donderdag 23 augustus 2007

Vergeten polissen maken regering slapend rijk

Consumentenbescherming moet wijken voor begrotingsdoelstelling
De beslissing van de federale regering na de slapende bankrekeningen nu ook de slapende levensverzekeringen aan te slaan, wordt verkocht als een maatregel om de consumenten beter te beschermen tegen de onwillige financiële instellingen. Maar daar zijn betere instrumenten voor. Deze maatregel is duidelijk genomen door een regering die wanhopig op zoek is naar allerlei geldpotjes om de gaten in haar begroting te dichten.

De Belgische Vereniging van Banken biedt nabestaanden bij het openvallen van de nalatenschap hulp aan bij het achterhalen waar de overledene een kluisje huurde. foto: IStock
De federale regering gaat zich het geld toe-eigenen van zogenaamde 'slapende' levensverzekeringen, raakte gisteren bekend. Slapende levensverzekeringen zijn levensverzekeringen die op vervaldatum zijn gekomen, maar waarvan de rechthebbenden de tegoeden niet opvragen. Bijvoorbeeld omdat de verzekerde vergeten is dat hij nog ergens een levens- of groepsverzekering had lopen - niet iedereen heeft zijn financiële administratie netjes op orde. Of omdat de rechthebbende simpelweg niet weet dat hij of zij de begunstigde is van een levensverzekering. Bij een levensverzekeringscontract kunnen de verzekeringnemer, de verzekerde en de begunstige immers drie verschillende personen zijn.

Hoeveel slapende levensverzekeringen er zijn en welk bedrag die vertegenwoordigen, wil de Belgische verzekeringssector niet kwijt. Maar aangenomen mag worden dat het om een aanzienlijke som gaat. Jaarlijks worden in ons land immers zowat 25 miljard euro premies betaald voor levensverzekeringen en de reserves in die verzekeringstak lopen op tot 125 miljard euro.

Vooraleer de overheid het geld van slapende levensverzekeringen kan inpikken, moet ze eerst definiëren wanneer een levensverzekering 'slaapt'. Dezelfde procedure paste ze een half jaar geleden al toe met betrekking tot bankrekeningen. Bankrekeningen waarop vijf jaar geen verrichtingen zijn gebeurd, kunnen als 'slapend' worden beschouwd, besliste de regering toen. Als de titularis van de rekening zich vijf jaar later nog steeds niet heeft gemeld, gaat het geld naar de staat. Volgens schattingen zijn er in ons land circa 200.000 slapende rekeningen waar samen 100 tot 180 miljoen euro op zou staan. Een welgekomen extraatje voor een federale regering die moet schrapen om rond te komen.
De paarse regering beroemt er zich graag op de personen- en de vennootschapsbelasting te hebben verlaagd. Maar omdat die belastingvermindering niet gepaard is gegaan met een verlaging van de overheidsuitgaven, moest de regering op zoek naar andere inkomstenbronnen. Alle potjes zijn leeggemaakt, alle laden opengetrokken om hier en daar nog wat centen bijeen te sprokkelen. Overheidsgebouwen werden verkocht, nieuwe heffingen - zoals een verpakkingstaks - ingevoerd, sommige bedrijven werden verplicht overheidsinitiatieven te sponsoren - Distrigas bijvoorbeeld moest de gaskorting voor de gezinnen betalen, een rekening van 100 miljoen euro - en zo meer. Aan originele ideeën om nieuwe inkomstenbronnen aan te boren geen gebrek. In dat rijtje passen de plannen van de regering om beslag te leggen op het geld van slapende bankrekeningen en verzekeringsrekeningen.

Zoektocht
Dat sommige mensen vergeten dat ze nog ergens een bankrekening of levensverzekering hebben, of dat erfgenamen dat niet weten, is een feit. Het is ook een feit dat het alles samen om aanzienlijke bedragen gaat. Maar wat moet er gebeuren met financiële tegoeden die niet - en wellicht nooit meer - worden opgevraagd?

Er zou kunnen worden afgesproken dat het geld na verloop van tijd toevalt aan de financiële instelling. Als een meevallertje, zeg maar, bij het zakendoen. Maar met welk recht zouden de banken en verzekeringsmaatschappijen zich die gelden toe-eigenen?
Een andere oplossing is dat het geld naar de overheid gaat. 'Alle goederen die onbeheerd zijn en geen eigenaar hebben, behoren tot het openbaar domein', stelt artikel 539 van het burgerlijk wetboek. Als het geld inderdaad van niemand is, dan kan het beter aangewend worden voor het algemeen belang.

In dit geval is er echter wel een eigenaar, alleen is die niet meteen bekend. Mensen verhuizen, veranderen van job, trekken naar het buitenland, scheiden of gaan met een andere partners samenwonen. Het is dus niet ongewoon dat de financiële instellingen het spoor wel eens bijster zijn.

In de meeste gevallen kan het echter niet zó moeilijk zijn om te achterhalen wie de rechtmatige eigenaar is. Met de huidige informaticatools en de uitgebreide elektronische databanken kan dat geen hopeloze zoektocht zijn. Is het trouwens tegenwoordig niet onmogelijk nog een bankrekening te openen als de titularis niet eerst een kopie van zijn identiteitskaart aan de bank bezorgt?

Dat de banken en de verzekeringsmaatschappijen niet spontaan op zoek gaan naar de eigenaars van slapende rekeningen en verzekeringen is begrijpelijk. Dat kost tijd en geld. En luidt een regel van het Belgische recht niet dat schulden 'haalbaar' zijn. In principe is het dus de eigenaar die het initiatief moet nemen om zijn centen te recupereren en is dat niet de verantwoordelijkheid van de banken en de verzekeringsmaatschappijen. Soms willen die wel een inspanning doen. Zo biedt de Belgische Vereniging van Banken hulp aan om bij het openvallen van een nalatenschap te achterhalen bij welke bank de overledene klant was of een kluis huurde. Voor die dienstverlening rekent ze wel 125 euro aan.

Consumenten
De beslissing van de regering om beslag te leggen op de slapende rekeningen en levensverzekering kwam er op voorstel van minister van Consumentenzaken Freya Van den Bossche (sp.a). De maatregel, luidt het, is bedoeld om de banken en de verzekeringsmaatschappijen aan te sporen op zoek te gaan naar de rechthebbenden en te verhinderen dat de banken jaar na jaar beheerskosten blijven aanrekenen voor ongebruikte rekeningen. Die smoes moet verhullen dat het de regering alleen om de centen te doen is. Het is immers maar al te duidelijk dat dit voorstel niet het werk is van de minister van Consumentenzaken, maar van de minister van Begroting, dat andere petje dat Freya Van den Bossche draagt.

Als het de minister er echt om te doen was de consument te beschermen, had ze andere maatregelen moeten nemen. Ze had bijvoorbeeld de banken en de verzekeringsmaatschappijen bij wet kunnen verplichten actief op zoek te gaan naar de rechthebbenden van slapende bankrekeningen en levensverzekeringen, eventueel tegen een beperkte vergoeding. Maar dan zou al dat geld, dat daar gewoon voor het grijpen ligt, niet in de Schatkist belanden maar opnieuw bij de consument terechtkomen. De minister van Begroting heeft het hier gehaald op de minister van Consumentenzaken.

08/02/2007 - Copyright © De TIJD
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :