zondag 16 mei 2010

Vergrijzingskosten dwingen staten tot rigoureuze ingrepen in beleid

De Griekse tragedie kan een voorbode zijn voor meer Europese landen. De vergrijzingskosten zijn bij ongewijzigd beleid vrijwel overal onhoudbaar.

De afgelopen weken zijn er vele dromen in rook opgegaan. Die van herstel na de zwaarste crisis in vele decennia, die van een sterke euro en vooral die van Europa als welvaartsstaat. Commentator Gideon Rachman van de Financial Times is er somber onder.

'Ik dacht dat Europa op het goede spoor zat. Laat de Verenigde Staten maar de militaire en China de economische supermacht zijn. Europa was op weg de "lifestyle superpower" te worden. Het continent met de mooiste steden, het beste voedsel, de beste wijn, de rijkste historie en de langste vakanties. Het was een prachtige strategie, maar helaas, Europa kan zich zijn comfortabele pensionering niet veroorloven.'

Europa leeft op te grote voet. Nu dit tot de financiële markten is doorgedrongen, zijn het eerst Griekenland, Portugal en Spanje die onder vuur liggen. Maar morgen kunnen er nieuwe slachtoffers volgen, want de problemen van de getroffen landen zijn nauwelijks groter dan van veel staten die nu als 'rijk' te boek staan.

Overheden mogen nu dan bezuinigingen aankondigen, de kosten die ons op lange termijn te wachten staan, vergen veel rigoureuzere ingrepen. Het is de vergrijzing die tot grote lasten zal leiden. Lasten in de pensioenvoorziening voor zover die door overheden wordt gedragen, en in de gezondheidszorg. En bij vergrijzing hoort bovendien tegelijk een lagere economische groei, een slechte basis om hoge en eventueel toenemende schulden te kunnen blijven financieren.

De Europese pensioenvoorziening is ambitieus. De meeste landen hanteren stelsels die ervoor moeten zorgen dat het gemiddelde pensioeninkomen op wel 70% uitkomt van het laatstverdiende loon.

De financiering van die stelsels loopt daarbij sterk uiteen. De meeste landen baseren de bulk van de pensioenen op een omslagstelsel, waarvan de financiering via de staat loopt. De huidige werknemers betalen de pensioenen van de gepensioneerden. In andere landen, zoals Nederland en het Verenigd Koninkrijk, sparen werknemers tevens deels zelf voor hun pensioen, het kapitaalgedekte stelsel.

Het omslagstelsel is op papier prima, maar tegen de verwachte ontwikkelingen is het absoluut niet bestand. Allereerst wordt de bevolking steeds ouder, waardoor gepensioneerden steeds langer moeten worden onderhouden. Maar belangrijker is de vergrijzing, wat eenvoudigweg betekent dat het aantal ouderen stijgt ten opzichte van het aantal jongeren - een fenomeen dat een groot deel van de Europese landen, maar ook bijvoorbeeld Japan treft. Waar nu wereldwijd één gepensioneerde moet worden onderhouden door vier werkenden, verslechtert die verhouding snel, om in 2050 op één staat tot twee te komen.

Griekenland spant hier de kroon. Het land streeft ernaar de pensioenen van zijn vroeg uittredende werknemers bijna op het niveau van het laatstverdiende inkomen te houden, terwijl het geheel door huidige en toekomstige werknemers moet worden opgebracht. In Nederland is de afhankelijkheid van het omslagstelsel kleiner, daar ruim 50% van de pensioenen uit de eigen spaarpotten komt. Ook Italië en Spanje hebben hoge ambities, die hoofdzakelijk via omslag worden gefinancierd.

Toch zal de vergrijzing vrijwel alle landen raken, ook die met grote pensioenpotten. Schattingen van het World Economic Forum wijzen uit dat de pensioen- en zorgkosten tegen 2050 voor alle Europese landen oplopen. Voor Frankrijk en Duitsland geldt dat de huidige pensioenlasten van circa 12% van het bruto nationaal inkomen in 2050 zullen stijgen naar meer dan 14%. In Nederland wordt een toename verwacht van 5,2% van het bruto nationaal inkomen naar 8,3%. De hoge levensverwachting, de sterke vergrijzing en de hoge ambities maken het bezit van de grote pensioenpotten maar nauwelijks goed.

Als het gaat om de zorgkosten staat vrijwel alle landen bijna een verdubbeling te wachten. Waar de Belgen nu 6,3% van hun nationaal inkomen besteden, is dat in 2050 meer dan 10%. In Nederland lopen de kosten op van 7,2% naar 12%.

In termen van overheidstekorten worden de vergrijzingskosten onhoudbaar. Jagadeesh Gokhale van de National Center for Policy Analysis onderzocht vorig jaar hoe groot de overheidstekorten vandaag zouden zijn als nu al rekening wordt gehouden met de toekomstige vergrijzingskosten onder gelijkblijvend beleid.

Jagadeesh brengt zijn tekorten in termen van de hoeveelheid geld die een overheid vandaag op een spaarrekening moet zetten om de toekomstige gaten te vullen, waarbij de ontvangen rente even hoog is als die waartegen de staatsschuld nu wordt gefinancierd. Voor het gemiddelde van de staten van de Europese Unie levert dit een duizelingwekkend percentage op van 434%, oftewel een gat van viermaal het huidige nationale inkomen.

Ook hier scoren de Grieken hoog met een tekort van bijna negenmaal het huidige nationale inkomen, maar zij zijn niet de enigen die tegen torenhoge tekorten aankijken. De Nederlanders, Fransen en Portugezen zitten met een gat van vijfmaal hun nationale inkomen dat ze vandaag op een spaarrekening zouden moeten zetten om nog rond te komen, de Duitsers en Britten met een tekort van ruim viermaal hun inkomen. Spanje doet het hier heel redelijk met een beoogd tekort van ruim tweemaal het huidige nationale inkomen.

Het moment van snoeien is nu daar. Griekenland voert onder meer zijn pensioengerechtigde leeftijd op, terwijl ook Spanje en Portugal aanzienlijke ingrepen hebben aangekondigd. Het zijn echter niet zozeer de dramatische toekomstige projecties die hiertoe nopen, maar veeleer de financiële markten die onmiddellijke actie eisen.

De zorg blijft daarmee of het wel voldoende is wat de landen aan besparingen voor ogen hebben. En vooral hoe lang al die andere landen nog door de markt worden geloofd. Het is nu toevallig Griekenland dat van de kapitaalmarkt is afgesloten, maar volgens Dylan Grice van Société Générale kan meer landen hetzelfde overkomen. Hij wijst erop dat het Verenigd Koninkrijk in 1976 bij het Internationaal Monetair Fonds moest aankloppen terwijl de staatsschuld maar 45% van het nationaal inkomen bedroeg. Japan zit nu op een schuldquote van 200%, maar kan zichzelf vooralsnog bedruipen.

Om niet op korte termijn in financieringsproblemen te komen, is volgens Grice vooral vertrouwen nodig. Het al zwak gefinancierde Griekenland schaadde dat vertrouwen als eerste met het oppoetsen van de cijfers. Echt vertrouwen wordt pas gewonnen wanneer overheden duurzame financieringsplannen kunnen overleggen. Niet alleen Griekenland en de andere Zuid-Europese staten moeten aan de slag, maar vrijwel alle Europese overheden moeten eraan wennen dat de Europese welvaartsstaat van Rachman verleden tijd is.

Bendert Zevenbergen is redacteur van Het Financieele Dagblad.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :