Het Belgische pensioenstelsel bestaat uit 4 pijlers: het wettelijk pensioen, het aanvullend pensioen, de individuele regeling (pensioensparen) en de niet-fiscale regeling (eigen vermogen). Laat ons even deze 4 pijlers belichten.
Eerste pijler: de wettelijke regeling
Ons rustpensioen of ons overlevingspensioen is het pensioen waar we recht op hebben op basis van ons inkomen, onze loopbaan en ons statuut van loontrekkende werknemer, zelfstandige of ambtenaar. Als gevolg van de vergrijzing van de bevolking blijft het bijzonder moeilijk die pensioenen te financieren. Ondanks het Zilverfonds en andere maatregelen blijft de overheid het moeilijk hebben om de pensioenen te financieren. Daarom moedigt de regering persoonlijke initiatieven aan.
Tweede pijler: het aanvullend pensioen
Extralegale pensioenen zijn de groepsverzekeringen, het vrij aanvullend pensioen (VAP) en het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen, en de individuele pensioentoezeggingen, met interne of externe financiering.
De werkgever sluit hier een arbeidsovereenkomst die voorziet in een jaarlijkse storting van een aanvullende pensioenbijdrage voor de werknemers. De door de werkgever gestorte premies kunnen worden aangevuld met een bijdrage van de werknemers, die op die manier een aanvullend vermogen kunnen aanleggen. Er is een langetermijnvisie nodig, want de pensioengerechtigde leeftijd (65 jaar) kan soms nog heel veraf lijken.
Derde pijler: de individuele regeling
Wanneer volledig gebruik gemaakt is van de tweede pijler of wanneer die alleen in bepaalde mate beschikbaar is, kan men zijn spaargeld voor de oude dag altijd fiscaal inzetten. De derde pijler is wat men gewoonlijk het pensioensparen noemt. Daarin bestaan de individuele levensverzekering, de pensioenspaarverzekering en het pensioenspaarfonds.
Vierde pijler: de niet-fiscale regeling – een zelf aangelegd vermogen
De pijler van de niet-fiscale regeling wordt gevormd door de inspanningen die mensen persoonlijk leveren om zelf een vermogen aan te leggen dat ze later zullen kunnen aanspreken. Het gaat dan bijvoorbeeld om de aankoop van een tweede verblijf, eigendommen om huurinkomsten uit te halen, de waarde van de eigen onderneming, een aandelenoptieplan (indien men in een multinational werkt, de spaarrekening, een effectenportefeuille met aandelen en obligaties, enz. Voor zelfstandigen is hun onderneming vaak de voornaamste bron van inkomsten nadat ze met pensioen zijn gegaan. Een tweede verblijf dat verkocht wordt op het ogenblik dat men met pensioen gaat, is nog zo’n grote bron van inkomsten.