Vandaag werd het lang verwachtte Koninklijk Besluit gepubliceerd waardoor in sommige gevallen pensioenrechten toegekend worden wanneer een deel van een kwartaalbijdrage verjaard is. Enkel zelfstandigen die te goeder trouw handelden hebben daarop recht. In sommige gevallen geldt de toekenning van pensioenrechten automatisch.
In het verleden betekende een verjaarde bijdrage automatisch dat er voor dat kwartaal helemaal geen pensioenrechten genoten werden.
Vervolg
Posts tonen met het label verjaring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verjaring. Alle posts tonen
maandag 11 maart 2013
maandag 29 november 2010
Verjaringstermijn niet-betaalde pensioenprestaties
De verjaringstermijn van niet-betaalde pensioenprestaties bedraagt 30 jaar in toepassing van art. 2262 B.W. Wanneer de vordering tot het bekomen van deze pensioenprestaties wordt ingesteld op grond van art. 1382 B.W., is het vertrekpunt van de verjaringstermijn het ogenblik waarop de fout, de schade en het oorzakelijk verband vaststaan. In casu is de schade pas ontstaan wanneer de rechthebbende geen aanpassingsvergoeding meer ontving.
Arbh. Gent 5 juni 2009, Socialweb 25 augustus 2010.
Arbh. Gent 5 juni 2009, Socialweb 25 augustus 2010.
woensdag 6 oktober 2010
Verjaringstermijn niet-betaalde pensioenprestaties
De verjaringstermijn van niet-betaalde pensioenprestaties bedraagt 30 jaar in toepassing van art. 2262 B.W. Wanneer de vordering tot het bekomen van deze pensioenprestaties wordt ingesteld op grond van art. 1382 B.W., is het vertrekpunt van de verjaringstermijn het ogenblik waarop de fout, de schade en het oorzakelijk verband vaststaan. In casu is de schade pas ontstaan wanneer de rechthebbende geen aanpassingsvergoeding meer ontving.
Arbh. Gent 5 juni 2009, Socialweb 25 augustus 2010.
Bron: Leergang Pensioenrecht 2010-2011, nr. 1, 15 september 2010
Arbh. Gent 5 juni 2009, Socialweb 25 augustus 2010.
Bron: Leergang Pensioenrecht 2010-2011, nr. 1, 15 september 2010
dinsdag 29 december 2009
Verjaring vordering aanvullende pensioenen
Op de vordering tot uitvoering van een verbintenis die ontstaan is uit een arbeidsovereenkomst maar met vervaldag na het beëindigen van die overeenkomst — in casu een vordering tot herberekening van een aanvullend pensioenkapitaal — is de in artikel 15 A.O.W bepaalde verjaringstermijn toepasselijk. Die verjaringstermijn vangt slechts aan op het ogenblik dat het recht opeisbaar wordt.
Een betwisting die betrekking heeft op de interpretatie en toepassing van een pensioenplan is een betwisting die uitsluitend de uitvoering van de verbintenissen opgenomen in het kader van de arbeidsovereenkomst en het daarin geïntegreerde pensioenplan tot voorwerp heeft en kan enkel ingesteld worden tegen de werkgever.
Arbh. Brussel 5 mei 2009, J.T.T. 2009, 393-394.
Een betwisting die betrekking heeft op de interpretatie en toepassing van een pensioenplan is een betwisting die uitsluitend de uitvoering van de verbintenissen opgenomen in het kader van de arbeidsovereenkomst en het daarin geïntegreerde pensioenplan tot voorwerp heeft en kan enkel ingesteld worden tegen de werkgever.
Arbh. Brussel 5 mei 2009, J.T.T. 2009, 393-394.
dinsdag 29 september 2009
B : Driejarige verjaring bij verzekeringen in vraag gesteld
In het eerste nummer van Le Journal des Tribunaux is een arrest verschenen van het EHRM (Europees Hof voor de Rechten van de Mens) omtrent het feit dat de vordering van de verzekeringnemer tegen de verzekeraar (J.T. nr. 6360 - 26/2009) in België na drie jaar verjaart.
De feiten die aan de zaak ten grondslag liggen, kunnen als volgt worden samengevat: een vader overlijdt en laat vijf minderjarige kinderen achter. De vader had echter een overlijdensverzekering afgesloten, de kinderen zullen hiervan genieten. Op deze zaak was het Italiaanse recht van toepassing omdat de personen de Italiaanse nationaliteit hadden en het Belgische Burgerlijk Wetboek voorschrijft dat het Italiaanse recht van toepassing zou zijn voor alles wat het ouderlijk gezag en de goederen van de minderjarige kinderen betreft. Het Italiaanse recht voorziet erin dat wanneer een ouder overlijdt, het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de tweede ouder, namelijk de moeder. De moeder kreeg dus het wettelijke beheer van de goederen van haar kinderen. De moeder opende vijf rekeningen (een rekening voor elk minderjarig kind) en plaatste er het geld op van de overlijdensverzekering van haar man. Op één jaar tijd was het geld op. De moeder had dergelijke rekeningen, volgens het Italiaanse recht, niet mogen openen zonder de toestemming van de voogdijrechter.
Bij het bereiken van hun meerderjarigheid eisten de benadeelde kinderen in eerste instantie een gezamenlijke veroordeling van de bank, de verzekeraar en de moeder. Tijdens de procedure hebben de kinderen echter de actie tegen hun moeder ingetrokken. Enkel de vordering tegen de bank en de verzekeraar werd behouden.
Tot in Cassatie kregen de kinderen te horen dat op basis van art. 32 van de wet van 11 juni 1874 op de verzekeringen, elke vordering voortvloeiende uit een verzekeringspolis verjaart na drie jaar te rekenen vanaf de gebeurtenis die daartoe aanleiding geeft. Een opschorting van deze termijn van drie jaar zou niet kunnen omdat dit is strijd zou zijn met de goede administratie van de verzekeringsondernemingen en bewijzen zouden kunnen verdwijnen indien de termijn zou worden verlengd. Er zou hierbij geen onderscheid dienen te worden gemaakt tussen minderjarigen en anderen. De feiten waren in deze zaak al meer dan drie jaar oud, en dus was geen vordering tegen de bank en de verzekeraar meer mogelijk volgens de Belgische hoven en rechtbanken.
De kinderen hebben ook proberen aan te tonen dat ze zich tijdens hun minderjarigheid in de onmogelijkheid bevonden hun rechten uit te oefenen en dit hen bijgevolg de toegang tot de rechter is ontzegd. Ook hier weer heeft men tot in Cassatie gezegd dat ze wel hun rechten hadden kunnen uitoefenen daar er via het Italiaanse recht een bijzondere curator had kunnen worden aangesteld wanneer er belangenconflicten tussen de ouders en de kinderen waren. De hoven en rechtbanken deden ook deze grief van de hand.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft daarentegen geoordeeld dat een strenge toepassing van de verjaringstermijnen, die geen rekening houdt met de omstandigheden eigen aan de zaak, de eisers verhinderde gebruik te maken van een recht dat hun normaliter ter beschikking stond. Het Hof is dan ook van mening dat het verhinderen van de toegang tot de rechter disproportioneel was met het doel de juridische zekerheid te waarborgen en de goede administratie van Justitie te verzekeren.
De vraag stelt zich nu welke gevolgen deze uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zal hebben op de Belgische verjaringstermijn van drie jaar die binnen de verzekeringsector wordt toegepast. In ieder geval dient te worden onthouden dat omstandigheden eigen aan een zaak, in casu minderjarigheid, een opschorting van de verjaringstermijn kunnen rechtvaardigen omdat het gebrek hieraan een disproportionele inbreuk zou kunnen vormen op het recht van toegang tot een rechter
De feiten die aan de zaak ten grondslag liggen, kunnen als volgt worden samengevat: een vader overlijdt en laat vijf minderjarige kinderen achter. De vader had echter een overlijdensverzekering afgesloten, de kinderen zullen hiervan genieten. Op deze zaak was het Italiaanse recht van toepassing omdat de personen de Italiaanse nationaliteit hadden en het Belgische Burgerlijk Wetboek voorschrijft dat het Italiaanse recht van toepassing zou zijn voor alles wat het ouderlijk gezag en de goederen van de minderjarige kinderen betreft. Het Italiaanse recht voorziet erin dat wanneer een ouder overlijdt, het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de tweede ouder, namelijk de moeder. De moeder kreeg dus het wettelijke beheer van de goederen van haar kinderen. De moeder opende vijf rekeningen (een rekening voor elk minderjarig kind) en plaatste er het geld op van de overlijdensverzekering van haar man. Op één jaar tijd was het geld op. De moeder had dergelijke rekeningen, volgens het Italiaanse recht, niet mogen openen zonder de toestemming van de voogdijrechter.
Bij het bereiken van hun meerderjarigheid eisten de benadeelde kinderen in eerste instantie een gezamenlijke veroordeling van de bank, de verzekeraar en de moeder. Tijdens de procedure hebben de kinderen echter de actie tegen hun moeder ingetrokken. Enkel de vordering tegen de bank en de verzekeraar werd behouden.
Tot in Cassatie kregen de kinderen te horen dat op basis van art. 32 van de wet van 11 juni 1874 op de verzekeringen, elke vordering voortvloeiende uit een verzekeringspolis verjaart na drie jaar te rekenen vanaf de gebeurtenis die daartoe aanleiding geeft. Een opschorting van deze termijn van drie jaar zou niet kunnen omdat dit is strijd zou zijn met de goede administratie van de verzekeringsondernemingen en bewijzen zouden kunnen verdwijnen indien de termijn zou worden verlengd. Er zou hierbij geen onderscheid dienen te worden gemaakt tussen minderjarigen en anderen. De feiten waren in deze zaak al meer dan drie jaar oud, en dus was geen vordering tegen de bank en de verzekeraar meer mogelijk volgens de Belgische hoven en rechtbanken.
De kinderen hebben ook proberen aan te tonen dat ze zich tijdens hun minderjarigheid in de onmogelijkheid bevonden hun rechten uit te oefenen en dit hen bijgevolg de toegang tot de rechter is ontzegd. Ook hier weer heeft men tot in Cassatie gezegd dat ze wel hun rechten hadden kunnen uitoefenen daar er via het Italiaanse recht een bijzondere curator had kunnen worden aangesteld wanneer er belangenconflicten tussen de ouders en de kinderen waren. De hoven en rechtbanken deden ook deze grief van de hand.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft daarentegen geoordeeld dat een strenge toepassing van de verjaringstermijnen, die geen rekening houdt met de omstandigheden eigen aan de zaak, de eisers verhinderde gebruik te maken van een recht dat hun normaliter ter beschikking stond. Het Hof is dan ook van mening dat het verhinderen van de toegang tot de rechter disproportioneel was met het doel de juridische zekerheid te waarborgen en de goede administratie van Justitie te verzekeren.
De vraag stelt zich nu welke gevolgen deze uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zal hebben op de Belgische verjaringstermijn van drie jaar die binnen de verzekeringsector wordt toegepast. In ieder geval dient te worden onthouden dat omstandigheden eigen aan een zaak, in casu minderjarigheid, een opschorting van de verjaringstermijn kunnen rechtvaardigen omdat het gebrek hieraan een disproportionele inbreuk zou kunnen vormen op het recht van toegang tot een rechter
vrijdag 26 juni 2009
Verjaring van uw pensioen?
Wie werkt er nog steeds bij dezelfde werkgever waar hij 40 jaar geleden begon? Bijna niemand meer. Iedereen is wel één of zelfs meerdere keren van werkgever gewisseld.
En heeft u al die tijd goed op uw pensioen gelet? Weet u precies waar al uw pensioen is opgebouwd en of het goed en volledig en volgens de toepasselijke regeling is opgebouwd?
Als u alle vragen met ‘ja’ kunt beantwoorden, dan kunt u nu stoppen met het lezen van dit artikel. In het andere geval raad ik u dringend aan om toch nog even verder te lezen….
Op de dag dat u 65 jaar wordt (of de eerste dag van de maand waarin dat gebeurt of de eerste dag van de maand daarna) is over het algemeen uw pensioen opeisbaar. Daargelaten de regelingen die een andere pensioenleeftijd hebben, maar die vallen even buiten de scope van dit artikel.
En dan? Komt uw pensioen dan spontaan en volledig tot uitkering? In de meeste gevallen ontvangt u inderdaad bericht van uw pensioenfonds of de verzekeraar dat u 65 jaar bent geworden (tja, dat wist u zelf ook wel!) en dat uw pensioen tot uitkering komt wat u bij werkgever X in 19-toen heeft opgebouwd. Maar, dan moet uw pensioenuitvoerder wél nog weten waar u woont. Gelukkig, heeft die toegang tot de gegevens van de Gemeentelijke Basisadministratie, dus dat zal meestal wel goed lopen.
Maar dan….dan ontdekt u, dat uw pensioen wel een heel laag bedrag is. U neemt de telefoon, belt de verzekeringsmaatschappij op waar het pensioen verzekerd is en vraagt hoe dat kan. Daar krijgt u te horen, dat uw voormalige werkgever niet alle premie heeft betaald. (ik spreek hier alleen over een verzekeraar, omdat dit bij een pensioenfonds niet direct aan de orde is).
Wat nu? U bent al meer dan 20 jaar weg bij die desbetreffende werkgever. Wat kunt u doen ? U kunt uw voormalig werkgever alsnog aansprakelijk stellen. Die zal zich op het standpunt stellen dat u al jarenlang weg bent en dat uw vordering verjaard is. Maar is dat wel zo ? Verjaart uw vordering ? Ten opzichte van de pensioenuitvoerder (verzekeraar of pensioenfonds) verjaart uw vordering sinds de invoering van de Pensioenwet in 2007 niet meer.
Ten aanzien van uw werkgever ligt dat iets genuanceerder. In principe verjaart uw vordering na 5 jaar na het moment waarop u kon weten dat u een vordering had op uw werkgever. Hoe u kon weten dat u vordering op uw (voormalig) werkgever heeft terzake van uw pensioen wordt ingevuld door alle relevante feiten en omstandigheden en wat maar bewijsbaar is. Heeft u bijvoorbeeld ooit een brief geschreven aan uw werkgever hierover of iets dergelijks binnen de termijn van 5 jaar dat u wist dat er iets niet in de haak was, dan heeft u de verjaring ‘gestuit’ en is er een nieuwe periode van 5 jaar gaan lopen.
Uw vordering op uw werkgever verjaart in elk geval na 20 jaar. Die 20 jaar beginnen te lopen, objectief bezien, vanaf het moment dat de schade is ontstaan. Dus bijvoorbeeld bij uw uitdiensttreding had uw pensioen afgefinancierd moeten zijn. En dat is niet gebeurd. U komt daar bijvoorbeeld 15 jaar pas achter. Als u dan uw werkgever aanspreekt, is uw vordering niet verjaard.
Het kan ook zo zijn, dat u pas veel later, langer dan 20 jaar verder, bij uw pensionering, pas ontdekt dat een en ander niet in de haak is. Wat dan? Uw pensionering is een nieuw punt. Dan is uw pensioen ook pas opeisbaar. En gaat de verjaring pas dán lopen.
Het is dus zeker de moeite waard om ook op uw pensioendatum nog na te gaan of het allemaal wel klopt wat u in het verleden bij de verschillende werkgevers heeft opgebouwd, want uw pensioen verjaart echt niet zomaar ! Maar ook tijdens uw werkzame leven adviseer ik u om goed bij te houden of uw pensioen steeds goed wordt opgebouwd en gefinancierd. Beter zo vroeg mogelijk aan de bel trekken, want tsja….een werkgever heeft ook niet altijd het eeuwige leven. En raadpleeg gewoon even een pensioendeskundige om uw rechten te laten nazien !
Mw. mr. Henny van den Hurk is partner bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten te Tilburg.
En heeft u al die tijd goed op uw pensioen gelet? Weet u precies waar al uw pensioen is opgebouwd en of het goed en volledig en volgens de toepasselijke regeling is opgebouwd?
Als u alle vragen met ‘ja’ kunt beantwoorden, dan kunt u nu stoppen met het lezen van dit artikel. In het andere geval raad ik u dringend aan om toch nog even verder te lezen….
Op de dag dat u 65 jaar wordt (of de eerste dag van de maand waarin dat gebeurt of de eerste dag van de maand daarna) is over het algemeen uw pensioen opeisbaar. Daargelaten de regelingen die een andere pensioenleeftijd hebben, maar die vallen even buiten de scope van dit artikel.
En dan? Komt uw pensioen dan spontaan en volledig tot uitkering? In de meeste gevallen ontvangt u inderdaad bericht van uw pensioenfonds of de verzekeraar dat u 65 jaar bent geworden (tja, dat wist u zelf ook wel!) en dat uw pensioen tot uitkering komt wat u bij werkgever X in 19-toen heeft opgebouwd. Maar, dan moet uw pensioenuitvoerder wél nog weten waar u woont. Gelukkig, heeft die toegang tot de gegevens van de Gemeentelijke Basisadministratie, dus dat zal meestal wel goed lopen.
Maar dan….dan ontdekt u, dat uw pensioen wel een heel laag bedrag is. U neemt de telefoon, belt de verzekeringsmaatschappij op waar het pensioen verzekerd is en vraagt hoe dat kan. Daar krijgt u te horen, dat uw voormalige werkgever niet alle premie heeft betaald. (ik spreek hier alleen over een verzekeraar, omdat dit bij een pensioenfonds niet direct aan de orde is).
Wat nu? U bent al meer dan 20 jaar weg bij die desbetreffende werkgever. Wat kunt u doen ? U kunt uw voormalig werkgever alsnog aansprakelijk stellen. Die zal zich op het standpunt stellen dat u al jarenlang weg bent en dat uw vordering verjaard is. Maar is dat wel zo ? Verjaart uw vordering ? Ten opzichte van de pensioenuitvoerder (verzekeraar of pensioenfonds) verjaart uw vordering sinds de invoering van de Pensioenwet in 2007 niet meer.
Ten aanzien van uw werkgever ligt dat iets genuanceerder. In principe verjaart uw vordering na 5 jaar na het moment waarop u kon weten dat u een vordering had op uw werkgever. Hoe u kon weten dat u vordering op uw (voormalig) werkgever heeft terzake van uw pensioen wordt ingevuld door alle relevante feiten en omstandigheden en wat maar bewijsbaar is. Heeft u bijvoorbeeld ooit een brief geschreven aan uw werkgever hierover of iets dergelijks binnen de termijn van 5 jaar dat u wist dat er iets niet in de haak was, dan heeft u de verjaring ‘gestuit’ en is er een nieuwe periode van 5 jaar gaan lopen.
Uw vordering op uw werkgever verjaart in elk geval na 20 jaar. Die 20 jaar beginnen te lopen, objectief bezien, vanaf het moment dat de schade is ontstaan. Dus bijvoorbeeld bij uw uitdiensttreding had uw pensioen afgefinancierd moeten zijn. En dat is niet gebeurd. U komt daar bijvoorbeeld 15 jaar pas achter. Als u dan uw werkgever aanspreekt, is uw vordering niet verjaard.
Het kan ook zo zijn, dat u pas veel later, langer dan 20 jaar verder, bij uw pensionering, pas ontdekt dat een en ander niet in de haak is. Wat dan? Uw pensionering is een nieuw punt. Dan is uw pensioen ook pas opeisbaar. En gaat de verjaring pas dán lopen.
Het is dus zeker de moeite waard om ook op uw pensioendatum nog na te gaan of het allemaal wel klopt wat u in het verleden bij de verschillende werkgevers heeft opgebouwd, want uw pensioen verjaart echt niet zomaar ! Maar ook tijdens uw werkzame leven adviseer ik u om goed bij te houden of uw pensioen steeds goed wordt opgebouwd en gefinancierd. Beter zo vroeg mogelijk aan de bel trekken, want tsja….een werkgever heeft ook niet altijd het eeuwige leven. En raadpleeg gewoon even een pensioendeskundige om uw rechten te laten nazien !
Mw. mr. Henny van den Hurk is partner bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten te Tilburg.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :