op hun latere pensioenbedrag te vermijden.
Oudere werknemers die meer tijd willen vrijmaken, doen dat in Vlaanderen vooral door deeltijds te werken (52 procent), een optie die slechts een kwart van de Walen overweegt. In dat geval nemen ze toch liever loopbaanonderbreking, wat voor een Waal op drie het overwegen waard is. In Vlaanderen vindt maar 15 procent dat een mogelijkheid.
De vraag naar een minder jachtig leven, leeft overigens vooral bij Franstaligen, al zijn het eerder de Nederlandstaligen die voor de leeftijd van 60 jaar stoppen met werken.
Sociale zekerheid is een federale materie. De federale kas betaalt de wettelijke pensioenen en voor de Nederlandstalige en de Franstalige Gemeenschap gelden daarbij dezelfde regels en procedures. Of je nu in Bergen of in Brugge twintig jaar voltijds als bediende aan de slag bent geweest, op je 65ste - in principe de wettelijke pensioenleeftijd - heb je recht op hetzelfde pensioenbedrag.
Toch hebben in dit land noord en zuid elk hun eigen kijk op de pensioenen. Bij de Vlaming lijkt de 'sense of urgency' net iets groter. Zeven op de tien vinden een stijging van de pensioenleeftijd onvermijdelijk. In Wallonië delen zes op de tien die veronderstelling. Meer Vlamingen dan Walen (48 vs. 40 procent) verwachten ook dat het brugpensioen in de nabije toekomst verdwijnt.
Ook de manier waarop we ons pensioen financieel verzekeren, verschilt. Franstaligen gaan er meer dan Vlamingen van uit dat ouders sparen voor hun kinderen. Vlamingen leggen meer reserves voor zichzelf aan. 44 procent van de Vlamingen is van plan om zijn spaarcenten later zelf op te souperen, liever dan het aan de kinderen na te laten. Onder de taalgrens is dat 30 procent.
Meer aanvullend pensioen
Vlamingen bouwen bovendien meer aan een aanvullend pensioen. Zeven op de tien doen aan individueel pensioensparen. In Wallonië is dat zes op de tien. Onze zuiderburen bouwen ook minder pensioen op via hun werkgever. In Vlaanderen heeft 41 procent van de werknemers een groepsverzekering of pensioenplan via het werk, in Wallonië 31 procent.
Vier Vlamingen op de tien doen daarnaast nog eens extra spaarinspanningen, zoals investeren in vastgoed, kunst of aandelen. Dat is dubbel zoveel als in Wallonië.
Misschien zijn onze Waalse buren iets minder kapitaalkrachtig? De helft van de Waalse respondenten die langer aan de slag willen blijven, zeggen dat alvast vooral uit financiële noodzaak te doen. In Vlaanderen is dat voor 41 procent een reden. De helft van de Walen neemt ook liever geen loopbaanonderbreking om zo een negatieve impact op hun latere pensioenbedrag te vermijden.
Oudere werknemers die meer tijd willen vrijmaken, doen dat in Vlaanderen vooral door deeltijds te werken (52 procent), een optie die slechts een kwart van de Walen overweegt. In dat geval nemen ze toch liever loopbaanonderbreking, wat voor een Waal op drie het overwegen waard is. In Vlaanderen vindt maar 15 procent dat een mogelijkheid.
De vraag naar een minder jachtig leven, leeft overigens vooral bij Franstaligen, al zijn het eerder de Nederlandstaligen die voor de leeftijd van 60 jaar stoppen met werken.
woensdag 16 juni 2010
Kan de politiek ons pensioen redden?
Slechts 15 procent van de Belgen vindt, wit- en groenboek ten spijt, dat de overheid zich voldoende inspant om langer werken aantrekkelijk te maken. De nieuwe federale regering staat nog heel wat werk te wachten in het eindeloopbaandebat. Maar kan ze dat wel?
Er was eens het staatspensioen. Die eerste pensioenpijler zou alle burgers van een goede oude dag voorzien. "Dat wettelijk pensioen is door de jaren heen omwille van budgettaire redenen afgekalfd tot een basispensioen", merkt professor Jos Berghman (K.U.Leuven) op.
Toch wil zowat elke politieke partij extra middelen vrijmaken voor de lagere pensioenen en langer werken meer belonen, wat ook geld kost. "En dat terwijl zelfs de pensioenen van de babyboomgeneratie nog niet gefinancierd zijn. De vergrijzing is niet betaald, wat betekent dat we die pensioenen en cours de route moeten bijbetalen", vult professor Marc De Vos (Itinera Institute) aan.
En dus zijn de politieke ogen in de kiescampagne vooral gericht op de tweede pijler: de aanvullende pensioenen. "Je ziet daar wel wat politieke accenten, maar de bottom line is dat er op een of andere manier aan extra pensioenfinanciering moet gedaan worden. Er zal meer geld naartoe vloeien via een spaarformule, niet via repartitie", aldus De Vos. "Maar ook dat ligt moeilijk aangezien niet elke sector dat momenteel financieel even goed kan dragen", voegt Berghman daaraan toe.
Met andere woorden: de politiek zal ons doen sparen voor ons eigen pensioen.
Er was eens het staatspensioen. Die eerste pensioenpijler zou alle burgers van een goede oude dag voorzien. "Dat wettelijk pensioen is door de jaren heen omwille van budgettaire redenen afgekalfd tot een basispensioen", merkt professor Jos Berghman (K.U.Leuven) op.
Toch wil zowat elke politieke partij extra middelen vrijmaken voor de lagere pensioenen en langer werken meer belonen, wat ook geld kost. "En dat terwijl zelfs de pensioenen van de babyboomgeneratie nog niet gefinancierd zijn. De vergrijzing is niet betaald, wat betekent dat we die pensioenen en cours de route moeten bijbetalen", vult professor Marc De Vos (Itinera Institute) aan.
En dus zijn de politieke ogen in de kiescampagne vooral gericht op de tweede pijler: de aanvullende pensioenen. "Je ziet daar wel wat politieke accenten, maar de bottom line is dat er op een of andere manier aan extra pensioenfinanciering moet gedaan worden. Er zal meer geld naartoe vloeien via een spaarformule, niet via repartitie", aldus De Vos. "Maar ook dat ligt moeilijk aangezien niet elke sector dat momenteel financieel even goed kan dragen", voegt Berghman daaraan toe.
Met andere woorden: de politiek zal ons doen sparen voor ons eigen pensioen.
zaterdag 12 juni 2010
Maar liefst 60 procent van de jongeren is bezorgd om zijn pensioen. Rond de betaalbaarheid van de pensioenen klagen jongeren vooral de onverantwoordelijkheid van de regering en de hoge toplonen aan. Dat blijkt vrijdag uit een online bevraging van de Vlaamse Jeugdraad.
Dossiers
Het grote pensioendebat
Meer dan de helft van de 335 bevraagde jongeren heeft geen idee hoe zijn pensioen gevormd wordt, maar wil het wel graag weten. Verder verwacht ruim de helft van hen later wel 1.000 à 1.500 euro per maand te krijgen voor zijn pensioen.
Gevraagd hoe lang ze willen werken, komen de jongeren tot een loopbaan van 40 jaar, tegelijk schuiven ze 60 à 63 jaar naar voren als ideale pensioenleeftijd.
Ook over hoe het pensioen berekend wordt, hebben de jongeren hun eigen mening. Ze zien hun studies, vrijwilligerswerk en studentenjobs -naast loon en aantal gewerkte jaren- graag mee opgenomen in de berekening van het pensioen.
Mogelijke oplossingen voor de betaalbaarheid van de pensioenen zijn volgens hen het afschaffen van het brugpensioen, het aanpakken van de jongerenwerkloosheid en een belasting op grote vermogens.
Dossiers
Het grote pensioendebat
Meer dan de helft van de 335 bevraagde jongeren heeft geen idee hoe zijn pensioen gevormd wordt, maar wil het wel graag weten. Verder verwacht ruim de helft van hen later wel 1.000 à 1.500 euro per maand te krijgen voor zijn pensioen.
Gevraagd hoe lang ze willen werken, komen de jongeren tot een loopbaan van 40 jaar, tegelijk schuiven ze 60 à 63 jaar naar voren als ideale pensioenleeftijd.
Ook over hoe het pensioen berekend wordt, hebben de jongeren hun eigen mening. Ze zien hun studies, vrijwilligerswerk en studentenjobs -naast loon en aantal gewerkte jaren- graag mee opgenomen in de berekening van het pensioen.
Mogelijke oplossingen voor de betaalbaarheid van de pensioenen zijn volgens hen het afschaffen van het brugpensioen, het aanpakken van de jongerenwerkloosheid en een belasting op grote vermogens.
Open VLD :Het aanvullend pensioen : een must !
Het gemiddeld pensioen van een mannelijke werknemer bedraagt 1.180 euro per maand, dat van een mannelijke zelfstandige 870 euro.
Maggie : “Dat zijn niet bepaald hoge bedragen, zeker niet indien je deze bedragen vergelijkt met het gemiddeld pensioen voor een mannelijke ambtenaar dat maar liefst 2.442 euro per maand voor de man bedraagt.
En de vrouwen zijn helemaal de pineut. Het gemiddeld pensioen van een vrouwelijke werknemer bedraagt 870 euro, dat van haar collega zelfstandige amper 585 euro per maand. Haar collega-ambtenaar daarentegen ontvangt 2.028 euro per maand. Onder Verhofstadt I zijn we gestart met de democratisering van het aanvullend pensioen. Dit is het pensioen dat werknemers en werkgevers samen opbouwen. Daardoor geniet vandaag 60% van de werknemers en 38% van de zelfstandigen van een aanvullende pensioenregeling. Waar vroeger het aanvullend pensioen het voorrecht was van de bedienden, zijn er nu dankzij de sectorplannen heel wat arbeiders aangesloten. Het opbouwen van een aanvullend pensioen voor iedereen, ongeacht het statuut, is dus een échte must. Open Vld zal de opbouw van het aanvullend pensioen verder stimuleren.”
Maggie : “Dat zijn niet bepaald hoge bedragen, zeker niet indien je deze bedragen vergelijkt met het gemiddeld pensioen voor een mannelijke ambtenaar dat maar liefst 2.442 euro per maand voor de man bedraagt.
En de vrouwen zijn helemaal de pineut. Het gemiddeld pensioen van een vrouwelijke werknemer bedraagt 870 euro, dat van haar collega zelfstandige amper 585 euro per maand. Haar collega-ambtenaar daarentegen ontvangt 2.028 euro per maand. Onder Verhofstadt I zijn we gestart met de democratisering van het aanvullend pensioen. Dit is het pensioen dat werknemers en werkgevers samen opbouwen. Daardoor geniet vandaag 60% van de werknemers en 38% van de zelfstandigen van een aanvullende pensioenregeling. Waar vroeger het aanvullend pensioen het voorrecht was van de bedienden, zijn er nu dankzij de sectorplannen heel wat arbeiders aangesloten. Het opbouwen van een aanvullend pensioen voor iedereen, ongeacht het statuut, is dus een échte must. Open Vld zal de opbouw van het aanvullend pensioen verder stimuleren.”
"De overheid speelt met onze pensioenen"
Herbekijk het scherpe debat tussen Frank Vandenbroucke en Rudi De Kerpel. Klik HIER.
CD&V : 'Langer werken aanmoedigen'
'Ik wil me concentreren op zaken waar de mensen echt mee bezig zijn.' Nahima Lanjri staat op de derde plaats op de Kamerlijst van CD&V. Ze wil zich gaan bezighouden met sociale rechtvaardigheid, zegt ze. 'Een warme solidaire samenleving.'
Een van de belangrijkste punten daarvan zijn de pensioenen, zegt Lanjri. 'De laagste pensioenen moeten verder verhoogd worden. Veel ouderen komen amper rond met hun kleine pensioentjes, een kwart van hen leeft onder de armoedegrens.' Maar tegelijk mag de pensioenleeftijd niet opgetrokken worden, vindt de CD&V. 'We moeten langer werken aanmoedigen', zegt Lanjri. Een pensioenbonus van 2euro per dag bestaat al, geeft Lanjri toe. 'Maar die krijg je pas als je 62 bent of na een loopbaan van 44jaar. Dat is veel te laat. We moeten dat veel vroeger in voeren, voor het te laat is. Vanaf een loopbaan van 40jaar.'
Bovendien wil Lanjri mensen langer aan het werk houden door de combinatie van werken en leven te verbeteren. 'We moeten extra zorgverlet mogelijk maken en het laten meetellen voor het pensioen.' Ze verwijst daarvoor naar het Zweedse model. 'Ook voor bijvoorbeeld ouderschapsverlof', zegt ze nog.
Een van de belangrijkste punten daarvan zijn de pensioenen, zegt Lanjri. 'De laagste pensioenen moeten verder verhoogd worden. Veel ouderen komen amper rond met hun kleine pensioentjes, een kwart van hen leeft onder de armoedegrens.' Maar tegelijk mag de pensioenleeftijd niet opgetrokken worden, vindt de CD&V. 'We moeten langer werken aanmoedigen', zegt Lanjri. Een pensioenbonus van 2euro per dag bestaat al, geeft Lanjri toe. 'Maar die krijg je pas als je 62 bent of na een loopbaan van 44jaar. Dat is veel te laat. We moeten dat veel vroeger in voeren, voor het te laat is. Vanaf een loopbaan van 40jaar.'
Bovendien wil Lanjri mensen langer aan het werk houden door de combinatie van werken en leven te verbeteren. 'We moeten extra zorgverlet mogelijk maken en het laten meetellen voor het pensioen.' Ze verwijst daarvoor naar het Zweedse model. 'Ook voor bijvoorbeeld ouderschapsverlof', zegt ze nog.
woensdag 9 juni 2010
Arbeidsongeschikte en invalide ambtenaren
Wie als ambtenaar invalide wordt, wordt met pensioen gesteld wegens medische redenen. Dit impliceert dat dit pensioen nooit meer wordt aangepast.
Maggie De Block (Open VLD): “Dit is een systeem dat niet meer van deze tijd is. Immers het pensioen wordt nooit aangepast en houdt dus geen rekening met allerhande stijgende kosten.
Ik pleit eerder voor een systeem van arbeidsongeschiktheid en invaliditeit zoals dat geldt voor werknemers.
De arbeidsongeschiktheid duurt dan net zoals bij werknemers 12 maanden. Op dat ogenblik wordt geëvalueerd of men blijvend arbeidsongeschikt is, en dus invalide. Tot slot ben ik ook van oordeel dat de overheid zelf meer inspanningen moet leveren om de betrokken ambtenaar aan de slag te houden binnen de administratie. Uiteraard dient hierbij rekening gehouden te worden met de beperkingen die het gevolg zijn van zijn ziekte. Dit zou bijvoorbeeld kunnen na hen een opleiding aan te bieden, die rekening houdt met de gezondheidstoestand van de ambtenaar.”
Maggie De Block (Open VLD): “Dit is een systeem dat niet meer van deze tijd is. Immers het pensioen wordt nooit aangepast en houdt dus geen rekening met allerhande stijgende kosten.
Ik pleit eerder voor een systeem van arbeidsongeschiktheid en invaliditeit zoals dat geldt voor werknemers.
De arbeidsongeschiktheid duurt dan net zoals bij werknemers 12 maanden. Op dat ogenblik wordt geëvalueerd of men blijvend arbeidsongeschikt is, en dus invalide. Tot slot ben ik ook van oordeel dat de overheid zelf meer inspanningen moet leveren om de betrokken ambtenaar aan de slag te houden binnen de administratie. Uiteraard dient hierbij rekening gehouden te worden met de beperkingen die het gevolg zijn van zijn ziekte. Dit zou bijvoorbeeld kunnen na hen een opleiding aan te bieden, die rekening houdt met de gezondheidstoestand van de ambtenaar.”
dinsdag 8 juni 2010
Phara : De poen van ons pensioen
In het VRT Programma Phara discussiëren Vandenbroucke en Pieters over :
- splitsing van pensioen
- splitsing van sociale zekerheid
- splitsing van pensioen
- splitsing van sociale zekerheid
Langer werken, ja, maar hoe pensioen betalen?
Jongeren en hun pensioen
Frederick, Nasrien, Tim, Mounir, Eveline, Marlotte en Michael gaan op zoek naar antwoorden op hun vragen over de verkiezingen.
"KUNT GE ZO NIKS REGELEN OP DE VRT?"
Tim en Nasrien willen weten tot wanneer zij zullen moeten werken voor ze een pensioen krijgen. Bij de bewoners van rusthuis Buitenhof horen ze eens rond wat de mensen ervan denken die al lang met pensioen zijn. Onderweg krijgen ze nog een advies mee voor de bazen van de VRT.
"GELUKKIG HEB IK GENOEG GESPAARD"
stem 18+ - “Zal ons pensioen later groot genoeg zijn om van te kunnen leven?”, met die vraag in hun hoofd trokken Tim en Nasrien naar rusthuis Buitenhof in Brasschaat. Ze wilden er van de bewoners weten of zij rondkomen met hun pensioen
ZORGEN VOOR LATER?
stem 18+ - Tim en Nasrien zijn nog niet echt bezig met hun pensioen. Wanneer ze even polsen bij hun leeftijdgenoten blijkt dat sommigen toch iets meer vooruit denken.
JULLIE ZULLEN LANGER MOETEN WERKEN
stem 18+ - “Is er nog geld voor ons pensioen?” wilde Tim van Paul D’Hoore weten. Paul antwoordde iets dat begon met “ja, maar…”
Bekijk deze en andere afleveringen op website vrt
"KUNT GE ZO NIKS REGELEN OP DE VRT?"
Tim en Nasrien willen weten tot wanneer zij zullen moeten werken voor ze een pensioen krijgen. Bij de bewoners van rusthuis Buitenhof horen ze eens rond wat de mensen ervan denken die al lang met pensioen zijn. Onderweg krijgen ze nog een advies mee voor de bazen van de VRT.
"GELUKKIG HEB IK GENOEG GESPAARD"
stem 18+ - “Zal ons pensioen later groot genoeg zijn om van te kunnen leven?”, met die vraag in hun hoofd trokken Tim en Nasrien naar rusthuis Buitenhof in Brasschaat. Ze wilden er van de bewoners weten of zij rondkomen met hun pensioen
ZORGEN VOOR LATER?
stem 18+ - Tim en Nasrien zijn nog niet echt bezig met hun pensioen. Wanneer ze even polsen bij hun leeftijdgenoten blijkt dat sommigen toch iets meer vooruit denken.
JULLIE ZULLEN LANGER MOETEN WERKEN
stem 18+ - “Is er nog geld voor ons pensioen?” wilde Tim van Paul D’Hoore weten. Paul antwoordde iets dat begon met “ja, maar…”
Bekijk deze en andere afleveringen op website vrt
Verkiezingen 2010 – Vragen aan politieke partijen
Naar aanleiding van de verkiezingen van 13 juni 2010 heeft de NCK een aantal vragen gericht aan de verschillende politieke partijen.
We hebben deze vragen gesteld aan alle politieke partijen. Niet alle partijen hebben tijdig een antwoord binnengestuurd (of wensten zulks niet te doen). Daarom is het mogelijk dat er desgevallen een tweede versie van dit document verschijnt.
We hebben geen tijd gehad de antwoorden te vertalen. De tijdsduur tussen de val van de regering, het bekomen van de antwoorden en de verkiezingen zelf was te kort om dit nog te realiseren.
De vragen werden opgesteld om enkele typische antwoorden te forceren, en werden beantwoord in de twee laatste weken van mei, dus in de periode vier en drie weken voor de verkiezingen.
Er zijn vier blokken van vragen :
1. Betreffende de overheidstekorten (en hoe deze
op te lossen)
2. Over de activering van de bevolking
3. Over de pensioenen
4. Over de democratisering van het bedrijfsleven
Hieronder kan u de vragen omtrent pensioenen terugvinden.
3. Over de pensioenen.
Men verkondigt zonder probleem dat er gelijk loon voor gelijk werk moet zijn. We merken echter dat dit niet geldt zodra men praat over het onderscheid werknemer – zelfstandige – ambtenaar. Na een identieke loopbaan heeft de ambtenaar een pensioen dat het dubbele bedraagt van de werknemer, en het driedubbele van de zelfstandige, ook al hebben ze allemaal evenveel afgedragen en hetzelfde werk verricht.
3.1. Vindt U het ethisch verantwoord dat, terwijl de weddes gelijkgeschakeld zijn, de pensioenen van ambtenaren het dubbel bedragen van deze van werknemers?
3.2. Waarover wenst U dat er eerst gepraat wordt : “gelijkschakeling pensioenen ambtenaren / werknemers / zelfstandigen” of “extra middelen/belastingen om de pensioenen betaalbaar te houden”
3.3. Vindt U dat men de gelden uit de tweede pijler van de groep die hierin heeft kunnen sparen mag aanwenden (= extra belasten bij uitkering) om de eerste pijler van de anderen te spijzen?
3.4. Wat vindt U van het Zweedse systeem, waarbij er een laag maar aanvaardbaar basispensioen is, en de rest bestaat uit een uitkering evenredig met wat men ingebracht heeft.
3.5. Wanneer extra pensioenfondsen worden uitgebouwd (bvb een versteviging van de tweede pijler) vindt U dan dat de controle erop van deze gelden moet onderworpen worden aan controle van diegenen die het geld hebben ingebracht (bvb via de ondernemingsraad) dan wel van de sociale partners. Beiden zijn immers vaak verschillend.
QA-pensioenen verkiezingen 2010
We hebben deze vragen gesteld aan alle politieke partijen. Niet alle partijen hebben tijdig een antwoord binnengestuurd (of wensten zulks niet te doen). Daarom is het mogelijk dat er desgevallen een tweede versie van dit document verschijnt.
We hebben geen tijd gehad de antwoorden te vertalen. De tijdsduur tussen de val van de regering, het bekomen van de antwoorden en de verkiezingen zelf was te kort om dit nog te realiseren.
De vragen werden opgesteld om enkele typische antwoorden te forceren, en werden beantwoord in de twee laatste weken van mei, dus in de periode vier en drie weken voor de verkiezingen.
Er zijn vier blokken van vragen :
1. Betreffende de overheidstekorten (en hoe deze
op te lossen)
2. Over de activering van de bevolking
3. Over de pensioenen
4. Over de democratisering van het bedrijfsleven
Hieronder kan u de vragen omtrent pensioenen terugvinden.
3. Over de pensioenen.
Men verkondigt zonder probleem dat er gelijk loon voor gelijk werk moet zijn. We merken echter dat dit niet geldt zodra men praat over het onderscheid werknemer – zelfstandige – ambtenaar. Na een identieke loopbaan heeft de ambtenaar een pensioen dat het dubbele bedraagt van de werknemer, en het driedubbele van de zelfstandige, ook al hebben ze allemaal evenveel afgedragen en hetzelfde werk verricht.
3.1. Vindt U het ethisch verantwoord dat, terwijl de weddes gelijkgeschakeld zijn, de pensioenen van ambtenaren het dubbel bedragen van deze van werknemers?
3.2. Waarover wenst U dat er eerst gepraat wordt : “gelijkschakeling pensioenen ambtenaren / werknemers / zelfstandigen” of “extra middelen/belastingen om de pensioenen betaalbaar te houden”
3.3. Vindt U dat men de gelden uit de tweede pijler van de groep die hierin heeft kunnen sparen mag aanwenden (= extra belasten bij uitkering) om de eerste pijler van de anderen te spijzen?
3.4. Wat vindt U van het Zweedse systeem, waarbij er een laag maar aanvaardbaar basispensioen is, en de rest bestaat uit een uitkering evenredig met wat men ingebracht heeft.
3.5. Wanneer extra pensioenfondsen worden uitgebouwd (bvb een versteviging van de tweede pijler) vindt U dan dat de controle erop van deze gelden moet onderworpen worden aan controle van diegenen die het geld hebben ingebracht (bvb via de ondernemingsraad) dan wel van de sociale partners. Beiden zijn immers vaak verschillend.
QA-pensioenen verkiezingen 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :