Doorgaan naar hoofdcontent

Voordelen waardeoverdracht aanvullende pensioenen

In een verzamelbrief heeft minister Donner van SZW de voordelen van waardeoverdracht van aanvullende pensioenen behandeld, bezien vanuit de situatie van zowel de werknemer als de werkgever. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan de positie van de pensioenuitvoerder. Voor de individuele werknemer is het voordeel van waardeoverdracht drieledig. In eerste instantie wordt een pensioenbreuk voorkomen. Dit heeft op zijn beurt een gunstig effect op de arbeidsmobiliteit is levert een voordeel op voor de werkgever. Een tweede voordeel voor de werknemer is het in stand houden van de dekking voor het nabestaandenpensioen, die in veel pensioenregelingen vervalt bij beëindiging van deelname aan de pensioenregeling. Een derde voordeel, zo blijkt uit onderzoek van de AFM in 2008, is het gemak dat men bij pensionering slechts met één uitvoerder te maken heeft. Een belangrijk nadeel van waardeoverdracht is de bijbetalingsproblematiek, die voortvloeit uit de rekenregels die voor waardeoverdracht gelden en het verschil in tarief voor pensioenfondsen en verzekeraars. Een oplossing zou volgens de Stichting van de Arbeid gevonden kunnen worden in een opslag op de overdrachtswaarde, maar dan moet de dekkingsgraad wel hoger dan 120% zijn. In het kader van de economische crisis is dit op dit moment echter niet aan de orde.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg