Een personeelslid van de Vlaamse overheid heeft het Grondwettelijk hof gevraad zich uit te spreken over het verschil in behandeling dat ontstaan is om wille van de nieuwe manier van pensioenberekening op basis van het weddegemiddelde van de laatste 10 jaar (ipv. voorheen de laatse 5 jaar).
Het Grondwettelijk hof oordeelt dat dit onderscheid zoals gemaakt in de pensioenwetgeving niet onredelijk is en dus niet ongrondwettelijk is.
Het Hof brengt onder meer aan dat budgettaire doelstellingen de basis kunnen vormen wettelijke wijzigingen, vermits die hoe dan ook op het principe van de veranderlijkheid gebaseerd zijn. Het arrest stelt hierbij vast dat er op dit punt geen verschil wordt gemaakt tussen de verschillende groepen personeelsleden. ...
Vervolg
Posts tonen met het label grondwettelijk hof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grondwettelijk hof. Alle posts tonen
dinsdag 22 januari 2013
donderdag 10 november 2011
Personeelsafgevaardigden niet beschermd tegen pensioen
Volgens de wet van 19 maart 1991 mogen (kandidaat- ) personeelsafgevaardigden slechts worden ontslagen om een dringende reden die vooraf door het arbeidsgerecht aangenomen werd, of om economische of technische redenen die vooraf door het bevoegd paritair orgaan werden erkend. De ontslagbescherming geldt echter niet voor personeelsafgevaardigden die de normale pensioenleeftijd hebben bereikt. Dat is het gevolg van artikel 2 § 2, derde lid, van de wet. Het artikel bepaalt dat er geen bescherming meer wordt toegekend aan de (kandidaat-)personeelsafgevaardigden die de leeftijd van vijfenzestig jaar bereiken, behoudens wanneer de onderneming de gewoonte heeft de categorie van werknemers waartoe zij behoren in dienst te houden.
Een bediende werd bij de sociale verkiezingen van 2008 verkozen tot personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad en in het comité voor preventie en bescherming op het werk. Op 1 september 2008 werd hij ontslagen, met een opzeggingsvergoeding van zes maanden loon, omdat hij de leeftijd van 65 jaar had bereikt. De bediende vorderde, nadat zijn re-integratie werd geweigerd, een beschermingsvergoeding. Omdat hij de toepassing van artikel 2 § 2, derde lid, van de wet van 19 maart 1991 betwistte, stelde de arbeidsrechtbank in Antwerpen een prejudiciële vraag over de verenigbaarheid van het artikel met artikel 10 en 11 Grondwet, al dan niet in samenhang met de richtlijn 2000/78/EG van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.
Vervolg
Een bediende werd bij de sociale verkiezingen van 2008 verkozen tot personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad en in het comité voor preventie en bescherming op het werk. Op 1 september 2008 werd hij ontslagen, met een opzeggingsvergoeding van zes maanden loon, omdat hij de leeftijd van 65 jaar had bereikt. De bediende vorderde, nadat zijn re-integratie werd geweigerd, een beschermingsvergoeding. Omdat hij de toepassing van artikel 2 § 2, derde lid, van de wet van 19 maart 1991 betwistte, stelde de arbeidsrechtbank in Antwerpen een prejudiciële vraag over de verenigbaarheid van het artikel met artikel 10 en 11 Grondwet, al dan niet in samenhang met de richtlijn 2000/78/EG van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.
Vervolg
dinsdag 22 maart 2011
Prejudiciële vraag betreffende artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen
Schendt artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen, in zoverre het het voordeel van het definitieve overlevingspensioen beperkt tot enkel de langstlevende echtgenoot die meer dan één jaar gehuwd was en het de langstlevende echtgenoot die minder dan één jaar gehuwd was van het voordeel ervan uitsluit, hoewel de echtgenoten voordien verbonden waren door een contract van wettelijke samenwoning ?
Uitspraak:
Artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het het voordeel van het definitieve overlevingspensioen beperkt tot enkel de langstlevende echtgenoot die meer dan één jaar gehuwd was en het de langstlevende echtgenoot die minder dan één jaar was gehuwd van het voordeel ervan uitsluit, hoewel de echtgenoten voordien waren verbonden door een contract van wettelijke samenwoning en waarbij de gezamenlijke duur van het huwelijk en de wettelijke samenwoning minstens één jaar bedraagt.
Grondwettelijk Hof - Arrest nr. 39/2011 van 15 maart 2011 - prejudiciële vraag betreffende artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen
Uitspraak:
Artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het het voordeel van het definitieve overlevingspensioen beperkt tot enkel de langstlevende echtgenoot die meer dan één jaar gehuwd was en het de langstlevende echtgenoot die minder dan één jaar was gehuwd van het voordeel ervan uitsluit, hoewel de echtgenoten voordien waren verbonden door een contract van wettelijke samenwoning en waarbij de gezamenlijke duur van het huwelijk en de wettelijke samenwoning minstens één jaar bedraagt.
Grondwettelijk Hof - Arrest nr. 39/2011 van 15 maart 2011 - prejudiciële vraag betreffende artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen
dinsdag 2 november 2010
Korte opzeggingstermijn is toegestaan voor 65-jarige
Een bediende gaat niet “automatisch” op pensioen, u moet hem effectief ontslaan. Betekent dit dat u een bediende die 65 jaar zal worden en al lang bij u werkt, ruim van tevoren zijn opzegging moet geven? Toch niet. Voor deze specifieke situatie voorziet de Arbeidsovereenkomstenwet een uitzondering. Een opzeggingstermijn van zes maanden volstaat.
Meer
Meer
woensdag 27 oktober 2010
Korte opzeggingstermijnen voor pensioengerechtigde bedienden: discriminatie?
Artikel 83, § 1 van de Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat een werkgever een bediende die de leeftijd van 65 jaar bereikt kan ontslaan met een opzeggingstermijn van zes maanden (indien de bediende 5 jaar anciënniteit heeft of meer). Dat is uiteraard heel wat minder dan de opzeggingstermijn die een oudere bediende normaal mag verwachten, zeker wanneer die lang bij dezelfde werkgever werkt.
| http://www.laga.be/ |
Toch vindt het Grondwettelijk Hof (1) dat dit verschil in behandeling tussen "oudere" bedienden geen discriminatie is in de zin van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Artikel 83, § 1 van de Arbeidsovereenkomstenwet mag immers niet los worden gezien van artikel 36 van dezelfde wet.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :