Doorgaan naar hoofdcontent

Hoe voorkom je onnodige kosten waardeoverdracht

Menig werkgever wordt plotseling onaangenaam geconfronteerd met extra pensioenkosten bij nieuwe werknemers. Dit komt door de systematiek die wordt gevolgd bij waardeoverdracht. Zonder dat je daar – ogenschijnlijk – invloed op hebt, kan de pensioenverzekeraar vele tienduizenden euro’s aan extra kosten in rekening brengen. Hoe kwam dit ook al weer en met name wat kun je er aan doen?

Hoe werkt het systeem?
Pensioenwaardeoverdracht is een wettelijk recht dat werknemers kunnen uitoefenen. De gedachte achter waardeoverdracht is dat daardoor pensioenbreuken worden voorkomen. De wetgeving hierover is midden jaren ’90 van kracht geworden en in die tijd bestonden er nog op grote schaal eindloon pensioenregelingen. In eindloonregelingen is pensioenbreuk een hot item en met waardeoverdracht is dat te voorkomen.

Bij pensioenwaardeoverdracht wordt de waarde van het pensioen overgedragen van de pensioenuitvoerder van de oude werkgever naar de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever. Deze waarde moet worden berekend volgens een wettelijk vastgesteld systeem. En daar zit ‘m de kneep. Eenvoudig gezegd, het wettelijke systeem rekent met een rente van ruim 4,5% en de verzekeraar van het pensioen moet rekenen met een rente van 3,0%. Dat betekent in de praktijk dat er een tekort ontstaat van ruim 1/3-deel van de overdrachtswaarde bij de verzekeraar van de nieuwe werkgever. Dit verschil, oplopend tot tienduizenden euro’s is voor rekening van de nieuwe werkgever.

Wat is er aan te doen?
Het aanvragen van waardeoverdracht is vaak slechts het zetten van een simpel kruisje op een aanvraagformulier. De correspondentie gaat vaak rechtstreeks naar de werknemer en de werkgever blijft buitenspel totdat het op betalen aankomt. Dat proces moet doorbroken worden. Het is zaak om vóórdat tot waardeoverdracht wordt overgegaan, grip te krijgen op het proces. En dat kan alleen met een goede begeleiding van de werknemer.

Uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Financiële Markten in zomer 2008, is naar voren gekomen dat 78% van de werknemers een waardeoverdracht van pensioen uitvoert omdat het zo gemakkelijk is dat alle pensioenen bij elkaar zitten. In geen van de redenen wordt aangegeven het voorkomen van een pensioenbreuk, of een ander geldige reden. En dat terwijl er toch duidelijke, goede en onderbouwde redenen zijn om een waardeoverdracht uit te voeren. Of om deze juist niet uit te voeren. Want in onze dagelijkse praktijk zien we maar al te vaak ondoordachte overdrachten waar per saldo de werknemer zelfs op achteruit gaat !

Een deugdelijke inventarisatie van de oude en de nieuwe pensioenregeling is de start van een vergelijk op argumenten. En met die argumenten kan er bewust wel gekozen worden voor een overdracht of juist om niet over te gaan tot overdragen. En daarbij moeten natuurlijk de extra kosten voor de werkgever ook vóóraf inzichtelijk worden gemaakt; zowel voor werkgever als voor werknemer.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...