Doorgaan naar hoofdcontent

Zal ik nog een wettelijk pensioen hebben?

Het wettelijk pensioen of de eerste pijler is gebaseerd op herverdeling: iedere actieve werknemer, zelfstandige en ambtenaar betaalt sociale bijdragen voor de huidige pensioengerechtigden. Het systeem werd in de jaren vijftig bedacht om de werknemers na de loopbaan nog enkele jaren te ondersteunen. Intussen is de levensverwachting zodanig gestegen dat gepensioneerden nog vele jaren met een pensioen en met dezelfde levensstandaard willen leven.
De vraag is hoelang de overheid die eerste pensioenpijler nog kan financieren. In een repartitiestelsel worden immers geen reserves aangelegd, waardoor er evenveel actieve mensen als gepensioneerden moeten zijn om het systeem werkbaar te houden. En daar wringt nu net het schoentje. Door de vergrijzing van de bevolking raakt de verhouding tussen de actieve bevolking en de gepensioneerden uit evenwicht. Mensen worden steeds ouder terwijl het geboortecijfer blijft dalen. Daardoor moeten meer pensioenen betaald worden met sociale bijdragen van minder werkenden. Daarbovenop gaan mensen vroeger met pensioen - gemiddeld op 58 jaar - dan de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar voorschrijft. Mensen stappen ook op steeds latere leeftijd op de arbeidsmarkt omdat ze langer studeren dan vroeger. Ze betalen dus gedurende een kortere periode bijdragen.

Zilverfonds
Om de financiële gevolgen van de vergrijzing op te vangen en de wettelijke pensioenen veilig te stellen, richtte de overheid in 2001 het Zilverfonds op. Dat fonds bouwt een financiële reserve op om het hoofd te bieden aan de stijging van het aantal gepensioneerden, dat tussen 2010 en 2030 verwacht wordt. Het geld van het Zilverfonds komt van begrotingsoverschotten, overschotten in de sociale zekerheid, eenmalige niet-fiscale inkomsten en winsten op de investeringen van het Zilverfonds. Volgens Bruno Tobback, Minister van Pensioene, is het wettelijk pensioen zoals het nu bestaat, nog voor onbepaalde tijd betaalbaar, op voorwaarde dat de regering de nodige budgettaire discipline handhaaft, het Zilverfonds verstandig gebruikt en het geld dat rechtmatig naar de pensioenen moet gaan ook daaraan blijft besteden. Volgens Bruno Tobback zijn er verschillende mogelijkheden om ervoor te zorgen dat het pensioen zoals het vandaag is, binnen twintig jaar beantwoordt aan de noden en wensen van de bevolking, namelijk via een eenvormig stelsel, de combinatie van het repartitie- en het kapitalisatiestelsel en door langer te werken.

Copyright © Tijd.be

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg