Met de inrichting van het Pensioenregister per 1 januari 2011 ontstaat de uitgelezen mogelijkheid om de veel voorkomende operationele problemen bij waardeoverdrachten voor eens en voor altijd de nek om te draaien. Ik doe hierbij een oproep aan alle bij het Pensioenregister betrokken partijen om bij de ontwikkeling direct de mogelijkheid tot waardeoverdracht via het Register in te bouwen.
Om meer duidelijkheid te verschaffen rondom het pensioeninkomen, wordt vanaf 1 januari 2011 het Nationaal Pensioenregister opgericht waarbij alle pensioenuitvoerders en de SVB aangesloten worden. Het pensioenregister moet het voor iedereen mogelijk maken om op één punt een eenvoudig en volledig overzicht te kunnen krijgen van alle door hem of haar opgebouwde pensioenaanspraken en de AOW-uitkering. Het Pensioenregister zal toegankelijk zijn via internet. Het Pensioenregister laat bovendien zien waar het pensioen is opgebouwd en waar men terecht kan voor meer informatie. Het Pensioenregister is dan ook het ideale vehikel om van alle operationele problemen, zoals die bij waardeoverdrachten veel voorkomen, af te komen.
Werknemers die van baan wisselen hebben het wettelijk recht op waardeoverdracht. Dat houdt in dat zij de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken bij de oude pensioenuitvoerder kunnen overdragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder. In de Pensioenwet is geregeld hoe dit proces verloopt. Gezien de geldende wettelijke termijnen kan een waardeoverdracht zomaar 1 jaar duren. In de praktijk worden deze termijnen nogal eens overschreden, waarbij een periode van 2 jaar geen uitzondering is. Met de komst van het Pensioenregister is dit hopelijk verleden tijd !
In het Pensioenregister staan straks alle actuele opgebouwde pensioenaanspraken van alle werknemers bij alle pensioenuitvoerders. Slechts een geringe aanpassing of uitbreiding van het Pensioenregister is nodig om de wettelijke waardeoverdrachten via dit register te laten lopen. Dit betekent bijvoorbeeld dat in het Pensioenregister het wettelijk voorgeschreven (actuariële) tarief moet worden verwerkt. Op die manier kunnen werknemers zeer snel en online de wettelijke waardeoverdracht realiseren, al bij wijze van spreken binnen 1 week na indiensttreding bij de nieuwe werkgever. De financiële afwikkeling tussen de oude en de nieuwe pensioenuitvoerder is hierbij iets wat buiten het register om gaat, maar in feite is dat voor de gebruiker (werknemer) ook minder interessant.
Via een unieke toegangscode en wachtwoord kunnen gebruikers zien of en zo ja welke pensioenen eventueel voor waardeoverdracht in aanmerking komen. Vanzelfsprekend via een beveiligde omgeving met meerdere controlepunten. De gebruiker krijgt online een offerte en kan ook weer online akkoord gaan met deze offerte. Na definitief akkoord krijgen de beide pensioenuitvoerders een signaal vanuit het systeem en wordt de waardeoverdracht afgewikkeld. De gebruiker kan de actuele status via het Register volgen.
Het bovenstaande klinkt misschien te simpel om waar te zijn, maar ik ben er van overtuigd dat het Pensioenregister deze functionaliteit zeker aan moet kunnen. Wel zijn er nog enkele aspecten die nader onderzoek behoeven, bijvoorbeeld het verschil in pensioenleeftijden of een verschil in pensioensystemen, maar dat zijn naar mijn idee geen onoverkomelijke problemen. Bovendien kan het toeslagenlabel geintegreerd worden in het Pensioenregister zodat het op die plaats zeer veel toegevoegde waarde kan hebben. Zeker bij waardeoverdrachten.
Naar mijn idee is dit het moment om door te pakken zodat we in 2011, of iets later, eindelijk voorgoed af zijn van alle ellende rondom waardeoverdrachten. Bijkomend voordeel is dat ook de Pensioenwet kan worden aangepast en vereenvoudigd. Een waardeoverdracht duurt op deze manier geen jaar meer maar hooguit een maand.
Posts tonen met het label waardeoverdracht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label waardeoverdracht. Alle posts tonen
dinsdag 12 januari 2010
dinsdag 29 september 2009
NL : Waardeoverdracht bij pensioenen een groot gevaar voor MKB
Als de pensioenfondsen hun dekkingsgraad weer op orde krijgen, kan zich een groot probleem voordoen bij een aantal werkgevers: zij kunnen plotseling geconfronteerd worden met de verplichting tot bijbetaling bij alle achterstallige waardeoverdrachten die dan allemaal in één keer worden uitgevoerd. Dat kan ook bij kleine werkgevers gaan om bedragen van tienduizenden euro’s per werknemer. En dit juist op een moment dat zij het vaak financieel niet kunnen dragen.
Werknemers hebben het wettelijk recht op waardeoverdracht van hun pensioen, wanneer zij overstappen van baan en pensioenfonds. Dat recht is opgeschort zolang het pensioenfonds, dat moet overdragen, een tekort heeft. Op dit moment vinden er dus geen weinig waardeoverdrachten plaats.
Wanneer het fonds geen tekort meer heeft, herleeft het recht.
Vooral wanneer een werkgever een middelloonregeling heeft bij een verzekeraar, dan kan de bijbetaling per werknemer zeer fors zijn, soms wel tienduizenden euro’s per werknemer. Deze bijbetaling is ongewenst, zo heeft de Kamer al lang geleden aangegeven door aanname van de motie-Omtzigt in december 2007. Die verzoekt de koepels (werkgevers, werknemers, pensioenfondsen en verzekeraars) met een oplossing te komen. Die oplossing ligt er, ondanks vele beloften en toezeggingen, nog steeds niet.
Omtzigt: “Bij het stijgen van de dekkingsgraden kan een werkgever geconfronteerd worden met zeer hoge rekeningen ineens. Hij is dan misschien goed door de recessie gekomen en krijgt dan een verplichte rekening, die kan oplopen tot tienduizenden euro’s per werknemer. Zo’n rekening kan net de nekslag voor een bedrijf zijn. De pensioenkoepels, werkgevers en werknemers moeten eindelijk haast maken met het oplossen van dit probleem, zodat er straks niet onnodig mensen ontslagen hoeven te worden vanwege pensioenstortingen”.
Vandaag heeft hij daarom bijgaande vragen gesteld aan minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2009Z17151
Vragen van het lid Omtzigt (CDA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over een aantal uitgestelde waardeoverdrachten als gevolg van de kredietcrisis. (Ingezonden 24 september 2009)
1
Ervan uitgaande dat fondsen normaal gesproken allen gelijktijdig profiteren van een renteverhoging of een herstel van de beursen en op basis van artikel 72 Pensioenwet uitgestelde waardeoverdrachten in één keer worden uitgevoerd en de werkgever met een verzekerde pensioenregeling wordt geconfronteerd met meerdere betalingen tegelijk, deelt u de mening dat de kans aanzienlijk is dat de waardeoverdrachten van fonds naar verzekeraar ongeveer gelijktijdig worden uitgevoerd? Kunt u dit nader toelichten?
2
Ziet u het gevaar dat een aantal werkgevers acute liquiditeitsproblemen krijgt wanneer hij voor meerdere werknemers geconfronteerd wordt met een forse bijbetaling? Ziet u het gevaar dat die bijbetalingen hoog kunnen uitvallen, omdat ze zich net zullen voordoen wanneer de rente stijgt? Ziet u het gevaar dat deze klap voor MKB-bedrijven zodanig zwaar kan zijn dat zij over zullen moeten gaan tot het ontslag van mensen?
3
Bent u nog steeds van mening dat de problematiek minder urgent is omdat “door de lage rentestand de bijbetalingsproblematiek minder groot is”? Met het oog op het voorbeeld in uw brief 1) aan de Kamer waarin een bijbetaling van meer dan 100% van de overdrachtswaarde is opgenomen en is berekend op basis van een rekenrente van 4,533% dat voor elke waardeoverdracht in 2009 geldt, bent u op de hoogte van het gegeven dat dit percentage veel lager lijkt dan vorig jaar (4,926%) maar dat per 1-1-2009 de overige berekeningsgrondslagen zijn verscherpt zodat de bijbetaling ongeveer gelijk is gebleven ten aanzien van 2008? Kunt u dat nader toelichten?
4
Ervan uitgaande dat veel werkgevers in het MKB zich gedwongen voelen om op dit moment over te gaan op beschikbare premie, en gezien het weinige vertrouwen in beleggingen dat dan wel meestal gaat naar een premieovereenkomst waarbij de premie wordt omgezet in een verzekerd (gegarandeerd) kapitaal, deelt u de mening dat als je werkgevers in het MKB een faire kans wil geven om voor hun werknemers een gegarandeerde pensioenuitkering (middelloon) te verzorgen dat er dan enige interventie zal moeten plaatsvinden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat bent u voornemens, nu de motie-Omtzigt 2) in feite al jaren op echte uitvoering wacht?
5
Ervan uitgaande dat fondsen een stukje buffer meekrijgen bij een inkomende waardeoverdracht en werkgevers alleen maar het tariefsverschil hoeven te betalen, hoe kijkt u aan tegen de volgende oplossing: reken voortaan bij waardeoverdracht met een vaste rekenrente van 3% in plaats van de rentetermijnstructuur voor verplichtingen met een looptijd van 25 jaar geldend op 1 oktober (4,533% in 2009), (eventueel totdat Solvency 2 wordt geïmplementeerd)? Kunt u dit nader toelichten?
6
Wanneer zal het buitengewoon ergerlijke probleem van bijbetalingen uit de wereld zijn?
Werknemers hebben het wettelijk recht op waardeoverdracht van hun pensioen, wanneer zij overstappen van baan en pensioenfonds. Dat recht is opgeschort zolang het pensioenfonds, dat moet overdragen, een tekort heeft. Op dit moment vinden er dus geen weinig waardeoverdrachten plaats.
Wanneer het fonds geen tekort meer heeft, herleeft het recht.
Vooral wanneer een werkgever een middelloonregeling heeft bij een verzekeraar, dan kan de bijbetaling per werknemer zeer fors zijn, soms wel tienduizenden euro’s per werknemer. Deze bijbetaling is ongewenst, zo heeft de Kamer al lang geleden aangegeven door aanname van de motie-Omtzigt in december 2007. Die verzoekt de koepels (werkgevers, werknemers, pensioenfondsen en verzekeraars) met een oplossing te komen. Die oplossing ligt er, ondanks vele beloften en toezeggingen, nog steeds niet.
Omtzigt: “Bij het stijgen van de dekkingsgraden kan een werkgever geconfronteerd worden met zeer hoge rekeningen ineens. Hij is dan misschien goed door de recessie gekomen en krijgt dan een verplichte rekening, die kan oplopen tot tienduizenden euro’s per werknemer. Zo’n rekening kan net de nekslag voor een bedrijf zijn. De pensioenkoepels, werkgevers en werknemers moeten eindelijk haast maken met het oplossen van dit probleem, zodat er straks niet onnodig mensen ontslagen hoeven te worden vanwege pensioenstortingen”.
Vandaag heeft hij daarom bijgaande vragen gesteld aan minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2009Z17151
Vragen van het lid Omtzigt (CDA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over een aantal uitgestelde waardeoverdrachten als gevolg van de kredietcrisis. (Ingezonden 24 september 2009)
1
Ervan uitgaande dat fondsen normaal gesproken allen gelijktijdig profiteren van een renteverhoging of een herstel van de beursen en op basis van artikel 72 Pensioenwet uitgestelde waardeoverdrachten in één keer worden uitgevoerd en de werkgever met een verzekerde pensioenregeling wordt geconfronteerd met meerdere betalingen tegelijk, deelt u de mening dat de kans aanzienlijk is dat de waardeoverdrachten van fonds naar verzekeraar ongeveer gelijktijdig worden uitgevoerd? Kunt u dit nader toelichten?
2
Ziet u het gevaar dat een aantal werkgevers acute liquiditeitsproblemen krijgt wanneer hij voor meerdere werknemers geconfronteerd wordt met een forse bijbetaling? Ziet u het gevaar dat die bijbetalingen hoog kunnen uitvallen, omdat ze zich net zullen voordoen wanneer de rente stijgt? Ziet u het gevaar dat deze klap voor MKB-bedrijven zodanig zwaar kan zijn dat zij over zullen moeten gaan tot het ontslag van mensen?
3
Bent u nog steeds van mening dat de problematiek minder urgent is omdat “door de lage rentestand de bijbetalingsproblematiek minder groot is”? Met het oog op het voorbeeld in uw brief 1) aan de Kamer waarin een bijbetaling van meer dan 100% van de overdrachtswaarde is opgenomen en is berekend op basis van een rekenrente van 4,533% dat voor elke waardeoverdracht in 2009 geldt, bent u op de hoogte van het gegeven dat dit percentage veel lager lijkt dan vorig jaar (4,926%) maar dat per 1-1-2009 de overige berekeningsgrondslagen zijn verscherpt zodat de bijbetaling ongeveer gelijk is gebleven ten aanzien van 2008? Kunt u dat nader toelichten?
4
Ervan uitgaande dat veel werkgevers in het MKB zich gedwongen voelen om op dit moment over te gaan op beschikbare premie, en gezien het weinige vertrouwen in beleggingen dat dan wel meestal gaat naar een premieovereenkomst waarbij de premie wordt omgezet in een verzekerd (gegarandeerd) kapitaal, deelt u de mening dat als je werkgevers in het MKB een faire kans wil geven om voor hun werknemers een gegarandeerde pensioenuitkering (middelloon) te verzorgen dat er dan enige interventie zal moeten plaatsvinden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat bent u voornemens, nu de motie-Omtzigt 2) in feite al jaren op echte uitvoering wacht?
5
Ervan uitgaande dat fondsen een stukje buffer meekrijgen bij een inkomende waardeoverdracht en werkgevers alleen maar het tariefsverschil hoeven te betalen, hoe kijkt u aan tegen de volgende oplossing: reken voortaan bij waardeoverdracht met een vaste rekenrente van 3% in plaats van de rentetermijnstructuur voor verplichtingen met een looptijd van 25 jaar geldend op 1 oktober (4,533% in 2009), (eventueel totdat Solvency 2 wordt geïmplementeerd)? Kunt u dit nader toelichten?
6
Wanneer zal het buitengewoon ergerlijke probleem van bijbetalingen uit de wereld zijn?
woensdag 12 augustus 2009
Waardeoverdracht; Donner maakt de balans op
In een schema dat is opgenomen in de brief wordt kort weergegeven welke voor – en nadelen er verbonden zijn aan het recht op waardeoverdracht voor de bij waardeoverdracht betrokken partijen. Onderstaand heb ik de voor – en nadelen opgenomen, waarbij ik een kort commentaar achter het betreffende punt heb opgenomen.
Voordelen
• voorkomen pensioenbreuk – Dit punt speelt mijns inziens alleen maar bij eindloonregeling. Bij een middelloonregeling is er geen sprake van pensioenbreuk. Omdat, zoals ook in de brief wordt opgemerkt, er niet veel eindloonregelingen meer zijn, zal het voordeel uiterst beperkt zijn.
• dekking nabestaandenpensioen over oude rechten – Dit is een serieus en terecht punt. Alleen vraag ik me af of dit uitsluitend kan worden opgelost door waardeoverdracht. Door een aanpassing in het wettelijk systeem is dit eenvoudig op te lossen. Als alle pensioenregelingen in Nederland gebaseerd zouden worden op een nabestaandenpensioen met een opbouwkarakter, dan speelt het probleem niet. Als dit een te dure oplossing is, dan kan worden overwogen om voor alle pensioenregelingen uit te gaan van een risicodekking, waarbij de berekening over alle dienstjaren zal plaatsvinden.
• eenvoud (alles bij één uitvoerder) – Dit valt voor mij in de categorie zinloze argumenten. Zeker met de komst van het uniforme pensioenoverzicht en binnenkort het nationale pensioenregister is dit een volstrekt overbodige exercitie. Zicht op je pensioen krijg je niet door alles maar op één hoop te gooien. Mijns inziens moet je zicht op je pensioen hebben, wil je een goede beslissing kunnen nemen over waardeoverdracht. En als je eenmaal zicht hebt op je pensioen, is waardeoverdracht vanwege de eenvoud niet meer nodig.
• bevordering arbeidsmobiliteit (alleen in geval van eindloon) – Een terechte toevoeging tussen haakjes. Alleen in geval van eindloon zal het recht op waardeoverdracht de arbeidsmobiliteit kunnen bevorderen. Maar zoals ook al bij het eerste punt opgemerkt is dit een heel gering aantal van de gevallen.
• beperking administratieve lasten (minder slapers in bestand) – Een voordeel voor de uitvoerder, waardoor de kosten beperkt kunnen worden, hetgeen uiteindelijk ten goede moet komen aan de werknemers. Niets aan toe te voegen.
Nadelen
• ingewikkeld – De keuze om wel of niet over te dragen is een lastige keuze. In eerdere artikelen zijn wij daar al op ingegaan.
• risico van een verkeerde keuze – Deze vloeit direct voort uit het eerste nadeel.
• onverwachte hoge lasten (door bijbetalingsproblematiek in geval van verzekerde regelingen) – Ook deze problematiek hebben wij al meerdere malen aangestipt. Een bijzonder groot nadeel, waarbij Donner opmerkt dat hier geen oplossing voor zal komen.
• hoge uitvoeringslasten door de noodzakelijke procedures - Een waardeoverdracht gaat over veel schijven, waardoor het uiterst bewerkelijk is. Een verzoek tot een opgave in verband met een voorgenomen waardeoverdracht zet een heel circus in gang. Pas bijna aan het einde van de procedure beslist de werknemer of hij wel of geen gebruik wil maken van het recht op overdracht. Dan zijn de meeste kosten al gemaakt.
• mogelijke invloed op de buffers van pensioenfondsen – Tenslotte een terechte opmerking over extra risico’s die pensioenfondsen lopen, waarbij zij deze risico’s slechts in beperkt mate kunnen beheersen.
Conclusie
De nadelen zoals genoemd in de brief kan ik het volledig mee eens zijn. De door Donner genoemde voordelen is nog wel het nodige op af te dingen. Zoals ik bij een aantal voordelen heb opgemerkt, vraag ik me af of het echt wel voordelen zijn.
Als ik een afweging moet maken tussen de voor- en nadelen, dan kan ik niet anders concluderen dan dat we een debat moeten starten over de vraag of we het recht op waardeoverdracht nog wel moeten handhaven. Daarmee bedoel ik niet het schrappen van het betreffende artikel in de Pensioenwet en daarmee klaar. Nee, ik bedoel een weloverwogen maatregel, eventueel geflankeerd door een aantal kleine wijzigingen die de mogelijke nadelen van het afschaffen zouden kunnen opvangen. Ten tijde van het invoeren van het wettelijk recht zag het pensioenlandschap er heel anders uit dan heden ten dage. Het getuigd van inzicht en visie als dat niet alleen wordt onderkent, maar ook dat er daadwerkelijk conclusies aan worden verbonden en actie wordt ondernomen.
Download: Brief Donner inzake waardeoverdracht
woensdag 22 juli 2009
Voordelen waardeoverdracht aanvullende pensioenen
In een verzamelbrief heeft minister Donner van SZW de voordelen van waardeoverdracht van aanvullende pensioenen behandeld, bezien vanuit de situatie van zowel de werknemer als de werkgever. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan de positie van de pensioenuitvoerder. Voor de individuele werknemer is het voordeel van waardeoverdracht drieledig. In eerste instantie wordt een pensioenbreuk voorkomen. Dit heeft op zijn beurt een gunstig effect op de arbeidsmobiliteit is levert een voordeel op voor de werkgever. Een tweede voordeel voor de werknemer is het in stand houden van de dekking voor het nabestaandenpensioen, die in veel pensioenregelingen vervalt bij beëindiging van deelname aan de pensioenregeling. Een derde voordeel, zo blijkt uit onderzoek van de AFM in 2008, is het gemak dat men bij pensionering slechts met één uitvoerder te maken heeft. Een belangrijk nadeel van waardeoverdracht is de bijbetalingsproblematiek, die voortvloeit uit de rekenregels die voor waardeoverdracht gelden en het verschil in tarief voor pensioenfondsen en verzekeraars. Een oplossing zou volgens de Stichting van de Arbeid gevonden kunnen worden in een opslag op de overdrachtswaarde, maar dan moet de dekkingsgraad wel hoger dan 120% zijn. In het kader van de economische crisis is dit op dit moment echter niet aan de orde.
maandag 27 april 2009
Pensioen meenemen kan even niet
Wie van baan wisselt, wil vaak ook zijn pensioen meenemen. Maar de kredietcrisis gooit roet in het eten. Is dat erg?
Wie vaak van baan wisselt, eindigt op zijn oude dag met meerdere kleine pensioentjes. Veel mensen kiezen er daarom voor het pensioen mee te nemen naar de nieuwe baas.
Door de kredietcrisis is daarmee een probleem gerezen. Ongeveer de helft van de pensioenfondsen heeft een dekkingsgraad onder de 100%. Dat betekent dat die fondsen voorlopig geen waarde meer mogen overdragen, of mogen ontvangen.
Is dat erg? Niet altijd, want waardeoverdracht is niet altijd verstandig. Alle pensioenen op één plek is misschien praktisch en overzichtelijk, het kan ook nadelige financiële gevolgen hebben.
Vervolg
Wie vaak van baan wisselt, eindigt op zijn oude dag met meerdere kleine pensioentjes. Veel mensen kiezen er daarom voor het pensioen mee te nemen naar de nieuwe baas.
Door de kredietcrisis is daarmee een probleem gerezen. Ongeveer de helft van de pensioenfondsen heeft een dekkingsgraad onder de 100%. Dat betekent dat die fondsen voorlopig geen waarde meer mogen overdragen, of mogen ontvangen.
Is dat erg? Niet altijd, want waardeoverdracht is niet altijd verstandig. Alle pensioenen op één plek is misschien praktisch en overzichtelijk, het kan ook nadelige financiële gevolgen hebben.
Vervolg
woensdag 22 april 2009
Hoe voorkom je onnodige kosten waardeoverdracht
Menig werkgever wordt plotseling onaangenaam geconfronteerd met extra pensioenkosten bij nieuwe werknemers. Dit komt door de systematiek die wordt gevolgd bij waardeoverdracht. Zonder dat je daar – ogenschijnlijk – invloed op hebt, kan de pensioenverzekeraar vele tienduizenden euro’s aan extra kosten in rekening brengen. Hoe kwam dit ook al weer en met name wat kun je er aan doen?
Hoe werkt het systeem?
Pensioenwaardeoverdracht is een wettelijk recht dat werknemers kunnen uitoefenen. De gedachte achter waardeoverdracht is dat daardoor pensioenbreuken worden voorkomen. De wetgeving hierover is midden jaren ’90 van kracht geworden en in die tijd bestonden er nog op grote schaal eindloon pensioenregelingen. In eindloonregelingen is pensioenbreuk een hot item en met waardeoverdracht is dat te voorkomen.
Bij pensioenwaardeoverdracht wordt de waarde van het pensioen overgedragen van de pensioenuitvoerder van de oude werkgever naar de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever. Deze waarde moet worden berekend volgens een wettelijk vastgesteld systeem. En daar zit ‘m de kneep. Eenvoudig gezegd, het wettelijke systeem rekent met een rente van ruim 4,5% en de verzekeraar van het pensioen moet rekenen met een rente van 3,0%. Dat betekent in de praktijk dat er een tekort ontstaat van ruim 1/3-deel van de overdrachtswaarde bij de verzekeraar van de nieuwe werkgever. Dit verschil, oplopend tot tienduizenden euro’s is voor rekening van de nieuwe werkgever.
Wat is er aan te doen?
Het aanvragen van waardeoverdracht is vaak slechts het zetten van een simpel kruisje op een aanvraagformulier. De correspondentie gaat vaak rechtstreeks naar de werknemer en de werkgever blijft buitenspel totdat het op betalen aankomt. Dat proces moet doorbroken worden. Het is zaak om vóórdat tot waardeoverdracht wordt overgegaan, grip te krijgen op het proces. En dat kan alleen met een goede begeleiding van de werknemer.
Uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Financiële Markten in zomer 2008, is naar voren gekomen dat 78% van de werknemers een waardeoverdracht van pensioen uitvoert omdat het zo gemakkelijk is dat alle pensioenen bij elkaar zitten. In geen van de redenen wordt aangegeven het voorkomen van een pensioenbreuk, of een ander geldige reden. En dat terwijl er toch duidelijke, goede en onderbouwde redenen zijn om een waardeoverdracht uit te voeren. Of om deze juist niet uit te voeren. Want in onze dagelijkse praktijk zien we maar al te vaak ondoordachte overdrachten waar per saldo de werknemer zelfs op achteruit gaat !
Een deugdelijke inventarisatie van de oude en de nieuwe pensioenregeling is de start van een vergelijk op argumenten. En met die argumenten kan er bewust wel gekozen worden voor een overdracht of juist om niet over te gaan tot overdragen. En daarbij moeten natuurlijk de extra kosten voor de werkgever ook vóóraf inzichtelijk worden gemaakt; zowel voor werkgever als voor werknemer.
Hoe werkt het systeem?
Pensioenwaardeoverdracht is een wettelijk recht dat werknemers kunnen uitoefenen. De gedachte achter waardeoverdracht is dat daardoor pensioenbreuken worden voorkomen. De wetgeving hierover is midden jaren ’90 van kracht geworden en in die tijd bestonden er nog op grote schaal eindloon pensioenregelingen. In eindloonregelingen is pensioenbreuk een hot item en met waardeoverdracht is dat te voorkomen.
Bij pensioenwaardeoverdracht wordt de waarde van het pensioen overgedragen van de pensioenuitvoerder van de oude werkgever naar de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever. Deze waarde moet worden berekend volgens een wettelijk vastgesteld systeem. En daar zit ‘m de kneep. Eenvoudig gezegd, het wettelijke systeem rekent met een rente van ruim 4,5% en de verzekeraar van het pensioen moet rekenen met een rente van 3,0%. Dat betekent in de praktijk dat er een tekort ontstaat van ruim 1/3-deel van de overdrachtswaarde bij de verzekeraar van de nieuwe werkgever. Dit verschil, oplopend tot tienduizenden euro’s is voor rekening van de nieuwe werkgever.
Wat is er aan te doen?
Het aanvragen van waardeoverdracht is vaak slechts het zetten van een simpel kruisje op een aanvraagformulier. De correspondentie gaat vaak rechtstreeks naar de werknemer en de werkgever blijft buitenspel totdat het op betalen aankomt. Dat proces moet doorbroken worden. Het is zaak om vóórdat tot waardeoverdracht wordt overgegaan, grip te krijgen op het proces. En dat kan alleen met een goede begeleiding van de werknemer.
Uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Financiële Markten in zomer 2008, is naar voren gekomen dat 78% van de werknemers een waardeoverdracht van pensioen uitvoert omdat het zo gemakkelijk is dat alle pensioenen bij elkaar zitten. In geen van de redenen wordt aangegeven het voorkomen van een pensioenbreuk, of een ander geldige reden. En dat terwijl er toch duidelijke, goede en onderbouwde redenen zijn om een waardeoverdracht uit te voeren. Of om deze juist niet uit te voeren. Want in onze dagelijkse praktijk zien we maar al te vaak ondoordachte overdrachten waar per saldo de werknemer zelfs op achteruit gaat !
Een deugdelijke inventarisatie van de oude en de nieuwe pensioenregeling is de start van een vergelijk op argumenten. En met die argumenten kan er bewust wel gekozen worden voor een overdracht of juist om niet over te gaan tot overdragen. En daarbij moeten natuurlijk de extra kosten voor de werkgever ook vóóraf inzichtelijk worden gemaakt; zowel voor werkgever als voor werknemer.
donderdag 29 januari 2009
Waarom wordt mijn verzoek voor waardeoverdracht niet uitgevoerd door het pensioenfonds?
Als je in dienst komt bij een nieuwe werkgever, wordt je meestal ook deelnemer aan een nieuwe pensioenregeling. Deze pensioenregeling wordt uitgevoerd door een pensioenuitvoerder. De pensioenuitvoerder is een pensioenfonds of een verzekeraar.
Je kunt er voor kiezen jouw pensioenaanspraken die je bij jouw vorige werkgever hebt opgebouwd over te dragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Dit heet waardeoverdracht. Een verzoek tot waardeoverdracht dient bij de nieuwe pensioenuitvoerder binnen 6 maanden na aanvang deelneming in de pensioenregeling te worden gedaan. Als je hebt gekozen voor waardeoverdracht en deze op tijd hebt aangevraagd, zijn zowel de nieuwe als de oude pensioenuitvoerder verplicht hier aan mee te werken.
Er is echter één voorbehoud door de wetgever gemaakt: als de financiële positie van een, bij de waardeoverdracht betrokken, pensioenfonds niet op peil is, dan mag het pensioenfonds de waardeoverdracht niet uitvoeren. De aangevraagde waardeoverdracht wordt dan uitgesteld. Uitstel vindt plaats bij een dekkingsgraad lager dan 100%.
De huidige kredietcrisis heeft gevolgen voor de financiële positie van pensioenfondsen. Er zijn pensioenfondsen die momenteel geen waardeoverdrachten mogen uitvoeren.
Zodra de financiële positie van het betreffende pensioenfonds weer hersteld is, is het wettelijk recht op waardeoverdracht weer van toepassing. Op dat moment zal de aangevraagde waardeoverdracht alsnog worden uitgevoerd.
Kijk voor meer informatie op de site van Pensioenkijker:
Kredietcrisis en mijn pensioen
Je kunt er voor kiezen jouw pensioenaanspraken die je bij jouw vorige werkgever hebt opgebouwd over te dragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Dit heet waardeoverdracht. Een verzoek tot waardeoverdracht dient bij de nieuwe pensioenuitvoerder binnen 6 maanden na aanvang deelneming in de pensioenregeling te worden gedaan. Als je hebt gekozen voor waardeoverdracht en deze op tijd hebt aangevraagd, zijn zowel de nieuwe als de oude pensioenuitvoerder verplicht hier aan mee te werken.
Er is echter één voorbehoud door de wetgever gemaakt: als de financiële positie van een, bij de waardeoverdracht betrokken, pensioenfonds niet op peil is, dan mag het pensioenfonds de waardeoverdracht niet uitvoeren. De aangevraagde waardeoverdracht wordt dan uitgesteld. Uitstel vindt plaats bij een dekkingsgraad lager dan 100%.
De huidige kredietcrisis heeft gevolgen voor de financiële positie van pensioenfondsen. Er zijn pensioenfondsen die momenteel geen waardeoverdrachten mogen uitvoeren.
Zodra de financiële positie van het betreffende pensioenfonds weer hersteld is, is het wettelijk recht op waardeoverdracht weer van toepassing. Op dat moment zal de aangevraagde waardeoverdracht alsnog worden uitgevoerd.
Kijk voor meer informatie op de site van Pensioenkijker:
Kredietcrisis en mijn pensioen
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :