Zelfstandigen die voor hun 65ste met pensioen willen, betalen daar nu een financiële malus voor. Die malus gaat nu verdwijnen. De Commissie Economie heeft daarvoor vandaag een wetsontwerp goedgekeurd.
Sabine Laruelle, minister van Kmo’s en Zelfstandigen, is blij dat de commissie Economie vandaag haar versoepeling van de pensioenmalus vanaf 2013 heeft aanvaard. De malus is een financiële afstraffing enkel voor actieve zelfstandigen die met vervroegd pensioen willen gaan.
Minister Laruelle: "Voortaan kunnen zelfstandigen op 63 of 64 jaar met vervroegd pensioen gaan zonder hiervoor financieel gestraft te worden. Ook zelfstandigen die voor hun 63ste willen stoppen met werken, kunnen vrijgesteld worden van de malus indien zij een loopbaan van minstens 41 jaar achter de rug hebben.”
Tot op heden moeten zelfstandigen die voor hun 65ste stoppen met werken, een deel van hun pensioen afstaan volgens het malussysteem. Zo verliest bijvoorbeeld een zelfstandige die op zijn 60ste met vervroegd pensioen gaat ruim 25% van zijn pensioen.
Vervolg
Overzicht Acerta
Twitter mee over de pensioenhervormingen #bpension
Posts tonen met het label voka. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voka. Alle posts tonen
vrijdag 16 maart 2012
maandag 12 september 2011
Bij het maken van carrièrekeuzes hebben sollicitanten ook meer en meer oog voor het pensioen.
De overheid weet opnieuw jong talent aan te trekken, dankzij hogere starterslonen. Dat blijkt uit een onderzoek van hr-specialist Hudson in opdracht Voka.
“Ambtenaar is plots hip”, zo concludeerde Selor, het selectiebureau van de overheid, na de vaststelling dat in 2010 een recordaantal werkzoekenden ambtenaar wilde worden. Werk-zekerheid en een hoog startersloon blijken duizenden sollicitanten aan te trekken. Ondertussen zit de privésector met de handen in het haar omdat ze haar vacatures maar moeizaam ingevuld krijgt. En de situatie lijkt er niet beter op te worden. Op vijf jaar tijd moeten meer dan 450.000 jobs ingevuld geraken.
Om een objectief beeld te krijgen van de verloning heeft Voka aan HR-specialist Hudson gevraagd om een analyse te maken, en het verloningspakket te vergelijken van benoemde statutaire ambtenaren en werknemers in de privésector. Tegelijk is op adviesbureau AON Hewitt een beroep gedaan om ook de pensioenen van beide categorieën concreet in kaart te brengen
Bij het maken van carrièrekeuzes hebben sollicitanten ook meer en meer oog voor het pensioen. AON Hewitt voerde in opdracht van Voka een vergelijking uit, zowel op het vlak van het wettelijk pensioen (eerste pijler) als het totaal pensioen (eerste en tweede pijler).
Weinig verrassend is de vaststelling dat de overheidspensioenen de wettelijke privépensioenen ver overtreffen. Dat is in het verleden altijd verdedigd als een uitgesteld loon voor ambtenaren. Maar het Voka-onderzoek over de verloning toont aan dat dit niet langer zomaar opgaat.
Enkel door het aanbieden van een aanvullend pensioen benen de ondernemingen de overheid bij voor de meeste van de onderzochte functies. Daarbij moet wel de kanttekening gemaakt worden dat naar schatting 40 procent van de werknemers in de privésector nog niet over een aanvullend pensioen beschikt.
Vervolg
Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)
“Ambtenaar is plots hip”, zo concludeerde Selor, het selectiebureau van de overheid, na de vaststelling dat in 2010 een recordaantal werkzoekenden ambtenaar wilde worden. Werk-zekerheid en een hoog startersloon blijken duizenden sollicitanten aan te trekken. Ondertussen zit de privésector met de handen in het haar omdat ze haar vacatures maar moeizaam ingevuld krijgt. En de situatie lijkt er niet beter op te worden. Op vijf jaar tijd moeten meer dan 450.000 jobs ingevuld geraken.
Om een objectief beeld te krijgen van de verloning heeft Voka aan HR-specialist Hudson gevraagd om een analyse te maken, en het verloningspakket te vergelijken van benoemde statutaire ambtenaren en werknemers in de privésector. Tegelijk is op adviesbureau AON Hewitt een beroep gedaan om ook de pensioenen van beide categorieën concreet in kaart te brengen
Bij het maken van carrièrekeuzes hebben sollicitanten ook meer en meer oog voor het pensioen. AON Hewitt voerde in opdracht van Voka een vergelijking uit, zowel op het vlak van het wettelijk pensioen (eerste pijler) als het totaal pensioen (eerste en tweede pijler).
Weinig verrassend is de vaststelling dat de overheidspensioenen de wettelijke privépensioenen ver overtreffen. Dat is in het verleden altijd verdedigd als een uitgesteld loon voor ambtenaren. Maar het Voka-onderzoek over de verloning toont aan dat dit niet langer zomaar opgaat.
Enkel door het aanbieden van een aanvullend pensioen benen de ondernemingen de overheid bij voor de meeste van de onderzochte functies. Daarbij moet wel de kanttekening gemaakt worden dat naar schatting 40 procent van de werknemers in de privésector nog niet over een aanvullend pensioen beschikt.
Vervolg
Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)
Overheid betaalt beter dan privésector
Een recordaantal werkzoekenden wil ambtenaar worden, terwijl de privésector de komende vijf jaar 450.000 banen moet invullen. Dat jongeren ook naar een overheidsjob hengelen omdat het startersloon hoger is dan in de privésector is verrassend en nieuw, concludeert een studie van werkgevers-organisatie Voka.
Voka schakelde HR-specialist Hudson in om een vergelijking te maken tussen wat de federale en Vlaamse overheid aan haar benoemde statutaire ambtenaren betaalt en wat in de privésector wordt aangeboden. Aan adviesbureau AON werd gevraagd ook de pensioenen van beide categorieën concreet in kaart te brengen. De resultaten van de studie werden enkele dagen geleden voorgesteld aan de algemene vergadering van Voka.
Vervolg
Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)
Voka schakelde HR-specialist Hudson in om een vergelijking te maken tussen wat de federale en Vlaamse overheid aan haar benoemde statutaire ambtenaren betaalt en wat in de privésector wordt aangeboden. Aan adviesbureau AON werd gevraagd ook de pensioenen van beide categorieën concreet in kaart te brengen. De resultaten van de studie werden enkele dagen geleden voorgesteld aan de algemene vergadering van Voka.
Vervolg
Nieuw ! Pensiontalk Mobile (betaversie)
donderdag 28 oktober 2010
Colloquium pensioenen 26 oktober 2010 - Europa en de vergrijzing: de toekomst van onze pensioenen
Assuralia organiseerde op 26 oktober 2010 een colloquium over “Europa en de vergrijzing: de toekomst van onze pensioenen” met de steun van VBO, Voka, UWE en Beci.
Een verslag van het beleidsdebat met Bruno Tobback (sp.a), Pieter Timmermans (VBO) en Daniel Bacquelaine (MR) vindt u in Assurinfo nr. 34 van 4 november 2010.
Presentaties en toespraken :
Een verslag van het beleidsdebat met Bruno Tobback (sp.a), Pieter Timmermans (VBO) en Daniel Bacquelaine (MR) vindt u in Assurinfo nr. 34 van 4 november 2010.
Presentaties en toespraken :
- Bart De Smet, Voorzitter Assuralia
- Michel Daerden, Minister van Pensioenen
- Prof. Marc De Vos, General Director Itinera
- Jung-Duk Lichtenberger, Europese Commissie, mede-auteur Europees groenboek
- Xavier Larnaudie-Eiffel, CNP, voorzitter Life Committee CEA - Insurers of Europe
- Peter Leyman, Gedelegeerd bestuurder VOKA
- Rudy De Leeuw, Voorzitter ABVV
- Conclusies : Bart De Smet, Voorzitter Assuralia
woensdag 15 september 2010
Voka vraagt solidariteit van gepensioneerden met werkenden
De Vlaamse werkgeversorganisatie Voka roept de gepensioneerden en bruggepensioneerden op tot solidariteit met de werkenden. Vandaag komen die gepensioneerden juist op straat voor betere pensioenen. Maar, aldus Voka, hogere uitkeringen zijn nu niet realistisch.
Volgens Peter Leyman, de gedelegeerd bestuurder van Voka, getuigt de geplande pensioenbetoging van weinig realisme en solidariteitszin. "We staan aan de vooravond van eengrote, maar noodzakelijke besparingsronde. Dan hogere uitkeringen eisen verzwaart de factuur die uiteindelijk door alle werkenden zal moeten worden betaald".
Voka wijst er nog op dat de sociale uitkeringen sinds 2006 zijn gestegen. Sinds het Generatiepact worden ze immers gekoppeld aan de welvaart.
Volgens Peter Leyman, de gedelegeerd bestuurder van Voka, getuigt de geplande pensioenbetoging van weinig realisme en solidariteitszin. "We staan aan de vooravond van eengrote, maar noodzakelijke besparingsronde. Dan hogere uitkeringen eisen verzwaart de factuur die uiteindelijk door alle werkenden zal moeten worden betaald".
