Driekwart van de werknemers in Europa denkt dat er minimaal 60% van hun huidige inkomen nodig is voor een comfortabele oude dag. Slecht vier op de tien rekent er echter op dat ze dat niveau ook halen.
Ruim de helft heeft zich er al bij neergelegd dat ze zullen moeten doorwerken na de officiële pensioenleeftijd. In Nederland, Denemarken en Noorwegen blijkt de weerzin tegen langer werken het sterkst. Dit blijkt uit een Europees onderzoek van Aon Consulting.
Bittere noodzaak
De pensioenadviseur ondervroeg 7579 werknemers uit tien Europese landen – waaronder 752 Nederlanders – over hun pensioenwensen en de financiële ruimte daarvoor. Een meerderheid ziet doorwerken inmiddels niet meer als vrijwillige keuze maar een bittere noodzaak, als gevolg van de minder gunstige economische ontwikkelingen. Een derde steunt de verhoging van de officiële pensioenleeftijd in hun land.
Naast hun gezondheidstoestand, maken werknemers zich bij hun pensioen vooral zorgen over de hoogte van het inkomen. Komt er voldoende geld beschikbaar uit de pensioenregeling, moeten ze in levensstandaard omlaag en hoe erg wordt hun spaargeld straks door inflatie uitgehold? Een belangrijke groep vreest dat de afbetaling van hun hypotheek voor financiële problemen zal zorgen.
In Ierland verwacht men het grootste gat tussen het daadwerkelijke pensioen en datgene wat ze denken nodig te hebben. De Spanjaarden zijn het meest optimistisch, slechts 8% denkt dat hun pensioen onder de 50% van hun huidige inkomen uitkomt. Dit was wel voordat ook de Spaanse overheid overwoog te bezuinigen op de relatief ruimhartige Spaanse pensioenregeling.
Een belangrijke beslissing is wáár werknemers hun pensioen willen genieten. Maar liefst een kwart van de ondervraagden wil dan naar een ander land verkassen, zo blijkt uit het onderzoek van Aon. Vooral Britten dromen van een pensioen over de grens. Slechts 43% wil in Groot-Brittannië blijven. Nederlanders zijn dan honkvaster: 61% blijft liever in eigen land. Ook de meeste Spanjaarden (88%), Fransen (81%) en Denen (74%) blijven liever thuis.
Grijze immigratiecrisis
Het populairste emigratieland is Spanje, gevolgd door Frankrijk en Italië. Aon waarschuwt voor een ’grijze immigratiecrisis’ in met name Spanje. Het hoge percentage thuisblijvers plus de instroom van buitenlandse gepensioneerden zal een hoge druk leggen op de Spaanse gezondheidszorg, stelt Aon-manager Mart Vreven. „De voorzieningen voor expats kunnen zeer uiteenlopen. Gezondheidszorg wordt voor gepensioneerden echter wel steeds belangrijker naarmate ze ouder worden.”
Vreven wijst ook op de kosten van emigratieplannen. „De kosten voor levensonderhoud zijn misschien hoger in het land van keuze. Daar moet je rekening mee houden.” (Overgeld)