In de regeringsverklaring van Leterme II weerklonk behoorlijk wat ambitie voor fundamentele hervormingen. Voorlopig klinken die woorden hol. Het Pensioendossier is alvast een voorbeeld van hoe het níet moet.
Eerste minister Yves Leterme zei op 25 november in zijn regeringsverklaring dat een moedig beleid zal gevoerd worden inzake arbeidsmarkt, gezondheidszorg en pensioenen, teneinde de vergrijzing te verzilveren.
Specifiek voor de pensioenen, wil de regering onder meer de Nationale Pensioenconferentie afronden en een wettelijke basis invoeren voor het aanvullend pensioen van contractueel overheidspersoneel.
‘Luister naar mijn woorden…’
Flinke woorden. Het is hoog tijd om een modern pensioenstelsel en ambtenarenstatuut te omarmen. Jammer genoeg blijft het bij die woorden. De Nationale Pensioenconferentie die in januari werd opgericht om hervormingen te bespreken, is vooral een toonbeeld van gebrek aan ambitie om hervormingen ten gronde te bespreken. Werkgeversorganisaties en vakbonden staan bovendien op veel punten lijnrecht tegenover elkaar. De berg is gedoemd om een muis te baren.
‘…maar kijk niet naar mijn daden’
In eigen huis discrimineert de overheid ondertussen vrolijk verder. Contractuele ambtenaren zijn, in tegenstelling tot hun vastbenoemde collega’s, wel werknemers die op het gebied van arbeidsvoorwaarden vergelijkbaar zijn met werknemers uit de private sector. In vergelijking met vastbenoemde ambtenaren krijgen zij een lager pensioenpercentage van een lagere uitkeringsbasis. Bovendien hebben zij geen aanvullend pensioen, zoals veel werknemers uit de private sector wél hebben. Ze vallen dus met andere woorden tussen schip en wal. Het is niet meer dan logisch dat ook zij toegang hebben tot een aanvullend pensioen, zo erkende ook de federale regering.
Die bleef echter zo lang wachten met een kaderwet, dat de Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) besloot om niet langer te wachten en zelf de stap te zetten naar de uitbouw van een aanvullend pensioen voor contractuelen. Het heeft zich principieel geëngageerd om tegen 1 januari 2010 een voorontwerp van pensioenreglement voor contractuele personeelsleden uit te werken. Daarmee zijn niet alle Vlaamse ambtenaren afgedekt. In de zorgsector bijvoorbeeld, is er nog steeds geen zicht op een aanvullende pensioenregeling.
Toekomstgericht durven
Verder lezen we in de regeringsverklaring ook dat een verantwoordelijk en toekomstgericht begrotingsbeleid cruciaal is om de pensioenen en de sociale uitkeringen te garanderen en de concurrentiekracht van de bedrijven te versterken. Van een toekomstgericht begrotingsbeleid lijkt in de realiteit echter niet veel sprake.
Eind november merkte het Rekenhof op dat "de regering heeft beslist 738 miljoen euro die aanvankelijk voor het Zilverfonds was bestemd, te desaffecteren en aan te wenden voor het dekken van de algemene uitgaven van de schatkist". Lees: de regering dempt de begrotingsput op korte termijn en laat de langetermijnschulden voor wat ze (zullen) zijn.
De economische crisis zit daar natuurlijk voor veel tussen, maar er worden geen alternatieve oplossingen naar voor geschoven. Zo is het vanuit financieringsoogpunt cruciaal dat meer mensen aan het werk gaan en blijven. Een van de belangrijkste mogelijke ingrepen is het verhogen van de werkzaamheidsgraad in het algemeen, met een bijzondere nadruk op het optrekken van de (effectieve) lengte van de activiteitsperiode. De jongere generatie dreigt anders het gelag te betalen.
Het woordendecorum niet te na gelaten blijft het op het gebied van moed en daadkracht evenwel Siberisch stil.
Hoezo, ‘hervormen’?
Overigens is het nog erger gesteld met het evalueren en herbekijken van het stelsel van de gezondheidszorg. Daar klinkt het woord ‘hervorming’ als een onwezenlijk begrip, en niet als een aanzet tot discussie. Nochtans is dat een grote uitgavenpost. De Vergrijzingscommissie becijferde dat die uitgaven in de periode 2008-2060 zullen oplopen met 4,2 procentpunt in termen van het bruto binnenlands product (bbp).
Ondertussen mogen de uitgaven in de gezondheidszorg jaarlijks blijven stijgen met 4,5 procent (zonder inflatie). Dit pad is op termijn budgettair onhoudbaar. Het is ook hier dus dringend tijd voor bezinning en actie. Er vallen in de gezondheidszorgsector nochtans nog veel efficiëntiewinsten te behalen, denk maar aan het ontwikkelen van ICT-toepassingen, translationeel onderzoek, inzetten op preventief beleid,…
Ondanks de ronkende verklaringen blinkt de federale regering niet uit in moed en daadkracht. Het hoedt er zich daarom ook best voor om die grote bewoordingen te koppelen aan halve resultaten. Holle vaten klinken het hardst, maar ze blijven leeg. De verklaring ligt achter de rug, en nu maar eens beginnen regeren.
Daan Ballegeer, adviseur Voka-kenniscentrum