Pensioenfonds ABP heeft de Amerikaanse bank Goldman Sachs voor de rechter gedaagd. De bank zou het pensioenfonds 'rommelhypotheken' hebben verkocht en misleidende informatie hebben verstrekt.
ABP heeft voor de crisis belegd in obligaties die gekoppeld waren aan hypotheken van Amerikaanse huizenbezitters.
Het pensioenfonds zegt dat het verkeerd is voorgelicht over de kredietwaardigheid ervan. De rommelhypotheken waren volgens ABP risicovoller dan de bank heeft doen voorkomen. Daardoor heeft het fonds op de aankoop verlies geleden.
Strijd
ABP doet geen uitspraak over de hoogte van de geleden schade. Vorig jaar gingen het ambtenarenpensioenfonds al de strijd aan met JP Morgan. Ook toen ging het om de verkoop van rommelhypotheken.
Golman Sachs kampt met veel rechtszaken die zijn aangespannen door investeerders die zich misleid voelden nadat ze verliezen leden toen de huizenmarkt van Amerika instortte. Ook zeggen veel investeerders, evenals ABP, dat Goldman tegen hun effecten speculeerde, schrijft Het Financieele Dagblad.
Posts tonen met het label financieel dagblad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label financieel dagblad. Alle posts tonen
maandag 30 januari 2012
woensdag 5 oktober 2011
Kempen : aantrekkelijk voor pensioenfondsen om nu in Europese aandelen te beleggen
Het is aantrekkelijk voor pensioenfondsen om nu in Europese aandelen te beleggen. Dat heeft directeur pensioenvermogensbeheer Jan Bertus Molenkamp van Kempen Capital Management, gezegd op een bijeenkomst van de vermogensbeheerder.
Europese aandelen zijn nu in vergelijking met Amerikaanse aandelen ‘spotgoedkoop’. Bovendien valt er veel meer op te verdienen dan op veilige staatsobligaties.
Molenkamp gaat er hierbij wel van uit dat de Europese schuldencrisis zich niet ontwikkelt volgens het zwartste scenario.
Jaarlijks rendement van 10 procent
Kempen rekent voor dat er op lange termijn een rendement van jaarlijks 10 procent te behalen is op grote Europese bedrijven. De risicopremie, het verschil in rendement tussen aandelen en obligaties, ligt volgens Kempen op 8,5 procent.
Vervolg
Europese aandelen zijn nu in vergelijking met Amerikaanse aandelen ‘spotgoedkoop’. Bovendien valt er veel meer op te verdienen dan op veilige staatsobligaties.
Molenkamp gaat er hierbij wel van uit dat de Europese schuldencrisis zich niet ontwikkelt volgens het zwartste scenario.
Jaarlijks rendement van 10 procent
Kempen rekent voor dat er op lange termijn een rendement van jaarlijks 10 procent te behalen is op grote Europese bedrijven. De risicopremie, het verschil in rendement tussen aandelen en obligaties, ligt volgens Kempen op 8,5 procent.
Vervolg
woensdag 24 augustus 2011
Nederlands pensioentoezicht ondermaats
De Nederlandsche Bank (DNB) vindt dat het kabinet niet ver genoeg gaat met het wetsvoorstel om de kwaliteit van pensioenfondsbesturen te verbeteren.
Dat schrijft de toezichthouder in een brief aan het ministerie van Sociale Zaken.
Pensioenverlies niet verhaald PensioenenVolgens DNB laat vooral het intern toezicht op pensioenfondsbesturen te wensen over. De toezichthouder constateert dat de in te stellen raad van toezicht in de huidige plannen 'onvoldoende slagkracht' heeft om te zorgen dat het bestuur de consequenties ervaart van slecht functioneren.
Dat schrijft de toezichthouder in een brief aan het ministerie van Sociale Zaken.
Pensioenverlies niet verhaald PensioenenVolgens DNB laat vooral het intern toezicht op pensioenfondsbesturen te wensen over. De toezichthouder constateert dat de in te stellen raad van toezicht in de huidige plannen 'onvoldoende slagkracht' heeft om te zorgen dat het bestuur de consequenties ervaart van slecht functioneren.
dinsdag 15 februari 2011
China worstelt met pensioen
De éénkindpolitiek, een afkalvende traditionele thuiszorg in families en een onderontwikkeld pensioensysteem hebben een tijdbom gelegd onder China’s ouderenzorgsysteem.
Een opmerkelijk wetsontwerp in China kwam onlangs in de wereldpers. China wil kinderen in de toekomst mogelijk verplichten hun bejaarde ouders te bezoeken. Ouders kunnen dat straks zelfs mogelijk via de rechter afdwingen. Een grappig nieuwsbericht, maar met een hele serieuze ondertoon in het snel vergrijzende China en minder absurd dan het misschien op het eerste gezicht lijkt. Eind 2009 telde China 169 miljoen zestig plussers, ongeveer 12% van de totale bevolking. Over vijftien jaar zijn er meer dan 250 miljoen bejaarden, ruim 19%. De vraag is wie straks voor de ouderen gaat zorgen in China en wie er voor hen gaat betalen.
Een opmerkelijk wetsontwerp in China kwam onlangs in de wereldpers. China wil kinderen in de toekomst mogelijk verplichten hun bejaarde ouders te bezoeken. Ouders kunnen dat straks zelfs mogelijk via de rechter afdwingen. Een grappig nieuwsbericht, maar met een hele serieuze ondertoon in het snel vergrijzende China en minder absurd dan het misschien op het eerste gezicht lijkt. Eind 2009 telde China 169 miljoen zestig plussers, ongeveer 12% van de totale bevolking. Over vijftien jaar zijn er meer dan 250 miljoen bejaarden, ruim 19%. De vraag is wie straks voor de ouderen gaat zorgen in China en wie er voor hen gaat betalen.
zondag 24 oktober 2010
'Perverse' solidariteit is bedreiging voor Nederlands pensioenstelsel
De 'perverse' solidariteit moet uit het pensioenstelsel. Dat vereist drastischer maatregelen dan waar vakbonden en werkgevers nu over praten, stellen pensioendeskundigen.
Oneerlijke solidariteit is een bedreiging voor het Nederlandse pensioenstelsel en moet worden aangepakt, vindt hoogleraar pensioenen Fieke van der Lecq. 'Jongeren betalen nu voor de te dure pensioenen van ouderen en krijgen straks zelf veel minder riante pensioenen. Als we dat niet wijzigen, haken jongeren af.'
Meer
Oneerlijke solidariteit is een bedreiging voor het Nederlandse pensioenstelsel en moet worden aangepakt, vindt hoogleraar pensioenen Fieke van der Lecq. 'Jongeren betalen nu voor de te dure pensioenen van ouderen en krijgen straks zelf veel minder riante pensioenen. Als we dat niet wijzigen, haken jongeren af.'
Meer
woensdag 6 oktober 2010
Pensioenfondsen in Nederland zoeken een oplossing voor hun snel stijgende verplichtingen
Pensioenfondsen zoeken een oplossing voor hun snel stijgende verplichtingen. De vastgoedsector, geplaagd door fraudegevallen en instortende markten, zoekt nieuwe kansen op de woningmarkt.
Meer
Meer
Vijf pensioenfondsen in Nederland verlagen uitkeringen niet
Vijf pensioenfondsen die een noodplan moesten indienen bij De Nederlandsche Bank (DNB) zijn niet van plan om uitkeringen aan hun gepensioneerden vanaf 1 januari 2011 te verlagen.
Meer
Lynx pakt uit met gratis laptop: Open een rekening en start met handelen
Meer
Lynx pakt uit met gratis laptop: Open een rekening en start met handelen
zondag 16 mei 2010
Vergrijzingskosten dwingen staten tot rigoureuze ingrepen in beleid
De Griekse tragedie kan een voorbode zijn voor meer Europese landen. De vergrijzingskosten zijn bij ongewijzigd beleid vrijwel overal onhoudbaar.
De afgelopen weken zijn er vele dromen in rook opgegaan. Die van herstel na de zwaarste crisis in vele decennia, die van een sterke euro en vooral die van Europa als welvaartsstaat. Commentator Gideon Rachman van de Financial Times is er somber onder.
'Ik dacht dat Europa op het goede spoor zat. Laat de Verenigde Staten maar de militaire en China de economische supermacht zijn. Europa was op weg de "lifestyle superpower" te worden. Het continent met de mooiste steden, het beste voedsel, de beste wijn, de rijkste historie en de langste vakanties. Het was een prachtige strategie, maar helaas, Europa kan zich zijn comfortabele pensionering niet veroorloven.'
Europa leeft op te grote voet. Nu dit tot de financiële markten is doorgedrongen, zijn het eerst Griekenland, Portugal en Spanje die onder vuur liggen. Maar morgen kunnen er nieuwe slachtoffers volgen, want de problemen van de getroffen landen zijn nauwelijks groter dan van veel staten die nu als 'rijk' te boek staan.
Overheden mogen nu dan bezuinigingen aankondigen, de kosten die ons op lange termijn te wachten staan, vergen veel rigoureuzere ingrepen. Het is de vergrijzing die tot grote lasten zal leiden. Lasten in de pensioenvoorziening voor zover die door overheden wordt gedragen, en in de gezondheidszorg. En bij vergrijzing hoort bovendien tegelijk een lagere economische groei, een slechte basis om hoge en eventueel toenemende schulden te kunnen blijven financieren.
De Europese pensioenvoorziening is ambitieus. De meeste landen hanteren stelsels die ervoor moeten zorgen dat het gemiddelde pensioeninkomen op wel 70% uitkomt van het laatstverdiende loon.
De financiering van die stelsels loopt daarbij sterk uiteen. De meeste landen baseren de bulk van de pensioenen op een omslagstelsel, waarvan de financiering via de staat loopt. De huidige werknemers betalen de pensioenen van de gepensioneerden. In andere landen, zoals Nederland en het Verenigd Koninkrijk, sparen werknemers tevens deels zelf voor hun pensioen, het kapitaalgedekte stelsel.
Het omslagstelsel is op papier prima, maar tegen de verwachte ontwikkelingen is het absoluut niet bestand. Allereerst wordt de bevolking steeds ouder, waardoor gepensioneerden steeds langer moeten worden onderhouden. Maar belangrijker is de vergrijzing, wat eenvoudigweg betekent dat het aantal ouderen stijgt ten opzichte van het aantal jongeren - een fenomeen dat een groot deel van de Europese landen, maar ook bijvoorbeeld Japan treft. Waar nu wereldwijd één gepensioneerde moet worden onderhouden door vier werkenden, verslechtert die verhouding snel, om in 2050 op één staat tot twee te komen.
Griekenland spant hier de kroon. Het land streeft ernaar de pensioenen van zijn vroeg uittredende werknemers bijna op het niveau van het laatstverdiende inkomen te houden, terwijl het geheel door huidige en toekomstige werknemers moet worden opgebracht. In Nederland is de afhankelijkheid van het omslagstelsel kleiner, daar ruim 50% van de pensioenen uit de eigen spaarpotten komt. Ook Italië en Spanje hebben hoge ambities, die hoofdzakelijk via omslag worden gefinancierd.
Toch zal de vergrijzing vrijwel alle landen raken, ook die met grote pensioenpotten. Schattingen van het World Economic Forum wijzen uit dat de pensioen- en zorgkosten tegen 2050 voor alle Europese landen oplopen. Voor Frankrijk en Duitsland geldt dat de huidige pensioenlasten van circa 12% van het bruto nationaal inkomen in 2050 zullen stijgen naar meer dan 14%. In Nederland wordt een toename verwacht van 5,2% van het bruto nationaal inkomen naar 8,3%. De hoge levensverwachting, de sterke vergrijzing en de hoge ambities maken het bezit van de grote pensioenpotten maar nauwelijks goed.
Als het gaat om de zorgkosten staat vrijwel alle landen bijna een verdubbeling te wachten. Waar de Belgen nu 6,3% van hun nationaal inkomen besteden, is dat in 2050 meer dan 10%. In Nederland lopen de kosten op van 7,2% naar 12%.
In termen van overheidstekorten worden de vergrijzingskosten onhoudbaar. Jagadeesh Gokhale van de National Center for Policy Analysis onderzocht vorig jaar hoe groot de overheidstekorten vandaag zouden zijn als nu al rekening wordt gehouden met de toekomstige vergrijzingskosten onder gelijkblijvend beleid.
Jagadeesh brengt zijn tekorten in termen van de hoeveelheid geld die een overheid vandaag op een spaarrekening moet zetten om de toekomstige gaten te vullen, waarbij de ontvangen rente even hoog is als die waartegen de staatsschuld nu wordt gefinancierd. Voor het gemiddelde van de staten van de Europese Unie levert dit een duizelingwekkend percentage op van 434%, oftewel een gat van viermaal het huidige nationale inkomen.
Ook hier scoren de Grieken hoog met een tekort van bijna negenmaal het huidige nationale inkomen, maar zij zijn niet de enigen die tegen torenhoge tekorten aankijken. De Nederlanders, Fransen en Portugezen zitten met een gat van vijfmaal hun nationale inkomen dat ze vandaag op een spaarrekening zouden moeten zetten om nog rond te komen, de Duitsers en Britten met een tekort van ruim viermaal hun inkomen. Spanje doet het hier heel redelijk met een beoogd tekort van ruim tweemaal het huidige nationale inkomen.
Het moment van snoeien is nu daar. Griekenland voert onder meer zijn pensioengerechtigde leeftijd op, terwijl ook Spanje en Portugal aanzienlijke ingrepen hebben aangekondigd. Het zijn echter niet zozeer de dramatische toekomstige projecties die hiertoe nopen, maar veeleer de financiële markten die onmiddellijke actie eisen.
De zorg blijft daarmee of het wel voldoende is wat de landen aan besparingen voor ogen hebben. En vooral hoe lang al die andere landen nog door de markt worden geloofd. Het is nu toevallig Griekenland dat van de kapitaalmarkt is afgesloten, maar volgens Dylan Grice van Société Générale kan meer landen hetzelfde overkomen. Hij wijst erop dat het Verenigd Koninkrijk in 1976 bij het Internationaal Monetair Fonds moest aankloppen terwijl de staatsschuld maar 45% van het nationaal inkomen bedroeg. Japan zit nu op een schuldquote van 200%, maar kan zichzelf vooralsnog bedruipen.
Om niet op korte termijn in financieringsproblemen te komen, is volgens Grice vooral vertrouwen nodig. Het al zwak gefinancierde Griekenland schaadde dat vertrouwen als eerste met het oppoetsen van de cijfers. Echt vertrouwen wordt pas gewonnen wanneer overheden duurzame financieringsplannen kunnen overleggen. Niet alleen Griekenland en de andere Zuid-Europese staten moeten aan de slag, maar vrijwel alle Europese overheden moeten eraan wennen dat de Europese welvaartsstaat van Rachman verleden tijd is.
Bendert Zevenbergen is redacteur van Het Financieele Dagblad.
De afgelopen weken zijn er vele dromen in rook opgegaan. Die van herstel na de zwaarste crisis in vele decennia, die van een sterke euro en vooral die van Europa als welvaartsstaat. Commentator Gideon Rachman van de Financial Times is er somber onder.
'Ik dacht dat Europa op het goede spoor zat. Laat de Verenigde Staten maar de militaire en China de economische supermacht zijn. Europa was op weg de "lifestyle superpower" te worden. Het continent met de mooiste steden, het beste voedsel, de beste wijn, de rijkste historie en de langste vakanties. Het was een prachtige strategie, maar helaas, Europa kan zich zijn comfortabele pensionering niet veroorloven.'
Europa leeft op te grote voet. Nu dit tot de financiële markten is doorgedrongen, zijn het eerst Griekenland, Portugal en Spanje die onder vuur liggen. Maar morgen kunnen er nieuwe slachtoffers volgen, want de problemen van de getroffen landen zijn nauwelijks groter dan van veel staten die nu als 'rijk' te boek staan.
Overheden mogen nu dan bezuinigingen aankondigen, de kosten die ons op lange termijn te wachten staan, vergen veel rigoureuzere ingrepen. Het is de vergrijzing die tot grote lasten zal leiden. Lasten in de pensioenvoorziening voor zover die door overheden wordt gedragen, en in de gezondheidszorg. En bij vergrijzing hoort bovendien tegelijk een lagere economische groei, een slechte basis om hoge en eventueel toenemende schulden te kunnen blijven financieren.
De Europese pensioenvoorziening is ambitieus. De meeste landen hanteren stelsels die ervoor moeten zorgen dat het gemiddelde pensioeninkomen op wel 70% uitkomt van het laatstverdiende loon.
De financiering van die stelsels loopt daarbij sterk uiteen. De meeste landen baseren de bulk van de pensioenen op een omslagstelsel, waarvan de financiering via de staat loopt. De huidige werknemers betalen de pensioenen van de gepensioneerden. In andere landen, zoals Nederland en het Verenigd Koninkrijk, sparen werknemers tevens deels zelf voor hun pensioen, het kapitaalgedekte stelsel.
Het omslagstelsel is op papier prima, maar tegen de verwachte ontwikkelingen is het absoluut niet bestand. Allereerst wordt de bevolking steeds ouder, waardoor gepensioneerden steeds langer moeten worden onderhouden. Maar belangrijker is de vergrijzing, wat eenvoudigweg betekent dat het aantal ouderen stijgt ten opzichte van het aantal jongeren - een fenomeen dat een groot deel van de Europese landen, maar ook bijvoorbeeld Japan treft. Waar nu wereldwijd één gepensioneerde moet worden onderhouden door vier werkenden, verslechtert die verhouding snel, om in 2050 op één staat tot twee te komen.
Griekenland spant hier de kroon. Het land streeft ernaar de pensioenen van zijn vroeg uittredende werknemers bijna op het niveau van het laatstverdiende inkomen te houden, terwijl het geheel door huidige en toekomstige werknemers moet worden opgebracht. In Nederland is de afhankelijkheid van het omslagstelsel kleiner, daar ruim 50% van de pensioenen uit de eigen spaarpotten komt. Ook Italië en Spanje hebben hoge ambities, die hoofdzakelijk via omslag worden gefinancierd.
Toch zal de vergrijzing vrijwel alle landen raken, ook die met grote pensioenpotten. Schattingen van het World Economic Forum wijzen uit dat de pensioen- en zorgkosten tegen 2050 voor alle Europese landen oplopen. Voor Frankrijk en Duitsland geldt dat de huidige pensioenlasten van circa 12% van het bruto nationaal inkomen in 2050 zullen stijgen naar meer dan 14%. In Nederland wordt een toename verwacht van 5,2% van het bruto nationaal inkomen naar 8,3%. De hoge levensverwachting, de sterke vergrijzing en de hoge ambities maken het bezit van de grote pensioenpotten maar nauwelijks goed.
Als het gaat om de zorgkosten staat vrijwel alle landen bijna een verdubbeling te wachten. Waar de Belgen nu 6,3% van hun nationaal inkomen besteden, is dat in 2050 meer dan 10%. In Nederland lopen de kosten op van 7,2% naar 12%.
In termen van overheidstekorten worden de vergrijzingskosten onhoudbaar. Jagadeesh Gokhale van de National Center for Policy Analysis onderzocht vorig jaar hoe groot de overheidstekorten vandaag zouden zijn als nu al rekening wordt gehouden met de toekomstige vergrijzingskosten onder gelijkblijvend beleid.
Jagadeesh brengt zijn tekorten in termen van de hoeveelheid geld die een overheid vandaag op een spaarrekening moet zetten om de toekomstige gaten te vullen, waarbij de ontvangen rente even hoog is als die waartegen de staatsschuld nu wordt gefinancierd. Voor het gemiddelde van de staten van de Europese Unie levert dit een duizelingwekkend percentage op van 434%, oftewel een gat van viermaal het huidige nationale inkomen.
Ook hier scoren de Grieken hoog met een tekort van bijna negenmaal het huidige nationale inkomen, maar zij zijn niet de enigen die tegen torenhoge tekorten aankijken. De Nederlanders, Fransen en Portugezen zitten met een gat van vijfmaal hun nationale inkomen dat ze vandaag op een spaarrekening zouden moeten zetten om nog rond te komen, de Duitsers en Britten met een tekort van ruim viermaal hun inkomen. Spanje doet het hier heel redelijk met een beoogd tekort van ruim tweemaal het huidige nationale inkomen.
Het moment van snoeien is nu daar. Griekenland voert onder meer zijn pensioengerechtigde leeftijd op, terwijl ook Spanje en Portugal aanzienlijke ingrepen hebben aangekondigd. Het zijn echter niet zozeer de dramatische toekomstige projecties die hiertoe nopen, maar veeleer de financiële markten die onmiddellijke actie eisen.
De zorg blijft daarmee of het wel voldoende is wat de landen aan besparingen voor ogen hebben. En vooral hoe lang al die andere landen nog door de markt worden geloofd. Het is nu toevallig Griekenland dat van de kapitaalmarkt is afgesloten, maar volgens Dylan Grice van Société Générale kan meer landen hetzelfde overkomen. Hij wijst erop dat het Verenigd Koninkrijk in 1976 bij het Internationaal Monetair Fonds moest aankloppen terwijl de staatsschuld maar 45% van het nationaal inkomen bedroeg. Japan zit nu op een schuldquote van 200%, maar kan zichzelf vooralsnog bedruipen.
Om niet op korte termijn in financieringsproblemen te komen, is volgens Grice vooral vertrouwen nodig. Het al zwak gefinancierde Griekenland schaadde dat vertrouwen als eerste met het oppoetsen van de cijfers. Echt vertrouwen wordt pas gewonnen wanneer overheden duurzame financieringsplannen kunnen overleggen. Niet alleen Griekenland en de andere Zuid-Europese staten moeten aan de slag, maar vrijwel alle Europese overheden moeten eraan wennen dat de Europese welvaartsstaat van Rachman verleden tijd is.
Bendert Zevenbergen is redacteur van Het Financieele Dagblad.
Nederlandse ABP zet zwaar in op Griekenland
Pensioenfonds ABP bezit voor ongeveer € 2,3 mrd aan obligaties van de Griekse overheid. Het grootste pensioenfonds ter wereld maakte het cijfer vandaag bekend bij de presentatie van het jaarverslag.
Het fonds, dat € 220 mrd beheert, bezit in totaal voor € 40 mrd aan staatsleningen. Begin 2009 bezat ABP voor nog slechts € 1,6 mrd aan Grieks papier.
Het pensioenfonds voor de ambtenaren zit daarmee ‘overwogen’ in Griekenland, wat betekent dat ABP rekent op een relatief hoog rendement op dit papier. Zou het fonds hebben belegd volgens de gemiddelde gewichten, dan was het bezit van Grieks papier aanmerkelijk kleiner geweest. Binnen Europa heeft Griekenland een gewicht van slechts 3,6%, wat een belegging van niet meer dan € 1,44 mrd zou rechtvaardigen. Wereldwijd is hier nog eens een fractie van.
Spaanse obligatiebezit
De beleggingen van het pensioenfonds in de andere geraakte eurolanden, zijn veel bescheidener. Het bezit aan Spaans overheidspapier bedraagt € 602 mln, dat van Ierland € 301 mln en van Portugal € 142 mln. Wel bezit ABP in Spanje veel schuldpapier van private bedrijven, wat leidt tot een totaal Spaans obligatiebezit van € 4,8 mrd. In Griekenland zijn de bezittingen hoofdzakelijk tot schuldpapier van de overheid beperkt.
De cijfers dateren overigens van 1 januari van dit jaar. Tussentijdse transacties worden niet bekendgemaakt, maar bestuurder en vice-voorzitter Xander den Uyl liet weten dat er geen majeure verschillen zijn ten opzichte van vandaag.
Pensioenfonds Zorg en Welzijn, met € 91 mrd aan beleggingen het tweede van Nederland, heeft aanzienlijk kleinere belangen, al is ook hier Griekenland ‘overwogen’. Aan Grieks papier bezit het fonds op 1 januari van dit jaar € 524 mln. Bezittingen van Spaans, Portugees en Iers papier zijn beperkt tot respectievelijk € 229, 109 en 70 mln. Zorg en Welzijn bezit voor bijna € 26 mrd aan obligaties, waarvan € 3,7 mrd aan bedrijfsleningen.
Het fonds, dat € 220 mrd beheert, bezit in totaal voor € 40 mrd aan staatsleningen. Begin 2009 bezat ABP voor nog slechts € 1,6 mrd aan Grieks papier.
Het pensioenfonds voor de ambtenaren zit daarmee ‘overwogen’ in Griekenland, wat betekent dat ABP rekent op een relatief hoog rendement op dit papier. Zou het fonds hebben belegd volgens de gemiddelde gewichten, dan was het bezit van Grieks papier aanmerkelijk kleiner geweest. Binnen Europa heeft Griekenland een gewicht van slechts 3,6%, wat een belegging van niet meer dan € 1,44 mrd zou rechtvaardigen. Wereldwijd is hier nog eens een fractie van.
Spaanse obligatiebezit
De beleggingen van het pensioenfonds in de andere geraakte eurolanden, zijn veel bescheidener. Het bezit aan Spaans overheidspapier bedraagt € 602 mln, dat van Ierland € 301 mln en van Portugal € 142 mln. Wel bezit ABP in Spanje veel schuldpapier van private bedrijven, wat leidt tot een totaal Spaans obligatiebezit van € 4,8 mrd. In Griekenland zijn de bezittingen hoofdzakelijk tot schuldpapier van de overheid beperkt.
De cijfers dateren overigens van 1 januari van dit jaar. Tussentijdse transacties worden niet bekendgemaakt, maar bestuurder en vice-voorzitter Xander den Uyl liet weten dat er geen majeure verschillen zijn ten opzichte van vandaag.
Pensioenfonds Zorg en Welzijn, met € 91 mrd aan beleggingen het tweede van Nederland, heeft aanzienlijk kleinere belangen, al is ook hier Griekenland ‘overwogen’. Aan Grieks papier bezit het fonds op 1 januari van dit jaar € 524 mln. Bezittingen van Spaans, Portugees en Iers papier zijn beperkt tot respectievelijk € 229, 109 en 70 mln. Zorg en Welzijn bezit voor bijna € 26 mrd aan obligaties, waarvan € 3,7 mrd aan bedrijfsleningen.
donderdag 1 april 2010
Nederlandse AFM overschat pensioeninformatie
Hoe belangrijk ook, het gaat om meer: permanent inzicht in en regie over persoonlijke financiële situatie
Onlangs publiceerde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) haar onderzoek naar de communicatie van pensioenfondsen en uitvoerders met hun deelnemers. Brieven bleken onvolledig of nauwelijks te begrijpen. Niet zo verwonderlijk, aangezien de doorsnee Nederlander het pensioen pas na de 45-jarige leeftijd serieus neemt. Zelfs het jaarlijkse verplichte Uniform Pensioen Overzicht (UPO) verdwijnt snel, vaak ongelezen, in die bekende schoenendoos. Als er meerdere pensioenen zijn opgebouwd, ontvangt men zelfs meerdere UPO's. Deze overzichten zijn (nog steeds niet) bij elkaar op te tellen. Er bestaat een rapportageplicht maar er is geen onderlinge standaardisatie.
Nederlanders zijn nauwelijks gericht op financiële planning. Men leeft op basis van het dagafschrift van de banken. Financiële planning bieden banken alleen aan zeer vermogenden. Aan de onderkant van de markt ontstaat, mede door de crisis, wel meer betrokkenheid bij financiële planning (schuldsanering en budgettools van het Nibud), maar structureel ontbreekt het de burger aan kennis en discipline om te kijken naar het huishoudboekje en de persoonlijke financiële ontwikkeling op langere termijn.
Alleen al vanwege de zorgplicht ligt hier een uitdaging voor de gehele financiële sector. Helaas positioneren 'financials' zich als unieke bron van financiële informatie. Dat leidt tot veel brieven en overzichten, vaak specifiek opgesteld vanuit een enkele productrelatie. Financials denken nog vaak dat het bezit van deze 'unieke' informatie hun concurrentiepositie versterkt. De consument wordt juist geholpen met de aggregatie van deze informatie naar een begrijpelijk geheel. Hoe belangrijk ook de pensioeninformatie op zich kan zijn, het gaat om permanent inzicht in en regie over de persoonlijke financiële continuïteit. De AFM maakt zich terecht zorgen over de kwaliteit van informatiestromen vanuit pensioenuitvoerders, maar het moet nu gaan om de vraag: hoe zorgen wij ervoor dat de consument begrijpelijk en permanent kan beschikken over inzicht in zijn financieel handelen?
Recent onderzoek geeft aan dat de gemiddelde Nederlander een flink pensioengat heeft. De crisis bespoedigt de beweging van de stabiele DB-regelingen (met vaststaande pensioenuitkering) naar DC (waarbij de uitkering onzekerder is). Daarmee wordt nog meer inzicht gevraagd van het individu om zelf sturing te gaan geven aan de pensioenopbouw.
Ook de collectiviteit en solidariteit bij pensioenen zullen langzaam plaats moeten maken voor meer individueel gedrag. Op de as van 'inkomen-zorg-pensioenen' zullen nieuwe productvormen ontstaan. Wat overblijft aan collectiviteit zijn de gelijkgezinde 'communities' met specifieke wensen en inkoopgedrag. Deze onvermijdelijke transitie kan voor eenieder alleen maar goed verlopen als het bewustzijn rond persoonlijke financiële planning snel wordt opgebouwd. Van een geheel geautomatiseerd persoonlijk huishoudboekje (op basis van de transactiedatabase van de gezamenlijke banken) tot integratie van alle lopende financiële contracten van banken, (zorg)verzekeraars en pensioeninstellingen. Alle financiële actoren zouden intens moeten samenwerken aan de ontwikkeling van een gestandaardiseerde structuur voor de persoonlijke financiële logistiek.
Daar zou de AFM prioriteit aan moeten geven in plaats van aan het blootleggen van incidenten in de huidige onvolmaakte informatievoorziening. In een land met een goede back-bone aan financiële planning zijn de verantwoordelijkheid en rol van alle partijen transparanter en kan iedereen op de verantwoordelijkheden worden gecontroleerd en worden aangesproken.
Onlangs publiceerde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) haar onderzoek naar de communicatie van pensioenfondsen en uitvoerders met hun deelnemers. Brieven bleken onvolledig of nauwelijks te begrijpen. Niet zo verwonderlijk, aangezien de doorsnee Nederlander het pensioen pas na de 45-jarige leeftijd serieus neemt. Zelfs het jaarlijkse verplichte Uniform Pensioen Overzicht (UPO) verdwijnt snel, vaak ongelezen, in die bekende schoenendoos. Als er meerdere pensioenen zijn opgebouwd, ontvangt men zelfs meerdere UPO's. Deze overzichten zijn (nog steeds niet) bij elkaar op te tellen. Er bestaat een rapportageplicht maar er is geen onderlinge standaardisatie.
Nederlanders zijn nauwelijks gericht op financiële planning. Men leeft op basis van het dagafschrift van de banken. Financiële planning bieden banken alleen aan zeer vermogenden. Aan de onderkant van de markt ontstaat, mede door de crisis, wel meer betrokkenheid bij financiële planning (schuldsanering en budgettools van het Nibud), maar structureel ontbreekt het de burger aan kennis en discipline om te kijken naar het huishoudboekje en de persoonlijke financiële ontwikkeling op langere termijn.
Alleen al vanwege de zorgplicht ligt hier een uitdaging voor de gehele financiële sector. Helaas positioneren 'financials' zich als unieke bron van financiële informatie. Dat leidt tot veel brieven en overzichten, vaak specifiek opgesteld vanuit een enkele productrelatie. Financials denken nog vaak dat het bezit van deze 'unieke' informatie hun concurrentiepositie versterkt. De consument wordt juist geholpen met de aggregatie van deze informatie naar een begrijpelijk geheel. Hoe belangrijk ook de pensioeninformatie op zich kan zijn, het gaat om permanent inzicht in en regie over de persoonlijke financiële continuïteit. De AFM maakt zich terecht zorgen over de kwaliteit van informatiestromen vanuit pensioenuitvoerders, maar het moet nu gaan om de vraag: hoe zorgen wij ervoor dat de consument begrijpelijk en permanent kan beschikken over inzicht in zijn financieel handelen?
Recent onderzoek geeft aan dat de gemiddelde Nederlander een flink pensioengat heeft. De crisis bespoedigt de beweging van de stabiele DB-regelingen (met vaststaande pensioenuitkering) naar DC (waarbij de uitkering onzekerder is). Daarmee wordt nog meer inzicht gevraagd van het individu om zelf sturing te gaan geven aan de pensioenopbouw.
Ook de collectiviteit en solidariteit bij pensioenen zullen langzaam plaats moeten maken voor meer individueel gedrag. Op de as van 'inkomen-zorg-pensioenen' zullen nieuwe productvormen ontstaan. Wat overblijft aan collectiviteit zijn de gelijkgezinde 'communities' met specifieke wensen en inkoopgedrag. Deze onvermijdelijke transitie kan voor eenieder alleen maar goed verlopen als het bewustzijn rond persoonlijke financiële planning snel wordt opgebouwd. Van een geheel geautomatiseerd persoonlijk huishoudboekje (op basis van de transactiedatabase van de gezamenlijke banken) tot integratie van alle lopende financiële contracten van banken, (zorg)verzekeraars en pensioeninstellingen. Alle financiële actoren zouden intens moeten samenwerken aan de ontwikkeling van een gestandaardiseerde structuur voor de persoonlijke financiële logistiek.
Daar zou de AFM prioriteit aan moeten geven in plaats van aan het blootleggen van incidenten in de huidige onvolmaakte informatievoorziening. In een land met een goede back-bone aan financiële planning zijn de verantwoordelijkheid en rol van alle partijen transparanter en kan iedereen op de verantwoordelijkheden worden gecontroleerd en worden aangesproken.
woensdag 20 januari 2010
Nederlandse pensioenfondsen verspelen euro 20 mrd
Pensioenfondsen hebben in 2008 naar schatting euro 20 mrd, ofwel bijna één jaar premie-inleg, verloren doordat de bestuurders onvoldoende controle hadden over de uitvoering van hun beleggingsbeleid. Dat stelt een commissie onder leiding van Jean Frijns, voormalig directeur bij ambtenarenpensioenfonds ABP.
De verliezen komen onder meer voort uit gebrek aan liquiditeit en verliezen op tegenpartijen en bedragen bijna 20% van het totale beleggingsverlies van de pensioensector in dat jaar.
In 2008 raakten de ongeveer 600 Nederlandse pensioenfondsen euro 112 mrd kwijt op hun beleggingen. Nog eens ruim euro 100 mrd ging verloren als gevolg van boekhoudkundig verlies door de val in de marktrente. De omvang van de totale beleggingen is circa euro 600 mrd.
Professionele beleggingsexperts
Om de fondsen hier in de toekomst voor te behoeden, moeten er professionele beleggingsexperts in de besturen zitting krijgen, aldus Frijns. Pensioenfondsbesturen bestaan nu uit (afgevaardigden van) werkgevers en werknemers, die niet noodzakelijk beleggingservaring hebben.
Volgens de commissie hadden pensioenfondsen betere resultaten geboekt als ze ervoor hadden gezorgd dat de door hen ingehuurde externe beleggers zich aan de opgegeven doelstellingen hadden gehouden. Het blijkt echter dat de beleggers onder meer te ruime mandaten en risicolimieten meekrijgen en er onvoldoende zicht is voor het gevaar van illiquiditeit bij alternatieve beleggingen.
Advies niet voldoende
'In veel besturen is er minder aandacht voor en kennis van de implementatie van de beleggingsstrategie en de uitvoering daarvan', schrijft Frijns. Volgens hem is het niet voldoende als besturen zich door beleggingsspecialisten laten adviseren. 'Daar een pensioenbestuurder deze kennis niet oppakt door zes keer een cursus te volgen, moeten er dus externe professionals in het bestuur komen.'
De dekkingsgraad van pensioenfonds Shell daalde van 180% naar 80%. Tal van pensioenfondsen kwamen in liquiditeitsproblemen omdat zij stortingen moesten doen op hun omvangrijke derivatenposities. Ook bleken er door de ingehuurde vermogensbeheerders aandelen te zijn uitgeleend aan de omgevallen bank Lehman zonder dat dit bekend was, zoals in het geval van Pensioenfonds OPG.
De verliezen komen onder meer voort uit gebrek aan liquiditeit en verliezen op tegenpartijen en bedragen bijna 20% van het totale beleggingsverlies van de pensioensector in dat jaar.
In 2008 raakten de ongeveer 600 Nederlandse pensioenfondsen euro 112 mrd kwijt op hun beleggingen. Nog eens ruim euro 100 mrd ging verloren als gevolg van boekhoudkundig verlies door de val in de marktrente. De omvang van de totale beleggingen is circa euro 600 mrd.
Professionele beleggingsexperts
Om de fondsen hier in de toekomst voor te behoeden, moeten er professionele beleggingsexperts in de besturen zitting krijgen, aldus Frijns. Pensioenfondsbesturen bestaan nu uit (afgevaardigden van) werkgevers en werknemers, die niet noodzakelijk beleggingservaring hebben.
Volgens de commissie hadden pensioenfondsen betere resultaten geboekt als ze ervoor hadden gezorgd dat de door hen ingehuurde externe beleggers zich aan de opgegeven doelstellingen hadden gehouden. Het blijkt echter dat de beleggers onder meer te ruime mandaten en risicolimieten meekrijgen en er onvoldoende zicht is voor het gevaar van illiquiditeit bij alternatieve beleggingen.
Advies niet voldoende
'In veel besturen is er minder aandacht voor en kennis van de implementatie van de beleggingsstrategie en de uitvoering daarvan', schrijft Frijns. Volgens hem is het niet voldoende als besturen zich door beleggingsspecialisten laten adviseren. 'Daar een pensioenbestuurder deze kennis niet oppakt door zes keer een cursus te volgen, moeten er dus externe professionals in het bestuur komen.'
De dekkingsgraad van pensioenfonds Shell daalde van 180% naar 80%. Tal van pensioenfondsen kwamen in liquiditeitsproblemen omdat zij stortingen moesten doen op hun omvangrijke derivatenposities. Ook bleken er door de ingehuurde vermogensbeheerders aandelen te zijn uitgeleend aan de omgevallen bank Lehman zonder dat dit bekend was, zoals in het geval van Pensioenfonds OPG.
dinsdag 29 december 2009
OPG verhaalt Lehman-schade : Rechter stelt pensioenfonds medicijnengroothandel in het gelijk
Het pensioenfonds van apotheekketen en medicijnengroothandel OPG krijgt euro 40 mln plus rente vergoed van de Britse vermogensbeheerder State Street. Dat geld ging verloren door het faillissement van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers.
OPG is onlangs in het gelijk gesteld door de Amsterdamse rechtbank. Het pensioenfonds houdt State Street verantwoordelijk voor een verlies van euro 47 mln en krijgt daar nu het leeuwendeel van terug.
OPG is overigens niet het enige pensioenfonds dat geld vordert van State Street. Ook de Nederlandse pensioenfondsen van sigarettenproducent British American Tobacco (BAT) en van het Noorse chemiebedrijf Yara voeren actie, alsmede het Pensioenfonds Medewerkers Apothekers.
Alle vier de pensioenfondsen hadden geld gestoken in een beleggingsfonds van State Street dat zowel op stijgende als dalende beurskoersen mikte.
Het fonds had de complete effectenportefeuille buiten medeweten van de vier echter in onderpand gegeven bij zakenbank Lehman Brothers, die de administratie voerde. Toen Lehman volkomen onverwacht op 15 oktober 2008 failliet ging, kon niemand meer aan zijn effecten komen.
De rechtbank oordeelt nu in de zaak-OPG dat het pensioenfonds van de medicijnengroothandel redelijkerwijs mocht aannemen dat State Street 'het risico draagt voor het faillissement van een partij die op welke wijze dan ook betrokken is bij het beheer'. Dat het faillissement van Lehman in redelijkheid niet voorzienbaar was en dat State Street prudent heeft gehandeld, doet volgens rechter Vrakkink niets af aan deze 'garantie'.
Een woordvoerder van OPG spreekt van een 'bemoedigende' uitspraak. Het is volgens haar nog te vroeg om de effecten ervan voor het herstelplan van OPG en haar deelnemers te duiden. Ook al omdat State Street de mogelijkheid heeft in hoger beroep te gaan.
Door de onverwachte tegenvaller moest het pensioenfonds aankloppen bij Mediq - zoals OPG tegenwoordig heet - voor een extra storting van euro 5 mln om zijn financiële positie op orde te houden. De pensioenen werden bevroren.
OPG heeft in de Verenigde Staten nog een rechtszaak lopen tegen een ander onderdeel van State Street voor een 'beduidend hoger bedrag'. Binnenkort is daar een zitting.
Ook het Nederlandse pensioenfonds van BAT is in Boston een juridische procedure tegen State Street begonnen in de Verenigde Staten. Het beschuldigt de Britse vermogensbeheerder van het breken van de fiduciaire plicht. Volgens zijn advocaat heeft State Street verzuimd het pensioenfonds in te lichten over de risico's van het eigendomsoverdracht van het beleggingsfonds naar Lehman Brothers Europe. BAT heeft circa $39 mln misgelopen en noemt de OPG-uitspraak 'interessant'.
Eerder was al bekend dat de Nederlandse pensioendochter van chemiebedrijf Yara had besloten tot een rechtszaak in de VS. Het fonds heeft naar schatting een verlies geleden van euro18 mln.
Advocaat Verbunt van het Pensioenfonds Medewerkers Apotheken (verlies: euro34 mln) wil desgevraagd geen mededelingen doen 'omdat de zaak in een dusdanige fase zit dat we er niets over kunnen en willen zeggen'. Of dat betekent dat er een schikking ophanden is, noemt Verbunt 'een voorbarige conclusie al weet u dat juristen een schikking nooit uitsluiten'.
Een woordvoerder van het pensioen- fonds van OPG spreekt van een 'bemoedigende' uitspraak
OPG is onlangs in het gelijk gesteld door de Amsterdamse rechtbank. Het pensioenfonds houdt State Street verantwoordelijk voor een verlies van euro 47 mln en krijgt daar nu het leeuwendeel van terug.
OPG is overigens niet het enige pensioenfonds dat geld vordert van State Street. Ook de Nederlandse pensioenfondsen van sigarettenproducent British American Tobacco (BAT) en van het Noorse chemiebedrijf Yara voeren actie, alsmede het Pensioenfonds Medewerkers Apothekers.
Alle vier de pensioenfondsen hadden geld gestoken in een beleggingsfonds van State Street dat zowel op stijgende als dalende beurskoersen mikte.
Het fonds had de complete effectenportefeuille buiten medeweten van de vier echter in onderpand gegeven bij zakenbank Lehman Brothers, die de administratie voerde. Toen Lehman volkomen onverwacht op 15 oktober 2008 failliet ging, kon niemand meer aan zijn effecten komen.
De rechtbank oordeelt nu in de zaak-OPG dat het pensioenfonds van de medicijnengroothandel redelijkerwijs mocht aannemen dat State Street 'het risico draagt voor het faillissement van een partij die op welke wijze dan ook betrokken is bij het beheer'. Dat het faillissement van Lehman in redelijkheid niet voorzienbaar was en dat State Street prudent heeft gehandeld, doet volgens rechter Vrakkink niets af aan deze 'garantie'.
Een woordvoerder van OPG spreekt van een 'bemoedigende' uitspraak. Het is volgens haar nog te vroeg om de effecten ervan voor het herstelplan van OPG en haar deelnemers te duiden. Ook al omdat State Street de mogelijkheid heeft in hoger beroep te gaan.
Door de onverwachte tegenvaller moest het pensioenfonds aankloppen bij Mediq - zoals OPG tegenwoordig heet - voor een extra storting van euro 5 mln om zijn financiële positie op orde te houden. De pensioenen werden bevroren.
OPG heeft in de Verenigde Staten nog een rechtszaak lopen tegen een ander onderdeel van State Street voor een 'beduidend hoger bedrag'. Binnenkort is daar een zitting.
Ook het Nederlandse pensioenfonds van BAT is in Boston een juridische procedure tegen State Street begonnen in de Verenigde Staten. Het beschuldigt de Britse vermogensbeheerder van het breken van de fiduciaire plicht. Volgens zijn advocaat heeft State Street verzuimd het pensioenfonds in te lichten over de risico's van het eigendomsoverdracht van het beleggingsfonds naar Lehman Brothers Europe. BAT heeft circa $39 mln misgelopen en noemt de OPG-uitspraak 'interessant'.
Eerder was al bekend dat de Nederlandse pensioendochter van chemiebedrijf Yara had besloten tot een rechtszaak in de VS. Het fonds heeft naar schatting een verlies geleden van euro18 mln.
Advocaat Verbunt van het Pensioenfonds Medewerkers Apotheken (verlies: euro34 mln) wil desgevraagd geen mededelingen doen 'omdat de zaak in een dusdanige fase zit dat we er niets over kunnen en willen zeggen'. Of dat betekent dat er een schikking ophanden is, noemt Verbunt 'een voorbarige conclusie al weet u dat juristen een schikking nooit uitsluiten'.
Een woordvoerder van het pensioen- fonds van OPG spreekt van een 'bemoedigende' uitspraak
donderdag 24 december 2009
Verantwoord beleggen heeft in de afgelopen drie jaar een grote vlucht genomen in de pensioenwereld.
Bijna driekwart van de Nederlandse pensioenfondsen die deelnamen aan een onderzoek van de pensioenkoepels VB, OPF en UvB, heeft hierover beleid ontwikkeld. Vrijwel alle middelgrote en grote fondsen horen daarbij. Fondsen die geen eigen beleid hebben ontwikkeld, sluiten op dit gebied vaak aan bij het beleid van hun externe vermogensbeheerders. Bij hen is daarom sprake van indirect beleid. Een ander onderzoek uit 2006 gaf aan dat toen een op de drie fondsen beleid voor verantwoord beleggen had geformuleerd.
Er is geen duidelijk verband tussen de omvang van een fonds en het soort instrumenten waarmee het beleid gestalte krijgt. Uitsluiting (niet in beleggen), engagement (actief aanspreken) en stemgedrag (op aandeelhoudersvergaderingen) zijn de meest populaire instrumenten; deze worden door respectievelijk 74 procent, 61 procent en 68 procent van de deelnemende fondsen toegepast. Pensioenfondsen leggen vooral via de website en het financieel jaarverslag verantwoording af over het gevoerde beleid. Een beperkt
aantal fondsen wijdt er een nieuwsbrief aan en een nog kleiner aantal fondsen stelt een maatschappelijk jaarverslag op.
Aan het onderzoek hebben 90 fondsen meegewerkt, samen goed voor een vermogen van € 475 miljard, 80 procent van het totale belegde vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen. De deelnemende fondsen vertegenwoordigen 82 procent van alle actieve deelnemers van pensioenfondsen. Vrijwel alle grote fondsen (vermogen vanaf € 5 miljard) behoorden tot de deelnemers.
De resultaten van het onderzoek zijn aangeboden aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die de pensioenkoepels om een inventarisatie van de ontwikkelingen op het gebied van verantwoord beleggen had gevraagd
Vervolg
Er is geen duidelijk verband tussen de omvang van een fonds en het soort instrumenten waarmee het beleid gestalte krijgt. Uitsluiting (niet in beleggen), engagement (actief aanspreken) en stemgedrag (op aandeelhoudersvergaderingen) zijn de meest populaire instrumenten; deze worden door respectievelijk 74 procent, 61 procent en 68 procent van de deelnemende fondsen toegepast. Pensioenfondsen leggen vooral via de website en het financieel jaarverslag verantwoording af over het gevoerde beleid. Een beperkt
aantal fondsen wijdt er een nieuwsbrief aan en een nog kleiner aantal fondsen stelt een maatschappelijk jaarverslag op.
Aan het onderzoek hebben 90 fondsen meegewerkt, samen goed voor een vermogen van € 475 miljard, 80 procent van het totale belegde vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen. De deelnemende fondsen vertegenwoordigen 82 procent van alle actieve deelnemers van pensioenfondsen. Vrijwel alle grote fondsen (vermogen vanaf € 5 miljard) behoorden tot de deelnemers.
De resultaten van het onderzoek zijn aangeboden aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die de pensioenkoepels om een inventarisatie van de ontwikkelingen op het gebied van verantwoord beleggen had gevraagd
Vervolg
woensdag 23 december 2009
Nederlandse pensioenfondsen Vol in Griekenland
De grootste Nederlandse pensioenfondsen zitten zwaar in Griekse staatsobligaties, zo blijkt uit de overzichten per jaareinde 2008. Het ABP zat toen voor euro 1,58 mrd in Grieks staatspapier, slechts iets minder dan de positie in Nederlandse staatsobligaties. Een woordvoerder stelt dat de blootstelling op Griekenland inmiddels is afgebouwd, al geeft hij geen nieuwe cijfers.
Het fonds Zorg en Welzijn zat per jaareinde voor bijna euro 800 mln in Grieks staatspapier, wat nog meer is dan het fonds in Duits federaal schuldpapier had gestoken. Grieks staatspapier was jarenlang aantrekkelijk omdat het in de veilig geachte eurozone zit, terwijl het toch een hoger rendement biedt dan Duitse staatsobligaties. Om die reden zit ook Fortis Holding, moeder van een Belgische verzekeraar, groot in Griekenland: euro 5 mrd.
Het fonds Zorg en Welzijn zat per jaareinde voor bijna euro 800 mln in Grieks staatspapier, wat nog meer is dan het fonds in Duits federaal schuldpapier had gestoken. Grieks staatspapier was jarenlang aantrekkelijk omdat het in de veilig geachte eurozone zit, terwijl het toch een hoger rendement biedt dan Duitse staatsobligaties. Om die reden zit ook Fortis Holding, moeder van een Belgische verzekeraar, groot in Griekenland: euro 5 mrd.
Onwelkom kerstgeschenk van de Nederlandsche Bank
Er is veel mis bij onze pensioenfondsen, blijkt uit het vierde Kwartaalbericht van de Nederlandsche Bank. De fondsen hebben te veel risico genomen bij hun beleggingen, ze hebben de risico's onderschat en onvoldoende bewaakt. Daarover maakt DNB terechte opmerkingen. Ook kan het niet zo zijn dat, zoals DNB signaleert, veel meer risico wordt genomen dan vooraf was afgesproken in het beleggingsplan.
Het echte venijn bewaart DNB voor de staart. DNB kondigt aan te pleiten voor aanscherping van het wettelijke Financiële Toetsingskader. Het FTK zou het nemen van risico eenzijdig belonen. Als voorbeeld noemt DNB de manier waarop de pensioenpremie wordt berekend. Bij die berekening geldt dat hoe hoger het verwachte rendement, hoe lager de premie die werknemers en werkgevers moeten betalen. Een hoger rendement kan een pensioenfonds alleen inboeken als een flink deel van het vermogen in aandelen en andere risicodragende activa wordt belegd, want dat brengt meer op dan veilig staatspapier. 'Zo ontstaat bij het berekenen van de kostendekkende premie de opmerkelijke(mijn cursivering) relatie dat door het nemen van meer risico de premie lager kan worden vastgesteld', schrijft DNB. Dat moet blijkbaar afgelopen zijn, vindt DNB.
Hoezo 'opmerkelijk'? Welke Alice in de wondere wereld van de pensioenen bij DNB heeft deze zin opgeschreven? Er is niets opmerkelijks onder de zon. Alle fondsbesturen in dit land zijn er sinds jaar en dag van doordrongen dat risico de prijs is van een relatief lage pensioenpremie. Sterker nog, het inzicht dat het extra rendement op zakelijke waarden hard nodig is om bij een niet al te hoge premie toch uitzicht te bieden op een behoorlijk pensioen is de enige reden waarom de pensioenfondsbesturen überhaupt risicovol willen beleggen.
Je moet er niet aan denken wat er gebeurt als deze uitruil onmogelijk wordt gemaakt in het FTK. Dan maakt de prikkel om risico's te nemen plaats voor eenzijdige nadruk op veiligheid. Dat garandeert weliswaar een rustig leventje voor de toezichthouder, maar ten koste van de samenleving, want een veilig pensioen is een te duur pensioen.
Wie meent dat pensioenfondsen onvoldoende prudent zijn, kan beter inhaken op het verdeelde advies van de commissie-Don. Deze commissie moest vaststellen welke toekomstige rendementen op aandelen en obligaties realistisch te verwachten zijn. Het historisch gemiddelde rendement op aandelen waarmee nu wordt gerekend is 7,6%. Voorzitter Henk Don vindt, evenals de vertegenwoordigers van DNB en het Centraal Planbureau, dat voor de toekomst op niet meer dan 6% gerekend mag worden. De sociale partners willen daar niet aan. Partijen slaan elkaar met wetenschappelijk onderzoek om de oren. Mij lijkt als buitenstaander en premiebetaler dat Don c.s. het voordeel van de twijfel moet krijgen. Want bij de sociale partners worden de inzichten gedreven door het deelbelang van een zo laag mogelijke pensioenpremie, terwijl Don slechts gedreven wordt door het algemene belang.
Samengevat: risico nemen mag en is zelfs gewenst, mits dat goed wordt gecommuniceerd naar premiebetalers en gepensioneerden. Jezelf rijk rekenen mag niet.
Een lager verwacht rendement op aandelen betekent een hogere pensioenpremie, maar het ontmoedigt tenminste niet dat pensioenfondsen flink risico nemen. Ziet DNB risico als de vijand, voor pensioenfondsen is risico de grootste vriend, want het is de bron van extra rendement. Die vriend hebben de pensioenfondsen hard nodig om hun aartsvijand te verslaan. Die aartsvijand is de inflatie. Die heeft zich nu nog goed verstopt in alle tumult van de economische crisis, maar kan straks des te genadelozer toeslaan. Als pensioenfondsen worden veroordeeld tot veilig beleggen in staatspapier staan ze straks machteloos.
Ed Groot is redacteur van Het Financieele Dagblad. Edgroot@fd.nl
Risico's nemen mag en is zelfs gewenst. Zichzelf rijk rekenen mogen de pensioenfondsen niet
Het echte venijn bewaart DNB voor de staart. DNB kondigt aan te pleiten voor aanscherping van het wettelijke Financiële Toetsingskader. Het FTK zou het nemen van risico eenzijdig belonen. Als voorbeeld noemt DNB de manier waarop de pensioenpremie wordt berekend. Bij die berekening geldt dat hoe hoger het verwachte rendement, hoe lager de premie die werknemers en werkgevers moeten betalen. Een hoger rendement kan een pensioenfonds alleen inboeken als een flink deel van het vermogen in aandelen en andere risicodragende activa wordt belegd, want dat brengt meer op dan veilig staatspapier. 'Zo ontstaat bij het berekenen van de kostendekkende premie de opmerkelijke(mijn cursivering) relatie dat door het nemen van meer risico de premie lager kan worden vastgesteld', schrijft DNB. Dat moet blijkbaar afgelopen zijn, vindt DNB.
Hoezo 'opmerkelijk'? Welke Alice in de wondere wereld van de pensioenen bij DNB heeft deze zin opgeschreven? Er is niets opmerkelijks onder de zon. Alle fondsbesturen in dit land zijn er sinds jaar en dag van doordrongen dat risico de prijs is van een relatief lage pensioenpremie. Sterker nog, het inzicht dat het extra rendement op zakelijke waarden hard nodig is om bij een niet al te hoge premie toch uitzicht te bieden op een behoorlijk pensioen is de enige reden waarom de pensioenfondsbesturen überhaupt risicovol willen beleggen.
Je moet er niet aan denken wat er gebeurt als deze uitruil onmogelijk wordt gemaakt in het FTK. Dan maakt de prikkel om risico's te nemen plaats voor eenzijdige nadruk op veiligheid. Dat garandeert weliswaar een rustig leventje voor de toezichthouder, maar ten koste van de samenleving, want een veilig pensioen is een te duur pensioen.
Wie meent dat pensioenfondsen onvoldoende prudent zijn, kan beter inhaken op het verdeelde advies van de commissie-Don. Deze commissie moest vaststellen welke toekomstige rendementen op aandelen en obligaties realistisch te verwachten zijn. Het historisch gemiddelde rendement op aandelen waarmee nu wordt gerekend is 7,6%. Voorzitter Henk Don vindt, evenals de vertegenwoordigers van DNB en het Centraal Planbureau, dat voor de toekomst op niet meer dan 6% gerekend mag worden. De sociale partners willen daar niet aan. Partijen slaan elkaar met wetenschappelijk onderzoek om de oren. Mij lijkt als buitenstaander en premiebetaler dat Don c.s. het voordeel van de twijfel moet krijgen. Want bij de sociale partners worden de inzichten gedreven door het deelbelang van een zo laag mogelijke pensioenpremie, terwijl Don slechts gedreven wordt door het algemene belang.
Samengevat: risico nemen mag en is zelfs gewenst, mits dat goed wordt gecommuniceerd naar premiebetalers en gepensioneerden. Jezelf rijk rekenen mag niet.
Een lager verwacht rendement op aandelen betekent een hogere pensioenpremie, maar het ontmoedigt tenminste niet dat pensioenfondsen flink risico nemen. Ziet DNB risico als de vijand, voor pensioenfondsen is risico de grootste vriend, want het is de bron van extra rendement. Die vriend hebben de pensioenfondsen hard nodig om hun aartsvijand te verslaan. Die aartsvijand is de inflatie. Die heeft zich nu nog goed verstopt in alle tumult van de economische crisis, maar kan straks des te genadelozer toeslaan. Als pensioenfondsen worden veroordeeld tot veilig beleggen in staatspapier staan ze straks machteloos.
Ed Groot is redacteur van Het Financieele Dagblad. Edgroot@fd.nl
Risico's nemen mag en is zelfs gewenst. Zichzelf rijk rekenen mogen de pensioenfondsen niet
Griekenland vecht om vertrouwen
'Het is zeer frustrerend om zo te moeten werken. Iedereen beziet ons met wantrouwen.' Dat zegt minister van financiën van Griekenland Georgos Papaconstantinou in een interview met deze krant.
Hij is voortdurend in de weer om regeringen en markten te overtuigen van de daadkracht van Athene om de huidige financiële crisis de baas te worden. Griekenland ziet het begrotingstekort dit jaar oplopen tot 12,7% van het bruto binnenlands product en wil dat in 2010 terugdringen tot 9%.
'Als een ander land van 13% naar 9% was gegaan, had men staan applaudisseren. Maar wij worden niet geloofd. Men vreest dat we het niet voor elkaar krijgen', zegt de bewindsman. Op de markten is het keerpunt nog niet bereikt. Gisteren liep de rente op tienjarige staatsobligaties weer verder op.
In januari komt Papaconstantinou naar Nederland om te pogen de pensioenfondsen te overtuigen van de goede intenties van Athene. Bij het ABP staan Griekse staatsobligaties op nummer zes op de lijst van beleggingen, voor een bedrag van euro 1,58 mrd.
Hij is voortdurend in de weer om regeringen en markten te overtuigen van de daadkracht van Athene om de huidige financiële crisis de baas te worden. Griekenland ziet het begrotingstekort dit jaar oplopen tot 12,7% van het bruto binnenlands product en wil dat in 2010 terugdringen tot 9%.
'Als een ander land van 13% naar 9% was gegaan, had men staan applaudisseren. Maar wij worden niet geloofd. Men vreest dat we het niet voor elkaar krijgen', zegt de bewindsman. Op de markten is het keerpunt nog niet bereikt. Gisteren liep de rente op tienjarige staatsobligaties weer verder op.
In januari komt Papaconstantinou naar Nederland om te pogen de pensioenfondsen te overtuigen van de goede intenties van Athene. Bij het ABP staan Griekse staatsobligaties op nummer zes op de lijst van beleggingen, voor een bedrag van euro 1,58 mrd.
Pensioenfondsen liepen deel beursherstel 2009 mis
Pensioenfondsen hebben de afgelopen twaalf maanden een deel van de koersstijgingen op de aandelenbeurs gemist, omdat ze hebben verzuimd aandelen bij te kopen. De meeste grote fondsen hebben op dit moment minder aandelen in portefeuille dan ze als strategisch doel hebben.
Dat betekent dat ze nu een lagere dekkingsgraad hebben dan wanneer ze aan hun eigen beleid hadden vastgehouden. Als de fondsen structureel minder risico blijven nemen, wordt het moeilijker om waardevaste pensioenen te betalen, of de premies moeten omhoog.
Volgens experts zijn de pensioenfondsen afwachtend geweest, omdat ze vanwege de lage dekkingsgraad weinig risico meer durfden of konden nemen. Bovendien was het begin dit jaar moeilijk om voor het aankopen van aandelen geld vrij te maken door bijvoorbeeld bedrijfsobligaties te verkopen. De koersen daarvan lagen onder druk en de verhandelbaarheid was slecht.
Doorgaans verkopen pensioenfondsen aandelen in stijgende markten en kopen ze bij tijdens een beursdaling. Zo blijven de gewichten voor aandelen, staatsobligaties en andere vermogenscategorieën in de buurt van de strategische doelen die zijn gesteld om bij een bepaalde hoogte van de premie waardevaste pensioenen te kunnen betalen. Sinds 2008 is dit beleid van 'rebalancing' goeddeels losgelaten.
Metaalfonds PMT heeft een streefpercentage van 28, maar zit nu op slechts 22%. BPF Bouw heeft als doel 32% van de portefeuille in aandelen te beleggen, maar zat aan het eind van het derde kwartaal op 28,5%. Begin 2008, toen de koersen nog hoog stonden, zaten veel fondsen juist op of boven hun strategische doel.
Lage dekkingsgraad
Ambtenarenfonds ABP bracht zijn doelgewicht voor aandelen begin dit jaar onder druk van de lage dekkingsgraad voor een jaar terug van 32% naar 29%. Metaalfonds PME verlaagde zijn norm voor in ieder geval één jaar, van 38% in 2008 naar 20%. Ook het zwaar geraakte Shell Pensioenfonds bracht zijn doelweging in aandelen begin dit jaar terug, van 55% naar 45%.
'We zien dat pensioenfondsen hun strategische risico iets hebben teruggebracht', stelt Arnold Jager van consultant Hewitt. 'Als er blijvend lagere risico's worden genomen, dan zal dit op termijn de rendementen drukken en de kosten voor de deelnemers verhogen.'
Renterisico verlaagd
Veel pensioenfondsen hebben bovendien ook hun renterisico verder verlaagd via de aankoop van derivaten. Dit verkleint de kans op een nieuwe terugval van de buffers bij een rentedaling, maar er wordt tegelijk minder geprofiteerd van een stijging van de rente.
De MSCI-wereldindex voor aandelen steeg in 2009 met ruim 25%. Staatsleningen brachten bijna niets op, bedrijfsobligaties 17%.
Dat betekent dat ze nu een lagere dekkingsgraad hebben dan wanneer ze aan hun eigen beleid hadden vastgehouden. Als de fondsen structureel minder risico blijven nemen, wordt het moeilijker om waardevaste pensioenen te betalen, of de premies moeten omhoog.
Volgens experts zijn de pensioenfondsen afwachtend geweest, omdat ze vanwege de lage dekkingsgraad weinig risico meer durfden of konden nemen. Bovendien was het begin dit jaar moeilijk om voor het aankopen van aandelen geld vrij te maken door bijvoorbeeld bedrijfsobligaties te verkopen. De koersen daarvan lagen onder druk en de verhandelbaarheid was slecht.
Doorgaans verkopen pensioenfondsen aandelen in stijgende markten en kopen ze bij tijdens een beursdaling. Zo blijven de gewichten voor aandelen, staatsobligaties en andere vermogenscategorieën in de buurt van de strategische doelen die zijn gesteld om bij een bepaalde hoogte van de premie waardevaste pensioenen te kunnen betalen. Sinds 2008 is dit beleid van 'rebalancing' goeddeels losgelaten.
Metaalfonds PMT heeft een streefpercentage van 28, maar zit nu op slechts 22%. BPF Bouw heeft als doel 32% van de portefeuille in aandelen te beleggen, maar zat aan het eind van het derde kwartaal op 28,5%. Begin 2008, toen de koersen nog hoog stonden, zaten veel fondsen juist op of boven hun strategische doel.
Lage dekkingsgraad
Ambtenarenfonds ABP bracht zijn doelgewicht voor aandelen begin dit jaar onder druk van de lage dekkingsgraad voor een jaar terug van 32% naar 29%. Metaalfonds PME verlaagde zijn norm voor in ieder geval één jaar, van 38% in 2008 naar 20%. Ook het zwaar geraakte Shell Pensioenfonds bracht zijn doelweging in aandelen begin dit jaar terug, van 55% naar 45%.
'We zien dat pensioenfondsen hun strategische risico iets hebben teruggebracht', stelt Arnold Jager van consultant Hewitt. 'Als er blijvend lagere risico's worden genomen, dan zal dit op termijn de rendementen drukken en de kosten voor de deelnemers verhogen.'
Renterisico verlaagd
Veel pensioenfondsen hebben bovendien ook hun renterisico verder verlaagd via de aankoop van derivaten. Dit verkleint de kans op een nieuwe terugval van de buffers bij een rentedaling, maar er wordt tegelijk minder geprofiteerd van een stijging van de rente.
De MSCI-wereldindex voor aandelen steeg in 2009 met ruim 25%. Staatsleningen brachten bijna niets op, bedrijfsobligaties 17%.
Beurzen fors hoger, dekkingsgraad kruipt mee
Lage rente en onderweging aandelen zitten herstel pensioenfondsen dwars
De Nederlandse pensioenfondsen hebben dankzij de opleving van de aandelenkoersen een ongekend goed jaar gehad, maar hun positie blijft zwak. Het is vooral de aanhoudend lage rente die een snel herstel van de fondsen in de weg zit, terwijl ze van het beursherstel niet volledig hebben geprofiteerd.
Zeker is dat de 600 Nederlandse pensioenfondsen in 2009 door het oog van de naald zijn gekropen en er nu veel beter voor staan dan een jaar geleden. De fondsen startten het jaar met een gemiddelde dekkingsgraad - de verhouding tussen de beleggingen en de pensioenverplichtingen - van 96%. Deze kwam daarop snel verder onder druk, toen de beurzen verder zakten na al een zeer slecht vierde kwartaal te hebben beleefd.
De dekkingsgraad van de fondsen zakte begin maart naar een nieuw dieptepunt van 87%. Een moment van paniek, daar een minimum van zeker 100% nodig is om aan de nominale pensioenverplichtingen te kunnen voldoen. ABP, dat bijna euro 200 mrd bezit, zakte even weg naar 83%.
Op dit moment zitten de fondsen met een gemiddelde nominale dekking van 109% weer boven het minimumvereiste. Dat geeft weer wat lucht, al wordt er over reële pensioenen, waarbij de rechten en uitkeringen jaarlijks met de inflatie worden opgehoogd, nog nauwelijks gesproken.
Om inflatievaste pensioenen te kunnen uitkeren zijn nominale dekkingsgraden nodig van zo'n 150%, een niveau dat begin 2008 nog werd gehaald. De reële dekkingsgraad ligt nu op 82%, wat neerkomt op een totaal pensioentekort van zo'n euro 110 mrd.
Hoewel de beurzen dit jaar met 25,5% zijn opgelopen, blijven de fondsen lijden onder de lage lange rente. Tegen deze maatstaf moeten ze hun pensioenverplichtingen verdisconteren, die stijgen bij een dalende rente en afnemen bij een stijging. De renteval van het afgelopen jaar was goed voor bijna de helft van de val in de dekkingsgraden.
De lange rente schommelt nu rond de 3,84%. Dat is weliswaar hoger dan eind 2008 en begin 2009, maar nog altijd ruim onder het niveau van 4,9% van twee jaar geleden.
Vervelend is dat wanneer de rente weer naar zijn niveau van begin 2008 teruggaat, het herstel van de dekkingsgraden slechts beperkt zal zijn. Pensioenfondsen zijn enkele jaren begonnen hun rentegevoeligheid te verkleinen (doorgaans met derivaten) en hebben dit beleid tijdens de crisis in een verhoogd tempo voortgezet. Dit geldt voor alle grote fondsen als ABP, PMT, BPF Bouw en het Spoorwegpensioenfonds.
Een verdere stijging van de beurs lijkt daarom de oplossing om uit de problemen te komen. Een feit is wel dat pensioenfondsen hun aandelenbelangen ten opzichte van hun totale portefeuille sinds 2008 hebben teruggeschroefd. De procentuele daling is hoofdzakelijk te wijten aan de daling van de koersen zelf.
Bijkopen van aandelen om de afgekalfde doelpercentages te repareren, is gedurende de krach slechts sporadisch gebeurd. Uit cijfers van de Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat dat pensioenfondsen in de twaalf maanden vanaf de tweede jaarhelft van 2008 per saldo weinig deden. In het vierde kwartaal werden zelfs extra aandelen verkocht, terwijl fondsen normaal juist bijkopen bij een daling van de koersen.
Per saldo zitten de pensioenfondsen nu op een veel lager aandelenpercentage dan begin 2008, toen de beurzen nog op een tussentijds hoogtepunt stonden. Een voorzichtige strategie, die deels wordt afgedwongen doordat de minimumeis van DNB nog steeds angstig dichtbij is.
Als de pensioenfondsen ook de komende jaren 'onderwogen' blijven in aandelen, behalen ze vermoedelijk niet het rendement dat nodig is om reële pensioenen te betalen. Maar als de beurzen binnenkort inklappen, dan blijkt de gekozen tactiek zo gek nog niet.
Naar verwachting blijven de fondsen terughoudend om meer risico's te nemen. Toezichthouder DNB liet zich recent uiterst kritisch uit over het beleggingsbeleid van de fondsen tijdens de crisis. De bank stuurt aan op maatregelen, al worden mogelijk eerst de resultaten afgewacht van de commissie-Frijns, die uitsluitsel moet geven of en in hoeverre de fondsen er nu echt naast hebben gezeten.
Reële dekkingsgraad ligt nu op 82%, wat neerkomt op een totaal pensioentekort van zo'n euro 110 mrd
De Nederlandse pensioenfondsen hebben dankzij de opleving van de aandelenkoersen een ongekend goed jaar gehad, maar hun positie blijft zwak. Het is vooral de aanhoudend lage rente die een snel herstel van de fondsen in de weg zit, terwijl ze van het beursherstel niet volledig hebben geprofiteerd.
Zeker is dat de 600 Nederlandse pensioenfondsen in 2009 door het oog van de naald zijn gekropen en er nu veel beter voor staan dan een jaar geleden. De fondsen startten het jaar met een gemiddelde dekkingsgraad - de verhouding tussen de beleggingen en de pensioenverplichtingen - van 96%. Deze kwam daarop snel verder onder druk, toen de beurzen verder zakten na al een zeer slecht vierde kwartaal te hebben beleefd.
De dekkingsgraad van de fondsen zakte begin maart naar een nieuw dieptepunt van 87%. Een moment van paniek, daar een minimum van zeker 100% nodig is om aan de nominale pensioenverplichtingen te kunnen voldoen. ABP, dat bijna euro 200 mrd bezit, zakte even weg naar 83%.
Op dit moment zitten de fondsen met een gemiddelde nominale dekking van 109% weer boven het minimumvereiste. Dat geeft weer wat lucht, al wordt er over reële pensioenen, waarbij de rechten en uitkeringen jaarlijks met de inflatie worden opgehoogd, nog nauwelijks gesproken.
Om inflatievaste pensioenen te kunnen uitkeren zijn nominale dekkingsgraden nodig van zo'n 150%, een niveau dat begin 2008 nog werd gehaald. De reële dekkingsgraad ligt nu op 82%, wat neerkomt op een totaal pensioentekort van zo'n euro 110 mrd.
Hoewel de beurzen dit jaar met 25,5% zijn opgelopen, blijven de fondsen lijden onder de lage lange rente. Tegen deze maatstaf moeten ze hun pensioenverplichtingen verdisconteren, die stijgen bij een dalende rente en afnemen bij een stijging. De renteval van het afgelopen jaar was goed voor bijna de helft van de val in de dekkingsgraden.
De lange rente schommelt nu rond de 3,84%. Dat is weliswaar hoger dan eind 2008 en begin 2009, maar nog altijd ruim onder het niveau van 4,9% van twee jaar geleden.
Vervelend is dat wanneer de rente weer naar zijn niveau van begin 2008 teruggaat, het herstel van de dekkingsgraden slechts beperkt zal zijn. Pensioenfondsen zijn enkele jaren begonnen hun rentegevoeligheid te verkleinen (doorgaans met derivaten) en hebben dit beleid tijdens de crisis in een verhoogd tempo voortgezet. Dit geldt voor alle grote fondsen als ABP, PMT, BPF Bouw en het Spoorwegpensioenfonds.
Een verdere stijging van de beurs lijkt daarom de oplossing om uit de problemen te komen. Een feit is wel dat pensioenfondsen hun aandelenbelangen ten opzichte van hun totale portefeuille sinds 2008 hebben teruggeschroefd. De procentuele daling is hoofdzakelijk te wijten aan de daling van de koersen zelf.
Bijkopen van aandelen om de afgekalfde doelpercentages te repareren, is gedurende de krach slechts sporadisch gebeurd. Uit cijfers van de Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat dat pensioenfondsen in de twaalf maanden vanaf de tweede jaarhelft van 2008 per saldo weinig deden. In het vierde kwartaal werden zelfs extra aandelen verkocht, terwijl fondsen normaal juist bijkopen bij een daling van de koersen.
Per saldo zitten de pensioenfondsen nu op een veel lager aandelenpercentage dan begin 2008, toen de beurzen nog op een tussentijds hoogtepunt stonden. Een voorzichtige strategie, die deels wordt afgedwongen doordat de minimumeis van DNB nog steeds angstig dichtbij is.
Als de pensioenfondsen ook de komende jaren 'onderwogen' blijven in aandelen, behalen ze vermoedelijk niet het rendement dat nodig is om reële pensioenen te betalen. Maar als de beurzen binnenkort inklappen, dan blijkt de gekozen tactiek zo gek nog niet.
Naar verwachting blijven de fondsen terughoudend om meer risico's te nemen. Toezichthouder DNB liet zich recent uiterst kritisch uit over het beleggingsbeleid van de fondsen tijdens de crisis. De bank stuurt aan op maatregelen, al worden mogelijk eerst de resultaten afgewacht van de commissie-Frijns, die uitsluitsel moet geven of en in hoeverre de fondsen er nu echt naast hebben gezeten.
Reële dekkingsgraad ligt nu op 82%, wat neerkomt op een totaal pensioentekort van zo'n euro 110 mrd
woensdag 18 november 2009
Beheer van risico's op pensioen moet beter
Pensioenfondsen moeten beter grip krijgen op hun beleggingsrisico's. Het afgelopen jaar heeft het bij sommige fondsen ontbroken aan controle op de externe beleggers en op tegenpartijen waarmee derivatencontracten zijn afgesloten.
Dit schrijft de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB) in een rapport dat in bezit is van deze krant. Het eerste exemplaar wordt morgenochtend vroeg overhandigd aan minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken.
Risicomanagement
Volgens de VB hebben pensioenfondsen de laatste jaren de rol van de risicomanager bij de vermogensbeheerder 'onderschat'. De branchevereniging pleit ervoor dat de risicomanager bij de externe beheerder in de toekomst direct toegang moet hebben tot het eigenlijke pensioenfondsbestuur, dat alle eindverantwoordelijkheid draagt.
Ook hebben fondsen volgens de VB steken laten vallen op het gebied van tegenpartijrisico, dat optreedt bij onder meer het afsluiten van derivatencontracten met grote zakenbanken. 'Het risicobeleid van veel fondsen richt zich louter op de kans op onderdekking. Dat maakt dat bijvoorbeeld liquiditeitsrisico en tegenpartijrisico worden genegeerd', stelt de VB.
Commissie-Frijns
De VB loopt met zijn bevindingen vooruit op het onderzoek naar het beleggingsbeleid van pensioenfondsen dat wordt gedaan door de recent ingestelde commissie-Frijns. De uitkomsten daarvan worden eind dit jaar verwacht.
De Nederlandsche Bank (DNB) deed eerder dit jaar zelf onderzoek bij tien grote pensioenfondsen. Directeur Joanne Kellermann stelde op basis hiervan al in september vast dat een aantal fondsen de risico's heeft onderschat. Het is aannemelijk dat DNB scherpere eisen gaat stellen aan het beleggingsbeleid van pensioenfondsen.
Dit schrijft de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB) in een rapport dat in bezit is van deze krant. Het eerste exemplaar wordt morgenochtend vroeg overhandigd aan minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken.
Risicomanagement
Volgens de VB hebben pensioenfondsen de laatste jaren de rol van de risicomanager bij de vermogensbeheerder 'onderschat'. De branchevereniging pleit ervoor dat de risicomanager bij de externe beheerder in de toekomst direct toegang moet hebben tot het eigenlijke pensioenfondsbestuur, dat alle eindverantwoordelijkheid draagt.
Ook hebben fondsen volgens de VB steken laten vallen op het gebied van tegenpartijrisico, dat optreedt bij onder meer het afsluiten van derivatencontracten met grote zakenbanken. 'Het risicobeleid van veel fondsen richt zich louter op de kans op onderdekking. Dat maakt dat bijvoorbeeld liquiditeitsrisico en tegenpartijrisico worden genegeerd', stelt de VB.
Commissie-Frijns
De VB loopt met zijn bevindingen vooruit op het onderzoek naar het beleggingsbeleid van pensioenfondsen dat wordt gedaan door de recent ingestelde commissie-Frijns. De uitkomsten daarvan worden eind dit jaar verwacht.
De Nederlandsche Bank (DNB) deed eerder dit jaar zelf onderzoek bij tien grote pensioenfondsen. Directeur Joanne Kellermann stelde op basis hiervan al in september vast dat een aantal fondsen de risico's heeft onderschat. Het is aannemelijk dat DNB scherpere eisen gaat stellen aan het beleggingsbeleid van pensioenfondsen.
vrijdag 16 oktober 2009
Pensioenleeftijd in Nederland verhoogd naar 67 jaar in twee grote stappen
Coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie hebben donderdagavond een akkoord bereikt over het verhogen van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar. De pensioenleeftijd gaat eerst in 2020 in één keer naar 66 jaar en vervolgens in 2025 in één klap naar 67 jaar.
Pensioenleeftijd in Nederland verhoogd naar 67 jaar
VRT Nieuwsreportage deel 1
"Ook in ons land pensioenleeftijd optrekken"
VRT Nieuwsreportage deel 2
Paul D'Hoore over betaalbaarheid van pensioenen
VRT Nieuwsreportage deel 3
Arbeidsverleden bepalend
De ministerraad besluit vandaag over het wetsvoorstel. Het arbeidsverleden wordt vanaf 2020 bepalend of werknemers toch op hun 65ste met pensioen kunnen blijven gaan. Mensen die dat jaar 65 worden en de vijftien jaar tussen hun 50ste en hun 65ste aaneensluitend hebben gewerkt, hebben dan nog steeds recht op AOW en een aanvullend pensioen.
In 2021 moeten werknemers van 65 vervolgens zestien jaar vanaf hun 50ste aaneengesloten hebben gewerkt, in 2022 zeventien jaar, en zo oplopend tot maximaal 42 jaar in 2047 om nog steeds bij 65 jaar te kunnen stoppen met werken. Wel worden mensen die eerder uittreden dan de officiële AOW-leeftijd op hun AOW-uitkering en hun aanvullend pensioen gekort, voor de rest van hun leven.
Voor de hogere inkomens bedraagt die AOW-korting 8%, voor lagere inkomens netto 6,5%. Vanaf 2025, als de officiële AOW-leeftijd naar 67 gaat, wordt die korting zelfs vrijwel verdubbeld. Voor de aanvullende pensioenen zijn de kortingen vergelijkbaar.
De bovengrens voor een lager inkomen wordt getrokken bij 150% van het minimumloon. Het verschil in de kortingen wordt bereikt door lagere inkomens een hogere arbeidskorting te geven.
Zware beroepen
Ingewijden gaan ervan uit dat het voorstel op termijn de beoogde besparing van euro 4 mrd per jaar oplevert, maar of het Centraal Planbureau dit al heeft doorberekend is niet bekend. Minister Piet Hein Donner en staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) hebben deze week intensief overleg gevoerd met de fractievoorzitters en -specialisten van de drie regeringspartijen in de Tweede Kamer.
Woensdag werd al bekend dat werkgevers en werknemers er voortaan samen voor moeten zorgen dat werknemers met zware beroepen na uiterlijk dertig jaar worden omgeschoold naar fysiek lichter werk. Mensen die ondanks dit actievere loopbaanbeleid toch voor hun 65ste werkloos of arbeidsongeschikt raken, krijgen op hun 65ste via de inkomensregeling oudere werknemers (IOW) een uitkering op AOW-niveau, tot ze echt in de AOW belanden.
FNV teleurgesteld
De vakcentrale FNV laat in een eerste reactie weten 'heel teleurgesteld' te zijn. Het akkoord lijkt onder een enorme tijdsdruk in elkaar te zijn geflanst, meent een woordvoerder. 'Hiermee kun je decennia van ellende verwachten. Dit is geen toekomstbestendige regeling die écht rekening houdt met zware beroepen. Het gaat het kabinet blijkbaar slechts om een snelle leeftijdsverhoging en om bezuinigingen op de AOW.'
Waarnemend voorzitter Bert van Boggelen van de vakcentrale CNV zei gisteravond desgevraagd het 'mooi' te vinden dat het kabinet eruit is. 'De AOW-splijtzwam heeft lang genoeg geduurd. Het was hoog tijd voor een besluit. Nu kan iedereen aan de hogere AOW-leeftijd wennen en kan het kabinet weer andere zaken gaan oplossen.'
Van Boggelen kan nog niet inhoudelijk reageren omdat hij de stukken nog niet heeft gezien. Wel is hij blij dat het kabinet aandacht lijkt te hebben besteed aan onderwerpen die voor het CNV belangrijk zijn, zoals een verhoging van de arbeidsdeelname, de zware beroepen en werknemers die al op jonge leeftijd zijn begonnen met werken. 'Maar het gaat om de juiste invulling van die vraagstukken. Die bepaalt hoe wij verder met de AOW-maatregel zullen omgaan.'
Ingewikkeld gedrocht
Bestuurder Eddy Haket is pessimistischer. Volgens hem wil het kabinet nog sneller gaan dan het laatste voorstel van de werkgevers in het SER-overleg over de AOW. 'Die wilden in 2020 naar 66 en in 2030 naar 67. Dit kabinetsakkoord is dus erg grofmazig. Ook is het een ingewikkeld gedrocht, omdat werknemers steeds meer dienstjaren nodig hebben om met 65 jaar te kunnen stoppen met werken. '
Pensioenleeftijd in Nederland verhoogd naar 67 jaar
VRT Nieuwsreportage deel 1
"Ook in ons land pensioenleeftijd optrekken"
VRT Nieuwsreportage deel 2
Paul D'Hoore over betaalbaarheid van pensioenen
VRT Nieuwsreportage deel 3
Arbeidsverleden bepalend
De ministerraad besluit vandaag over het wetsvoorstel. Het arbeidsverleden wordt vanaf 2020 bepalend of werknemers toch op hun 65ste met pensioen kunnen blijven gaan. Mensen die dat jaar 65 worden en de vijftien jaar tussen hun 50ste en hun 65ste aaneensluitend hebben gewerkt, hebben dan nog steeds recht op AOW en een aanvullend pensioen.
In 2021 moeten werknemers van 65 vervolgens zestien jaar vanaf hun 50ste aaneengesloten hebben gewerkt, in 2022 zeventien jaar, en zo oplopend tot maximaal 42 jaar in 2047 om nog steeds bij 65 jaar te kunnen stoppen met werken. Wel worden mensen die eerder uittreden dan de officiële AOW-leeftijd op hun AOW-uitkering en hun aanvullend pensioen gekort, voor de rest van hun leven.
Voor de hogere inkomens bedraagt die AOW-korting 8%, voor lagere inkomens netto 6,5%. Vanaf 2025, als de officiële AOW-leeftijd naar 67 gaat, wordt die korting zelfs vrijwel verdubbeld. Voor de aanvullende pensioenen zijn de kortingen vergelijkbaar.
De bovengrens voor een lager inkomen wordt getrokken bij 150% van het minimumloon. Het verschil in de kortingen wordt bereikt door lagere inkomens een hogere arbeidskorting te geven.
Zware beroepen
Ingewijden gaan ervan uit dat het voorstel op termijn de beoogde besparing van euro 4 mrd per jaar oplevert, maar of het Centraal Planbureau dit al heeft doorberekend is niet bekend. Minister Piet Hein Donner en staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) hebben deze week intensief overleg gevoerd met de fractievoorzitters en -specialisten van de drie regeringspartijen in de Tweede Kamer.
Woensdag werd al bekend dat werkgevers en werknemers er voortaan samen voor moeten zorgen dat werknemers met zware beroepen na uiterlijk dertig jaar worden omgeschoold naar fysiek lichter werk. Mensen die ondanks dit actievere loopbaanbeleid toch voor hun 65ste werkloos of arbeidsongeschikt raken, krijgen op hun 65ste via de inkomensregeling oudere werknemers (IOW) een uitkering op AOW-niveau, tot ze echt in de AOW belanden.
FNV teleurgesteld
De vakcentrale FNV laat in een eerste reactie weten 'heel teleurgesteld' te zijn. Het akkoord lijkt onder een enorme tijdsdruk in elkaar te zijn geflanst, meent een woordvoerder. 'Hiermee kun je decennia van ellende verwachten. Dit is geen toekomstbestendige regeling die écht rekening houdt met zware beroepen. Het gaat het kabinet blijkbaar slechts om een snelle leeftijdsverhoging en om bezuinigingen op de AOW.'
Waarnemend voorzitter Bert van Boggelen van de vakcentrale CNV zei gisteravond desgevraagd het 'mooi' te vinden dat het kabinet eruit is. 'De AOW-splijtzwam heeft lang genoeg geduurd. Het was hoog tijd voor een besluit. Nu kan iedereen aan de hogere AOW-leeftijd wennen en kan het kabinet weer andere zaken gaan oplossen.'
Van Boggelen kan nog niet inhoudelijk reageren omdat hij de stukken nog niet heeft gezien. Wel is hij blij dat het kabinet aandacht lijkt te hebben besteed aan onderwerpen die voor het CNV belangrijk zijn, zoals een verhoging van de arbeidsdeelname, de zware beroepen en werknemers die al op jonge leeftijd zijn begonnen met werken. 'Maar het gaat om de juiste invulling van die vraagstukken. Die bepaalt hoe wij verder met de AOW-maatregel zullen omgaan.'
Ingewikkeld gedrocht
Bestuurder Eddy Haket is pessimistischer. Volgens hem wil het kabinet nog sneller gaan dan het laatste voorstel van de werkgevers in het SER-overleg over de AOW. 'Die wilden in 2020 naar 66 en in 2030 naar 67. Dit kabinetsakkoord is dus erg grofmazig. Ook is het een ingewikkeld gedrocht, omdat werknemers steeds meer dienstjaren nodig hebben om met 65 jaar te kunnen stoppen met werken. '
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :