Posts tonen met het label plus magazine. Alle posts tonen
Posts tonen met het label plus magazine. Alle posts tonen

dinsdag 20 maart 2012

Sociale Zekerheid en commissie voor Vergrijzing buigen zich over toekomst pensioenbonus

De federale overheidsdienst Sociale Zekerheid en de Studiecommissie voor de Vergrijzing (SCvV) bestuderen de toekomst van de pensioenbonus, een financieel extraatje bovenop het pensioen voor wie langer gewerkt heeft. Die maatregel loopt momenteel eind 2013 af. Dat werd vernomen bij de ombudsdienst pensioenen.

De wet van 13 november 2011 (publicatie 23 november 2011) verlengt de pensioenbonus voor werknemers en zelfstandigen tot 31 december 2013.

De FOD Sociale Zekerheid en de SCvV hebben nu echter de opdracht gekregen de toekomst van de pensioenbonus te bestuderen, aldus de ombudsman. Die studie moet voor de zomer afgerond zijn, zodat ten laatste in november duidelijkheid bestaat over de bonus. "Mensen zijn immers meer dan een jaar op voorhand bezig met hun pensioendossier", aldus Van Der Steen.

Vervolg

Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension

vrijdag 27 mei 2011

MyPension haalt bijna 450 000 bezoekers in eerste jaar

Het is nu één jaar geleden dat MyPension, het online pensioendossier van de Rijksdienst voor Pensioenen, online ging. Sindsdien werd de website al bijna 500.000 maal geraadpleegd. Via deze online dienst krijgt de burger toegang tot alle informatie over zijn werknemerspensioen.

Op 25 mei 2011, dag op dag één jaar geleden, heeft de Rijksdienst voor Pensioenen zijn online dienst www.MyPension.be gelanceerd. Sindsdien hebben de werknemers en gepensioneerde werknemers en zelfstandigen het beveiligde pensioendossier al 448.231 maal bezocht.

Via zijn elektronische identiteitskaart of via een token kan de burger toegang krijgen tot de site, waar hij op een gebruiksvriendelijke en beveiligde manier alle informatie over zijn werknemerspensioen kan raadplegen:

vrijdag 4 maart 2011

Al 460 Vlaamse lokale overheden zorgen voor aanvullend pensioen voor hun contractuelen

Al meer dan 450 Vlaamse lokale overheden hebben voor hun contractuele ambtenaren een groepsverzekering afgesloten die hen een aanvullend pensioen biedt. Op die manier wordt de kloof met het pensioen dat hun collega's statutaire ambtenaren krijgen wat kleiner. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor de Provinciale en Plaatselijke Overheden (RSZPPO) hoopt samen met minister van Pensioenen Michel Daerden dat nu ook de Brusselse en Waalse lokale overheden zich zullen inschrijven op de groepsverzekering van Dexia Verzekeringen en Ethias.




vrijdag 28 januari 2011

Hospitalisatieverzekering: wat gebeurt er bij uw pensioen?

Ongeveer 4 miljoen Belgen beschikken over een hospitalisatieverzekering via het werk. Vroeg of laat komt dan het moment waarop ze zelf de fakkel moeten overnemen omdat ze met pensioen gaan of naar een werkgever verhuizen die niet zo'n hospitalisatieverzekering aanbiedt. Wilt u deze overgang vlekkeloos laten verlopen, dan hebt u drie mogelijkheden.

Als u een hospitalisatieverzekering hebt via het werk en de pensioenleeftijd nadert, kunt u theoretisch twee dingen doen: ofwel zet u de collectieve polis verder op individuele basis, ofwel verzekert u zich bij een ziekenfonds. Omdat de voortzetting op individuele basis echter duur kan uitvallen - u betaalt immers het tarief voor uw leeftijd - kunt u ook gebruik maken van een derde mogelijkheid: (lang voor u met pensioen gaat) een wachtpolis sluiten. Dit is een soort voorafbetaling op uw hospitalisatieverzekering zodat u later een verminderde premie zult betalen. Op deze pagina's zetten we de mogelijkheden op een rij, met hun voor- en nadelen, én de kosten.

Vervolg

woensdag 17 november 2010

Exclusieve peiling: hoe bereiden 50-plussers zich voor op hun pensioen?

Naar aanleiding van de Zenith-beurs peilden wij bij bijna 1000 werkende Belgen tussen 50 en 65 jaar naar de manier waarop ze uitkijken naar hun pensioen en zich erop voorbereiden. De peiling ging zowel over financiële zaken als over hun persoonlijke plannen in zake stoppen met werken en hun tijdsbesteding.
Het idee dat we met z’n allen langer moeten werken is blijkbaar doorgedrongen, zo bevestigt deze peiling. Slechts 9,3 % van de ondervraagden denkt nog aan stoppen met werken vóór 60 jaar. Vijf jaar geleden zou 15 % van de ondervraagden nog hiervoor gekozen hebben. Toch is slechts 33,5 % van zins tot de volle 65 jaar door te werken. Al zien we hier wel een opvallend verschil tussen de Franstaligen, van wie 40 % denkt te werken tot 65 jaar of langer, en de Nederlandstaligen (31 %).

Hoe zien ze het laatste deel van hun loopbaan? 38 % wil overstappen op deeltijds werken of op een systeem van tijdskrediet. Dit resultaat pleit eens te meer voor het behoud van het tijdskrediet als maatregel om 50-plussers aan het werk te houden. 33 % wil werken tot de allerlaatste dag.

Meer

donderdag 21 oktober 2010

Halftijds gewerkt, half pensioen?

Wie tijdens zijn volledige of een deel van zijn loopbaan deeltijds gewerkt heeft, zal op het einde van de rit ook maar een deeltijds pensioen ontvangen. Dat klinkt logisch. En toch zijn er gelukkigen die recht hebben op meer...


Van de generatie die de komende jaren met pensioen gaat, heeft een groot deel deeltijds gewerkt. Bovendien komen de meeste werknemers sowieso niet aan een volledige loopbaan, want die bereiken ze pas na 45 jaar werken. Het zijn twee factoren die behoorlijk inhakken op het - toch al niet zo royale - wettelijke pensioen. Hoe wordt het pensioen van een deeltijdse werknemer berekend? Voor de duidelijkheid: we hebben het hier inderdaad enkel over het pensioen van een werknemer.

Meer

vrijdag 5 februari 2010

Wat houdt u over als u werkt als gepensioneerde?

Met pensioen zijn en toch nog een beetje werken. U kunt het doen uit (financiële) noodzaak of voor de arbeidsvreugde, maar in beide gevallen kan dit extra inkomen u duur te staan komen! Zelfs wie binnen de grenzen van de pensioendienst blijft, riskeert een ijskoude fiscale douche!

"Beste redactie,
Met mijn pensioen van om en bij de 1000 euro netto per maand heb ik het soms moeilijk om uit de kosten te raken, laat staan nog wat te kunnen sparen. Zolang ik kan, probeer ik dan ook nog een centje bij te verdienen als zelfstandig vertegenwoordiger. Maar uit werken gaan als gepensioneerde kost ook geld! Om te beginnen moet ik sociale bijdragen betalen die mij geen extra pensioen opleveren omdat mijn zelfstandige activiteit geen hoofdberoep is. Nu merk ik dat ik op de koop toe financieel gestraft word doordat de fiscus mijn beide inkomens samentelt en de belastingvermindering voor gepensioneerden terugschroeft. Ik vraag mij af of het wel de moeite loont dat ik iets bijverdien."


F. Leblanc, Hélécine



Wie als gepensioneerde werkt en daarvoor een loon ontvangt, betaalt bijdragen voor de sociale zekerheid en die leveren inderdaad geen extra pensioen op. Zeker wie bovenop zijn rustpensioen nog iets wil bijverdienen, haalt dan ook het best eerst even zijn rekenmachine boven. Niet alleen bepaalt de pensioendienst de grenzen waarbinnen toegelaten arbeid mogelijk is (zie tabel Grenzen toegelaten arbeid gepensioneerden), maar ook de fiscus speelt een belangrijke rol! Wie naast zijn pensioen een ander inkomen verdient (hoe klein dat ook ) zal immers niet meer ten volle kunnen genieten van de belastingvermindering voor gepensioneerden.

Om de zaken duidelijk voor te stellen, vertrekken we van een voorbeeld dat vergelijkbaar is met dat van lezer Leblanc. Stel dat Julien 62 jaar is, al meer dan een jaar met pensioen en dat hij tegelijkertijd een activiteit begonnen is als zelfstandig vertegenwoordiger. Hij ontvangt een nettopensioen van € 1000 per maand, dus € 12.000 per jaar. In 2009 verdiende hij € 9000 extra.

Sociale zekerheid
Een gepensioneerde die bijverdient als zelfstandige betaalt sociale bijdragen. Het zijn echter louter solidariteitsbijdragen, die geen extra pensioen opleveren.

In ons voorbeeld: Vermits Julien zijn activiteit begonnen is op het moment dat hij met pensioen ging, betaalt hij elk kwartaal een forfaitaire voorlopige bijdrage van € 99,08 (3,675 % van een minimuminkomen van € 2616,35 per kwartaal), dus € 396,32 voor heel 2009. Wanneer zijn reële inkomen gekend zal zijn, zal er een regularisatie plaatsvinden. Dan worden zijn bijdragen berekend op wat hij werkelijk verdiend heeft en hij zal het verschil in één keer moeten bijpassen. Het is dus aangeraden van bij het begin zo realistisch mogelijke bijdragen te betalen.

WEETJE Denkt u dat uw inkomsten minder zullen bedragen dan € 2616,35 per kwartaal (dit is € 10.465,40 per jaar), dan kunt u een vrijstelling vragen. Maar overschrijdt u deze bijverdiengrenzen met 15 % of meer, dan zal uw pensioen geschorst worden en dan zult u de normale (volledige) bijdragen betalen.

Een gepensioneerde die bijverdient als werknemer betaalt socialezekerheidsbijdragen. Ook dit zijn solidariteitsbijdragen, ze leveren geen extra pensioen op.

De grenzen van de pensioendienst
Bijverdienen bij het pensioen mag maar binnen bepaalde grenzen. Deze grenzen werden al meermaals aangepast, de laatste keer in 2008, maar ze worden niet automatisch (bijvoorbeeld jaarlijks) versoepeld of geïndexeerd. De huidige bedragen vindt u hieronder.
tabelrecht

Verschillende grenzen.

De grenzen verschillen naargelang het pensioen dat u ontvangt (overlevingspensioen of rustpensioen) en of u nog kinderen ten laste hebt of niet. Hoeveel u mag bijverdienen hangt ook af van uw leeftijd: bent u tussen de 60 (het vroegste moment om met pensioen te kunnen gaan) en de 65 jaar, dan mag u minder bijverdienen dan na uw 65ste. Het bedrag dat u mag bijverdienen, geldt per jaar. Het maakt niet uit of u het hele jaar werkt of niet. Er is dus geen pro rata berekening (een berekening in verhouding tot het aantal gewerkte maanden), tenzij in volgende gevallen:

Als u 65 wordt en u was al vroeger aan het bijverdienen. Wordt u bijvoorbeeld 65 op 18 maart, dan zal de pensioendienst de grens voor 65-plussers toepassen vanaf 1 april. Er wordt voor dat kalenderjaar een pro-rataberekening gemaakt (dan geldt dus 3 maanden het grensbedrag voor mensen tussen 60 en 65 jaar, en 9 maanden de grens voor 65-plussers).

Voor het jaar dat u met pensioen gaat en begint bij te verdienen, of dat nu voor uw 65ste is of nadien maakt in dit verband niets uit. Stel dat u met pensioen gaat op 1 september. Dan zult u voor dat jaar maar 1/3de van het grensbedrag mogen bijverdienen.

Sancties bij overschrijding.

Overschrijdt u de grenzen met minder dan 15 %, dan zal het pensioen waarop u normaal recht zou hebben, verminderd worden met het percentage van de overschrijding. Wie meer dan 15 % te veel verdient, kan zijn pensioen kwijtspelen voor dat betrokken jaar.

In ons voorbeeld: De inkomensgrens voor het (netto belastbare) inkomen van een zelfstandige tussen 60 en 65 jaar en zonder kinderlast, ligt vast op € 5937,26 per jaar. Na aftrek van de sociale bijdragen en de beroepskosten bedraagt het inkomen van Julien echter € 6500. Dit is 9,5 % meer dan de toegelaten grens (100: 5937,26 x 6500 = 109,478 %). Vermits hij minder dan 15 % te veel verdient, zal zijn pensioen propor-tioneel verminderd worden. In zijn geval met 9,5 % of € 95 per maand.

Geen grenzen voor artistiek of wetenschappelijk werk.

Als het werk niet commercieel is (er wordt geen handel mee gedreven en het heeft geen weerslag op de arbeidsmarkt), dan gelden er geen grenzen voor artistieke of wetenschappelijke werken.

Let op voor de fiscus!
Verdient u bovenop uw pensioen nog iets bij, dan staat ook de fiscus klaar om zijn deel van de koek te ontvangen. Wie uitsluitend een vervangingsinkomen ontvangt (een pensioen, een werkloosheidsuitkering,..), betaalt geen belastingen als zijn inkomen niet méér bedraagt dan een bepaalde grens. Voor de pensioenen bedraagt die grens iets minder dan € 14.000 (aanslagjaar 2010, dus voor de inkomsten van 2009). Bedraagt uw pensioen meer dan deze grens, dan hebt u net als de andere belastingplichtigen recht op een belastingvrije som (€ 6690 voor inkomstenjaar 2009). De fiscus kent bovendien een belastingvermindering toe van € 1861,42 voor vervangingsinkomsten. Deze belastingvermindering wordt echter geleidelijk afgebouwd voor wie naast zijn pensioen nog andere inkomsten heeft. Zo wordt u eigenlijk twee keer belast op uw bijverdienste: eerst via de gewone progressieve belastingtarieven en vervolgens door het wegvallen van een stuk van de belastingvermindering voor vervangingsinkomens. Zo kan het zijn dat u van uw bijverdienste weinig tot niets overhoudt!

In ons voorbeeld: Als Julien enkel zijn pensioen van € 12.000 als inkomen zou ontvangen, betaalde hij geen belastingen vermits hij dan onder de grens bleef. Maar nu hij een extra inkomen van € 9000 ontvangt, wordt dat bij zijn pensioen geteld en wordt hij op dit totaalbedrag belast. Gebaseerd op zijn (geschatte) reële inkomsten, zal hij per jaar uiteindelijk ongeveer € 1323 sociale bijdragen moeten betalen. Zo blijft een belastbaar inkomen over van €19.667. Na alle toegepaste verminderingen zal hij dan bovendien nog eens € 3383 belastingen moeten ophoesten (7% gemeentebelasting inbegrepen).



WEETJE Verdient u nog wat bij als auteur, dan betaalt u een roerende voorheffing van 15 % maar u hoeft uw extra inkomen niet meer aan te geven in de personenbelasting.

donderdag 14 januari 2010

De pensioenfondsen kruipen uit een dal


Door de financiële crisis namen de pensioen-fondsen een stevige duik. Sinds het dieptepunt begin maart 2009 zijn de meeste fondsen intussen met meer dan 25% gestegen. Tijd voor een stand van zaken.
Meer dan 2,5 miljoen Belgen doen aan pensioensparen: 1,3 miljoen door middel van een pensioenspaarfonds en 1,2 miljoen met een pensioenspaarverzekering. Voor het inkomstenjaar 2009 kunnen we maximaal 870 euro per persoon aftrekken. We genieten dan een belastingvermindering van 30 % à 40 % naargelang het beroepsinkomen (plus gemeentebelasting). Concreet betekent dit dat we minimaal 261 euro en maximaal 348 euro uitsparen in de personenbelasting. Dit is uiteraard op voorwaarde dat we effectief belastingen betalen. Wie niets betaalt kan geen vermindering krijgen. Wie de premies van een pensioenspaarfonds of pensioenspaarverzekering fiscaal in mindering brengt, betaalt in principe een eenmalige belasting van 10 % op zijn 60ste verjaardag, wat dus best meevalt.

Fonds of verzekering
Het verschil tussen pensioensparen via de bank en via de verzekeraar, is het volgende.

Wie kiest voor een pensioenspaarverzekering krijgt elk jaar een gegarandeerd rendement dat momenteel tussen de 2,50 % en de 3,25 % per jaar ligt. Dat wordt nog aangevuld met een winstdeelname of bonus die afhangt van de prestaties van het onderliggende fonds.

Wie kiest voor een pensioenspaarfonds heeft geen zekerheid over het rendement (zoals bij een pensioenspaarverzekering) en er is ook geen garantie dat het ingelegde kapitaal zal behouden blijven.

De beurs en het pensioenspaarfonds
Pensioenspaarfondsen beleggen hoofdzakelijk in grote Europese aandelen. Om het verband tussen de beurs en de pensioenspaarfondsen te kennen, kijken we daarom het best naar de zogenaamde DJ Euro Stoxx 50, de beursindex die de 50 grootste beurskapitalisaties van de eurozone groepeert, zeg maar de 50 grootste bedrijven op de beurs in de Eurozone.

Dalende beurzen in 2008

Het slechte beursjaar 2008 staat in ons geheugen gegrift, maar de beurs presteerde voordien al minder goed. De DJ Euro Stoxx 50 stond in juli 2007 op ongeveer 4500 punten en begon toen - met ups en downs - langzaam te dalen. Vanaf december 2007 tuimelde ze de dieperik in, en dit duurde tot 5 maart 2009. Toen was de DJ Euro Stoxx 50 op 1850 punten terechtgekomen. De beurs is dus in anderhalf jaar met ongeveer 40 % gedaald. Aangezien dynamische pensioenspaarfondsen voor bijna 70 % in aandelen beleggen, volgden zij die trend. Veel pensioenspaarfondsen zijn tijdens deze periode met vaak meer dan 30% gezakt. Dat is minder dan de beurs zelf omdat maar 70 % in aandelen was belegd.

Stijgende beurzen in 2009

Sinds 6 maart 2009 hebben de beurzen de heropleving ingezet. Zo steeg de DJ Euro Stoxx 50 van 1850 naar ongeveer 2850 punten (ongeveer 55 %), de pensioenspaarfondsen scoorden gemiddeld rond de 30 % beter. Toch staan de meeste pensioenspaarfondsen nog meer dan 10 à 15 % onder hun koers van juli 2007. Dat is logisch want na een koersval moet het herstel dubbel zo sterk zijn om de schade te herstellen.

VOORBEELD Stel dat de waarde van een pensioenspaarfonds op 100 staat en met 50% zakt. Dan staat het op 50. Om zijn oorspronkelijke koers te bereiken (100) moet het fonds niet 50 % stijgen maar wel 100 %, namelijk van 50 naar 100. Het zal dus nog even duren voor alle schade hersteld is...

Concrete prestaties
In België zijn er 16 verschillende pensioenspaarfondsen, waarvan er enkele onder meer dan één naam aangeboden worden (bijv. fondsen van BNP Paribas Fortis die ook bij AXA worden verkocht). Naargelang het percentage aandelen waaruit het fonds bestaat, spreekt men van een dynamisch, een neutraal of een defensief pensioenspaarfonds.

Dynamische pensioenspaarfondsen (tabel 1)

10 van de 16 fondsen zijn dynamisch, wat betekent dat ze ongeveer voor 70 % in aandelen beleggen en dus het meeste risico nemen. De rest wordt belegd in obligaties en (een beetje) in cash. Het spreekt voor zich dat deze fondsen het sterkst zijn gedaald toen de beurs zware klappen kreeg. Maar het herstel vanaf 6 maart 2009 heeft ook meer invloed op hen dan op neutrale of defensieve fondsen. Sinds 1 januari 2009 zijn de dynamische fondsen tussen de 9,5 % en 20,5 % geste- gen. Als we echter naar het laatste jaar kijken (eind september 2008 tot oktober 2009) dan zitten we met een gemiddelde daling van iets meer dan 9 %. Ook als we naar de laatste 3 jaar kijken, is het gemiddeld jaarlijks rendement een daling van meer dan 4 %. Kijken we echter naar de laatste 5 jaar, dan komen we op een gemiddelde stijging van 3,77 % en dat komt aardig in de buurt van de gemiddelde score van een pensioenspaarverzekering.

Kijken we nog verder, namelijk naar de pensioenspaarfondsen sinds hun start (1986), dan komen we op een jaarlijks rendement van net geen 7 %. Het is dus duidelijk dat een dynamisch pensioenspaarfonds op de langere termijn (minstens 10 jaar) de meest renderende pensioenspaarformule is. Maar we moeten wel aanvaarden dat de koers plots 30 % kan dalen zoals dat het geval was in de periode juli 2007- maart 2009. Vandaar dat deze fondsen aan te raden zijn tot de leeftijd van 50 à 55 jaar. We hebben dan nog 10 jaar te gaan voor we met pensioen gaan en het geld nodig hebben. Vanaf 50 à 55 kunnen we beter overwegen om over te stappen naar een defensief fonds.





Neutrale pensioenspaarfondsen (tabel 2)

Momenteel zijn er 2, namelijk Fortis B Pension Balanced (BNP Paribas Fortis) en Metropolitan-Rentastro Balanced. Ze beleggen ongeveer 50% in aandelen en 50% in obligaties en situeren zich dus qua risico tussen een dynamisch en een defensief fonds.

Uit het kaderstukje hiernaast blijkt dat de klappen op de beurs iets minder effect hebben gehad op de neutrale fondsen dan op de dynamische maar van echt grote verschillen kun je niet spreken. In feite is dit een vis-noch-vleesformule die zich situeert tussen de dynamische (als we bereid zijn een bepaald risico te nemen en nog een lange termijn voor ons hebben) en de defensieve (als we het risico willen afbouwen of mijden).




Defensieve pensioenspaarfondsen (tabel 3)

Er zijn 4 defensieve fondsen op de markt. Ze beleggen voor slechts 30% in aandelen, 60% in obligaties en 10% in cash. Door het beperkte aantal aandelen zijn ze minder gevoelig voor de prestaties van de beurs en ligt het risico dus een stuk lager dan bij een dynamisch fonds. Hier merken we dat de zware beursklappen voor een belangrijk stuk worden afgevlakt. Het verschil met de prestaties van een dynamisch fonds op 1 en op 3 jaar is opmerkelijk. Ideaal dus voor wie minder risico wil nemen en/of minder dan 10 jaar van zijn pensioenleeftijd verwijderd is.



Pensioenspaarverzekeringen (tabel 4)

Willen we absoluut geen risico nemen, dan kiezen we het best voor een pensioenspaarverzekering. Op de lange termijn zal het rendement hier het laagst zijn, maar we hoeven ons tenminste geen zorgen te maken.







Welk rendement mogen we verwachten? (tabel 5)
Sinds het jaar 2000 hebben we twee zware en relatief lange beurscrashes gekend. Kortom, de laatste 10 jaar zijn niet representatief wat de pensioenspaarfondsen betreft. Als we naar de prestaties van deze fondsen (en gelijkaardige gemengde fondsen) op meer dan 25 jaar kijken, dan mogen we gemiddeld op de langere termijn (meer dan 10 jaar) betere opbrengsten verwachten. Het gaat hier uiteraard om een prognose die gebaseerd is op rendementen in het verleden. Dat geeft een indicatie voor de toekomst maar geen zekerheid.


dinsdag 29 december 2009

Aantal Belgen met een superpensioen neemt snel toe.

Het aantal topambtenaren met een pensioen van bijna € 5.700 per maand neemt de jongste jaren verrassend snel toe.
Dit bedrag staat in schril contrast met het gemiddelde pensioen van de Belg: € 1177 voor mannelijke werknemer en slechts € 577 voor vrouwelijke werknemers.

In zijn nummer van januari 2009, dat op 24 december verschijnt, ging Plus Magazine op onderzoek naar de bedragen van de reële wettelijke pensioenen van de Belg (de zogenaamde eerste pijler). De verschillen tussen de hoogste en de laagste blijken verrassend groter te zijn dan gedacht, net als deze tussen werknemers en ambtenaren.

De Belgische pensioendiensten betalen een maandelijks bedrag uit dat varieert van € 0,05 tot
€ 6.830. Een opvallende trend is de snelle groei van het aantal ambtenaren dat geniet van het zogenaamde absolute maximumpensioen (plafond) voor ambtenaren. In juni 2008 van dit jaar bedroeg dit € 5.691,60 per maand. Het aantal ambtenaren dat dit pensioen ontvangt, nam in 2007 met 28 % toe en moet nu rond de 2.700 liggen. Volgens de pensioendienst van de openbare sector (PDOS) is dat het gevolg van de relatief hoge stijging van de ambtenarenwedden in de voorbije vijftien jaar. Bovendien kunnen federale topambtenaren die een speciale opdracht hebben gekregen, door dit plafond breken ten gevolge van de Copernicushervorming. Hun absoluut maximumpensioen kan oplopen tot € 6.830 per maand.

In schril contrast hiermee vallen de lage gemiddelde pensioenen in ons land op. Volgens de meest recente cijfers bedraagt het reële gemiddelde werknemerspensioen € 1.177 per maand voor mannen en slechts € 537 voor vrouwen. De kloof met de ambtenarenpensioenen blijft groot: een mannelijke ambtenaar krijgt gemiddeld € 2.262 pensioen per maand, een vrouwelijke € 1.870. Bij werknemers die een wettelijk pensioen kunnen combineren met een groepsverzekering (2de pijler), wordt die kloof echter kleiner. Aan gespreksstof zal het op de nationale pensioenconferentie niet ontbreken.

vrijdag 11 december 2009

Een extra inkomen bij uw pensioen : deel 5: Uw eigen renteniersformule

U hebt een mooi kapitaaltje opgebouwd? En nu u met pensioen gaat, zou u graag elke maand een vast bedrag krijgen bovenop uw wettelijk pensioen? Dat kan perfect!

Heel wat gepensioneerden willen hun maandelijks pensioenbedrag graag aanvullen met een extraatje en de banken en verzekeraars spelen daar gretig op in met allerlei producten die een maandelijks bedrag als opbrengst garanderen (of beloven). Bij sommige formules blijft uw kapitaal onaangeroerd, bij andere wordt ook (een stuk van) uw kapitaal gebruikt. Sommige formules zijn volledig risicoloos terwijl weer andere wél risico's inhouden.

Uiteraard kunt u zelf een renteniersformule in elkaar puzzelen (of dat laten doen door een specialist) volgens uw eigen wensen en behoeften.




Wat is het?

Voor wie weinig of geen risico wil, komt het erop neer dat u een klein stukje van uw kapitaal op een goede spaarrekening zet, een klein stukje in termijnrekeningen steekt en een zo groot mogelijk deel in een Tak 21 (een beleggingsverzekering) en in kwaliteitsobligaties die u individueel aankoopt. Naargelang u superveilig of gewoon veilig wilt beleggen, kunt u een aantal zaken aanpassen. Wie superveilig wil beleggen zal bijv. enkel kiezen voor Tak 21-producten met een gegarandeerd rendement en enkel in staatsobligaties met een AA-rating. Wie gewoon veilig wil beleggen zal misschien ook een stuk in een Tak 21 steken met de 0%-formule (dus zonder gegarandeerd rendement) maar met een bonus. En hij zal bijvoorbeeld ook in bedrijfsobligaties beleggen met een BBB-rating, om een hoger rendement te halen.



Wie wat meer risico wil nemen, kan ook een stukje van zijn basiskapitaal in aandelen of aandelenfondsen steken.



Wat brengt het op?

Uiteraard is de opbrengst afhankelijk van hoe u uw portefeuille samenstelt. Stel dat u over een vermogen beschikt van € 300.000 en u belegt dit vandaag volledig in individuele obligaties (een mix van overheids- en bedrijfsobligaties) met een gemiddelde coupon van 4% bruto (3,4% netto). Via een eenvoudige strategie kunt u ervoor zorgen dat u iedere maand (of om de 3 maanden als u dat wenst) een extra inkomen krijgt. U kunt in dat geval bijv. een 12-tal individuele obligaties kopen, waarbij u ervoor zorgt dat uw eerste obligatie een coupon heeft die telkens in januari vervalt, de volgende in februari, de derde in maart en zo verder. De laatste vervalt dan in december. Uiteraard zijn er varianten mogelijk: door te werken met 24 obligaties (2 coupons die per maand vervallen) om een nog betere spreiding te hebben, de obligaties per trimester te kopen, en zo meer. Wie zijn obligaties bijhoudt tot de eindvervaldag kent vooraf de jaarlijkse rente en weet bovendien met zekerheid dat hij zijn beginkapitaal op de vervaldag zal terugkrijgen.



Voor de aankoop van de obligaties betaalt u gemiddeld (eenmalige) transactiekosten van 0,50 à 0,80%. Als u echter op de zgn. primaire markt koopt (op het moment dat een obligatie uitkomt) betaalt u geen kosten. Voor het bewaren van de effecten op een effectenrekening betaalt u een bewaarloon dat doorgaans tussen 0,1% en 0,15% per jaar ligt. Ten slotte vraagt ook de Belgische Staat nog zijn deel via een roerende voorheffing van 15% op de coupon.



Ideaal is natuurlijk dat u gebruik maakt van een combinatie van producten. Een Tak 21 (hier betaalt u in principe geen roerende voorheffing) in combinatie met andere veilige producten zoals kwaliteitsobligaties, termijnrekeningen en spaarboekjes is voor de veilige belegger wellicht de beste optie.



Wat bij een overlijden?

Bij het samenstellen van uw eigen renteniersformule, kunt u rekening houden met wat er bij een eventueel overlijden met de verschillende deeltjes van uw belegging gebeurt. Zo worden aandelen, obligaties en termijnrekeningen gewoon opgenomen in de nalatenschap. Bij beleggingsverzekeringen (Tak 21 en 23) is dat afhankelijk van de begunstigde. In principe zal de begunstigde hierop successierechten betalen (tenzij hij zelf de premies betaalde).



Voor wie is dit interessant?

Het zou ons hier te ver leiden om uit te leggen hoe een minder eenvoudige renteniersformule dan hierboven wordt samengesteld. Die moet immers (ten minste voor een deel) op maat gemaakt worden omdat de ene persoon (en zijn kapitaal) meer risico aankan dan de andere. Dit is de specialiteit van een vermogensplanner maar dan moet u wel rekenen dat een volledig uitgewerkt plan algauw ongeveer € 1500 kost. Dat is dus niet interessant voor bescheiden kapitalen, zeg maar onder de € 100.000.



De 70/30%-regel

Soms wordt gewerkt met de zgn. 70/30%-vuistregel. Via deze regel weet u perfect wat u mag opsouperen zonder dat uw kapitaal aan waarde en koopkracht verlies. Het komt eropneer dat uw bankier uw kapitaal voor 70% zal beleggen in kasbons en obligaties waarvan u enkel de coupons mag gebruiken, terwijl hij 30% belegt in kwaliteitsaandelen (of een fonds dat op zijn beurt in dergelijke aandelen belegt) waar u niet aankomt, behalve aan de dividenden die eventueel jaarlijks worden uitgekeerd. Afhankelijk van de rentestand, zal uw netto-opbrengst ergens rond de 2,5% per jaar liggen. Aan de andere kant zal de evolutie van de beurs er op de lange termijn voor zorgen dat uw totale kapitaal intact blijft én dat het zijn koopkracht blijft behouden. De beurs steeg in het verleden gemiddeld immers met 8% per jaar, voldoende om een inflatie van 2,5% (30% van 8%) op te vangen.



Is dit een betrouwbare formule? Eigenlijk gaat het om een goed vuist-regeltje, meer niet. In periodes van slecht presterende beurzen (bijv. het jaar 2008) is dit regeltje nogal gevaarlijk, omdat het enkel min of meer klopt en alleen op de lange termijn. Enkel wie relatief stressbestendig is en voldoende marge heeft (voor het geval de beurs een zware terugval kent), mag dit regeltje als leidraad gebruiken.

donderdag 10 december 2009

Een extra inkomen bij uw pensioen : deel 4 : Het renteniersplan

U hebt een mooi kapitaaltje opgebouwd? En nu u met pensioen gaat, zou u graag elke maand een vast bedrag krijgen bovenop uw wettelijk pensioen? Dat kan perfect!

Heel wat gepensioneerden willen hun maandelijks pensioenbedrag graag aanvullen met een extraatje en de banken en verzekeraars spelen daar gretig op in met allerlei producten die een maandelijks bedrag als opbrengst garanderen (of beloven). Bij sommige formules blijft uw kapitaal onaangeroerd, bij andere wordt ook (een stuk van) uw kapitaal gebruikt. Sommige formules zijn volledig risicoloos terwijl weer andere wél risico's inhouden.

Als u iets meer risico aankunt, is een zogenaamd renteniersplan als alternatief het overwegen waard. Het risico ligt hier wel hoger, maar de potentiële opbrengst is ook hoger.




Wat is het?

Bij een renteniersplan belegt u in fondsen of in een Tak 23-verzekering, zeg maar een fonds in een verzekeringskleedje. U kunt daarbij kiezen of u in fondsen wilt stappen die veel of weinig aandelen bevatten (dus weinig of veel obligaties). Hoe hoger het percentage obligaties, hoe meer zekerheid u inbouwt. Kiest u voor meer aandelen, dan mikt u op een hoger rendement maar ook op een hoger risico. In de praktijk zal uw bankier of uw verzekeraar u meestal een fondsenformule aanraden waarbij u belegt in een gemengd fonds (met zowel aandelen als obligaties) of een Tak 23. Veiligheidshalve zal hij een formule voorstellen met meer of even veel obligaties dan aandelen. Zich baserend op de prestaties in het verleden zal hij dan mikken op een bepaald rendement (bij een gemend fonds met even veel obligaties als aandelen momenteel ongeveer 6 à 6,5%).



Opdat u maandelijks een bepaald bedrag zou kunnen krijgen, zal uw bank of uw verzekeraar elke maand een aantal deelbewijzen van die fondsen verkopen. Hoe hoog die maandelijkse uitkering is, hangt af van de vooruitzichten van het fonds. Een gemengd fonds van bijv. 50% aandelen en 50% obligaties dat mikt op een gemiddeld rendement van 6,5%, zal uitgaan van deze gemiddelde prestatie om het maandelijkse bedrag te bepalen. Als de waarde van een dergelijk fonds zoals verwacht met gemiddeld 6,5% stijgt, behoudt het beginkapitaal zijn waarde. Dan compenseren namelijk de waarde-stijgingen van het fonds en de maandelijkse afkopen elkaar.



Hoeveel brengt het op?

De opbrengst van een fondsenplan hangt af van de fondsen (of de Tak 23) waarin wordt belegd. Er bestaat geen garantie dat het vooropgestelde rendement gehaald zal worden. Toch is dit product zeker het overwegen waard (als u wat meer risico aankunt) omdat het potentiële rendement een stuk hoger ligt. Wie bijvoorbeeld € 100.000 in een dergelijk renteniersplan belegt (bijv. een gemengd fonds dat mikt op gemiddeld 6,5%), zal elke maand ongeveer euro 500 netto krijgen, een stuk meer dus dan bij een renteniersrekening of -verzekering.



Wat bij een overlijden?

Bij een Tak 23 gaat het kapitaal naar de aangeduide begunstigde en wordt het contract stopgezet. Bij een fondsenplan van de banken gaat het kapitaal naar de erfgenamen en worden de maandelijkse bedragen verder uitbetaald tot zij het contract stopzetten.



Voor wie is dit interessant?

In tegenstelling tot een renteniersrekening en de renteniersverzekering, krijgt u bij een fondsenplan geen kapitaalsgarantie. In de praktijk zal dit fonds namelijk nooit perfect het vooropgestelde percentage per jaar presteren. Stel dat de beurzen het heel slecht doen, dan zullen de beheerders een deel van het kapitaal gebruiken om het vooropgestelde maandelijkse bedrag uit te betalen. U soupeert dan bij manier van spreken telkens een stukje van uw kapitaal op. Het omgekeerde is uiteraard ook mogelijk. Het is bij deze formule zelfs mogelijk dat na verloop van tijd (bij slechte prestaties die jaren duren) de maandelijkse uitkering naar beneden wordt herzien. Deze formule is dus enkel bestemd voor wie wat risico's kan en wil nemen.

Morgen: laatste deel : Uw eigen renteniersformule

woensdag 9 december 2009

Een extra inkomen bij uw pensioen : deel 3 : De lijfrente

U hebt een mooi kapitaaltje opgebouwd? En nu u met pensioen gaat, zou u graag elke maand een vast bedrag krijgen bovenop uw wettelijk pensioen? Dat kan perfect!


Heel wat gepensioneerden willen hun maandelijks pensioenbedrag graag aanvullen met een extraatje en de banken en verzekeraars spelen daar gretig op in met allerlei producten die een maandelijks bedrag als opbrengst garanderen (of beloven). Bij sommige formules blijft uw kapitaal onaangeroerd, bij andere wordt ook (een stuk van) uw kapitaal gebruikt. Sommige formules zijn volledig risicoloos terwijl weer andere wél risico's inhouden.

De meeste grote banken en verzekeraars bieden momenteel lijfrenteproducten aan.




Wat is het?

Een lijfrente is een contract dat bepaalt dat u een kapitaal overdraagt aan een financiële instelling, en in ruil levenslang een bepaalde rente uitbetaald krijgt. Zolang u leeft, ontvangt u de bedongen rente, ongeacht de leeftijd waarop u overlijdt. Het is dus een kanscontract, zowel voor u als voor de financiële instelling. U doet een goede zaak als u langer leeft dan de leeftijd waarmee rekening gehouden werd bij het opstellen van het contract . Overlijdt u echter korte tijd na het sluiten van het contract, dan doet de bank of verzekeraar een goede zaak.



Hoeveel brengt het op?

De opbrengst hangt af van verschillende elementen:



de rente die wordt toegekend aan het afgestane kapitaal. Die mag wettelijk maximaal 3,75% per jaar bedragen, maar de meeste banken en verzekeraars geven momenteel 3% of minder. Daarbovenop kan er een winstdeelname of een bonus worden toegekend.

de levensverwachting van diegene die het lijfrentecontract sluit: hoe ouder hij op dat ogenblik is, hoe hoger de rente zal zijn. Om ze te berekenen worden zogenaamde sterftetafels gebruikt.

de kosten die banken en verzekeraars aanrekenen in ruil voor het beheer van het afgestane kapitaal. Meestal gaat het om 2% instapkosten.

CONCREET In de tabel hieronder vindt u wat een man van respectievelijk 60, 65, 70, 75 en 80 jaar ontvangt als hij € 100.000 in lijfrente aan zijn bank of verzekeraar heeft toevertrouwd. Merk op dat het maandelijkse bedrag spectaculair stijgt met de leeftijd.



Leeftijd bij aanvang contract (jaar) Afgestaan kapitaal (in € - let op: geen kapitaalbehoud) Lijfrente per maand (netto in €)

60 100.000 470

65 100.000 553

70 100.000 668

75 100.000 832

80 100.000 1.071





TIP Vraag aan uw bankier of verzekeraar altijd of de maandelijkse rente die hij u voorstelt netto of bruto is. En denk eraan dat u als genieter van een lijfrente elk jaar 3% van het afgestane kapitaal moet vermelden in uw belastingaangifte. In ons voorbeeld is dat dus e€ 3000 (3% van € 100.000). Daarop betaalt u 15% roerende voorheffing, nog te verhogen met de gemeentelijke opcentiemen. Als de gemeentebelasting bij u bijvoorbeeld 6% bedraagt, betaalt u elk jaar € 477 belastingen (dit is € 39,75 per maand).



Wat bij een overlijden?

Bij overlijden krijgen de nabestaanden niets, tenzij u kiest voor een formule met overlijdensdekking (zie hiernonder: Maatwerk is mogelijk, punt 3). Het geld blijft hoe dan ook in handen van de verzekeraar. De inleg wordt dus niet teruggegeven.



Maatwerk is mogelijk

De moderne lijfrentecontracten worden voor een deel op maat gemaakt.



Op het hoofd van beide partners. De lijfrente kan overdraagbaar gemaakt worden op de partner. De rente wordt dan verder uitbetaald aan de partner wanneer de genieter van de lijfrente sterft. Dit is interessant maar alles heeft zijn prijs. Als bijv. een man van 60 na zijn overlijden de rente wil laten doorlopen op zijn echtgenote, dan zal de maandelijkse rente met ongeveer euro 100 per maand verminderen (gesteld dat de vrouw ook 60 is). Dit is logisch want de bank of verzekeraar riskeert veel langer een maandelijkse rente te moeten betalen.



Geïndexeerde rente. Bij bepaalde banken en verzekeraars kunt u kiezen voor een jaarlijks geïndexeerde lijfrente. Hoewel de inflatie momenteel negatief is, moet u toch op de langere termijn uitgaan van een inflatie van 2% per jaar. Wie een dergelijke geïndexeerde formule wil, zal uiteraard ook een lagere maandelijkse rente krijgen. Kiest u bijv. voor een indexatie met 2% per jaar, dan wordt de initiële maandrente in ons voorbeeld eveneens verminderd met ongeveer euro 100 per maand.



Lijfrente met overlijdensdekking. Een lijfrente is een kanscontract. Overlijdt u kort na het sluiten van het contract, dan krijgen uw erfgenamen niets meer en wordt alleen de verzekeringsmaatschappij of de bank er beter van. Wanneer u dit risico absoluut wilt uitsluiten, kunt u voorzien in een bijkomende overlijdensdekking.



Lijfrente voor een bepaalde termijn. Sommige verzekeraars bieden ten slotte de mogelijkheid om een tijdelijke lijfrente te sluiten voor bijv. 10 of 15 jaar. In tegenstelling tot de vorige extra's doet dit de initiële maand-rente toenemen. Anderzijds loopt u het risico dat u uw lijfrente overleeft.


Voor wie is dit interessant?

De lijfrente is een interessante formule voor wie vooral een hoge rente wil, maar het terugkrijgen van de inleg niet zo belangrijk vindt. In de eerste plaats zijn dit mensen die geen directe erfgenamen hebben. Maar ook als u kinderen hebt, kan het interessant zijn (eventueel een deel van) uw vermogen af te staan tegen een lijfrente om bijvoorbeeld zonder zorgen uw pensioen aan te vullen en u voor een stuk te verzekeren voor de toekomst, ook in het geval dat u heel oud zou worden.

Morgen: Het renteniersplan

dinsdag 8 december 2009

Een extra inkomen bij uw pensioen : deel 2 : De renteniersverzekering

U hebt een mooi kapitaaltje opgebouwd? En nu u met pensioen gaat, zou u graag elke maand een vast bedrag krijgen bovenop uw wettelijk pensioen? Dat kan perfect!

Heel wat gepensioneerden willen hun maandelijks pensioenbedrag graag aanvullen met een extraatje en de banken en verzekeraars spelen daar gretig op in met allerlei producten die een maandelijks bedrag als opbrengst garanderen (of beloven). Bij sommige formules blijft uw kapitaal onaangeroerd, bij andere wordt ook (een stuk van) uw kapitaal gebruikt. Sommige formules zijn volledig risicoloos terwijl weer andere wél risico's inhouden.

Een renteniersverzekering vindt u bij de meeste verzekeraars, en meer en meer ook bij de banken.

Wat is het?
Bij een klassieke levensverzekering stort u premies die op het einde van de rit een kapitaal bij leven (en eventueel bij overlijden) genereren. De renteniersverzekering is een spaarformule in een verzekeringskleedje en met een overlijdensdekking. Net als bij de renteniersrekening stort u een kapitaal en ontvangt u een maandelijkse rente. Op het moment dat u in een dergelijke renteniersverzekering stapt, moet u bepalen welk kapitaal u wilt recupereren op de vervaldag (als u op dat ogenblik nog leeft) en hoeveel uw erfgenamen moeten krijgen als u voordien zou overlijden.

Hier kunt u er bijvoorbeeld voor kiezen om € 100.000 in te leggen en een kapitaal van € 80.000 bij leven terug te krijgen. Dan krijgt u uiteraard een hogere rente omdat u een deel van uw kapitaal opsoupeert. Wilt u het rendement van een renteniersverzekering vergelijken met dat van een renteniersrekening (met een inleg van € 100.000), dan is het uiteraard belangrijk dat u een verzekering kiest waarbij u € 100.000 investeert en een kapitaal van € 100.000 recupereert, zowel bij leven als bij overlijden.

Hoeveel brengt het op?
De meeste renteniersverzekeringen hebben een looptijd van 8 jaar, maar het contract kan langer of korter zijn. Er is niet altijd een minimuminleg vereist, maar doorgaans bedraagt die tussen de € 10.000 en de € 50.000.

In tegenstelling tot de renteniersrekening, krijgt u hier het brutorendement. U ontvangt dan wel een fiche die u moet aangeven in uw belastingaangifte. U betaalt 15% roerende voorheffing (+ gemeentebelastingen) op 3% van het geïnvesteerde kapitaal (dit is een wettelijk forfait) plus bij de instap 1,1% verzekeringstaks.

Het niveau van de rente hangt in de meeste gevallen niet alleen af van de looptijd, maar wordt ook beïnvloed door andere factoren zoals de begininleg, het geslacht en de leeftijd van de verzekerde. In het tabelletje links-onderaan deze pagina vindt u bij wijze van voorbeeld wat een man en een vrouw van 60 jaar ongeveer netto mogen verwachten per jaar.

Zoals u merkt, ligt de opbrengst van een renteniersverzekering heel dicht bij deze van een renteniersrekening, maar spelen ook andere factoren van de verzekerde (het geslacht, de leeftijd,...) een rol.

Rentenierverzekering (met kapitaalbehoud)
U hebt € 100.000 belegd (looptijd 8 jaar) en ontvangt per maand volgens sekse:

Man van 60 jaar Vrouw van 60 jaar
€ 225,70 € 225,90


Wat bij een overlijden?
Als de verzekerde zou overlijden voor de einddatum van het contract, stopt de uitbetaling van de rente. Het kapitaal bij overlijden wordt dan uitgekeerd aan de begunstigde.

Voor wie is dit interessant?
Net als de renteniersrekening, is de renteniersverzekering bedoeld voor de belegger die op veilig wil spelen. Hij krijgt een gegarandeerd bedrag als periodieke rente en als hij daarvoor heeft gekozen, wordt zijn inleg op het einde van de rit (al dan niet volledig) terugbetaald.


Morgen: De lijfrente

maandag 7 december 2009

Een extra inkomen bij uw pensioen : deel 1 : De renteniersrekening

U hebt een mooi kapitaaltje opgebouwd? En nu u met pensioen gaat, zou u graag elke maand een vast bedrag krijgen bovenop uw wettelijk pensioen? Dat kan perfect!

Heel wat gepensioneerden willen hun maandelijks pensioenbedrag graag aanvullen met een extraatje en de banken en verzekeraars spelen daar gretig op in met allerlei producten die een maandelijks bedrag als opbrengst garanderen (of beloven). Bij sommige formules blijft uw kapitaal onaangeroerd, bij andere wordt ook (een stuk van) uw kapitaal gebruikt. Sommige formules zijn volledig risicoloos terwijl weer andere wél risico's inhouden.

Voor een zogenaamde renteniers-rekening moet u aankloppen bij een bank.




Wat is het?

De renteniersrekening die u bij de meeste banken kunt vinden, kunt u het best vergelijken met een termijnrekening of een kasbon, waarbij u niet jaarlijks maar maandelijks een bepaald bedrag ontvangt. Voor wie dat wenst, kan ook gewerkt worden met een trimestriële uitkering. Deze producten hebben een bepaalde looptijd, doorgaans 1 tot 10 jaar, al komt ook 15 jaar voor. U ontvangt elke maand intresten en - net als bij een kasbon of een termijnrekening -betaalt u roerende voorheffing. Wie kiest voor een renteniersrekening houdt er rekening mee dat het in principe niet mogelijk is uw kapitaal vóór de vervaldag opnieuw op te vragen, tenzij u bereid bent daar een prijs voor te betalen. Bij sommige banken is een minimuminleg van e€10.000 (of meer) verplicht.



Hoeveel brengt het op?

Het rendement van een renteniersrekening is onder meer afhankelijk van de looptijd: hoe langer u uw geld vastzet, hoe hoger het rendement. U betaalt wel 15% roerende voorheffing. In het kadertje hieronder vindt u terug wat u begin oktober 2009 zou ontvangen als u een kapitaal van € 100.000 had belegd op een goede renteniersrekening.



Wie dus € 100.000 voor 10 jaar had vastgezet op een renteniersrekening zou netto ongeveer € 270 per maand krijgen. Na 10 jaar krijgt u ook uw beginkapitaal van € 100.000 terug.



Rentenierrekening (met kapitaalbehoud)

U hebt € 100.000 belegd en ontvangt per maand:


Looptijd Rente (% - bruto) Bedrag per maand (€) Netto per maand (€)

1 jaar 2,01 167,50 142,38

2 jaar 2,22 185,00 157,25

3 jaar 2,59 215,83 183,46

4 jaar 2,94 245,00 208,25

5 jaar 3,21 267,50 227,38

6 jaar 3,45 287,50 244,38

7 jaar 3,64 303,33 257,83

8 jaar 3,70 308,33 262,08

9 jaar 3,75 312,50 265,63

10 jaar 3,80 316,67 269,17





Wat bij een overlijden?

Stel dat iemand een renteniersrekening heeft afgesloten met een looptijd van 10 jaar, maar 5 jaar later overlijdt hij. In dat geval blijft alles gewoon verder lopen (dus nog 5 jaar) en gaat de rekening over op de erfgenamen.



Voor wie is dit interessant?

De renteniersrekening richt zich tot spaarders die geen enkel risico willen nemen en het ook belangrijk vinden dat hun kapitaal intact blijft, zodat er geld overblijft voor de erfgenamen. Het is een veilige formule waarbij u vooraf perfect weet hoeveel u maandelijks zult krijgen. Er zijn geen verrassingen mogelijk.



Het rendement ligt echter niet zo hoog. Om na te gaan of u een interessante rente krijgt, doet u er goed aan het maandelijkse percentage (bijv. 3,21% op 5 jaar in ons voorbeeld) te vergelijken met een goede termijnrekening met dezelfde looptijd. Het tarief van een goede renteniersrekening zal doorgaans ongeveer 0,5 % lager liggen dan een goede, vergelijkbare termijnrekening. Theoretisch bent u dus beter gediend met een gewone termijnrekening, maar dan hebt u niet het gemak elke maand een bepaalde som te ontvangen.



4% opbrengst of meer is verdacht!

Vraagt u een offerte van een renteniersverzekering en u krijgt een voorstel met een opbrengst van 4% of meer, wees dan op uw hoede! De kans is dan klein dat u op het einde van het contract of bij overlijden het volledige beginbedrag zult terugkrijgen. Vooraleer u het contract tekent, vraagt u uw verzekeraar duidelijk te vermelden welke rente u elke maand - na kosten en taksen - zult krijgen én of het kapitaal intact blijft op het einde van de looptijd (doorgaans 8 jaar) of bij overlijden.



U stelt deze vraag veiligheidshalve ook als u een renteniersrekening wilt afsluiten omdat ook daar al een aantal banken en verzekeraars werken met een kapitaalafbouwformule (dan krijgt u op het einde slechts een deel van uw kapitaal terug) in plaats van een kapitaalgarantie.


Morgen : De renteniersverzekering

zondag 1 februari 2009

Meer topambtenaren met pensioen van 5.700 euro

Het aantal topambtenaren met een maandelijks pensioen van bijna 5.700 euro neemt de jongste jaren enorm snel toe. Het contrast met het gemiddelde pensioen van de Belg, 1.177 euro voor een mannelijke werknemer en 577 euro voor vrouwelijke werknemers, is dan ook enorm groot, schrijft Plus Magazine.

De verschillen tussen de hoogste en de laagste pensioenen blijken verrassend groter te zijn dan gedacht, net als deze tussen werknemers en ambtenaren, blijkt uit het artikel van Plus Magazine.

Sterk toegenomen
De Belgische pensioendiensten betalen een maandelijks bedrag uit dat varieert van 0,05 euro tot 6.830 euro. Het maximumpensioen loopt op tot 5.691,60 euro per maand. Het aantal ambtenaren dat dit maximumpensioen ontving nam in 2007 toe met 28 procent en moet nu rond de 2.700 liggen.

Door de Copernicushervorming kunnen topambtenaren door dit plafond breken. Hun absoluut maximumpensioen kan oplopen tot 6.830 euro per maand.

donderdag 4 september 2008

De beste pensioenspaarstrategieën volgens leeftijd

Zelf een extraatje opzijleggen voor hun later pensioen en tegelijk een belangrijk fiscaal voordeel opstrijken. 2,2 miljoen Belgen doen het al. Welke formules bestaan er? Wat is hun rendement? Zijn er risico's? En vooral: welke formule past het best bij uw leeftijd?

Als we spreken over pensioensparen in het algemeen, kunnen we elke vorm van sparen bedoelen voor het moment dat we met pensioen zullen gaan. Maar meestal wordt met de term pensioensparen het fiscaal pensioensparen bedoeld. In het vakjargon spreekt men soms ook van de derde pijler. De eerste pijler is dan het wettelijk pensioen, met de tweede pijler wordt het aanvullend pensioen via de werkgever (groepsverzekering) en het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen bedoeld. De derde pijler is het fiscale pensioensparen en met de vierde pijler wordt elke vorm van sparen bedoeld waarvoor geen fiscale aftrek geldt.
In het kader van dit dossier bekijken we de derde pensioenpijler: het individuele sparen voor het pensioen, dat fiscaal gestimuleerd wordt door de overheid. Momenteel doen 1,2 miljoen mensen aan pensioensparen via een fonds, terwijl dat er 10 jaar geleden nog maar 733 000 waren. Het aantal Belgen dat aan pensioensparen doet via een pensioenspaarverzekering wordt ge-schat op ongeveer 1 miljoen, zodat we op een totaal van 2,2 miljoen uitkomen.

Volledig dossier.


Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :