Posts tonen met het label tewerkstelling ouderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tewerkstelling ouderen. Alle posts tonen

zondag 28 maart 2010

Tewerkstelling oudere werknemers baart zorgen

Het expertisecentrum Leeftijd en Werk van het departement Werk en Sociale Economie onderzocht hoe het 50-plussers verging tijdens het afgelopen crisisjaar. Hoewel oudere werknemers meer gespaard bleven, zijn er twee redenen tot bezorgdheid: het inkrimpen van het aanbod bij oudere werknemers blijft doorgaan op basis van tal van uitkeringsstelsels en eens ouderen verzeild geraken in de werkloosheid wordt de kans op werk zeer klein. Dat de kans op werk voor een 50-plusser even laag ligt dan vóór de crisis, wijst op een structureel probleem.


Jong vs ouder
Het LIFO-principe “last in- first out“ heeft volop gespeeld tijdens de crisis. Jongeren, die door bedrijven massaal werden aangeworven in betere economische tijden, hebben als eerste hun baan verloren tijdens de crisis. De oudere zittende werknemers werden minder sterk getroffen door werkloosheid. Er is echter een even grote reden tot bezorgdheid, omdat werkzoekende 50-plussers een veel kleinere kans kennen om opnieuw aan de slag te gaan in vergelijking met jonge werkzoekenden.

De cijfers
De geregistreerde werkloosheid is geen adequate indicator om de uitstoot van ouderen in kaart te brengen. In onze welvaartsstaat worden ouderen immers in belangrijke mate opgevangen door alternatieve uitkeringsstelsels. Het afgelopen jaar (periode 2008-2009) steeg het aantal 50-plussers met een uitkering in diverse stelsels van de werkloosheidsverzekering met 19.000. Naast een toename van het aantal niet werkende werkzoekende 50-plussers (+ 4.000 of + 9%) is de sterke stijging vooral het gevolg van het massaal gebruik van tijdelijke werkloosheid (+ 12.000 of + 76%) en gedeeltelijke loopbaanonderbreking (+ 6.600 of + 9%). Dit zijn buffersystemen waarmee in tijden van crisis mensen aan boord worden gehouden en niet definitief worden ontslagen. Werkgevers kunnen zo ervaring in huis houden en dure ontslagvergoedingen vermijden. Een tekortkoming van deze buffers is dat ze voorlopig té weinig worden gekoppeld aan opleidingen. Zo volgt maar 1% van de tijdelijk werklozen en 4% van de Vlaamse overbruggers een opleiding.

De stijging van het brugpensioen (+ 1.800 of + 2%) bleef tijdens deze crisis in vergelijking met andere stelsels tot dusver beperkt, maar de aantallen kunnen nog verder stijgen omdat in vele (grote) bedrijven die herstructureren het sociaal overleg nog bezig is. Het brugpensioen blijft met 81.000 uitkeringstrekkers wel het meest omvangrijke (voltijdse) uittredestelsel. Het aantal bruggepensioneerden dat sinds het generatiepact tot 58 jaar beschikbaar moet blijven voor de arbeidsmarkt steeg de afgelopen jaren gevoelig (van 760 naar 1.260 tussen 2008-2009), maar toch gaat het maar over 2% van alle bruggepensioneerden. Het aantal uitkeringsgerechtigden in het stelsel van oudere werkzoekenden met een vrijstelling en in voltijdse loopbaanonderbreking nam af.

Langer werken moet lonen
De economische crisis heeft niet plots de kansen op werk van oudere werkzoekenden gekelderd. Ook vóór de crisis lag de kans op werk van werkzoekende 50-plussers al zeer laag. Dit verwijst naar een structureel probleem ongeacht de conjunctuur. Daarom dat een volgehouden beleid van begeleiding, vorming, activering en het verlagen van de loonkost essentieel zijn om de herintrede van oudere werkzoekenden te ondersteunen en langdurige werkloosheid te voorkomen. Deze inspanningen moeten in deze crisisperiode onverminderd worden verder gezet. De uitdaging van de vergrijzing vergt immers dat het werkgelegenheidsbeleid, maar ook de sociale zekerheid, het arbeidsrecht en het personeelsbeleid zo ingericht worden dat er méér mensen werk vinden en dat langer werken voor iedereen de moeite waard is.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :