maandag 18 januari 2010

Pensioen, van armoedebestrijding naar behoud van levensstandaard

In 2060 zullen de pensioenen en de sociale uitgaven verbonden aan de vergrijzing 31% van het bruto binnenlands product bedragen. Maar de Belgische wettelijke pensioenen zijn laag in Europees opzicht. In vergelijking met de rest van Europa duren onze pensioenen dan weer relatief lang, dit vooral door vervroegde uittreding en heeft België vrij veel gelijkgestelde periodes waar geen bijdragen tegenover staan.

Het wettelijk pensioen om net te ontsnappen aan de armoede
Het wettelijk pensioen is gebaseerd op repartitie: de actieve bevolking betaalt voor de gepensioneerden. Maar het leidt meer en meer tot een instrument van inkomensherverdeling. De bijdragen worden geheven op het volledige loon, terwijl het pensioen rekening houdt met een loonplafond. Daardoor houdt de gemiddelde Belg slechts 42% bruto of 63% netto over van zijn loon. De lagere inkomens leveren ietwat minder in, maar de hogere inkomens houden bitter weinig over. Een wettelijk pensioen volstaat dus nog enigszins om aan de armoede te ontsnappen maar is absoluut ontoereikend om een zekere levensstandaard te onderhouden.

Aanvullend pensioen voor behoud levensstandaard
Werknemers die hun levensstandaard na hun pensionering wensen te behouden zijn dus aangewezen op een aanvullend pensioen. De Belg moet daarvoor 16% vrijwillig bijpassen om op het OESO-gemiddelde te geraken, dat weliswaar enkel voor verplichte pensioenen geldt (het OESO-gemiddelde van verplichte en vrijwillige pensioenen samen is 68%). Op een volledige carrière van 20 tot 65 jaar is dat 4.4% van het jaarlijkse inkomen. Maar te veel werknemers stappen pas rond hun dertigste in zo’n pensioenplan en treden er op hun zestigste alweer uit. En bovendien beschikt slechts 60% van de werknemers over een aanvullend pensioen. Hoewel de WAP hoopte om ook de economisch zwaksten een aanvullend pensioen te bezorgen, is ze daar slechts gedeeltelijk in geslaagd want het bijdragepercentage blijft ontoereikend.

Ambtenarenpensioen, ooit uitgesteld loon
En er is ook nog de torenhoge ongelijkheid met het ambtenarenpensioen. Aanvankelijk compenseerde dit een laag loon, maar daar is momenteel geen sprake meer van. Bovendien is hun regeling veel voordeliger met onder andere een automatische welvaartsaanpassing en mildere loopbaanvereisten. Maar ook binnen het ambtenarenkorps is er een grote ongelijkheid, want de voordelige regeling geldt zijn enkel voor de statutairen.

Meer en langer werken met de tweede pijler
Deze analyse is uiteraard al vaker gemaakt. De werkgroep pensioenen van het Vokarapport doet daarom een aantal concrete suggesties, naar eigen zeggen om de kritieke punten scherp te stellen. We moeten met z’n allen langer en meer werken: loopbaanrekening moet worden ingevoerd; brugpensioen moet worden afgeschaft en gelijkgestelde onderbrekingen moeten beperkt worden tot thematische verloven en werkgerelateerde onderbrekingen. De eerste pijler blijft fundamenteel de armoedebestrijder en de tweede pijler dient als behoud van de levensstandaard, met dien verstande dat er bij het aanvullend pensioen moet gestreefd worden naar een quasi volledige dekking, die evenwel kadert binnen de loonkostenmarge. En uiteindelijk zullen de ambtenarenpensioen op dezelfde leest moeten geschoeid zijn als die van de privéondernemingen.

Interview Peter Leyman,  gedelegeerd bestuurder Voka

2010-01-08 Pensioen - PC

Pensioenen - De Weg Vooruit
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :