vrijdag 11 december 2009

Een extra inkomen bij uw pensioen : deel 5: Uw eigen renteniersformule

U hebt een mooi kapitaaltje opgebouwd? En nu u met pensioen gaat, zou u graag elke maand een vast bedrag krijgen bovenop uw wettelijk pensioen? Dat kan perfect!

Heel wat gepensioneerden willen hun maandelijks pensioenbedrag graag aanvullen met een extraatje en de banken en verzekeraars spelen daar gretig op in met allerlei producten die een maandelijks bedrag als opbrengst garanderen (of beloven). Bij sommige formules blijft uw kapitaal onaangeroerd, bij andere wordt ook (een stuk van) uw kapitaal gebruikt. Sommige formules zijn volledig risicoloos terwijl weer andere wél risico's inhouden.

Uiteraard kunt u zelf een renteniersformule in elkaar puzzelen (of dat laten doen door een specialist) volgens uw eigen wensen en behoeften.




Wat is het?

Voor wie weinig of geen risico wil, komt het erop neer dat u een klein stukje van uw kapitaal op een goede spaarrekening zet, een klein stukje in termijnrekeningen steekt en een zo groot mogelijk deel in een Tak 21 (een beleggingsverzekering) en in kwaliteitsobligaties die u individueel aankoopt. Naargelang u superveilig of gewoon veilig wilt beleggen, kunt u een aantal zaken aanpassen. Wie superveilig wil beleggen zal bijv. enkel kiezen voor Tak 21-producten met een gegarandeerd rendement en enkel in staatsobligaties met een AA-rating. Wie gewoon veilig wil beleggen zal misschien ook een stuk in een Tak 21 steken met de 0%-formule (dus zonder gegarandeerd rendement) maar met een bonus. En hij zal bijvoorbeeld ook in bedrijfsobligaties beleggen met een BBB-rating, om een hoger rendement te halen.



Wie wat meer risico wil nemen, kan ook een stukje van zijn basiskapitaal in aandelen of aandelenfondsen steken.



Wat brengt het op?

Uiteraard is de opbrengst afhankelijk van hoe u uw portefeuille samenstelt. Stel dat u over een vermogen beschikt van € 300.000 en u belegt dit vandaag volledig in individuele obligaties (een mix van overheids- en bedrijfsobligaties) met een gemiddelde coupon van 4% bruto (3,4% netto). Via een eenvoudige strategie kunt u ervoor zorgen dat u iedere maand (of om de 3 maanden als u dat wenst) een extra inkomen krijgt. U kunt in dat geval bijv. een 12-tal individuele obligaties kopen, waarbij u ervoor zorgt dat uw eerste obligatie een coupon heeft die telkens in januari vervalt, de volgende in februari, de derde in maart en zo verder. De laatste vervalt dan in december. Uiteraard zijn er varianten mogelijk: door te werken met 24 obligaties (2 coupons die per maand vervallen) om een nog betere spreiding te hebben, de obligaties per trimester te kopen, en zo meer. Wie zijn obligaties bijhoudt tot de eindvervaldag kent vooraf de jaarlijkse rente en weet bovendien met zekerheid dat hij zijn beginkapitaal op de vervaldag zal terugkrijgen.



Voor de aankoop van de obligaties betaalt u gemiddeld (eenmalige) transactiekosten van 0,50 à 0,80%. Als u echter op de zgn. primaire markt koopt (op het moment dat een obligatie uitkomt) betaalt u geen kosten. Voor het bewaren van de effecten op een effectenrekening betaalt u een bewaarloon dat doorgaans tussen 0,1% en 0,15% per jaar ligt. Ten slotte vraagt ook de Belgische Staat nog zijn deel via een roerende voorheffing van 15% op de coupon.



Ideaal is natuurlijk dat u gebruik maakt van een combinatie van producten. Een Tak 21 (hier betaalt u in principe geen roerende voorheffing) in combinatie met andere veilige producten zoals kwaliteitsobligaties, termijnrekeningen en spaarboekjes is voor de veilige belegger wellicht de beste optie.



Wat bij een overlijden?

Bij het samenstellen van uw eigen renteniersformule, kunt u rekening houden met wat er bij een eventueel overlijden met de verschillende deeltjes van uw belegging gebeurt. Zo worden aandelen, obligaties en termijnrekeningen gewoon opgenomen in de nalatenschap. Bij beleggingsverzekeringen (Tak 21 en 23) is dat afhankelijk van de begunstigde. In principe zal de begunstigde hierop successierechten betalen (tenzij hij zelf de premies betaalde).



Voor wie is dit interessant?

Het zou ons hier te ver leiden om uit te leggen hoe een minder eenvoudige renteniersformule dan hierboven wordt samengesteld. Die moet immers (ten minste voor een deel) op maat gemaakt worden omdat de ene persoon (en zijn kapitaal) meer risico aankan dan de andere. Dit is de specialiteit van een vermogensplanner maar dan moet u wel rekenen dat een volledig uitgewerkt plan algauw ongeveer € 1500 kost. Dat is dus niet interessant voor bescheiden kapitalen, zeg maar onder de € 100.000.



De 70/30%-regel

Soms wordt gewerkt met de zgn. 70/30%-vuistregel. Via deze regel weet u perfect wat u mag opsouperen zonder dat uw kapitaal aan waarde en koopkracht verlies. Het komt eropneer dat uw bankier uw kapitaal voor 70% zal beleggen in kasbons en obligaties waarvan u enkel de coupons mag gebruiken, terwijl hij 30% belegt in kwaliteitsaandelen (of een fonds dat op zijn beurt in dergelijke aandelen belegt) waar u niet aankomt, behalve aan de dividenden die eventueel jaarlijks worden uitgekeerd. Afhankelijk van de rentestand, zal uw netto-opbrengst ergens rond de 2,5% per jaar liggen. Aan de andere kant zal de evolutie van de beurs er op de lange termijn voor zorgen dat uw totale kapitaal intact blijft én dat het zijn koopkracht blijft behouden. De beurs steeg in het verleden gemiddeld immers met 8% per jaar, voldoende om een inflatie van 2,5% (30% van 8%) op te vangen.



Is dit een betrouwbare formule? Eigenlijk gaat het om een goed vuist-regeltje, meer niet. In periodes van slecht presterende beurzen (bijv. het jaar 2008) is dit regeltje nogal gevaarlijk, omdat het enkel min of meer klopt en alleen op de lange termijn. Enkel wie relatief stressbestendig is en voldoende marge heeft (voor het geval de beurs een zware terugval kent), mag dit regeltje als leidraad gebruiken.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :