Vijf grote Nederlandse pensioenfondsen trekken aan de alarmbel. Ze vrezen dat ze de pensioenen in 2012 moeten verlagen. Met een mediacampagne die vandaag van start gaat, proberen ze politieke druk te zetten op het aftredend kabinet om de regels te versoepelen.
‘Het is gek’, zucht Hans ten Brinke, woordvoerder van ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland. ‘De pensioenpotten zijn nooit zo vol geweest, en toch moeten we overal vertellen dat we arm zijn. Vorig jaar boekte ABP een rendement van 20 procent. En voor dit jaar zitten we nu al boven onze jaardoelstelling van 7 procent.’
Het probleem zit bij de lage rente op tienjaarsobligaties. Net als in België staat de Nederlandse rente op een recordlaagte. Een tienjarige staatslening noteert tegen een rente van 2,49 procent. Het is geleden van de 18de eeuw dat zo’n laag niveau bereikt werd. Toen betaalden provincies als Utrecht en Holland 2,5 procent rente voor eeuwigdurende leningen.
Vervolg
Posts tonen met het label boekhoudregels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boekhoudregels. Alle posts tonen
vrijdag 10 september 2010
zaterdag 13 maart 2010
IASB "bereid te luisteren"
IASB – de autoriteit op gebied van internationale boekhoudregels – staat open voor alternatieven voor de marktwaardering die deel uit maakt van de boekhoudregels voor pensioenen.
Stephen Cooper, lid van het IASB-bestuur, zei op 11 maart op een congres in Schotland dat de IASB “begrip heeft voor de frustratie” tengevolge van het verkeerd prijzen van risico waar dit in de winst en verliesrekening tegenover pensioenuitkeringen wordt geplaatst.
Hij voegde echter toe: “Als we willen vaststellen wat de juiste waardering is, lopen we tegen het probleem aan: als actuele martktprijs niet het antwoord is, wat dan wel? Moeten we dan iedereen maar toestaan om naar believen hun pensioenvermogen aan te passen, afhankelijk van hun opvatting van marktwaardering?”
Marktwaardering die niet gebaseerd is op actuele marktprijs maar op andere methodes kan tot misstanden leiden, vindt hij. Hij haalde het voorbeeld aan van een bedrijf dat het pensioenvermogen met 10% ophoogt omdat men vindt dat de markt 10% is ondergewaardeerd, en het voorbeeld van een sponsorbedrijf dat vindt dat het vermogen met 20% wordt overgewaardeerd, om vervolgens prompt de waarde van het vermogen met 20% te verminderen.
Cooper voegde toe: “We zijn benieuwd wat het alternatief is voor marktwaardewaardering en we zullen daarnaar luisteren. Maar als jullie geen ‘fair value’ willen, wat willen jullie dan wel?”
Het IASB-lid bevestigde ondertussen dat een wijziging van de wijze waarop pensioenverplichtingen worden berekend, of van de dicontovoet, niet aan de orde zijn.
Hij zei tevens dat het nieuwe IAS-conceptvoorstel voor pensioenboekhouding, dat binnen enkele weken verwacht wordt, zich niet met DC-toezeggingen zal bezighouden zoals eerst gedacht. Hij stelde dat DC-toezeggingen voorlopig even “terzijde zijn gelegd en pas weer aan de orde komen als onderdeel van de langetermijn aanpak.”
Wel wordt de zogenaamde ‘corridor’ benadering afgeschaft, waarvan met name Nederlandse pensioenfondsen dankbaar gebruik maakten om grote pensioenschommelingen op de ondernemingsbalans af te vlakken. Door deze mogelijkheid tot ‘smoothing’ weg te nemen, zullen de nieuwe boekhoudregels de volatiliteit van de balans waarschijnlijk vergroten.
Bovendien zullen de nieuwe IAS19 regels waarschijnlijk een zwaardere aanslag voor defined benefit regelingen met zich meebrengen, en de wijze veranderen waarop de post ‘rente-inkomsten en –lasten’ moet worden berekend.
Door deze wijziging kan het voor ondernemingen nadelig worden als hun pensioenfondsen aandelenrisico nemen. De vrees bestaat dat ondernemingen zich onder druk van de boekhoudregels meer zullen gaan bemoeien met het beleggingsbeleid van hun pensioenfondsen.
Volgens Cooper gaat het om een “heel controversieel” punt. Hij stelt dat het huidige gebruik van verwachte aandelenrendementen in het verleden is bekritiseerd omdat deze methode wellicht geen betrouwbaar beeld geeft. In de toekomst heeft volgens hem de voorkeur om de rente-inkomsten en –lasten te berekenen door de discontovoet toe te passen op de netto dekkingspositie van het fonds.
Stephen Cooper, lid van het IASB-bestuur, zei op 11 maart op een congres in Schotland dat de IASB “begrip heeft voor de frustratie” tengevolge van het verkeerd prijzen van risico waar dit in de winst en verliesrekening tegenover pensioenuitkeringen wordt geplaatst.
Hij voegde echter toe: “Als we willen vaststellen wat de juiste waardering is, lopen we tegen het probleem aan: als actuele martktprijs niet het antwoord is, wat dan wel? Moeten we dan iedereen maar toestaan om naar believen hun pensioenvermogen aan te passen, afhankelijk van hun opvatting van marktwaardering?”
Marktwaardering die niet gebaseerd is op actuele marktprijs maar op andere methodes kan tot misstanden leiden, vindt hij. Hij haalde het voorbeeld aan van een bedrijf dat het pensioenvermogen met 10% ophoogt omdat men vindt dat de markt 10% is ondergewaardeerd, en het voorbeeld van een sponsorbedrijf dat vindt dat het vermogen met 20% wordt overgewaardeerd, om vervolgens prompt de waarde van het vermogen met 20% te verminderen.
Cooper voegde toe: “We zijn benieuwd wat het alternatief is voor marktwaardewaardering en we zullen daarnaar luisteren. Maar als jullie geen ‘fair value’ willen, wat willen jullie dan wel?”
Het IASB-lid bevestigde ondertussen dat een wijziging van de wijze waarop pensioenverplichtingen worden berekend, of van de dicontovoet, niet aan de orde zijn.
Hij zei tevens dat het nieuwe IAS-conceptvoorstel voor pensioenboekhouding, dat binnen enkele weken verwacht wordt, zich niet met DC-toezeggingen zal bezighouden zoals eerst gedacht. Hij stelde dat DC-toezeggingen voorlopig even “terzijde zijn gelegd en pas weer aan de orde komen als onderdeel van de langetermijn aanpak.”
Wel wordt de zogenaamde ‘corridor’ benadering afgeschaft, waarvan met name Nederlandse pensioenfondsen dankbaar gebruik maakten om grote pensioenschommelingen op de ondernemingsbalans af te vlakken. Door deze mogelijkheid tot ‘smoothing’ weg te nemen, zullen de nieuwe boekhoudregels de volatiliteit van de balans waarschijnlijk vergroten.
Bovendien zullen de nieuwe IAS19 regels waarschijnlijk een zwaardere aanslag voor defined benefit regelingen met zich meebrengen, en de wijze veranderen waarop de post ‘rente-inkomsten en –lasten’ moet worden berekend.
Door deze wijziging kan het voor ondernemingen nadelig worden als hun pensioenfondsen aandelenrisico nemen. De vrees bestaat dat ondernemingen zich onder druk van de boekhoudregels meer zullen gaan bemoeien met het beleggingsbeleid van hun pensioenfondsen.
Volgens Cooper gaat het om een “heel controversieel” punt. Hij stelt dat het huidige gebruik van verwachte aandelenrendementen in het verleden is bekritiseerd omdat deze methode wellicht geen betrouwbaar beeld geeft. In de toekomst heeft volgens hem de voorkeur om de rente-inkomsten en –lasten te berekenen door de discontovoet toe te passen op de netto dekkingspositie van het fonds.
maandag 24 augustus 2009
Europa : Nieuwe boekhoudregels voor pensioenfondsen in de maak
In sommige landen wordt gekeken naar de rente op staatspapier om de huidige waarde van de toekomstige verplichtingen te berekenen. In andere landen is de rente op de bedrijfsobligaties, of een combinatie van beide, van tel.
Daardoor rapporteren concurrenten die niet onder hetzelfde systeem vallen, hun pensioenverplichtingen op een andere manier met een impact op het bedrijfsresultaat. Het Zweedse nationale boekhoudagentschap wees de International Accounting Standards (IASB) op het probleem. Dat is gegroeid door het uitzonderlijke renteverschil tussen risicoloos staatspapier en bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit.
De rente op bedrijfsobligaties steeg fors sinds het uitbreken van de kredietcrisis. Daardoor zagen betrokken fondsen de huidige waarde van hun toekomstige pensioenverplichtingen afnemen en dat temperde gedeeltelijk de beleggingsverliezen. De rente op overheidsobligaties daalde mede door de monetaire versoepeling van centrale banken. Dat veroorzaakte een verdieping van de put bij andere fondsen.
De IASB zet er haast achter en lanceert een voorstel voor nieuwe regels op haar website. Belanghebbenden krijgen tot eind september de kans om te reageren.
dinsdag 11 maart 2008
Nederlands pensioensysteem in gevaar
Tot 2005 was het bij niet beursgenoteerde ondernemingen te doen gebruikelijk om uitsluitend de betaalde pensioenpremies aan het (bedrijfs)pensioenfonds op de balans op te nemen. Sinds 2005 schrijven nieuwe internationale boekhoudregels echter voor dat daar voortaan ook het verschil tussen de pensioenverplichtingen en de reële waarde van de pensioenbeleggingen moet worden opgenomen.
De gevolgen zijn groot, zo blijkt. Doordat in de nu voorgeschreven berekening van de pensioenverplichtingen ook toekomstige in te schatten indexaties en salarisverhogingen moeten worden meegenomen wordt de pensioenlast voor de werkgever minder voorspelbaar. De nieuwe methode kan daardoor een behoorlijke impact hebben op de balanspositie van de onderneming.
Toegezegd pensioen
Dit is met name het geval voor de onderneming die een zogeheten toegezegde pensioenregeling (defined benefit) aan hun personeel aanbieden en geen deelnemer zijn aan een bedrijfstakpensioenfonds. De middelloonregeling die in de bouw veel wordt toegepast is zo'n regeling. De deelnemer wordt in dat kader een jaarlijkse aanwas van zijn pensioen toegezegd van 2,25 procent van zijn pensioengrondslag. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de gewogen loontrend in de bedrijfstak.
Het risico dat de beleggingen, die als dekking dienen voor de regeling, niet het beoogde resultaat opleveren, is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds en niet bij de deelnemer. Dat alleen al maakt het lastig te voldoen aan de internationale regelgeving. Het bedrijfstakpensioenfonds heeft namelijk onvoldoende gegevens beschikbaar om de vereiste berekeningen, uitgesplitst per aangesloten ondernemen, aan te leveren. Daarom accepteren accountants tot op heden dat er op de balans geen reële waarde van de pensioenbeleggingen wordt opgenomen.
Minder gunstig
Deze uitzonderingspositie is echter internationaal steeds meer onder druk komen te staan, en dreigt in de toekomst zelfs geheel te vervallen. In dat geval is de kans groot dat veel werkgevers zullen overstappen op een ander systeem, waarbij er geen sprake meer is van een toegezegd pensioen, maar nog slechts van een toegezegde werkgeverspremie (defined contribution). Dit systeem maakt de pensioenlasten voor de werkgever beter voorspelbaar. Uit oogpunt van de arbeidsvoorwaarden is dit echter een minder gunstig systeem. Met name ook omdat het beleggingsrisico van de pensioenpremies bij de werknemers zelf komt te liggen. Een ernstige zaak, zo meent Bouwend Nederland. Op het moment dat accountantsregels de inhoud van een arbeidsvoorwaarde als het pensioen gaan bepalen, is het einde van de bedrijfstakpensioenregeling in zicht. En dat terwijl deze regeling zowel werkgevers als werknemers al vele jaren vele voordelen oplevert. Zoals het feit dat een beter pensioen wordt opgebouwd tegen lagere kosten. Maar ook dat er via een bedrijfstakpensioenfonds meer bescherming tegen risico's wordt geboden en meer kans bestaat op een hoger rendement dan wanneer zelf moet worden belegd.
Bouwend Nederland steunt daarom de grootschalige lobby die onder aanvoering van VNO-NCW is gestart voor behoud van het Nederlandse pensioensysteem. Deze richt zich in de eerste plaats op de International Accounting Standards Committee. Oud-minister van Financiën Gerrit Zalm is hier voorzitter van de Raad van Toezichthouders.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :