Posts tonen met het label the economist. Alle posts tonen
Posts tonen met het label the economist. Alle posts tonen

maandag 11 april 2011

The Economist legt uit waarom de pensioenen te hoog zijn

oen we nog bijna boeren waren - en erg lang is dat niet geleden - zaaiden en oogsten we tot we er dood bij neervielen. Het was von Bismarck die in 1889 voor het eerst iets wat invoerde wat we nu pensioen zouden kunnen noemen. at zou allemaal goed zijn gegaan als we niet zo oud werden.
Na de tweede wereldoorlog werd in het westen overal een regeling bedacht dat je na je 65e niet meer hoefde te werken. Veel kostte dat niet: na je 65e ging je immers spoedig dood.
IN 1950 waren er 7.2 mensen in de werkende leeftijd voor een persoon boven de 65. Maar na 1980 veranderde dat gaandeweg. Het werd oen 5,1. Nu is het 4.1 en in 2050 zal het 2.1 zijn, in de rijke wereld als geheel. In Europa wordt de verhouding nog slechter.
Let in het onderstaande plaatje ook op het verschil tussen de officiële leeftijd dat mensen op kunnen houden met werken (in Nederland 65) en de feitelijke (in Nederland 62)
Van belang omdat overal ter wereld de oplossing wordt gezocht in een hogere pensioenleeftijd.

De feiten op een rij: klik op foto voor vergroting


zondag 24 oktober 2010

Zijn Fransen net zo dom als ze lijken? - Welingelichte Kringen

Op het eerst oog, of beter gezegd: op de plek waar de tv-camera's staan, zien we steeds maar een woedende Franse menigte die het niet pikt dat ze later met pensioen moeten. The Economist wil dit beeld graag iets nuanceren. De aanhang voor deze acties is echt minder groot dan het lijkt. Uit polls blijkt dat de meeste Fransen de redelijkheid inzien van de veranderingen die de regering voorstaat. Er bestaat dus een zwijgende meerderheid die je niet hoort maar die er wel is. Verder zijn de condities om te staken verslechterd; vroeger was het staken op andermans kosten, nu op eigen kosten. Redelijkerwijs worden stakingen daar korter van.
Conclusie: in tegensteling tot eerdere pogingen van (vorige) Franse regeringen om de samenleving te hervormen, zou het ditmaal weleens kunnen lukken.

vrijdag 10 september 2010

De pensioenkampioen

The Economist komt met een overzicht waaruit we kunnen aflezen hoeveel jaar mannen en vrouwen in verschillende landen van hun pensioen kunnen genieten.
Frankrijk gaat aan kop. Franse mannen genieten gemiddeld 24 jaar van hun pensioen, Franse vrouwen 28 jaar. In Amerika ligt dit veel lager; daar leven mannen nog 18 jaar en vrouwen nog 21 jaar na gedane arbeid.
Laten we daarbij niet vergeten dat gedurende hun werkzame leven Fransen veel en veel meer vakantiedagen hebben dan anderen. En ook veel meer staken, zodat het aantal niet-gewerkte dagen alleen maar toeneemt.
Dit alles overziend, is het begrijpelijk dat deze week meer dan 1 miljoen Fransen demonstreerden tegen de regeringsplannen de pensioenleeftijd van 60 jaar (gefaseerd) op te trekken naar 62 jaar. Er is domweg veel te verliezen.


















Bron

vrijdag 3 juli 2009

Het einde van het pensioen

Het pensioen is een uitvinding van Otto von Bismarck. In 1779 besliste hij dat arbeiders die de leeftijd van 70 jaar overschreden, recht hadden op een maandelijkse uitkering. De gemiddelde levensverwachting voor een Pruis in die tijd was... 45 jaar. Toen de VS in 1935 een systeem van sociale zekerheid introduceerden werd de pensioengerechtigde leeftijd vastgesteld op 65 jaar, 3 jaar meer dan de leeftijd waarop een gemiddelde Amerikaan toen overleed. Staatspensioenen bestonden dus om een miniem percentage van de bevolking een zonnige oude dag te bezorgen.

Vandaag krijgt zowat iedereen een pensioen en voor velen in de rijke landen duurt dat pensioen even lang als de tijd dat ze als werknemer actief waren. In sommige Europese landen duren pensioenen gemiddeld langer dan een kwarteeuw. De Amerikaanse pensioengerechtigde leeftijd ligt op 66, maar de gemiddelde Amerikaan stopt met werken wanneer ie 64 is en leeft dan nog 16 jaar. In 1935 namen penioenuitkeringen 0,2% van het bnp in, vandaag is dat 7%. Volgens de OESO zal dat percentage tegen 2050 verdubbelen.

In 1950 telden OESO-landen gemiddeld 7 mensen tussen 20 en 64 voor elke 65-plusser; vandaag is die verhouding 4 tot 1 en in 2050 zal ze 2 tot 1 zijn. Het is utopisch te denken dat de tekorten op de arbeidsmarkt, die deze demografische evolutie in de rijke landen zullen creëren, door migranten zullen worden ingevuld. De instroom van immigranten zou dan een veelvoud moeten worden van wat vandaag het geval is, iets wat -de Europese verkiezingen van eerder deze maand indachtig- politiek gezien onmogelijk lijkt.

Bedrijven zullen zich dus moeten aanpassen aan deze nieuwe situatie: oudere mensen zullen moeten blijven werken; bedrijven zullen voor hen aangepaste jobs aan aangepaste salarissen moeten creëren. Dat is niet eens zo'n probleem. Het gros van de zestigplussers gaf onlangs aan graag wat langer te blijven werken indien dat hun pensioenuitkering ten goede komt.

Vanaf 2020 zullen werkgevers weinig meer keus hebben dan massaal 60-plussers in dienst te houden. Het gradueel optrekken van de pensioengerechtigde leeftijd naar zeventig jaar lijkt onvermijdelijk. Totnogtoe heeft enkel Denemarken de wat radicale stap gezet om de pensioenleeftijd te indexeren aan de levensverwachting.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :