De veranderingen die volgend jaar worden doorgevoerd in IAS 19, de regels die bepalen hoe beursgenoteerde ondernemingen met hun pensioenverplichtingen moeten omgaan, hebben ingrijpende gevolgen voor de bedrijven. Dit blijkt uit onderzoek van KPMG onder zestig Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen naar de wijze waarop zij hun pensioenverplichtingen berekenen.
De gevolgen van de wijziging voor de pensioenkosten van de bedrijven blijken uiteindelijk beperkt. Een kleine 80% van de bedrijven ziet de pensioenkosten met maximaal 10% stijgen of dalen, voor 16% stijgen of dalen de kosten tussen de 10% en 20% en nog eens 7% ziet de kosten met meer dan 20% afnemen.
Vervolg
Word fan op FACEBOOK
Posts tonen met het label kpmg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kpmg. Alle posts tonen
dinsdag 16 oktober 2012
donderdag 8 september 2011
Het uur van de waarheid voor de aanvullende pensioenen?
Waarover gaat het?
SIGeDIS (staat voor ‘Sociale Individuele Gegevens - Données Individuelles Sociales') is een databank van ‘aanvullende pensioenen' waarin alle gegevens zitten van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren die onderworpen zijn aan de Belgische sociale en arbeidswetgeving met betrekking tot het aanvullend pensioen opgebouwd in België en in het buitenland.
Deze databank is reeds operationeel wat betreft de aanvullende pensioenen voor werknemers en zal vanaf 1 januari 2013 eveneens operationeel worden voor de aanvullende pensioenen die zelfstandigen opbouwen (of reeds hebben opgebouwd). De banken en verzekeraars hebben met het oog op de werking van de databank inmiddels alle informatie m.b.t. extralegale pensioenen doorgegeven.
Het spreekt voor zich dat de databank de ultieme troef zal zijn in het kader van een betere controle van de toepassing van de sociale en fiscale wetgeving ter zake.
Vervolg
Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)
SIGeDIS (staat voor ‘Sociale Individuele Gegevens - Données Individuelles Sociales') is een databank van ‘aanvullende pensioenen' waarin alle gegevens zitten van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren die onderworpen zijn aan de Belgische sociale en arbeidswetgeving met betrekking tot het aanvullend pensioen opgebouwd in België en in het buitenland.
Deze databank is reeds operationeel wat betreft de aanvullende pensioenen voor werknemers en zal vanaf 1 januari 2013 eveneens operationeel worden voor de aanvullende pensioenen die zelfstandigen opbouwen (of reeds hebben opgebouwd). De banken en verzekeraars hebben met het oog op de werking van de databank inmiddels alle informatie m.b.t. extralegale pensioenen doorgegeven.
Het spreekt voor zich dat de databank de ultieme troef zal zijn in het kader van een betere controle van de toepassing van de sociale en fiscale wetgeving ter zake.
Vervolg
Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)
woensdag 19 januari 2011
Eén op drie Nederlandse pensioenfondsen overweegt liquidatie
Eén op de drie Nederlandse ondernemingspensioenfondsen denkt serieus na over liquidatie en het onderbrengen van een fonds bij een verzekeraar. Twintig procent van alle fondsen acht de kans dat liquidatie binnen twee jaar plaatsvindt zelfs ‘zeer groot’; nog eens acht procent noemt de kans ‘groot’.
Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van KPMG onder honderd ondernemingspensioenfondsen. Mede vanwege de kredietcrisis kunnen veel pensioenfondsen slechts met grote moeite voldoen aan de eisen van wet- en regelgeving en het opereren in een steeds complexere omgeving.
De overstap van veel, met name kleinere, ondernemingspensioenfondsen is al langer een trend. In de afgelopen tien jaar werden de pensioenregelingen van ruim 250 pensioenfondsen overgebracht naar verzekeraars, zo berekende De Nederlandsche Bank (DNB) onlangs. De kredietcrisis en de daarop volgende recessie zullen een extra impuls geven aan deze ontwikkeling.
Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van KPMG onder honderd ondernemingspensioenfondsen. Mede vanwege de kredietcrisis kunnen veel pensioenfondsen slechts met grote moeite voldoen aan de eisen van wet- en regelgeving en het opereren in een steeds complexere omgeving.
De overstap van veel, met name kleinere, ondernemingspensioenfondsen is al langer een trend. In de afgelopen tien jaar werden de pensioenregelingen van ruim 250 pensioenfondsen overgebracht naar verzekeraars, zo berekende De Nederlandsche Bank (DNB) onlangs. De kredietcrisis en de daarop volgende recessie zullen een extra impuls geven aan deze ontwikkeling.
donderdag 27 mei 2010
Vergrijzing slaat bij steeds meer Nederlandse organisaties toe
Steeds meer organisaties in Nederland krijgen last van de vergrijzing. Vooral als gevolg van een gebrek aan beleid, prioriteit én actie komen bedrijven en overheidsinstellingen in de problemen en krijgen zij te maken met een scheve personeelsopbouw, afnemende productiviteit, verstarring van de organisatie en een gebrek aan doorstroom. In het onderwijs en de zorg vormen de stijging van de loonkosten bovendien een groot probleem.
dinsdag 27 april 2010
Pensioenfondsen zien nog geen Europees solvency framework ontstaan
Ruim 90% van de fondsen heeft zich nog niet verdiept in de mogelijke gevolgen van een dergelijk framework.
Nederlandse pensioenfondsen zien op korte termijn geen Europees solvency framework voor hen ontstaan. Als een dergelijk framework er in de toekomst toch mocht komen, zien de fondsen de invoering ervan niet als een bedreiging voor het voortbestaan van het fonds. Dit blijkt uit een jaarlijks onderzoek van KPMG onder 100 Nederlandse pensioenfondsen.
Dat de fondsen de invoering van een Europees framework nog niet zo'n vaart zien lopen, blijkt uit het feit dat ruim 90% van de fondsen zich nog niet verdiept heeft in de mogelijke gevolgen van een dergelijk framework.
"Voor verzekeringsmaatschappijen wordt vanaf 2012 het Europese toezichtskader Solvency II van kracht", zegt Edward Snieder van KPMG Financial Services.
Snieder: "Solvency II werd vorig jaar echter ook regelmatig genoemd als optie om een level playing field in Europa te bewerkstelligen ten aanzien van de solvabiliteitseisen aan pensioenfondsen. Het is echter onmogelijk Solvency II ook toe te passen op de pensioensector omdat de risico’s van pensioenfondsen aanzienlijk verschillen van verzekeraars.
Het toepassen van Solvency II op de pensioensector zou een grote financiële impact hebben. Nederlandse pensioenfondsen zouden dan ongeveer een 40% hogere dekkingsgraad nodig hebben en Britse pensioenfondsen zelfs ongeveer 60%. Het verschil van 40 procent dekkingsgraad voor de Nederlandse fondsen komt vooral door de zwaardere zekerheidsmaat binnen Solvency II van 99,5 procent."
Deze financiële impact was volgens Snieder dan ook één van de redenen voor verzet tegen het toepassen van Solvency II op pensioenfondsen. Snieder: "Het is in ieder geval duidelijk geworden dat de grote verschillen tussen pensioenfondsen en verzekeraars een maatwerk toezichtskader vereisen voor de pensioensector. De verschillen in risico’s van pensioenfondsen en verzekeraars vragen om een specifiek op pensioenfondsen gericht toezichtskader.
De EC onderzoekt momenteel dan ook hoe zo’n Solvency Framework voor pensioenfondsen kan worden vormgegeven. Toch is bij de meeste partijen inmiddels doorgedrongen dat een ander Solvency Framework voor pensioenfondsen gewenst is.
De verwachting daarbij is dat de opzet en principes van Solvency II dat straks voor verzekeringsmaatschappijen gaat gelden ook in een Solvency Framework voor pensioenfondsen tot uitdrukking zullen komen. Daarbij zal het vooral gaan om solvabiliteit, toezicht en verslaglegging en marktwaarde waardering, harmonisatie en internationale consistentie."
Nederlandse pensioenfondsen zien op korte termijn geen Europees solvency framework voor hen ontstaan. Als een dergelijk framework er in de toekomst toch mocht komen, zien de fondsen de invoering ervan niet als een bedreiging voor het voortbestaan van het fonds. Dit blijkt uit een jaarlijks onderzoek van KPMG onder 100 Nederlandse pensioenfondsen.
Dat de fondsen de invoering van een Europees framework nog niet zo'n vaart zien lopen, blijkt uit het feit dat ruim 90% van de fondsen zich nog niet verdiept heeft in de mogelijke gevolgen van een dergelijk framework.
"Voor verzekeringsmaatschappijen wordt vanaf 2012 het Europese toezichtskader Solvency II van kracht", zegt Edward Snieder van KPMG Financial Services.
Snieder: "Solvency II werd vorig jaar echter ook regelmatig genoemd als optie om een level playing field in Europa te bewerkstelligen ten aanzien van de solvabiliteitseisen aan pensioenfondsen. Het is echter onmogelijk Solvency II ook toe te passen op de pensioensector omdat de risico’s van pensioenfondsen aanzienlijk verschillen van verzekeraars.
Het toepassen van Solvency II op de pensioensector zou een grote financiële impact hebben. Nederlandse pensioenfondsen zouden dan ongeveer een 40% hogere dekkingsgraad nodig hebben en Britse pensioenfondsen zelfs ongeveer 60%. Het verschil van 40 procent dekkingsgraad voor de Nederlandse fondsen komt vooral door de zwaardere zekerheidsmaat binnen Solvency II van 99,5 procent."
Deze financiële impact was volgens Snieder dan ook één van de redenen voor verzet tegen het toepassen van Solvency II op pensioenfondsen. Snieder: "Het is in ieder geval duidelijk geworden dat de grote verschillen tussen pensioenfondsen en verzekeraars een maatwerk toezichtskader vereisen voor de pensioensector. De verschillen in risico’s van pensioenfondsen en verzekeraars vragen om een specifiek op pensioenfondsen gericht toezichtskader.
De EC onderzoekt momenteel dan ook hoe zo’n Solvency Framework voor pensioenfondsen kan worden vormgegeven. Toch is bij de meeste partijen inmiddels doorgedrongen dat een ander Solvency Framework voor pensioenfondsen gewenst is.
De verwachting daarbij is dat de opzet en principes van Solvency II dat straks voor verzekeringsmaatschappijen gaat gelden ook in een Solvency Framework voor pensioenfondsen tot uitdrukking zullen komen. Daarbij zal het vooral gaan om solvabiliteit, toezicht en verslaglegging en marktwaarde waardering, harmonisatie en internationale consistentie."
vrijdag 19 februari 2010
Pensioenfondsen worden slecht geinformeerd
Tijdige en betrouwbare rapportage is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden voor pensioenfondsen. Ook in algemene zin neemt de roep om transparantie toe.
Pensioenfondsen moeten veel scherper toezien op de kwaliteit van hun informatievoorziening. Als gevolg van de kredietcrisis en de verscherpte rapportageverplichtingen van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten moeten de fondsen in toenemende mate beschikken over accurate en betrouwbare informatie. Hoewel een meerderheid van de fondsen weet welke gegevens zij moeten aanleveren aan de toezichthouders, zijn de fondsen voor de noodzakelijke informatie te veel afhankelijk van andere partijen waardoor zij in veel gevallen niet kunnen voldoen aan hun informatieplicht. Het is dan ook van essentieel belang dat pensioenfondsen en -uitvoeringsorganisaties meer grip krijgen op de informatievoorziening door de partijen waarmee zij samenwerken. De fondsen moeten derhalve strikte afspraken maken met custodians en vermogensbeheerders over de kwaliteit en de tijdigheid van de opgeleverde informatie.
Dit blijkt uit jaarlijks onderzoek van KPMG onder 100 Nederlandse pensioenfondsen.
Pensioenfondsen moeten veel scherper toezien op de kwaliteit van hun informatievoorziening. Als gevolg van de kredietcrisis en de verscherpte rapportageverplichtingen van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten moeten de fondsen in toenemende mate beschikken over accurate en betrouwbare informatie. Hoewel een meerderheid van de fondsen weet welke gegevens zij moeten aanleveren aan de toezichthouders, zijn de fondsen voor de noodzakelijke informatie te veel afhankelijk van andere partijen waardoor zij in veel gevallen niet kunnen voldoen aan hun informatieplicht. Het is dan ook van essentieel belang dat pensioenfondsen en -uitvoeringsorganisaties meer grip krijgen op de informatievoorziening door de partijen waarmee zij samenwerken. De fondsen moeten derhalve strikte afspraken maken met custodians en vermogensbeheerders over de kwaliteit en de tijdigheid van de opgeleverde informatie.
Dit blijkt uit jaarlijks onderzoek van KPMG onder 100 Nederlandse pensioenfondsen.
dinsdag 2 februari 2010
Pensioenfondsen willen meer grip op kwaliteit informatievoorziening
Tijdige en betrouwbare rapportage is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden voor pensioenfondsen. Ook in algemene zin neemt de roep om transparantie toe.
Pensioenfondsen moeten veel scherper toezien op de kwaliteit van hun informatievoorziening. Als gevolg van de kredietcrisis en de verscherpte rapportageverplichtingen van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten moeten de fondsen in toenemende mate beschikken over accurate en betrouwbare informatie. Hoewel een meerderheid van de fondsen weet welke gegevens zij moeten aanleveren aan de toezichthouders, zijn de fondsen voor de noodzakelijke informatie te veel afhankelijk van andere partijen waardoor zij in veel gevallen niet kunnen voldoen aan hun informatieplicht. Het is dan ook van essentieel belang dat pensioenfondsen en -uitvoeringsorganisaties meer grip krijgen op de informatievoorziening door de partijen waarmee zij samenwerken. De fondsen moeten derhalve strikte afspraken maken met custodians en vermogensbeheerders over de kwaliteit en de tijdigheid van de opgeleverde informatie.
Dit blijkt uit jaarlijks onderzoek van KPMG onder 100 Nederlandse pensioenfondsen.
Tijdige informatie
"Het is in dit kader essentieel om geselecteerde vermogensbeheerders en custodians te laten bewijzen dat zij de gevraagde informatie binnen de gestelde tijdslijnen kunnen opleveren", zegt Edward Snieder van KPMG Financial Services. Snieder: "Tijdige en betrouwbare rapportage is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden voor pensioenfondsen. Ook in algemene zin neemt de roep om transparantie toe. De fondsen worden geacht juiste, accurate en betrouwbare informatie te leveren. Niet alle pensioenfondsen zijn bijvoorbeeld in staat om aan de eis van De Nederlandsche Bank te voldoen en hun jaarrekening voor 1 juli te deponeren. De oorzaak van de vertraging zit veelal in een gebrek aan tijdige informatie vanuit één van de dienstverlenende partijen.
Verplichtingen
Ook op andere momenten in het jaar hebben de fondsen verplichtingen ten aanzien van de verslaggeving. Bovendien gaan de eisen ten aanzien van de snelheid en de frequentie van informatie omhoog. Het gaat erom dat pensioenfondsen tijdig en goed inzicht krijgen in hun verplichtingen en de waarde van hun beleggingen, zodat ze adequaat hun dekkingsgraad kunnen monitoren en er betrouwbaar over kunnen rapporteren. Daarbij speelt ook mee dat een aantal fondsen als uitvloeisel van hun herstelplannen hun toevlucht nemen tot alternatieve en complexe beleggingstrategieën met een hoger risico, die meer rendement kunnen opleveren. De keerzijde hiervan is dat ze moeilijker te waarderen zijn."
Communicatie
De kwaliteit van de informatie hangt volgens Snieder in belangrijke mate af van de juiste communicatie tussen betrokken partijen. Snieder: "De verplichte scheiding binnen pensioenfondsen tussen beleid en uitvoering heeft ervoor gezorgd dat vermogensbeheerders en custodians het veel drukker hebben gekregen met het aanleveren van informatie aan de fondsen. In tegenstelling tot een aantal jaren geleden werken pensioenuitvoeringsorganisaties nu meestal voor meerdere pensioenfondsen en passen zij hun organisatie daarop aan.
In een tijd van grote druk op de snelheid van rapporteren kunnen dan ook problemen ontstaan bij uitvoeringsorganisaties die hun beheer onvoldoende op orde hebben. Ook de pensioenfondsen worden daardoor geraakt. Veel pensioenfondsen zijn bovendien voor hun informatie afhankelijk van buitenlandse partijen, die in het algemeen niet bekend zijn met het Nederlandse pensioenstelsel. Ook dat vergt van de bestuurders van een pensioenfonds veel tijd en energie."
Pensioenfondsen moeten veel scherper toezien op de kwaliteit van hun informatievoorziening. Als gevolg van de kredietcrisis en de verscherpte rapportageverplichtingen van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten moeten de fondsen in toenemende mate beschikken over accurate en betrouwbare informatie. Hoewel een meerderheid van de fondsen weet welke gegevens zij moeten aanleveren aan de toezichthouders, zijn de fondsen voor de noodzakelijke informatie te veel afhankelijk van andere partijen waardoor zij in veel gevallen niet kunnen voldoen aan hun informatieplicht. Het is dan ook van essentieel belang dat pensioenfondsen en -uitvoeringsorganisaties meer grip krijgen op de informatievoorziening door de partijen waarmee zij samenwerken. De fondsen moeten derhalve strikte afspraken maken met custodians en vermogensbeheerders over de kwaliteit en de tijdigheid van de opgeleverde informatie.
Dit blijkt uit jaarlijks onderzoek van KPMG onder 100 Nederlandse pensioenfondsen.
Tijdige informatie
"Het is in dit kader essentieel om geselecteerde vermogensbeheerders en custodians te laten bewijzen dat zij de gevraagde informatie binnen de gestelde tijdslijnen kunnen opleveren", zegt Edward Snieder van KPMG Financial Services. Snieder: "Tijdige en betrouwbare rapportage is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden voor pensioenfondsen. Ook in algemene zin neemt de roep om transparantie toe. De fondsen worden geacht juiste, accurate en betrouwbare informatie te leveren. Niet alle pensioenfondsen zijn bijvoorbeeld in staat om aan de eis van De Nederlandsche Bank te voldoen en hun jaarrekening voor 1 juli te deponeren. De oorzaak van de vertraging zit veelal in een gebrek aan tijdige informatie vanuit één van de dienstverlenende partijen.
Verplichtingen
Ook op andere momenten in het jaar hebben de fondsen verplichtingen ten aanzien van de verslaggeving. Bovendien gaan de eisen ten aanzien van de snelheid en de frequentie van informatie omhoog. Het gaat erom dat pensioenfondsen tijdig en goed inzicht krijgen in hun verplichtingen en de waarde van hun beleggingen, zodat ze adequaat hun dekkingsgraad kunnen monitoren en er betrouwbaar over kunnen rapporteren. Daarbij speelt ook mee dat een aantal fondsen als uitvloeisel van hun herstelplannen hun toevlucht nemen tot alternatieve en complexe beleggingstrategieën met een hoger risico, die meer rendement kunnen opleveren. De keerzijde hiervan is dat ze moeilijker te waarderen zijn."
Communicatie
De kwaliteit van de informatie hangt volgens Snieder in belangrijke mate af van de juiste communicatie tussen betrokken partijen. Snieder: "De verplichte scheiding binnen pensioenfondsen tussen beleid en uitvoering heeft ervoor gezorgd dat vermogensbeheerders en custodians het veel drukker hebben gekregen met het aanleveren van informatie aan de fondsen. In tegenstelling tot een aantal jaren geleden werken pensioenuitvoeringsorganisaties nu meestal voor meerdere pensioenfondsen en passen zij hun organisatie daarop aan.
In een tijd van grote druk op de snelheid van rapporteren kunnen dan ook problemen ontstaan bij uitvoeringsorganisaties die hun beheer onvoldoende op orde hebben. Ook de pensioenfondsen worden daardoor geraakt. Veel pensioenfondsen zijn bovendien voor hun informatie afhankelijk van buitenlandse partijen, die in het algemeen niet bekend zijn met het Nederlandse pensioenstelsel. Ook dat vergt van de bestuurders van een pensioenfonds veel tijd en energie."
woensdag 20 januari 2010
Overheden bereiden zich onvoldoende voor op gevolgen vergrijzing
Uit het onderzoek van KPMG blijkt dat tweederde van de werknemers binnen de overheid aangeeft dat het ouder worden van het ambtelijk apparaat ingrijpende gevolgen heeft voor de dienstverlening aan de burger.
Overheden bereiden zich wereldwijd onvoldoende voor op de gevolgen van de toenemende vergrijzing binnen hun organisatie. Vooral de invloed van de ouder wordende werknemer op de dienstverlening van de publieke sector wordt door veel overheden ernstig onderschat. Het management blijkt bovendien weinig initiatieven te nemen om het probleem van de vergrijzing op te lossen.
Dit blijkt uit internationaal onderzoek van KPMG onder ruim 800 werknemers bij de overheid. Vooral ambtenaren in Groot-Brittannië, Duitsland en de Verenigde Staten vinden dat het management de gevolgen van de vergrijzing onderschat.
Uit het onderzoek van KPMG blijkt dat tweederde van de werknemers binnen de overheid aangeeft dat het ouder worden van het ambtelijk apparaat ingrijpende gevolgen heeft voor de dienstverlening aan de burger. "Met een werknemersbestand dat duidelijk ouder is dan in de private sector, zal de overheid de gevolgen van de demografische veranderingen ingrijpend gaan voelen", zegt Henk Berg, partner bij KPMG. Berg: "De overheid heeft aanmerkelijk meer werknemers van 50 jaar of ouder. Bovendien zijn ambtenaren in het algemeen in de gelegenheid al voor de pensioengerechtigde leeftijd te stoppen met werken, waarmee het probleem alleen maar gecompliceerder wordt."
Van de onderzochte ambtenaren verwacht 60% dan ook dat de pensionering van sleutelfiguren binnen de organisatie en enorme uitdaging wordt. Zij beschikken in het algemeen over essentiële kennis en vaardigheden die zij zich gedurende een groot aantal jaren eigen hebben gemaakt. Zij zullen op de korte termijn moeilijk te vervangen zijn. Bijna de helft van de werknemers bij de overheid ziet dan ook een tekort aan de belangrijke kennis en vaardigheden in de dienstverlening aan de burger ontstaan. Vooral huisvesting, de gezondheidszorg en de sociale dienstverlening zullen volgens de onderzochte ambtenaren de gevolgen van de toenemende vergrijzing ondervinden ervan ondervinden. Van de onderzochte Nederlandse ambtenaren verwacht ruim de helft dat de vergrijzing een belangrijke invloed zal hebben op de dienstverlening aan de burger.
Ondanks de naderende problemen, blijft het werken bij de overheid voor een groot aantal werknemers aantrekkelijk. Ruim 70% van de onderzochte werknemers geeft aan dat de overheid effectief is in het werven van werknemers met verschillende achtergronden. Ruim 60% vindt dat de overheid effectief is in het ondersteunen van de professionele ontwikkeling van haar werknemers en ook de maatregelen die genomen worden om kennis over te dragen van ervaren naar minder ervaren werknemers worden door 65% van de ambtenaren als voldoende effectief beschouwd.
Overheden bereiden zich wereldwijd onvoldoende voor op de gevolgen van de toenemende vergrijzing binnen hun organisatie. Vooral de invloed van de ouder wordende werknemer op de dienstverlening van de publieke sector wordt door veel overheden ernstig onderschat. Het management blijkt bovendien weinig initiatieven te nemen om het probleem van de vergrijzing op te lossen.
Dit blijkt uit internationaal onderzoek van KPMG onder ruim 800 werknemers bij de overheid. Vooral ambtenaren in Groot-Brittannië, Duitsland en de Verenigde Staten vinden dat het management de gevolgen van de vergrijzing onderschat.
Uit het onderzoek van KPMG blijkt dat tweederde van de werknemers binnen de overheid aangeeft dat het ouder worden van het ambtelijk apparaat ingrijpende gevolgen heeft voor de dienstverlening aan de burger. "Met een werknemersbestand dat duidelijk ouder is dan in de private sector, zal de overheid de gevolgen van de demografische veranderingen ingrijpend gaan voelen", zegt Henk Berg, partner bij KPMG. Berg: "De overheid heeft aanmerkelijk meer werknemers van 50 jaar of ouder. Bovendien zijn ambtenaren in het algemeen in de gelegenheid al voor de pensioengerechtigde leeftijd te stoppen met werken, waarmee het probleem alleen maar gecompliceerder wordt."
Van de onderzochte ambtenaren verwacht 60% dan ook dat de pensionering van sleutelfiguren binnen de organisatie en enorme uitdaging wordt. Zij beschikken in het algemeen over essentiële kennis en vaardigheden die zij zich gedurende een groot aantal jaren eigen hebben gemaakt. Zij zullen op de korte termijn moeilijk te vervangen zijn. Bijna de helft van de werknemers bij de overheid ziet dan ook een tekort aan de belangrijke kennis en vaardigheden in de dienstverlening aan de burger ontstaan. Vooral huisvesting, de gezondheidszorg en de sociale dienstverlening zullen volgens de onderzochte ambtenaren de gevolgen van de toenemende vergrijzing ondervinden ervan ondervinden. Van de onderzochte Nederlandse ambtenaren verwacht ruim de helft dat de vergrijzing een belangrijke invloed zal hebben op de dienstverlening aan de burger.
Ondanks de naderende problemen, blijft het werken bij de overheid voor een groot aantal werknemers aantrekkelijk. Ruim 70% van de onderzochte werknemers geeft aan dat de overheid effectief is in het werven van werknemers met verschillende achtergronden. Ruim 60% vindt dat de overheid effectief is in het ondersteunen van de professionele ontwikkeling van haar werknemers en ook de maatregelen die genomen worden om kennis over te dragen van ervaren naar minder ervaren werknemers worden door 65% van de ambtenaren als voldoende effectief beschouwd.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :