vrijdag 11 december 2009

Lokale ambtenaren krijgen aanvullend pensioen

Zo'n 77.000 Vlaamse lokale en provinciale ambtenaren kunnen vanaf 1 januari rekenen op een aanvullend pensioen. De werkgeversorganisaties en vakbonden bereikten een akkoord over de uitbouw van een tweede pensioenpijler voor contractuele ambtenaren, en dat werd vandaag bekrachtigd door de Vlaamse regering.

Meer dan de helft van de ruim 150.000 Vlaamse lokale en provinciale ambtenaren zijn contractuele personeelsleden. Het gaat vaak om wegenarbeiders, medewerkers van de groendienst en administratief medewerkers. Zij hebben nu een werknemerspensioen dat in verhouding heel wat lager is - soms zelfs maar de helft - dan dat van vastbenoemde ambtenaren. Die ongelijkheid werd door iedereen als onrechtvaardig beschouwd.


De meeste lokale besturen in Vlaanderen – gemeenten, ocmw’s, provincies – starten vanaf 2010 met de opbouw van een aanvullend pensioen voor hun 80.000 niet vastbenoemde personeelsleden. De werkgeversorganisaties VVSG en VVP en de drie vakbonden van het personeel bekrachtigden het akkoord dat ze daarover eerder bereikten (DS 13 oktober); ze deden dit in aanwezigheid van de minister van Binnenlands Bestuur Geert Bourgeois (N-VA), de minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) en minister-president Kris Peeters (CD&V).

Dat aanvullend pensioen moet het grote verschil verkleinen tussen hun gewoon werknemerspensioen en het veel hogere ambtenarenpensioen dat hun vastbenoemde collega’s krijgen. Het duurt wel een tijd voor dit verschil serieus verkleind zal zijn. De afspraak is dat de gemeenten 1 procent van de loonmassa storten in het pensioenfonds; het duurt jaren eer zo een deftig bedrag bijeen gekapitaliseerd is.

De niet vastbenoemden vormen intussen de meerderheid van de 150.000 mensen die de lokale besturen in dienst hebben.

Verwacht wordt dat een beperkt aantal besturen financiële redenen zal inroepen om het eerste jaar nog niet te starten. De vakbonden zijn echter zinnens hen onder druk te zetten.

De ministers waren aanwezig om uiting te geven aan hun uitdrukkelijk akkoord met deze beslissing die een discriminatie geleidelijk wegwerkt. Minister Geert Bourgeois moest achteraf erkennen dat de Vlaamse regering nog niet toekent aan haar eigen niet vastbenoemden, wat ze toegejuicht dat wel wordt toegekend aan de collega’s van de lokale besturen.

‘Dat is voor hen nog niet overeengekomen in de onderhandelingen met de vakbonden, en het zal zeer moeilijk zijn om daaraan de eerste jaren te beginnen, gezien de toestand van de Vlaamse begroting.’

Hij zei ook dat er geen geld voor is ingeschreven in de meerjarenbegroting voor de hele regeerperiode.

Minister Bourgeois kaartte wel een ander probleem aan. Onder de Vlaamse vastbenoemde ambtenaren zijn er almaar meer die niet meer op 65 maar op 60 jaar met pensioen gaan, terwijl precies de tegenovergestelde beweging zich zou moeten aftekenen. Hij betreurt dat de pensioenwetgeving nog steeds helemaal in handen is van de federale overheid en dat hijzelf geen instrumenten heeft om het langer werken aan te moedigen.

Hij betreurt ook dat de federale minister van Pensioenen nog geen wettelijk kader klaar heeft voor de aanvullende pensioenen voor niet vastbenoemde lokale ambtenaren. ‘De Vlaamse gemeenten storen zich daar niet meer aan, ze hebben lang genoeg gewacht; ze hebben ook het recht te starten, de minister kan hen niet tegenhouden. Maar het is wel zo dat er door het ontbreken van dat kader, een aantal problemen onopgelost blijven Bijvoorbeeld: wat gebeurt er met het gespaarde kapitaal als een niet vastbenoemde op het eind van zijn loopbaan toch een vaste benoeming krijgt.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :