donderdag 23 augustus 2007

Patronale groepsverzekeringspremies zijn “loon” bij vergoeding na arbeidsongeval

Een arbeidsongevallenverzekeraar stelde een overeenkomst op inzake de vergoeding na een arbeidsongeval. Deze overeenkomst kreeg het akkoord van het slachtoffer en zijn behandelende geneesheer.

Toen deze overeenkomst werd voorgelegd aan het Fonds voor Arbeidsongevallen weigerde deze tot bekrachtiging over te gaan omdat zij van mening was dat de patronale bijdrage in de groepsverzekering eveneens diende opgenomen te worden in de berekening van het basisloon.

De arbeidsongevallenverzekeraar dagvaarde derhalve het slachtoffer tot vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en het bedrag van de vergoeding. In eerste aanleg besliste de arbeidsrechtbank van Turnhout dat de vergoeding rekening moest houden met de werkgeversbijdrage in de groepsverzekering.

De arbeidsongevallenverzekeraar argumenteerde voor het Arbeidshof te Antwepren dat de werkgeversbijdragen in de groepsverzekering moeten worden aanzien als een voordeel ter aanvulling van de sociale zekerheidsregeling. Deze zijn niet te bestempelen als loon conform art. 35, lid 2 van arbeidsongevallenwet dat “voordelen toegekend ter aanvulling van de sociale zekerheidsregeling” niet als loon beschouwt.

Overeenkomstig art. 35, 1ste lid van de arbeidsongevallenwet wordt wél als loon beschouwd “ieder bedrag of ieder in geld waardeerbaar voordeel dat rechtstreeks of onrechtstreeks door de werkgever aan zijn werknemer wordt toegekend ingevolge de tussen hen bestaande arbeidsverhouding ( ….)”.

Het Arbeidshof stelde vast dat het tweede lid van artikel 35 van de Arbeidsongevallenwet inhoudelijk dezelfde bewoordingen hanteert als deze vervat in artikel 2, derde lid, 3° van de Loonbeschermingswet van 12 april 1965.

Dit laatste artikel beschouwt vergoedingen “welke moeten worden beschouwd als een aanvulling van de voordelen toegekend voor de verschillende taken van de sociale zekerheid” niet als loon.

Het loonbegrip uit artikel 2, lid 1 van de Loonbeschermingswet wordt gehanteerd om te bepalen op welke looncomponenten de normale sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. Hhet Arbeidshof besliste dat het tweede lid van artikel 35 op dezelfde wijze diende te worden geïnterpreteerd als artikel 2, derde lid, 3° van de Loonbeschermingswet.

Het Arbeidshof besliste dan ook, onder verwijzing naar de cassatierechtspraak in verband met de Loonbeschermingswet, dat daar waar de uiteindelijke groepsverzekeringsuitkeringen op zich zonder twijfel onder de uitsluiting van art. 35, 2de lid van de arbeidsongevallenwet vallen, dit niet geldt voor de werkgeverspremies ter financiering van een groepsverzekering. Deze premies zijn loon in de zin van art. 35, 1ste lid van de arbeidsongevallenwet en dienen derhalve opgenomen te worden in het basisloon ter berekening van de arbeidsongevallenvergoeding. Commentaar: Het loonbegrip blijft een complex gegeven.

In dit arrest wordt een parallel gemaakt tussen het loonbegrip uit de Arbeidsongevallenwet en de Loonbeschermingswet.

Voor RSZ-doeleinden worden de werkgeverspremies in de groepsverzekering dan weer uitdrukkelijk uitgesloten uit het loonbegrip door artikel 19 §2, 21° van het Uitvoeringsbesluit RSZ-Wet. Arbeidshof Antwerpen 19 december 2005, A.R. 2040779
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :