Naar aanleiding van de verkiezingen van 13 juni 2010 heeft de NCK een aantal vragen gericht aan de verschillende politieke partijen.
We hebben deze vragen gesteld aan alle politieke partijen. Niet alle partijen hebben tijdig een antwoord binnengestuurd (of wensten zulks niet te doen). Daarom is het mogelijk dat er desgevallen een tweede versie van dit document verschijnt.
We hebben geen tijd gehad de antwoorden te vertalen. De tijdsduur tussen de val van de regering, het bekomen van de antwoorden en de verkiezingen zelf was te kort om dit nog te realiseren.
De vragen werden opgesteld om enkele typische antwoorden te forceren, en werden beantwoord in de twee laatste weken van mei, dus in de periode vier en drie weken voor de verkiezingen.
Er zijn vier blokken van vragen :
1. Betreffende de overheidstekorten (en hoe deze
op te lossen)
2. Over de activering van de bevolking
3. Over de pensioenen
4. Over de democratisering van het bedrijfsleven
Hieronder kan u de vragen omtrent pensioenen terugvinden.
3. Over de pensioenen.
Men verkondigt zonder probleem dat er gelijk loon voor gelijk werk moet zijn. We merken echter dat dit niet geldt zodra men praat over het onderscheid werknemer – zelfstandige – ambtenaar. Na een identieke loopbaan heeft de ambtenaar een pensioen dat het dubbele bedraagt van de werknemer, en het driedubbele van de zelfstandige, ook al hebben ze allemaal evenveel afgedragen en hetzelfde werk verricht.
3.1. Vindt U het ethisch verantwoord dat, terwijl de weddes gelijkgeschakeld zijn, de pensioenen van ambtenaren het dubbel bedragen van deze van werknemers?
3.2. Waarover wenst U dat er eerst gepraat wordt : “gelijkschakeling pensioenen ambtenaren / werknemers / zelfstandigen” of “extra middelen/belastingen om de pensioenen betaalbaar te houden”
3.3. Vindt U dat men de gelden uit de tweede pijler van de groep die hierin heeft kunnen sparen mag aanwenden (= extra belasten bij uitkering) om de eerste pijler van de anderen te spijzen?
3.4. Wat vindt U van het Zweedse systeem, waarbij er een laag maar aanvaardbaar basispensioen is, en de rest bestaat uit een uitkering evenredig met wat men ingebracht heeft.
3.5. Wanneer extra pensioenfondsen worden uitgebouwd (bvb een versteviging van de tweede pijler) vindt U dan dat de controle erop van deze gelden moet onderworpen worden aan controle van diegenen die het geld hebben ingebracht (bvb via de ondernemingsraad) dan wel van de sociale partners. Beiden zijn immers vaak verschillend.
QA-pensioenen verkiezingen 2010
Nationale Confederatie van het Kaderpersoneel Vragen+en+Antwoorden+Partijen