zondag 10 januari 2010

Een derde pensioen niet zelf verdiend

Het solidariteitsdenken gaat in dit land zover, zeggen de Vlaamse ondernemers, dat we voor een derde van ons pensioen niet zelf moeten werken. Het wordt betaald door de gemeenschap.

De vergrijzing van onze samenleving en alles wat daarmee samenhangt, zegt gedelegeerd bestuurder Peter Leyman van Voka, lijdt aan een ‘nog-niet-mijn-probleem' syndroom. De meerderheid van ons ligt er niet wakker van, ten onrechte, zo blijkt uit het rapport Pensioenen: de weg vooruit dat Voka opstelde.

De analyse is ontnuchterend. Momenteel slorpen de pensioenuitkeringen en de sociale uitgaven die met de vergrijzing te maken hebben, samen bijna een kwart op van ons bruto binnenlands product. Per maand werken we dus met z'n allen vijf dagen om de vergrijzing te financieren. Tegen 2060 is dat 31,3 procent van het bbp of zeven dagen per maand.

Twee dagen per maand dus of ruim een maand per jaar dat we niet meer zullen werken aan het opbouwen van onze welvaart, maar enkel nog aan het overeind houden ervan.

Daardoor dreigen de komende decennia spanningen tussen de generaties. Jongeren zullen gaan vrezen dat ze moeten betalen voor een pensioen dat ze zelf mogelijk niet meer zullen krijgen. Maar ook ruimer, tussen hen die werken en hun leeftijdsgenoten die zich hebben teruggetrokken in de werkloosheid, brugpensioen, of een andere vorm van betaald niet-actief zijn, dreigen spanningen.

Sinds het begin van de jaren tachtig, becijferde Voka, werd meer dan 30 procent van de pensioenrechten opgebouwd zonder ervoor te werken. Bij de arbeiders is dat zelfs 40 procent, vrouwelijke arbeiders financieren hun pensioen gemiddeld maar voor de helft met eigen bijdragen.

Wie met brugpensioen is, tijdskrediet opneemt, werkloos of ziek wordt, betaalt geen bijdragen meer aan het pensioenstelsel. De gemeenschap doet dat in zijn plaats. ‘Gelijkgestelde dagen' heet dat in het jargon. Wie op zijn drieënvijftigste – na 30 jaar werken – met brugpensioen gaat, krijgt vanaf zijn 65ste een pensioen alsof hij 43 jaar gewerkt heeft.

Ons pensioenstelsel is volgens Leyman geëvolueerd van een instrument van verzekering naar een instrument van inkomenssolidariteit. Financieel maakt het weinig uit of je nu vroeg ophoudt met werken of tot je 65 jaar bijdragen blijft betalen. De solidariteit met wie niet beroepsactief is, gaat volgens Voka veel te ver.

Vooral het stelsel van de brugpensioenen vindt weinig genade bij Voka. ‘Het staat haaks op de inspanningen om mensen langer aan het werk te houden' en het wordt momenteel ‘excessief gebruikt en zelfs misbruikt'.

Voka wil dat gelijkgestelde periodes beperkt worden tot ‘werkgerichte en thematische' verloven (zoals zwangerschap en ouderschap). Bij werkloosheid en brugpensioen moet de gelijkstelling geleidelijk worden afgebouwd, vindt Voka, als aansporing om opnieuw werk te zoeken. Ook tijdskrediet, vindt Voka, mag niet meer meetellen voor het pensioen.

De Vlaamse werkgeversorganisatie wil ook het aanvullende pensioen versterken. Nu heeft maar 56 procent van de werknemers een aanvullend pensioen. Voka wil dat tijdens de komende onderhandelingen over een interprofessioneel akkoord een deel van de marge binnen de loonnorm naar de opbouw van het aanvullende pensioen gaat. Uitgesteld loon dus.

Ten slotte, vindt Voka, moet het voordelige ambtenarenpensioen hervormd worden. ‘Het onderscheid met de particuliere sector is achterhaald', vindt Voka. Ambtenaren moeten werknemers worden en dus een wettelijk pensioen krijgen, aangevuld met een tweede pijler.

Voka pleit er niet voor om de verworven rechten te schrappen. ‘Afspraken zijn afspraken.' De voorgestelde hervormingen moeten geleidelijk ingevoerd worden.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :