Posts tonen met het label rechtspraak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rechtspraak. Alle posts tonen

dinsdag 4 oktober 2011

Nederland: Gepensioneerde wint zaak tegen bedrijfstakpensioenfonds en krijgt dubbel pensioen

Het bedrijfstakpensioenfonds voor de Schoen-, Leder-, en Lederwarenindustrie moet op last van de kantonrechter in Heerlen levenslang 40.000 euro aan pensioen uitkeren aan een gepensioneerde die slechts recht had op 22.000 euro.

De gepensioneerde had al 2,5 jaar lang het hogere bedrag uitgekeerd gekregen, toen het fonds erachter kwam dat het zich verrekend had. Toen het fonds zijn fout wilde rechtzetten, pikte de gepensioneerde dat niet en stapte naar de kantonrechter.

Op 27 juli jongstleden stelde kantonrechter A.P.A. Bisscheroux de gepensioneerde in het gelijk.

dinsdag 20 september 2011

Behoud van rechten op aanvullend pensioen bij een zelfde werkgever in verschillende lidstaten

Als antwoord op een prejudiciële vraag van het Hof van Beroep van Brussel, antwoordt het Hof van Justitie dat artikel 48 VWEU (Verdrag Werking Europese Unie), dat handelt over de sociale zekerheid van migrerende werknemers, geen rechtstreekse werking heeft. Een particulier kan zich hier, in een geding voor een nationale rechter, tegenover een werkgever uit de privésector, dus niet op beroepen.

Daarnaast stelt het Hof dat artikel 45 VWEU zo moet worden uitgelegd dat het zich bij verplichte toepassing van een CAO verzet tegen:


  1. de niet-meetelling van de door een werknemer bij dezelfde werkgever in diens exploitatiezetels in verschillende lidstaten en krachtens eenzelfde algemene arbeidsovereenkomst vervulde dienstjaren voor de bepaling van de periode voor verwerving van definitieve rechten op aanvullende pensioenuitkeringen in een lidstaat; en
  2. de gelijkstelling met vertrek uit eigen wil door een werknemer van de overplaatsing van deze werknemer van een in een lidstaat gelegen exploitatiezetel van zijn werkgever naar een in een andere lidstaat gelegen exploitatiezetel van dezelfde werkgever.

Bijgevolg staat artikel 45 VWEU in de weg aan elke maatregel die, zelfs wanneer hij zonder discriminatie op grond van nationaliteit van toepassing is, het gebruik van de in het Verdrag gewaarborgde fundamentele vrijheden door burgers van de Unie kan belemmeren of minder aantrekkelijk kan maken.

HvJ 10 maart 2011, C 379/09, Casteels tegen British Airways.

Bron: Leergang Pensioenrecht 2010-2011, nieuwsbrief nr. 4

Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)

Prestaties groepsverzekering zijn gemeenschappelijk bij echtscheiding

In 1999 heeft het toenmalige Arbitragehof de artikelen 127 en 128 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekerings- overeenkomst (WLVO) ongrondwettig bevonden voor individuele levensverzekeringen. Recent heeft het Grondwettelijk Hof zich in een langverwacht arrest uitgesproken over de toepassing van deze artikelen op groepsverzekeringen.

In een kort arrest van 27 juli 2011 bevestigt het Grondwettelijk Hof dat beide artikelen van toepassing zijn op groepsverzekeringen. En opnieuw besluit het Hof tot ongrondwettelijkheid in de interpretatie dat het kapitaal van een groepsverzekering als een eigen goed wordt beschouwd. Het Hof stelt deze keer zeer duidelijk dat het kapitaal gemeenschappelijk is. Als argumentatie wordt aangehaald dat de bijdragen aan de groepsverzekering die door de werkgever worden betaald, deel uit maken van het loon, waardoor de prestaties van de groepsverzekering als inkomsten uit beroepsbezigheden worden beschouwd die krachtens het Burgerlijk Wetboek gemeenschappelijk zijn

De rechtsonzekerheid die al twaalf jaar bestaat, is door de recente uitspraak van het Hof niet verdwenen. Eén ding staat vast: de wetgever moet de problemen oplossen, zo snel mogelijk!


Vervolg

Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)

dinsdag 22 maart 2011

Prejudiciële vraag betreffende artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen

Schendt artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen, in zoverre het het voordeel van het definitieve overlevingspensioen beperkt tot enkel de langstlevende echtgenoot die meer dan één jaar gehuwd was en het de langstlevende echtgenoot die minder dan één jaar gehuwd was van het voordeel ervan uitsluit, hoewel de echtgenoten voordien verbonden waren door een contract van wettelijke samenwoning ?


Uitspraak:

Artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het het voordeel van het definitieve overlevingspensioen beperkt tot enkel de langstlevende echtgenoot die meer dan één jaar gehuwd was en het de langstlevende echtgenoot die minder dan één jaar was gehuwd van het voordeel ervan uitsluit, hoewel de echtgenoten voordien waren verbonden door een contract van wettelijke samenwoning en waarbij de gezamenlijke duur van het huwelijk en de wettelijke samenwoning minstens één jaar bedraagt.

Grondwettelijk Hof - Arrest nr. 39/2011 van 15 maart 2011 - prejudiciële vraag betreffende artikel 2, § 1, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen

zondag 20 februari 2011

Petercam moet schade voor slecht beheer fonds vergoeden

De rechtbank van koophandel heeft het Brusselse beurshuis Petercam veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding wegens een gebrek aan voorzichtigheid bij het beheer van het pensioenfonds van winkelketen Inno.


Dat schrijven L'Echo en De Tijd zaterdag. Petercam moet een boete betalen. Hoe hoog die boete wordt, is nog niet bepaald. Volgens de advocaten van het fonds bedraagt de schade 2,29 miljoen euro. Petercam gaat in beroep.

In 2008, in volle financiële crisis, stelde de leiding van het fonds zich vragen bij de ondermaatse prestatie van de portefeuille. Ze schakelde een consultant in die tot de conclusie kwam dat Petercam riskant veel had belegd in bedrijfsobligaties, met name in eeuwigdurende en achtergestelde obligaties. Een poging tot minnelijke schikking strandde, waarop het fonds naar de rechtbank stapte.




Die oordeelt dat het aankopen van de obligaties niet neerkwam op een fout, wel het aanhouden ervan tot eind 2008. Daarmee schond het beurshuis volgens het vonnis de algemene verplichting tot voorzichtigheid bij het beheer van een portefeuille. Door de crisis had "de aard van de effecten Petercam tot waakzaamheid moeten aanzetten".

maandag 29 november 2010

Afscheidspremies: aanvulling op pensioen

Een onderneming betaalde aan haar werknemers een afscheidspremie bij pensionering. De BVBA is niet verplicht om deze vergoeding te betalen. In die zin moeten de uitbetaalde afscheidspremies worden beschouwd als een aanvulling van het pensioen van deze werknemers.

Krachtens artikel 2, lid 3 van de loonbeschermingswet worden vergoedingen “die moeten worden beschouwd als een aanvulling van de voordelen toegekend voor de verschillende takken van de sociale zekerheid” niet als loon beschouwd. Het heeft geen belang of deze premie eenmalig is, welke omvang de premie heeft, welke parameters zijn gebruikt om de premie samen te stellen, en of deze parameters al dan niet zijn geput uit de voorheen bestaande tewerkstelling. Enkel de intentie van de werkgever telt. De RSZ beschouwde de premie dus onterecht als loon.

Arbh. Antwerpen 23 april 2010, Socialweb 16 augustus 2010.

Verjaringstermijn niet-betaalde pensioenprestaties

De verjaringstermijn van niet-betaalde pensioenprestaties bedraagt 30 jaar in toepassing van art. 2262 B.W. Wanneer de vordering tot het bekomen van deze pensioenprestaties wordt ingesteld op grond van art. 1382 B.W., is het vertrekpunt van de verjaringstermijn het ogenblik waarop de fout, de schade en het oorzakelijk verband vaststaan. In casu is de schade pas ontstaan wanneer de rechthebbende geen aanpassingsvergoeding meer ontving.

Arbh. Gent 5 juni 2009, Socialweb 25 augustus 2010.

Overeenkomst van aanvullende pensioentoezegging ten voordele van de zaakvoerder

De Administratie telt bij de bezoldigingen van de bestuurder van een vennootschap, de door die vennootschap aan een verzekeringsmaatschappij betaalde premies in het kader van een bedrijfsleidersverzekering. De Administratie acht immers dat het voordeel van het verzekeringscontract rechtstreeks toekomt aan de bestuurder, op basis van een overeenkomst houdende bijkomende pensioentoezegging gesloten tussen de vennootschap en haar bestuurder. Ten onrechte volgens het hof, daar de Administratie niet aantoont dat de betwiste premies definitief werden betaald in het exclusieve en individuele voordeel van de bestuurder en dat de Administratie zelfs niet voorstelt om te bewijzen dat er sprake is van veinzing.

Brussel 17 februari 2010, Fiscalnet 6 juli 2010.

dinsdag 23 november 2010

Arbeidshof Luik - arrest van 18 december 2009

In welke mate is de werkgever gehouden ten aanzien van de aangesloten werknemer voor wat betreft de uitbetaling van het aanvullend pensioen? Het hof oordeelt dat de werkgever bevrijd is van zijn aanvullende pensioenverplichtingen ten aanzien van zijn werknemers door het sluiten van een groepsverzekering en het nakomen van zijn verbintenissen dienaangaande.

- toelichting: NjW 2010, 675, noot YS ‘Aanvullend pensioen’

Arbeidshof te Luik - 18 december 2009
Aanvullend pensioen – groepsverzekering – gehoudenheid van werkgever en pensioeninstelling ten aanzien van aangesloten werknemer – derdenbeding – goede uitvoering van de verzekeringsovereenkomst

NjW 2010, nr. 229, 675

donderdag 28 oktober 2010

Aanvullende pensioentoezegging kan door de werkgever niet eenzijdig gewijzigd worden

In een vonnis van 22 juni 2009 oordeelde de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt dat een werkgever een aanvullende pensioentoezegging niet eenzijdig kan wijzigen.

Een werkgever deed ten voordele van zijn kaderleden en hogere bedienden een aanvullende pensioentoezegging in 1967. Begin jaren 2000, na sluiting van de onderneming en nadat alle werknemers waren afgevloeid, ontstond er een geschil tussen enerzijds de werkgever en de pensioeninstelling, en anderzijds de begunstigde ex-werknemers.

Het geschil draaide om de interpretatie en de uitvoering van het pensioenreglement, waarin de omvang van de pensioentoezegging van de werkgever aan de aangeslotenen bepaald wordt. De werkgever en de pensioeninstelling gaven een nieuwe interpretatie aan de pensioentoezegging, waardoor de pensioenrechten van de aangeslotenen minder omvangrijk werden dan in de interpretatie die er vóór 2000 aan werd gegeven.

De rechtbank van eerste aanleg te Hasselt sprak zich als volgt uit:

De pensioentoezegging neergeschreven in het pensioenreglement, maakt deel uit van de individuele arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer.

woensdag 13 oktober 2010

Arbeidscontract mag automatisch stoppen bij pensioen

Het automatisch beëindigen van een arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioenleeftijd is niet in strijd met het EU-recht. Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg heeft dat vandaag bepaald.

Het deed zijn uitspraak in een zaak over een Duitse schoonmaakster. Zij ging in beroep tegen het verbreken van haar arbeidscontract op haar 65e omdat er sprake zou zijn van leeftijdsdiscriminatie.

Maar het Europees Hof is het daar niet mee eens. Clausules over het automatisch beëindigen van arbeidsrelaties bij pensionering, die ook in Nederland voorkomen, dragen bij aan evenwichtige arbeidsverhoudingen, aldus het hof. Ze bieden werknemers stabiliteit en het vooruitzicht op een pensioen en zorgen voor doorstroming op de arbeidsmarkt.

vrijdag 1 oktober 2010

Opzeggingstermijn van zes maanden voor werknemer die pensioengerechtigde leeftijd nadert, niet strijdig met gelijkheidsbeginsel

De verwijzende rechter wenst van het Hof te vernemen of artikel 83, § 1 Arbeidsovereenkomstenwet de artikelen 10 en 11Gw. schendt, in zoverre voormeld artikel de opzeggingstermijn vaststelt op zes maanden indien door de werkgever ontslag wordt gegeven om aan de voor onbepaalde tijd gesloten arbeidsovereenkomst een einde te maken vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de bediende de leeftijd van vijfenzestig jaar bereikt, terwijl artikel 82 van die wet ten aanzien van bedienden die niet de leeftijd van vijfenzestig hebben bereikt, voorziet in de mogelijkheid om bij overeenkomst of door de rechter een langere opzegtermijn te bepalen wanneer het jaarlijks loon van bediende hoger is dan een bij wet bepaald bedrag.

Lynx pakt uit met gratis laptop: Open een rekening en start met handelen

GwH 30 september 2010, nr. 107/2010

donderdag 23 augustus 2007

Patronale groepsverzekeringspremies zijn “loon” bij vergoeding na arbeidsongeval

Een arbeidsongevallenverzekeraar stelde een overeenkomst op inzake de vergoeding na een arbeidsongeval. Deze overeenkomst kreeg het akkoord van het slachtoffer en zijn behandelende geneesheer.

Toen deze overeenkomst werd voorgelegd aan het Fonds voor Arbeidsongevallen weigerde deze tot bekrachtiging over te gaan omdat zij van mening was dat de patronale bijdrage in de groepsverzekering eveneens diende opgenomen te worden in de berekening van het basisloon.

De arbeidsongevallenverzekeraar dagvaarde derhalve het slachtoffer tot vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en het bedrag van de vergoeding. In eerste aanleg besliste de arbeidsrechtbank van Turnhout dat de vergoeding rekening moest houden met de werkgeversbijdrage in de groepsverzekering.

De arbeidsongevallenverzekeraar argumenteerde voor het Arbeidshof te Antwepren dat de werkgeversbijdragen in de groepsverzekering moeten worden aanzien als een voordeel ter aanvulling van de sociale zekerheidsregeling. Deze zijn niet te bestempelen als loon conform art. 35, lid 2 van arbeidsongevallenwet dat “voordelen toegekend ter aanvulling van de sociale zekerheidsregeling” niet als loon beschouwt.

Overeenkomstig art. 35, 1ste lid van de arbeidsongevallenwet wordt wél als loon beschouwd “ieder bedrag of ieder in geld waardeerbaar voordeel dat rechtstreeks of onrechtstreeks door de werkgever aan zijn werknemer wordt toegekend ingevolge de tussen hen bestaande arbeidsverhouding ( ….)”.

Het Arbeidshof stelde vast dat het tweede lid van artikel 35 van de Arbeidsongevallenwet inhoudelijk dezelfde bewoordingen hanteert als deze vervat in artikel 2, derde lid, 3° van de Loonbeschermingswet van 12 april 1965.

Dit laatste artikel beschouwt vergoedingen “welke moeten worden beschouwd als een aanvulling van de voordelen toegekend voor de verschillende taken van de sociale zekerheid” niet als loon.

Het loonbegrip uit artikel 2, lid 1 van de Loonbeschermingswet wordt gehanteerd om te bepalen op welke looncomponenten de normale sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. Hhet Arbeidshof besliste dat het tweede lid van artikel 35 op dezelfde wijze diende te worden geïnterpreteerd als artikel 2, derde lid, 3° van de Loonbeschermingswet.

Het Arbeidshof besliste dan ook, onder verwijzing naar de cassatierechtspraak in verband met de Loonbeschermingswet, dat daar waar de uiteindelijke groepsverzekeringsuitkeringen op zich zonder twijfel onder de uitsluiting van art. 35, 2de lid van de arbeidsongevallenwet vallen, dit niet geldt voor de werkgeverspremies ter financiering van een groepsverzekering. Deze premies zijn loon in de zin van art. 35, 1ste lid van de arbeidsongevallenwet en dienen derhalve opgenomen te worden in het basisloon ter berekening van de arbeidsongevallenvergoeding. Commentaar: Het loonbegrip blijft een complex gegeven.

In dit arrest wordt een parallel gemaakt tussen het loonbegrip uit de Arbeidsongevallenwet en de Loonbeschermingswet.

Voor RSZ-doeleinden worden de werkgeverspremies in de groepsverzekering dan weer uitdrukkelijk uitgesloten uit het loonbegrip door artikel 19 §2, 21° van het Uitvoeringsbesluit RSZ-Wet. Arbeidshof Antwerpen 19 december 2005, A.R. 2040779
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :