Het VOKA wil dat er tijdens de volgende IPA onderhandelingen wordt ingezet op de opbouw van het aanvullend pensioen en niet op loonsverhoging. Bovendien moet het brugpensioen worden afgevoerd en moeten wij langer aan het werk.
Het is natuurlijk goed gezien, inzetten op de tweede pijler : een pensioenspaarplan via het bedrijf. Voor de tweede pijler betaal je zelf een deel samen met je werkgever. Dit pensioenspaarplan zorgt er dan voor dat je een bepaalt bedrag zal sparen. Dat bedrag is dan van jou de dag dat je met pensioen kan gaan.
Dit bedrag zal echter nooit in de buurt komen van je wettelijk pensioen. Het moet dus worden gezien als een surplus.
Je wettelijk pensioen daar draag je zelf voor af. Via de RSZ op je loon maar ook via het uitgesteld loon dat je werkgever door stort.
En dan komt het. Werkgevers klagen steeds over de zogzegde hoge loonkost. 'Waarom moet ik als werkgever het driedubbele betalen van wat mijn medewerker netto ontvangt?' is een foutieve vraag die wordt gesteld. Waarom foutief? Omdat er een deel uitgesteld loon wordt betaald. En dat uitgesteld loon betalen wij, de arbeiders en bedienden, en niemand anders! In 1944 tekenden de werkgeversorganisaties, de politiek en de vakbonden een sociaal pact, dat de sociale zekerheid uittekende zoals wij die vandaag nog kennen.
In dat uitgesteld loon zit een groot deel RSZ en een deeltje bedrijfsvoorheffing. De RSZ betaalt dat deel uitgesteld loon als je ziek of werkloos wordt en met wat geluk je pensioen. Het deeltje bedrijfsvoorheffing dient als voorschot op de belastingen die je zal moeten betalen.
Werkgevers zullen dus proberen om de tweede pijler meer te promoten, wat op zich helemaal niet slecht is. Maar het mag dan niet gepaard gaan met het afbouwen van de eerste pijler, je wettelijk pensioen. Anders gezegd : het kan dan niet zijn dat ze lastenverlagingen willen op ons uitgesteld loon.
En dat zou wel eens de inzet kunnen zijn...
Sven Naessens