Voka wijst er nog op dat de sociale uitkeringen sinds 2006 zijn gestegen. Sinds het Generatiepact worden ze immers gekoppeld aan de welvaart.
dinsdag 14 september 2010
De "to do’s" voor de volgende regering
Mochten de politici er nog aan twijfelen, voor de Vlaamse ondernemers en kaderleden is het zonneklaar. België moet evolueren naar een confederaal model, waarvan het economische en politieke zwaartepunt bij de regio’s ligt. 54,7 procent vindt dit een noodzaak, voor 34 procent is het wenselijk. De respondenten steunen het idee om vooral werk te maken van de volledige regionalisering van de arbeidsmarkt (78%), de werkloosheidsuitkeringen (75%), de gezondheidszorg (59%) en - opmerkelijk - de pensioenen (58%). Dat zijn ook de thema’s die lang op de preformatietafel lagen. De discussie over het arbeidsmarktbeleid focust op het responsabiliseren van de gewesten. Vooral de Vlaamse onderhandelaars willen een einde maken aan het perverse systeem waarbij regio’s meer geld incasseren als ze het aantal werklozen zien stijgen. Wie meer mensen aan het werk krijgt, moet daarvoor beloond worden en dus niet financieel bestraft.
donderdag 3 juni 2010
Voka: "Problemen in ons land zijn pak erger geworden"
"We hebben geen nieuws, onze eisen zijn niet veranderd!" De boodschap van Voka is duidelijk: sinds de federale verkiezingen van 2007 is er geen werk gemaakt van de eisen die de ondernemersorganisatie destijds naar voren schoof. "De fundamentele problemen in ons land zijn niet veranderd, alleen is de situatie nog een pak erger geworden", verduidelijkt gedelegeerd bestuurder Peter Leyman.
dinsdag 9 februari 2010
Chris Verhaegen (EFRP): In kleine stapjes naar een grote hervorming
Pensioenen: de weg vooruit
“Maar we hebben die hervorming echt wel nodig”, meent Leen Steppe, head of product portfolio, legal & risk management bij AG Insurance. Twee getuigenissen van op het veld.
Op het politieke niveau ligt een grote pensioenhervorming blijkbaar verder af dan ooit. Want ook de ‘grote’ pensioenconferentie die nu toch al een hele tijd is aangekondigd, komt er blijkbaar niet. Dat is toch wat de federale minister van Pensioenen eind januari liet verstaan.
Hervormen in kleine stappen dan maar? “Kleine stapjes, kleine maatregelen kunnen op termijn ook grote effecten hebben”, zegt Chris Verhaegen. Ze wijst bijvoorbeeld naar een aantal maatregelen die in de jaren –’80 genomen zijn: de introductie van gelijkgestelde periodes en de invoering van een plafond voor pensioenuitkeringen. “De directe impact daarvan was nagenoeg nihil. We zien de effecten nu pas.”
verschil
Maar het zijn, zegt Verhaegen, in dat geval wel effecten die ze liever niet had gezien: het wettelijk pensioen is erg laag geworden, té laag. En er is nagenoeg geen verschil meer in de uitkering voor mensen die hun hele leven gewerkt hebben, en wie dat niet heeft gedaan. “Kleine mechanismes kunnen over de jaren heen dus wel een verschil maken. Het begint met een klein procentje, en het wordt op de duur een hele som.”
“In de jaren ’90 hebben we bijvoorbeeld ook de wettelijke pensioenleeftijd voor vrouwen gradueel opgetrokken van 60 naar 65 jaar. Dat is relatief geruisloos gegaan. Maar op kruissnelheid, in 2009, levert dat wel een besparing op van een half miljard euro, recurrent, ieder jaar, die volledig door de vrouwelijke werknemers wordt gedragen.”
Wat moet er dan nu gebeuren?
tweede pijler
Wat is dan toch het probleem met het wettelijke pensioen? Leen Steppe (AG Insurance) maakt het niet te ingewikkeld: “De betaalbaarheid komt in het gedrang, als gevolg van de vergrijzing.” Vergrijzing is het resultaat van twee bewegingen, zegt ze. “Fenomeen één: de babyboomers gaan met pensioen. Dat is een heel grote groep. En de nieuwkomers, de jongeren die de arbeidsmarkt betreden, zijn met veel minder. Er komen dus veel minder bijdragen. En fenomeen twee: de mensen leven langer. Een gemiddeld pensioen duurt veel en veel langer dan dertig jaar geleden.” Chris Verhaegen drukt het iets plastischer uit. “Een volgende generatie gaat op pensioen terwijl de vorige nog niet gestorven is. Dat is nieuw.”
De hoogte van het wettelijk pensioen beantwoordt ook niet aan de verwachtingen van de mensen. Leen Steppe: “De gepensioneerde krijgt een pensioen dat lager is dan de helft van zijn laatste loon. En op termijn zal dat nog verminderen. Dat is een probleem, want mensen zijn vandaag gewend aan hun welvaartsniveau. Ze willen dat liever niet terugschroeven. En dus is er een acute vraag naar een inkomen na het pensioen, dat ongeveer overeenstemt met wat men gewoon was.”
Een vraag naar een tweede pijler dus, het aanvullend pensioen (in vele gevallen: de groepsverzekering). Leen Steppe: “Die tweede pijler geeft een aantal antwoorden, inderdaad. Het is een systeem met kapitalisatie, terwijl het wettelijke pensioen er een is met repartitie. De combinatie van die twee vlakt het risico van elke pijler afzonderlijk uit. Het is duidelijk dat beide systemen complementair zijn.”
Alleen… niet iedereen heeft vandaag zo’n tweede pijler. Chris Verhaegen: “De Wet op het Aanvullend Pensioen (WAP) dateert van 2003. Wel, ze was 20 jaar eerder moeten komen. Nu is het te weinig en te laat.”
Tot 2004 bestond de tweede pijler vooral uit ondernemingsplannen, en vooral bij grote bedrijven. Nu zijn er ook sectorplannen. Ze zijn een stuk algemener geworden.
Leen Steppe: “In 2010 zal naar schatting 75 procent van de werknemers een pensioenplan hebben. Dat lijkt niet slecht, maar veel van die plannen zijn heel zuinig gefinancierd, met soms maar een halve procent van het loon. Om een beetje kapitaalopbouw te realiseren, heb je toch minimaal vijf procent nodig, en liefst meer.”
zelf sparen
Positief aan de tweede pijler is dat er een lineair verband is tussen bijdragen en uitkeringen: hoe meer er voor je groepsverzekering is aanbetaald, hoe hoger het kapitaal. Negatief is dan weer dat die tweede pijler de loonkosten de hoogte in duwt. Chris Verhaegen: “Dat is inderdaad zo. Dat kan je alleen oplossen als je de werknemers én de vakbonden kan overtuigen om pensioenbijdragen in de tweede pijler te verkiezen boven loonsverhogingen. Dat is een moeilijk verhaal.”
Slotsom? Chris Verhaegen: “De mensen zullen een mentale klik moeten maken. Jonge mensen zullen moeten beseffen dat ze moeten sparen voor het pensioen. Dat is nieuw. Ik denk dat het zou helpen als we, zoals in Zweden, aan de mensen al op jonge leeftijd kunnen vertellen hoeveel ze zullen ontvangen, van hun wettelijk pensioen én van hun tweede pijler. Dan zien ze meteen of ze nog een derde pijler nodig hebben. Helaas, instrumenten om zo’n prognoses te kunnen maken zijn in ons land nog niet voorhanden.”
Leen Steppe: “We moeten terug een evenwicht brengen tussen wat gewenst is en wat mogelijk is.”
Voka-opinie
Een langetermijnvisie voor ons pensioen
De pensioenproblematiek dringt, er zijn dus al op korte termijn een aantal maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat de problemen niet ontsporen. Maar die kortetermijnmaatregelen moeten duidelijk kaderen in een visie op de lange termijn. Dat is de reden waarom een Voka-werkgroep van specialisten de voorbije maanden zo’n visie heeft ontwikkeld: ‘Pensioenen: de weg vooruit’.
Aan de basis van die visie liggen een aantal doelstellingen: het pensioenstelsel van de toekomst moet eerlijk zijn, betaalbaar en transparant, en op de weg daarheen willen we niets terugnemen op bestaande rechten. Maar we willen wel de toekomstverwachtingen bijstellen.
Het pensioenstelsel van de toekomst moet ook aan een aantal concrete criteria voldoen. Het moet arbeidsactiverend zijn en mensen dus aanzetten tot werk. Langer werken moet aangemoedigd worden, vroegtijdige uittreding ontmoedigd. De band tussen betaalde bijdragen en opgebouwde rechten moet hersteld worden. Drempels voor arbeidsmobiliteit (tussen ondernemingen, tussen privésector en overheid) moeten weggewerkt worden. En het pensioenstelsel van de toekomst mag de kosten voor ondernemen niet verhogen.
Met die principes en criteria is de Voka-werkgroep tot een aantal concrete toekomstrichtingen gekomen.
- Stap af van de wettelijke pensioenleeftijd, en leg een minimale beroepsloopbaan vast. Koppel de pensioenuitkering aan het aantal gewerkte jaren, beloon langer werken en verreken korter werken. Verreken ook systematisch de stijgende levensverwachting.
- Voer het brugpensioen af, want dat is onbetaalbaar. De beste bescherming tegen armoede is: langer werken.
- Beperk de gelijkgestelde periodes. Vandaag is 30 procent van de uitkeringen gebaseerd op gelijkgestelde (niet gewerkte) periodes. Behoud de thematische en werkgerichte verloven, maak de gelijkstelling degressief voor werkloosheid, en schaf de gelijkstelling af voor tijdskrediet.
- Bouw een Vlaamse zorgverzekering uit op basis van de verzekeringsfilosofie, om ook de niet-medische zorgen voor ouderen te kunnen dekken.
- Stimuleer het aanvullend pen-sioen. Wijs, binnen de loonnorm, een deel van de marge boven de index toe aan de opbouw van een aanvullend pensioen.
- Hervorm het ambtenarenstatuut gradueel richting werknemersstatuut. Inclusief een vergelijkbare pensioenformule.
Jongeren en pensioen
Wees maar zeker dat het pensioendebat bij de jongeren leeft. Dat is toch wat we horen bij de voorzitters van Jong CD&V, Jong VLD en Jong N-VA. “We zijn hier heel zeker mee bezig” - “Jonge mensen beginnen zich ongerust te maken” – “Het is een van de grote uitdagingen van vandaag”.
Zijn jonge mensen, jonge politici zich bewust van het pensioenprobleem? Hoe kijken ze naar vergrijzing? En naar welke oplossingsrichtingen gaat hun aandacht vooral? Vokatribune vroeg het aan drie jongerenvoorzitters.
tewerkstellingsgraad
Pieter Marechal, Jong CD&V: “Wij pleiten voor snelle hervormingen. Morgen is het te laat. De welvaartstaat staat onder druk, inclusief de pensioenen. We willen voorkomen dat het systeem in elkaar klapt. Er moeten drie dingen gebeuren: de openbare schuld moet naar beneden, de tewerkstellingsgraad moet omhoog – met meer mensen langer aan de slag – en het pensioenstelsel moet hervormd worden. Twee zaken zijn belangrijk voor dat laatste. De gelijkgestelde periodes moeten ingeperkt worden. Alle niet-thematische verloven kunnen volgens ons niet langer gelijkgesteld worden. En we moeten ook, zonder de solidariteit te verlaten, opnieuw een billijke link tussen bijdragen en uitkeringen invoeren. Het dringendste is die tewerkstellingsgraad. De rest moet volgen. Want als we die ingrepen niet doen, dan wordt onze sociale welvaartstaat onhoudbaar.”
derde pijler
Philippe De Backer, Jong VLD: “Het aantal gepensioneerden in armoe neemt almaar toe, zeker onder zelfstandigen. Maar de budgettaire ruimte om daar iets aan te doen is heel beperkt. Wij dringen vooral aan op de derde pijler, de eigen inspanning. De tweede pijler ziet er misschien wel mooi uit, maar als we het aanvullend pensioen voor iedereen invoeren en op een voldoende hoog niveau, dan gaat dat het probleem van de loonkosten alleen nog scherper maken. Het komt er vooral op aan om mensen meer flexibiliteit te geven in het plannen van de loopbaan. Dat kan makkelijker in de derde pijler. Het brugpensioen? Dat is een duivelspact tussen werkgevers en werknemers, op kosten van de gemeenschap. Dat moeten we dus laten uitdoven. En het ambtenarenpensioen moeten we op termijn op het niveau van de privésector brengen. De politiek moet de leiding nemen en in overleg met de sociale partners, de nodige stappen zetten.”
sparen
David Manaigre, Jong N-VA: “De volgende generatie moet nu de pensioenen van vandaag betalen, én die van morgen. De indruk ontstaat dat onze generatie twee keer zal moeten betalen. Mensen zullen in de eerste plaats voor een stuk zelf hun pensioen veilig moeten stellen. Sparen dus. De druk neemt dus toe: jonge gezinnen moeten voortaan niet alleen een huis kopen, maar ook geld opzij leggen voor later. Niet iedereen zal dat kunnen, een minimum aan wettelijk pensioen is dus nodig. Er zijn een aantal ingrepen mogelijk: brugpensioenen terugschroeven, een minimumloopbaan vastleggen, ouderen langer aan het werk houden door ze meer flexibiliteit te geven, het ambtenarenstatuut onder de loep nemen – niet alleen het pensioen, maar het hele statuut. En natuurlijk ook komaf maken met het onderscheid tussen arbeiders en bedienden.Het wordt wel dringend. We hebben geen tien jaar tijd meer. Maar de huidige generatie 50-ers maakt zich blijkbaar geen zorgen.”
donderdag 4 februari 2010
Pensioenen: jongeren onredelijk (en) stil
De oudere Vlaming wil werken, maar niet te lang. De jongere wil lang niet te veel werken. En iedereen lijkt te denken dat niemand daarvoor de rekening hoeft te betalen. Wie te lang blijft dromen, zal hard landen.
Het Europees Sociaal Fonds (ESF) liet door onderzoeksbureau BeXpertise uitzoeken hoe de Vlaming aankijkt tegen zijn carrièreverloop. De conclusies zijn ontluisterend.
Slechts een op drie is van plan om tot zijn 60ste te werken. De derde die voortwerkt, betaalt daardoor het gelag voor de andere twee. De pensioenen van de voortijdige arbeidsmarktverlaters worden namelijk onvoldoende actuarieel berekend: hun pensioen ligt niet evenredig lager dan de ontbrekende jaren werk die er tegenover zouden moeten staan.
Werken tot 50
Maar niet enkel de oudere werknemer betaalt de prijs van die oversolidariteit. Ook de jongeren zijn in de aap gelogeerd. Zij betalen immers tweemaal pensioenbijdragen: eenmaal voor de gepensioneerden op rust, en eenmaal voor zichzelf via aanvullende pensioenplannen. De eerste bijdrage mag dan wel gebaseerd zijn op het repartitiebeginsel, het mag tegelijk duidelijk zijn dat de jongeren nu meer betalen dan ze ooit zullen terugkrijgen van de wettelijke pijler. Het is dan ook hallucinant in het BeXpertise-onderzoek te lezen dat een op zeven jongeren tussen 16 en 20 jaar het voor zijn vijftigste voor bekeken wil houden op de arbeidsmarkt.
De arbeidsactieven tussen twintig en vijftig jaar houden zich opvallend stil. Vooral bij de jongeren lijkt er helemaal geen besef te bestaan van de ernst van de situatie. Nochtans betalen zij binnenkort onredelijk veel voor een generatie die vaak onredelijk weinig heeft bijgedragen.
Stilte
Waar blijft dan de revolte? De furore over het onrecht binnen en tussen generaties? De roep om een écht participatiepact? Jongerenorganisaties en jongerenbewegingen van politieke partijen kunnen zich maar beter snel onder één banier scharen en dat generationele schisma hoogdringend aankaarten.
Vermoedelijk winden jongeren zich amper op over hun toekomst omdat die nog zo ver voor hen ligt. Een bedrijf dat herstructureert en daardoor in zijn extralegale voordelen snijdt, krijgt een aanvullend pensioen gemakkelijker afgeschaft dan een hospitalisatieverzekering. Bij die laatste is de ‘redding’ bij het voordoen van een risico veel tastbaarder dan de bescherming tegen het risico dat er op latere leeftijd onvoldoende inkomen is.
Onredelijke verwachtingen
Uit het BeXpertise-onderzoek blijkt dat 61% van de werknemers opleiding en begeleiding verwacht van hun werkgever. Bij de 50-plussers is dat 67%, in de groep van de 36- tot 50-jarigen zelfs 78%!
‘Verzilver het grijze kapitaal’, is de mantra die ook werkgeversorganisaties aan hun leden meegeven. Talent wordt schaarser en ervaring is een troef. Blijf dus investeren in (de aanwerving van) oudere werknemers.
Het wordt de ondernemingen echter niet gemakkelijk gemaakt. Een 58-jarige aanwerven en opleiden, zorgt voor een hoge loonkost, die rendabel kan zijn op een tewerkstellingstraject van 7 jaar (tot de pensioensgerechtigde leeftijd van 65). Maar een werkgever is niet naïef. Als twee op de drie oudere werknemers voor zijn zestigste wil uittreden, is er 66,7% kans dat zijn investering verlieslatend zal blijken...
Het Europees Sociaal Fonds (ESF) liet door onderzoeksbureau BeXpertise uitzoeken hoe de Vlaming aankijkt tegen zijn carrièreverloop. De conclusies zijn ontluisterend.
Slechts een op drie is van plan om tot zijn 60ste te werken. De derde die voortwerkt, betaalt daardoor het gelag voor de andere twee. De pensioenen van de voortijdige arbeidsmarktverlaters worden namelijk onvoldoende actuarieel berekend: hun pensioen ligt niet evenredig lager dan de ontbrekende jaren werk die er tegenover zouden moeten staan.
Werken tot 50
Maar niet enkel de oudere werknemer betaalt de prijs van die oversolidariteit. Ook de jongeren zijn in de aap gelogeerd. Zij betalen immers tweemaal pensioenbijdragen: eenmaal voor de gepensioneerden op rust, en eenmaal voor zichzelf via aanvullende pensioenplannen. De eerste bijdrage mag dan wel gebaseerd zijn op het repartitiebeginsel, het mag tegelijk duidelijk zijn dat de jongeren nu meer betalen dan ze ooit zullen terugkrijgen van de wettelijke pijler. Het is dan ook hallucinant in het BeXpertise-onderzoek te lezen dat een op zeven jongeren tussen 16 en 20 jaar het voor zijn vijftigste voor bekeken wil houden op de arbeidsmarkt.
De arbeidsactieven tussen twintig en vijftig jaar houden zich opvallend stil. Vooral bij de jongeren lijkt er helemaal geen besef te bestaan van de ernst van de situatie. Nochtans betalen zij binnenkort onredelijk veel voor een generatie die vaak onredelijk weinig heeft bijgedragen.
Stilte
Waar blijft dan de revolte? De furore over het onrecht binnen en tussen generaties? De roep om een écht participatiepact? Jongerenorganisaties en jongerenbewegingen van politieke partijen kunnen zich maar beter snel onder één banier scharen en dat generationele schisma hoogdringend aankaarten.
Vermoedelijk winden jongeren zich amper op over hun toekomst omdat die nog zo ver voor hen ligt. Een bedrijf dat herstructureert en daardoor in zijn extralegale voordelen snijdt, krijgt een aanvullend pensioen gemakkelijker afgeschaft dan een hospitalisatieverzekering. Bij die laatste is de ‘redding’ bij het voordoen van een risico veel tastbaarder dan de bescherming tegen het risico dat er op latere leeftijd onvoldoende inkomen is.
Onredelijke verwachtingen
Uit het BeXpertise-onderzoek blijkt dat 61% van de werknemers opleiding en begeleiding verwacht van hun werkgever. Bij de 50-plussers is dat 67%, in de groep van de 36- tot 50-jarigen zelfs 78%!
‘Verzilver het grijze kapitaal’, is de mantra die ook werkgeversorganisaties aan hun leden meegeven. Talent wordt schaarser en ervaring is een troef. Blijf dus investeren in (de aanwerving van) oudere werknemers.
Het wordt de ondernemingen echter niet gemakkelijk gemaakt. Een 58-jarige aanwerven en opleiden, zorgt voor een hoge loonkost, die rendabel kan zijn op een tewerkstellingstraject van 7 jaar (tot de pensioensgerechtigde leeftijd van 65). Maar een werkgever is niet naïef. Als twee op de drie oudere werknemers voor zijn zestigste wil uittreden, is er 66,7% kans dat zijn investering verlieslatend zal blijken...
Basisprincipes voor een ideaal pensioenstelsel
Zal de nationale Conferentie voor pensioenen voldoen aan onze verwachtingen? Zal het de oplossingen vooruitschuiven die we nodig hebben? Na een korte schets van ons huidig pensioenstelsel stelt Voka, De Vlaamse kamer voor Koophandel, de basis principes voor die essentieel zijn voor de leefbaarheid van een systeem dat als doel heeft de welvaart voor toekomstige senioren veilig te stellen. De combinatie van herverdeling en kapitalisering, de groei van de vervangingsratio en de berekening van het pensioen op basis van loopbaanduur zijn enkele van deze principes.
Pensioenen - De Weg Vooruit
Pensioenen - De Weg Vooruit
zondag 24 januari 2010
Voka pleit voor einde brugpensioenstelsel.
Het brugpensioenstelsel moet op termijn afgevoerd worden. Dat is een van de opvallendste punten uit het pensioenhervormingsrapport van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka. Ze pleit onder meer nog voor het invoeren van een loopbaanrekening, een beperking van de gelijkgestelde periodes en een hervorming van de ambtenarenpensioenen.
"De huidige pensioenbenadering faalt", zegt Voka in het rapport "Pensioenen: de weg vooruit". Het huidige systeem slaagt er onvoldoende in om solidair en rechtvaardig te zijn en mensen te belonen voor hun geleverde prestaties, luidt het.
Om de pensioenen betaalbaar te houden, moeten er allereerst maatregelen genomen worden om de mensen langer aan het werk te houden, vindt de werkgeversorganisatie. Ze pleit voor een loopbaanrekening die het aantal gewerkte jaren bijhoudt. Wie langer werkt, moet daarvoor een beloning krijgen, terwijl korter werken negatief verrekend zou worden in de pensioenbetaling. Een bonus-malussysteem dus.
Voorts moet het brugpensioenstelsel afgevoerd worden. "Het staat haaks op de inspanningen om mensen langer aan het werk te houden" en het wordt momenteel "excessief gebruikt en zelfs misbruikt", aldus Voka. "Het stelsel moet verdwijnen en vervangen worden door een activerend beleid dat elke drempel naar werk en herintrede wegneemt."
In een eerste fase moet het brugpensioen alvast herzien worden als gelijkgestelde periode. Dat is een periode waarin een werknemer niet werkt, maar tijdens dewelke wel pensioen opgebouwd wordt. Voka wil dat dergelijke periodes beperkt worden tot werkgerichte en thematische verloven (zoals zwangerschaps- en ouderschapsverlof). Voor werkloosheid en brugpensioen zou de gelijkstelling na verloop van tijd afgebouwd worden. "Brugpensioen bevat nu geen enkele incentive om werk te zoeken. Met een degressieve pensioenopbouw is die incentive er wel", luidde het. Tijdskrediet mag niet langer meetellen voor het pensioen.
De Vlaamse werkgeversorganisatie wil ook het aanvullend pensioen versterken. Nu heeft maar 56 procent van de werknemers een "tweede pijler". Voka wil dat tijdens de volgende onderhandelingen over een interprofessioneel akkoord een deel van de marge binnen de loonnorm niet naar loonsverhoging gaat, maar naar opbouw van het aanvullend pensioen.
Ten slotte moet het voordelige ambtenarenpensioen hervormd worden. "Het onderscheid tussen werknemers aan de overheid en werknemers in de private sector is achterhaald. Ambtenaren moeten werknemers worden en dus ook een gelijkaardige pensioenberekening hebben", stelt het Voka-rapport.
De werkgeversorganisatie beklemtoont dat het gaat om projecten op lange termijn en dat het zeker niet de bedoeling is om eerder verworven rechten terug te nemen.
"De huidige pensioenbenadering faalt", zegt Voka in het rapport "Pensioenen: de weg vooruit". Het huidige systeem slaagt er onvoldoende in om solidair en rechtvaardig te zijn en mensen te belonen voor hun geleverde prestaties, luidt het.
Om de pensioenen betaalbaar te houden, moeten er allereerst maatregelen genomen worden om de mensen langer aan het werk te houden, vindt de werkgeversorganisatie. Ze pleit voor een loopbaanrekening die het aantal gewerkte jaren bijhoudt. Wie langer werkt, moet daarvoor een beloning krijgen, terwijl korter werken negatief verrekend zou worden in de pensioenbetaling. Een bonus-malussysteem dus.
Voorts moet het brugpensioenstelsel afgevoerd worden. "Het staat haaks op de inspanningen om mensen langer aan het werk te houden" en het wordt momenteel "excessief gebruikt en zelfs misbruikt", aldus Voka. "Het stelsel moet verdwijnen en vervangen worden door een activerend beleid dat elke drempel naar werk en herintrede wegneemt."
In een eerste fase moet het brugpensioen alvast herzien worden als gelijkgestelde periode. Dat is een periode waarin een werknemer niet werkt, maar tijdens dewelke wel pensioen opgebouwd wordt. Voka wil dat dergelijke periodes beperkt worden tot werkgerichte en thematische verloven (zoals zwangerschaps- en ouderschapsverlof). Voor werkloosheid en brugpensioen zou de gelijkstelling na verloop van tijd afgebouwd worden. "Brugpensioen bevat nu geen enkele incentive om werk te zoeken. Met een degressieve pensioenopbouw is die incentive er wel", luidde het. Tijdskrediet mag niet langer meetellen voor het pensioen.
De Vlaamse werkgeversorganisatie wil ook het aanvullend pensioen versterken. Nu heeft maar 56 procent van de werknemers een "tweede pijler". Voka wil dat tijdens de volgende onderhandelingen over een interprofessioneel akkoord een deel van de marge binnen de loonnorm niet naar loonsverhoging gaat, maar naar opbouw van het aanvullend pensioen.
Ten slotte moet het voordelige ambtenarenpensioen hervormd worden. "Het onderscheid tussen werknemers aan de overheid en werknemers in de private sector is achterhaald. Ambtenaren moeten werknemers worden en dus ook een gelijkaardige pensioenberekening hebben", stelt het Voka-rapport.
De werkgeversorganisatie beklemtoont dat het gaat om projecten op lange termijn en dat het zeker niet de bedoeling is om eerder verworven rechten terug te nemen.
vrijdag 22 januari 2010
Pensioenperikelen toen en nu
Net als Willem Elsschot in zijn roman Pensioen in 1937 stelt de gedelegeerd bestuurder van Voka, Peter Heyman, vandaag het pensioenbeleid aan de kaak.
Toen de Duitse staatsman Otto von Bismarck het eerste staatspensioenfonds oprichtte in 1889, kon hij niet bevroeden dat er in de twintigste eeuw zoveel om te doen zou zijn in een groot deel van de westerse landen. Gaandeweg zou het pensioen, en meer bepaald de pensioengerechtigde leeftijd, een belangrijke rol spelen in loononderhandelingen tussen de staat en de vakbonden.
Ondertussen is het pensioen een verworvenheid. De huidige Belgische pensioensbenadering faalt, zo liet Peter Heyman weten. De gedelegeerd bestuurder van het Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen, steunt zich daarvoor op het eindrapport Pensioenen, de weg vooruit van de Voka-werkgroep pensioenen. 'Voka wil brugpensioen afschaffen' en 'Een derde pensioen niet zelf verdiend' waren alarmerende koppen vorige week in deze krant. Een hele reeks knelpunten werd opgesomd in het rapport, en het gaat daarbij niet alleen om de financiële gevolgen van de toenemende vergrijzing. Misbruik van het pensioensysteem bijvoorbeeld is het Voka een doorn in het oog.
In Willem Elsschots roman Pensioen uit 1937 wordt het hoofdpersonage Frans Laarmans geconfronteerd met een schoonmoeder die het pensioensysteem aardig naar haar hand zet. Behalve Fine, de echtgenote van Laarmans, heeft de vrouw nog een dochter en drie zonen, maar ze bekommert zich enkel om zoon Willem. Ze legt zich volledig toe op de zorg voor deze soldaat-zeeman die tijdens de Eerste Wereldoorlog krijgsgevangene wordt. Om zijn leven in het Duitse kamp Soltau draaglijker te maken, stuurt ze hem geregeld pakjes met kleding en levensmiddelen. Al gauw krijgt de jongeman van zijn medekampgenoten de bijnaam Pakje. Voor zijn vertrek naar het front heeft Willem nog een kind verwekt, Alfred, maar hij heeft verzuimd zijn zoontje te erkennen.
Dan krijgt de familie te horen dat Willem op 30 oktober - 'drie weken voor 't sluiten van den vrede' - gestorven is aan een kwaadaardige griep. Al snel komt moeder te weten dat er een wet gestemd is 'ten gunste van de oud-strijders. Een stevig statuut waardoor het militiegeld veranderd werd in een pensioen.'
De oude moeder maakt handig gebruik van Alfreds onwetendheid over zijn afkomst: met instemming van de familie, verenigd in de 'Groote Raad', zorgt zij ervoor dat het maandelijks pensioenbedrag van 200 frank aan haar wordt overgemaakt. Dat geld stelt haar in staat om te genieten van haar oude dag, samen met haar man. Het is een vreemd huwelijk. De sluwe, vileine en hebzuchtige moeder is getrouwd met een oprechte, eerlijke en hardwerkende man. Laarmans schoonvader blijft aan de slag tot voorbij zijn tachtigste. Eenmaal met pensioen thuis, verveelt hij zich. De slokdarmkanker die hem uiteindelijk velt, is een verlossing voor de radeloze man.
Elsschots Pensioen laat ons zien hoe de problemen van de jaren dertig vandaag nog steeds actueel zijn. Hoe bepaalde regels misbruik uitlokken. Of hoe een leeftijdgrens voor de ene een zegen is en voor de andere een vloek. Het zijn de deugden en gebreken van de mens die bepalen hoe hij aankijkt tegen het pensioen. Dat laat zich moeilijk vatten in kwantificeerbare indicatoren. Kortom, de motor achter alle cijfertjes in het Voka-rapport blijft buiten beeld.
Voor Peter Heyman en co nog deze raad van Laarmans: 'Hoe meer er naar vader en moeder vloeit hoe meer er zal zijn als het plechtig uur der verdeling zal slaan [...] een veiligere belegging is niet denkbaar'.
Wat boeken ons vertellen over de wereld van vandaag.
Toen de Duitse staatsman Otto von Bismarck het eerste staatspensioenfonds oprichtte in 1889, kon hij niet bevroeden dat er in de twintigste eeuw zoveel om te doen zou zijn in een groot deel van de westerse landen. Gaandeweg zou het pensioen, en meer bepaald de pensioengerechtigde leeftijd, een belangrijke rol spelen in loononderhandelingen tussen de staat en de vakbonden.
Ondertussen is het pensioen een verworvenheid. De huidige Belgische pensioensbenadering faalt, zo liet Peter Heyman weten. De gedelegeerd bestuurder van het Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen, steunt zich daarvoor op het eindrapport Pensioenen, de weg vooruit van de Voka-werkgroep pensioenen. 'Voka wil brugpensioen afschaffen' en 'Een derde pensioen niet zelf verdiend' waren alarmerende koppen vorige week in deze krant. Een hele reeks knelpunten werd opgesomd in het rapport, en het gaat daarbij niet alleen om de financiële gevolgen van de toenemende vergrijzing. Misbruik van het pensioensysteem bijvoorbeeld is het Voka een doorn in het oog.
In Willem Elsschots roman Pensioen uit 1937 wordt het hoofdpersonage Frans Laarmans geconfronteerd met een schoonmoeder die het pensioensysteem aardig naar haar hand zet. Behalve Fine, de echtgenote van Laarmans, heeft de vrouw nog een dochter en drie zonen, maar ze bekommert zich enkel om zoon Willem. Ze legt zich volledig toe op de zorg voor deze soldaat-zeeman die tijdens de Eerste Wereldoorlog krijgsgevangene wordt. Om zijn leven in het Duitse kamp Soltau draaglijker te maken, stuurt ze hem geregeld pakjes met kleding en levensmiddelen. Al gauw krijgt de jongeman van zijn medekampgenoten de bijnaam Pakje. Voor zijn vertrek naar het front heeft Willem nog een kind verwekt, Alfred, maar hij heeft verzuimd zijn zoontje te erkennen.
Dan krijgt de familie te horen dat Willem op 30 oktober - 'drie weken voor 't sluiten van den vrede' - gestorven is aan een kwaadaardige griep. Al snel komt moeder te weten dat er een wet gestemd is 'ten gunste van de oud-strijders. Een stevig statuut waardoor het militiegeld veranderd werd in een pensioen.'
De oude moeder maakt handig gebruik van Alfreds onwetendheid over zijn afkomst: met instemming van de familie, verenigd in de 'Groote Raad', zorgt zij ervoor dat het maandelijks pensioenbedrag van 200 frank aan haar wordt overgemaakt. Dat geld stelt haar in staat om te genieten van haar oude dag, samen met haar man. Het is een vreemd huwelijk. De sluwe, vileine en hebzuchtige moeder is getrouwd met een oprechte, eerlijke en hardwerkende man. Laarmans schoonvader blijft aan de slag tot voorbij zijn tachtigste. Eenmaal met pensioen thuis, verveelt hij zich. De slokdarmkanker die hem uiteindelijk velt, is een verlossing voor de radeloze man.
Elsschots Pensioen laat ons zien hoe de problemen van de jaren dertig vandaag nog steeds actueel zijn. Hoe bepaalde regels misbruik uitlokken. Of hoe een leeftijdgrens voor de ene een zegen is en voor de andere een vloek. Het zijn de deugden en gebreken van de mens die bepalen hoe hij aankijkt tegen het pensioen. Dat laat zich moeilijk vatten in kwantificeerbare indicatoren. Kortom, de motor achter alle cijfertjes in het Voka-rapport blijft buiten beeld.
Voor Peter Heyman en co nog deze raad van Laarmans: 'Hoe meer er naar vader en moeder vloeit hoe meer er zal zijn als het plechtig uur der verdeling zal slaan [...] een veiligere belegging is niet denkbaar'.
Wat boeken ons vertellen over de wereld van vandaag.
maandag 18 januari 2010
Pensioen, van armoedebestrijding naar behoud van levensstandaard
In 2060 zullen de pensioenen en de sociale uitgaven verbonden aan de vergrijzing 31% van het bruto binnenlands product bedragen. Maar de Belgische wettelijke pensioenen zijn laag in Europees opzicht. In vergelijking met de rest van Europa duren onze pensioenen dan weer relatief lang, dit vooral door vervroegde uittreding en heeft België vrij veel gelijkgestelde periodes waar geen bijdragen tegenover staan.
Het wettelijk pensioen om net te ontsnappen aan de armoede
Het wettelijk pensioen is gebaseerd op repartitie: de actieve bevolking betaalt voor de gepensioneerden. Maar het leidt meer en meer tot een instrument van inkomensherverdeling. De bijdragen worden geheven op het volledige loon, terwijl het pensioen rekening houdt met een loonplafond. Daardoor houdt de gemiddelde Belg slechts 42% bruto of 63% netto over van zijn loon. De lagere inkomens leveren ietwat minder in, maar de hogere inkomens houden bitter weinig over. Een wettelijk pensioen volstaat dus nog enigszins om aan de armoede te ontsnappen maar is absoluut ontoereikend om een zekere levensstandaard te onderhouden.
Aanvullend pensioen voor behoud levensstandaard
Werknemers die hun levensstandaard na hun pensionering wensen te behouden zijn dus aangewezen op een aanvullend pensioen. De Belg moet daarvoor 16% vrijwillig bijpassen om op het OESO-gemiddelde te geraken, dat weliswaar enkel voor verplichte pensioenen geldt (het OESO-gemiddelde van verplichte en vrijwillige pensioenen samen is 68%). Op een volledige carrière van 20 tot 65 jaar is dat 4.4% van het jaarlijkse inkomen. Maar te veel werknemers stappen pas rond hun dertigste in zo’n pensioenplan en treden er op hun zestigste alweer uit. En bovendien beschikt slechts 60% van de werknemers over een aanvullend pensioen. Hoewel de WAP hoopte om ook de economisch zwaksten een aanvullend pensioen te bezorgen, is ze daar slechts gedeeltelijk in geslaagd want het bijdragepercentage blijft ontoereikend.
Ambtenarenpensioen, ooit uitgesteld loon
En er is ook nog de torenhoge ongelijkheid met het ambtenarenpensioen. Aanvankelijk compenseerde dit een laag loon, maar daar is momenteel geen sprake meer van. Bovendien is hun regeling veel voordeliger met onder andere een automatische welvaartsaanpassing en mildere loopbaanvereisten. Maar ook binnen het ambtenarenkorps is er een grote ongelijkheid, want de voordelige regeling geldt zijn enkel voor de statutairen.
Meer en langer werken met de tweede pijler
Deze analyse is uiteraard al vaker gemaakt. De werkgroep pensioenen van het Vokarapport doet daarom een aantal concrete suggesties, naar eigen zeggen om de kritieke punten scherp te stellen. We moeten met z’n allen langer en meer werken: loopbaanrekening moet worden ingevoerd; brugpensioen moet worden afgeschaft en gelijkgestelde onderbrekingen moeten beperkt worden tot thematische verloven en werkgerelateerde onderbrekingen. De eerste pijler blijft fundamenteel de armoedebestrijder en de tweede pijler dient als behoud van de levensstandaard, met dien verstande dat er bij het aanvullend pensioen moet gestreefd worden naar een quasi volledige dekking, die evenwel kadert binnen de loonkostenmarge. En uiteindelijk zullen de ambtenarenpensioen op dezelfde leest moeten geschoeid zijn als die van de privéondernemingen.
Interview Peter Leyman, gedelegeerd bestuurder Voka
2010-01-08 Pensioen - PC
Pensioenen - De Weg Vooruit
Het wettelijk pensioen om net te ontsnappen aan de armoede
Het wettelijk pensioen is gebaseerd op repartitie: de actieve bevolking betaalt voor de gepensioneerden. Maar het leidt meer en meer tot een instrument van inkomensherverdeling. De bijdragen worden geheven op het volledige loon, terwijl het pensioen rekening houdt met een loonplafond. Daardoor houdt de gemiddelde Belg slechts 42% bruto of 63% netto over van zijn loon. De lagere inkomens leveren ietwat minder in, maar de hogere inkomens houden bitter weinig over. Een wettelijk pensioen volstaat dus nog enigszins om aan de armoede te ontsnappen maar is absoluut ontoereikend om een zekere levensstandaard te onderhouden.
Aanvullend pensioen voor behoud levensstandaard
Werknemers die hun levensstandaard na hun pensionering wensen te behouden zijn dus aangewezen op een aanvullend pensioen. De Belg moet daarvoor 16% vrijwillig bijpassen om op het OESO-gemiddelde te geraken, dat weliswaar enkel voor verplichte pensioenen geldt (het OESO-gemiddelde van verplichte en vrijwillige pensioenen samen is 68%). Op een volledige carrière van 20 tot 65 jaar is dat 4.4% van het jaarlijkse inkomen. Maar te veel werknemers stappen pas rond hun dertigste in zo’n pensioenplan en treden er op hun zestigste alweer uit. En bovendien beschikt slechts 60% van de werknemers over een aanvullend pensioen. Hoewel de WAP hoopte om ook de economisch zwaksten een aanvullend pensioen te bezorgen, is ze daar slechts gedeeltelijk in geslaagd want het bijdragepercentage blijft ontoereikend.
Ambtenarenpensioen, ooit uitgesteld loon
En er is ook nog de torenhoge ongelijkheid met het ambtenarenpensioen. Aanvankelijk compenseerde dit een laag loon, maar daar is momenteel geen sprake meer van. Bovendien is hun regeling veel voordeliger met onder andere een automatische welvaartsaanpassing en mildere loopbaanvereisten. Maar ook binnen het ambtenarenkorps is er een grote ongelijkheid, want de voordelige regeling geldt zijn enkel voor de statutairen.
Meer en langer werken met de tweede pijler
Deze analyse is uiteraard al vaker gemaakt. De werkgroep pensioenen van het Vokarapport doet daarom een aantal concrete suggesties, naar eigen zeggen om de kritieke punten scherp te stellen. We moeten met z’n allen langer en meer werken: loopbaanrekening moet worden ingevoerd; brugpensioen moet worden afgeschaft en gelijkgestelde onderbrekingen moeten beperkt worden tot thematische verloven en werkgerelateerde onderbrekingen. De eerste pijler blijft fundamenteel de armoedebestrijder en de tweede pijler dient als behoud van de levensstandaard, met dien verstande dat er bij het aanvullend pensioen moet gestreefd worden naar een quasi volledige dekking, die evenwel kadert binnen de loonkostenmarge. En uiteindelijk zullen de ambtenarenpensioen op dezelfde leest moeten geschoeid zijn als die van de privéondernemingen.
Interview Peter Leyman, gedelegeerd bestuurder Voka
2010-01-08 Pensioen - PC
Pensioenen - De Weg Vooruit
dinsdag 12 januari 2010
Opinie : weg met de eerste pijler, lang leve de tweede !
Het VOKA wil dat er tijdens de volgende IPA onderhandelingen wordt ingezet op de opbouw van het aanvullend pensioen en niet op loonsverhoging. Bovendien moet het brugpensioen worden afgevoerd en moeten wij langer aan het werk.
Het is natuurlijk goed gezien, inzetten op de tweede pijler : een pensioenspaarplan via het bedrijf. Voor de tweede pijler betaal je zelf een deel samen met je werkgever. Dit pensioenspaarplan zorgt er dan voor dat je een bepaalt bedrag zal sparen. Dat bedrag is dan van jou de dag dat je met pensioen kan gaan.
Dit bedrag zal echter nooit in de buurt komen van je wettelijk pensioen. Het moet dus worden gezien als een surplus.
Je wettelijk pensioen daar draag je zelf voor af. Via de RSZ op je loon maar ook via het uitgesteld loon dat je werkgever door stort.
En dan komt het. Werkgevers klagen steeds over de zogzegde hoge loonkost. 'Waarom moet ik als werkgever het driedubbele betalen van wat mijn medewerker netto ontvangt?' is een foutieve vraag die wordt gesteld. Waarom foutief? Omdat er een deel uitgesteld loon wordt betaald. En dat uitgesteld loon betalen wij, de arbeiders en bedienden, en niemand anders! In 1944 tekenden de werkgeversorganisaties, de politiek en de vakbonden een sociaal pact, dat de sociale zekerheid uittekende zoals wij die vandaag nog kennen.
In dat uitgesteld loon zit een groot deel RSZ en een deeltje bedrijfsvoorheffing. De RSZ betaalt dat deel uitgesteld loon als je ziek of werkloos wordt en met wat geluk je pensioen. Het deeltje bedrijfsvoorheffing dient als voorschot op de belastingen die je zal moeten betalen.
Werkgevers zullen dus proberen om de tweede pijler meer te promoten, wat op zich helemaal niet slecht is. Maar het mag dan niet gepaard gaan met het afbouwen van de eerste pijler, je wettelijk pensioen. Anders gezegd : het kan dan niet zijn dat ze lastenverlagingen willen op ons uitgesteld loon.
En dat zou wel eens de inzet kunnen zijn...
Sven Naessens
Het is natuurlijk goed gezien, inzetten op de tweede pijler : een pensioenspaarplan via het bedrijf. Voor de tweede pijler betaal je zelf een deel samen met je werkgever. Dit pensioenspaarplan zorgt er dan voor dat je een bepaalt bedrag zal sparen. Dat bedrag is dan van jou de dag dat je met pensioen kan gaan.
Dit bedrag zal echter nooit in de buurt komen van je wettelijk pensioen. Het moet dus worden gezien als een surplus.
Je wettelijk pensioen daar draag je zelf voor af. Via de RSZ op je loon maar ook via het uitgesteld loon dat je werkgever door stort.
En dan komt het. Werkgevers klagen steeds over de zogzegde hoge loonkost. 'Waarom moet ik als werkgever het driedubbele betalen van wat mijn medewerker netto ontvangt?' is een foutieve vraag die wordt gesteld. Waarom foutief? Omdat er een deel uitgesteld loon wordt betaald. En dat uitgesteld loon betalen wij, de arbeiders en bedienden, en niemand anders! In 1944 tekenden de werkgeversorganisaties, de politiek en de vakbonden een sociaal pact, dat de sociale zekerheid uittekende zoals wij die vandaag nog kennen.
In dat uitgesteld loon zit een groot deel RSZ en een deeltje bedrijfsvoorheffing. De RSZ betaalt dat deel uitgesteld loon als je ziek of werkloos wordt en met wat geluk je pensioen. Het deeltje bedrijfsvoorheffing dient als voorschot op de belastingen die je zal moeten betalen.
Werkgevers zullen dus proberen om de tweede pijler meer te promoten, wat op zich helemaal niet slecht is. Maar het mag dan niet gepaard gaan met het afbouwen van de eerste pijler, je wettelijk pensioen. Anders gezegd : het kan dan niet zijn dat ze lastenverlagingen willen op ons uitgesteld loon.
En dat zou wel eens de inzet kunnen zijn...
Sven Naessens
zondag 10 januari 2010
Een derde pensioen niet zelf verdiend
Het solidariteitsdenken gaat in dit land zover, zeggen de Vlaamse ondernemers, dat we voor een derde van ons pensioen niet zelf moeten werken. Het wordt betaald door de gemeenschap.
De vergrijzing van onze samenleving en alles wat daarmee samenhangt, zegt gedelegeerd bestuurder Peter Leyman van Voka, lijdt aan een ‘nog-niet-mijn-probleem' syndroom. De meerderheid van ons ligt er niet wakker van, ten onrechte, zo blijkt uit het rapport Pensioenen: de weg vooruit dat Voka opstelde.
De analyse is ontnuchterend. Momenteel slorpen de pensioenuitkeringen en de sociale uitgaven die met de vergrijzing te maken hebben, samen bijna een kwart op van ons bruto binnenlands product. Per maand werken we dus met z'n allen vijf dagen om de vergrijzing te financieren. Tegen 2060 is dat 31,3 procent van het bbp of zeven dagen per maand.
Twee dagen per maand dus of ruim een maand per jaar dat we niet meer zullen werken aan het opbouwen van onze welvaart, maar enkel nog aan het overeind houden ervan.
Daardoor dreigen de komende decennia spanningen tussen de generaties. Jongeren zullen gaan vrezen dat ze moeten betalen voor een pensioen dat ze zelf mogelijk niet meer zullen krijgen. Maar ook ruimer, tussen hen die werken en hun leeftijdsgenoten die zich hebben teruggetrokken in de werkloosheid, brugpensioen, of een andere vorm van betaald niet-actief zijn, dreigen spanningen.
Sinds het begin van de jaren tachtig, becijferde Voka, werd meer dan 30 procent van de pensioenrechten opgebouwd zonder ervoor te werken. Bij de arbeiders is dat zelfs 40 procent, vrouwelijke arbeiders financieren hun pensioen gemiddeld maar voor de helft met eigen bijdragen.
Wie met brugpensioen is, tijdskrediet opneemt, werkloos of ziek wordt, betaalt geen bijdragen meer aan het pensioenstelsel. De gemeenschap doet dat in zijn plaats. ‘Gelijkgestelde dagen' heet dat in het jargon. Wie op zijn drieënvijftigste – na 30 jaar werken – met brugpensioen gaat, krijgt vanaf zijn 65ste een pensioen alsof hij 43 jaar gewerkt heeft.
Ons pensioenstelsel is volgens Leyman geëvolueerd van een instrument van verzekering naar een instrument van inkomenssolidariteit. Financieel maakt het weinig uit of je nu vroeg ophoudt met werken of tot je 65 jaar bijdragen blijft betalen. De solidariteit met wie niet beroepsactief is, gaat volgens Voka veel te ver.
Vooral het stelsel van de brugpensioenen vindt weinig genade bij Voka. ‘Het staat haaks op de inspanningen om mensen langer aan het werk te houden' en het wordt momenteel ‘excessief gebruikt en zelfs misbruikt'.
Voka wil dat gelijkgestelde periodes beperkt worden tot ‘werkgerichte en thematische' verloven (zoals zwangerschap en ouderschap). Bij werkloosheid en brugpensioen moet de gelijkstelling geleidelijk worden afgebouwd, vindt Voka, als aansporing om opnieuw werk te zoeken. Ook tijdskrediet, vindt Voka, mag niet meer meetellen voor het pensioen.
De Vlaamse werkgeversorganisatie wil ook het aanvullende pensioen versterken. Nu heeft maar 56 procent van de werknemers een aanvullend pensioen. Voka wil dat tijdens de komende onderhandelingen over een interprofessioneel akkoord een deel van de marge binnen de loonnorm naar de opbouw van het aanvullende pensioen gaat. Uitgesteld loon dus.
Ten slotte, vindt Voka, moet het voordelige ambtenarenpensioen hervormd worden. ‘Het onderscheid met de particuliere sector is achterhaald', vindt Voka. Ambtenaren moeten werknemers worden en dus een wettelijk pensioen krijgen, aangevuld met een tweede pijler.
Voka pleit er niet voor om de verworven rechten te schrappen. ‘Afspraken zijn afspraken.' De voorgestelde hervormingen moeten geleidelijk ingevoerd worden.
De vergrijzing van onze samenleving en alles wat daarmee samenhangt, zegt gedelegeerd bestuurder Peter Leyman van Voka, lijdt aan een ‘nog-niet-mijn-probleem' syndroom. De meerderheid van ons ligt er niet wakker van, ten onrechte, zo blijkt uit het rapport Pensioenen: de weg vooruit dat Voka opstelde.
De analyse is ontnuchterend. Momenteel slorpen de pensioenuitkeringen en de sociale uitgaven die met de vergrijzing te maken hebben, samen bijna een kwart op van ons bruto binnenlands product. Per maand werken we dus met z'n allen vijf dagen om de vergrijzing te financieren. Tegen 2060 is dat 31,3 procent van het bbp of zeven dagen per maand.
Twee dagen per maand dus of ruim een maand per jaar dat we niet meer zullen werken aan het opbouwen van onze welvaart, maar enkel nog aan het overeind houden ervan.
Daardoor dreigen de komende decennia spanningen tussen de generaties. Jongeren zullen gaan vrezen dat ze moeten betalen voor een pensioen dat ze zelf mogelijk niet meer zullen krijgen. Maar ook ruimer, tussen hen die werken en hun leeftijdsgenoten die zich hebben teruggetrokken in de werkloosheid, brugpensioen, of een andere vorm van betaald niet-actief zijn, dreigen spanningen.
Sinds het begin van de jaren tachtig, becijferde Voka, werd meer dan 30 procent van de pensioenrechten opgebouwd zonder ervoor te werken. Bij de arbeiders is dat zelfs 40 procent, vrouwelijke arbeiders financieren hun pensioen gemiddeld maar voor de helft met eigen bijdragen.
Wie met brugpensioen is, tijdskrediet opneemt, werkloos of ziek wordt, betaalt geen bijdragen meer aan het pensioenstelsel. De gemeenschap doet dat in zijn plaats. ‘Gelijkgestelde dagen' heet dat in het jargon. Wie op zijn drieënvijftigste – na 30 jaar werken – met brugpensioen gaat, krijgt vanaf zijn 65ste een pensioen alsof hij 43 jaar gewerkt heeft.
Ons pensioenstelsel is volgens Leyman geëvolueerd van een instrument van verzekering naar een instrument van inkomenssolidariteit. Financieel maakt het weinig uit of je nu vroeg ophoudt met werken of tot je 65 jaar bijdragen blijft betalen. De solidariteit met wie niet beroepsactief is, gaat volgens Voka veel te ver.
Vooral het stelsel van de brugpensioenen vindt weinig genade bij Voka. ‘Het staat haaks op de inspanningen om mensen langer aan het werk te houden' en het wordt momenteel ‘excessief gebruikt en zelfs misbruikt'.
Voka wil dat gelijkgestelde periodes beperkt worden tot ‘werkgerichte en thematische' verloven (zoals zwangerschap en ouderschap). Bij werkloosheid en brugpensioen moet de gelijkstelling geleidelijk worden afgebouwd, vindt Voka, als aansporing om opnieuw werk te zoeken. Ook tijdskrediet, vindt Voka, mag niet meer meetellen voor het pensioen.
De Vlaamse werkgeversorganisatie wil ook het aanvullende pensioen versterken. Nu heeft maar 56 procent van de werknemers een aanvullend pensioen. Voka wil dat tijdens de komende onderhandelingen over een interprofessioneel akkoord een deel van de marge binnen de loonnorm naar de opbouw van het aanvullende pensioen gaat. Uitgesteld loon dus.
Ten slotte, vindt Voka, moet het voordelige ambtenarenpensioen hervormd worden. ‘Het onderscheid met de particuliere sector is achterhaald', vindt Voka. Ambtenaren moeten werknemers worden en dus een wettelijk pensioen krijgen, aangevuld met een tweede pijler.
Voka pleit er niet voor om de verworven rechten te schrappen. ‘Afspraken zijn afspraken.' De voorgestelde hervormingen moeten geleidelijk ingevoerd worden.
Opbouwen aanvullend pensioen moet worden gestimuleerd
Het opbouwen van een aanvullend pensioen moet worden gestimuleerd. Dat zegt de werkgeversorganisatie Voka in een rapport met voorstellen over de hervorming van het pensioenstelsel. Daarbij wordt opgemerkt dat op dit ogenblik 56 % van de werknemers een aanvullend pensioen opbouwt. Tijdens de volgende onderhandelingen over een interprofessioneel akkoord moet volgens Voka bij het bepalen van de loonnormen gefocust worden op de opbouw van het aanvullend pensioen in plaats van op loonsverhoging. Verder wordt gesteld dat op termijn het brugpensioenstelsel moet worden afgevoerd. Daarentegen moeten inspanningen geleverd worden om mensen langer aan het werk te houden. Globaal stelt dat de huidige pensioenbenadering faalt en er onvoldoende in slaag om solidair en rechtvaardig te zijn en mensen te belonen voor hun geleverde prestaties.
Voka pleit voor afvoering van brugpensioenstelsel
Het brugpensioenstelsel moet op termijn afgevoerd worden. Dat is een van de opvallendste punten uit het pensioenhervormingsrapport van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka. Ze pleit onder meer nog voor het invoeren van een loopbaanrekening, een beperking van de gelijkgestelde periodes en een hervorming van de ambtenarenpensioenen.
"De huidige pensioenbenadering faalt", zegt Voka in het rapport 'Pensioenen: de weg vooruit'. Het huidige systeem slaagt er onvoldoende in om solidair en rechtvaardig te zijn en mensen te belonen voor hun geleverde prestaties, luidt het.
Langer aan het werk houden
Om de pensioenen betaalbaar te houden, moeten er allereerst maatregelen genomen worden om de mensen langer aan het werk te houden, vindt de werkgeversorganisatie. Ze pleit voor een loopbaanrekening die het aantal gewerkte jaren bijhoudt. Wie langer werkt, moet daarvoor een beloning krijgen, terwijl korter werken negatief verrekend zou worden in de pensioenbetaling. Een bonus-malussysteem dus.
Misbruiken
Voorts moet het brugpensioenstelsel afgevoerd worden. "Het staat haaks op de inspanningen om mensen langer aan het werk te houden" en het wordt momenteel "excessief gebruikt en zelfs misbruikt", aldus Voka. "Het stelsel moet verdwijnen en vervangen worden door een activerend beleid dat elke drempel naar werk en herintrede wegneemt."
Gelijkgestelde periode
In een eerste fase moet het brugpensioen alvast herzien worden als gelijkgestelde periode. Dat is een periode waarin een werknemer niet werkt, maar tijdens dewelke wel pensioen opgebouwd wordt. Voka wil dat dergelijke periodes beperkt worden tot werkgerichte en thematische verloven (zoals zwangerschaps- en ouderschapsverlof). Voor werkloosheid en brugpensioen zou de gelijkstelling na verloop van tijd afgebouwd worden. "Brugpensioen bevat nu geen enkele incentive om werk te zoeken. Met een degressieve pensioenopbouw is die incentive er wel", luidde het. Tijdskrediet mag niet langer meetellen voor het pensioen.
Aanvullend pensioen versterken
De Vlaamse werkgeversorganisatie wil ook het aanvullend pensioen versterken. Nu heeft maar 56 procent van de werknemers een "tweede pijler". Voka wil dat tijdens de volgende onderhandelingen over een interprofessioneel akkoord een deel van de marge binnen de loonnorm niet naar loonsverhoging gaat, maar naar opbouw van het aanvullend pensioen.
Ambtenarenpensioen hervormen
Ten slotte moet het voordelige ambtenarenpensioen hervormd worden. "Het onderscheid tussen werknemers aan de overheid en werknemers in de private sector is achterhaald. Ambtenaren moeten werknemers worden en dus ook een gelijkaardige pensioenberekening hebben", stelt het Voka-rapport.
Niet tornen aan verworven rechten
De werkgeversorganisatie beklemtoont dat het gaat om projecten op lange termijn en dat het zeker niet de bedoeling is om eerder verworven rechten terug te nemen
Persconferentie VOKA
"De huidige pensioenbenadering faalt", zegt Voka in het rapport 'Pensioenen: de weg vooruit'. Het huidige systeem slaagt er onvoldoende in om solidair en rechtvaardig te zijn en mensen te belonen voor hun geleverde prestaties, luidt het.
Langer aan het werk houden
Om de pensioenen betaalbaar te houden, moeten er allereerst maatregelen genomen worden om de mensen langer aan het werk te houden, vindt de werkgeversorganisatie. Ze pleit voor een loopbaanrekening die het aantal gewerkte jaren bijhoudt. Wie langer werkt, moet daarvoor een beloning krijgen, terwijl korter werken negatief verrekend zou worden in de pensioenbetaling. Een bonus-malussysteem dus.
Misbruiken
Voorts moet het brugpensioenstelsel afgevoerd worden. "Het staat haaks op de inspanningen om mensen langer aan het werk te houden" en het wordt momenteel "excessief gebruikt en zelfs misbruikt", aldus Voka. "Het stelsel moet verdwijnen en vervangen worden door een activerend beleid dat elke drempel naar werk en herintrede wegneemt."
Gelijkgestelde periode
In een eerste fase moet het brugpensioen alvast herzien worden als gelijkgestelde periode. Dat is een periode waarin een werknemer niet werkt, maar tijdens dewelke wel pensioen opgebouwd wordt. Voka wil dat dergelijke periodes beperkt worden tot werkgerichte en thematische verloven (zoals zwangerschaps- en ouderschapsverlof). Voor werkloosheid en brugpensioen zou de gelijkstelling na verloop van tijd afgebouwd worden. "Brugpensioen bevat nu geen enkele incentive om werk te zoeken. Met een degressieve pensioenopbouw is die incentive er wel", luidde het. Tijdskrediet mag niet langer meetellen voor het pensioen.
Aanvullend pensioen versterken
De Vlaamse werkgeversorganisatie wil ook het aanvullend pensioen versterken. Nu heeft maar 56 procent van de werknemers een "tweede pijler". Voka wil dat tijdens de volgende onderhandelingen over een interprofessioneel akkoord een deel van de marge binnen de loonnorm niet naar loonsverhoging gaat, maar naar opbouw van het aanvullend pensioen.
Ambtenarenpensioen hervormen
Ten slotte moet het voordelige ambtenarenpensioen hervormd worden. "Het onderscheid tussen werknemers aan de overheid en werknemers in de private sector is achterhaald. Ambtenaren moeten werknemers worden en dus ook een gelijkaardige pensioenberekening hebben", stelt het Voka-rapport.
Niet tornen aan verworven rechten
De werkgeversorganisatie beklemtoont dat het gaat om projecten op lange termijn en dat het zeker niet de bedoeling is om eerder verworven rechten terug te nemen
Persconferentie VOKA
donderdag 10 december 2009
Minder verklaren, meer regeren
In de regeringsverklaring van Leterme II weerklonk behoorlijk wat ambitie voor fundamentele hervormingen. Voorlopig klinken die woorden hol. Het Pensioendossier is alvast een voorbeeld van hoe het níet moet.
Eerste minister Yves Leterme zei op 25 november in zijn regeringsverklaring dat een moedig beleid zal gevoerd worden inzake arbeidsmarkt, gezondheidszorg en pensioenen, teneinde de vergrijzing te verzilveren.
Specifiek voor de pensioenen, wil de regering onder meer de Nationale Pensioenconferentie afronden en een wettelijke basis invoeren voor het aanvullend pensioen van contractueel overheidspersoneel.
‘Luister naar mijn woorden…’
Flinke woorden. Het is hoog tijd om een modern pensioenstelsel en ambtenarenstatuut te omarmen. Jammer genoeg blijft het bij die woorden. De Nationale Pensioenconferentie die in januari werd opgericht om hervormingen te bespreken, is vooral een toonbeeld van gebrek aan ambitie om hervormingen ten gronde te bespreken. Werkgeversorganisaties en vakbonden staan bovendien op veel punten lijnrecht tegenover elkaar. De berg is gedoemd om een muis te baren.
‘…maar kijk niet naar mijn daden’
In eigen huis discrimineert de overheid ondertussen vrolijk verder. Contractuele ambtenaren zijn, in tegenstelling tot hun vastbenoemde collega’s, wel werknemers die op het gebied van arbeidsvoorwaarden vergelijkbaar zijn met werknemers uit de private sector. In vergelijking met vastbenoemde ambtenaren krijgen zij een lager pensioenpercentage van een lagere uitkeringsbasis. Bovendien hebben zij geen aanvullend pensioen, zoals veel werknemers uit de private sector wél hebben. Ze vallen dus met andere woorden tussen schip en wal. Het is niet meer dan logisch dat ook zij toegang hebben tot een aanvullend pensioen, zo erkende ook de federale regering.
Die bleef echter zo lang wachten met een kaderwet, dat de Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) besloot om niet langer te wachten en zelf de stap te zetten naar de uitbouw van een aanvullend pensioen voor contractuelen. Het heeft zich principieel geëngageerd om tegen 1 januari 2010 een voorontwerp van pensioenreglement voor contractuele personeelsleden uit te werken. Daarmee zijn niet alle Vlaamse ambtenaren afgedekt. In de zorgsector bijvoorbeeld, is er nog steeds geen zicht op een aanvullende pensioenregeling.
Toekomstgericht durven
Verder lezen we in de regeringsverklaring ook dat een verantwoordelijk en toekomstgericht begrotingsbeleid cruciaal is om de pensioenen en de sociale uitkeringen te garanderen en de concurrentiekracht van de bedrijven te versterken. Van een toekomstgericht begrotingsbeleid lijkt in de realiteit echter niet veel sprake.
Eind november merkte het Rekenhof op dat "de regering heeft beslist 738 miljoen euro die aanvankelijk voor het Zilverfonds was bestemd, te desaffecteren en aan te wenden voor het dekken van de algemene uitgaven van de schatkist". Lees: de regering dempt de begrotingsput op korte termijn en laat de langetermijnschulden voor wat ze (zullen) zijn.
De economische crisis zit daar natuurlijk voor veel tussen, maar er worden geen alternatieve oplossingen naar voor geschoven. Zo is het vanuit financieringsoogpunt cruciaal dat meer mensen aan het werk gaan en blijven. Een van de belangrijkste mogelijke ingrepen is het verhogen van de werkzaamheidsgraad in het algemeen, met een bijzondere nadruk op het optrekken van de (effectieve) lengte van de activiteitsperiode. De jongere generatie dreigt anders het gelag te betalen.
Het woordendecorum niet te na gelaten blijft het op het gebied van moed en daadkracht evenwel Siberisch stil.
Hoezo, ‘hervormen’?
Overigens is het nog erger gesteld met het evalueren en herbekijken van het stelsel van de gezondheidszorg. Daar klinkt het woord ‘hervorming’ als een onwezenlijk begrip, en niet als een aanzet tot discussie. Nochtans is dat een grote uitgavenpost. De Vergrijzingscommissie becijferde dat die uitgaven in de periode 2008-2060 zullen oplopen met 4,2 procentpunt in termen van het bruto binnenlands product (bbp).
Ondertussen mogen de uitgaven in de gezondheidszorg jaarlijks blijven stijgen met 4,5 procent (zonder inflatie). Dit pad is op termijn budgettair onhoudbaar. Het is ook hier dus dringend tijd voor bezinning en actie. Er vallen in de gezondheidszorgsector nochtans nog veel efficiëntiewinsten te behalen, denk maar aan het ontwikkelen van ICT-toepassingen, translationeel onderzoek, inzetten op preventief beleid,…
Ondanks de ronkende verklaringen blinkt de federale regering niet uit in moed en daadkracht. Het hoedt er zich daarom ook best voor om die grote bewoordingen te koppelen aan halve resultaten. Holle vaten klinken het hardst, maar ze blijven leeg. De verklaring ligt achter de rug, en nu maar eens beginnen regeren.
Daan Ballegeer, adviseur Voka-kenniscentrum
Eerste minister Yves Leterme zei op 25 november in zijn regeringsverklaring dat een moedig beleid zal gevoerd worden inzake arbeidsmarkt, gezondheidszorg en pensioenen, teneinde de vergrijzing te verzilveren.
Specifiek voor de pensioenen, wil de regering onder meer de Nationale Pensioenconferentie afronden en een wettelijke basis invoeren voor het aanvullend pensioen van contractueel overheidspersoneel.
‘Luister naar mijn woorden…’
Flinke woorden. Het is hoog tijd om een modern pensioenstelsel en ambtenarenstatuut te omarmen. Jammer genoeg blijft het bij die woorden. De Nationale Pensioenconferentie die in januari werd opgericht om hervormingen te bespreken, is vooral een toonbeeld van gebrek aan ambitie om hervormingen ten gronde te bespreken. Werkgeversorganisaties en vakbonden staan bovendien op veel punten lijnrecht tegenover elkaar. De berg is gedoemd om een muis te baren.
‘…maar kijk niet naar mijn daden’
In eigen huis discrimineert de overheid ondertussen vrolijk verder. Contractuele ambtenaren zijn, in tegenstelling tot hun vastbenoemde collega’s, wel werknemers die op het gebied van arbeidsvoorwaarden vergelijkbaar zijn met werknemers uit de private sector. In vergelijking met vastbenoemde ambtenaren krijgen zij een lager pensioenpercentage van een lagere uitkeringsbasis. Bovendien hebben zij geen aanvullend pensioen, zoals veel werknemers uit de private sector wél hebben. Ze vallen dus met andere woorden tussen schip en wal. Het is niet meer dan logisch dat ook zij toegang hebben tot een aanvullend pensioen, zo erkende ook de federale regering.
Die bleef echter zo lang wachten met een kaderwet, dat de Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) besloot om niet langer te wachten en zelf de stap te zetten naar de uitbouw van een aanvullend pensioen voor contractuelen. Het heeft zich principieel geëngageerd om tegen 1 januari 2010 een voorontwerp van pensioenreglement voor contractuele personeelsleden uit te werken. Daarmee zijn niet alle Vlaamse ambtenaren afgedekt. In de zorgsector bijvoorbeeld, is er nog steeds geen zicht op een aanvullende pensioenregeling.
Toekomstgericht durven
Verder lezen we in de regeringsverklaring ook dat een verantwoordelijk en toekomstgericht begrotingsbeleid cruciaal is om de pensioenen en de sociale uitkeringen te garanderen en de concurrentiekracht van de bedrijven te versterken. Van een toekomstgericht begrotingsbeleid lijkt in de realiteit echter niet veel sprake.
Eind november merkte het Rekenhof op dat "de regering heeft beslist 738 miljoen euro die aanvankelijk voor het Zilverfonds was bestemd, te desaffecteren en aan te wenden voor het dekken van de algemene uitgaven van de schatkist". Lees: de regering dempt de begrotingsput op korte termijn en laat de langetermijnschulden voor wat ze (zullen) zijn.
De economische crisis zit daar natuurlijk voor veel tussen, maar er worden geen alternatieve oplossingen naar voor geschoven. Zo is het vanuit financieringsoogpunt cruciaal dat meer mensen aan het werk gaan en blijven. Een van de belangrijkste mogelijke ingrepen is het verhogen van de werkzaamheidsgraad in het algemeen, met een bijzondere nadruk op het optrekken van de (effectieve) lengte van de activiteitsperiode. De jongere generatie dreigt anders het gelag te betalen.
Het woordendecorum niet te na gelaten blijft het op het gebied van moed en daadkracht evenwel Siberisch stil.
Hoezo, ‘hervormen’?
Overigens is het nog erger gesteld met het evalueren en herbekijken van het stelsel van de gezondheidszorg. Daar klinkt het woord ‘hervorming’ als een onwezenlijk begrip, en niet als een aanzet tot discussie. Nochtans is dat een grote uitgavenpost. De Vergrijzingscommissie becijferde dat die uitgaven in de periode 2008-2060 zullen oplopen met 4,2 procentpunt in termen van het bruto binnenlands product (bbp).
Ondertussen mogen de uitgaven in de gezondheidszorg jaarlijks blijven stijgen met 4,5 procent (zonder inflatie). Dit pad is op termijn budgettair onhoudbaar. Het is ook hier dus dringend tijd voor bezinning en actie. Er vallen in de gezondheidszorgsector nochtans nog veel efficiëntiewinsten te behalen, denk maar aan het ontwikkelen van ICT-toepassingen, translationeel onderzoek, inzetten op preventief beleid,…
Ondanks de ronkende verklaringen blinkt de federale regering niet uit in moed en daadkracht. Het hoedt er zich daarom ook best voor om die grote bewoordingen te koppelen aan halve resultaten. Holle vaten klinken het hardst, maar ze blijven leeg. De verklaring ligt achter de rug, en nu maar eens beginnen regeren.
Daan Ballegeer, adviseur Voka-kenniscentrum
Abonneren op:
Posts (Atom)
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :