Doorgaan naar hoofdcontent

Prijsexplosie bij hospitalisatieverzekering Argenta :geen uitzondering

Een vergrijzend klantenbestand, steeds hogere supplementen in de ziekenhuizen en krimpende tussenkomsten door mutualiteiten; dat is de dodelijke cocktail voor de verzekeraars.

Dat Argenta beslist om de premies van zijn nieuwe hospitalisatiecontracten voor sommige klanten te verdrievoudigen (zie vooraan in deze krant), is niet alleen een exorbitante tariefverhoging die honderdduizenden klanten treft. Het is ook symptomatisch voor de penibele toestand waarin de hospitalisatiesector verkeert.

Argenta is dan ook lang geen uitzondering in de markt. Met als argument dat hospitalisatieverzekeringen structureel onrendabel zijn, hebben de voorbije jaren zowat alle hospitalisatieverzekeraars hun tarieven fors opgetrokken.

De manier waarop is echter sterk verschillend. Sommige maatschappijen, zoals Fortis, passen hun tarieven elk jaar aan de snel stijgende kosten van de ziektezorg aan. Andere verzekeraars, zoals nu Argenta, houden om concurrentieredenen jarenlang hun prijzen stabiel om dan in één klap een bruuske prijsverhoging door te voeren.

Aan de basis van de problemen ligt een structureel onevenwicht tussen de inkomsten en de uitgaven. Met name de uitgaven zitten al jaren in een opwaartse spiraal vanwege drie fundamentele tendensen.

Allereerst zijn er de snel stijgende ziekenhuiskosten. Die rijzen de pan uit als gevolg van de steeds hogere supplementen die door de ziekenhuizen worden aangerekend. Sommige ziekenhuizen zouden bovendien geen schrik hebben om de rekening extra aan te dikken als ze zien dat de patiënt een (privé-)verzekering heeft.

Daarnaast zijn er de krimpende tussenkomsten door de mutualiteiten. Heel wat erkende behandelingstechnieken, medische materialen, implantaten of geneesmiddelen worden niet terugbetaald, vooral als je een eenpersoonskamer kiest. Nu al betaalt de patiënt 25 procent van alle gezondheidsuitgaven zelf en het is onwaarschijnlijk dat dit in de toekomst zal verbeteren.

Een derde factor is de voortsnellende vergrijzing van de bevolking. Een belangrijk gegeven als je weet dat 80 procent van de medische kosten wordt gemaakt boven de pensioengerechtigde leeftijd.

Om bruuske prijsstijgingen in de toekomst te vermijden, wilde de vorige paarse regering daarom een soort prijsindex invoeren die de gemiddelde stijging van de reële kosten van een hospitaalverblijf zou weergeven en die de verzekeraars een middel zou geven om de prijzen geleidelijk te verhogen. Maar die nieuwe wet blijkt onuitvoerbaar

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg