"Ria Oomen gaat veel te ver mee met de bemoeizucht van de EU." Dat is de reactie van Europarlementslid Kartika Liotard (Verenigd Links) op de aanbevelingen voor een Europees pensioenbeleid van haar CDA-collega. "Oomen hamert er voortdurend op dat pensioenen een zaak van de lidstaten zelf zijn," zegt Liotard, "Maar in haar rapport doet ze juist diverse aanbevelingen voor meer EU-zeggenschap. Zo moet de EU volgens Oomen bepalen wat de criteria zijn voor een minimumpensioen."
Liotard: "Als je weet dat Europa een zeer strak financieel en puur economisch beleid voert, kun je op je vingers natellen dat de EU straks minimumpensioenen voor ogen heeft die tegen de armoedegrens aanzitten." Liotard heeft verder kritiek op het advies van Oomen om de pensioenleeftijd aan de levensverwachting te koppelen. "Als die stijgt, wil Oomen dat werknemers automatisch pas later met pensioen kunnen. Ze wil dat de EU de lidstaten aanspoort tot zo'n automatisme. Dat is asociaal en verschaft de EU bovendien invloed op onze pensioenleeftijd."
Vervolg
Posts tonen met het label eufin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eufin. Alle posts tonen
woensdag 16 februari 2011
woensdag 19 januari 2011
Eén op drie Nederlandse pensioenfondsen overweegt liquidatie
Eén op de drie Nederlandse ondernemingspensioenfondsen denkt serieus na over liquidatie en het onderbrengen van een fonds bij een verzekeraar. Twintig procent van alle fondsen acht de kans dat liquidatie binnen twee jaar plaatsvindt zelfs ‘zeer groot’; nog eens acht procent noemt de kans ‘groot’.
Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van KPMG onder honderd ondernemingspensioenfondsen. Mede vanwege de kredietcrisis kunnen veel pensioenfondsen slechts met grote moeite voldoen aan de eisen van wet- en regelgeving en het opereren in een steeds complexere omgeving.
De overstap van veel, met name kleinere, ondernemingspensioenfondsen is al langer een trend. In de afgelopen tien jaar werden de pensioenregelingen van ruim 250 pensioenfondsen overgebracht naar verzekeraars, zo berekende De Nederlandsche Bank (DNB) onlangs. De kredietcrisis en de daarop volgende recessie zullen een extra impuls geven aan deze ontwikkeling.
Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van KPMG onder honderd ondernemingspensioenfondsen. Mede vanwege de kredietcrisis kunnen veel pensioenfondsen slechts met grote moeite voldoen aan de eisen van wet- en regelgeving en het opereren in een steeds complexere omgeving.
De overstap van veel, met name kleinere, ondernemingspensioenfondsen is al langer een trend. In de afgelopen tien jaar werden de pensioenregelingen van ruim 250 pensioenfondsen overgebracht naar verzekeraars, zo berekende De Nederlandsche Bank (DNB) onlangs. De kredietcrisis en de daarop volgende recessie zullen een extra impuls geven aan deze ontwikkeling.
dinsdag 16 november 2010
Vooruitzichten voor pensioenfondsen blijven zorgelijk
De komende vier jaar is in geen enkele beleggingscategorie een hoog rendement te verwachten. Zelfs wie wat meer risico aandurft en belegt in aandelen of bedrijfsobligaties hoeft niet op meer dan 5 à 6 procent rendement te rekenen. Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van AEGON naar de verwachte economische groei en de beleggingsvooruitzichten.
Het onderzoek is uitgevoerd door beleggingsstrateeg Olaf van den Heuvel van AEGON Asset Management: "Deze vooruitzichten zijn niet erg positief voor de pensioenfondsen die wachten op betere rendementen. Over de lange termijn hebben aandelen een rendement van 8 procent per jaar. Na de recessie van de afgelopen periode lijkt een rendement van 5 of 6 procent voor pensioenfondsen dus te laag om goed te herstellen. We zien wel een lichtpuntje: we denken namelijk dat de kapitaalmarktrente gaat stijgen." Bij een stijgende rente hoeven de pensioenfondsen minder te reserveren voor toekomstige uitkeringen. Daarmee verbetert hun dekkingsgraad.
Meer
Het onderzoek is uitgevoerd door beleggingsstrateeg Olaf van den Heuvel van AEGON Asset Management: "Deze vooruitzichten zijn niet erg positief voor de pensioenfondsen die wachten op betere rendementen. Over de lange termijn hebben aandelen een rendement van 8 procent per jaar. Na de recessie van de afgelopen periode lijkt een rendement van 5 of 6 procent voor pensioenfondsen dus te laag om goed te herstellen. We zien wel een lichtpuntje: we denken namelijk dat de kapitaalmarktrente gaat stijgen." Bij een stijgende rente hoeven de pensioenfondsen minder te reserveren voor toekomstige uitkeringen. Daarmee verbetert hun dekkingsgraad.
Meer
zondag 31 oktober 2010
Situatie Nederlandse pensioenen verslechterd
De financiële positie van pensioenfondsen is sinds begin dit jaar in rap tempo verslechterd. Driekwart van de fondsen heeft te weinig geld in kas. Veel fondsen zullen de pensioenen volgend jaar weer moeten bevriezen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Volkskrant. De dekkingsgraad van honderd grote Nederlandse pensioenfondsen is in de eerste negen maanden van 2010 gezakt van gemiddeld 110 naar 100 procent. De dekkingsgraad is de gangbare maatstaf voor de kracht van fondsen.
dinsdag 24 augustus 2010
Langer doorwerken uit angst voor lager pensioen
Driekwart van de werknemers in Europa denkt dat er minimaal 60% van hun huidige inkomen nodig is voor een comfortabele oude dag. Slecht vier op de tien rekent er echter op dat ze dat niveau ook halen.
Ruim de helft heeft zich er al bij neergelegd dat ze zullen moeten doorwerken na de officiële pensioenleeftijd. In Nederland, Denemarken en Noorwegen blijkt de weerzin tegen langer werken het sterkst. Dit blijkt uit een Europees onderzoek van Aon Consulting.
Bittere noodzaak
De pensioenadviseur ondervroeg 7579 werknemers uit tien Europese landen – waaronder 752 Nederlanders – over hun pensioenwensen en de financiële ruimte daarvoor. Een meerderheid ziet doorwerken inmiddels niet meer als vrijwillige keuze maar een bittere noodzaak, als gevolg van de minder gunstige economische ontwikkelingen. Een derde steunt de verhoging van de officiële pensioenleeftijd in hun land.
Naast hun gezondheidstoestand, maken werknemers zich bij hun pensioen vooral zorgen over de hoogte van het inkomen. Komt er voldoende geld beschikbaar uit de pensioenregeling, moeten ze in levensstandaard omlaag en hoe erg wordt hun spaargeld straks door inflatie uitgehold? Een belangrijke groep vreest dat de afbetaling van hun hypotheek voor financiële problemen zal zorgen.
In Ierland verwacht men het grootste gat tussen het daadwerkelijke pensioen en datgene wat ze denken nodig te hebben. De Spanjaarden zijn het meest optimistisch, slechts 8% denkt dat hun pensioen onder de 50% van hun huidige inkomen uitkomt. Dit was wel voordat ook de Spaanse overheid overwoog te bezuinigen op de relatief ruimhartige Spaanse pensioenregeling.
Een belangrijke beslissing is wáár werknemers hun pensioen willen genieten. Maar liefst een kwart van de ondervraagden wil dan naar een ander land verkassen, zo blijkt uit het onderzoek van Aon. Vooral Britten dromen van een pensioen over de grens. Slechts 43% wil in Groot-Brittannië blijven. Nederlanders zijn dan honkvaster: 61% blijft liever in eigen land. Ook de meeste Spanjaarden (88%), Fransen (81%) en Denen (74%) blijven liever thuis.
Grijze immigratiecrisis
Het populairste emigratieland is Spanje, gevolgd door Frankrijk en Italië. Aon waarschuwt voor een ’grijze immigratiecrisis’ in met name Spanje. Het hoge percentage thuisblijvers plus de instroom van buitenlandse gepensioneerden zal een hoge druk leggen op de Spaanse gezondheidszorg, stelt Aon-manager Mart Vreven. „De voorzieningen voor expats kunnen zeer uiteenlopen. Gezondheidszorg wordt voor gepensioneerden echter wel steeds belangrijker naarmate ze ouder worden.”
Vreven wijst ook op de kosten van emigratieplannen. „De kosten voor levensonderhoud zijn misschien hoger in het land van keuze. Daar moet je rekening mee houden.” (Overgeld)
Ruim de helft heeft zich er al bij neergelegd dat ze zullen moeten doorwerken na de officiële pensioenleeftijd. In Nederland, Denemarken en Noorwegen blijkt de weerzin tegen langer werken het sterkst. Dit blijkt uit een Europees onderzoek van Aon Consulting.
Bittere noodzaak
De pensioenadviseur ondervroeg 7579 werknemers uit tien Europese landen – waaronder 752 Nederlanders – over hun pensioenwensen en de financiële ruimte daarvoor. Een meerderheid ziet doorwerken inmiddels niet meer als vrijwillige keuze maar een bittere noodzaak, als gevolg van de minder gunstige economische ontwikkelingen. Een derde steunt de verhoging van de officiële pensioenleeftijd in hun land.
Naast hun gezondheidstoestand, maken werknemers zich bij hun pensioen vooral zorgen over de hoogte van het inkomen. Komt er voldoende geld beschikbaar uit de pensioenregeling, moeten ze in levensstandaard omlaag en hoe erg wordt hun spaargeld straks door inflatie uitgehold? Een belangrijke groep vreest dat de afbetaling van hun hypotheek voor financiële problemen zal zorgen.
In Ierland verwacht men het grootste gat tussen het daadwerkelijke pensioen en datgene wat ze denken nodig te hebben. De Spanjaarden zijn het meest optimistisch, slechts 8% denkt dat hun pensioen onder de 50% van hun huidige inkomen uitkomt. Dit was wel voordat ook de Spaanse overheid overwoog te bezuinigen op de relatief ruimhartige Spaanse pensioenregeling.
Een belangrijke beslissing is wáár werknemers hun pensioen willen genieten. Maar liefst een kwart van de ondervraagden wil dan naar een ander land verkassen, zo blijkt uit het onderzoek van Aon. Vooral Britten dromen van een pensioen over de grens. Slechts 43% wil in Groot-Brittannië blijven. Nederlanders zijn dan honkvaster: 61% blijft liever in eigen land. Ook de meeste Spanjaarden (88%), Fransen (81%) en Denen (74%) blijven liever thuis.
Grijze immigratiecrisis
Het populairste emigratieland is Spanje, gevolgd door Frankrijk en Italië. Aon waarschuwt voor een ’grijze immigratiecrisis’ in met name Spanje. Het hoge percentage thuisblijvers plus de instroom van buitenlandse gepensioneerden zal een hoge druk leggen op de Spaanse gezondheidszorg, stelt Aon-manager Mart Vreven. „De voorzieningen voor expats kunnen zeer uiteenlopen. Gezondheidszorg wordt voor gepensioneerden echter wel steeds belangrijker naarmate ze ouder worden.”
Vreven wijst ook op de kosten van emigratieplannen. „De kosten voor levensonderhoud zijn misschien hoger in het land van keuze. Daar moet je rekening mee houden.” (Overgeld)
vrijdag 20 augustus 2010
'Veertien fondsen zijn topje van de ijsberg'
De financiële onrust in de pensioenwereld treft veel meer fondsen dan op dit moment wordt gedacht. Eerder deze week maakte De Nederlandsche Bank (DNB) bekend dat veertien fondsen de pensioenen mogelijk moeten korten. Volgens pensioenexpert Marc Heemskerk van adviesbureau Mercer is dit nog maar het topje van de ijsberg. Het is niet bekend welke fondsen precies op het lijstje van DNB staan. Wel is duidelijk dat zij in 2009 al aan hun achterban hebben laten weten dat korten tot de mogelijkheden behoort. Vroegtijdig informeren van de deelnemers is een voorwaarde die DNB stelt, mocht een fonds daadwerkelijk tot korten overgaan.
De betreffende noodlijdende fondsen hebben eerder al in hun herstelplan aan DNB aangegeven dat korten een optie is. Andere fondsen die er eveneens slecht voorstaan, maar eerder niet hebben aangegeven dat zij deze noodmaatregel overwegen, vallen wellicht eind december door de mand, als alle herstelplannen worden geëvalueerd. ''Voor fondsen met een dekkingsgraad rond de 90 procent is er niet altijd veel keuze'', aldus Heemskerk.
De betreffende noodlijdende fondsen hebben eerder al in hun herstelplan aan DNB aangegeven dat korten een optie is. Andere fondsen die er eveneens slecht voorstaan, maar eerder niet hebben aangegeven dat zij deze noodmaatregel overwegen, vallen wellicht eind december door de mand, als alle herstelplannen worden geëvalueerd. ''Voor fondsen met een dekkingsgraad rond de 90 procent is er niet altijd veel keuze'', aldus Heemskerk.
donderdag 6 mei 2010
'Verzekeraars verloren 261 miljard dollar'
Verzekeraars hebben wereldwijd in totaal 261 miljard dollar aan afschrijvingen en verliezen geleden als gevolg van de financiële crisis, aldus de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) woensdag. In een rapport over de impact van de crisis op de verzekeringssector, concludeert de organisatie van rijke landen dat Europese verzekeraars $69 miljard aan afschrijvingen en verliezen boekten, terwijl dit voor Amerikaanse verzekeraars uitkwam op $189 miljard.
Volgens de Oeso waren de grootste verliezers: AIG, ING Groep nv, Ambac Financial Group inc en Aegon nv. Deze vier partijen namen 54% van de verliezen voor hun rekening.
Het Amerikaanse AIG voert met $98,2 miljard de lijst verliezers aan. De Nederlandse ING Groep staat tweede met $18,6 miljard. Aegon en Fortis staan op de vierde en de zesde plaats met respectievelijk $10,7 miljard en $9,3 miljard.
De verliezen voor de banken telden op tot $1,23 biljoen, aldus de Oeso.
De in Parijs gevestigde organisatie stelt dat verzekeraars hebben bijgedragen aan het ontstaan van de financiële crisis met verzekeringen op ingewikkelde financiële producten en kredietverzekeringen, en dan met name met het intrekken ervan sinds eind 2008.
De Oeso concludeert echter dat verzekeraars geen grote verliezen hebben geleden door te beleggen in de financiële producten, zoals hypotheekgerelateerde financiële producten.
Beperkte informatie
"De blootstelling van verzekeraars aan 'sub-prime' hypotheken en gerelateerde 'giftige' bezittingen zoals 'collateralised debt obligations' en 'structured investment vehicles', welke de huidige financiële crisis hebben veroorzaakt, was naar het zich op basis van de beperkte informatie die hierover beschikbaar is gekomen laat aanzien niet significant in de meeste Oeso-landen", aldus de organisatie.
Aanbevelingen
De Oeso komt in het rapport met een aantal aanbevelingen om de stabiliteit van de verzekeringssector te vergroten.
In het bijzonder dringt de organisatie erop aan dat verzekeraars bij het bepalen van hun beleid meer oog krijgen voor brede ontwikkelingen in de economie in het algemeen en de financiële markten in het bijzonder.
Volgens de Oeso waren de grootste verliezers: AIG, ING Groep nv, Ambac Financial Group inc en Aegon nv. Deze vier partijen namen 54% van de verliezen voor hun rekening.
Het Amerikaanse AIG voert met $98,2 miljard de lijst verliezers aan. De Nederlandse ING Groep staat tweede met $18,6 miljard. Aegon en Fortis staan op de vierde en de zesde plaats met respectievelijk $10,7 miljard en $9,3 miljard.
De verliezen voor de banken telden op tot $1,23 biljoen, aldus de Oeso.
De in Parijs gevestigde organisatie stelt dat verzekeraars hebben bijgedragen aan het ontstaan van de financiële crisis met verzekeringen op ingewikkelde financiële producten en kredietverzekeringen, en dan met name met het intrekken ervan sinds eind 2008.
De Oeso concludeert echter dat verzekeraars geen grote verliezen hebben geleden door te beleggen in de financiële producten, zoals hypotheekgerelateerde financiële producten.
Beperkte informatie
"De blootstelling van verzekeraars aan 'sub-prime' hypotheken en gerelateerde 'giftige' bezittingen zoals 'collateralised debt obligations' en 'structured investment vehicles', welke de huidige financiële crisis hebben veroorzaakt, was naar het zich op basis van de beperkte informatie die hierover beschikbaar is gekomen laat aanzien niet significant in de meeste Oeso-landen", aldus de organisatie.
Aanbevelingen
De Oeso komt in het rapport met een aantal aanbevelingen om de stabiliteit van de verzekeringssector te vergroten.
In het bijzonder dringt de organisatie erop aan dat verzekeraars bij het bepalen van hun beleid meer oog krijgen voor brede ontwikkelingen in de economie in het algemeen en de financiële markten in het bijzonder.
donderdag 4 februari 2010
2010 jaar van de waarheid voor Pensioenregister in Nederland
Op 1 januari 2011 moet het Pensioenregister beschikbaar zijn. Bereikbaar voor elke burger. Zo staat het in de wet en dat gaan we waarmaken,” aldus Francine Giskes, voorzitter van het bestuur van de Stichting Pensioenregister. Ook het Verbond van Verzekeraars is lid van dit bestuur.
Het doel van het Pensioenregister is om het voor iedere burger mogelijk te maken om via één digitale ingang (website) een totaaloverzicht te krijgen van alle bij pensioenfondsen en pensioenverzekeraars opgebouwde pensioenaanspraken en toekomstige rechten, én van de aanspraken in het kader van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
Het Pensioenregister laat bovendien zien waar het pensioen is opgebouwd en waar je dus terechtkunt voor meer informatie. Met het Pensioenregister kan iedereen zo op elk moment weten wat hij heeft en wat hij later krijgt. “Naar mijn mening is dat een geweldige belofte aan het publiek die we in 2010 dus gaan waarmaken. Maar een ‘appeltje eitje’ is die uitdaging niet. En de rol van de pensioenuitvoerders daarbij wil ik niet onderschatten”, stelt Giskes.
Wettelijke basis
De achtergrond van de instelling van een Pensioenregister is het verzoek van de wetgever dat er een pensioenregister moet komen, waarin ook de AOW-gegevens worden betrokken. De pensioensector heeft die handschoen samen met de SVB opgepakt en de Stichting Pensioenregister opgericht. Giskes is, als burgemeester van Texel, onafhankelijk voorzitter het bestuur, dat ook bestaat uit vertegenwoordigers van de drie pensioenkoepels, het Verbond van Verzekeraars en de SVB. In 2008 startte de Programmaorganisatie die het Pensioenregister feitelijk realiseert en digitaal beschikbaar maakt.
Testperiode
In totaal sluiten zo’n 600 pensioenuitvoerders aan op het Pensioenregister. Dit moet gebeuren in de periode van april tot en met december 2010. Vóór die periode moet er door de pensioenuitvoerders zelf worden getest. Tijdens die testperiodes bekijkt het Programma of de aansluiting voldoet aan de gestelde eisen. Giskes: “Samen met de Stuurgroep, die inhoudelijk toezicht houdt op het Programma, en de herhaaldelijke auditering – ook door een externe partij – heb ik er alle vertrouwen in dat het Pensioenregister er op 1 januari volgend jaar staat.”
Het doel van het Pensioenregister is om het voor iedere burger mogelijk te maken om via één digitale ingang (website) een totaaloverzicht te krijgen van alle bij pensioenfondsen en pensioenverzekeraars opgebouwde pensioenaanspraken en toekomstige rechten, én van de aanspraken in het kader van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
Het Pensioenregister laat bovendien zien waar het pensioen is opgebouwd en waar je dus terechtkunt voor meer informatie. Met het Pensioenregister kan iedereen zo op elk moment weten wat hij heeft en wat hij later krijgt. “Naar mijn mening is dat een geweldige belofte aan het publiek die we in 2010 dus gaan waarmaken. Maar een ‘appeltje eitje’ is die uitdaging niet. En de rol van de pensioenuitvoerders daarbij wil ik niet onderschatten”, stelt Giskes.
Wettelijke basis
De achtergrond van de instelling van een Pensioenregister is het verzoek van de wetgever dat er een pensioenregister moet komen, waarin ook de AOW-gegevens worden betrokken. De pensioensector heeft die handschoen samen met de SVB opgepakt en de Stichting Pensioenregister opgericht. Giskes is, als burgemeester van Texel, onafhankelijk voorzitter het bestuur, dat ook bestaat uit vertegenwoordigers van de drie pensioenkoepels, het Verbond van Verzekeraars en de SVB. In 2008 startte de Programmaorganisatie die het Pensioenregister feitelijk realiseert en digitaal beschikbaar maakt.
Testperiode
In totaal sluiten zo’n 600 pensioenuitvoerders aan op het Pensioenregister. Dit moet gebeuren in de periode van april tot en met december 2010. Vóór die periode moet er door de pensioenuitvoerders zelf worden getest. Tijdens die testperiodes bekijkt het Programma of de aansluiting voldoet aan de gestelde eisen. Giskes: “Samen met de Stuurgroep, die inhoudelijk toezicht houdt op het Programma, en de herhaaldelijke auditering – ook door een externe partij – heb ik er alle vertrouwen in dat het Pensioenregister er op 1 januari volgend jaar staat.”
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :